GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

1876 HISTOIRES DE PARFUMS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, NICHE. Getagd: histoires de parfums. Een reactie plaatsen

OOG VAN DE DAGERAAD

Jaar van lancering: 2001

Laatst aangepast: 05/09/12

Neus: Gérard Ghislain

Schilderij: Isaac Israëls

Wil ik beginnen met Rosam (2011) uit Edition Rare van Histoires de Parfums, kom ik er achter dat ik vergeten ben ‘haar’ te beschrijven van dit parfumhuis. Stom en zo níet ‘Ik hou van Holland’! Want ze is de enige successtory van een Nederlandse vrouw van voor de Tweede Wereldoorlog, met een glamour en mystiek die behoorlijk grensoverschrijvend was – Carice van Houten eat your heart out (hoewel zij ‘haar’ goed zou kunnen spelen). Ze werd door Gérald Ghislain al in 2001 met een parfum vereerd: Mati Hari.

Artiestennaam van de in Leeuwarden in 1876 (geboortejaren van beroemdheden vormen in eerste instantie de inspiratiebron voor Histoires de Parfums) en in 1917 wegens hoogverraad door Frankrijk gefusilleerde Margaretha Geertruida Zelle in Vincennes (bij Parijs). Haar exotische en voornamelijk in het buitenland geleefde leven was kort maar krachtig. Tijdens haar pechhuwelijk met een welgestelde alcoholicus met ‘veelwijverij’ als hobby, ontdekte ze in Indonesië  (waar hij als kapitein werkte) de rijke cultuur van het eilandenrijk en werd lid van een lokale dansgroep. In 1879 noemde ze zich voor het eerst Mata Hari – Maleis voor Oog van de dageraad (‘bij ons’ ook wel bekend als de zon).

1889: overlijden van haar zoon Norman-John. 1902 terug naar Nederland. 1907 voltrekking van de scheiding van Rudolph MacLeod. Ondertussen zat ze al in Parijs waar ze als Mata Hari in 1905 voor het eerst optrad in Musée Guimet met haar ‘oriëntaalse dansen’ gelardeerd met erotiek. Het Nabije en Verre Oosten was toen helemaal en vogue. ‘Anders’ dansen ook; Isadora Duncan was tegelijkertijd in Parijs een enorme hit bij de artistieke incrowd. Mata Hari had zo’n succes dat ze weldra ook optrad in Wenen, Monaco, Madrid en zelfs de Scala van Milaan. En ondertussen was ze ook zeer geliefd als courtisane en dubbelspionne – zowel voor de Duitsers als Fransen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

En wat blijkt? De bitch, sorry, de entertainster bleek het laatste ook echt te zijn. Iets wat lang in twijfel werd getrokken door fans en historici. Wil zeggen: haar doodvonnis werd in de pers heftig bekritiseerd, en gecombineerd met haar komeetachtige leven de reden dat ze na haar dood niet is vergeten. Ze werd een legende, ze werd ‘verboekt’, ze werd verfilmd, ze werd ‘vermusicalt’. Interessant: volgens de biografie van Pat Shipmans met de zeer toepasselijke titel Femme Fatale was Mata Hari nooit een dubbelspion, maar is ze als zondebok gebruikt door de Franse militaire overheid om het falen van het commando aan het front te maskeren. Hoe het werkelijk is geweest, zal blijken in 2017, dan wordt honderd jaar naar haar overlijden het gerechtsdossier geopenbaard.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Maar hoe vat je iemand samen in een geur die volgens de fans een symbool was – gelijk Rosine Bernardt, beter bekend als Sarah Bernardt – van het oude Europa, het schitterende belle epoque waar met de Eerste Wereldoorlog abrupt een einde aan kwam. Maar die volgens haar ‘haters’ niet meer was dan een welgestelde artistieke prostituee, gelijk Alphonsine Duplessis beter bekend als La Dame aux Camélias.

Ik geloof dat in 1876 beide samenvloeien. In die zin dat de geur ‘theatraal’, barok én sensueel is. Neem daarbij het feit dat de geur – in ieder geval bij mij – veel losmaakt. Zo opent 1876 voor mij met een exotisch fruit met een sterk likeurakkoord. Het wordt opgeroepen met bergamot, veel sinaasappel en lychee (en meer volgens mij, moet ook aan een rijpe pruimsensatie denken). In het hart weet je niet of je nu een klassieke chypre ontmoet (de bergamot in de opening doet het vermoeden).

Een typisch chypreboeket is het wel: een zeer zoete roos, iris en natuurlijk anjer (foto). Ofwel een mix van zoete, poederige en kruidige bloemigheid. Die anjer gaat trouwens goed zijn gekruide weg naar de basis, onderweg bijna omvergelopen door komijn, kruidnagel en kaneel – de Indonesië-link? Die basis kent geen eikenmos. Dus geen klassieke chypre, wel een neo-chypre volgens mij door vetiver en (veel) vanille die een zeer elegante oosterse dans uitvoeren met sandel- en guaiachout en musk.

Goed geslaagd, goed gelaagd. 1876 ademt in zijn toaal behoorlijk femme fatalerig. Doet denk aan vooroorlogse parfumpret van rokerige chypres, maar dan voorzien van een gezoet laklaagje zonder dat het te fruitig en te zoet wordt. Een nadeel van heel veel neo-chypres. Leuk en prettig: alle geuren van Histoires de Parfum zijn nu ook verkrijgbaar in 60 ml-formaat, hiervoor werd de 120 ml-flacon precies op de helft doorgesneden. Met grappig effect.

RUIK & VERGELIJK

En toch doet door de sinaasappel-roos-anjer-kruiden de geur ook sterk denken, zij het minder overweldigend, aan deze overweldigende femme fatale-geuren:

Yves Saint Laurent Opium (1977)

Estée Lauder Cinnabar (1978)

En:

Prada – The Exclusive Collection – N°4 Oeillet (2003)

LA VIE EST BELLE LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 3, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Getagd: cacharel, lancome, olivier polge. Een reactie plaatsen

‘EEN NIEUWE MANIER VAN LANCOME ZEGGEN’

‘EEN UNIVERSELE VERKLARING VAN HET RECHT OP GELUK IN EEN GEUR’

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 03-09-12

Neus: Anne Flipo, Olivier Polge, Dominique Ropion

Model: Julia – too good to be true – Roberts

Flaconontwerp: Georges Delhomme

Regisseur: Tarsem Singh

En de eerste prijs voor het qua formaat en inhoud grootste persbericht gaat dit jaar naar de nieuwe Grote Geur van Lancôme: La vie est belle… Nummer twee: Catch me… van Cacharel. Nummer drie: Giorgio’s Acqua di Giò pour Homme Le Parfum. Eervolle vermelding: Coco Noir van Chanel. Er wordt in ‘een universele verklaring van het recht op geluk in geur’ zoveel gezegd, zoveel beweerd. En dan moet het uitleggen van de geur, de flacon, de ambassadrice en ‘the making of’ nog beginnen. Als je dit allemaal als klant moet aanhoren, of als personeel moet vertellen, dan kun je beter een stoel en self survival-pakketje meenemen.

Niet dat er geen interessante observaties worden gedaan over de wensen en verlangens van de vrouw van nu. Waarover later meer. Alleen: Lancôme heeft dit prestigieuze parcours wel vaker uitgezet ter introductie van een nieuw parfum dat, kort door de bocht, een nieuw begin in de wereld van het parfum inluidde, maar twee seizoenen later het al blijkbaar niet echt wist waar te maken. Wie herinnert zich nog de Grote Woorden van de Grote Geuren Hypnôse (2005) en Magnifique (2008)? Maar goed dat het cosmeticahuis Trésor (1990) in reserve heeft.

Ik ben erg benieuwd of alle inspanningen zijn vruchten zullen afwerpen. Opvallende hoogtepunten uit de verantwoording. Hoofdstuk een: ‘Lancôme heeft altijd een diepe, oprechte, respectvolle en positieve relatie met vrouwen die ontwikkeling stimuleert; een uniek verbond in een wereld waar uitbuiting en macht de norm zijn. Ver van alle overdaad en wetten van de afgelopen drie decennia, omhelst Lancôme – meer dan ooit – het less but better-principe. Ofwel, de zachte kracht van schoonheid die de zintuigen niet aanvalt’.

Hoofdstuk twee: geheel conform de tijdsgeest is La vie est belle ook een ‘triomf over bezit en uiterlijk vertoon’. Met andere woorden: terug naar de basis. Wat telt: ‘Een zoektocht naar betekenis. Iemands eigen mening. Een nieuw tijdperk gekarakteriseerd door afwijzing van een wereld die goud geplateerd of gedefinieerd is door strikte principes’. Dit is mooi verwoord: ‘La vie est belle is een zoektocht van zelfbewuste vrouwen die zekerheid hebben gewonnen door twijfel te accepteren, die weten wat zij willen en zich middelen toestaan het te vinden. Zij zijn bereid zichzelf in twijfel te trekken, die dit niet als een zwakte zien maar als hoop en avontuur. Vrouwen die weten aan welke zijde zij staan; niet aan die van onhaalbare ideeën en beloftes, maar aan die van jarenlang opgebouwde ervaring. Vrouwen die voor ‘minder’ gaan, mits dit hand in hand met ‘beter’ gaat’, hun leven verrijkend met een rustgevende ‘langzame’ kwaliteit.

Hoofdstuk drie: een schets van ‘de ontwikkelende vrouwelijkheid’ sinds een halve eeuw. Wat concludeert Lancôme? De vrouwelijke identiteit is getransformeerd. Sleutelfiguren: ‘Vrouwen zelf, opzienbarend grensverleggend, decennium na decennium, zoekend naar gelijkheid. Een nieuw tijdperk breekt aan van persoonlijke voldoening, zelfbesef. In één woord, geluk’. De eerste aanzet werd gegeven tijdens het tijdperk van emancipatie en feminisme in de jaren zeventig: ‘Huisvrouwen bevrijdden zich van beklemmende sociale gewoonten. Gekleed in mannenbroeken of gebloemde tunieken in rock- of hippiestijl, revolutioneerden zij sociale codes en maakten zelf keuzes én een sensationele entree in een lang verboden paradijs’. Daarna: ‘op zoek naar macht’ in de jaren tachtig. ‘In hun reis naar gelijkheid was het einddoel meer invloed, dagelijkse invloed. Iron ladies en working girls stonden onbevreesd aan het roer om verantwoordelijkheden op zich te nemen. Deze nieuwe Amazones op oorlogspad met XXL-schoudervullingen, oversized sieraden en heel hooggehakt werden vereeuwigd door Helmut Newton’.

Daarna volgde een periode van ‘minimalisme als wijze van identiteit’. De jaren negentig was een zoektocht naar een identiteit in een context van verloren referentiepunten (grenzen tussen mannen en vrouwen vervaagden), uitmondend in de esthetiek van androgynie. Allure verdween, lijnen werden verstoord, onderscheidende stijlcodes verdwenen, gevolgd door een generatie gedefinieerd door individualisme. Kleuren vervaagden, werden zelfs uitgewist, zwart en wit resterend. Vrouwen herontdekten zichzelf in een super skinny-vorm, gemotiveerd door het kanon van minimalisme: less is more’.

Hoofdstuk vier. Bleek achteraf gezien een beetje boring en onduidelijk, dus werd het opgevolgd door ‘de triomf van materialisme’ in het nieuwe millennium. ‘Moe van niets, herontdekken vrouwen de smaak van alles. Tegen een achtergrond van uitgesproken individualisme hullen ze zich in goud en logo’s. Alles om op te vallen, om te benadrukken dat ze een som van hun bezittingen zijn geworden. Een tijdperk van bevliegingen, van opstapelen en consumeren om acute wensen te bevredigen. Het moeten hebben… vrouwen werden schaamteloos gedreven door consumptie. Met welzijn en triomf werd opzichtig gepronkt, elke triomf werd voor het publieke oog, met een goedkeurende blik, gevierd. Dit waren de nieuwe sin qua non-voorwaarden voor het plezier van een vrouw’.

Hoofdstuk vijf. En toen eindelijk, we zijn er bijna: de dageraad van een nieuw tijdperk vanaf 2010. Om dit te onderstrepen haalt Lancôme Julian Barnes’ roman The Sense of an Ending (waarmee hij The Booker Prize won) aan: ‘Een keerpunt stond ons te wachten sinds vrouwen – het maakte hen niet uit hoeveel zij al hadden – simpelweg doorgingen met hun zoektocht naar meer. Zij hadden elke rol gespeeld: echtgenote, moeder, ontwerper, directeur, geliefde… Zij hadden onvoorstelbare hoogtes bereikt. Toch begonnen zij geleidelijk in te zien dat het geluk misschien niet daar was waar zij het hadden hopen te vinden. Zij hadden geleerd dat rolmodellen niet te imiteren zijn en dat geluk een made-to-measure- en geen ready-to-wear-ervaring is. Dit laten gaan is de basis tot het bereiken van iemands volledige potentie’.

Met andere woorden: ‘De subtiele triomf van het klaar zijn met het hebben en uiterlijk vertoon. Vrouwen betreden hun eigen paden van geluk, met af en toe een onverwachte route, in nieuwe richtingen. Less but better wordt de nieuwe filosofie. Ver van de sociale tegenstellingen van rigide richtlijnen is elke vrouw vrij haar eigen weg naar geluk te kiezen door eindelijk zichzelf te zijn en volledig en zonder dwang een nieuwe vorm van vrouwelijkheid te ervaren. Zij staan zichzelf toe de vrijheid te nemen minder te bezitten, minder rollen te spelen, alleen het beste te kiezen, de essentie van leven. Een lange en mooie reis in een opkomend tijdperk’.

Hoofdstuk zes. Hoe geniet je met minder méér van een parfum? Lancôme: ‘Met een geur die de zachte kracht van schoonheid onderstreept die de zintuigen niet aanvalt, zonder de vrouwelijkheid en verleiding uit het oog te verliezen. La vie est belle is een hommage aan de wereld van elegantie, licht en vrijheid. Een parfum met een ‘geweten’, een ziel en de belofte het leven met schoonheid te vullen’. Als het goed is, zie je ‘dat beetje minder’ direct terug in de flacon waarvan de ontwikkeling meer dan een jaar duurde ‘om het onmogelijke te bereiken; een cirkel vierkant maken om de indruk van een glimlach gesneden in kristal te wekken, met als finishing touch een parelmoer grijs organzalint rond de hals als symbool van ‘dubbele vleugels van vrijheid’.

Het is een moderne adaptie van een in 1949 door George Delhomme – toenmalig artistiek directeur – ontworpen flacon die het aura van vrouwen symboliseert met dat ondefinieerbare ‘je ne sais quoi’-gevoel. Ofwel, ‘de elegantie van een glimlach in kristal gesneden’.

Hoofdstuk zeven. Ga niet te lang in over de presentatie – cliché sprookjesachtig zoals alle succesvolle Grote Geuren in het ketenparfumerie-circuit: Julia Roberts op een best wel chique feestje met best wel mooie en best wel boaring genodigden, bevrijdt zich als enige van de kristallen ketenen – symbool voor wat vrouwen allemaal van zich hebben afgeschud? – die aan iedereen vastzitten. Gaat volgens Lancôme geschiedenis gaat schrijven. Dit kun je natuurlijk divers interpreteren.

Hoofdstuk 8: de ambassadrice. Ik citeer niet alles, anders ben ik over een uur nog niet uigeblogged. Over haar zegt Lancôme: ‘De belichaming van vrolijke vrouwelijkheid, maar zij zou alle vrouwen kunnen belichamen, in al hun eerlijkheid, waarheid en diversiteit. Roberts draagt het bijna ondanks haar zelf uit, in haar eigen moeiteloosheid, op een speelse en genereuze wijze’.

Het gaat maar door dit ‘gepiëdestal’. Je zou als gewone vrouw – die ze ook diverse keren heeft gespeeld – bijna radeloos en moedeloos van worden. ‘En dan dat ondefinieerbare aura, die natuurlijke charme en constante stralendheid die Roberts in het pantheon van de cinema plaatsen. Haar humanitaire betrokkenheid is discreet. Of zij nu voor het US Congres de onderzoeksfondsen voor het syndroom van Rett (een neurologische ziekte) onthult, haar support aan Hole in The Wall Gang (een van de grootste hulporganisaties voor zieke kinderen) of de Alliance for Clean Cookstoves, het is nooit een kwestie van hype. Wie anders dan deze persoonlijkheid kan de belofte van de vrijheid om jezelf te zijn en je eigen pad te kiezen?’ Zonder ketens wat voor soort ook?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Vind ik altijd eerlijk gezegd onnodig: hoe lang (drie jaar) en hoeveel proeven (5521) het heeft geduurd voor dat ‘iedereen’ kan zeggen: ‘Perfect!’ Geïnspireerd door de boodschap van La Vie est belle opteerden Anne Flipo, Olivier Polge en Dominique Ropion voor de traditionele parfumerie-benadering.

Ofwel, de kracht van eenvoud op basis van het beste van het beste, vrij van het overbodige en slechts samengesteld uit 63 ingrediënten waarvan bijna 50 procent natuurlijk is. Het parfum kent twee wegen die zich parallel manifesteren en uitmonden in een ‘sensualiteit zwevend tussen schaduw en licht’: een stralend bloemenakkoord en iris die één worden door een ruggengraat van aldehyden.

Die zorgen ervoor dat de sambacjasmijn en oranjebloesem nog voller en zonniger worden en de iris pallida meer diepte krijgt. En de fruitige gourmandnoten cirkelen eerst in het rond om zich uiteindelijk te hechten aan de iris pallida, waardoor je een poederige sensatie krijgt die gezoet wordt door vanille, tonkaboon, praline, zwarte bes en peer.

En een ‘essence van de meest uitzonderlijke Indonesische patchoeli’ werd verwerkt om La vie est belle krachtig te laten resoneren. Aangenaam, haar heel eerlijk gezegd: hoewel de geur niet is overgedoseerd met gourmandlekkernijen, ruik ik toch meer een ‘gourmandpatchoeli’ dan een ‘gourmandiris’. Ook jammer: het ontbreken van een parfumextract. Maar dat zal wellicht volgen mocht La vie est belle wereldwijd miljoenen vrouwen aanspreken die zich herkennen in de boodschap en de geur daadwerkelijk less but better vinden.

RUIK & VERGELIJK

De iris ‘lakken’ met een gourmandlaagje gebeurt niet vaak, maar is wel eerder gedaan. In het nichecircuit dat wel.

Guerlain – L’Art et la Matière – Iris Ganache (2004)

Parfums Générale – Huitième Art – Naïviris (2010)

En qua overeenkomstige gourmandsensatie, slingert ook deze geur door mijn hoofd:

Mauboussin Mauboussin (2000)

CREATURE KEROSINE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 2, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST, NICHE. Getagd: john pegg, supergreen. 2 reacties

SUPERSIZE, SUPERGREEN ME!

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 02/09/12

Neus: John Pegg (foto onder)

Artistic direction: John Pegg

Hij is eerder een uitzondering op de regel in de Verenigde Staten. Want welke geur je van John Pegg ook ruikt, geen enkele is clean, fris, soapy, musky met voor de vrouwen veel bloemen in het hart, met voor de mannen een aardse en houtige ondertoon. Dat zou je niet verwachten als je zijn geurkritieken op youtube (zoek op kerosenetrewthe) hoort. Met een stoere muts op, waaronder een kale knikker schuilt, enige flessen alcohol op de achtergrond, geeft hij nogal slaapverwekkende reviews. Hij heeft weinig origineels in te brengen. Zo is hij bijvoorbeeld zonder een zweem van ironie helemaal onder de indruk van de verpakking van The One for Men (2008) van Dolce & Gabbana. Beetje sloom, beetje saai.

Dat kun je van zijn geuren niet zeggen – geen massavermaak. Grof, ongepolijst, ruw, schetsmatig en kunnen door niet getrainde neuzen ook als vies en stinkend worden ervaren. Komt door zijn achtergrond. Geboren in St. Clair ten noorden van Detroit.

En als je daar geen baan in de auto-industrie hebt volgens hem, ben je werkeloos. Hij is er toch uitgestapt – hij spoot er auto’s geloof ik – en ging zich toeleggen op het beschilderen en bewerken van motors. Echt stoer dus. Een echte dude – yoh! Wat eigenlijk veel mensen hebben, ondervond hij ook: de geuren van vuil, vet, olie, staal, teer, asfalt en uitlaatgassen in garages en omgeving vindt hij zeer aangenaam. Alleen niet in echte geuren. John Pegg wel. Vandaar de naam van zijn ‘garage’.

Zie je ook aan de presentatie: elke flacon is door hem persoonlijk bespoten met autolak. Alles wat hij doet – schrijven, componeren en parfumeren – heeft hij zichzelf geleerd. En dat lees je, hoor je en ruik je. Een soort van ‘stoere’ verfijning was wel op zijn plaats geweest. Maar het is ook de charme van zijn geuren die in ieder geval één ding doen: verbazen. Hij is een soort van Jamie Olivier in zijn beginfase: lak aan conventies en regels, slaat hij lekker aan het kokkerellen, of eerder bbq-en met een zoals dat voor boeren, burgers en buitenlui heet, verrassend en spannend resultaat.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Creature is een enorme groene geur met een bijzondere, heel kille, heel ijle, bijna bevroren toets. Gevoelsmatig zweeft het tussen Sisley’s Eau de Campagne (1975) en Herba Fresca (1999) van Guerlain. Maar dan grover gehakt. Alsof de ingrediënten lijken gelardeerd met vloeibaar metaal en vervolgens in een vrieskist gestopt. Ik denk dat het in eerste instantie de combinatie van salie en munt is. Salie (foto) heeft iets ijzerachtigs, munt in mindere mate.

Groene thee doet nog een extra duit in het zakje. Viooltjesblad daarna. Groene berk (wintergreen) ook. Dit trio geeft een frisse, knisperende noot. Wordt mooi opgevangen door een basis van cipres, cederhout, patchoeli en mos. En toch blijft alles ruw. Zelfs de jasmijn in het hart – eigenlijk een beetje tutti en geciseleerd voor John Pegg – kan dit niet voorkomen. Wordt in de Benelux verkocht door parfumaria.com. Ook in decanted bottles. Gek op groene geuren, dan is Creature verplichte kost.

RUIK & VERGELIJK

Eens in de zoveel tijd wordt een groene klassieker geboren die heel veel navolgers krijgt. Creature maakt hier ook kans op.

Balmain Vent Vert (1945)

Lancôme Ô (1969)

Estée Lauder Alliage (1972)

Grès Cabotine (1991)

Bvlgari Eau de Cologne au Thé Vert (1992)

Thierry Mugler Cologne (2001)

Mono di Orio Amytius (2008)

Hilde Soliani Stecca (2008)

Maison Martin Margiela (Untitled) (2010)

VETIVER LORENZO VILLORESI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op september 1, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET V, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, NICHE. Getagd: annick goutal, artisan parfumeur, giorgio armani, lorenzo villoresi, santa maria novella, serge lutens. 2 reacties

PERFECTE FUSIE VAN EEN KLASSIEKE EN NICHE VETIVER

Jaar van lancering: 1984

Laatst aangepast: 01/09/12

Neus: Lorenzo Villoresi

Ik heb vannacht toch vreemd gedroomd! Ik had een parfumerie geopend. En om op te vallen, was die dus echt anders dan alle anderen, want er was slechts één soort geur te koop: vetiver. De naam ‘La Vérité du Vetiver’. Waarom had ik deze droom, vroeg ik me af. Het zal wel mijn verbazing zijn geweest – die blijkbaar ook op het onbewuste niveau blijft doorsluimeren – over het feit dat er zoveel pure of sterk ‘angehauchte’ vetivergeuren blijven verschijnen.

Neem daar het geurgegeven dat ik gek ben op het houtige, aardse aroma met die anders-frisse ondertoom van deze gedroogde wortel oorspronkelijk afkomstig uit India. Ik ben niet de enige: het een van de geliefdste geuren bij mannen. Logisch dat elk oud en nieuw parfumhuis er wel een (of meerdere) in het assortiment heeft (gehad). Mijn winkel had meer dan 100 vetivers. En terwijl ik aan een klant uitlegde waarom die van Lorenzo Villoresi anders was, werd ik wakker badend en zwetend in… vetiver – lekker!

Tenminste ik rook er nog naar, want ik was met Villoresi’s Vetiver naar bed gegaan om hem op met te laten inwerken… En toen ging ik voor de leut even tellen. Carven, Givenchy, Guerlain, Annick Goutal, Chopard, Tom Ford, Chanel, Serge Lutens, Kenzo, Montale, Roger & Gallet, The Different Company, Prada, Giorgio Armani, Etro, Jo Malone, Dior, Frédéric Malle, Creed, Hermès, Farmacia SS Annunziata, L.T. Piver, Santa Maria Novella, Hugo Boss, Andy Tauer, L’Artisan Parfumeur, Paul Smith, Azzaro, Lanvin, Dolce & Gabbana. Dertig stuks. En als ik nu even heel goed ga zoeken in mijn database zullen er nog wel zeventig bijkomen…

Lorenzo Villoresi’s Vetiver – jammer dat de flacon niet ‘vetivergroen’ is – is eigenlijk een oudje. Want uit 1984. En ‘terugruikende’ kun je stellen dat het een fusie is van de klassieke vetiver (die het lichte, frisse en zonnige aspect benadrukt) met veel vetivergeuren uit de nichesector van na 2000 die vetiver voorzien van een intens donker, zwoel en rokerig aura. Maar wat vooral aan zijn Vetiver opvalt is de exotische kruidigheid, terwijl de geur toch een onmiskenbaar luchtig karakter behoudt. Heel klassiek. Heel mannelijk. En een uitkomst voor mannen die vinden (en gelijk hebben) dat de vernieuwde Vetiver van Guerlain (2000) niet kon tippen aan de vintageversie uit 1963.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Bij de eerste spray kom je terecht in een fris hesperide-wolk van bergamot, petitgrain, rozenhout en lavendel die een mooi groen accent krijgt door een prachtige munt- en galbanumnoot. Dan ruik je door het hart van neroli (ruik ik niet echt), salie en selderij (die dus wel) al de eerste notie van vetiver (foto), die als het ware beplakt is met komijn en nootmuskaat. Mooi droog en donker gekruid.

Nu begint de droge, houtige en aardse vetiver alle aandacht op te eisen, en weet dat ‘hij’ het voor een perfecte ‘pure’ vetivergeur niet kan stellen zonder zijn ‘aardse broeders’: eikenmos, patchoeli, sandel- en cederhout. Hoe langer op de huid, hoe duidelijker ook de sensuele ingrediënten zich laten gelden: musk en tonkaboon ‘verzegeld’ met het subtiele musky-groene engelenzaad. Raar maar waar: Vetiver doet me denken aan zonnig, een beetje smeulend stro op een net geploegde akker aan de rand van een oud bos waarover een gourmand regenbuitje is gevallen. Gewoon heel erg mooi, heel erg degelijk.

RUIK & VERGELIJK

Heeft u even… Deze ‘moet’ ik nog bespreken vind ik :

Montale Vetiver de Sables (2004)

Andy Tauer Vetiver Dance (2008)

The Different Company Sel de Vetiver (2006)

Dior – La Collection Couturier Parfumeur – Vetiver (2010)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Vetiver (2010)

Dolce & Gabbana – The Velvet Collection – Velvet Vetiver (2011)

CATCH… ME CACHAREL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 31, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C. Een reactie plaatsen

PAK ME DAN… ALS JE KAN

OFWEL: ORANJEBLOESEM BOVEN

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 31/08/12

Neus: Dominique Ropion

Model: Diana Moldo

Regisseur: Jean-Baptiste Mondino

Flaconontwerp: Patrick Veillet

Styling: Dawei Sun en Ling Lui

Met L’Oréal mag dan het wereldwijd nog steeds waanzinnig goed gaan, bij sommige parfumlabels die onder de paraplu van het cosmeticaconcern vallen, is het al jarenlang een onvermoeid zoeken naar een nieuwe catchy manier om de klanten, eens zo vanzelfsprekend trouw, zover te krijgen dat ze vol verwachting en enthousiasme wederom op de bel drukken: ‘Ik was eerst!’. Neem Cacharel. Heeft nogal moeite (gehad) om zijn filosofie te conformeren aan de zich constante veranderende mode, smaak en stijl. En het imago van de vrouw dat daarbij hoort. Met Catch… me wordt weer een poging gewaagd. Dit keer een speelse geur, voor een speelse jonge vrouw. Om dit te realiseren verzamelde Cacharel een talentvol regisseur (Jean-Baptiste Mondino), een geliefd parfumeur (Dominique Ropion), een hippe designer (Patrick Veillet), een charmant model (Diana Moldo) en een invloedrijk Chinees modeduo (Dawei Sun en Ling Lui).

Samen kregen ze de kans een geur te ontwikkelen die ‘op een eigentijdse manier de tijdloze charme van het huis’ moet verbeelden. Dus de nieuwe Cacharel-vrouw is ‘met haar onweerstaanbare lach, gracieuze bewegingen, ontroering en zorgzaamheid als een hinde in een nachtelijk bos die weet dat alles om haar draait’. Eerst een stukje schetsmatige poëzie als ode op deze lichtvoetige hinde: ‘Blote voeten betreden het natte gras. Maanlicht achtervolgt de geuren van het park. Zij herkent hun stemmen en schat hun stappen. Zij naderen. Zij vlucht. Zoete ontsnapping. Rennend. Lachend. Zij houdt van het gevoel dat zij achter haar aan zitten in de vroege ochtend. Niemand ontbreekt. En het hart klopt steeds harder…’.

Wat heeft Mondino gedaan? ‘Met een humoristische campagne verbeeldt hij de onweerstaanbare verleidingskracht die jonge vrouwen van nature hebben. Net uit de pubertijd, net nog geen vrouw. Onafhankelijk en zorgeloos, ver van hun eerste verliefdheid, nog niet klaar voor een relatie. Wel hebben ze de leeftijd waarop alles mogelijk is, alle veroveringen in potentie slagen. Zij verleiden ondeugend, speels en vol van verlangen: catch me…’.

En Veillet? Hij ontwierp de op een draaitol geïnspireerde flacon. ‘Een verrassingsvolle designtraktatie die het verrukkelijke plezier,  verrassing en lichtheid van de geur vangt. Met zijn metallic luchtbellen doet de flacon denken aan een imponerend sieraad voor vrouwen, maar ook aan de knikkers uit de kindertijd. Een gefacetteerd en zintuiglijk object dat telkens bij het oppakken opnieuw ontdekt wordt. Elegantie in beweging, instinctief en bijna onhandig elegant’. Maar wat maakt de flacon nu echt zo bijzonder? Antwoord: ‘Het samenspel van kunst en vakmanschap, van kunst en dagelijkse voorwerpen, omdat een parfumflacon een mass-market kunstobject is.

Wat is de rol Diana Moldovan (1987 Roemenië)? ‘Met haar staalblauwe ogen en elegante verschijning op de internationale catwalks, viel Jean-Baptiste Mondino voor haar sensuele en vrouwelijke charmes perfect aansluitend bij de kwaliteiten die Cacharel kenmerken’. En hoe ziet zij haar rol als ambassadrice: ‘Voor mij is de Cacharel-vrouw een vreugdevolle en elegante verschijning met sterk karakter en goed gevoel voor humor’. Wat deden Dawei Sun en Ling Lui – sinds 2011 verantwoordelijk voor de collecties van Cacharel? Ze creëerden ene lichte, vloeiende en vrouwelijke look voor Moldovan: een blouse en ‘skort’ in gestreept zijden chiffon waarvan de schoudernaad is ‘weggehaald’ voor meer beweging en wijdte.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik dacht dat we nu wel ‘uitgeoranjebloesemd’ waren, maar de veelzijdige parfumopbrengst van de bittere sinaasappelboom (essence, neroli, petitgrain), blijkt nog steeds inspirerend te werken voor veel neuzen. Zo ook voor Dominique Ropion. Oranjebloesem (foto) symboliseert voor hem vrouwelijkheid en pure en frisse natuurlijkheid. Hij zegt: ‘Met haar zuivere witheid roept ze jeugdigheid op, terwijl op olfactief niveau, het een duidelijke femme fatale-dimensie heeft’. Het levert een easy going geur op die een ongekende gourmandwending krijgt. Want niet door chocolade, niet door karamel, niet door marshmellow, maar gewoon door ‘good old’ amandel. Want het aldus Ropion ‘crèmeachtige en sensuele facet’ van oranjebloesem accentueert hij met een amandelmelkakkoord.

Dat gaat – verdomd als het niet waar is! – very elegant samen en vormt de kern van Catch… me die eerst wordt voorafgegaan door ‘het frisse en sprankelende facet van oranjebloesem’ te benadrukken met mandarijn en petitgrain (een ongekende frisse cologne-noot die wordt verkregen uit destillatie van de takken en bladeren van de oranjebloesemboom). En deze elegantie wordt in de basis voortgezet door de in amandel gedrenkte oranjebloesem te koppelen aan een warme ambernoot met vanille-ondertoon. Eindresultaat: een fris-zwoele, zwoel-frisse, maar vooral ‘huidstrelende’ geur.

RUIK & VERGELIJK

Zoals gezegd: ook de volgende luxelabels die onder L’Oréal vallen, hopen met een nieuwe grote geur de gevoelens, verlangens en wat dies meer zij van de vrouw anno nu te hebben gevangen die onvoorwaardelijke en nieuwe fans naar de parfumerie doen hollen: ‘Ik was eerst!’

Stella McCartney L.I.L.Y (2012)

Lancôme La Vie est belle (2012)

Yves Saint Laurent Manifesto (2012)

BAMBOO HARMONY, WATER CALLIGRAPHY – ASIAN TALES – BY KILIAN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 30, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET B, GEURENALFABET W, NICHE. Een reactie plaatsen

BY KILIAN VERLEGT ZIJN GRENZEN RICHTING HET VERRE OOSTEN

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 30/08/12

Neus: Calice Becker

Concept & realisatie: Kilian Hennessy

Bescheidenheid siert de parfumeur: ‘Als bekroning op zijn voorgaande oeuvre creëert meester-parfummaker Kilian Hennessy met grote triomf zijn nieuwe collectie, Asian Tales, gebaseerd op legendarische verhalen uit het Verre Oosten. Hij neemt ons mee op een geurig avontuur door Azië, een werelddeel vol mythen en sagen’. Op de eerste plaats: Kilian Hennessy is geen meester-parfumeur, maar een ‘stichter’ van een parfumhuis. Voor het ‘echte’ werk heeft hij Caliche Becker ‘in dienst’. En is een oeuvre (mooi chic woord, helemaal passend in zijn wereld) niet altijd ‘voorgaande’? En hoe je dat: met grote triomf (in de zin van overwinning) iets creëren? Op wie, op wat, op jezelf? Zoiets moet nog maar blijken achteraf. In ieder geval zeggen deze woorden iets over de zelfbewieroking en arrogantie (niet altijd een slechte karaktertrek) van Hennessy. Iets wat hij trouwens gemeen heeft met heel veel nieuwe nichemerken: met heel veel ‘chic’ en aplomb de consument overrompelen waardoor die in verbazing achterblijft en alleen maar nederig kan concluderen dat het huis ‘gelijk’ heeft en dus de parfums bijna blind gekocht worden. We lezen verder: ‘De bijzondere reis met spiritueel karakter wordt weerspiegeld in twee geuren én de symbolen op het coffret. Het idee hierachter is dat beiden geur als aura van geluk worden gedragen’. Ik ga er vanuit dat Kilian gelijk heeft met dat ‘in China rood de kleur van voorspoed is. Keizers en andere grootheden hulden zich tijdens officiële ceremonies vaak in deze tint’.

Hij koos specifiek voor de kleurnuance operarood omdat ‘het moed, rechtvaardigheid en loyaliteit symboliseert. Samengebracht met zwarte lak vormt het de perfecte harmonie en creëert het gevoel van een juweel in een kistje’. Ik ga er ook vanuit dat Kilian gelijk heeft met dat de munt, gezien als amulet in China, een teken van welvaart is. Om succes af te dwingen adviseert men – wie zijn dat vraagt geurengoeroe zich af – de munt aan een rood koord te binden. Voor Asian Tales bevestigde Kilian het amulet aan de sleutel, waarmee de gelukkige eigenaar het coffret kan openen. Zo brengt het amulet succes voor de drager van de geur. Het glanzende zilver geeft het eeuwenoude ritueel een moderne touch’.

Ik ga er eveneens vanuit dat Kilian gelijk heeft ‘dat het getal acht in China het ultieme geluksgetal is. Het symboliseert fortuin en gelukzaligheid. Een acht heeft een perfecte symmetrische vorm en is volledig in balans. In de Asian Tales-munt is acht maal de K van Kilian gegraveerd in het prachtige By Kilian-lettertype’. Leuk verhaal – toch? Alleen de echte legenden en sagen uit de rijke Chinese geschiedenis worden niet verteld, alleen symbolen aangehaald.

Wat ik opvallend en slim vindt: een dergelijk artistiek uitgangspunt om commercieel ook aansluiting te zoeken bij de economie die nu wereldwijd het meeste te vertellen heeft. Dior, Chanel, Fendi, Guerlain en Louis Vuitton gingen bijvoorbeeld By Kilian al voor.

Ze maken al jarenlang collecties speciaal voor de Chinese markt. En als over een paar jaar blijkt dat India en Brazilië hun economische wereldambities weten waar te maken, richt de luxemarkt daar logischerwijs zijn pijlen op. Over Bamboo Harmony: ‘Bamboe wordt in China gezien als symbool van perfectie in de kalligrafie en is het belangrijkste onderdeel van hun kwasten en pennen in deze kunstvorm. Vergankelijke schoonheid wordt ermee vereeuwigd en magische legendes vastgelegd op in de Chinese cultuur. Over Water Calligraphy (mooie naam en ‘gedachte’ voor een geur): ‘Omvat de essentie van water, het cruciale element van kalligrafie – onmisbaar bij de schoonschrijfkunst die de mogelijkheid biedt prachtige mythen en sagen uit het Aziatische werelddeel vast te leggen’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik kan er niets aan doen, maar ik voel bij de Asian Tales een erg hoog Kenzo-gehalte, met name dan zijn geuren tot aan het nieuwe millennium. Daarvan ademen – Tiger uit 1997 uitgezonderd – een aantal, logischerwijs, erg oosters. Niet alleen qua verstilde sfeer, maar ook qua inhoud: je ruikt aan stille wateren die niet echt diepere gronden hebben. Alles blijft rustig voortdrijven, voortkabbelen. Zen, verstilling en ‘oosterse’ yin en yang-wijsheid in een flacon.

Bamboo Harmony is groen (die in het begin een beetje peperig en kruidig aandoet), water en thee met licht-houtige nasleep. De geur ‘geeft expressie aan dit onmisbare element in de schrijfkunsten’. Door de fris-bloemige mix bergamot, oranjebloesem en neroli, neem je direct een sterke groene nuance waar: een combinatie van witte thee en maté – ook Braziliaanse thee genoemd. De jonge bladeren van de top van de struik worden na de oogst eerst gedroogd, vervolgens nat gemaakt. Eindresultaat als je aan maté ruikt: een koppig en vol aroma. Door neuzen geprezen om zijn zachtheid, groene volheid en balsemachtige noot. Mocht je een bloemige noot ruiken, dan is dat mimosa. En die neem ik niet echt goed waar. Wel de groene basis van bamboe (goed voor het groen-houtige effect) en donker en ‘vochtig’ eikenmos die een zoet-zwoel randje krijgt door vijgenblad. Lekker, aangenaam, maar niet echt niche voor mij of ‘de verfijning voorbij’.

Water Calligraphy wordt omschreven als een ‘moment van kalmte met het uitzicht op een vijver vol met bloeiende waterlelies en gebaseerd op simpliciteit en spiritualiteit, precies zoals deze kunst bedoeld is. Een prachtige verstilde opening van sprankelend grapefruit, reseda en waterlelie. Want de grapefruit gedraagt zich heel bescheiden om de zonnige zoetheid van reseda en de waterachtige zoetheid van waterlelie ruim baan te geven, die samen elegant uitmonden in het bloemige hart van stralend jasmijn en fragiele magnolia. Dit alles wordt heel bescheiden geschraagd door kardemon en vetiver, die ondanks hun groenige, aardse toon ook hun frisheid zien benadrukt. Voor mij is Water Calligraphy meer niche en meer verfijnd.

RUIK & VERGELIJK

De luxesector volgt als geen ander de wereld waar het meeste geld te verdienen valt. Het Nabije en Verre Oosten dus (inclusief opkomend grootmacht India). Toeval dus of niet de volgende androgyne geur, vooralsnog alleen te koop in het taxfree-circuit:

Aramis Perfume Calligraphy (2012)

En vergeet ook niet wat kalligrafie in geur betreft:

Lalique Encre Noire (2006)

Lalique Encre Noire pour Femme (2009)

En wat maté betreft, ruik je ook heel goed in:

Etro Palais Jamais (1989)

Kenzo Tokyo (2007)

Lush Breath of God (2007)

En wat reseda betreft, ruik je ook heel goed in:

Roger & Gallet White Reseda (2002)

MIDNIGHT HEAT BEYONCE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 28, 2012
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES, GEURENALFABET M. Een reactie plaatsen

PURPLE PASSION

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 28/08/12

Neus: Olivier Gillotin

Model: (een wel erg gefotoshopte) Beyoncé

Fotografie: Terry Richardson

Het is natuurlijk als celebrity interessant en financieel erg aantrekkelijk wanneer een parfumproducent je vraagt een ‘huis’ aan je naam te koppelen. Alleen: het gegeven celeb wordt steeds meer een meer rekbaar begrip. Een minirol in een mini-musical? Een winnend finalist in weet-ik-niet-wat voor een talentenjacht? Een slim passerende voetballer met good looks? Voor je het weet, loop je over de rode loper naar de officiële lancering van je eerste geur. Wordt natuurlijk met gejuich ontvangen. En dan volgt er nog een. En nog een. En nog een.

En dan, een, twee, drie, kan het zo maar gebeuren dat een volgende er niet meer ‘inzit’ omdat, je hoe talentvol ook, je zonder er erg in te hebben ‘so has been’ bent geworden. De reden: de nieuwe generatie celebs. Maar zitten we te wachten op een geur van presentatrice, actrice, model en ‘vrouw van’ Sylvie van der Vaart geboren Neis? Of twee? Namelijk net op de markt: Coal Diamond Day Fire en Coal Diamond Night Fire? Of zien we reikhalzend uit naar de geuren van – toch wel has been – supermodel Heidi Klum: Shine (2011), Shine my Rose (2012)? Of Jessica Simpsons Vintage Bloom (2012)?

Hoe snel je uit de roulatie kunt raken, bewijzen wel Kate Moss en Kylie Minogue. De eerste heeft dan wel Love Blossom, Lilabelle (beide 2011) en Lilabelle Truly Adorable (2012) gelanceerd, de tweede Pink Sparkle Pop (2011), Dazzling Darling (beide 2011) en Music Box (2012), maar zelfs de altijd over het algemeen enthousiaste beautypers vindt het nog nauwelijks vermeldenswaard. Ben dus erg benieuwd hoe lang Beyoncé nog en vogue blijft in de parfumerie. Wat me altijd heeft verbaasd bij haar: dat ze heeft gekozen voor de goedkope, gulden middenweg en niet voor het prestigesegment. Om het geld hoeft ze het écht niet te doen. Met haar nog elke dag groeiende vermogen kan ze 3210 jaar oud worden. En misschien wel 3280 als ze de royalties van haar nieuwe geur ziet bijgeschreven op haar rekening courant.

Over haar vijfde geur, Midnight Heat, zegt ze: ‘Ik wilde het ultieme avondparfum introduceren, zwoel en sensueel’. Nog wat originele gedachten: voor Beyoncé is een geur een net zo minstens belangrijke accessoire als een perfecte jurk (geleverd door haar eigen prêt-à-porter-label House of Déreon), een glossy lipstick (waarom geen cosmeticalijn gelanceerd, Beyoncé!), een prachtig sieraad (idem Beyoncé!) of een paar stiletto’s (idem Beyoncé!) voor het benadrukken van zelfvertrouwen en sexappeal voor haar en andere vrouwen. Wat je je daarbij moet voorstellen, zie de foto. Werd geschoten ‘op een van de meest trendy daken van New York’. En dat is dus het dak – wel goed kijken – van het… Standard Hotel.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De kleur paars staat in de wereld van parfums voor een gevoel dat zweeft tussen rood (intense liefde) en zwart (intens verlangen). Niet geheel toevallig zijn daarom veel ingrediënten in Midnight Heat paars gestyled. Zoals de pioenroos in het hart (in het echt bestaat er geen paarse pioenroos) en de mokara-orchidee. Is een hybride van verschillende orchidee-soorten die in 1969 werd ontwikkeld in Singapore. Heb je niet alleen in paars, maar bijna elke kleur van de regenboog. Alleen is niet bekend of deze orchidee ook een echt parfum vrijgeeft. Want google je ‘mokara-orchidee’ en ‘scent’ dan kom je alleen maar terecht bij, dat is toevallig, Midnight Heat. Je zou dus ook een paarse tulp verwachten, maar het werd een zwarte die bekend staat als ‘Queen of the Night’. Die bestaat wel in ‘het echt’ en neigt in haar kleur paars richting zwart. Kortom, de geur is meer een vertaling van paars in bloemen.

De opening is fruitig-zwoel door pitaya – onlangs werd deze cactussoort met zijn zoete, waterige smaak die doet denken aan kiwi eveneens verwerkt in Dot (2012) van Marc Jacobs – en carambola (fruitig, kruidig met ‘houtige’ nuance) gevolgd door de zijdezachte toets van abrikoos. Het hart is zacht-bloemig door de pioenroos (voor het bloemige effect), orchidee (voor het zachte effect – foto) en de tulp (idem, zij het met een iets meer sensuele toets).

In de afronding toont Midnight Heat zijn echte ware karakter door warm amber, ‘geklaarde’ patchoeli en romig sandelhout. Zoals zovele celeb-geuren niet echt een om over naar huis te  schrijven. Het mikt op de ‘gezellige’ middelmaat en Beyoncé weet dat haar echte fans Midnight Heat bijna blind zullen kopen. Wereldwijd toch talloze miljoenen.

RUIK & VERGELIJK

Hoe ruikt een paarse geur? Verschillende opties. De op de amethist – ook best wel veel – geïnspireerde geuren niet meegerekend.

Guerlain Purple Fantasy (2001)

Calvin Klein Eternity Purple Orchid (2001)

Salvador Dali Purplelight (2007)

Hugo Boss Pure Purple (2007)

Montale Dark Purple (2011)

CHAPTER 8 FRAZER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 28, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

FINE, BIO AND DANDY

Jaar van lancering: 2008?

Laatst aangepast: 28/08/12

Neus: Tammy Frazer

Flaconontwerp: Tammy Frazer ism David Reade

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

Tammy Frazers liefde voor eerlijke en pure parfums zit haar eigenlijk in de genen. Haar opa Graham Wulff (1916-2008), chemicus bij Unilever, was in 1949 de uitvinder van Oil of Olaz (‘Hoi of Helaas’). Haar vader werkte voor Givaudan (Zwitsers geurproducent). Een oom en tante introduceerden de homeopathie in Zuid-Afrika, haar geboorteland. Haar in Kaapstad opgerichte parfumhuis (anno 2008) ontstond zoals zoveel nichehuizen uit frustratie.

Tijdens haar studie aan de ISIPCA (Institut Supérieur International du Parfum, de la Cosmétique et de l’Aromatique Alimentaire) in Versailles, kwam ze erachter dat de meeste van haar medestudenten eigenlijk alleen maar een baan als pr-medewerker bij de grote jongens in de parfumindustrie ambieerden. Zelf mooie parfums maken, nee dank u. Frazer dus wel. Dus zette ze haar studie voort. Haar doel: de essentie ontdekken van natuurlijke ingrediënten. En dat betekende dus: de wijde wereld in.

Niets voor niets vormen reizen, of beter gezegd de herinneringen er aan, haar inspiratiebron voor parfums die ze Chapters noemt. Niet echt origineel natuurlijk, maar dat hoeft ook niet. Wat haar benadering wel oorspronkelijk maakt: de presentatie.

Die is niet cliché chic (denk Guerlain en consorti), niet cliché ‘simpel vierkant flesje’ (denk Yosh, denk Escentric Moleccules), maar rijk in al zijn soberheid. De kristallen flacons zijn door Frazer ontworpen, maar gemaakt door David Reade, een ‘lokaal’ glaskunstenaar. En de solids (op basis van biologische bijenwas) zijn handgesneden doosjes gemaakt in Mozambique van M’Pingo-hout door Allan Schwarz.

Het is moeilijk om aan de hand van één parfum een oordeel te vellen. Ik zal me dus meer in haar creaties moeten verdiepen. Van de ‘negen hoofdstukken in parfum’ die ze tot nu toe maakte, spreken mij vooral Chapter 1 aan (een fusie van nootmuskaat en jasmijn), Chapter 2 (narcis ontmoet ylang-ylang) en Chapter 6 (munt zoekt aansluiting met patchoeli). Je vraagt je wel af gezien haar zeer exclusieve distributie en prijsbeleid of Tammy Frazer kan ‘leven’ van haar creaties – misschien heeft ze in 2008 een ‘leuk sommetje’ geërfd.

Ze wordt verkocht bij Harrods (Londen), Colette (Parijs) en Annindriya Perfume Lounge (Amsterdam) waarvan Tanja Deurloo mij een proefje gaf van Chapter 8 die gebaseerd is op haar herinneringen aan het Engelse platteland…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… en dat zijn mooie herinneringen (vanzelfsprekend) en die lang blijven ‘hangen’ gezien de kracht van de geur. Tanja Deurloo bespoot voor mij een blotter, wikkelde die in zilverpapier – had een merkwaardige heroine addict-connotatie – en na twee weken rook ik Chapter 8 nog.

Het is voor mij een moderne variatie op de varengeur door de klassieke combinatie van lavendel (heel zuiver in dit geval) en eikenmos die eerst een enorme groene boost krijgt door knisperend viooltjesblad (foto) die vervolgens die diepte verkent (van een Engels bos) door hetzelfde eikenmos verrijkt door een rokerige leernoot. Laatste transformeert voor mij Chapter 8 van ‘bio naar dandy’. Ben benieuwd of Tammy Frazer hiervoor berkenteer heeft gebruikt of de plant waarvan mij de naam maar niet te binnen wil schieten.

RUIK & VERGELIJK

Grappige ervaring: Chapter 8 maakt de eerste seconden een erge puur natuur indruk. Ruikt naar ‘bio’. Verdwijnt daarna geleidelijk om meer ‘volwassen’ en luxueus (in de klassieke zin van het woord) te worden. Dat gebeurt ook met nog zo’n echt bio-parfum. De geuren van Honoré de Prés even buiten beschouwing gelaten.

Aveda Yatra (2007)

ALIEN ESSENCE ABSOLUE THIERRY MUGLER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 26, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

ABSOLUUT ALIEN, ALIEN ABSOLUUT

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 26/08/12

Neus: Dominique Ropion

Model: Anna Jagodzinska?

Fotografie: onbekend

Heb het geloof ik al eerder opgemerkt: wanneer is een parfum helemaal, maar dan ook helemaal af? Vroeger, die goede oude tijd; we praten over de periode tot aan het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw, was een parfum klaar du moment het in de winkel lag. Dan mocht je eigenlijk van geluk spreken, gezien de meeste huizen vanaf toen ook zijn begonnen met het weglaten van een extract in het assortiment van een nieuwe geur. Sinds een paar jaar kun je stellen – de exacte ‘ingangsdatum’ is niet exact aan te geven – dat wanneer een gerespecteerd parfumhuis, mode- of luxelabel een Grote Geur lanceert, dit eigenlijk een schets is.

Nu heb ik het niet over de extreme versies die als ‘maskerade’ voor een herformulering verschenen. Ook niet over geuren die na introductie niet succesvol bleken en de formule dus snel werd aangepast – neem Champs-Elysées van Guerlain (1996), neem Diors J’Adore (1999) en Miss Dior Chérie (2004). Laatste kreeg niet alleen een geheel nieuwe formule, ook de naam moest het ontgelden: Chérie werd weggepoetst. Wel bijvoorbeeld over de eerste Prada-geur (Prada Parfum uit 2004) en Alien van Thierry Mugler (2005): daar is heel wat aan gesleuteld, aan verbeterd voor ‘men’ kon zeggen: ‘Nu is die perfect, absoluut’. Bij Mugler weet je het eigenlijk nooit, voor je het weet lanceert hij seizoen later een nog ab-so-lu-te-re versie.

Deze verfijning heeft een voordeel, die merkwaardig genoeg niet makkelijk is: het vergt van een gemiddelde consument ervaring om de subtiele nuances waar te nemen, te ruiken. Het wordt iets makkelijker voor haar (of hem) wanneer het geur betreft die haar (of zijn) favoriet is. Ervaring werkt in je voordeel: je ruikt eerder de verschillen. Mugler heeft Alien in verschillende gedaantes met ons gedeeld. In 2005 de eerste versie; een eau de parfum. Ofwel: een geur in drie relevaties: amber, bloemen, hout. In 2007 was het parfumextract: dezelfde relevaties maar dan intenser. In 2009 de eau de toilette. Ofwel, Alien ziet het licht door toevoeging van citrusnoten en mandarijn. En dan heb ik het nog niet gehad over de zomer- en winterversies.

Maar het kan volgens Mugler nóg exquiser, daarom nu: Alien Essence Absolue. Wordt ons gebracht door ‘zonnegodin’ Alien, die zoals wel vaker het geval is bij buitenaardse wezens, ‘hoewel dichtbij toch onbereikbaar is’. Maar toch: gekleed in een couturejurk, gecreëerd door Mugler, schenkt ze ons hoop, rust en licht. Maar toch: best wel schrikken als je haar ‘zo maar’ in vol ornaat op straat zou tegenkomen. Ze heeft iets dat me doet denken aan zoals de meeste ‘onder ons’ haar naam zullen interpreteren –  inderdaad de gelijknamige film, of die schone vreemdeling uit Mars Attacks.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De transformatie van Alien naar Alien Essence Absolue is een bijzondere gelegenheid, daarom schittert de geur in een nieuwe flacon: ‘een druppel goud, geslepen als een topaasjuweel’. De inhoud garandeert dat de drie revelaties van Alien zich nog eleganter manifesteren. Dus werd bij de sambacjasmijn heliotroop – geliefd om haar lichtbloemige toets met vanillenoot – toegevoegd. Het maakt de geur sensueler, maar tegelijkertijd ook ‘liever’ en zachter.

Het kasjmierhout is verrijkt met zonnebloem en iris. De eerste verspreidt niet echt een parfum. Is meer het idee dat toevallig mooi past bij zonnegodin. Werd qua geur vertaald in een warme, beetje ‘stuifmeelachtige’ noot. Iris doet dat eigenlijk van ‘zichzelf’: is zacht, fluwelig en poederachtig. Het zachte en kalmerende amber ziet zich omringd met een originele gourmandgeur (balsamico – zie foto), die samen met een zacht-sensuele vanillenoot Alien Essence Absolue nieuwe sensualiteit schenkt. Een mooie exercitie, maar je moet zoals gezegd over veel Alien-ervaring beschikken om de verfijning direct te ervaren.

RUIK & VERGELIJK

Grote kans dat je nu als ware Alien-fan, het origineel minder vindt:

Thierry Mugler Alien (2005)

PETITS ET MAMANS BULGARI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 24, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET P. Een reactie plaatsen

AH, GOSSIE

Jaar van lancering: 1997

Laatst aangepast: 24/08/12

Neus: Nathalie Lorson

Door de opkomst van internet, waardoor iedere professional en amateur zijn verhaal kwijt kan, wordt steeds meer met ‘de waarheid’ een loopje genomen. ‘Feiten’ worden minder van tevoren gecheckt en dubbel gecheckt. Veel bloggers (profs en ama’s) hebben hier geen moeite mee: ze copy-en en pasten. En zo gaan bepaalde ‘leugens’ een eigen leven leiden. In de wereld van parfum is dat niet echt een misdaad, toch stoort het mij. Zo lees je op bijna elke (verkoop)site en/of blog dat Petits et Mamans de eerste geur voor de (aller)kleinsten is. Not. Ook niet Petit Guerlain. Want: 1994. Wel: Petit Ange van Parfums de Nicolaï. Want: 1993.

Het zijn er in ieder geval niet veel en dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat we de natuurlijke geur van de allerkleinsten (baby’s en peuters) al zo lekker en prettig vinden – ‘kan je wel opvreten’. Ze parfumeren is daarom eigenlijk onnodig en bijna ongeloofwaardig. En helemaal met een dure geur. Zwitsalverzorgings-producten – waarvan in 2010 Eau de Zwitsal verscheen – en dan is het wel mooi genoeg, toch? Hoewel we de geur van allerkleinsten eigenlijk alleen maar associëren met prettig, is er toch ook de ‘smell’-factor. Denk vuile luiers. En om dat te verhelpen doe je als moeder (of vader) meer aan hygiëne (met Zwitsal) dan aan parfumeren.

Dat blijft in zekere zin toch een gebaar van verfijning. Het doet je baby en/of peuter zeker geen kwaad. Met zijn eigen luchtje of geuren die mama draagt. Wat het in ieder geval wel doet, fijne herinneringen opbouwen voor later voor als ze wel eens terugverlangen naar die pure en onschuldige tijd. Ik hoef maar een zweem van Miss Dior (1947) te ruiken, of ik zie het badkamerplankje van mijn ouderlijk huis voor me en het ‘scheerritueel’ van mijn vader. Dit gebruikte namelijk deze klassieker als aftershave omdat mijn moeder de geur niet lekker vond – nota bene van hem gekregen voor Moederdag.

Dit kwam ik in oude persberichten van Petits et Mamans tegen: ‘De eerste geur voor jonge of aankomende moeders die de tedere verhouding tussen hen en kind uitdrukt. Het weerspiegelt de zachte geur van een baby en geeft een zacht, verzorgd gevoel van reinheid’. En: ‘Om moeders en kinderen gelukkige momenten in hun leven te geven. Symbool voor familie, geluk, kinderen en moeders. Tijdens het dragen ervan word je rustig en ontspannen’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Niet onbelangrijk in dit geval: ‘Petits et Mamans is alcoholvrij en valt ondanks zijn kinderlijke charme op door zijn raffinement. Moet ook wel als je Bulgari bent. Net zoals de andere eerste geuren van de Italiaanse juwelier, is de hoofdsmaak in Petits et Mamans thee. Of precies te zijn kalmerende kamillethee. Vat dit niet letterlijk op: het is kamille (foto) voorzien van een lichtfrisse én warme toets. Het is eerste wordt opgeroepen met bergamot en citroen.

En het tweede met poederzacht iris, zonnebloem (denk qua geur richting kamille maar dan droger) en vanille. Dit alles heel zacht gedoseerd. Om het ‘huidcontact’ tussen beide dragers te versterken, werd perzik toegevoegd. En heel zachtjes op de achtergrond groeit een roos. En wat je krijgt is een geur zo zacht als een babyhuidje. Aangenaam voor de allerkleinsten, aangenaam voor moeders die ‘eigenlijk’ niet zo van geuren houden, maar wel verzorgd en ‘veilig’ willen ruiken, maar niet naar een goedkope deodorant.

Leuk: de badproducten van deze geur zijn als speelgoed. Zo kun je met de Gel Douceur Corps et Cheveux bellen blazen – het ‘apparaatje’ zit vast aan de dop. En is de zeep verkrijgbaar in diverse dierfiguren.

RUIK & VERGELIJK

Nog meer babywaters op niveau…

Parfums de Nicolaï Petit Ange (1993)

Guerlain Petit Guerlain (1994)

Roger & Gallet Eau de Senteur Petit Doux Nature (2001)

Burberry Baby Touch (2002)

Guerlain Baby Guerlain (2005)

L’Occitane Mom & Baby Water (????)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....