‘MANNELIJK’ HOUT’ OMRINGD DOOR ‘VROUWELIJK’ MUSK
HUID- OF AMBIANCEPARFUM?
Jaar van lancering: 2016
Laatst aangepast: 03/12/19
Neus: Dominique Ropion
Was even uit de lucht. Waarom? Algemene overkoepelende gedachte bij de verschillende ‘minor issues’ die nu spelen binnen uit buiten de grenzen: welke kant gaat het met de wereld op, en aan welke kant van de geschiedenis wil Geurengoeroe eigenlijk staan?
En dan is er nog zoiets als Black Friday en Cyber Monday die het slechtste in de consument naar boven haalt. Als je als winkel niet meedoet, dan dag extra omzet, loopt zij/hij door naar de concurrent. Ook in de parfumerie, naar ik heb begrepen, speelt dit. En de ketens lokken al het hele jaar met zoveel procent kortingen, die als je erin verdiept vaak niet helemaal zuiver zijn. En ben ik natuurlijk drukdoende de definitieve biografie van Johan Cruijf Auke Kok te lezen.
Anyway, geen geur die op dit moment mijn echte aandacht heeft, dus naar mijn geurengrabbelton. Ik viste er Peau de Soie uit van Philippe Starck. Hij is een van de eerste ontwerpers die design ‘een gezicht’ gaf, het toegankelijk en hip maakte bij een groter publiek. Gedenk zijn klassieker die niet helemaal werkte, maar toch gloedje geil oogde in je net verbouwde keuken: de citruspers in de vorm van een komeet of was het nu een satelliet of raketlanceerbasis?
Peau de Soie stamt uit 2016 en is dus eigenlijk alweer een oudje. Het verbaasde me toen niet dat Starck ook in de geuren ging, vond het alleen een opmerkelijk late move gezien zijn carrière. Ik dacht drie jaar geleden: ‘Wie zit hier nu op te wachten?’ En op de andere vier: Peau de Nuit Infinie, Peau de Lumière Magique, Peau d’Ailleurs, Peau de Pierre.
Leuk als extra info: de moeder van Starck schijnt een parfumerie te hebben gehad. Met andere woorden: hij lanceert deze geuren niet als zijn zoveelste commerciële uitstapje moet je maar denken. Leuk als extra info: Starck vindt dat zijn geuren zijn gemaakt voor intelligente mensen en niet marketing driven. Nou, daar kun je een boom over opzetten. Doen we niet.
Hoe kijkt Starck naar geuren? Het antwoord: ‘Ik ben een man die gepassioneerd is door vrouwen, vooral mijn vrouw; ik ben gefascineerd door hun mysterie. Ik weet ook dat ik ze nooit zal begrijpen, dat schoonheid tussen mannen en vrouwen bestaat in het hart van een ongedefinieerde, paradoxale ruimte waar ze elkaar moeten vinden, moeten ze loslaten, om een beetje van hun vrouwelijkheid of mannelijkheid op te geven.
Over Peau de Soie in het bijzonder: ‘Een paradox, een parfum waarvan de vrouwelijkheid zich om het hart van een man wikkelt. Een parfum dat hecht en de ruimte onthult tussen, tussen het oppervlak en de kern, waar vrouwelijk mysterie wordt opgeroepen’. Okidoki.
We laten verder de ontwerper aan het woord. Oordeel na het beluisteren: is dit nou cliché? Welke vrouw wil zo aangesproken worden? Toch een beetje patronizing, of zie ik dat nu verkeerd, heb ik me al te veel laten meeslepen door de #metoo-beweging? Maar iets anders, wat hij zegt over de vrouw, kun je ook over de man zeggen – toch? En daarmee worden de geuren van Philippe Starck fluid – de nieuwe aanduiding voor beyond gender.
WAT PEAU DE SOIE IK EIGENLIJK?
Een huid als zijde, een parfum als zijde. Dat is natuurlijk niet nieuw. Remember Parfum de Peau (1986) van Claude Montana (waarvan onlangs een ‘vintage-versie’ werd gelanceerd: Peau Intense)? Een dergelijke omschrijving is natuurlijk zeer cliché-complimenteus voor de vrouw: ‘Je huid is zo zacht als zijde’. Het idee: een traditioneel mannelijk ingrediënt omwikkelen met een traditioneel vrouwelijk. Dus hout omringd door musk. Je kunt ook een boom opzetten of musk typisch vrouwelijk is. Ik trap af met: ‘Not!’
Over de geur zeg ik: ‘Yes!’ Want geslaagd. Na een spritz van citrusachtige noten ervaar je direct sterke, abstracte houtnoot die niet natuurlijk aandoet (geen oordeel, slechts een constatering) die heel geleidelijk wordt gewikkeld in musk. Het ingrediënt dat deze transitie mogelijk maakt is iris dat naast zijn poederige toon ook een zekere mate van hout in zich draagt.
Leuk, als je ervan houdt: de musk is niet clean, ook niet echt dirty, maar zo gedoseerd dat je merkt dat Peau de Soie geen ketengevalletje is. En wat de geur niet doet, en vaak wel gebeurt om de finish die extra zijdezachtheid te geven; het toevoegen van warme ambernoten geleid door vanille. Het hout blijft hierdoor ademen, smeult niet.
Maar toch, de geur is ook een soort van saai. In de zin van het klopt, is ‘lekker’ maar wordt niet echt spannend, verrast niet. Iets wat ik wel verwacht van een Starck-geur gezien zijn subversieve kijk op design en de wereld. Ik moet eerder aan een ambiance-, dan aan een ‘huidparfum’ denken in een chic hotel ingericht door… ja, die dus.
Het is in dit geval meer een kwestie van de naam Philippe Starck kennen en daardoor geïnteresseerd raken. Want, de gemiddelde bezoeker van een nicheparfumerie is volgens mij op zoek naar andere namen. Alleen zij/hij kan ook thuisblijven gezien Peau de Soie ook te koop is bij www.bol.com (onderdeel van het Albert Heijn-concern).


De een vindt het zaligmakend, de ander wordt per direct misselijk als die bij het passeren van een coffeeshop wordt getrakteerd op een wolk van wiet/cannabis/marihuana/hennep/ hasjiesj kringelend uit tevreden opgestoken stickies. Ik behoor tot de laatste categorie – krijg er direct scheurende koppijn van.
Mark Buxton vertelde mij ooit in 2014 tijdens de presentatie het boek Famous City Amsterdam (waarvan de opbrengst ging naar de non-profit stichting gelijknamige stichting voor kankeronderzoek) dat in de geur die hij speciaal voor deze gelegenheid had gemaakt – Amsterdam – ook cannabis zat, want daar associeert hij de hoofdstad direct mee (hij is niet de enige). Niet de echte cannabis, maar een combinatie van bergamot- en zwarte bes-moleculen (en nog een ingrediënt die me maar niet te binnen wil schieten). Met een effect dat voor mijn gevoel heel dicht in de buurt van de real stuff komt.
De ‘ware’ nicher haalt waarschijnlijk zijn neus er inmiddels voor op, maar Geurengoeroe niet. Hij vindt Etro nog steeds een uitstekend, interessant en aantrekkelijk merk. Geen aanstellerij, de inspiratie meestal gelieerd aan de wortels van het bedrijf en de geuren zelf: klasse, uitgebalanceerd.


De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).
Ik ging dus even naar de site van Serge Lutens om te kijken wat hij zelf te melden heeft over L’Eau d’Armoise. Niet echt wat je noemt overzichtelijk de categorieën waaronder zijn 71 geuren zijn gerubriceerd. Ik zou ze allemaal wel willen hebben (ik heb er nu 24 – oude versies gelukkig; ja ook sommige van zijn geuren zijn inmiddels aangepast; dieptepunt Féminité du Bois) met dien verstande dat ik ze eigenlijk zelden draag, een paar uitgezonderd.
‘Hoe kon ik weten toen ik verstrooid een blad uit een struik plukte en het tussen mijn wijsvinger en duim wreef, dat bijvoet zou later spreken vanuit een parfumfles?’ Dit zijn Luten’s mijmeringen omtrent de bijvoet waaraan hij toevoegt: ‘Bekend om zijn vele geneeskrachtige eigenschappen, neemt bijvoet, samen met zijn middeleeuwse verbeelding, ons diep in het hart van zijn krachtige, aromatische geur’. Waarom nu juist middeleeuwse verbeelding? Had ik graag toegelicht gezien.

Tja, jaren, maar dan ook jaren geleden vond ik het leuk om een merk erop te ‘betrappen’ dat de naam van hun nieuwste geur al eerder was gebruikt. Nu denk ik: ‘Laat maar’, en ben ik in een iets mildere bui, dan: ‘De nieuwe geurmarketeers ontbreekt het aan historisch besef’. Maar dat neemt niet weg dat ik nog steeds spontaan begin te briesen bij het horen van Joy (2018) van Dior – hup de gevangenis is, stelletje no-knowers, stelletje chique marketing parfumpooiers met als extra taakstraf: de benodigde jasmijn- en rozenblaadjes voor het recept van de echte Joy (van Patou) met de hand plukken. Stuk voor stuk. Zal ze leren…
Silvana Casoli vermeldt ook nog dat ‘de inspiratie komt van de geur die alleen de huid van de vrouw kan uitademen in zijn staat van extase. Nuda wordt gedragen als een tweede huid (op de foto door Jennifer Lopez en dat op 49jarige leeftijd, tjonge, tjonge, hoe doet ze het toch)… Nuda werkt als de sleutel tot verleiding en persoonlijkheid. Zijn afrodiserende kracht komt van kruidenferomonen met een vluchtige structuur’.
Moet je maar net weten, want in de reguliere parfumerie vind je ze niet echt – ook niet bij
Het idee achter deze twee zomerse interpretaties: ‘In de Alien-woestijn vullen duinen zich met een glanzende, okerkleurige gloed – een haast oneindige horizon. In deze zee van zand wordt een bovennatuurlijke lichtstraal weerkaatst: het punt waar de zon en de maan samenkomen – dag en nacht versmelten met elkaar, er verschijnt een adembenemende eclips. Alien, parfum van het licht, laaft zich aan de eenwording van deze tegenpolen en onthult twee heerlijke geuren die, samen en ‘solo’, het spel van een betoverend contrast van warm en koud belichamen’.
Dan het verschil: Alien Fusion (gemaakt door Fanny Bal en Dominique Ropion) voor de vrouw is niet te vergelijken met de originele partituur gezien de jasmijn heeft plaatsgemaakt voor oranjebloesem en tuberoos. Je ruikt vooral de eerste heel goed, waarvan de bloemigheid wordt benadrukt zonder echt sensueel te worden, geldt ook voor de tuberoos. Het is allemaal erg gedoseerd, transparant en clean.
Het is een geliefd thema in de parfumerie, en daardoor bijna cliché. En inmiddels in het licht van @metoo ook rolbevestigend als je er dieper over nadenkt – kristallen plafond en dergelijke: de veronderstelde verkennings- en ontdekkingsdrift van de man.
Mooi is het feit dat Montblanc nadrukkelijk de herkomst van de hoofdingrediënten vermeld. De parfumindustrie was volgens mij een van de eerste industrieën die zich drukt maakte om zo weinig mogelijk footprints achter te laten tijdens de ontwikkeling van geuren – waarvan de synthetische ingrediënten getuigen. Daarnaast is het ze er alles aan gelegen om de verbouw van natuurlijke grondstoffen te waarborgen gezien het oprukkende urbanisme in ‘exotische oorden’.
