IN DE SCHADUW VAN DIOR(ISSIMO)
HERMESSENCE RIJMT – OOK – OP ELEGANCE
Jaar van herlancering: 2016
Laatst aangepast: 10/05/16
Neus: Jean-Claude Ellena
Er verschenen de laatste jaren in het niche-circuit enkele pure lelietjes-van-dalengeuren. Waaronder het kristal-groene Muguet Fleuri (1925/2014) van Oriza L. Legrand. Maar die kregen pr-technisch minder aandacht dan Muguet Porcelaine van Hermès. Hoe zou dat nou komen?
Ik gok op de reputatie van het merk én de neus die erachter steekt. Beide een garantiebewijs voor kwaliteit. Jean-Claude Ellena presenteert zich, of wordt tegen wil en dank ‘altijd’ als de intellectueel binnen de wereld van neuzen naar voren geschoven. Hij speelt met woorden, is belezen, kent de geschiedenis, doet beroep op de algemene ontwikkeling.
En dat vinden ‘we’ – ik bedoel intelligente en snobby klanten – aangenaam in een wereld die letterlijk en figuurlijk uit lucht is opgebouwd. Ellena geeft er diepte en verantwoording aan. Hermès doet wat dat betreft niet onder voor zijn ‘inhuisneus’. Het omschrijft de Hermessences als ‘olfactorische verzen, sober en intens als haiku’s die met enkele woorden met grote diepgang en ritme eer betoont aan de vergankelijkheid en de schoonheid van de dingen’. U hoort het: we communiceren op niveau.
Wordt vervolgd met ‘Hermessence rijmt op quintessence, de essentie van het beroep van de parfumeur die de kunst verstaat om de dialoog aan te gaan met het materiaal, zodat het beter tot zijn recht komt’. Kanttekening: kan het niet meer horen: ‘dialoog aangaan’. Doet tegenwoordig bijna iedereen. Zelfs de bakker op de hoek met zijn deeg. En het persbericht volgt met dat Hermessence ook rijmt ‘op renaissance, wedergeboorte van de natuur, altijd nieuw, waarmee de parfumeur samenstelt, uitvindt en opnieuw samenstelt’.
Nou, nog eentje dan: ‘Hermessence rijmt op présence, aanwezigheid, van de geuren die zich aaneenrijgen, elkaar oproepen, echoën en samen spelen, heel luchtig, een olfactieve verdeling. Gevoed door ontmoetingen en onverwachte combinaties weven de parfums banden tussen het hart en de zintuigen van mensen en materialen, landschappen, landen, culturen en woorden’.
Over Muguet Porcelaine zegt Jean-Claude Ellena: ‘De natuur naar eigen hand zetten, zo ziet men mijn beroep van parfumeur. Het lijkt wel eens op hinkelen. Als je al hinkelend na vele testen ‘de hemel’ bereikt, heerst er vreugde, is het feest. In lelietje-van-dalen zit zoveel subtiliteit, dat ik ervan droomde deze bloem te sublimeren. Ik heb me verdiept in de geur, tot ik mijn andere zintuigen vergat, om de schoonheid en de soepele verleidelijkheid van deze bloem, fragiel als porselein, weer te geven’.
Hermès eindigt met: ‘Omdat Muguet Porcelaine het verhaal is van een door de geest veroverde bloem – Geurengoeroe roept in zichzelf bij de laatste vijf woorden ‘haiku!’ -, ruikt deze puur en alleen naar het lelietje-van-dalen, zijn ontluikende klokjes en beschermende blad’. Als nu de geur ook niet op intellectueel als aangenaam wordt ervaren…
WAT LELIETJE-VAN-DALEN IK EIGENLIJK?
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt op concurrence’. Want er zijn meer geuren die ‘puur en alleen naar het lelietje-van-dalen’ ruiken. De directe associatie: de door velen als het lelietje-van-dalenparfum-der-lelietjes-van-dalenparfums beschouwde Diorissimo (1956). De neus Edmond Roudnitska – Ellena’s mentor – beschouwde op zijn beurt Muguet du Bonheur (1935) van Caron als zodanig. Voor mij bungelen de kwetsbare meiklokjes van Hermès tussen beide. De eerste is misschien wat meer ‘gesuikerd’, de tweede meer bloemig.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt ook op élegance’. Want de geur is elegant, in al zijn eenvoud alle facetten van het lelietje-van-dalen benadrukkend: fris, groen, knapperig startend, snel overlopend in de kenmerkende helder-subtiele bloemengeur. C’est tout. U leest het goed: that’s it.
Vindt Geurengoeroe jammer. Juist omdat Ellena ervoor tekende had ik meer iets meer onverwachts verwacht. Iets meer anno nu. Juist omdat het lelietje-van-dalen als bloem, het kan er zelfs niets aan doen, met tutty en old fashioned wordt geassocieerd. Een overdonderde aqua-noot, een verrassende lotsbeschikking met een andere bloem (mimosa), een hars (wierook), of een ‘lekker gek’ nieuw ingrediënt, zoals de bosaardbei.
Geurengoeroe zegt: ‘Hermessence rijmt eveneens op distance’. Want als je de geur, die ‘by the way, fly away’ snel vervliegt, beter leert kennen, neem je een soort zachte, warme noot waar die schommelt tussen ‘huideigen’ en ‘lactone’, tussen poederig en smeuïg – denk zeepachtig.
Aangezien alle geuren uit de Hermessence-lijn zo puur zijn, kun je ze goed layeren. Om het lelietje-van-dalen dus in een andere richting te sturen en Hermessence ook nog eens rijmt vacances, heb ik Muguet Porcelaine gemengd met Jardin en Méditerranée (2003). Lekker hoor. Meer groen. En omdat Hermessence óók nog eens rijmt op exuberance en complaisance – laatste is een doordenkertje op niveau voor de ‘intellos entre nous’ – reisde ik iets verder naar China voor Osmanthe Yunnan (2005). Meer bloem. Et… quelle performance! Rijmt ook weer.


‘En Geurengoeroe, kóópt u nog wel eens een parfum?’ Hij antwoordde: ‘Zelden, geen beginnen meer aan. Er verschijnt ook zoveel verdomd schoons. Maar ze allemaal sniffen? Geen tijd voor. Soms word ik echter als door een magneet aangetrokken – door de naam en wat de inhoud van een geur op papier belooft’. De naam: anders en voor kenners reeds een hint gevend: Afrika Olifant. Op z’n Hollands geschreven! Hoe komt dat, hoe kan dat? En dat voor een huis met Turks-Duitse wortels.
Te meer, gezien de kapster in Artis werkt, een soort van geurengek is en ik dus benieuwd was naar haar reactie. Artis was namelijk ook wat ik in mijn gedachten had. Gewoon dierentuin ruiken: mest en urine opgedroogd in stro opgeroepen met civet en bevergeil. Even terzijde: wil je niet dat de katten van de buren je mooie tuin als wc gebruik: tijgerpoep geplaatst op strategische plekken – scares the shit out of them. Bij Artis kon je het ooit kopen, weet niet of het deze service nog biedt.
De dagen; dat zijn dus gevangen kapellen (vlinders) – dierenbeul! Prikkebeen vertrekt vervolgens in het door Rob de Nijs in 1974 gezongen Zuster Ursula naar Amerika waar het volgens hem beter kapellen vangen is: ‘Dag lieve rest van Nederland, dag lieve allemaal. Blijf maar rustig zitten in het Land van Maas en Waal. Ik kan alleen maar lachen, ik stap eruit, ik ga, mijn rugzak en mijn tentje mee, de vlinders achterna’ – driedubbele dierenbeul!
Wel aan een vleugje poëzie in ruime hoeveelheid. Zeg nou zelf: Diors J’adore, Yves Saint Laurents Baby Doll – alle twee in hetzelfde jaar gelanceerd en nu ook nog te koop – spreken minder tot de verbeelding dan La Chasse aux Papillons. De tegelijkertijd gelanceerde Dzing! en Passage d’Enfer idem dito. Geldt ook voor Goutals Ce Soir ou Jamais en Tiempe Passate van Antonia’s Flowers (ook beide 1999). Nu zijn dergelijke namen schering en inslag en daardoor ook bijna inwisselbaar geworden.
Het leven is een reis hoor je mensen wel eens, eigenlijk heel vaak heel veel mensen, zeggen. Bekijk de interviews van Oprah Winfrey met de famous & celebs: het was me toch een reis om te komen waar ik nu ben, maar elke afgelegde kilometer – for bad, for good – was de moeite waard. Het heeft me gebracht waar ik nu ben.
Wat mij triggert: het idee van zijde. Want hoe meer me ik in de geur verdiep, hoe goed dit beeld blijkt te kloppen. En het is nodig om de naam van de geur bij de beoordeling met je ‘mee te nemen’.
Gaïac Mystique is een ‘haute parfum’ dat de haute couture-collecties van de huidige huisontwerper Riccardo Tisci heel dicht benadert. Nog sterker dan de inmiddels uit de schijnwerpers verdwenen Dahlia Noir (2011). Ofwel: zijn neo-gothic chic couture gepresenteerd in donkere, bijna heilige ambiance. Voor de een reli-kitsch, voor de ander adembenemend. Givenchy noemt het zelf treffend ‘dark romanticism’.
Door deze rijkheid, is het niet zo gek dat guaiac een geliefd ingrediënt is in nicheparfums. Voor ‘veel’ geld, krijg je veel terug. Vooral als het echt van de levensboom wordt getapt – is nogal pittig qua prijs.Er is ook veel nep te koop: vaak een vage variatie op ‘gezoet’ patchoeli.
Na twee geuren, waarin de Davidoff-man zat gevangen in clichés rondom mannelijkheid, gepresenteerd in gadgets die de man van nu echt niet weer wil, maar nog steeds inclusief variaties op de homesite worden aangeboden – Champion (2010) en The Game (2013) – kiest het nu voor het zekere voor het onzekere: dus klassiek, dus vertrouwd met een hedendaagse twist.
Strange: still no mention of Blue Noir at 
Culminerend in de bijna letterlijk niet te vermijden wereld van ‘ordinaire producten’-reclame: bijvoorbeeld die van de schoonmaakmiddelenindustrie. Zeefdrukte Andy Warhol dat verdomde handige keukenhulpje Brillo, Jeremy Scott transformeert een ‘Glassex-spuitfles’ – ‘Handig, maar wat jammer van de strepen die het achterlaat op de ramen’ – tot een echt parfum. De ironische boodschap is duidelijk en wordt versterkt door de naam – Fresh Couture. Kun je tegelijkertijd interpreteren als een frisse kijk op mode en geur. Én slaat natuurlijk op de inhoud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Aan sommige, jezelf gedane beloftes – niet alleen rondom het nieuwe jaar – is het nog niet zo makkelijk je daar aan te houden. Zoals mijn verbod om nog een oud-geur te bespreken. Daar blijven er zoveel van verschijnen dat Geurengoeroe, of welke geurenblogger dan ook, daar een aparte blog aan kan wijden. Maar soms sluipt het toeval in je wereld. Ongevraagd. Onverwacht.
Een ‘krasse’ interpretatie van oud. Met dien verstande dat in de meeste Europese oud-geuren geen druppel echte oud zit. De reden: omdat ‘the real stuff’ zijn gewicht meer waard is dan goud – ondanks het feit dat de wereldprijs daarvan enorm is gekelderd.
Impressie: natural, relaxed en de kwaliteit is goed. Niet de ‘allergoedste’, maar voldoende om de term niche te rechtvaardigen. Met als toevoeging: toegankelijke. Dat komt door de eenvoud van de formules – gebaseerd op drie hoofdingrediënten – afgezien van enkele ‘solifleurs’ zoals een patchoeli- en vanillegeur.