GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

VERSACE POUR FEMME DYLAN BLUE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 19, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET D, GEURENALFABET P. Een reactie plaatsen

SAMBACJASMIJN, LELIETJE-VAN-DALEN & EGELANTIER

IN GELIJKE PAS MET SHISOLIA, PÉTALIA & ROSYFOLIA

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 18/12/17

Neus: onbekend

POUR FEMME DYLAN BLUEHet leuke, het eerlijke bij de uitleg van de geuren van Versace: het maskeert de synthetische ingrediënten niet door er ‘natuurlijke’ namen aan te geven. Over het algemeen zijn mainstreammerken hier huiverig voor, doen alles om bij de koper maar de indruk te wekken dat de composities zijn uitgebouwd uit honderd procent zuivere, natuurlijke bronnen. Sterker, trots vermeldt het huis – specifiek in geval van Pour Femme Dylan Blue – dat ‘kostbare, natuurlijke ingrediënten samenvloeien met de nieuwste generatie geurmoleculen’.

Maar voor we hier verder op ingaan, eerst de verantwoording van Donatella Versace. Kort en krachtig: ‘Pour Femme Dylan Blue is het perfecte parfum voor de sterke vrouw met karakter’. Heel origineel. Een van Versace’s kenmerken – glamouroverdaad – wordt vanzelfsprekend gelinkt aan de Romeinse en Griekse mythologie en cultuur, een ander kenmerk. Zie flacon: is geïnspireerd op de klassieke amfora, de met twee oren gesierde en naar een punt uitlopende kruik waarin vroeger kostbare essences, oliën en wijn werd vervoerd. De geur wordt uitgeleide gedaan met: ‘Vrijmoedig en levendig, sensueel en onoverwinnelijk’.

WAT POUR FEMME DYLAN IK EIGENLIJK?

Hoe het ook zij: een heerlijke geur om te ontdekken. Geen zin je erin te verdiepen, dan ‘resteert’ een aangename, sprankelend, fruitige, bloemige sensatie met een in zekere zin stoere basis. Toch is de geur een ontdekkingsreis, een verdieping waard. Donatella Versace spreekt zelf van ‘een onweerstaanbare, intieme dans waarin echte bloemen en nieuwe moleculen elkaar omhelzen, elkaar verwarmen vervolgens ieder weer hun weg gaan om elkaar uiteindelijk weer te ontmoeten en te omhelzen’.

LELIETJE-VAN-DALENValt wat voor te zeggen. De opening van de dans start goed: de van zichzelf al frisse zwarte bes (met fluwelige afdronk) wordt gestrooid over een sorbet van Granny Smith die de sprankeling van de zwarte bes opstuwt. Ruik je goed. Lekker. Dan het hart – een ‘love dance’ zoals je wilt. Hier vloeien dus natuur en synthetisch samen. Niet makkelijk, eigenlijk niet te doen, om het lelietje-van-dalen, egelantier (wilde roos) en de jasmijn te onderscheiden van shisolia (omschreven door producent Givaudan als een molecuul met shisoblad als uitgangspunt uitmondend in kruidig, groen met een diepe muskbasis), petalia (volgens Givaudan roosachtig, bloemig met nuances van lelietje-van-dalen) en rosyfolia (idem).

Dylan Pour Femme is een overvloedig boeket in beweging – in een luchtige ambiance dartelen de talrijke noten dartelen om en over elkaar. Onverwachte danspartner die komt opdagen: perzik, geeft de bloemenweelde een zachte toets. ‘In zekere zin stoere basis’ slaat op styrax die geeft de musk en ‘blanke’ patchoeli een krachtig elan, en garandeert dat de compositie niet in hetzelfde vaarwater komt als Bright Crystal (2006) en Bright Crystal Absolu (2014). Trouwens, als je omschrijvingen van shisolia, petalia en rosyfolia bekijkt, zal het met niet verbazen dat hele compositie is opgebouwd uit ‘de nieuwste generatie geurmoleculen’.

POUR FEMME DYLAN BLUE VERSACE

 

 

 

CHAMPACA, OSMANTHUS ORMONDE JAYNE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 17, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET C, GEURENALFABET O, NICHE. Een reactie plaatsen

BLOEMEN BIJ HUN NAMEN NOEMEN VRAAGT OM…

Jaar van lancering: 2002, 2006

Neus: Geza Schoen

Laatst aangepast: 17/12/17

Concept & realisatie: Linda Pilkington

ORMODNDE JAYNE 1Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?

Mijn voorliefde/preoccupatie is niet genetisch doorgegeven. Mijn moeder hield niet van geuren. Mijn vader (grootverbruiker van Fresh Up) is na het geprobeerd te hebben met Miss Dior en Anaïs Anaïs (door mijn moeder consequent uitgesproken als Annie Annie) gestopt met het schenken van geuren als Moederdag- en verjaarsdagscadeau. Mijn vader ging Miss Dior als aftershave gebruiken en ‘moeders’ deed voor de vorm Annie Annie ‘dan maar op’ als ze uitging en tijdens feesten en partijen.

Inmiddels op weg richting oude bok, valt het me dus op dat ik steeds minder onder de indruk ben (niet te verwarren met blasé), zelden nog bokkenspring door de wei dol van enthousiasme. Zóveel geuren verspreiden zó bescheiden hun boodschap, zóveel geuren zakken zó snel door naar de basis. Ik weet, er bestaat een verschil tussen bescheiden en walmen, maar ik geniet het meest wanneer iemand bescheiden walmt, helemaal wanneer een geur past bij zijn/haar persoonlijkheid.

Laatste is een enorm cliché, maar als je niet weet wie je bent (1 miljoen Nederlanders zijn depressief, nog meer onzeker van zichzelf als je sommige onderzoeken moet geloven) ga je meestal op geuren af die populair zijn en die anderen (dus) herkennen: ‘Wat ruik je lekker?’ ‘Heb je La vie est belle op?’

WAT CHAMPACA & OSMANTHUS IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE CHAMPACADit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).

Het ‘probleem’ met beide geuren: ze worden te veel omringd door andere ingrediënten, waardoor de naam misleidend is, je op het verkeerde spoor zetten. Althans, ik ga ervan uit dat als je bloemen bij hun naam noemt, je te maken hebt met solifleurs en hun typische karakter wordt benadrukt.

Gebeurt niet. Hoewel aangenaam, wordt het exotische karakter van champaca te veel getemperd door hippe, herkenbare crowdpleasers van nu: groene thee en bamboe. En die doen dus niet wat je zou verwachten: het groene karakter van de bloem versterken. Nog een ‘schuldige’: fresia. Tempert de champaca-exotiek. Dan nog: hipperdehip-rijst. Alle drie dragen bij dat Champaca voor mij in de buurt komt van de parfummisten van KenzoKi – soort van etherisch, niet echt aanwezig. Ook best wel present: de (witte) musk in de basis. Die bespeur je toch al snel, waardoor ik moet denken aan de door witte musk geïnjecteerde bloemen van philosophy.

Vergeleken met bijvoorbeeld Hermès’ Osmanthe Yannun (2005), waarin je de osmanthus je levendig tegemoet waait, is Ormonde Jayne’s Osmanthus braaf met voor mij dezelfde KenzoKi-link. Het is er allemaal maar wel, maar je hebt eerder het gevoel een edt dan een edp te ruiken. En de ‘hoopvolle’ basis die op papier een sterke finish opvoert – cederhout, labdanum, vetiver, musk – heeft op mijn huid een braaf-saaie uitwerking. Vandaar mijn bovengenoemde twijfel. Kan er verder op ingaan, maar er is geen klik.

Misschien ligt het aan het depri weer – winterse sferen kussen niet echt bepaald de exotiek van geuren wakker. Misschien tijdens het voorjaar/zomer nog een keer proberen. Misschien het extract testen. Vooralsnog mis ik iets, noem het niche.

ORMONDE JAYNE 2

 

 

RIFLESSO TRUSSARDI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 15, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET R. Een reactie plaatsen

SOCIAL MEDIA PERSONALITY ALS GEURAMBASSADEUR

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 15/12/17

Neus: onbekend

TRUSSARDI RIFLESSOTrussardi introduceert zijn nieuwe herenparfum Riflesso, Italiaans voor reflectie. Het wil olfactorisch de mogelijkheden onderzoeken wat tradities kunnen bieden om het heden te begrijpen in het algemeen en meer in het bijzonder het erfgoed van het merk in relatie met de wereld van nu. Dat is me nogal wat. Ik bedoel daar kun je een thema-avond aan wijden op tv.

En hoe pas je dat toe op de gebruiker? Door een karakterschets. Riflesso is gecreëerd voor de man die vol positieve energie die het leven optimistisch benadert. Iemand die sport als lifestyle ziet, niet als een wedstrijd. Een man die over een natuurlijke elegantie beschikt én zelf bepaalt hoe hij zijn leven inricht. Neem hierbij in acht: een Italiaanse afkomst, waarin familie, traditie, kwaliteit en authenticiteit belangrijke waarden zijn.

Dan kom je qua ‘voorbeeldfunctie’ al snel terecht bij André Hamann. Interessant om te zien: hoe luxe parfumlabels in de weer zijn om op deze manier contact te zoeken met hun ‘achterban’. Een in dit geval keer wat anders dan ‘Meet the Trussardi’s’ als geurambassadeurs.

Met zijn 1 miljoen volgers op Instagram blijkt Hamann een van de bekendste social influencers (is dat niet wat weinig?). Met zoals dat heet een droomcarrière. Ontdekt door een modellenbureauscout (dat wil ik in mijn volgende leven worden), viel Hamann snel op door zijn onafhankelijke en open persoonlijkheid. Dit én zijn houding en klasse, zorgden dat alle merken met hem wilden werken. Tussendoor speelt André gitaar, reist en fotografeert hij en laat ons hierin delen op zijn social media-kanalen. In de pijplijn: een project met Warner Music. Dus voor je het weet treedt hij op tijdens de MTV Awards. Als kers op de taart schittert hij in de campagne voor Riflesso.

WAT RIFLESSO IK EIGENLIJK?

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE TONKABOONFamilie: houtachtig-oriëntaals. Ik zou willen toevoegen: klassiek, bijna te klassiek voor mijn gevoel, gezien de hippe status van de protagonist. Vanaf de opening word je meegezogen in een oosterse zwoele zachtheid, want door de citrusfrisse opening heen ruik je al vaagjes de door tonkaboon (foto) geleide basis van Riflesso.

Daarvoor eerst een zoetbloemig-zachte sensatie van geranium en lavendel. Door al deze klassieke sferen ruik je een whiff van ‘modern groen’ – appel en viooltjesblad. Lang duurt dit niet gezien de kracht van tonkaboon – denk vanille en rum – die gelukkig wordt gecompenseerd, in balans wordt gehouden door vetiver en leer. Laatste twee hadden voor mij wel wat sterker gemogen. Niet omdat ik van leer hou, maar ook omdat leer meer en meer in de mainstreamparfums voor de man wordt gebruikt en het feitelijk het fetish-ingrediënt van Trussardi is, zou moeten zijn. En natuurlijk omdat leer staat voor geraffineerde, stoere mannelijke chic.

TRUSSARDI MOOD

 

MOUSSE DE CHÊNE 30 LE LABO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 13, 2017
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

BASISINGREDIËNT ‘KLASSIEK-PROGRESSIEF’ GEÏNTERPRETEERD

CITY EXCLUSIVE IN HERFSTTEMMING

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 13/12/17

Neus: Daphnée Bugey

VONDELPARKMousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.

Helemaal nieuw is het natuurlijk niet de roze chypres in aanmerking nemende die, na het verbod op te veel eikenmos in geuren, het oude chypre-gevoel opnieuw probeerden op te roepen met veelal nadruk op patchoeli en vanille. Generatie 2.0 kiest niet voor eikenmos maar voor mos. Een brede omschrijving waarachter je heel wat groene, bosachtige geurmoleculen kunt rangschikken.

MOUSSE DE CHENE LE LABO

Mousse de Chêne 30 heet ‘de langverwachte’ City Exclusive van Le Labo voor Amsterdam waarmee de hoofdstad olfactorisch wordt geëerd. En daar alleen te koop. Tubereuse 40 (2006) alleen in New York, Aldehyde 44 (2006) in Dallas, Vanille 44 (2007) in Paris), Poivre 23 (2008) in Londen, Musc 25 (2008) in Los Angeles, Gaiac 10 (2008) in Tokio, Baie Rose 26 (2010) in Chicago, Limette 37 (2013) in San Francisco, Cuir 28 (2013) in Dubai en Benjoin 19 (2013) in Moskou. Maar ik ken een ingewijde die verschillende uit de collectie vanachter haar laptop ‘vanuit ons landje achter de dijken’ heeft weten te kopen.

WAT DE MOUSSE DE CHÊNE 30 IK EIGENLIJK?

30 slaat dus op het aantal ingrediënten dat Daphnée Bugey heeft gebruikt om Mousse de Chêne 30 te laten ruiken zoals die nu ruikt. Zeven vermeldt ze. Mijn eerste indruk bijna een week geleden: ‘Begint wat braaf, eerst fris en groen, maar is toch donkerder dan verwacht. Als een soort schaduw van de boom, met wat peper erachter. Eerder het Amsterdamse bos, dan de stad. Maar wel interessant’. Bijna een week later: een schaduw van een bos met de kanttekening dat – positief – de peper aangenaam in de weer blijft om het ontbreken van echte het eikenmos te maskeren/compenseren. Negatief: de compositie blijft eenzijdig, een beetje aan de kale, koele kant. Merkwaardiger – of is het logischer? – doet denken aan Escentric Moleucules doordat één basisingrediënt onopgesmukt in al zijn ‘kaalheid’ wordt gepresenteerd.

Nog een keer: na een frisse flits ruik je iets dat doet denken aan bos, bladeren – wordt steeds sterker tot het moment waarop het echte mos en de echte patchoeli lijken op te gaan in hun synthetische gelijkgestemden: ‘kristalmos’ en blank hout. Het gevolg: het mos, het hout wordt niet echt warm, begint niet echt te smeulen. Ondanks de toegevoegde kaneel. En dit komt niet alleen door de peper. Zal me niets verbazen als er ook een ietsiepietsie calone (of andere watermolecuul) en minerale noot in de compositie zit (en zelfs wat coumarine, want het hout heeft ook iets hooiachtigs).

EIKENMOSEn van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.

Wat ik mis, en dit is ten onrechte, want de geur heet niet voor niets Mousse de Chêne 30, maar toch: een bloemenlaag. Die doet het altijd zo goed op een basis van eikenmos, die gaan daardoor leven, groeien en bloeien met een ‘echt parfum’-gevoel als resultaat. Dat ervaar je bloemenbeautifulmooi in Grossmiths Golden Chypre (2012) die qua prijs op hetzelfde niveau ligt, tenminste ik meen me te herinneren dat ik daarvoor toen € 315.00 betaalde (50ml). Achterafgezien te veel: voor hetzelfde geld meng je een aantal goedkopere op (eiken)mos gebaseerde geuren tot je Chypre Privé.

MOUSSE DE CHENE LE LABO 2

PACIFIC ROCK MOSS GOLDFIELD & BANKS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 10, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET R, NICHE. Een reactie plaatsen

AUSTRALIË ALS LIFESTYLE, BELEVENIS

DOWN UNDER COOL WATER

Jaar van lancering: 2016

Laatst aangepast: 10/12/17

Neus: Francois Merle-Baudoin

Concept & realisatie: Dimitri Weber

PACIFIC ROCKSKomt storytelling inmiddels je neusgaten nog niet uit en heb je ‘ondanks alles’ op je vaste schijf daarboven nog wat ruimte voor een nieuw olfactorisch narratief uit die andere nieuwe wereld? Verdiep je dan in Goldfield & Banks. Alles klopt.

Marketing- en lifesyletechnisch dan. Want: weer eens wat anders. Wat? Land van oorsprong. Australië. Het merk heeft (of is het al een huis?), dat dan weer wel, een Frans-Vlaamse link. Dimitri Weber, die ik nog ken van parfumintroducties voor onder meer Cartier en Tom Ford. Maar zoals blijkt werkte hij (wist ik niet) ook ooit ‘onder’ Chantal Roos – de vrouw verantwoordelijk voor de ongekende successen van Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier en Issey Miyake. Hij emigreerde naar Sydney ontdekte daar the love of his life én de woeste, uitgestrekte natuur en besloot ‘the botanical dream from downunder’ te bottelen en te ‘stylen’ met het koloniale verleden (gold rush, gold diggers) en de daaraan verbonden legendes van het zesde continent.

Zoals de mare dat waar je sandelhout vindt, de grond vol goud zit. De eerste naam was gevonden: Goldfield. Banks refereert aan Joseph Banks, botanist aan boord van kapitein James Cooks HMS Endeavour (1768-1771) die tijdens zijn reizen over de Pacifische wateren op de talloze eilanden duizenden planten catalogiseerde (ook inspiratiebron voor het Argentijnse nichemarkt Fueguia of een van zijn geuren).

Nu nog lokale neuzen die al deze verhalen konden vertalen. Weber zocht contact met Parfumis – een bedrijf met Franse neuzen in Melbourne dat is verbonden aan ABP, de grootste producent in Australië in essentiële oliën. Voor de flaconnage moest Dimitri even terug naar Europa – Pochet et du Courval.

BORONIADit zag ik op www voorbijkomen: ‘During his travels Dimitri came to appreciate some of the 24.000 native species of flora’. Best wel veel. Ik zou bij 24 al geen onderscheid meer kunnen maken. Deze dan wel weer: Australisch sandelhout (Tantalum spitacum) en boronia (Boronia megastigma). Dat is een struik, zie foto, waarvan de bloemetjes een zweem van roos verspreiden en die ‘downunder gay icon’ Kylie Minogue stopte in haar Sweet Darling (2007) samengesteld door de nu-hoofdneus van Guerlain, Thierry Wasser.

WAT PACIFIC ROCK MOSS IK EIGENLIJK?

White Sandalwood, Blue Cypress, Desert Rosewood en Pacific Rock Moss zijn de eerste vier en ik ga ervan uit dat talloze zullen volgen. Zijn inmiddels twee bijgekomen naar ik heb begrepen. Helaas zat in de presskit, tijdens de presentatie in Brussel ontvangen, alleen een flacon van Pacific Rock Moss. Geen proefjes van de andere. Die zitten nog wel in mijn gedachten – met name Desert Rosewood doordat de vergelijking met Shalimar wordt gemaakt – maar kan ik niet uitgebreid toelichten.

Dimitri spreekt niet van top, hart en bodem, maar van sunrise, summit en sunset. Zal wel. De composities veranderen daardoor natuurlijk niet, is meer een ‘sfeerdingetje’. Pacific Rock Moss spray ik al een paar dagen rond. De reden: ik weet niet wat ik ervan moet vinden. De inspiratie: de kust van New South Wales. Dus een marinegeur. Ik hoop dat ik niemand beledig, maar mijn eerste impressie was een mix tussen Davidoffs Cool Water (1988) en Cool Water Woman (1996). En is eigenlijk zo gebleven.

GOLDFIELD & BANKS MOODWant ik ruik een ruige, pittige, kruidige zeefrisheid – opgeroepen met citroen, ‘mos’ en salie – met daaronder een zoete, bloemige onderstroom – ik gok op geranium, maar misschien is het wel boronia – met op de bodem gezonken, ‘verzilt’ cederhout. Aangenaam, maar al zó vaak geroken en vraag me af of je deze geur eigenlijk wel als niche kunt classificeren. Eerder massniche. Doet me denken aan een van de uitgangspunten van Montale: naast de oudhs geuren produceren die ‘copycat’ ruiken naar favoriete toptieners maar dan alleen met hoogwaardiger ingrediënten.

Nog iets: Webers intense onderzoek naar de lokale flora resulteert in Pacific Rock Moss in ieder geval niet tot een geur waarvan je zegt ‘typisch downunder’. Hieruit kun je opmaken dat in welk werelddeel je ook komt de aldaar – in kaart gebrachte – oorspronkelijke vegetatie olfactorisch raakvlakken heeft/niet veel verschilt met de usual suspects. Logisch: de meeste species zijn aan elkaar verwant (zoals Charles Darwin long way back heeft aangetoond).

Goldfield & Banks voldoet in vergelijk met de lokale concurrentie – One Seed, Aromantik, Vetiver & Co, The little Alchemist, Èrlithe – aan wat de moderne lifestyleconsument nu verwacht van een hip & happening label: goed gebekt, lekker gepresenteerd in een smooth stijl die oud en nieuw verbindt.

DIMITRI WEBER

LA COLLECTION BOUCHERON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 6, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET A, GEURENALFABET I, GEURENALFABET N, GEURENALFABET O, GEURENALFABET T, GEURENALFABET V, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

DE LOKROEP VAN HISTORISCHE STEDEN VERTAALD IN GEUREN

INSTAPNICHE MET NIET VERWACHTE WENDINGEN

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 06/12/17

Neus: wel benieuwd naar

BOUCHERON MOODNiche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.

Het gevolg: een merkwaardige spagaat. Want hoe krijg je Jan en Jannie met de Pet zover. “Meneer, of mag ik Jan zeggen, dit is de nieuwe mannengeur van Yves Saint Laurent, Y, maar als u echt de essentie van parfum wilt ervaren, dan raad ik u aan kennis te maken met Le Vestiaire.” Of moet je het als ‘beauty-advisor omdraaien? “Mevrouw, of mag ik Jannie zeggen, dit is de nieuwe van Givenchy, Dahlia Divin Eau de Parfum Nude, maar als u waarlijk de quintessence van parfum wilt ondergaan, dan moet u toch echt L’Atelier de Givenchy proberen!”

BOUCHERON QUATRE ABSOLU DE NUIT.jpgEn voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

Insiders, kenners zullen niet echt geil worden volgens mij en hebben gelijk als ze ongeroken zich iets bij iedere geur kunnen voorstellen. Heb ik ook. Want Boucheron doet precies wat van mainstream nichecomposities wordt verwacht: klassieke parfumingrediënten in de schijnwerpers plaatsen. Het effect: pure interpretatie van het parfummetier.

Voor insiders wellicht boring, maar voor Jan en Jannie met de Pet toch redelijk nieuw. Die zijn gewend, zonder het wellicht in de gaten te hebben, dat een geur meestal een abstracte compositie is – een samenvloeien van geurmoleculen die je met een beetje geluk in een bepaalde richting sturen. Of als dat niet lukt, een gewoon prettig effect sorteren meestal omschreven als ‘lekker’. Vraagt dus wat extra overredingskracht van verkopers om de charme van deze verfijnde eenvoud uit te leggen.

WAT LA COLLECTION IK EIGENLIJK?

BOUCHERON NEROLI (1)

Néroli d’Ispahan is voor mij het meest modern van het sextet. De neroli knettert je in de opening tegemoet: fris, strak, groen begeleid door ondefinieerbare houttoets en waarvan de algemene frisheid wordt opgestuwd door kardemon, gember en roze peper – het moderne aspect. Lekker! Als deze wolk is opgetrokken resteert een ambrox-basis die voor mij alleen eendimensionaal, te gewoon overkomt; een dergelijke afwerking kenmerkt zoveel doorsneegeuren.

Ambre d’Alexandrie. Minder donker dan de gemiddelde pure ambergeur. Schittert als een door de golven geslepen barnsteen met bruine en gouden kleurschakingen weerkaatst door de zon. Komt door de nadruk op benzoïne en musk. Leveren een poederige sfeer lichtjes ondersteund door vanille en ambergris. Maar zoals met veel ambergeuren gaat ook voor mij Ambre D’Alexandrie richting geurkaars, richting security blanket-gevoel.

Nu zou je verwachten dat Vanille de Zanzibar de laatste niet veel ontloopt. Toch wel dus. Komt door de klassieke oosterse opbouw. Eerst een zuchtje frisse zoetheid geleverd door mandarijn, dan een warme bloemencombi van jasmijn en heliotroop waarin de laatste de leiding neemt en door zijn ‘vanille-eigen’ geur naadloos aansluit bij de vanillebasis die rijk geschakeerd is dus. Dus geen vanille die als Botox de hele compositie gladtrekt en dichtplakt. Niets daarvan. Houtachtige noten in combinatie met tabak zorgen dat de gourmandnoten (honing, karamel) het niet winnen. En daarachter ligt nog een laagje van amber en musk als surprise. Resultaat: een gelaagde vanille.

BOUCHERON OUD (1)

De meest krachtige bijdrage wordt geleverd door Oud de Carthage. Kan niet anders – oud hè! Een naam die bij mij de fantasie prikkelt – ik zie Hannibal op zijn olifant de Alpen oversteken met in zijn bagage een elixer om de Romeinen te verrassen – got yah! Deze oud (niet de echte) zit eerst verborgen in lagen van zoetheid, rokerige pluimen en aardse genoegens.

Maar als de honing en tonkaboon zijn gesmolten en de wierook in lucht is opgegaan resteert een krachtige oud. Niet in zijn pure, overrompelende vorm maar eerder zacht (door leer) en aards-sensueel door een flinke injectie cistus labdanum. Langer op de huid lijken de zoetige noten terug te komen als een zachte poederwolk terwijl het oud op de achtergrond zijn houtachtige nuances blijft verspreiden.

Het is de bekend dat de iris via zijn gedroogde, gefermenteerde wortels zijn stoffige, poederige parfum verspreidt. In Iris de Syracuse zou je bijna denken dat het de bloemen zijn. De kenmerkende noot is er zeker alleen lijkt die beplakt met florale toetsen. De frisfruitige noot van mandarijn en peer ontgaan me een beetje omdat mijn neus meer is gefascineerd door de (zwarte) peper. Die versterkt op de een of andere manier de aardsheid van de iris. Interessant en verrassend. En die peper zorgt er tevens voor dat de witte musk niet afglijdt naar… witte musk. Geeft een stoere, masculiene verfijning.

BOUCHERON TUBEREUSEDe lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.

Originele toevoeging: passievrucht. Dompelt deze witte bloemeneuforie onder in een subtropische stemming zonder dat het plat, makkelijk en te girly wordt (denk aan de zonnige exotische uitstapjes van de Escada-geuren waarvan ik trouwens altijd de funfactor waardeer).

Eindindruk: ik moet mijn vooringenomenheid een beetje terugnemen door de onverwachte wending die sommige geuren nemen, met name in Iris de Syracuse, Tubéreuse de Madras en de opening van Néroli d’Ispahan. Ja, van een opening alleen al kan ik blij worden.

La Collection Boucheron kun je op één lijn stellen met L’Atelier de Givenchy en Yves Saint Laurents Le Vestiaire. En dat is waarschijnlijk ook de bedoeling want dezelfde doelgroep indachtig.

En dat de kwaliteit goed is wordt bewezen door het feit dat je deze geuren goed met elkaar kunt layeren. Hou het in dit geval simpel, beperk je tot twee in het begin. Mooie dingen zullen dan gebeuren. En dat brengt met tot de conclusie dat je de hele collectie eigenlijk in een keer moet kopen of geschonken moet krijgen.

I know, tikt aardig aan, maar dan kun je op zijn minst een jaar op ontdekkingsreis en ervaren hoe geuren op elkaar inwerken en wat ze met je doen. Kun je de steden die nog op je bucket list staan – Alexandrië, Chennai (Madras), Isfashan, Syracuse, Zanzibar – gewoon doorstrepen. Niet meer nodig. Moeder Natuur zal je dankbaar zijn.

BOUCHERON MOOD 2

ENDLESS NIGHT PLAYBOY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 26, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

ISO E SUPER 4 HIM, IETS MINDER 4 HER

NIGHTPROOF DUO

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 26/11/17

Neus: ‘wereldwijd bekende parfumeurs’

Koning Konijn is dood. 27 september jongstleden overleden. Ik dacht dat Hugh Hefner door zijn strenge Viagra-dieet eeuwig zou kunnen ronddolen op de ‘green, green pastures’ van zijn Playboy Mansion met konijntjes en kippetjes all around. Vraag me af of hij postuum nog een extra laag over zijn graf zal krijgen van #me too-aanklachten.

Ik heb hem altijd bewonderd. En niet alleen omdat hij ‘voor ons’ seks uit het preutse verdomhoekje heeft gehaald en het leuke excuus dat je zijn magazine alleen voor de diepzinnige interviews kocht. De spreads waren bijzaak. Zag je toevallig tijdens het snel doorbladeren op zoek naar… Maar ook omdat hij vond dat ‘cheeky’ plezier maken en feest vieren vooral een kwestie van smaak en etiquette is.

Het is zijn dochter Christy geweest die het Playboy-imperium heeft voorbereid op het digitale tijdperk en het bunny-logo op heel veel merchandise liet drukken – ik heb een zwarte boxershort en dobbelstenen. En ook op inmiddels meer dan 20 geuren die – jammer genoeg – in het middensegment vallen. Jammer, een exclusief Playboyparfum helemaal inhakend op het ‘vintage-leven’ van de jaren vijftig en zestig-versierder kan ik me ook als geloofwaardig product voorstellen.

HEFNER GROWNZijn ‘afscheidsgeuren’ heten Endless Night. Kun je wel ‘een soort van’ symboliek in zien. Iets anders: ook naam van het voor mij beste boek van Agatha Christie. En nu dwalen we helemaal even af. The Queen of Crime had haar Endless Night (gepubliceerd 1967) gebaseerd op William Blake’s Auguries of Innocence (Voorwendsels van Onschuld) uit 1863 en had zijn dochter deze strofe uit het gedicht met een beetje/heel veel fantasie tijdens zijn begrafenis kunnen voordragen (tenminste als je de titel positief interpreteert).

Every night and every morn,

Some to misery are born,

Every morn and every night,

Some are born to sweet delight.

Some are born to sweet delight,

Some are born to endless night.

Volgens Playboy Fragrances ‘ontstaan legenden niet in een dag, maar misschien wel in een nacht. En als de nacht eindeloos is zijn de mogelijkheden dat ook. Om iedere minuut volop te benutten introduceert Playboy een langhoudend, verleidelijk geurduo dat je de hele nacht vertrouwen geeft. Endless Night For Him en For Her’.

Geloof jij dit? ‘Endless Night is uitgetest en goedgekeurd door clubbers in de praktijk en bleek bestand tegen een hele nacht van feesten, inclusief dans, nachtelijke hitte en lichaamsbeweging. Zelfs als je op de dansvloer bezweet raakt houdt het parfum aan, helpt lichaamsgeur maskeren en geeft je zo de hele nacht lang volledig zelfvertrouwen’.

ENDLESS NIGHT MANWeet wel dat het geurduo ‘de superieure kwaliteiten van wereldwijd bekende parfumeurs combineert met de expertise van Coty – ‘s werelds nummer één in de parfumindustrie’. Stel je er je dit bij voor: ‘Vanaf de conceptontwikkeling werkten neuzen aan het combineren van langhoudende ingrediënten, met iedere stap de grenzen verleggend, maar zonder compromis aan de kwaliteit en sensualiteit’.

Parallel ontwikkelde Coty een exclusief gepatenteerd complex dat de geur op de huid nog langer vasthoudt’. Er zijn meer producenten die claimen een dergelijke methode te hebben ontwikkeld, alleen heb ík het beoogde effect nooit ervaren. Het is volgens mij puur een kwestie van concentratie en herhalen om ‘eindeloos’ van een geur te genieten. En: een vleugje zweet vinden heel veel mensen aantrekkelijk. En scheidt zweet ook niet feromonen af, want hoe ging het riedeltje ook al weer: bij partnerkeuze schijnt de ‘huideigen’ geur uiteindelijk van doorslaggevende betekenis te zijn.

WAT ENDLESS NIGHT IK EIGENLIJK?

Pas als Endless Night For Him lang op de huid zit neem je spoor van leer waar. Want vanaf de opening ruik je direct een van de meest gebruikte ingrediënten in mannen- en ook vrouwengeuren: Iso E Super. Een in 1973 door IFF ontdekt molecuul dat droog hout (cederhout, patchoeli, vetiver), harsen met grijze amber combineert en toch transparant en ‘neutraal’ overkomt.

ENDLESS NIGHT WOMAN

Zit dat eenmaal in je neus dan is het verdomde moeilijk eerst citroen, saffraan, kardemom waar te nemen, vervolgens nachtbloeiende jasmijn en viooltjesblad. Nog een keer: en ja hoor, een frisse wave bereikt via de neus de hersenen en ‘vertalen dit’ als fris, groen en knapperig. Maar hoe ik ook snuif het beloofde effect van de jasmijn – ‘verfijnde en verslavende sensualiteit’ en saffraan wordt mij niet gegund.

In Endless Night For Her speelt Iso E Super ook een rol, zij het bescheidener, maar toch. De crowdpleaser wordt hier opgevoerd als een mix van patchoeli en sandelhout aangevuld met een flinke dosis poederige musk. Maar eerst: een fruitig-vrolijke twist van roze peper en bloedsinaasappel gecombineerd met een rosé champagne-akkoord.

‘Komt echt binnen’ zoals dat heet, maar is bijna even snel weer ‘echt buiten’. En dan begint de musk direct al een beetje te spelen, kapselt het bloemige hart (roos en oranjebloesem) als het ware in en schiet snel door naar de basis. Het effect: minder vrouwelijk dan verwacht. Het hart wordt bijna overgeslagen zo lijkt het wel. En in Endless Night For Her ontgaat mij ‘het geheime wapen in het spel van verleiding’: davana.

Eindoordeel: eigenlijk geen. Zal wel. De – ga ik vanuit – jonge kopers stellen in ieder geval geen hoge eisen, hebben nog geen eigen mening over geuren, willen gewoon beschaafd-aangenaam ruiken en hebben de ‘ck one’s’ en ‘1 millions’ van de ketenparfumerie nog niet ontdekt.

HEFNER OLD

SUBTILE & CAPTIVE BRÉCOURT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 8, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET C, GEURENALFABET S, NICHE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

ELEGANTE, TOEGANKELIJKE NICHE

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 08/11/17

Neus: Emilie Bouge

DNEaPS2X4AIo1qcIk ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.

Ik heb het al eerder geschreven en doe het weer: Brécourt is voor mij een van die huizen waarmee je bezoekers van de ketenparfumerie makkelijk(er) kunt overhalen over te stappen naar niche. De redenen nog een keer op een rij. Zijn er eigenlijk maar twee. Een: de uitstraling. Een mooie fusie tussen ‘anno nu’ en het verleden door de art deco-uitstraling. Twee: de composities. Die zijn goed zonder te vervallen in extremiteit en aanstellerij.

Hoewel enkele geuren van het huis voor mij niet voldoen aan niche (zie mijn ander besprekingen van Brécourt; deze maken de overstap nóg makkelijker) is daar bij deze nouveautés geen sprake van. Nou vooruit nog een reden: de prijs staat in verhouding tot het gebodene – dus niet duur. Namen van dit duo: cliché maar duidelijk en ‘iets’ wat klanten op zoek naar een nichegeur graag willen horen – de namen tickelen your fancy. Ook handig in dit geval: geen ellenlange uitweidingen over het hoe en waarom (captive betekent gevangene). Dus we schakelen direct door naar:

WAT SUBTILE & CAPTIVE IK EIGENLIJK?

CENTIFOLIAROOSInteressant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.

Opvallend: het persbericht meldt met een * dat Subtile ‘natuurlijke essentiële olie van roos bevat’. Betekent dat de rest synthetisch is? Zou toch verdomde knap omdat de compositie zo natuurlijk aandoet. Zoals de flits van Siciliaanse bergamot – energiek, fris die de roos als het ware wakker kust. Er wordt ook melding gemaakt van ‘blaadjes van klaproos’ maar die verspreiden geen noemenswaardige geur. Van de gebruikte centifolie-roos (foto) ruik je goed vooral goed de fruitige toets, dat komt waarschijnlijk door moerbei maar die kan ik geurtechnisch niet goed plaatsen. Wel met een met mooi effect: tot confiture gekookt rijp rood fruit zonder plakkerig en synthetisch te worden. Elegant hoe alles in de basis samenkomt, je ‘voelt’ de roos uitrusten op een aangenaam bedje van vochtig patchoeli, warm en smeuïg amber met op de achtergrond een niet hinderlijke notie van witte musk.

Captive bewandelt heel slim het pad van de gourmandgeuren. Ook hier een asterik. Nu: ‘Bevat natuurlijke essentiële olie van neroli (foto)’… dat is heel mooi, alleen ruik je die in eerste instantie niet. Althans ik niet. De reden: je reukzin verdwaalt in een… (ah nu ruik ik’m gecombineerd met wat druppels jasmijn zo lijkt het: effect witte bloemenweelde met zonnig-warm effect) gourmandsensatie dus die doet denken aan een koekje, een madeleine (geen Proust-associatie hebben), want geleverd door heliotroop en amandel.

ERIK ZWAGA GEURENGOEROE NEROLI

Of beter gezegd: amandelpoeder het fijnst vermalen denkbaar. Raar toch dat je direct een Angel-associatie hebt terwijl bij Captive ‘officieel’ geen sprake is van gourmand. Ook mooi om te ruiken hier: heliotroop dat ruikt naar vanille zonder de zoete volheid ervan. Beschaafder zou je kunnen zeggen.

Elegant is ook de afwerking, want de geur wordt uitgeleide gedaan door een subtiele ‘bewierookte’ leernoot (ondersteund door patchoeli). Brécourt vindt het zelf een parfum die je moet aanbrengen ‘op die plaatsen waar je wilt gekust worden’. Cliché, want geldt dat niet voor elk parfum als je dat wilt?

Nog twee omschrijvingen van Brécourt: ‘Weelderig en mysterieus’. Het eerste: zeker, het tweede: nee, gezien de gourmandlink. Ook mooi om te ruiken – langer op de huid komt de neroli weer naar boven, schittert in alle zonnigheid waardoor het gourmand-effect weer minder wordt. Ik zou het bijna een circulair parfum willen noemen, want de ingrediënten komen als in een karousel constant voorbij.

Ik overweeg Captive aan een van mijn zussen voor te stellen, een door dik en dunne trouwe Chanel N°5-fan (meer door gemak dan daadwerkelijk interesse in iets anders). Vraag haar dan ook wat de geur met haar doet. Ik ben benieuwd, haar impressie (en de gevolgen daarvan) zal ik op deze blog delen. Ik kon nog geen foto’s vinden van de flacons, ik weet ook niet meer wanneer ze precies verschijnen. In ieder geval voor de het avondje van Sinterklaas is gekomen dunkt me.

DSC00247

LE GRAND MUSÉE DU PARFUM

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 5, 2017
Geplaatst in: ACHTERGROND, TRENDANALYSE, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 1 reactie

PARIS… JE VAIS DÉTESTER PRESQUE LE PARFUM

HET IDEALE PARFUMMUSEUM MOET EIGENLIJK REUK- EN GEURVRIJ ZIJN

Ik was een paar dagen in Parijs met een collega/vriend/coördinator en dit keer waren alle afspraken parfumgerelateerd. Op het hoofdmenu stond (Maison) Francis Kurkdjian. Zit zo: hij is een vriend/collega van me (ontmoet in 2002 toen hij naar Amsterdam kwam om ‘zijn’ Mania for Men van Giorgio Armani toe te lichten) die we ‘moesten’ interviewen voor een Engelstalige learning magazine/glossy die ik sinds een paar jaar aanstuur voor Coty New York voor parfumeriepersoneel van de vijf grootste ketens in de VS.

LOUIS VUITTON

En aangezien Coty sinds kort Burberry van Beauty Prestige International heeft overgenomen én aangezien Francis verantwoordelijk is voor de laatste Burberry’s (My Burberry, Mr Burberry, My Burberry Blush) én ook tekende voor de nichelijn – Burberry Bespoke – van het luxe label, leek een lange interviewsessie en ‘a day in the life of a nose’ gecombineerd met een lunch, een diner, een wandeling door Parijs, een bezoek aan zijn winkel én een fotoshoot op straat en op zijn kantoor niet meer dan gewoon. Waarover later meer.

Verder op het programma: bezoek aan de grote warenhuizen en het zien en ruiken van nieuwe concepten. Waarover later meer. Nou vooruit één detail: de nieuwe Serge Lutens – Jezus, wat is zijn nichelijn allemachtigabsurdpokkeduur! – heet Dent du Lait. Vertaald: melktand. Het geeft voor mij perfect de huidige staat van nicheparfumland weer: doorgeschoten, decadent en het elkaar overtoepen in ‘aparte invalshoeken’. ‘Mais, écoute Erique, het petite bébéétje uit Lutens’ campagne is zo skattig, si drole’. Zal wel. Even goed kijken, en dan zie je dat het niet zo is, kun je het zelfs als neo-koloniale styling typeren. Nog een keer kijken.

PARFUMMUSEUM ENTREEPlus: een ravissante ontmoeting met de conservator van de Osmothèque in Versailles. Ook later. Nu: een impressie van het vorig jaar geopende Le Grand Musée du Parfum gevestigd in de voormalige couturesalon van Christian Lacroix – 73 Rue du Faubourg Saint Honoré. In vergelijk met de überdrukke en het über-über-aanbod van Galeries Lafayette en Printemps bijna een verademing. Want daar werd ik bijna onpasselijk en depressief van de parfumafdeling en de manier waarop al dit moois wordt gepresenteerd: te protserig, te blingbling, te massaal. De weg ernaar toe was al niet prettig, niet amusant. Want de luxemerken overschreeuwen en -schaduwen elkaar steeds meer in het eerste arrondissement met hun ‘fysieke’ aanwezigheid (winkels) en visuele aandachttrekkerij op billboards, enorme reclamedoeken (waarachter gewerkt wordt aan nieuwe winkels van de grote merken) en kleinere ‘uitingen’.

Zoals nu: Hermès, Louis Vuitton, Guerlain en Chanel strooien rond met, eigenen zich allerlei algemene bekende Franse symbolen en ‘jaartallen’ toe waardoor het lijkt alsof zij de echte geschiedenis hebben geschreven in plaats van er een klein onderdeel van te zijn. Neem de symboliek van de Zonnekoning Lodewijk XIV die voor het gemak met zijn Versaillespaleis vaak als het summum van Franse stijl en verfijning wordt gezien. ‘Zijn’ gezicht (de zon) met gouden stralen werd eerst door Guerlain en nu door Louis Vuitton als ‘kenteken’ gebruikt. En hoe! De voor- en zijkant van de winkel op de hoek van Place Vendôme/Faubourg Saint Honoré (naast een Guerlainboetiek) wordt er mee gesierd. Mooi? Ja en nee. Want is deze chique interpretatie van visuele wandvervuiling nu echt nodig? Het is gewoon té present. Je zou bijna denken dat het een museum betreft gezien tien uur ‘s ochtends al mensen in de rij staan om binnen te ‘mogen’. Terzijde: heft de gemeente Parijs eigenlijk precariobelasting?

PARFUMMUSEUM OBJECTBij het parfummuseum liepen we gewoon naar binnen (€ 14,00 entrée). Ik had al wat recensies en impressies voorbij zien komen, maar die waren in het kader van de citypromotion en lifestylenieuws alleen maar – vanzelfsprekend – positief. Net officieel geopend waren er nu toch al fouten te zien. Buiten: rafelend stucwerk, gebroken stenen plinten, door overbelasting doorgezakte vloerrasters.

Ik was ambigu – when in Paris, do as the Parisians do, parle français – gestemd. Van de ene kant hoop je op een musée dat aan alle eisen voldoet. Dus een evenwichtige combinatie van kennisspreiding, entertainment, artisticiteit en ‘alsutffkan’ verwondering, merveille. Van de andere kant ook weer niet: heb ik niets meer om over te klagen en zou zo gedwongen zijn mijn neus aan de wilgen te hangen. Wat trof ik het: zoveel om vraagtekens bij te zetten. Ja, de eerste indruk is of zal voor velen indrukwekkend zijn – ‘grand’. Je kunt zien: het heeft wat gekost.

PARFUMMUSEUM OBJECT 2Alleen: zoveel ruimte en dan alles zo onlogisch en petit ingedeeld. Tegenwoordig moet alles interactief zijn, moet je dutch design ogend zijn, moet er iets met kunst gedaan worden, moet je gagdet-achtige installaties hebben. Is er allemaal, alleen de meeste werkten niet, zijn al beschadigd. Uitvergrote ‘Pierre Cardin’-seventiesbloemen die aroma’s verspreiden die je moet raden. Ja, ontzettend leuk voor de kinderen – petites et grandes! Maar dat kennen we nu wel. De geschiedenis van het parfum verspreid over een aantal her en der verspreide borden is chronologisch en dus saai. Waarom per zaal niet voor één thema gekozen. Ruimte genoeg, die op de begane grond grotendeels wordt opgeëist – afgezien van een zaal met een slaapverwekkende jaren tachtig presentatie van moderne parfumsuccessen – door een enorme winkel waaruit het aanbod totaal geen idee/concept/gedachte valt op te maken en die niet echt verschilt van Lafayette en Printemps.

PARFUMMUSEUM WINKELMet dit verschil: het is er minder hectisch, minder per merk streng afgebakend en je wordt niet lastiggevallen door rond spuitend verkooppersoneel. Op weg naar de tweede etage via de trap waar aan de muur vitrines hangen met steeds hetzelfde saaie flesje met de naam van het museum erop. Hoe leuk is dat: elke vitrine vintage fashionable aangekleed met klassiekers en opvallende nieuwkomers. Ik bedoel: als er één industrie is die echt alles uit de kast haalt om zijn waar zo gunstig mogelijk te belichten – Dior huurt zelfs als het moet de Spiegelzaal van Versailles – dan is het de parfumindustrie. Zoveel moois in de archieven waarvan je dus nauwelijks iets te zien krijgt.

De tweede verdieping is dus gevuld met arty-farty installaties. Eén toont video’s van een ontploffend klassiek bloemenboeket (moet gezegd: mooi gedaan) alleen ben ik niet achter de bedoeling gekomen. In een andere kamer een moderne variatie op het parfumorgel: een laserlicht die in het donker de ingrediënten aanwijst. Alleen waarom deze interessantdoenerij? Voegt niets toe, duidt de wereld achter het parfum niet.

Dan nog twee kamers met kunstwerken verdeeld over vier tafels geïnspireerd op ingrediënten met – toen ik er was – op de achtergrond ondertitelde video’s met de neuzen Jean Claude Ellena en Patricia de Nicolai. Alleen onduidelijk in welk kader ze aan het woord waren. Op dezelfde verdieping nog een gesloten parfumbar voor intieme happenings I suppose. En nog een kamer met nog iets dat ik inmiddels ben vergeten door de groeiende desinteresse. Voor ik het wist liep ik ongehinderd door naar de niet gebruikte derde verdieping. Helemaal leeg met hier en daar wat rommel, een verdwaalde stoel, een vergeten tafel  – symbolisch voor de hele invulling van het museum.

PARFUMMUSEUM LASER

Ik ben natuurlijk geen gemiddelde bezoeker – die komen vast en zeker en masse, en zullen surement heel blij zijn – herkenning, bevestiging. Maar wat parfum nog meer vermag, wat het met je kan doen, ofwel de psychologie van geur. Zoals de bewuste en onbewuste wel of niet bewust aangestuurde invloed ervan op ons. Niets daarvan. Ook geen aandacht voor de impact die de productie van natuurlijke ingrediënten op de aarde heeft (verplichte kost in het huidige tijdsgewricht zou je denken) en op de verbouwers (‘respect, sustain, we care’), de voor- en nadelen van synthetische ingrediënten. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd raak: een parfummuseum zou eigenlijk geurvrij moeten zijn.

PARFUMMUSEUM HALJe zult begrijpen dat ik hierna geen zin meer had in de bijna intimiderende Dior-expositie ‘iets’ verderop in het Musée des Arts Décoratifs. Twee keer op een dag het gevoel te krijgen dat je niet als (meer dan gemiddelde) liefhebber maar puur als paying consument (‘Nog even een geurtje in de winkel kopen als herinnering hoor’) wordt benaderd – nee dank u.

Parfum heeft al lang zijn onschuldige charme verloren, I know, niet erg. Maar zo platterdeplatplat als het nu is ontneemt je wel de lol. Het eerste arrondissement van Parijs is verworden tot een grote openlucht luxe shoppingmal met kunst, cultuur en geschiedenis als excuus, ter decoratie. En dan durven de merken het ook nog over storytelling te hebben. Hoeveel uit de marketingkoker getrokken ‘nepverhalen’ kun je als consument nog aan? Dior voegde onlangs aan La Collection Privée-lijn, vier, vijf, zes, weetikhoeveel nieuwe creaties toe. Wat zou toch de rode draad in deze bijzondere ‘narratieven’ zijn? Toch niet…

PARFUMMUSEUM WERKT NIET

 

 

TIFFANY&CO.

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 28, 2017
Geplaatst in: GEURENALFABET T. Een reactie plaatsen

GOLIGHTLY!

HET VERSCHIL TUSSEN EEN JUWEEL EN EEN GEUR

Jaar van lancering: 2017

Laatst aangepast: 28/10/17

Neus: Daniela Andrier

Flirten mag niet meer. Fluiten mag niet meer. ‘Fragrancen’ binnenkort ook niet meer, dat je zegt ‘mmm wat ruik je lekker!’ Voor je het weet word je uitgespuugd, weggemept, naar de schandpaal geleid terwijl je alleen maar oprecht complimenteus wou zijn. Laatste werd onlangs uitbundig gedaan tijdens de presentatie van de nieuwe geur van Tiffany’s & Co. De juwelier had voor de gelegenheid naast de pers een trits BN-ers/influencers geïnviteerd. En die zongen allemaal na het ruiken van de geur unisono in koor: ‘Mmmm, wat lekker!’ en variaties op dit thema.

Ze moeten wel, is een van de onderdelen van hun verdienmodel. Jammer dat je níet hoort, waaróm ze de geur lekker vonden. Was toch fijn geweest als een van deze wandelende reclameborden ter plekke dat treffend onder woorden had gebracht. Of later op haar/zijn eigen social media-platform had ‘onthuld’ dat de geur eigenlijk een beetje of heel veel tegenviel – ‘#sorryTifannybutloveU4ever!’ – maar dan goed onderbouwd door research en bijvoorbeeld het persbericht te hebben doorgenomen. Want laatste roept een aantal vragen op. Althans bij mij.

Vooropgesteld: de naamsbekendheid van Tiffany & Co is wereldwijd mega en volgens mij vooral gestoeld op de verfilming (1961) van Truman Capote’s novelle Breakfast at Tiffany’s (1958) met Audrey Hepburn in de rol van Holly Golightly.

Of iedereen hiervan op de hoogte is en ook van de boeiende geschiedenis van – aldus het persbericht – de beroemdste juwelier Amerika blijft natuurlijk de vraag. En beroemdste? Harry Winston en Graff denken daar trouwens anders over afgaande op ‘jewellers specialised sites’.

Anyway, de narratief – zoals dat tegenwoordig zo hip-interessant heet – van Tiffany’s & Co is inderdaad indrukwekkend en een verfilming waardig. Wat me alleen stoort en waar zoveel (vaak zelfbenoemde) luxemerken last van hebben: het constant rondstrooien van adjectieven en superlatieven die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Hoe meer je het benoemt, des te ongeloofwaardiger het wordt. Als je niet oppast gebruik je zonder het in de gaten te hebben dezelfde beperkte woordenschat van Tellsell-programma’s. Tiffany’s & Co staat dus voor: ‘onbetwiste stijl’, ‘superieure kwaliteit’, ‘innovatief’, ‘traditie van excellence’, ‘wereldberoemd’, ‘kostbaar’, ‘meest iconisch’, ‘uniek’, ‘gedistingeerd’.

TIFFANY 1

En of Steven Meisel (anno 1954) blij is met de omschrijving ‘legendarische fotograaf’ kun je afvragen. Dit lovende adjectief wordt meestal toegepast op personen/‘producten’ die of heel oud of niet meer onder ons zijn. Foutje ook: ‘Charles Lewis Tiffany’s passie voor diamanten bracht hem tot de aankoop van de Tiffany Diamond, een zeldzame en briljante gele diamant’. Tenminste, ik kan me niet indenken dat deze in 1877 ontdekte steen van 128.54 karaat vóór de aankoop van Charles Lewis al Tiffany genoemd werd.

Het voor mij ‘nieuwste’ nieuws staat onderaan het persbericht: het beroemde Tiffany Blue is geïnspireerd op de kleur van de eierschaal van het roodborstje.

Een mooi klein, poëtisch detail dat ook veel van de juwelen (vintage & new) kenmerkt. Zoals ook de inspiratie voor de geur: iris. ‘Gaat terug naar de vroegste schetsen in het Tiffany-archief en is innig vervlochten met het dna van het huis: een irisbroche gezet met demantoïde granaatbloesem en Montana saffieren waarmee Tiffany de Grote Prijs won op de Wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs. Jammer dat je dat niet terugziet in de flacon en niet ‘terugruikt’ want…

WAT TIFFANY’S & CO. IK EIGENLIJK?

Tiffany_and_Company_-_Iris_Corsage (1)… het is een geur waarmee de wel heel erg jonge consument op haar wenken bediend wordt. Easy going, mainstream en van alle trendy smaken ‘een beetje wat’ is deze als ‘sprankelende florale musk’ omschreven geur. Tiffany’s & Co. mag dan ‘een contemporaine visie op de meest kostbare ingrediënten van de traditionele haute parfumerie’ zijn. Ik ervaar dat niet.

De geur opent met bruisende topnoten van mandarijnblad. En dat is in ieder geval groenig-fris met op de achtergrond een associatie met, een hint van zoet rood fruit.

Dan komt het: ‘In het hart speelt de kostbare irisbloem de hoofdrol. Na in Frankrijk in juli en augustus te zijn geoogst, wordt de irisboter verkregen door een unieke extractie door hydro-distillatie, exclusief voor de Tiffany-geur, die zorgt voor een pure, heldere, sensuele en langdurende volheid tot de laatste noot’. Hydro-distillatie is niet uniek en dus niet exclusief – het wordt al heel lang toegepast in de parfumindustrie. En het is niet de bloem maar de wortel.

En ik heb iris op deze manier al vaker geroken – het aantal ‘solifleur’-irisgeuren in de nichebranche is enorm. En die ruiken zoals irisboter hoort te ruiken. Of smeuïg (Iris Hermès) of poederig (L’Heure Exquise Annick Goutal), of koel (Irish Silver Mist Serge Lutens) of zonnig-warm (La Pausa Chanel). Om er een paar en de verscheidenheid van iris te noemen.

De ‘boodschapper van de goden’ in Tiffany & Co is verpakt in laagjes musk – want deze iris ruikt heel zacht, poederig, clean met een vleugje hout (patchoeli ontdaan van zijn kamfernoot) en behoudt in de basis ook een zekere vorm van frisheid.

Vreemd hoor dat Daniela Andrier de iris zo eendimensionaal presenteert. Want afgaande op de bovengenoemde broche (zie foto: ik kan niet met zekerheid zeggen of het de winnende broche is, maar is in ieder geval door Tiffany & Co. vervaardigd) had ik meer verfijning, diepte en eigengereidheid verwacht.

TIFFANY 3

Nog vreemder: Andrier tekende in 2007 voor Infusion d’Iris van Prada, de geur die als het ware ‘iris-niche’ bij het grote publiek introduceerde. En dat terwijl ik Tiffany’s & Co hoger inschaal op de lijst van ‘meest exclusieve luxe merken’. Tiffany’s & Co is voor mij een zomerversie van Infusion d’Iris.

Hiermee wordt maar weer eens bewezen dat geuren in de ketenparfumerie het afgelopen decennium nog transparanter, nog ‘eenvoudiger om te dragen’, nog frisser, nog fruitiger, nog ‘muskier’ zijn geworden en daardoor inwisselbaar en minder memorabel.

Tiffany’s & Co. neemt zijn terugkeer in de parfumerie te serieus, verdrinkt in zijn eigen ambities terwijl subtiele humor (wil zeggen verwijzen naar in ‘luxe kringen van goede smaak’ geliefde verhalen en anekdotes) toch ook een van de onderscheidende kenmerken van high end-merken zijn.

En dat het geen naam voor zijn geur weet te vinden, ook zoiets! Ik weet het in ieder geval wel: ‘Tiffany & Co. presents Golightly!’. Audrey Hepburn past met haar tiny, très petite maten ‘zo goed als’ in de doelgroep-leeftijdsmal. Toen zij als Golightly voor de etalage van Tiffany & Co in New York stond was ze 31. Of is dat nu eigenlijk alweer te oud?

TIFFANY 2

 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • THE SWAN BOTANICEA 
    • ISOLA VERDE ROJA LONDON
    • NUDO MORPH
    • LUCI ED OMBRE MASQUE MILANO
    • Ô DE LANCÔME 
    • LAURETTA DANNY SUPRIME
    • BALENCIAGA 2025
    • CLUBS OF IRIS RÊVERIE RÉGALIEN 
    • EIGEN GEUR(EN) EERST?
    • COMÈTE CHANEL
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....