HEILIG HOUT IN EEN AURA VAN IRIS
Jaar van lancering: 2015
Laatst aangepast: 08/04/16
Neus: Irène Farmadichi
Illustratie: Olaf Hajek (uit Geurengoeroe’s privécollectie)
Gaïac Mystique is een ‘haute parfum’ dat de haute couture-collecties van de huidige huisontwerper Riccardo Tisci heel dicht benadert. Nog sterker dan de inmiddels uit de schijnwerpers verdwenen Dahlia Noir (2011). Ofwel: zijn neo-gothic chic couture gepresenteerd in donkere, bijna heilige ambiance. Voor de een reli-kitsch, voor de ander adembenemend. Givenchy noemt het zelf treffend ‘dark romanticism’.
Met andere woorden: ‘De geur met zijn gotische nobiliteit brengt je terug naar de krullen van zwarte organza, elegant kant, religieuze iconen en heilige symbolen. De tegenstrijdigheid van onthulling en mysterie worden passend gemaakt. Gaïac Mystique zweeft tussen transparantie en duisternis, tussen minimalisme en overvloed’. Aldus het persbericht.
WAT GAÏAC MYSTIQUE EIGENLIJK?
Laatste twee omschrijvingen gaan wonderwel op voor de geur. Want hoewel donker, schijnt er toch licht over de compositie. Want hoewel overvloedig, wordt dit bereikt door een minimum aan ingrediënten. En dat komt voornamelijk – logisch gezien de naam – op conto van guaiac (foto). Want dit hout is al een compositie op zichzelf en heeft altijd een sacraal aura gehad door zijn helende kwaliteiten. Tenminste als je afgaat op overleveringen van de oorspronkelijke bewoners van Amerika: het werd door ze ingezet tegen vervelende tegen dingen ten gevolge van promiscue gedrag: herpes en syfilis.
Dat deze puur natuur-medicatie werkt(e), blijkt ook de andere naam die dit hout heeft gekregen: palo santo/tree of life. De geur zelf is waarachtig complex. Ik heb zelf ooit een stronkje in Amerika op een lokale markt in Los Angeles gekocht. Had dat het liefst in beide neusgaten gestopt. Zo rustig makend deze mengeling van balsemachtig en honingzoet, van rokerig en ‘asfalt’. Ongrijpbaar, wonderlijk en mysterieus. Dus het adjectief in de naam is zeer toepasselijk.
Door deze rijkheid, is het niet zo gek dat guaiac een geliefd ingrediënt is in nicheparfums. Voor ‘veel’ geld, krijg je veel terug. Vooral als het echt van de levensboom wordt getapt – is nogal pittig qua prijs.Er is ook veel nep te koop: vaak een vage variatie op ‘gezoet’ patchoeli.
Gaïac Mystique brengt de essentie van de compositie bij de eerste snuif voor het voetlicht. Je ruikt na een onbestemde, maar intrigerende fris-scherpe, bij medicinale aandoende opening alles: de hierboven beschreven kwaliteiten van guaiac, de poederige finesse van iris – hier aards, ‘zand’, donker en koel – en de zoet zalvende noten van tonkaboon.
Maar hoe langer op de huid, hoe meer dimensies je waarneemt. De zoete noot heeft prikkels die ook doen denken aan steranijs. De rokerige aspecten en asfalt-noten van het heilige hout worden versterkt door een donkere wierookslier. Interessant: de geur glijdt als het ware van de huid in de huid die hierdoor warm wordt, als door de zon beschenen. Uiteindelijk is het de iris pallida die alle deze sferen in zich opzuigt, resulterend in een extreem zacht, maar ‘ruig’, vol en tegelijkertijd fijnzinnig parfum.
Ik had nog nooit van Irène Farmadichi gehoord, en al www-ent kom je ook niets over haar te weten: knap gezien de social media-maatschappijstructuur anno nu. Maar het is een overtuigende introductie.


Soms kan een naam in combinatie met een merk me tegenhouden – geen zin de geur te testen. Doei! Sunshine is zo’n naam. Niet bijster origineel. Gaap, gaap, gaap. En dan bedacht door Amouage. Helemaal vreemd als je de bedoeling van Christopher Chong kent – straks meer hier over. Nu is het wel zo: Sunshine als naam is merkwaardigerwijze nog weinig gebruikt, maar toch. Ik vreesde dus dat de geur onderdeel zou worden van een Amouage-campagne om een bredere doelgroep te bereiken, en Sunshine Men dus toegankelijker en een instap- kennismakingsprijs zou krijgen. Helemaal niet dus. Chapeau (hoedje af vrij vertaald)!
En Chongs idee wordt helemaal waar gemaakt: een eclips. Ofwel, het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistert.
Alsof de verse bladeren ter plekke worden uitgewrongen. Vreemd, eigenaardig, niet echt ‘logisch’ voor mijn gevoel, maar… frappant goed werkend. Ik heb het gevoel of ik even zit opgesloten in een drankkabinet waarin gin (jeneverbes) en brandy (amberachtige noten ‘met sinaasappelsmaak’) met elkaar in een gelag zijn verzonken.
Is het nu eigenlijk wel of niet maatschappelijk geaccepteerd dat mannen meer mogen stinken dan vrouwen? Ik bedoel: de machoman die met zijn zweet ‘extra’ seksuele codes verspreidt, prikkelt de zinnen. Zo wil het ingeroeste beeld. Zie de talloze daarop geïnspireerde parfumpromotie-clips: vrouw ziet testoron verspreidende hunk en ze smmmmmelt.
De eerste bloem, geeft direct het mannelijke aspect van de geur weer: lavendel (foto). In dit geval puur en zuiver en gaat mooi samen met de ‘mannelijke roos’. Ofwel, geranium: fris-zoet gebloemd. De ‘gekristalliseerde’ – wat dat ook moge betekenen – jasmijn ruik ik niet echt.
Mijn ogen werden in eerste instantie misleid door de nieuwe dop, waardoor ik automatisch dacht dat de inhoud mee was gegaan in deze verandering. Niet dus. Maar begrijpen doe ik deze verandering niet. Het statige-sensuele karakter van de originele Femme-flacon verliest aan kracht en wordt voor mijn gevoel onbedoeld grappig en te tijdsgebonden trendy.
En toen nam het verhaal een heel andere wending. Zit zo: ik had met een vriend/collega, collega/vriend afgesproken in een restaurant met een collega van hem om te praten over een parfumproject. Zegt die vriend, een echte old school hetero en, fervent parfumliefhebber (deze combinatie komt meer voor dan je denkt, kwestie van even doorpraten): ‘Erik, wat ruik je lekker, wat heb je op?’
Alleen is de ‘Femme 1989’, minder ruig, minder voluptueus, minder ‘bont’ door een sterke nadruk op sandelhout en amber. Maakt het geheel gladder, zachter, meer ‘huid’, ‘makkelijker’. En dan natuurlijk de komijn, die legt over de basis dat zweterige nootje die de ‘onderdosering’ van eikenmos, leer en civet in vergelijk met ‘Femme Vintage’ mooi maskeert. En vergeet niet: het is een eau de toilette.
Eén van de aangename dingen van een (goede) geur is dat je het gevoel hebt dat je direct in contact komt met de vrijgevigheid van de natuur. Het directe effect: je voelt je prettig door deze connectie met ‘Moeder Aarde’; er daalt een aangename rust op je neer, je voelt je behaaglijk.
WAT ESSENCE AROMATIQUE IK EIGENLIJK?
Geur en herinnering: een populair gespreksonderwerp. Met een ergens toevallig opgesnoven ‘fragrance-flits’ kan een geheel vergeten wereld in gedachten naar boven komen. For good and… for worse. Dat laatste wordt nog al eens vergeten. Het is niet alleen rozengeur en maneschijn: geur en herinnering kan ook geassocieerd worden met ervaringen niet zo fijn.
Met andere woorden: een elegante-klassieke compositie die naast het ‘zon-effect’ meer geeft. Ik geniet hoe de top, het hart en de basis zich vrijgeven. Zo lekker ‘aangenaam klassiek’.
De eerste zin van het persbericht roept vragen op, althans bij mij: ‘De Aqua Allegoria behoren vandaag tot de meest emblematische collecties van Guerlain’. Heeft Guerlain ook de minste in zijn assortiment? Welke zijn dat dan? En dan: meest emblematisch. Is emblematisch – in de zin van kenmerkend, bepalend – niet voldoende?
De eerste keer dat ik de geur van een rijpe peer opsnoof in een geur was in 1998. Het sprong uit de opening van Diors Eau de Dolce Vita (1998). De tweede keer: weer Dior en wel in Higher (2001). Lekker! Het is een op zichzelf staande geursensatie, want zoveel anders dan appel. Minder fris, voller, (honing) zoeter en rijker.
Waar ik vooral naar benieuwd was betreffende deze twee nieuwe eau de colognes: welke is de zesde van Jean Claude Ellena en met welke debuteert Christine Nagel als Ellena’s ‘sparring perfume partner’ bij Hermès? Blind geroken en zonder raadplegen van het persbericht, dacht ik dat Eau de néroli doré en Eau de rhubarbe écarlarte door beide kon zijn gemaakt.
WAT COLOGNE IK EIGENLIJK?
Trouwens, het adjectief écarlate – klinkt très intéressante et très charmante, maar betekent niet meer en niet minder dan rood. Maar dan wel op niveau. Kijk nog even goed, en wellicht herken je ‘onze’ chique variatie op rood: scharlaken.
Ik zag afgelopen weekend bij toeval op Youtube een documentaire uit 1987 over de veiling van de juwelen van Wallis Simpson, de vrouw voor wie Edward VIII de troon van Groot Brittannië opgaf (het leven over deze ex-koning en zijn double divorcé is vorig jaar door Madonna verfilmd). En toevallig daarna de uitzending van de juwelenveiling van Elizabeth Taylor in 2011. Beide vrouwen waren fervente verzamelaars, of beter gezegd: zorgden ervoor dat ze plenty juwelen plenty cadeau kregen. Opvallend: opbrengsten van beide veilingen werden gedoneerd aan instellingen die onderzoek doen naar aids-medicijnen. Boeiend: de meeste sieraden werden speciaal voor ze gemaakt in een tijd dat Cartier, Van Cleef & Arpels, Bulgari en al die andere juweliershuizen nog vrij van mondiale marketingdrift waren.
Dat wordt weer eens bevestigd met Omnia Paraiba. Is geïnspireerd op een zeldzame blauw-groene edelsteen: de in Brazilië gedolven paraiba-toermalijn. Ook hier: je kunt je de steen wellicht niet veroorloven, maar met de geur ben je, waan je je toch onderdeel van. Voor kwaliteit in de maten tussen 3.00 en 5.00 karaat schommelt de prijs rond $ 10.000 per karaat. De steen werd ‘pas’ in 1987 ontdekt in het noordwesten van Brazilië, daarna in Nigeria en Mozambique. De juwelenbranche had in eerste instantie zijn bedenkingen – men dacht dat de kleur die zijn kleurenspectrum dankt aan koper gemanipuleerd was. Not! Bulgari was zo gefascineerd door de schakeringen van laguneblauw, aquamarijn en turkoois omdat het zo treffend de ‘ontmoeting’ tussen de lucht, de zee en het plantenrijk symboliseert. Meer poëtisch: het is volgens Bulgari een echo van de regenboog. Het inspireerde de juwelier niet alleen tot nieuwe sieraden, maar ook tot de deze Omnia-geur.
Nog zoiets: zoek je ‘in het Nederlands’ op het www naar Braziliaanse gardenia, dan kom je – hoe toevallig – direct terecht bij Omnia Paraiba en vervolgens bij Michael Kors’ White (2014). Hier komen we niet verder mee. Engels ‘dan maar’. Bij brazilian gardenia geeft Google als eerste de naam van een grill-restaurant. Er volgt geen enkele verwijzing naar een gardeniasoort die Brazilië als oorspronkelijke habitat heeft. Als naam bestaat de Braziliaanse gardenia wel maar geeft niet een opvallend andere geur. Wat voor zoveel variaties van bloemen geldt.
Ik heb me een paar jaar geleden ingeschreven voor de Franse nieuwsbrief van Jo Malone omdat ik benieuwd was hoe ik als ‘vaste klant’ benaderd zou worden. Nou, dames en heren, ik kan jullie één ding melden: als andere huizen dezelfde actieve parfumpolitiek zouden voeren en je ‘abonneert je op vijf’; dan heb je daar een dagtaak aan. Ik krijg gemiddeld twee mails per week waarin mij allerlei suggesties worden gedaan om maar zoveel mogelijk te genieten.
Aangenaam: Orris & Sandalwood bewandelt niet hetzelfde pad van de zoveel pure irisgeuren die het afgelopen decennium zijn verschenen – de bekendste: Infusion d’Iris (2007) van Prada. En refereert ook niet aan de ‘groen-koele’ iris-klassiekers zoals N° 19 van Chanel (1971) en Serge Lutens’ Iris Silver Mist (1992). Ook niet aan de gourmand-benadering van Geurlains L’Heure Bleue (1912).