POP (UP) ART PARFUMS
ANDY WARHOL, ANDY TAUER
Ben op weg terug in mijn auto van ‘a evening with Andy Tauer’ georganiseerd door www.parfumaria.com. Grote opkomst. Ook volgens de ‘self taught’ neus. Ben een en al parfum. Als ik nu word aangehouden door de politie, om wat voor reden dan ook, wat zal oom agent dan denken? Op mijn polsen (binnen- en buitenkant), op mijn armen (binnen- en buitenkant), mijn nek, mijn manchetten, de mouwen van mijn colbert: alles is doordrenkt met Andy Tauer. En dan nog alle blotters die nu in mijn achter- en binnenzakken.
Het is zelfs voor mij overweldigend. Raampje open. Ik wou hem nog eerst het hemd van het lijf vragen, maar dat is niet leuk tegenover de andere bezoekers. Dus even handen geschud, hem gecomplimenteerd. Ook vreemd eigenlijk: ik heb nog maar vier geuren van hem besproken terwijl ik sommige gewoon in gedachten blind kan ruiken N°3 Lone Star Memories (2006), N°8 Rose Chyprée (2009).
Een dag verder. Het mooie aan zijn geuren: je kunt er oppervlakkig van genieten – ‘gewoon lekker’ – maar als je je neus er dieper in steekt dan kom je in een ‘stille-waters-hebben-diepere-gronden’-gebied. Rijke schakeringen, ingrediënten beginnen met elkaar te spelen, een caleidoscoop aan sensaties, en ja, emoties verspreiden zich. ‘Ze’ doen iets met je. Eindigend in de tevreden constatering: zo moet niche. Tauer lichtte tijdens zijn introductie toe waarom hij ‘meet & greets’ doet. Contact zoeken, ontmoeten, in discussie gaan met zijn klanten/fans. Zo betreurde hij het bijvoorbeeld dat een inschrijver voor de avond helaas had afgezegd, een van zijn eerste Nederlandse liefhebbers.
Het geeft maar weer eens aan hoe dichtbij een neus tegenwoordig bij zijn gebruikers kan komen als hij wil. En Andy Tauer is er een die het met volledige overgave doet. Wat dat betreft heeft hij iets gemeen met zijn voornaamgenoot Andy Warhol. Deed die Pop Art, Tauer doet aan Pop Up Parfum Art. In de zin van benaderbaar, het populair maken van (zijn) geuren op serieuze wijze. Hij heeft de social media omarmd – als je wilt kun je dagelijks via Twitter op de hoogte worden gehouden van zijn werk, zoals deze avond in IJsselstein. Wat een verschil bijvoorbeeld met Frédéric Malle wiens groeiende arrogantie en snobby-intellectuele kijk op de business gelijke tred hield met zijn faam.
Om de gasten te verzekeren dat ze een unieke herinnering mee naar huis kunnen nemen, creëert hij voor elke van dit soort ontmoetingen (volgende week zit hij in Shanghai) drie – dit keer in de ware zin van het woord – unieke geuren die stuk voor stuk worden uitgelegd en nergens anders meer te koop worden aangeboden. De serie heet Stories. Ik geloof hem. Wil zeggen: het is niet te doen om dit te controleren, ik bedoel: je moet echt een ‘number one’-fan zijn (denk Kathy Bates in de film Misery) en hem wereldwijd volgen.
Correctie: ik zie op Frangantica dat het trio When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes, He left his cologne in my bedroom en Hyacinth and a Mechanic overal wordt aangeboden waar Tauer zijn perfume performance organiseert. Leuke, humorvolle namen die in de reguliere parfumerie te veel tijd in beslag nemen om uit te leggen. Al was het alleen maar om de naam. Te lang. Dan het verhaal erachter: je moet ‘ingewijde’ zijn om er de lol en tegelijkertijd de serieusheid ervan te begrijpen.
Alle drie zijn aangenaam. When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes is een echte knuffelgeur richting gourmand, banketbakkerij. Geen grote hompen Hemataart, eerder een macaronnetje gevuld met karamel en benzoïne gelayerd met amber, patchoeli en bepoederde musk. Zacht, zoet en warm, een security blanket-geur perfect voor de komende herfst.
He left his cologne in my bedroom vind ik compositorisch het meest interessant. Na een cologne-blast vol citrusnoten ervaar je rozemarijn op een andere manier. Normaal veel gebruikt in oceanische geuren met het gevolg dat de rozemarijn zo ijl en scherp wordt. Tauer toont aan dat dit ‘klassieke’ kruid ook warm-groen, warm-groen kan ruiken zonder zijn typische frisheid te verliezen. Met krokant en knisperend als eindresultaat.
De hyacint-fans – zoals ik – komen aan hun trekken met Hyacinth and a Mechanic. Qua naam en invulling gelijkwaardig met de geuren van Kerosene. En ook aan Etat Libre Orange, met name het erg ‘gay-eske’ Fat Electrician (2009). Wil zeggen: onverwachte naam die om dito invulling vereist. Krijg je: een bloeiend groene, beetje ‘koude’ maar energieke hyacint in ultieme voorjaarsstemming omringd door andere diffuse bloemen die vervolgens voorzien worden van een vloeiende leernoot. Anders gezegd indachtig de naam: een hyacint geplukt door een automonteur met een vuile, naar olie en leer ‘stinkende’ overal.
Wat ze alle drie gemeen hebben, een ongekende bijna klassieke verfijning in de afronding. Je krijgt een heel tevreden gevoel. Blij dat zulke geuren gemaakt worden. Ik heb een ding besloten: ga me nog meer verdiepen in Andy Tauer en binnenkort dus even winkelen bij www.parfumaria.com.


Wanneer spreek je anno 2010 van een goed parfum? Voor mij: als je het qua sensatie en gevoel terugbrengt naar de periode toen het samenstellen van parfums werd gezien als een kunstproces en gevrijwaard was van marktconforme wetten: de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw.
Deze roos van Andy Tauer is ‘ruw’ prikkelend en verfijnd-elegant tegelijkertijd. Komt – na de opening van bergamot, citroen en clementine – door de fusie van een klassieke chypre (ongepolijst donker en aards groen) en een oriental (zacht, fluwelig) die een originele koers neemt door de verwerking van laurier, kaneel en geranium met roos in het hart. De eerste maakt haar donker, de tweede zoet en de derde groen. En al deze facetten worden versterkt door de basis van patchoeli (donker), cistus labdanum (aards-dierlijk) en vanille (zoet), eikenmos (bos, bos, bos) en vetiver (groen, aards).
Verder met het verkennen van Les Heures. Pour commencer: III, L’Heure Vertueuse. Hoe vertaal je dat mooi? Het deugdelijke uur? Google Translate geeft alleen ‘het uur’. Dan maar iets breedsprakeriger: ‘Het uur dat deugd doet’, ‘Het uur vol van deugd’. Hoe het ook zij: zelden lavendel zo mooi ‘zien bloeien’ terwijl ik niet zo’n lavendelfan ben. Hoe moet je dit uitleggen? Een natuurfilm versneld afgespeeld waar je de lavendelbloemetjes voorzichtig ziet ontwaken, ontluiken en vervolgens volop zachtjes bloeiend. En gewiegd door de Mistral die de lome zon van de Provence meevoert gevuld met amandel- en melkachtige noten. Denk Sir David Attenborough voor de BBC.
Hoe groot het contrast met VII L’Heure Diaphane (2010). Ook hier: hoe vertaal je dit? Heeft dus niets te maken met de godin van de jacht – Diana – terwijl de compositie je wel in die stemming kan sturen. Diaphane is ‘chic Frans’ voor doorzichtig, transparant. En dat is deze geur. Alsof je door tere rozenblaadjes heen naar de wereld kijkt. Maar dan zonder het ‘la vie en rose’-parfumcliché.

Waar de meeste neuzen van dromen (ga ik vanuit), overkomt slechts weinige: een Frans luxemerk neemt je in dienst als ‘in-huis-parfumeur’ en je krijgt… holy moly… bijna carte blanche. Wil zeggen: je moet wél inspelen op trends wat betreft de massmarket-geuren; geeft die hopefully een eigen signatuur. Met daarnaast – ta-da! – de mogelijkheid je vakmanschap op zijn best te tonen, te laten bloeien met een nichelijn.
Eén merk die zich – voor mij althans – onderscheidt is Cartier. De nichelijn Les Heures de Parfum – anno 2009 – is spannend, eigen, eigengereid en gaat voor mij net een stap verder dan de directe concurrentie uit de Franse hoofdstad. Met dank aan Mathilde Laurent. Als je haar ziet, dan weet je direct: een bijzondere vrouw, geen doorsneeneus. Voor mij is ze een kunstenaar en kan haar verhaal ook nog eens goed en doordacht etaleren.
Het is ‘niet te doen’: alle geuren tegelijkertijd van Les Heures behandelen. Ik weet dat ik al vaker heb aangekondigd het te doen, maar kwam er gewoon niet van. Terwijl het kennismakingspakketje met tien proefflesjes me al een tijdje geleden door de juwelier is toegestuurd.

Blauw bloed. De eerste associatie voor velen: het gelijknamige, huppeltuttige bijna onderdanige tv-programma van de EO over van wat er nog resteert aan adel gepresenteerd door slippendrager Jeroen Snel.
De man nu achter Le Galion – Bernard Chabot – ‘verklapte’ mij dat een van de inspiratiebronnen Kouros (1981) van Yves Saint Laurent is. Als je dat eenmaal weet, achtervolgt je dit… Maar op een gegeven moment moet je het ‘loslaten’. En dan? Gewoon inhaleren en ervaren. Maar toch Kouros blijft al ruikende in het kielzog. Het verschil: minder donker, minder mosachtig. Minder nadruk op de patchoeli in de basis, meer op de alsem. Meer hemel, minder aarde.
Zing mee met een Kwik-, Kwak- en Kwekstem: ‘Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk was ik nooit…’. De reden: kreeg een geur waarvan ik dus helemaal van dattum dus word: Oriza Aciduliné. Was een cadeau van
Nou, misschien een eau de toilette-functie. No problem, met dien verstande dat je dan very regelmatig moet sprayen gezien de concentratie nóg lichter is dan een eau de cologne. Hoe leuk ik is dàt! Oriza Aciduliné komt voor mij als geroepen. In de zin van erg handig nu gezien de geurdepressie (achtervolgt me als de schaduw van een dreigende storm-op-komst-wolk) waarin ik zit. De reden: zal je waarschijnlijk zelf ook wel weten, of zelf voelen: er verschijnt gewoon teveel. Hoe leuk is dat nìet!
WAT ORIZA ACIDULINÉ IK EIGENLIJK?
Het verhaal gaat dat na het verplichte vertrek van Joséphine de Beauharnais (op het schilderij met een – door haar? – geplukt paleistuinboeketje) uit het leven van Napoléon Bonaparte – zij kon hem geen troonopvolger verschaffen dus week hij uit naar oud, degelijk blauw bloed; de dochter van de Oostenrijkse keizer – de vertrekken van de officiële Franse residenties waarin zij had verkeerd nadien nog jaren roken naar haar favoriete parfumsoort: musk.
Zo ook in Le Musc & La Peau. Mooie naam. Legt de onlosmakelijke band vast tussen parfum en huid. En dat doet in feite alleen een goed parfum – zoveel geuren tegenwoordig die er niet íngaan maar zich als een ondoordringbare laklaag aan de huid hechten.
Dit bericht whatsappte een vriendin van me onlangs vanuit Frankrijk met de opmerking ‘maar alweer 25 jaar geleden’. Onderwerp: Angel van Thierry Mugler. Zij was een van de eerste draagsters in Nederland, was er verliefd op kreeg hierover zoveel opmerkingen, werd zelfs op straat aangesproken. Nu kan ze’m niet meer luchten, wordt bijna onpasselijk bij het geringste vermoeden…
WAT ROSE PRALINE IK EIGENLIJK?
Geurengoeroe werd gisteren all of a sudden getroffen door een zonnesteek, moest afkoeling zoeken bij zijn eau de cologne-infuus. Hard nadenken over geuren zat er niet meer in waardoor hij zijn ‘Vaderdagobservatie’ niet kon posten. Bij deze. Not interested: sla eerste twee alinea’s over.
Dit dan weer wel: had niet verwacht met zo’n rijkgeschakeerde geur ‘geconfronteerd’ te worden. Het allerleukste: hoe de musk zich vanaf de opening slingert door de geur, als een dartel muskushert, als een sierlijke antilope. En dit alles in een groene setting – de flacon kleurt niet voor niets zo.
Dat was leuk: Hiram Green was onlangs bij mij op bezoek in (het voor hem verre) Drenthe waar Geurengoeroe sinds januari zijn habitat heeft. De reden: praten, lullen, discussiëren, oudehoeren, analyseren over de stand van zaken in parfumland. Dat leverde interessante info op. Voor hem en voor mij.

