GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

BLACKBERRY & BAY JO MALONE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 22, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET B, NICHE. Een reactie plaatsen

BRAMEN IN KRANS VAN LAURIER

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 22/08/12

Neus: Fabrice Pellegrin

Model: onbekend

Ik was van de week bramen aan het plukken op een vanzelfsprekend geheime plek. En terwijl al oogstende het zweet langs mijn hoofd gleed en brandnetels het op me voorzien hadden (en geen dovenetel in de buurt) moest ik denken aan de opmerking van Fabrice Pellegrin in het persbericht van Blackberry & Bay. De grootste uitdaging volgens hem: ‘De technologie ontwikkelen om natuurlijke essentiële oliën te extraheren uit fruit. Vandaag de dag weten we hoe we geuren uit bloemen, planten, wortels en zelfs zaden kunnen trekken, maar alle fruitnoten worden nog steeds synthetisch gecreëerd’. Zou het mogelijk kunnen zijn, en zo ja, zou je dan het verschil ruiken met synthetische alternatieven? Want met name rood fruit kan ‘in het echt’ ook zo zoet ruiken, dat je eerder denkt aan kermis en snoep dan aan natuurlijk.

De eerste keer dat ik ‘echt’ rood fruit rook in een geur, was ik zo aangenaam verrast. Het was flanker van Hermès’ Amazone (1974) tevens een van de allereerste frisse variaties op een geur: Amazone Eau de Fraîcheur (1996). De rode bes spoot je als het ware in de opening tegemoet en op de achtergrond borrelde het volle recept van Amazone. Dat is tegenwoordig anders: met rood fruit wordt zo kwistig omgesprongen dat het de bloemen in het hart vaak overwoekert en alleen maar lijkt te versmelten van de zoete vanillebasis.

Gelukkig is dat niet het geval met Blackberry & Bay. Wil zeggen: je moet wel heel goed ruiken en je er op concentreren om het struikgewas achter de bramen te ruiken. Jo Malone ziet trouwens niet vanille en amandel, maar de braam als ‘agent’ die het vermogen schenkt je terug te voeren naar prettige momenten uit je kindertijd ‘toen je bramen plukte met blauwe lippen en kleverige handen’. Ik vraag me alleen af of je dat als volwassen vrouw (en man) wil… In de vorm van een geurkaars wellicht, maar in de vorm van een ‘echte’ geur? Gelukkig geeft Malone zelf ook mogelijkheden om de geur up te graden. Wil je meer pit: layer het met Lime Basile & Mandarin (1999). Wil je de zoetheid temperen? Pak het ‘pittige, groene en kruidachtige’ Nectarine Blossom & Honey (2005).

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Pellegrin: ‘Natuurlijke oliën zijn niet per definitie superieur, maar geven parfum wel een karakteristieke toets. De hedendaagse groene noten zijn echter van een veel betere kwaliteit dankzij technologische vooruitgang’.

Als het goed is, ruik je dat dus ook in Blackberry & Bay. De – synthetische – zoetheid van braam (‘in de verf gezet met grapefruit’) maakt een heel natuurlijke indruk omdat het wordt vermengd met bucchu. Of bucco, of boegoe, of bucco, of bookoo of diosma) – ook bijvoorbeeld verwerkt in Bal d’Afrique (2009) van Byredo. Is een struik met witte bloemen waarvan het blad een geur verspreidt die ruikt naar zwarte bes gecombineerd met munt.

En dat laatste is ook de groene link met bay, Engels voor laurier. Denk hier niet aan gedroogde, maar aan ‘frisse, natuurlijke, ritselende groene laurierbladeren op de struik’. Alleen, die verspreiden in hun frisheid geen geur.

Dus zocht Pellegrin naar andere ingrediënten die dit weten op te roepen: galbanum (tekening) vermengd met vetiver en cederhout. En die doen dat aards, puur en groen. Maar ook hier: de niet bij naam genoemde bloemen, geven een zachte toets aan het geheel, maar laten je niet echt bloemen ruiken. Met andere woorden: ook Blackberry & Bay is een parfum zonder hart, gaat het om de link tussen de zoete opening en de aardse basis.

RUIK & VERGELIJK

Pellegrin: ‘Twintig jaar geleden verwerkten parfumeurs veel groene noten in hun creaties. Vandaag de dag keren we terug naar deze roots’. Volgens mij moet hij iets verder teruggaan: veertig jaar geleden vond er een groene golf plaats in de parfumerie. En in sommige van deze geuren schitterde ook galbanum – ruik aan N°19 van Chanel uit 1971, ruik aan Estée Lauders Private Collection uit 1973 – die Pellegrin in Blackberry & Bay verwerkte. Ook in twee andere recente geuren krijgt deze frisse en gloedvolle hars een ereplaats.

Issey Miyake A Scent (2009)

Maison Martin Margiela (Untitled) (2010)

HOMMAGE A L’HOMME LALIQUE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 21, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET H, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

CHIC, GEPOLIJST, ELEGANT, MISSCHIEN TE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 21/08/12

Neus: Mathilde Bijaoui, Christine Nagel

Lalique bestaat twintig jaar als parfumhuis. Is tegenwoordig al een reden voor een feestje. Werd dus in 1992 opgericht door de kleindochter Marie-Claude (1936) van René Lalique (1860-1945), de glaskunstenaar die er onder meer voor zorgde dat parfums van Roger & Gallet, Coty, Lubin en Nina Ricci – to name a few – nog meer gingen schitteren – in kristal, in glas. Eerlijk gezegd: het huis maakt mooie geuren alleen de laatste jaren verschenen er ook een paar waarvan je dacht ‘why?’. Zowel qua inhoud (te makkelijk, te commercieel), zowel qua presentatie (de flacons waren wel heel ver verwijderd van de sierlijke esthetiek van de oprichter). Zoals Perles (2006). Zoals White for Men (2008). Zoals Fleur de Cristal (2010) waarmee bij de 150ste geboortedag van René Lalique werd stil gestaan.

Daar staat dan weer tegenover: Nilang (1995), een van de eerste aqua-gourmandgeuren die vorig in de standaardflacon van het huis werd gestopt en Le Parfum (2005). Wat geur betreft wordt bij dit jubileum stilgestaan met een heruitgave van Lalique in de chèvrefeuille-flacon en een nieuwe mannengeur: Hommage à L’Homme. Grappige naam, of merkwaardige naam… Ik kan me altijd weinig bij die soort namen voorstellen.

Er verschijnen wel beelden in mijn hoofd, maar die hebben allemaal iets Leni Riefenstahl-achtigs. Komt natuurlijk door de speciale kristaleditie waarop de god van het bos, Pan ook wel bekend als Faun, staat afgebeeld. En hiermee wordt gerefereerd aan een kristalsculptuur dat René Lalique maakte voor de Orient Express in 1929 (waarop twintig jaar geleden ook Lalique werd onthuld en Hommage à L’Homme vorig jaar). Voor de ‘mass market’-edities (beetje saai) tekende Thierry de Baschmakoff.

Nu de geur. Die zijn zoals alle mannengeuren van Lalique echte mannengeuren op z’n Frans. Dus geen olfactieve krachtpatsers. Dus een zekere stoerheid gecombineerd met een zekere verfijning. Een clichévoorstelling van de drager: 35+-man, zijn slapen beginnen te grijzen, draagt een strak driedelig pak zodat je zijn lichaamslijnen goed kunt volgen. Maar geen Dior, geen Lanvin. Meer klassiek Italiaans. Glad gepoetste schoenen (zonder sokken), stijf gestreken wit overhemd (met stropdas). Hij weet dat hij er goed uitziet, vrouwen weten dat ook… en daarin schuilt het geheim van deze 21ste eeuwse versie van Casanova. Komt dus aardig overeen met het model die een reiziger speelt, gebruikt voor de advertentie met op de achtergrond – goed gezien! – een wagon van de Orient Express.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Hommage à L’Homme is weer een goed voorbeeld van niche in de parfumerieketen. Ruik je hem blind, grote kans dat je hem hoger zou inschatten. Mooi, verzorgd, maar net zoals het onlangs beschreven Byredo’s Bal D’Afrique (2009) braaf en misschien te verzorgd, te gepolijst. Er ontbreekt een ruwe schets. En wat ik maar niet echt ruik: het in de basis opgevoerde oud. Ik ervaar eerder een mix van onbestemde houttonen met een klein vleugje oud.

De opening: groen viooltjesblad (fris-groen), peper (energiek – zie foto) en bergamot (bloemige frisheid) die mooi op de achtergrond blijft terwijl het zoete hart – viooltje en jasmijn ondergedompeld in saffraan – gaat kloppen. Ook deze zoetheid blijft lang present. Pas na een half uur onderga je de basis: door de zon uitgedroogd hout, extra verwarmd met musk en amber. Maar niet echt klassiek oud, zoals je die kunt ruiken in Montale en al die andere niche-oud geuren die de laatste twee jaar de markt hebben overspoeld.

RUIK & VERGELIJK

Mijn favoriete Lalique-geur voor mannen die ik inmiddels diverse mannen heb aangeraden, die kochten hem en zijn nog steeds zeer tevreden:

Lalique Encre Noire (2006)

SOMBRA NEGRA YOSH

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 19, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Een reactie plaatsen

HOUT DAT IN ROOK OPGAAT

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 19/08/12

Neus: Yosh Han

Dit is de tweede ‘heftige’ geur van Yosh. Opvallend voor een Amerikaans (niche)huis, want die hebben over het algemeen een meer lichte, ‘schoongewassen’ en zonnige benadering van geuren. Maar dat is wel aan het veranderen: ruik aan de geuren van Kerosine. Als ik het goed begrepen heb, verscheen deze geur al in 2010 als limited edition en werd dit jaar in de reguliere collectie opgenomen (als onderdeel van de M-collectie), zij het opnieuw geformuleerd.

Sombra Negra betekent ‘officieel’ zwarte schaduw. En dat is goed getroffen. Maar:  in straattaal heeft het ook een seksuele connotatie: vragen aan iemand om ‘bovenop’ te gaan zitten. Ik ga er vanuit dat Yosh Han op de hoogte van deze betekenis is. Haar woon- en werkplek is San Francisco en daar is Spaans de tweede gesproken taal.

Zou ik leuk vinden, maar past niet gezien de holistische, chakra- en numerologie-benadering van Yosh. Trouwens Sombra Negra wordt als zodanig niet gepresenteerd. Dus geen uitleg wat voor een soort persoon deze geur het beste kan dragen. De geur is wel een uitstekend voorbeeld – terwijl ik dit schrijf beleven we de tweede tropische dag op een rij – dat donkere en houtachtige geuren heel aangenaam zijn terwijl het zweet van je lichaam glijdt. Sterker, ik zelf vind ze juist vaak aangenamer dan een verkoelend odekolonnetje omdat ze mooi fuseren met de lichaamstemperatuur. Sombra Negra is een donkere geur die walmt, die rookt. Het lijkt alsof alle ingrediënten over een (na)smeulend kampvuur zijn uitgestrooid en je (na)geniet van hun verbrande en rokerige effect.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een opening, eerder een flits (opgeroepen met roze peper, citroen en jeneverbes – laatste heel goed te ruiken) die doet denken aan een ‘volledige’ mannengeur uit de parfumerieketen. Maar waar die over het algemeen ophoudt, gaat Sombra Negra verder. En hoe. Je krijgt een stoere kruidenmix van kruidnagel. nootmuskaat, komijn en zwarte peper die op de een of andere manier toch ‘etherisch’ blijven – komt op het conto van jeneverbes en zwarte peper – terwijl de duisternis van de basis zijn schaduw vooruit werpt. En die is echt donker deze blend van voornamelijk vetiver (foto) en patchoeli sierlijk omlijst met de zoet-zwoele tonkaboon en de droge, poederige noot van iris. Van mij mag Yosh Han ook een extreme versie lanceren.

RUIK & VERGELIJK

Is een mini-mini-trendje in de niche-parfumerie: vetivergeuren die niet licht en fris-houtig ruiken, maar donker en sensueel. Alsof de geur in brand staat, geholpen door patchoeli en natuurlijk wierook. En dat begon volgens mij allemaal met:

Serge Lutens Vetiver Oriental (2002)

Ook een ‘leukerd’ in deze categorie:

Honoré des Prés Chamen’s Party (2008)

BAL D’AFRIQUE BYREDO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 18, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET B, NICHE. Een reactie plaatsen

‘OUT OF AFRICA’ OR AFRICA IN PARIS?

Jaar van lancering: 2009

Laatst aangepast: 18/08/12

Neus: Jerome Epinette

Concept & realisatie: Ben Gorham

Wordt wel beweerd: twee van de wegbereiders van de moderne kunst Pablo Picasso (1881-1973) en George Brague (1882-1963) hielden hun collectie Afrikaanse kunst bewust buiten de publiciteit om hiermee hun nieuw bedachte kunststroming, het kubisme, als volstrekt oorspronkelijk neer te zetten. Er zijn zelfs boeken over deze (veronderstelde) ‘voorkennis’ vol geschreven. Beide kunstenaars waren niet de enigen (en eersten) die onder de indruk waren van deze ruwe, ongeciviliseerde, vaak religieuze kunst die voor westerlingen in een ‘nieuwe’ vormentaal ‘het onderbewuste’ liet zien. Er zijn heel wat priesters in de 19de naar Afrika vertrokken om de boodschap van ‘onze lieve heer’ onder de heidenen in de Franse koloniën te brengen, en daar onder indruk van deze beelden raakten en een imposante collectie naar het vaderland brachten.

Die werd als eerste ontdekt en ‘opgepikt’ door de artistieke incrowd van Parijs en deze ‘magische kunst’ raakte in de jaren twintig pas salonfähig en dus en vogue. Dat wil zeggen: het vormde een gloedvolle inspiratiebron voor de art deco-beweging en kreeg merkwaardigerwijze vanuit de VS een ‘zwarte’ muzikale omlijsting door de opkomst van de jazz en de daarbij horende dansen, waaronder de charleston. Deze Afrikaanse mode kwam tot een hoogtepunt met de optredens van de Josephine Baker (1906-1975) in een bananenrokje – Jacques Guerlain (1874-1963) was zo onder de indruk van haar dat hij voor haar Sous le Vent (1933) creëerde.

De bedoeling is dat je dit ‘sfeertje’ in Bal d’Afrique ruikt. Het is een ode op ‘the roaring twenties’ in Parijs tijdens het interbellum. Maar wat bedoelt Ben Gorham exact? Een – gemaskerd – bal in Parijs met Afrika als thema? Of de exotische en zinderende wereld van Afrika, het continent? In beide gevallen stemt het eindresultaat ontevreden. Ik mis in de ‘Parijse’ bedoeling, de parfumsfeer die toen trendsettend was: witte bloemen onderlegd met aldehyden en animale noten. Wil als het ware feestgeruis en -feestplezier horen. Ik mis in de ‘Afrikaanse’ bedoeling de overrompeling van exotische bloemen – bijvoorbeeld ylang-ylang – en de intense warmte van ‘vreemd’ hout en ruwheid van bijvoorbeeld wierook en civet. Ik wil als het ware de trommels van inheems stammen horen roffelen, de fauna in het oerwoud ruiken. Kortom, een mooie naam die zoveel kan oproepen, resulteert…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… in een nogal brave geur die ook onder elke andere naam waarschijnlijk wel (of geen) succes is (of zou zijn geworden). De kwaliteit, niet mis mee. Maar Byredo is niche en mag ook wel gezien de prijs die voor mij – heb het al eerder gezegd – niet in verhouding staat tot het gebodene.

Bal d’Afrique kent een behoorlijk scherpe citrusopening waarin vooral de neroli (foto) er uitspringt. Op de achtergrond neem je direct een mooie lichtbittere, frisgroene noot van goudsbloem (de Afrikaanse!) gecombineerd met een friszoete noot. En dat is dus (Zuid-Afrikaanse!) bucchu (of bucco, of boegoe, of bucco, of bookoo of diosma). Is een struik met witte bloemen waarvan het blad een geur verspreidt die ruikt naar zwarte bes gecombineerd met munt. Het hart: witte, zoete bloemen – jasmijn, viooltje, cyclaam – zonder de elegantie van de jaren twintig; daarvoor blijven ze te fris en te zonnig, worden niet sensueel.

Zelfs niet door de basis. Want dat is het opvallende aan Bal d’Afrique: de basis lijkt los te staan van de rest, maar bepaalt uiteindelijk wel de geur: een beproefde combinatie van amber (zwart genoemd in verband met Afrika), musk, vetiver en cederhout (uit Noord Afrika, Marokko dus) die een nogal mannelijke eindindruk maakt.

RUIK & VERGELIJK

Afrika in geur? Veel te weinig naar mijn smaak. In de jaren twintig van de vorige eeuw wel heel veel als inspiratiebron gebruikt, waarvan prachtige voorbeelden zijn te zien in het boek The Art of Perfume van Christie Mayer Lefkowith. Zou Ben Gorham het kennen? De meeste nichehuizen vinden het Nabije en Verre Oosten artistiek en commercieel toch interessanter dan het donkere continent. Er is volgens mij maar één nichehuis dat zich er door laat inspireren: Parfums Générale. Waarvan getuigen:

Parfums Générale – Huitième Art – Sucre d’Ebène (2010)

Parfums Générale – Huitième Art – Naïviris (2010)

En de ode van Jacques Guerlain op de elastieken benen-zangeres is echt prachtig:

Guerlain Sous le Vent (1933, 2006)

VANILLE ROGER & GALLET

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 18, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET V. 3 reacties

‘VANILLEWATER’

Jaar van lancering: 2007

Laatst aangepast: 18/08/12

Neus: onbekend

Flaconontwerp: Martin Szekely

Ik heb me voorgenomen om in dit jubileumjaar van Roger & Gallet – anno 1862, dus reken maar uit – al hun geuren te bespreken die ik ben vergeten of over het hoofd heb gezien. En hoewel de presentatie in de loop der jaren steeds meer is uitgekleed en de inhoud steeds minder ‘eigen’ is geworden, blijf ik een zwak voor het merk houden. De reden: de manier waarop het snel en goedkoop (prijstechnisch dan) geurtrends oppikt. En opvallend: de kwaliteit is en blijft goed. Verwacht van Vanille geen zoete, gourmand ‘banketbakkersvreugde’ en ook geen ultra-zinderend oosters gebotteld verlangen in een flacon. Dat komt omdat het een eau douce is. Vanille zweeft aangenaam tussen eau de cologne-frisheid en de warme zoetheid zo kenmerkend voor deze gefermenteerde peul van de vanille-orchidee. Het prettige: voor een eau blijft de geur opvallend lang hangen.

Het is bekend van vanille dat het een rustgevend effect heeft op het gemoed (en geweten). Komt natuurlijk door de prettige associaties – de baby- en kindertijd; denk Zwitsal, denk appeltaart – die mensen over het algemeen met vanille hebben. Spray Vanille op je kussen voor het slapen gaan en een goede nachtrust lijkt verzekerd. Eerlijkheid gebied mij te zeggen, dat ik dat binnen het Roger & Gallet-assortiment meer heb met Amande Persane (2010) wat dat betreft. Maar dat is, zoals dat heet, heel persoonlijk. Voor vanille-fans op zoek naar een lichte vanillevariatie voor tijdens de zomer, ik zou zeggen: koop Vanille. Voor de winter adviseer ik een echt volle vanillegeur.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ook bekend: om een pure vanille-geur samen te stellen, heb je meer nodig dan alleen maar vanille. En dat ruik je heel goed in Vanille. Het leuke: de (helaas onbekende) neus pakt twee ingrediënten voor het hart van de geur die in combinatie met vanille verrassend uitwerken. Ten eerste: het lelietje-van-dalen. Staat garant voor de knisperende groene noot (het eau-effect). Ten tweede: tiaré. Deze exotische overzoete bloem laat de vanille als het ware nog meer bloeien.

Maar eerst, het is per slotte van rekening een eau, een zoet -fruitige eau de cologne-explosie van bergamot, mandarijn en grapefruit. Dan het hart: bovengenoemde fris-sensuele combinatie wordt gelieerd aan volzonnig oranjebloesem. Het effect hiervan: de in basis opgevoerde vanille (foto) – verankerd in sandelhout en patchoeli – blijft bloemig en zonnig, wordt niet plakkerig, wordt niet ‘banketbakker’.

RUIK & VERGELIJK

En ondertussen kunnen echte intense vanille-addicts niet wachten op:

Reminiscence Vanille (2012)

En een nieuw nichehuis, heeft vanille een cologne-interpretatie gegeven:

Atelier Cologne Vanille Insensée (2010)

COCO NOIR CHANEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 17, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C. Een reactie plaatsen

DE OVERMAAT VOORBIJ

OFWEL, OMWEGEN VAN DE VERLEIDING

VERSUS SNEL UITERLIJK VERTOON

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 17/08/12

Neus: Jacques Polge

Vraag me wel eens af: wie van de gemiddelde klant is werkelijk geïnteresseerd in ‘the making of’ een parfum? Ik bedoel dan niet de very voorspelbare en very boring blik-achter-de-schermen-video’s, maar het echte verhaal. En mocht hij het al zijn, zou hij met deze extra kennis de geur anders ervaren, of gewoon lekker blijven vinden – of niet? Chanel haalt veel uit de kast ter introductie van Coco Noir. Niets wordt over het hoofd gezien om de geur kracht bij te zetten. Dus ook dit keer wordt een bepaalde periode (met de daaraan verbonden smaak, levensvisie en -geluk) uit het leven van Coco Chanel (1883-1970) uitgelicht. En wel haar eerste kennismaking met Venetië. Was in 1920, nog voor ze echt ‘le dernier cri’ in de haute couturewereld werd (N°5 verscheen een jaar later).

Gabriëlle had al een duidelijk eigen stijl, maar ze wist die door de cultuur en symbolen van de lagunestad nog ‘eigener’ te maken. Met andere woorden: de dogestad als venster op het Nabije en Verre Oosten is een ontmoeting met overdaad. Byzantijnse mozaïeken, de San Marco basiliek en de barokke wereld van Venetiaanse paleizen – grote grillige spiegels, consoles met bladgoud, kroonluchters van Murano. Ze zuigt het op en breekt hierdoor met haar uitgezuiverde en minimalistische strakheid van zwart en wit. Langzaam maar zeker verschijnt het barokke, weelderige en excentrieke Venetië in haar mode: de Maltezer en Griekse kruisen, de mozaïekstenen, alle Byzantijnse ‘tierelantijnen’ van de stad vergulden weldra haar ‘petite robe noire’ in de vorm van haar beroemd geworden costume jewelry (zie foto).

Ook ontmoet ze kunstenaars: Serge Diaghilev (kunstcriticus, mecenas en oprichter van Les Ballets Russes), Serge Lifar (choreograaf en danser) Christian Bérard (tekenaar), collega Lucien Lelong en Boris Kochno (librettoschrijver) met wie ze zal samenwerken en vriendschapsbanden smeedt. Van doorslaggevende betekenis is eveneens haar ‘ontmoeting’ met het symbool van Venetië – de leeuw. Het is ook haar sterrenbeeld en gebruikt het vanaf dat moment als talisman en als een van haar symbolen. Zelfs tot na haar dood: haar grafsteen te Lausanne is er sober mee gesierd. Maar wat volgens het persbericht van Coco Noir haar grootste openbaring was: ‘De Venetiaanse nacht bevestigt wat Chanel al wist: maan en sterren kunnen alleen maar mooi zijn omdat de hemel en het water ze opslorpen en omvormen’.

Dit vertaalt ze naar haar visie op de vrouw en mode: ‘Een vrouw kan alleen verleiden als ze raadselachtig is én volop straalt’. Dus verfijnt ze ‘de bijzondere verhouding tussen zwart en glans, tussen uitbundig en ingetogen. Van deze reis onthoudt ze het raffinement van de Byzantijnse kunst, de zin voor grandeur en de zekerheid dat een mens van alles afstand kan doen, behalve van zichzelf’. Dit alles vloeit nu samen in Coco Noir. De presentatie is zwart, licht ‘geadoreerd’, de inhoud ‘Venetiaans’.

En het is tevens een nieuw manifest van haar filosofie: ‘Intensiteit tegenover fletse norm, omwegen van de verleiding versus snel uiterlijk vertoon, echte luxe versus vulgariteit’. Hier komt Jacques Polge in beeld. Voor hem zit de spirit van Coco Noir gebald in de basis van hout en musk: ‘Zoals het zwart fluweel van een beroemd Venetiaans ambachtsman dat, laag na laag, het duister doet schitteren, zo rijgt de basis van Coco Noir een rijkelijk snoer van sandelhout, vetiver, wierook, patchoeli, vanille, tonkaboon en musk… een uitbarsting die zich ordent en verheldert, de overmaat voorbij, in een perfecte, omhullende en kostbare vorm’.

Opvallend: hoewel ik heb via het geurengeruchtencircuit heb gehoord dat Coco Noir het gepaste antwoord op is Guerlains La Petite Robe Noire (sinds augustus 2012 bereikbaar voor een breder publiek), wordt daar door Chanel helemaal niet aan gerefereerd. Wat trouwens wel een interessante discussie ‘op niveau’ zou zijn: hoe vertaal je zwart (al zo vaak gedaan) of een zwart jurkje (minder) in een geur? Wat is de verbindende factor?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Jacques Polge: ‘Ik geloof dat een geur, hoe apart hij ook is, alleen kan bestaan omdat anderen hem vooraf gingen’. Daarom dacht hij bij Coco Noir logischerwijs aan Coco (1984) en Coco Mademoiselle (2001). Het is een esthetisch (drie)luik van de Chanelparfumwereld die hij verder wilde verkennen. Het is voor hem ‘het Oosten dat begint en eindigt in Venetië, waar ik naartoe wou en zich aan mij opdrong in zijn nachtelijke gedaante’. Is Coco sensueel, pittig gekruid, Coco Mademoiselle fris-bloemig, Coco Noir balanceert tussen beide. Hoewel minder zwaar dan gehoopt en verwacht, is de geur in ieder geval voor mij een fusie van een Les Exclusifs-geur verlevendigt met een minder dwingend, dus meer eigentijdse toets.

Polge (foto) zei tijdens de introductie van Les Exclusifs (in 2007) dat Chanel het zich niet meer kan veroorloven bepaalde parfumtrends over het hoofd te zien. Dat ruik je direct in de opening, alhoewel de geur zich als één golf aandient, door de enorme uitbarsting van roze bes. Prikkelend, kruidig en toch fris en mooi opgaand met grapefruit en bergamot. Hierachter verbergt zich een klassieke noot van jasmijn en roos die wordt begeleid door een bloem die nu meer en meer weer ‘en vogue’ wordt: de narcis. Die zorgt ervoor dat roos en jasmijn voorzien worden van een sensuele bloemennoot die een mooi alternatief is voor tuberoos. Dit alles gaat mooi ‘kopje onder’ in de krachtige, sensuele basis.

Tonkaboon (Brazilië, Venezuela), patchoeli (uit Indonesië), sandelhout (Nieuw Caledonië), vanille (Bourbon) en een rokerig-pluizerige melange van witte musk en wierook. Maar dit alles behoudt een licht-frisse toets door geranium rosat (roosnuance met munttoets) en munt volgens mij.

RUIK & VERGELIJK

Coco, Coco Mademoiselle en Coco Noir vormen samen een parfumtripliek. Coco haalt haar kruiden en specerijen ‘persoonlijk’ op in het Nabije Oosten, Coco Mademoiselle blijft voor haar ingrediënten in Frankrijk en Coco Noir maakt haar keuze in de havens van Venetië.

Nog meer Venetië in een flacon:

Laura Biagiotti Venezia (1992, 2011)

Yves Rocher Venice (1986)

Nobile 1942 Anonimo Veneziano (20??)

Made in Italy 22 Settembre 2007, ore 8 Vaporetto per il Lido, Venezia (2007)

Romea D’Ameor The Princesses of Venice (2008)

ESPECIALLY DELICATE NOTES ESCADA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 16, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

LUCHTHARTIG ESCAPISME

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 16/08/12

Neus: Will Andrews & het P&G Fragrance Team

Model: Bar Refaeli

Fotografie: Mark Seliger

Stom, stom, stom: niet goed het persbericht gelezen. Especially Delicate Notes werd al gelanceerd in het voorjaar, ik dacht dus najaar. Is dus een lichtere variatie op Especially van vorig jaar. Ik lees het persbericht nu wel goed, en ben dus gefrappeerd door het volgende.

Nadat eerst gebruikster wordt getypeerd – ‘zij hunkert naar een luxueus en fris parfum dat haar in de zevende hemel brengt’ – lees je over haar state of mind het volgende: ‘Haar geest is net als haar geur een mengeling van raffinement en luchthartig escapisme’. Laatste vind ik een leuke typering voor een ‘geurgemoed’, of iets meer in Henk-en-Ingrid-taal: wat geur met je kan doen.

Voor de zekerheid ook nog even de ambassadrice die Especially Delicate Notes vertolkt: ‘Ik ben dol op frisse geuren. Ik ben ook dol het luchthartige vleugje luxe van deze geur omdat het je helpt even aan de werkelijkheid te ontsnappen en je gevoelens ruim baan te geven. Ook inspireert deze geur me om speelse en leuke dingen die ik nog nooit eerder heb gedaan’. Ik zeg: ‘Spannend!’ Maar ook: ‘Zo kan-ie wel weer Bar!’

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Will Andrews vergelijkt – hij is niet de eerste wat geuren betreft – Especially Delicate Notes met een soepel vallende zomerjurk, een zijden shawl die in winde wappert. Kan ik me eerlijk gezegd in dit geval weinig bij voorstellen. Niet bij het effect dat de peer in de opening aan de geur bijdraagt.

Hierdoor wordt de intense rozennoot van Especially lichter, speelser en zoeter. Zonder dat het al te fruitig wordt. Zonder dat de roos (en de ylang-ylang) verdwijnt. Die lijken als het ware ondergedompeld in een glas perensap met geschaafd ijs. Prettig om te ruiken is dat de witte musk in de basis niet de overhand neemt. Hiervoor verantwoordelijk ambrette (foto). Deze natuurlijk aandoende musk afkomstig van het gelijknamige zaad, maakt de witte musk, minder katoen, minder hard. Wel zachter en gracieuzer.

RUIK & VERGELIJK

Roos of minder roos met Escada?

Escada Especially (2011)

LA PETITE ROBE NOIRE GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 14, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

WINNAAR VAN DE ASTIR 2012 IN DE CATEGORIE:

BESTE VROUWENGEUR IN HET LUXE SEGMENT

HET KLEINE ZWARTE JURKJE ALS SYMBOOL WAT GUERLAIN VOOR PARFUM BETEKENT

Jaar van lancering: 2008/2012

Laatst bijgewerkt: 06/02/13

Neus: Delphine Jelk/ Thierry Wasser

Artistic direction: la petite robe noire op de flacon is getekend door Serge Mansau

Illustraties/clip: Kuntzel + Deygas

Muziek: Nancy Sinatra sings her classic

Mijn vraag tijdens de presentatie in Brussel van La Petite Robe Noire, tot voor kort alleen te koop in de Guerlainboetieks en -stands van de betere warenhuizen wereldwijd: ‘Waarom nu in de ketenparfumerie?’ Het antwoord: ‘Vanwege het succes’. Vreemd. Als dat zo is, dan hebben vrouwen blijkbaar hun weg naar deze exclusieve verkooppunten weten te vinden en zullen nieuwe geïnteresseerden dat ook kunnen. Maar waarom dan de formule veranderd? Hierop bleef het antwoord schuldig. Tot dat ik iets verder vroeg.

Wat blijkt? Het gehoopte succes van Idylle (2009), inclusief de talrijke variaties, ondanks de groots opgezette ‘romantische’ campagnes, bleef uit. En, helaas, kun je het als parfumhuis tegenwoordig niet permitteren een seizoen ‘on hold’ te blijven. Zeker niet in de ketenparfumerie. Vandaar de aanpassing, om ‘in sync’ te blijven met de daar heersende smaak. En die is, zoals bekend, minder verfijnd, minder exquis, meer toegankelijk.

Maar toch: je zou eerder van Chanel verwachten een geur te noemen naar een ‘onmisbaar’ item uit de basisgarderobe voor de vrouw waarmee Coco, naast haar pakje, tas en parfum bij het grote publiek bekend is geworden: La Petite Robe Noire. Maar Chanel doet dat niet. Guerlain wel. Waarom? Omdat het zwarte jurkje volgens het parfumhuis ‘absolute stijl uitgedrukt in stof is. Perfect vallend, net boven de knie, heeft het de stijl en allure van haute couture’.

Goed omschreven. Maar dan volgt een cliché – in het eerste persbericht – dat al te vaak bij parfums is gebruikt: ‘De draagster ervan laat een onuitwisbare indruk achter als ze passeert… het zwarte jurkje wordt zo een onmisbare aanwinst’. Om te eindigen met het voor mij onbegrijpelijke ‘die zowel met het schemerlicht, als met de zon van de dageraad speelt. Betoverend van ‘s ochtends tot ‘s avonds, van ‘s avonds tot ’s ochtends. Met het zwarte jurkje is de draagster altijd klaar om aan de volgende dag te beginnen!’ Tja. En dan als uitsmijter: ‘Het zwarte jurkje betekent in de modewereld wat parfum voor Guerlain betekent’.

Er was nogal wat commotie op verschillende parfumblogs. Algemene teneur: hoe durft Guerlain een classic onlosmakelijk verbonden met een ander luxemerk te gebruiken. Ik zeg: in de parfumwereld is het de gewoonste zaak van de wereld om goed naar de concurrent te kijken. Richt een merk zich op de jonge consument, anderen volgen. Geldt ook voor zomervariaties, het herlanceren van klassiekers, het leveren van op maat- en niche-parfums. Het zou trouwens leuk zijn geweest als Chanel had gereageerd door het lenen van hét symbool van Guerlain: de bij. Doet Chanel niet. Niet chic. Chanel reageert, zij het pas dit jaar anders met Coco Noir. Maar niet letterlijk: tussen de regels door wordt er in het persbericht subtiel verwezen naar het zwarte jurkje waarmee zij als geen ander wordt geassocieerd.

Guerlain presenteert de verandering in formule wel weer grappig: ‘Ik ben geboren in een roos twee jaar geleden die met zorg en passie werd gekweekt in het geurlaboratorium van Guerlain aan de Champs-Elysées. Laten we eerlijk zijn: ik heb zo’n geweldig succes dat ik me nu vernieuw om nog verleidelijker te worden en in de parfumerieën over de hele wereld te verschijnen. Ik heb het niet van een vreemde. Het is een familietraditie… Jacques Guerlain bijvoorbeeld testte discreet zijn creaties bij klanten voor hij ze aan een groter aantal bewonderaars aanbood’.

La Petite Robe Noire, zowel de nieuwe als oude versie en La Petite Robe Noire N° 2 (2011) valt voor mij in de categorie hip en trendy met luxetoets, en is een poging van Guerlain in sync te blijven met de jonge consument. Want zowel het jurkje, de presentatie als ‘het materiaal’ waarvan het gemaakt is, is helemaal van deze tijd en wordt zeer gewaardeerd door jonge vrouwen; beetje gourmand, beetje rood fruit, beetje bloemen, beetje sensueel, maar ongedwongen. En dan de nieuwe ‘getekende’ commercial… gaat meer over laarzen dan over het beroemde zwarte jurkje. Of zie ik dat verkeerd?

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Zo omschrijft Guerlain de eerste versie van La Petite Robe Noire: ‘Licht als champagnebelletjes, smeltend en krokant als een amandelkoekje met rozensmaak. Het parfum bruist dankzij de natuurlijke frisse geur van Siciliaanse citroen die zachter wordt door een vleugje amandel en zoethoutaccent’ – denk drop, denk zwart. ‘Een arm vol rozen zorgt voor de elegantie, gerookte thee en patchoeli voor het karakter. En voor een fluweelachtige gewaarwording op de huid een strelend akkoord van musk en vanille’.

In de nieuwe versie voegt Thierry Wasser hier zijn eigen interpretatie van de Guerlinade aan toe: ‘Een stralende roes van tonkaboon, vanille, iris en patchoeli’. Maar eerst waait het zwarte jurkje op met ‘zwarte’ kers, ‘rode vruchten’, amandel en bruisend-fris bergamot. Dan verschijnt de roos (een mix van Bulgaarse en Turkse roos): ‘zacht, heerlijk gekonfijt’. In de basis ook hier weer gerookte thee (lapsang souchong) in een anijsachtige waas die opgaat in de Guerlinade. Eindresultaat: licht, luchtig, praline, zuurtje verpakt in Guerlain-finesse. Zo omschrijft Wasser trouwens zelf de geur:

Let op: Met deze nieuwe versie, verdwijnen tot verdriet van velen, Guerlains twee ‘oude’ petites robes noires.

RUIK & VERGELIJK

Moet je wel zoeken op het internet. En is intenser dan La Petite Robe Noire. Sterker, een echte floriental. Ga maar na, de opening: cyclaam, koriander, gember, jasmijn en abrikoosbloesem. Hart: gardenia, ylang-ylang, pioenroos. Basis: sandelhout, tonkaboon, musk, Japanse pruim.

Avon Little Black Dress (2001)

En wat gourmandfeel betreft – kers, zoethout – doet me de geur ook sterk denken aan:

Lolita Lempicka Lolita Lempicka (1997)

PLEASURES EAU FRAICHE ESTEE LAUDER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 13, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E, GEURENALFABET P. 2 reacties

WEAR ME, SHARE ME

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 13/08/12

Neus: onbekend

Model: Constance Jablonski

Artistic direction: onbekend

Het blijft me verbazen: de parfumindustrie heeft geen last van de wereldcrisis of doet dat het er geen last van heeft. Staat niet zo chic. Dat ruik je dit najaar: een overvloed aan nieuwe geuren. En voorspelbaar. Bijna elk luxemerk gaat mee in de huidige ‘verplichting’ van elk seizoen iets nieuws. Het meest opvallende in dit alles: de voortdurende verfijning van ketenparfumerie-geuren. Die neigt dit najaar naar ‘zwaar’ en ‘uitgepuurd’ bij enkele van de hoofdrolspelers: Dior presenteert Miss Dior Le Parfum, Thierry Mugler Alien Essence Absolue en Dsquared Potion for Woman. En Chanel levert met Coco Noir het zogenaamde antwoord op Guerlains La Petite Robe Noire. Laatste stelt zich nu democratischer (en ‘volkser’) op want is nu uit de niche-lijn van het huis gehaald (de formule werd aangepast).

Estée Lauder komt met een antwoord gehuld in wolk van luchtige onschuld: een colognevariatie op Pleasures. Ofwel, Pleasures wordt Pleasures Eau Fraîche. Het krijgt de slogan Wear me, share me mee. Nou, tussen ons gezegd en gezwegen: ik draag Pleasures af en toe – het blijft een topcompositie gevrijwaard van een overdosis witte musk. En doe het sinds kort ook met Pleasures Eau Fraîche. Wat sharen betreft: ik adviseer Pleasures aan ‘gewone’ vrouwen die zoeken naar een ‘romantische’ bloemige geur die voorjaar en een blij gevoel oproept en niet overrompelt. Ik ken hierdoor drie bruiden die in Pleasures het ja-woord hebben gegeven (waarvan er een het inmiddels heeft laten volgen door: ‘See you in court’).

De boodschap is hetzelfde gebleven: geniet van de eenvoudige dingen in het leven, vooral van zorgeloze dagen in de natuur. En deze ‘filosofie’ lijkt nu meer aan kracht te winnen doordat steeds meer mensen door de crisis er toe gedwongen worden. Estée Lauder omschrijft Pleasures Eau Fraîche als ‘een bruisende, bedauwde bloemengeur die een feest maakt van de eenvoudige momenten’ en ‘combineert subtiel de luchtige frisheid van het eau de parfum met transparantie’.

De campagne ‘brengt op vrolijke en bezielde wijze hernieuwde energie in het Pleasures-concept. We zien Constance Jablonski achter de schermen genieten van een warme, zorgeloze dag in de zon. Ze voelt zich op haar gemak in een zonovergoten stadspark, omgeven door natuur’. Moet me wel van het hart: ze oogt wel een beetje tutti, beetje jaren tachtig.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik vind dat je goed moet ruiken om de verschillen tussen het eau de parfum en Pleasures Eau Fraîche direct te ervaren. Dat komt omdat de eerste al zo transparant van zichzelf is. En ook door het feit dat Lauder niet heeft gekozen voor een citrusuitbarsting in de opening. Iets wat normaal met een eau fraîche-variatie gebeurt. En dat is maar goed ook; het zou afbreuk doen aan de originaliteit van de geur. Het zijn voornamelijk de ondefinieerbare groene noten (met name viooltjesblad – foto) in de opening gecombineerd met roze peper en het ‘onderdrukken’ van de basisnoten (sandelhout, patchoeli) van het eau de parfum die voor het ‘fraîche’ effect zorgen. En tussen deze twee ruik je een elegante mix van witte lelie, ‘zwarte’ sering, witte pioenroos, ‘roze’ roos, jasmijn en de bloesem die aan Pleasures zijn eigenheid geeft: karo-kaoundebloesem.

Als Pleasures Eau Fraîche langer op de huid zit, merk je dat de basisnoten inderdaad zijn getemperd én dat een soort van aqua-component aan de geur is toegevoegd. En diegene die deze geur toch te licht en te zonnig vindt voor komend najaar, Estée Lauder heeft ook nog steeds het ‘warm-houtige’ Sensuous (2008) in de aanbieding.

RUIK & VERGELIJK

Dat is dus:

Estée Lauder Pleasures (1995)

DOT MARC JACOBS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op augustus 10, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET D. Een reactie plaatsen

DOT VAN EEN GEUR

‘MODERNE BRUTALITEIT, KLASSIEKE ELEGANTIE’

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 10/08/12

Neus: Annie Buzantian

Flaconontwerp: Sayuri Shoji ism Marc Jacobs

Waarom koop je een geur? Als het goed is ‘puur’ om de inhoud. En dat doen nog steeds niet echt heel veel mensen. Bij de meeste moet eerst het oog verleid worden voor de neus meegaat. Dat weet de parfumindustrie dondersgoed. Sterker, het heeft er – bijna – een hoofdact van gemaakt. De presentatie – soms ook wel droom genoemd – overschaduwt de inhoud. Neem de bombastische campagnes van Diors J’adore (1999) van vorig jaar. Zo iets moois, dan moet de geur wel lekker zijn. Maar niet voor iedereen: zie de hoeveelheid geuren die op marktplaats worden aangeboden. Vaak in de verkoop gedaan nadat – ondanks prachtige campagne, ondanks mooie flacon – de geur zelf niet wist te bekoren. Waarom schrijf ik dit? Naar aanleiding van Dot natuurlijk.

Wel héél véél flacon! Lachen. Zwevend tussen kitsch en kunst. En als je goed kijkt: modernistisch niche. Het is volgens mij een heel vette knipoog naar al die über-serieuze nichehuizen met vaak doodsaaie, gaap-gaap standaardflacons. Wat dat betreft heeft Jacobs de smaak goed te pakken. Hij begon ‘voorzichtig’ met Daisy (2007), gooide de remmen los met Lola (2009) en Bang (2011) als resultaat. Met Dot lijkt het of hij de controle heeft verloren. Ik wist het trouwens niet – terwijl ik hem toch goed in de gaten hou -, maar de polka-dot is Jacobs ‘persoonlijke kenmerk, een favoriet thema waar hij vanaf zijn eerste collectie telkens naar terugkeert’.

Verder meldt het persbericht dat Dot is niet alleen een meisjesnaam is: ‘De polka-dot is rond qua vorm, een – hier komt het te pas en ongepaste gebruikte luxe-omschrijving weer – iconisch symbool van charme en elegantie. Een modieus, ongebruikelijk motief dat energiek en vol leven is’. Terzijde: zo ongebruikelijk is het niet in modekringen. Dot vangt het charmante, vrolijke karakter met een tijdloze verfijning’. Dat laatste is gezien de ‘popart’-presentatie niet waar en moet nog maar blijken de komende jaren. Tenslotte: ‘Dot is een kleurrijke Marc Jacobs-creatie afgerond tussen moderniteit en elegantie’. Helemaal akkoord. En ik ben benieuwd naar de variaties die op de flacon gaan verschijnen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Nu maar hopen dat de inhoud even opvallend is. En, eerlijk gezegd: niet echt het geval. Dot loopt helemaal in lijn met de rode fruit-geuren met een bloemig hart en licht sensuele nasleep. Maar zoals we van Jacobs gewend zijn bevat ook deze geur wel een modern, ongebruikelijk ingrediënt, alleen weet ik niet of die nu precies kan onderscheiden. En wel: pitaya (foto) ook wel bekend als dragonfruit. Is een verzamelnaam van verschillende cactussoorten. Het sappige vruchtvlees heeft een zoete, waterige smaak die doet denken aan kiwi. Dit wordt in de opening gecombineerd met rode bes. Met als gevolg een zoet limonade-effect.

In het hart wordt honingfris kamperfoelie, gekoppeld aan bloemig-fris oranjebloesem en stralend jasmijn die samen een romig-exotisch randje krijgen door kokosnootwater. Het is de opmaat voor de gedoseerde sensuele afronding van vanilla, musk en drijfhout.

RUIK & VERGELIJK

Amerika kent nog een ontwerper die de polkadot lange tijd als haar handelsmerk beschouwde. Zag je heel duidelijk terug in haar eerste geur:

Carolina Herrera Carolina Herrera (1988)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....