Parfumproblemen van Maria. Ze snapt het niet waarom sommige geuren niet lopen: ‘Als ik ze opdoe in mijn winkel, zegt iedereen ‘wow, wat heb je in hemelsnaam op!’ En daar blijft het dan bij. Drie op een rij.
Punks in Paradise Philly & Phill (2018)
Maria van Geuren: ‘Dat sandelhout in de drydown, een herfstgeur.’
Geurengoeroe: ‘Een wierook zonder kerk die een hele leuke reis achter de rug heeft.’
The Other Side of Oud Atkinsons (2019)
Maria van Geuren: ‘Ik vind hem helemaal geweldig. Lekker die kardemom in het begin. Ik weet het, ik weet waar het naar ruikt – chai-thee.’
Geurengoeroe: ‘Helemaal geweldig. Grappig dat je die kardemom zo goed ruikt. Is dat misschien wel de grap dat met de naam bedoeld wordt dat er juist helemaal geen oud inzit, de andere kant, en dan kom je uit bij… thee.’
Porpora Tiziana Terenzi (2017)
Maria van Geuren: ‘Kijk, ik krijg echt kippenvel. Zo chic. Een echte uitgaansgeur. Sommige zeggen ‘ruikt naar sauna’… ik ben niet snel beledigd, maar…’.
Geurengoeroe: ‘Maria heeft gelijk. Portrait of Lady in overdrive. Voller, rijker, onstuimiger, ongepolijst en toch zit er een enorme chique laag onder. Zo’n geur die je graag op een feest wilt ruiken, dat je langs iemand loopt en denkt ‘mag ik even met je praten.’
HUISGEUR DIE OOK EEN AQUA ALLEGORIA HAD KUNNEN ZIJN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 08/02/20
Neus: Thierry Wasser
Het wordt voor de parfumerie steeds moeilijker om een van hun geliefde sprookjes te verkopen: de verlokkingen van exotische oorden. Plekken waar nog alles is waarnaar je verlangt of naar moet verlangen volgens reisbureaus, enthousiaste verslagen op tv, in kranten en bladen, op internet (inclusief de nieuwe verleiders, de influencers).
Het probleem: veel verweg-paradijzen komen steeds dichterbij (iedereen kan er tegenwoordig naar toe) en hebben hun oude glans verloren die ze meestal danken aan de tijd dat reizen nog echt een elite-aangelegenheid was.
Nog een ding: bij nadere beschouwing blijken sommige exotische oorden ook op een andere manier veranderd. Worden bijvoorbeeld bedreigd door menselijke activiteiten – denk aan de aanhoudende uitbreiding van palmolie-plantages waarvoor regenwouden worden gekapt (vaak ook nog eens illegaal als je ngo’s gelooft) en de aldaar duizenden jaren levende flora en fauna het onderspit dreigen te delven.
Is het dan wel zo slim om daar een geur naar te vernoemen? Met name door parfumhuizen die sinds een paar jaar ernaar streven om de aarde (en wat er nog over is aan natuur) zo min mogelijk te belasten. Heb je die intenties, dan is het op zijn minst (wereld)vreemd om bedreigde gebieden op een etiket te plakken van een geparfumeerd product. In dit geval een geurkaars/homespray: Forêt du Sumatra.
Ben ik de enige die onder meer door berichten van het Wereldnatuurfonds – die ik af en toe op www zie voorbijkomen – bij het regenwoud van Sumatra direct moet denken aan bedreigde oerang-oetangs? En bij Bois des Indes (naam van een andere Guerlaingeurkaars/homespray op basis van sandelhout en jasmijn) dat juist in India door wildkap sandelhoutbossen in hun voortbestaan worden bedreigd?
Wat ik maar wil zeggen: bezint eer ge begint, voor je het weet heb je de hele goegemeente over je heen als je uit onwetendheid een veronderstelde foute naam bedenkt, een dito fout ingrediënt gebruikt, je niet houdt aan de aan jezelf opgelegde criteria. Want de waakzame, steeds vaker boos wordende consument, wordt ook steeds mondiger en weet via internet makkelijker medestrijders te vinden.
Opvallend: ‘rondom’ Forêt du Sumatra heeft zich voor zover ik weet nog geen actiegroep verzameld, terwijl het volgens mij zeker wat mediamomenten zou kunnen opleveren met de juiste contacten. Is volgens een mij kwestie van dat veel actiegroepen vaak niet verder kijken dan hun…
Laat je je door bovenstaande wel of niet beïnvloeden? Ik niet echt, vindt de naam alleen ‘een beetje dom’ gekozen. Bij Guerlain weten ze ook, hoop ik althans, dat het in de regenwouden van Sumatra ook niet meer allemaal oer en ‘puur natuur’ is. Mocht een actiegroep opstaan, dan zou ik als ik Guerlain was een (flink) gedeelte van de opbrengst van Forêt du Sumatra direct doorsturen naar een stichting die zich het lot van de bedreigde oerang oetans en ander fauna aantrekt. Iedereen tevreden.
WAT FORÊT DU SUMATRA IK EIGENLIJK?
Zou Thierry Wasser het regenwoud van Sumatra een keer bezocht hebben? En deze impressies aan de pr-afdeling hebben doorgegeven? ‘Diep in het hart van het Indonesische regenwoud, onthult zich een onontdekte natuurlijke wildernis. Zonlicht spat op bodem, de weelderige vegetatie wekt elk zintuig, terwijl flarden patchoeli en cederhout samensmelten met de geur van vochtige aarde onder de voeten het pad effectief vervaagt.’
In ieder geval: deze interieurgeur is voor mij meer Guerlain dan bijvoorbeeld de volledige La Petite Robe Noire-collectie. Forêt du Sumatra zweeft tussen eau de cologne en eau de toilette, en fuseert ook heel goed met de huid. Zweeft als een warme wolk vol met exotische details met de nadruk op zoet, oosters zoet met een licht gourmandaccent, door de ruimte. Je moet trouwens goed door ruiken om ylang-ylang en jasmijn te ontwaren. Zou het komen, omdat het juist een ambiancegeur is, dat de zoetmakers sneller de overhand nemen: tonkaboon en vanille in dit geval. En de bloemen daardoor op de achtergrond blijven. Want van een piramide-opbouw is geen sprake.
Het hele recept komt vanaf de eerste spray in een keer ‘binnen’. De donkere noten, zwarte thee en mos, meen ik een beetje te bespeuren, geven een randje aan het zoet. Wat mij betreft had Forêt du Sumatra ook een recente Aqua Allegoria kunnen zijn, want die worden ook steeds poediger, witte ‘muskier’ en lichter en minder gedecideerd van toon.
Was even uit de lucht. Waarom? Algemene overkoepelende gedachte bij de verschillende ‘minor issues’ die nu spelen binnen uit buiten de grenzen: welke kant gaat het met de wereld op, en aan welke kant van de geschiedenis wil Geurengoeroe eigenlijk staan?
En dan is er nog zoiets als Black Friday en Cyber Monday die het slechtste in de consument naar boven haalt. Als je als winkel niet meedoet, dan dag extra omzet, loopt zij/hij door naar de concurrent. Ook in de parfumerie, naar ik heb begrepen, speelt dit. En de ketens lokken al het hele jaar met zoveel procent kortingen, die als je erin verdiept vaak niet helemaal zuiver zijn. En ben ik natuurlijk drukdoende de definitieve biografie van Johan Cruijf Auke Kok te lezen.
Anyway, geen geur die op dit moment mijn echte aandacht heeft, dus naar mijn geurengrabbelton. Ik viste er Peau de Soie uit van Philippe Starck. Hij is een van de eerste ontwerpers die design ‘een gezicht’ gaf, het toegankelijk en hip maakte bij een groter publiek. Gedenk zijn klassieker die niet helemaal werkte, maar toch gloedje geil oogde in je net verbouwde keuken: de citruspers in de vorm van een komeet of was het nu een satelliet of raketlanceerbasis?
Peau de Soie stamt uit 2016 en is dus eigenlijk alweer een oudje. Het verbaasde me toen niet dat Starck ook in de geuren ging, vond het alleen een opmerkelijk late move gezien zijn carrière. Ik dacht drie jaar geleden: ‘Wie zit hier nu op te wachten?’ En op de andere vier: Peau de Nuit Infinie, Peau de Lumière Magique, Peau d’Ailleurs, Peau de Pierre.
Leuk als extra info: de moeder van Starck schijnt een parfumerie te hebben gehad. Met andere woorden: hij lanceert deze geuren niet als zijn zoveelste commerciële uitstapje moet je maar denken. Leuk als extra info: Starck vindt dat zijn geuren zijn gemaakt voor intelligente mensen en niet marketing driven. Nou, daar kun je een boom over opzetten. Doen we niet.
Hoe kijkt Starck naar geuren? Het antwoord: ‘Ik ben een man die gepassioneerd is door vrouwen, vooral mijn vrouw; ik ben gefascineerd door hun mysterie. Ik weet ook dat ik ze nooit zal begrijpen, dat schoonheid tussen mannen en vrouwen bestaat in het hart van een ongedefinieerde, paradoxale ruimte waar ze elkaar moeten vinden, moeten ze loslaten, om een beetje van hun vrouwelijkheid of mannelijkheid op te geven.
Over Peau de Soie in het bijzonder: ‘Een paradox, een parfum waarvan de vrouwelijkheid zich om het hart van een man wikkelt. Een parfum dat hecht en de ruimte onthult tussen, tussen het oppervlak en de kern, waar vrouwelijk mysterie wordt opgeroepen’. Okidoki.
We laten verder de ontwerper aan het woord. Oordeel na het beluisteren: is dit nou cliché? Welke vrouw wil zo aangesproken worden? Toch een beetje patronizing, of zie ik dat nu verkeerd, heb ik me al te veel laten meeslepen door de #metoo-beweging? Maar iets anders, wat hij zegt over de vrouw, kun je ook over de man zeggen – toch? En daarmee worden de geuren van Philippe Starck fluid – de nieuwe aanduiding voor beyond gender.
WAT PEAU DE SOIE IK EIGENLIJK?
Een huid als zijde, een parfum als zijde. Dat is natuurlijk niet nieuw. Remember Parfum de Peau (1986) van Claude Montana (waarvan onlangs een ‘vintage-versie’ werd gelanceerd: Peau Intense)? Een dergelijke omschrijving is natuurlijk zeer cliché-complimenteus voor de vrouw: ‘Je huid is zo zacht als zijde’. Het idee: een traditioneel mannelijk ingrediënt omwikkelen met een traditioneel vrouwelijk. Dus hout omringd door musk. Je kunt ook een boom opzetten of musk typisch vrouwelijk is. Ik trap af met: ‘Not!’
Over de geur zeg ik: ‘Yes!’ Want geslaagd. Na een spritz van citrusachtige noten ervaar je direct sterke, abstracte houtnoot die niet natuurlijk aandoet (geen oordeel, slechts een constatering) die heel geleidelijk wordt gewikkeld in musk. Het ingrediënt dat deze transitie mogelijk maakt is iris dat naast zijn poederige toon ook een zekere mate van hout in zich draagt.
Leuk, als je ervan houdt: de musk is niet clean, ook niet echt dirty, maar zo gedoseerd dat je merkt dat Peau de Soie geen ketengevalletje is. En wat de geur niet doet, en vaak wel gebeurt om de finish die extra zijdezachtheid te geven; het toevoegen van warme ambernoten geleid door vanille. Het hout blijft hierdoor ademen, smeult niet.
Maar toch, de geur is ook een soort van saai. In de zin van het klopt, is ‘lekker’ maar wordt niet echt spannend, verrast niet. Iets wat ik wel verwacht van een Starck-geur gezien zijn subversieve kijk op design en de wereld. Ik moet eerder aan een ambiance-, dan aan een ‘huidparfum’ denken in een chic hotel ingericht door… ja, die dus.
Het is in dit geval meer een kwestie van de naam Philippe Starck kennen en daardoor geïnteresseerd raken. Want, de gemiddelde bezoeker van een nicheparfumerie is volgens mij op zoek naar andere namen. Alleen zij/hij kan ook thuisblijven gezien Peau de Soie ook te koop is bij www.bol.com (onderdeel van het Albert Heijn-concern).
De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Heb wel eens een trekje genomen van deze en gene op een feestje – ja licht in mijn hoofd werd ik ook. Het blijkt dus zo te zijn dat de werkende stof die de roes veroorzaakt – tetrahydrocannabinol – steeds krachtiger wordt (vooral de nederwietvariant) en dat je dus inmiddels kunt spreken van een harddrug. Heb ik voor het eerst en het allerlaatst (maar dan ook echt) twee jaar geleden ervaren. Op verzoek van een vriend ging ik, voor ik hem bezocht, naar een winkel om voor hem twee speciale joints te kopen. Oké, nou vooruit, ik deed mee. Gulzig als ik ben, zat ik flink te trekken. Na een kwartier begon het te werken. Ik zweefde werkelijk alle kanten op – eigenlijk werd ik gek, was verpletterend über-high. Inderdaad hot stuff. Ik dacht maar aan één ding: ‘Ik moet weg, moet de frisse lucht in’. Ik liet hem op zijn wolk achter, en liep naar beneden.
Bij mijn fiets gearriveerd, kwam ik erachter dat ik mijn sjaal was geweten. Moest ik met mijn zware benen helemaal weer de naar de zolderverdieping van het grachtenpand zonder lift terug. Een lijdensweg. De vriend was inmiddels op een nog hoger hangende wolk beland. Ik weer naar beneden. Duurde een uur voor mijn gevoel. Op de fiets dacht ik ‘dit gaat niet goed’. Ben op een bankje langs het water gaan zitten. Twee uur? Drie uur? Het duurde zolang voor ik weer met beide benen op de grond stond. Dat dus nooit weer.
En dan ruik je aan Cannabis, komen alle herinneringen weer spontaan naar boven. Hiermee wordt weer eens gelogenstraft dat ‘geur en herinnering’ louter een positief en prettig gevoel veroorzaakt. Mijn eenmalig eten van een plakje wietcake zal mijn onderbuikgevoelens in deze versterkt hebben.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.
WAT CANNABIS IK EIGENLIJK?
En verdomd, als het niet waar is: dat ruik ik ook in Cannabis van Bois 1920. Hoe moet je deze geur omschrijven? Simpel: als cannabis. Maar als je je daar geen voorstelling van kunt maken, als je nooit langs een coffeeshop bent gelopen in je woonplaats of tijdens ‘een dagje Amsterdam’, denk dan aan stro, verbrand stro, denk aan groen, groenige uitgedroogde kruiden gecombineerd met een zweem van iets zoetigs, iets weeïgs. Niet fris, niet zacht, niet ‘romantisch’. Sensueel? Gaat ook niet echt op. Wat ik merk: mijn maag reageert er direct op – ‘memories like the colors of our mind’. Verder gebeurt er niet zoveel: de wielwolk daalt na verloop van tijd in waardoor je meer hout gaat ruiken – patchoeli en blond hout. Vooral de eerste maakt het ‘stroeve’ en hooi-droge cannabis, zachter en ronder.
Wat zegt Bois 1920 – die met deze geur aantoont dat de nichegierig’ consument ook verrast wil worden, getrakteerd op onbekende sensaties? Ik lees en vertaal: ‘Een geur die de traditionele regels tart, die ze opnieuw interpreteert met een moderne twist. De grootste expressie cannabisknoppen, een debuut van puurheid, een wulps hart voor een doordringend, licht brutaal parfum’.
Wulps… grappige omschrijving voor het feit dat sommige joint-trekkers geil worden na een paar keer diep inhaleren – ‘roll another one’. Wat betreft regels tarten: die zijn in dit geestverruimende kader al eerder getart. Door onder meer Il Profvmo in 2012: Cannabis. Maar die is in vergelijk met Bois 1920 erg zacht en vermengd met bloemen. Van Black Afgano (2009) van Nasomoto (óók al te koop bij www.bol.com en http://www.notino.nl) word je nog higher volgens sommige omschrijvingen, maar gezien mijn aanhoudende aversie heb ik die zelf nooit geroken.
Ik raad trouwens iedereen aan om de geur van wiet een keer goed in zich op te nemen – kan inmiddels ook als luchtverfrisser en als huisparfum met stokjes – want als het binnenkort eindelijk wordt vergoed door het ziekenfonds als onderdeel van het helingsproces, gaan we het volgens mij veel meer ruiken… ‘Smoke on the water, fire in the sky, Lucy in the sky with diamonds…’.
De ‘ware’ nicher haalt waarschijnlijk zijn neus er inmiddels voor op, maar Geurengoeroe niet. Hij vindt Etro nog steeds een uitstekend, interessant en aantrekkelijk merk. Geen aanstellerij, de inspiratie meestal gelieerd aan de wortels van het bedrijf en de geuren zelf: klasse, uitgebalanceerd.
Alleen nu: vaart het luxemerk een andere koers? Voorheen werden met de composities basisingrediënten opgehemeld zoals Heliotrope en Musc die je naar eigen inzicht kon layeren (iets wat Chanel nu pas begint te adviseren, voor Etro een vanzelfsprekendheid sinds 1989). Of stond een bijzondere ervaring (Palais Jamais, Vicoli Fiori) centraal of een exclusieve stof (Paisley, Jacquard, Shantung) in de schijnwerpers.
Nog nooit werd een geur gekoppeld aan (niet te onderdrukken) passies en (hunkerende) bevrediging. Zo lees ik in het persbericht. Haalt Etro hiermee de oudste parfumverleidingstruc en uit de doos? En is dat nodig?
Raving betekent in originele zin ‘incoherente spraak’, maar in hedendaagse ‘urban language’-vocubalaire ben je ‘wild en extatisch (aan het dansen op bassenbonkende techno in een gloed van stroboscooplichten’). Het effect nadat de flacon je ‘toegefluisterd’ heeft, nadat niets je meer kon tegenhouden de dop op te lichten en te sprayen: ‘Diepgewortelde gevoelens krijgen eindelijk vrij spel’.
Om het geheel een verantwoord, intellectueel randje te geven wordt F. S. Fitzgerald – toevallig een van mijn favo-auteurs – geciteerd: ‘A life without passion is no life at all’. Kan aan mij liggen, maar dit vind ik geen typische Fitzgerald-observatie. Google je hem, geen Fitzgerald die verschijnt. Ga je naar www.goodreads.com om famous quotes van de schrijver te lezen, bovengenoemde kom je niet tegen. En ik vind deze van hem ‘in relatie tot’ wat Raving beoogt op te roepen, passender: ‘I’m a slave to my emotions, to my likes, to my hatred of boredom, to most of my desires’. Maar…
WAT RAVING IK EIGENLIJK?
… gelukkig flitst de inhoud Etro-vertrouwd. Een aaneenschakeling van onverwachte combinaties die samen een harmonieus parfum opleveren. Mooi wat dat betreft in de opening: zachte perzik die wordt gekoppeld aan de aardse groenmaker galbanum. Lang geleden dat ik perzik zo opvallend present heb geroken, en dat groen maakt hem direct minder plat en niet te fruitig, iets wat nogal eens gebeurt in de ‘fruitchoulies’ van tegenwoordig.
Het hart is als een bezoek aan een Indiase markt: roos omringd door (heel veel) kaneel (zonder appeltaart-associatie) en (minder) gember maar toch aanwezig – geeft de kaneel pit. In afronding lijkt alsof de passie is bevredigd, want superzacht, fluwelig bijna deze melange van sandelhout, amber en vanille. Ook fijn, niet te ‘gourmandig’, eerder op het randje van. Kort samengevat: kruidig-oriëntaals.
Krijg nou wat: ik kom bij het checken van mijn Etro-verzameling erachter, dat een geur met dezelfde naam al in 2001 verscheen. Moet ik mijn review herschrijven? Nou, mooi niet dus. Wel in een andere fles, maar met dezelfde noten volgens www.basenotes.net. Alleen lijkt alsof in de oude versie in de opening de verhouding perzik-galbanum was omgedraaid. En meer roos in het hart. Ik weet het eigenlijk wel zeker. Kan twee oorzaken hebben: echte galbanum is ‘onbetaalbaar’ geworden, neem daarbij het feit dat ondanks de verniching, dus verfijning van de parfumerie, veel oude versies – vaak moeten – worden aangepast en als gevolg daarvan, gladder, dus minder ‘moeilijk’ overkomen.
Sommige geuren die je koopt of krijgt, blijken na verloop van tijd toch niet bij je te passen. En anderen willen hem ook niet, of je vergeet het te vragen uit fatsoen: “Wil je deze hebben, vindt’m zelf niet zo lekker.’ En op marktplaats zetten is ook zo’n gedoe – voor die paar centen.
Niet lekker vinden, dat is nog daaraan toe. Maar een geur die na verloop van tijd begint te veranderen, zeg maar gewoon te stinken, puur omdat de moleculen niet meer werken zoals bedoeld was. Ook wel bekend als verzuren. Kat-in-de-zak-gevoel heb je dan. En zo’n schele geur kun je na een (half)jaar niet meer reclameren in de parfumerie of bij de producen – toch?
Ik heb het met een paar geuren gehad – waaronder twee van Annick Goutal en een van Yves Saint Laurent. En Pleasures van Estée Lauder die wel heel snel achteruit ging, en toeval of niet, bij Maria van Geuren onderhevig was aan dezelfde transformatie en dus, net zoals als bij mij, terechtkwam in het afvalputje van verzuurde geuren: de wc.
Maar is dat eigenlijk wel een slim idee, want beledig je er anderen niet mee die de geur in kwestie wel lekker vinden? En wat vind je er zelf van als je je favo-geur als luchtverfrisser op de wc van de buren wordt gebruikt of je beste vriend(in). Daar sta je niet altijd bij stil.
Mijn klassieke wc-geur waar ik melding maak – ZigZag – is van Dana en betreft een relaunch uit 1999. Grappig: al googlelnd kwam ik nog eenzelfde genaamde geur tegen: ZigZag van Zsa Zsa Gabor – die had ik wel hebben. Ook nu nog. En ik weet zonder te ruiken dat die niet zijn allerlaatste dagen zal slijten in mijn wc. Geproduceerd door Houbigant. Gaat een heel leuk verhaal achter zoals dat heet. Kort door de bocht: ZigZag en ZigZag blijken dezelfde geur te zijn. Misschien besteed ik er nog een keer aandacht aan.
De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Trouwens, Arden slaagt er maar niet in – misschien wil ‘ze’ ook niet gezien de enorme investering these days – een nieuwe potentiële klassieker te lanceren. Het is een va et vient van variaties op Sun Flowers (1993), 5th Avenue (1996) en Green Tea (1999). Zoals Sun Flowers Sunlit Showers (2019), 5th Avenue Uptown NYC (2017), Green Tea Pomegranate (2019).
Moving on swiftly: Velvet Splendour is inmiddels de zevende geur van het downunder-label Goldfield & Banks (anno 2016) met Vlaamse link. Meer weten over de achtergrond? Lees: Pacific Rock Moss.
We lezen op de homesite (google-vertaald): ‘Fluwelen pracht alsof je een grote bos zonverbrande wilde bloemen in beide armen houdt en je gezicht er zachtjes in drukt. Een impressionistisch schilderij van een lange rit door het open, luchtige en wolkenloze landschap’.
WAT VELVET SPLENDOUR IK EIGENLIJK?
Gemiste kans in de zin van storytelling en ‘heritage’: mimosa heeft als oorspronkelijke habitat Australië. Had je leuk kunnen meenemen in het pr-verhaal. Wel zegt Goldfield & Banks dat ‘de mimosa in bloei uitbarstend, het eerste teken van de lente markeert in Australië. Zachtgeel wordt gearceerd tegen blauwe luchten’.
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).
Alleen speelt mimosa niet de hoofdrol, is hij onderdeel van het kwartet, garandeert ‘fluweel’. Maar misschien is dat ook niet de bedoeling van Goldfield & Banks, verwachtte ik ten onrechte te veel van deze ‘goudgelen miniatuurzonnetjes bungelend aan vaak majesteitelijke bomen die bij een zuchtje wind de omgeving transformeren tot een droomachtig decor klaar voor een opname voor een parfumpromotievideo met een zeer romantische boodschap…’ – ik dwaal af.
Wel ruik je in Velvet Splendour waar mimosa goed in is: zijn rol als veredelaar. In een boeket gaan de andere bloemen zich chiquer gedragen alsof ze op weg zijn naar een feest met officieel karakter met ‘festive attire’ als dressing code. En de afronding is daadwerkelijk fluwelig met een zachte houttoon. Komt op conto van de sensueel-poederige liaison tussen tonkaboon, oppoponax, heliotropine en leer die gracieus versmelten en perfect in balans zijn met Australisch sandelhout, patchoeli en vetiver.
Met een heel veel of heel weinig fantasie zie je Nicole Kidman in slow motion flaneren door een typisch Australisch landschap (bestaat dat eigenlijk?) in gloed gezet door de ondergaande zon. De warmte heeft iets zandachtigs, zand dat poeder wordt als Kidman het door haar ever nog zo gracieuze, ‘liver spot free’-handen laat glijden – ik dwaal af.
Ik ging dus even naar de site van Serge Lutens om te kijken wat hij zelf te melden heeft over L’Eau d’Armoise. Niet echt wat je noemt overzichtelijk de categorieën waaronder zijn 71 geuren zijn gerubriceerd. Ik zou ze allemaal wel willen hebben (ik heb er nu 24 – oude versies gelukkig; ja ook sommige van zijn geuren zijn inmiddels aangepast; dieptepunt Féminité du Bois) met dien verstande dat ik ze eigenlijk zelden draag, een paar uitgezonderd.
Ik vind ze altijd wel goed als referentie ter vergelijking met exercities van de concurrent. Nog een dingetje: de laatste geuren vind ik eigenlijk niet meer leuk. Te duur zijn Section d’Or-lijn (€ 450,00 50ml) en de inspiratie ervoor te far fetched.
Zou laatste komen omdat de nichesector in zijn geheel met steeds vreemdere filosofieën en boodschappen op de proppen komt, waardoor hij niet wil en kan achterblijven?
Een Franse journalist, eens mijn tafelgezel tijdens een lancering van een Gucci-geur in Milaan, wierp een ander licht op Lutens’ doorgeslagen kijk. Ik zei hem dat Lutens tijdens mijn gedenkwaardige long way back ontmoeting met hem in Amsterdam (naar aanleiding van de introductie van zijn label in Nederland), mij zijn privénummer handgeschreven had gegeven. Zijn antwoord: ‘Tu aimes le cocaïne?’ Tismewat.
En tegelijkertijd heeft Lutens natuurlijk ook een rete commerciële lijn, die (zoals ik eerder al eens vermeldde) beginners in het nichecircuit over de drempel moet halen. Die lijn heet nu Les Eaux de Politesse. Het moet gezegd: een très chique benaming voor zijn waters. Want politesse is tweeërlei interpreteerbaar, met eigenlijk dezelfde betekenis: hoffelijk/beschaafd en ‘gewreven’/gepolijst.
Ofwel, het proces waardoor een oppervlak van een materiaal glad en glanzend gemaakt wordt, waardoor het een sterk spiegelend effect verkrijgt. Laatste kun je overdrachtelijk op een persoon toepassen (eenvoudig gezegd: door opvoeding, studie en levenservaring van ruw en onbeholpen naar geciviliseerd) en geprojecteerd op parfum geeft het goed weer wat de bedoeling is: eenvoudige waters verfijnd verheffen.
Maar had dit nu gemoeten? Ik bedoel de flacons van deze lijn. Wel erg doorsnee, onderste plank Etos/Kruidvat/Trekpleister. De dop is cheap, niet chic, de vierkanten fles zo standaard, no niche-uitstraling. Maar misschien is dat nu juist het aantrekkelijke voor ‘de beginners’, want niet moeilijk dus ‘herkenbaar’.
Les Eaux de Politesse kent vier eerder in zijn ‘klassieke’ flacon gestopte geuren – Santal Blanc, Fleurs de citronnier, Gris clair, L’Eau froide – en twee nieuwe L’Eau de Paille en L’Eau d’ambroise. Vreemd in deze: L’Eau, de allereerste Lutens for the common people, valt hier niet onder.
Laat het aan de Fransen over om iets simpels een poëtische ‘meerwaarde’ te geven, want zo worden de ‘beschaafde waters’ op zijn site omschreven: ‘Op de voorgrond treden of vervagen, elk heeft zijn moment. Licht, fris, transparant, ontdek een nieuw facet van parfums van Serge Lutens’.
WAT L’EAU D’ARMOISE IK EIGENLIJK?
‘Hoe kon ik weten toen ik verstrooid een blad uit een struik plukte en het tussen mijn wijsvinger en duim wreef, dat bijvoet zou later spreken vanuit een parfumfles?’ Dit zijn Luten’s mijmeringen omtrent de bijvoet waaraan hij toevoegt: ‘Bekend om zijn vele geneeskrachtige eigenschappen, neemt bijvoet, samen met zijn middeleeuwse verbeelding, ons diep in het hart van zijn krachtige, aromatische geur’. Waarom nu juist middeleeuwse verbeelding? Had ik graag toegelicht gezien.
Dat wrijven van de Artemisia vulgaris heeft het meeste effect wanneer de struik op het hoogtepunt van bloeien is. Op dit moment – de wind heeft zaden naar mijn tuin gebracht met al een diverse grote struiken tot gevolg – ‘doet’ die nog niets. Maar als bijvoet volop ‘uitgerijpt’ in bloei staat, dan ruik je pas een licht wrange, kruidige noot met verschillende nuances: bladgroen, aards, droog, hooi-achtig, noot-achtig, beetje etherisch met een – wat nu erg hip is – minerale noot.
En dat ruik je allemaal in L’Eau d’ambroise begeleid door een aqua-achtige noot. En op de achtergrond iets vaags zoet dat doet denken vanille en tonkaboon. Leuk en fijn dat er geen citrusachtige noten zijn toegevoegd – voorspelbaar. Je zit direct in het wrange groen.
Eigenlijk is de geur te simpel voor woorden. En dat is dan ook wel weer ‘gewaagd’ in de zin van dat je wellicht van Lutens meer verwacht. Wat ‘aansluiting’ betreft: L’Eau d’ambroise komt qua opbouw overeen met Les Eaux van Chanel: geuren die zonder eau de cologne-effect op een zachter dan zachte manier willen verfrissen, strelen. Eerder een mist dan een eau de toilette. Misschien is ‘velours de toilette’ een passender beschrijving van het product. Ben benieuwd welk merk volgt.
Een glaasje wijn is fijn. En één geur opgebouwd rondom leer vraagt om meer. Het blijft een van de wonderlijkste ingrediënten die maar niet de aandacht krijgt die het verdient naar mijn gevoel. Als je ze nauwelijks kunt kopen in de ketenparfumerie, dan is het niet vreemd dat het in het nichecircuit ook niet hoog op de agenda staat in vergelijk met oudh bijvoorbeeld.
Terwijl als je mensen die geur meer als cadeau-artikel zien (de gemiddelde consument), en niet als olfactorisch genoegen, aan een leergeur laat ruiken, dan vallen die meestal niet van hun stoel of hoge dan wel doorsneehakken. Maken geen kotsbewegingen. Dus er is nog een hele groep te winnen met leer- en suèdegeuren – zal ze leren! Zwevend tussen chic en ordi blijft een leergeur een van de spannendste ervaringen en hij wordt zo mooi één met de huid.
Besproken:
Onbekende chypre op leerbasis
Cuir de Russie Chanel (1924)
KnizeTen Knize (1924)
1902 Extrème Bois (2005)
Cuir Fétiche L’Artisan Parfumeur (2011)
Rien Etat Libre d Orange (2006)
Cuir X La Parfumerie Moderne (2013)
Leder 6 J. F. Schwartzlose (1921/2015)
Cuir de l’Aigle Russe Oriza L. Legrand (1892/2015)
Cuir Andalou Rania.J (2016)
Lover’s Tale Francisca Bianchi (2018)
En nog een paar worden aangestipt: Serge Lutens, Parfum d’Empire en Carner.
En de betekenis van Cuir de l’Aigle Russe die ik eerst niet kon lezen en later niet begrepen, ik heb het opgezocht. Leer van de Russische Adelaar. Snap’m niet. U? Ik bedoel een adelaar heeft geen leren kleed. De adelaar, of beter gezegd, dubbelkoppige adelaar was het symbool van de tsaren, maar dan nog niet… Of was het gewoon marketingtechnisch slim om de Russische adel te pleasen?
Tja, jaren, maar dan ook jaren geleden vond ik het leuk om een merk erop te ‘betrappen’ dat de naam van hun nieuwste geur al eerder was gebruikt. Nu denk ik: ‘Laat maar’, en ben ik in een iets mildere bui, dan: ‘De nieuwe geurmarketeers ontbreekt het aan historisch besef’. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds spontaan begin te briesen bij het horen van Joy (2018) van Dior – hup de gevangenis is, stelletje no-knowers, stelletje chique marketing parfumpooiers met als extra taakstraf: de benodigde jasmijn- en rozenblaadjes voor het recept van de echte Joy (van Patou) met de hand plukken. Stuk voor stuk. Zal ze leren…
Anyway, over reeds eerder gebruikte namen gesproken, bij deze Nuda (die als cadeautje tussen mijn bestelling bij www.parfumaria.com zat, waarvoor mijn dank, mijn grote dank, ik ben niet waardig enzovoort, enzovoort) verscheen voor mijn ogen die van Emanuel Ungaro. Effe checke: nee, dus. De geur heette Desnuda (uit 2001). Ik kan me daarvan herinneren dat deze geur een soort van niche-toets had door het feit dat bij de edp-versie een kwastje aan de flacon bevestigd zat waarmee je de jus over de ontklede huid kon strijken. Was een enorme flopperdeflop.
Anyway, Nuda als geur heb ik al eerder besproken, en wel die van Nassamoto uit 2010. Toeval of niet, uit hetzelfde jaar stamt ook die van Il Profvmo. Als je weet welke neus achter dit label schuilgaat dan weet je zeker dat Nuda zeer vrouwelijk wordt geïnterpreteerd. Ga maar na, een: ‘Afrodisiacum die stimuleert om van intimiteit te genieten die leidt tot extase en passie’. Tuurlijk. Iets dieper snuffelend op www voor deze geur, kom ik bij Olfactoria’s Travels (die ik een tijdje heb gevolgd) terecht. Wat blijkt? De vrouw achter deze site, heeft de stekker eruit getrokken – al sinds 29 oktober 2015. Vanwege a: een internettrol die haar stalkte, b: een ziekte en c: gewoon geen inspiratie meer, time to move on. Who’s next? Me? Katie Puckrick heeft haar neus ook al aan de wilgen gehangen.
Silvana Casoli vermeldt ook nog dat ‘de inspiratie komt van de geur die alleen de huid van de vrouw kan uitademen in zijn staat van extase. Nuda wordt gedragen als een tweede huid (op de foto door Jennifer Lopez en dat op 49jarige leeftijd, tjonge, tjonge, hoe doet ze het toch)… Nuda werkt als de sleutel tot verleiding en persoonlijkheid. Zijn afrodiserende kracht komt van kruidenferomonen met een vluchtige structuur’.
WAT NUDA IK EIGENLIJK?
Lang geleden dat ik een geur heb geroken die zo vreemd en ‘onverklaarbaar’ op gang komt. Kan natuurlijk aan moi-même liggen, maar toch. Eerste indruk: deze geur heeft zijn uiterlijke verkoopdatum overschreden – niet meer goed. Tweede ‘gevoelsgolf’: haarlak van moeder – minispritsjes van aldehyden. En dan: iets met bloemen, iets met kruiden gelardeerd met veel zoetigheden, iets hout-poederachtig. En dan uiteindelijk: ‘Koffie, koffie, lekker bakkie koffie, jongens wie wil er een kop?’ Ik had er niet meer naast kunnen zitten. En dan moet je weten dat ik Nuda al twee weken lang achterelkaar op mijn rechterpols spray…
Dit zit er allemaal in: rode bes, braam, druif, gember, honing, iris, wijngaardperzik, opium, musk, eikenmos en pistache. Met deze wetenschap nog een keer opgespoten. Het rode fruit haal ik er echt niet echt uit. Ik bedoel: dat moet je direct in de opening ruiken. Ik herken rode bes in combinatie braam direct – wie niet inmiddels? Wel vanaf het begin de gember die met een beetje fantasie ondergedompeld is honing. Dat poederige? Is dat iris?
En dan, en dan? Heel veel musk die zich alleen heel horizontaal, heel plat manifesteert. En die wordt voor mij niet echt bosachtig (eikenmos). De druif (die in het echt niet echt ruikt) en zijn buur wijngaardperzik – die zouden toch voor een zoetige transparantie moeten zorgen. Niet op mijn huid. Om maar te zwijgen van de pistache. Ik bedoel, dit ‘nouvel gourmand’-ingrediënt moet je toch ruiken, is toch een echte aandachtstrekker. Die werd opgevoerd in Guerlains La Petite Robe Noire Eau Fraîche (2015) en die rook je dus ook.
Nuda is voor mij onbestemd, onduidelijk, in ieder geval geen second skin-ervaring, en zeker geen erotische erupties veroorzakend elixer (om in lijn met Silvana Casoli te blijven). Tenslotte, ik zie op de homesite van Il Profvmo dat Nuda niet meer wordt aangeboden. Ben ik niet de enige die het niet begrepen heeft? En nu heb ik net Blanche Jacinthe van haar besteld omdat ik weer eens zin heb om van een pure hyacintgeur te genieten. Afwachten.