LAAT JE NIET MISLEIDEN DOOR DE NAAM
GEEN VANILLE, MAAR BENZOË ALS SENSUELE SLUIER
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 15/09/18
U vraagt (marketing), wij (Thierry Wasser) draaien. Deze gedachte bekruipt me de laatste tijd wel vaker bij Guerlain. Zou Wasser zich hebben gerealiseerd, toen hij contract tekende dat hem tot hoofdparfumeur van Guerlain maakte, dat hij ook werd geacht om aan de lopende band variaties op oude en nieuwe klassiekers te leveren van het huis dat dit jaar zijn 190-jarig bestaan viert? Ik weet, je moet meedoen met de ratrace – na een lancering van een edp ‘verplicht’ volgen met een edt, eau florale, eau verte, eau rosée en dan – de uitdaging – het extract.
Maar is het nog wel echt leuk, in hoeverre speelt creativiteit een rol, of is het meer een kwestie van automatische piloot? Hoelang werkte hij bijvoorbeeld aan deze tigste variatie – om precies te zijn, zijn vijfde souffle en zijn elfde versie in totaal op Shalimar? Vijf dagen, vijftig uur, vijf uur, vijf minuten, vijf drukken op de knop? Ik heb de vorige souffles niet geroken, heb er ook niet om gevraagd. Shalimar Souffle de Lumière werd me zowaar toegestuurd.
Wasser heeft inmiddels zoveel ervaring dat hij voor inspiratie zich niet een maand hoefde terugtrekken in een airbnb in de omgeving van de Taj Mahal.
In het kort wordt de variatie omschreven ‘als een zonnige geur waarin jasmijn de stralende bergamot en de heerlijke vanille omarmt’. Iets langer: ‘Een bloemenversie van het vanillethema waarop Shalimar al sinds 1925 gebouwd is en een passionele ode aan de jasmijn, de betoverende heldere noot die hier in overdosis aanwezig is’. Onder deze jasmijn ‘straalt lichtjes een donkere vanilletoets’.
Eerst voorafgegaan door ylang-ylang in een aura van bergamot. Laatste mag natuurlijk in welke Shalimar-versie dan ook niet ontbreken. Alleen, alleen, de totaalcompositie heeft voor mij weinig met dé oosterse klassieker van de twintigste eeuw gemeen. Het is geen echo, geen schaduw, geen zuchtje, geen briesje… het is een op zichzelf staande geur. Om twee redenen: de ylang-ylang, geliefd om zijn volbloemige noot stuurt de geur in het begin een heel andere kant op, maakt de bergamot als het ware sensueel.
De jasmijn straalt inderdaad overvloedig in het hart. Die mag dan wel uit Calabrië – Thierry Wasser heeft daar de teelt ervan nieuw leven in geblazen – maar maakt hem niet per definitie anders – gewoon plezant zonnig. Doet denken aan de sprankelende over cascades springende jasmijnblaadjes in Acqua di Parma’s Gelsomino Nobile (2011). Deze geur is me hierdoor altijd bij gebleven.
In Shalimar gaat de zwoele zon onder, in Shalimar Souffle de Lumière komt de zon op.
Maar wat de geur helemaal anders maakt – de tweede reden – is de basis, want naast de vanille (en een mooi behandelde witte ‘frisdroge’ musk) is het de benzoë die een mooie, beetje melk-balsemachtige sluier legt over het geheel met poederige accenten. Transparant, zwevend tussen fris en zwoel met toch een oosterse toets.


Het voordeel van in een parfumerie werken (or any kind of shop) tijdens tropische weersomstandigheden: #tishierlekkerkoel. Tenminste als je baas zo aardig is om voor perfecte klimatologische omstandigheden te zorgen. Ik ben te lui nu een aantal parfumerieën langs te gaan voor een check. Toeval wil dat ik vorige week een Hoogeveenes Mooi-parfumerie binnenliep. Ik werd op de drempel al door een verkoopster aangesproken of ik geholpen kon worden. Wat een treurigheid, nee dus niet echt, en ging verder.
Er zijn inmiddels miljoenen vrouwen geweest die direct sì zeiden. Het cliché rood + passie = that’s amore, wordt, moet gezegd, stijlvol gedaan. En ik heb een zwak voor de ambassadrice. Maar ik ben wel benieuwd hoeveel uren nodig waren om Cate Blanchett serieus op de foto te krijgen. Want ‘haar kennende’, begint ze spontaan te lachen bij het horen van de diepere gedachten die ten grondslag liggen aan de vijfde flanker van Sì.
Volgens mij kun je nu in de parfumerie een kanon afschieten, of een voetbal. Want daar is nu wel het laatste waaraan je denkt. Toch? ‘Tis nog lang niet voorbij die mooie zomer die begon zowat in mei, ha je dacht dat er…’ En ander dingetje: WK in Rusland. Ik kijk zelf bijna naar elke wedstrijd, en dat wil wat zeggen. Of zou het komen omdat Nederland niet meedoet en ik helemaal meeleef met De Rode Duivels. Ik heb elf jaar in Brussel gewoond. Dat doet wat met je.
Het overkomt me af en toe dat ik bij het spuiten van een geur op mijn (meestal) linkerpols, ik spontaan begin te ‘niche’-niezen: is meestal een kwestie van de frisse, knetterende opening. In Subversif een uitbarsting van in vijg en zwarte bes gekapseld bergamot met een frisgroen, zoet-wrang effect tot gevolg. Met andere woorden: de toon wordt gezet van dit oosterse georiënteerde parfum.

Kennen jullie dat? Dat je bepaalde geuren niet durft te ruiken omdat je bang dat je teleurgesteld raakt en/of bevestigd wordt in je vooroordeel? Deze tegenzin heb ik de laatste jaren vooral met nichehuizen, gezien de masstige merken (de Armani’s, de Diors, de Hugo Bosses onder ons) de moeite van het ruiken meestal niet meer waard zijn. Afgezien van hun bijdrages aan de nichesector die weliswaar ook steeds meer ‘inwisselbaarder’ worden. Voorbeeld: de nichelijn van Roberto Cavalli – word ik niet echt geil van afgaande op de namen. Nog een oudh, nog een musk, nog een roos, nog een… kun je blind ruiken.
En dan is er nog Mona di Orio. Hors concours. Het blijft bizar dat ze met een klein oeuvre (bij haar spreek je niet van werk) zo’n overall impact heeft gemaakt. In ieder geval op mij. Ik dacht na haar onverwachte overlijden: fondé 2005, fermé 2011. En dan dat over 50 jaar iemand op een rommelmarkt een flacon van haar vindt, under haar spell raakt en besluit het huis te heropenen.
Even terzijde: leuke naam als je de op de hoogte bent van de ontstaansgeschiedenis van suède en helemaal leuk gezien de herkomst van Fredrik Dalman. Het hout (patchoeli en cederhout) neem je lichtjes, bescheiden waar, maar indien weggelaten zou het suède zo van je huid wegglijden. En de musk is idem dito aanwezig, lijkt door het suède opgezogen.
Ik ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.
Interessant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.

Ben op weg terug in mijn auto van ‘a evening with Andy Tauer’ georganiseerd door
Het geeft maar weer eens aan hoe dichtbij een neus tegenwoordig bij zijn gebruikers kan komen als hij wil. En Andy Tauer is er een die het met volledige overgave doet. Wat dat betreft heeft hij iets gemeen met zijn voornaamgenoot Andy Warhol. Deed die Pop Art, Tauer doet aan Pop Up Parfum Art. In de zin van benaderbaar, het populair maken van (zijn) geuren op serieuze wijze. Hij heeft de social media omarmd – als je wilt kun je dagelijks via Twitter op de hoogte worden gehouden van zijn werk, zoals deze avond in IJsselstein. Wat een verschil bijvoorbeeld met Frédéric Malle wiens groeiende arrogantie en snobby-intellectuele kijk op de business gelijke tred hield met zijn faam.
Alle drie zijn aangenaam. When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes is een echte knuffelgeur richting gourmand, banketbakkerij. Geen grote hompen Hemataart, eerder een macaronnetje gevuld met karamel en benzoïne gelayerd met amber, patchoeli en bepoederde musk. Zacht, zoet en warm, een security blanket-geur perfect voor de komende herfst.
The older the wiser? Kun je je bij Jean Paul Gaultier afvragen getuige zijn nieuwe geur. De eerste in samenwerking met parfumproducent Puig, dus ook een ander pr-bureau. Ik richtte een nette mail aan de nieuwe persvertegenwoordiger met het verzoek om een persmap plus flacon – nog steeds geen antwoord. Okidoki. Gewoon gezelli naar Ici Paris XL.
Cliché 2: de sfeer. Een parade van beautiful nachtvogels in een red light district-setting waarvan de hoofdrolspeelster – ‘Madame le ministre’ – alle regels aan haar kinky boots lapt. ’s Nachts een chique boudoirbelle-del, overdag een keihard werkende multi-tasker op het allerhoogste regeringsniveau – zeg maar een madame de Pompadour (haar bijnaam: ‘le premier ministre’) niet avant, maar après la lettre.
De geur wordt omschreven als een ‘honing-chypre’. Maar dat chypre moet je met een korreltje zout nemen. Daarvoor is Scandal te braaf en te glad – iets wat tegenwoordig voor veel geuren geldt en voor een gedeelte hun populariteit verklaart. De gemiddelde vertegenwoordiger van generatie 2.0 wil niet te uitgesproken ruiken.
Blauw bloed. De eerste associatie voor velen: het gelijknamige, huppeltuttige bijna onderdanige tv-programma van de EO over van wat er nog resteert aan adel gepresenteerd door slippendrager Jeroen Snel.
De man nu achter Le Galion – Bernard Chabot – ‘verklapte’ mij dat een van de inspiratiebronnen Kouros (1981) van Yves Saint Laurent is. Als je dat eenmaal weet, achtervolgt je dit… Maar op een gegeven moment moet je het ‘loslaten’. En dan? Gewoon inhaleren en ervaren. Maar toch Kouros blijft al ruikende in het kielzog. Het verschil: minder donker, minder mosachtig. Minder nadruk op de patchoeli in de basis, meer op de alsem. Meer hemel, minder aarde.
Ik dacht dat het een geurgrap was toen ik voor het eerst de naam vernam. Toen ik de collectie in real life voor me zag kon ik wederom een lach niet onderdrukken. Mijn hi-hi-hi-ha-ha-ha-verbazing: hoe haal je het anno nu nog hemelsnaam ‘in je hoof’ een parfumhuis op te richten dat oud als zijn fetisjingrediënt proclameert en het ook nog in zijn naam stopt: Amouroud? Ha! Ha! Ha! Ha!
Nou, een volle overrompelende creatie die helemaal voldoet aan straight forward niche. Dus duidelijk, right in the face, die je de tijd moet geven om zich te ontplooien. Want achter het ‘direct binnen’-effect ruik je een ‘soort van’ gelaagde verfijning. Wil zeggen: het is niche door zijn volheid, maar tegelijkertijd wel een ‘weet je wel oudje’-herkenning want al zo vaak geroken.