En wat vond ik vanochtend achter een van de kasten in mijn Brusselse kantoor op zoek naar een verloren gewaand parfumflacon? Een sample van Pour L’Amour d’Inde van Isabel Derroisne, me ooit toegestuurd door Guusje Sparkles.
Ik dacht: ‘Op deze manier kun je, slim, elke land vereren een met een parfum’. Ook: ‘India is zo rijk aan geur. Wat neem je als inspiratie? De specerijen, parfumingrediënten die hier hun oorspronkelijke habitat hebben (gember. kardemon, sandelhout, patchoeli, vetiver), de verfrissing van de mousson, de ayur veda, de religie, de ‘edelsteen’-gebieden en-steden of een ander hoogtepunt uit de rijke geschiedenis?
Isabel Derroisne koos voor… maar eerst even iets meer over deze mevrouw. Bestaat niet (in het) echt: ze werd bedacht door Yves Rocher. Uitgangspunt: een huis dat geuren gemaakt van de beste ingrediënten – vanzelfsprekend lijkt me – door technische innovaties – vraag me of je zoiets kunt ruiken.
Creativiteit (zie de ‘over smaak valt wel of niet te twisten’-flacon) staat voorop waardoor de neuzen getriggerd worden zich ‘anders’ te laten inspireren: gevoelens, ontmoetingen, landschappen en ‘ontdekkingen’. Isabel Derroisme heeft winkels in Frankrijk, Zwitserland, Italië en Spanje, en verkoopt haar waar ook via internet – de site lijkt als twee druppels water op die van Yves Rocher.
Toch vreemd, ik ben haar nog nooit ‘ontmoet’ in deze landen. En verneem ook niet veel van haar op internet. Misschien ligt dat aan mij, misschien aan de bedrijfspolicy. Met Ame Toscane en Pour L’Amourd’Inde debuteerde het merk in 1996 inmiddels gevolgd door meer dan 26 creaties…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Pour L’Amour d’Inde is voor mij niche verpakt als mainstream. Het is een evocatie van de voor westerlingen ‘exotische natuur, tempels en tuinen van India’ (de laatste heb ik er niet echt veel gezien, luxe ‘hoteltuinen’ niet meegerekend).
De geur heeft kwaliteit en verrast inhoudelijk zeker gezien als je het jaar van introductie ziet (niche stond in de kinderschoenen). Was toen nog niet bepaald hip in ‘nichekringen’ om de roos te linken aan peper (foto). Deze prikkelende noot begeleidt op intensieve wijze de kardemon (typisch India) in de opening. Het effect: niche want niet-klassiek citrusfris. En met deze bittergroen gepeperde nuance heeft de roos in het hart geen moeite. Sterker, ze omarmt het. Vraagt de jasmijn zelfs te participeren.
Het effect: deze klassieke bloemencombinatie gedraagt zich anders – droger, stroever, maar wel overvloedig en zonnig. Zelfs de basis van melkachtig ‘sandelhout’ (typisch India), droog-zonnig sandelhout en zwoel vanille verandert daar niet veel aan.
Wat ‘overblijft’ in the end is een zoet-droge bloemengeur ‘op hout’ die voor mij alleen iets te snel vervliegt. Een eau de parfum-versie zou Pour L’Amour d’Inde meer recht doen.
Er zijn een aantal klassieke parfumingrediënten – die hoe creatief, grensverleggend en innovatief die ook door neuzen wordt bewerkt – in een parfum als hoofdsmaakmaker uiteindelijk toch gewoon naar ‘zichzelf’, naar hun ‘core business’ blijven ruiken. Roos, lelietje-van-dalen, jasmijn, vetiver, amber, tuberoos, musk, cederhout, sandelhout, leer. Ben er zeker een paar vergeten.
Maar niet het bosviooltje (Viola riviniana) en/of maarts viooltje (Viola odorata). Worden deze tere bloemekes gepromoveerd tot ‘perfume leading ladies’ dan herken je dat direct. Zacht, zoet, poederig, talkachtig.
Door dit heeft ‘ze’ een link met cosmetica: veel lipsticks hebben een zweem van viooltjesparfum om maar te zwijgen over poeder. Symbolisch gezien staat het bosviooltje voor puurheid, onschuld, zedig- en maagdelijkheid.
Opus III, waarin het viooltje regeert, wordt omschreven als een stralende floriental geïnspireerd door de ‘kunst over’ en de ‘wetenschap van’ hoe creativiteit zich manifesteert; van de meeste donkere momenten van frustratie tot de aha-erlebnis van inzicht, verlichting en ontdekking.
En dit laatste kun je met een beetje (of heel veel) fantasie koppelen aan het viooltje want zij beschermt volgens de volksoverlevering tegen boze geesten (donkere momenten) en brengen geluk en fortuin (inzicht).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Opus III ruikt honderd procent naar viooltje (foto), maar onderscheidt zich van andere viooltjes-solifleurs door de overdosis en het feit dat ze zo rijk bloeit en je direct in een poederige boudoirachtige sfeer komt.
Dus geen frisse opening, wel een bolletjesregen van de bloem die zo mooi samengaat met het viooltje: geelgroen en honingzoet mimosa. Die hier een erg aparte behandeling krijgt doordat haar zonnigheid wordt voorzien van een origineel groen-kruidig randje van tijm en nootmuskaat. Het effect: het lijkt of de mimosa ter decoratie ligt in een apothekersvitrine: scherp, mentol, medicinaal (iets wat veel Amouage-parfums in de opening kenmerkt).
De overgang verloopt eigenlijk naadloos: de mimosa mengt zich met het viooltje dat, om niet alleen maar superzoet te behagen, sensueel wordt verdiept en aan bloemigheid wint door jasmijn, oranjebloesem en vooral ylang-ylang. Voor mij is het moeilijk om door deze weelde heen de basis te herkennen: je blijft het door de andere bloemen vergulde viooltje ruiken.
Maar uiteindelijk geeft zij zich toch gewonnen door zoetpoederig-musky noten van ambrette, benzoïne, musk en vanille die worden vastgehouden door hout (papyrus en ceder-, sandel- en guaiachout) en die je op een gegeven moment in de drydown waarneemt.
Ook over dit alles waait, net zoals in Opus I en Opus II, een wierookwind, maar die ontgaat mij eerlijk gezegd. Hoewel geclassificeerd als sekseneutraal, neigt voor mij Opus III toch naar vrouwelijk. Mannen die dit parfum op zijn juiste weten te schatten, zijn verfijnd en vallen in de categorie ‘dandy’.
RUIK & VERGELIJK
Ik ontkom er bijna niet aan: bij een klassiek viooltjesparfum moet ik direct denken aan drie klassiekers van Guerlain. Interessant: voor mij heeft Opus III een zekere mate van een Guerlain-viooltjesstructuur door zijn rijke gelaagdheid die voorkomt dat het viooltje ‘platzoet’ wordt als een snoepje, een zuurtje.
Een korte cursus Griekse mythologie verzorgd door uw Geurengoeroe. Het onderwerp vandaag: Pegasus. Naam van het gevleugelde paard dat sinds millennia in de westerse cultuur symbool staat voor dichterlijke inspiratie. Ontbreekt je het hieraan, denk aan Pegasus en je diepste zielenroerselen verschijnen gevleugeld, als vanzelf rijmend op papier of computerscherm.
Hij was een echte liefdesbaby. Want verwekt tijdens een gezellig onderonsje tussen het monster Medusa (dochter van zeegod Phorcys en zeemonster Ceto) en de god heersend over de zeeën: Poseidon. De bevalling verliep niet bepaald vlekkenloos en harmonieus.
Pegasus kwam ter wereld uit Medusa’s bloed toen Perseus (zoon van oppergod Zeus geboren tijdens een leuke date tussen hem en Danaë die op haar beurt weer ter wereld kwam als gevolg van een erotisch vluggertje tussen Eurydike en Akrisios) haar doodde. Hierdoor was Pegasus als het ware getekend voor het – eeuwige – leven. Had hij nu geleefd dan was hij in een door het ziekenfonds vergoede therapie gegaan. Had de shrink (to fit) tijdens ettelijke sessies tegen hem gezegd dat zijn claim to fame echt niet onverdienstelijk was geweest, iets waarvoor je jezelf best wel op je gevleugelde schouder mag kloppen.
Dus het moment waarop Pegasus door Bellerophon (zoon van koning Glaucus van Korinthe en…?) wordt getemd zodat hij kan helpen in Bellerophons’ strijd tegen het monster Chimaera en de Amazonen. Ach gut: dronken van succes op weg naar eeuwige roem, probeerde Bellerophon vervolgens op Pegasus naar de Olympus te vliegen, maar de goden doorzagen dit hoogmoedige streven. Hun gewapende antwoord: een steekvlieg die Pegasus onder de staart beet. Pech onderweg: Pegasus steigerde, Bellerophon verloor controle, donderde van het gevleugelde paard, stierf een gruwelijke dood. Eind goed al goed: Pegasus bereikte ondanks alles wel de Olympus en werd vanaf dat moment als zzp-er ingehuurd als drager van de bliksemschichten van Zeus.
Een lang verhaal ter introductie van een geur. Maar ja, als je een geur zo noemt, verdient het wel enige uitleg. Pegasus is dus niet de naam van een van de gebeeldhouwde paardenmenners die Guillaume Coustou (1677-1746) in opdracht (1739) van Louis XV (1710-1774) ter decoratie van het niet meer bestaande kasteel Marly creëerde en ter inspiratie diende voor alle parfums van Parfums de Marly (die me ruimhartig ter beschikking werden gesteld door http://www.parfumerie.nl).
De naam nodigt uit tot poëtische gedachten, tussen het verbond tussen man en paard. Alleen hoe vertaal je dit in een geur?
Ik zou zelf kiezen voor een zeer droogkruidige en hooiachtige opening (als symbool voor het paard grazend op de prairie), dan een luchtige noot (als symbool voor Pegasus’ vleugels), stralend jasmijn (als symbool voor de zon) die ondergaat een in een animaal en duister geheel (dus veel civet en ambergris). Met andere woorden: de parels zweet die glinsteren op Pegasus’ vacht.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Hamid Merati-Keshani koos voor een ander parcours. Haar Pegasus is niet gevleugeld. Wil zeggen: geen nuances die je als drager het idee geven dat je door de lucht zweeft. Eerder behoorlijk aards. Beide benen op de grond.
Nog beter gezegd: het is een sensuele varengeur omdat de klassieke fris-bloemige noten omringd door kruiden snel richting ‘het oosten’ gaan. Nou, vooruit, eerst een lichte bries, maar dan ook heel licht van bergamot.
Wordt direct ‘overgenomen’ door een interessante injectie van donkergroen, kruidig karwij (foto) met een mooi hooiachtig randje. Dan volgt het zachtzoetig én sensueel optreden van heliotroop gecombineerd met amandel die, om niet al te gourmand te worden, een bloemige injectie krijgt van lavendel en jasmijn. In de basis komt dit alles samen in een sensuele weelde: warm amber, zoet vanille en melkachtig sandelhout. Elegant en op een bescheiden manier toch uitgesproken.
RUIK & VERGELIJK
Man en paard. Paard en parfum. De hele collectie van De Marly natuurlijk en niet te vergeten:
Flaconontwerp: Lance McGregor (Paul Meyers and Friends)
Muziek: inderdaad ook
Concept & realisatie: Give Back Brands/Elizabeth Arden Inc
Commercial: Howard Huang
Mijn neef Roland (nu zestien) liet me vorig jaar kennismaken met Nikai Minaj. Wat een grappige, weirdo maar ook interessante verschijning. Haar presentatie is bewust plastic fantastic, haar muziek zweeft zeer tussen dans- en klapbaar – Pound the Alarm – en uiterst bizar en vervreemdend: Come on a cone. Ze heeft binnen een paar jaar een sterrenstatus bereikt grenzend aan die van Lady Gaga. Alleen, dit terzijde, ik vind Minaj eigenzinniger, ze komt voor mij af en toe zelfs in de buurt van moderne kunst, terwijl dat ‘gekke vrouwtje’ zich maar als echte kunstenaar blijft promoten, met voor mij als historisch parfumdieptepunt de presentatie van haar debuut Fame (2012) in het MoMa in New York. Echt: very, very much ado about nothing, nothing.
Nu heeft deze geur wel overeenkomsten met de eerste van Nikai Minaj: ook de inhoud van Pink Friday (genoemd naar haar eerste album uit 2009) is dertien in een dozijn, doet eerder beroep op het reukvermogen van kleuters die spelen met barbiepoppen dan op die van volwassenen. De bedoeling? Feit is dat Minaj zich eigenlijk niet zo gerealiseerd heeft hoe waanzinnig populair ze is bij kleuters en jonge tieners. Zie bijvoorbeeld de afleveringen van de Amerikaanse talkshow Ellen waarin twee van die giechelende en gillende dreumesen (die haar in het echte leven constant imiteren) oog in oog met hun number one-artiest komen te staan.
Dit zei Minaj bij de introductie – doet wat clichés betreft niet onder voor Lady Gaga en al die andere celeb-femmekes die de ene geur na de andere geur uitspuwen in het onder- en middensegment van de markt: ‘Pink Friday is a celebration of my life at this moment; it is a reflection of me as a creator, and expression of me as a woman. I know my Barbz (zo noemt ze heel irritant haar fans, Lady Gaga noemt die van haar my little monsters – even erg) will connect with and appreciate each aspect – from the name, to the outrageous bottle design, to the vibrant colors that create their own song’.
Verder: ‘Pink Friday shows off my personality and style; it’s exciting to express my voice through another dimension. I was involved in every aspect of the decision-making process – it seems easy because I always get this feeling inside: I know if something is right or wrong. Each detail needs to ‘wow’ me or it is not an option; that’s my way of composing perfection’.
Toe maar, want op deze perfectie valt wel wat af te dingen. Zo klopt de flacon niet helemaal, helemaal niet vind ik. In die zin dat de borsten te klein zijn in vergelijk met de ‘echte’ van Nikai Minaj en dat de flacon wel erg nikseg wordt als je hoofd en pruik (de dop) eraf trekt. Was toch leuker en origineler geweest als de verstuiver in de linker- of rechtertiet (of beide) had gezeten en de verstuiverknop in de pruik was verwerkt. De promoclip is helemaal des Minaj: over the top, plastic-fantastic gecombineerd met het klassieke romantische parfumsausje.
Er zijn er trouwens twee: in een loopt ze als een Godzilla door New York en doordat ze haar Pink Friday rondsprayt, heeft iedereen het ineens nog leuker (zelfs de houtige dansers) en veranderen die ook in mega-versies van zichzelf. In de ander zien we Minaj ‘laying in a field of black roses. She then cuts herself by touching the thorn of a rose, and bleeds of pink blood. The roses become pink, and so do her eyes, as her skin apparently slowly turns gold, as matching the design of the bottle that’s then being shown while the name being whispered calmly’.
De geur heeft in Nederland en België niet echt een serieuze kans gekregen omdat de geur al snel bij de Kijkshop in de ramsj lag (50 procent goedkoper, plus vijf procent kassakorting), nog voor de importeur van Elizabeth Arden een plan kon trekken. En ik ben bang, niet echt natuurlijk, dat het met celebgeuren steeds meer deze kant op gaat: zo snel mogelijk, zoveel mogelijk er doorheen proberen te jassen, om na enkele seizoenen ingewisseld te worden door de nieuwe lichting sterren-stralen-overal-sterren. Fame ligt inmiddels ook in de ramsj en wie herinnert zich Celine Dion nog, wat geuren betreft dan.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Over de inhoud zegt Nikai Minaj: ‘I like scents that feel summery, but have a va-va-voom, I want to smell like a sexy and confident woman, not like candy’. Confident… ? Wat een ‘outside barf’-opmerking in dit verband. Want het ruikt naar een blast van scherp en zoet fruit… in dit geval braam, mandarijn en karambola, die verdrinkt – ‘hellup, hellup’ – in een romige basis van gekaramelliseerde peer, vanille, musk en ‘hout’… Ik weet niet of hierdoor je zelfvertrouwen toeneemt – als je die als tiener/twen al hebt.
En tussendoor word je nog getrakteerd op lotus (foto) en jasmijn – tuurlijk. Ik ruik het niet: ik ruik trouwens heel weinig, ik ruik een fruitige noot, ik ruik een bloemige noot, op het eind vermengd met een flink schep ‘white – trash – musk’. Het ruikt, dus moet je het een geur/parfum noemen. Maar Pink Friday komt, zoals zoveel andere celebgeuren op basis van fruit, vage gourmandnoot en witte musk, eerder in de buurt van een shampoo. Nikai Minaj ziet het natuurlijk iets anders. Wat stond er ook al weer op de Elizabeth Arden aangeleverde promotalk… ‘smelling like angels playing’.
Voor de echte fans: dit jaar verschijnt een limited edition – kan Lady Gaga niet van Fame zeggen, dat dan weer wel – Pink Friday Special die ‘adds a bit of dimension en playfulness to the scent’. Wordt geleverd door appel en grapefruit in de opening en kamperfoelie in het hart.
RUIK & VERGELIJK
‘The battle of the bitches’, zo was volgens mij neef Roland de verhouding tussen Nikaj Minaj en Mariah Carey die samen in de jury zaten van American Idol. Volgens hem was het over en weer-gesneer in scene gezet, onderdeel van de pr. Valt natuurlijk buiten het onderwerp, maar als Carey echt had gewild, had ze haar concullega neer kunnen sabelen: ‘To name your debut scent after some of mine, how daring, how very daring…’.
Mariah Carey M (2007)
Mariah Carey M Gold (2008)
Mariah Carey Luscious Pink (2008)
Mariah Carey Luscious Pink Deluxe Edition (2009)
Mariah Carey Ultra Pink (2009)
Mariah Carey Forever (2009)
Mariah Carey Lollipop Bling, Ribbon, Mine Again (2010)
Mariah Carey Lollipop Splash: Inseparable, Never Forget You, Vision of Love (2011)
Net zoals bij Potion for Man (2011), wordt ook bij deze flanker beweerd dat die is gebaseerd op de eeuwenoude Quintesse-techniek ‘die oude alchemistische formules aanvult en integreert met de meest geavanceerde wetenschappelijke doorbraken’. Als of je het hebt over het nieuwste anti-agingserum van La Prairie! Het is een voortzetting van het verkennen van ‘de mysterieuze, alchemistische wereld’.
Potion for Man Blue Cadet is dus ook een ‘magisch elixer’ dat dit keer ‘alle magische energie van lucht bevat’. Hoe werd lucht gevangen? ‘Door op vakkundige wijze dit geleidingselement te transformeren tot een frisse, maar tegelijkertijd sensuele geur: het meest vluchtige, onvoorspelbare en moeilijk te grijpen element is getemd en voor het eerst gedistilleerd, omgetoverd tot een geur met lichte en luchtige nuances’.
Niet waar dus – zie Ruik & Vergelijk. Waarom lichtblauw? Ten eerste: ‘De kleur doet denken aan heldere lucht en het gevoel van een onbeperkte en oneindige diepte… de band tussen hemel en aarde’. Samen schenkt het ‘complete sereniteit, kalmte en harmonie’.
Ten tweede: ‘de kleur wordt ook gedragen wordt cadetten: het is een onderscheidend element voor mannen – trots op hun verwantschap – die zijn getemperd door een strikte opleiding’. En dit soort type man past natuurlijk perfect bij de erotische en best wel gayfantasie-wereld die de Canadese tweeling zo vaak en zo onverbloemd tijdens hun catwalkshows laten paraderen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dsquared2 beweert dat dit rijk gefacetteerde parfum constant verandert omdat de neus wederom gebruikt maakt van de ‘mysterieuze en oude Quintesse-techniek’. Het effect: ‘Potion for Man Blue Cadet biedt iedere dag een nieuwe emotie die zo divers is als de lucht om ons heen.’ Neem dit met een behoorlijke korrel zout. Of lucht. Het is en blijft niet meer dan een courante fris-houtige geur die zich voornamelijk onderscheidt door de hars van groene (foto) en blauwe spar in het hart met zijn typisch terpentijnachtige en extreem frisse etherische nuance.
Wordt voorafgegaan door een hesperide-akkoord van bergamot, mandarijn en grapefruit die door de sparren als het ware in de lak worden gezet (vergeet niet dat dennenhars in die goede oude tijd ook als lak voor hout werd gebruikt). Cederhout in de basis consolideert het houteffect van de harsen vermengd met een sensuele noot van tonkaboon, cistus labdanum en musk. Het effect aldus Dan en Dean Caten: ‘Een geur zo divers als de lucht om ons heen’. Het effect aldus Geurengoeroe: een aangename, goed gemaakte mainstreamgeur die minder parfumervaring van de drager verlangt dan Potion for Man.
RUIK & VERGELIJK
Een geur zo ‘vrij’ en fris als lucht die je inademt. Het houdt neuzen al langer bezig dit geurgevoel te vangen. Davidoff beweerde ooit voor het eerst een luchtmolecuul te hebben gevangen die kon worden toegepast in de parfumerie. De van huis uit sigarenmaker stopte het in de mannengeur:
Nieuwe ontwikkeling? Modeontwerpers en modehuizen (waarvan de oprichter al is overleden) laten zich voor nieuwe geuren inspireren door hun ‘signature’, hun ‘griffe’ waar ze voor een deel hun bekendheid aan danken.
Soms gebeurt dat via een omweg. Coco Noire (2012) van Chanel is geïnspireerd op haar iconische kledingstuk: het kleine zwarte jurkje waar Guerlain voor het eerst mee aan de haal ging in 2008 met La Petite Robe Noire. Gevolgd door Hugo Boss met Boss Nuit (2012).
Nu Issey Miyake. Zijn veel bejubelde pleats please-kledingconcept is vertaald in een parfum. Zal me niet verbazen als Jean Paul Gaultier binnenkort het korset of de Bretonse zeemanstrui ‘stoffelijk’ vertaald in nieuwe geuren. Iets wat hij ‘visueel’ al heeft gedaan met Le Classique (1993) en Le Male (1995). Yves Saint Laurent zou een dergelijk parfum dan Le Smoking noemen, Dior New Look of Pieds de Poule, denk ik.
Over het effect van pleats please als kledingstuk gesproken: ik zal nooit vergeten dat ik Chantal Roos, voormalig hoofdparfumontwikkeling van Yves Saint Laurent (voormalig altijd gekleed in een variatie op le smoking) die was ‘weggekocht’ door Shiseido om een nieuw parfumbedrijf op te richten dat zich zou concentreren op het ontwikkelen high end-geuren (met Jean Paul Gaultier en Issey Miyake als eerste ‘klanten’) ter promotie van Le Feux d’Issey (1998) gekleed ging in een knalrode pleads please-jurk, als symbool voor de vurige inhoud van deze geur. En: het stond haar nog ook!
Niet alleen haar. Ik ken veel vrouwen die weglopen met deze kledinginnovatie. Want het ingenieuze: terwijl het veel ‘verbergt’ laat het tegelijkertijd ook veel zien: het ‘tailleert’ niet, maar zit als een soort van wolk, als geplooide golven, ‘geplakt’ om het lichaam.
Maar het meest wonderbaarlijke aan de pleats please-kleding: hoe je het ook in elkaar pakt, verfrommelt en vouwt – je kan er letterlijk een knoop in leggen – het keert elke keer weer in zijn originele staat terug. Dus: nooit meer strijken, want de plooien bleven door een ingenieus proces permanent…
Wat niet zoveel mensen weten (ik ook niet tot voor kort) is de ontstaansgeschiedenis. In 1993 vroeg William Forsythe en het Frankfurt Ballet Forsythe Miyake de kostuums voor The Loss of Small Detail te ontwerpen. Uit onderzoek naar welke kostuums de dansers voldoende bewegingsvrijheid gaven, ontstond pleats please. Geboren uit experimenteren werd het een tijdloze basic voor de ‘nieuwe’ vrouw met smaak, ofwel het nieuwe kleine zwarte jurkje.
Ga dit maar eens vertalen in een flacon. Is gelukt ‘door de geometrische verschijning van een veelzijdig veelvlak die – letterlijk – veelzijdige volumes overbrengen. De plooien steken uit op de flacon in een samenspel van convexe en concave volumes’ afgerond door de naar een bloemkelk gevormde dop: ‘een fijn geplooide abstractie, die zowel een witte bloem als de plooien van symboliseert’. Leuk detail: de letter e in Pleats Please is versmald, opeen geperst en samengedrukt alsof die subtiel geplooid werd.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ga dit maar eens vertalen in een geur! Wordt een beetje moeilijk over gedaan: ‘de primaire inspiratie was licht, een intrinsiek element in de wereld van Issey Miyake, in de vorm van glinsterende highlights. Daarna kwam het concept van verticaalheid, om de structuur van de plooi weer te geven. Beweging werd toegevoegd, zoals de plooi samen met het lichaam vloeiend beweegt. De compositie is doordrenkt met een gevoel van comfort, met vrijheid van beweging en tegelijkertijd met grote precisie’.
Concept van verticaalheid? Is maar net hoe je tegen een plooi aankijkt; kan op ‘hetzelfde moment’ ook horizontaal zijn. Tegelijkertijd met grote precisie? Lijkt me vanzelfsprekend. Hoewel Aurélien Guichard een plooi-achtig verticaal parfum wilde creëren, kent Pleats Please gewoon een klassieke opbouw, door hem omschreven als ‘een licht en vrolijk boeket; een nectar van geluk, een uitnodiging om volop van de geneugten des levens te genieten’.
Wat je direct bij de opening waarneemt is de zachte poederige en zonnige noot van lathyrus (foto) – ook door de sprankelende opening heen van nashi, een hybride van appel en peer waarbij het zoete, bijna sensueel-fluwelige aroma van de laatste overheerst. De lathyrus (geurerwt) is in feite de onschuld zelve, meer poederig dan bloemig.
Om het bloemige accent te versterken werd de onstuimige pioenroos toegevoegd: zoet, zoetig met een lichtgroene en gekruide nuance. En – wonderlijk – indole (afkomstig uit jasmijnolie) die naar men zegt voor een licht-animale en volle toets zorgt door Guichard omschreven als ‘een vlezige, voluptueuze bijdrage die volume aan de hartnoot geeft’.
De basis garandeert dat de bloemennoot een houtachtige structuur krijgt, verzacht door een absolue van ‘witte vanille’ en witte musk. Qua vrolijke sfeer, past de geur perfect bij de gebruikte felgekleurde pleats please-jurken in de commercial, die met een fantasie qua dynamiek lijken op ontluikende bloemen.
Alleen had voor mij het totaal wel wat donkerder gemogen. Meer nadruk op de indolen, hout en patchoeli: dus een donkergrijze, donkergrijze pleats please-jurk. Maar dat is eigenlijk parfumzelfmoord plegen, gezien de toon nu in de ketenparfumerie wordt bepaald door lichte bloemengeuren op een katoenzachte witte musk-basis. Zie de ‘onthouting’ van bijvoorbeeld Estée Lauders Sensuous uit 2010, die werd zachter en lieflijker met Sensuous Nude (2011). Zie de geleidelijke ‘vergourmandisering’ van het hout in Eau de Merveilles (2003) van Hermès met Parfum des Merveilles (2005), Elixir des Merveilles (2006) en L’Ambre des Merveilles (2012)
RUIK & VERGELIJK
De siererwt ruik je niet veel in geuren, zeker niet als ‘hoofdbloem’. De meest recente die ik me kan herinneren is:
Puur voor het geld gaan, puur voor de winst gaan, wordt tegenwoordig niet echt meer gewaardeerd door de consument. Helemaal niet nu het crisis is. Althans dat denken heel veel luxemerken. Dus laten veel zich van hun goede en zachtaardige kant zien. Een gedeelte van de opbrengst van een product – bijvoorbeeld parfum – gaat naar een goed doel die natuurlijk op erg veel likes kan rekenen op Facebook. Meer extra aandacht verzekerd.
Je bent helemaal lief en ‘likeable’ als merk als je aantoont dat Moeder Aarde er zo min mogelijk onder hoeft te lijden. Donna Karan laat in de Pure DKNY-reeks beide – duurzaamheid en hulp – samenkomen.
Duurzaam is in dit geval de cultivatie van de damascusroos in de Ispartavallei in Turkije die door ‘de rijke bodem, regen en de zonneschijn voor de perfecte roos zorgen’ en in juni handmatig worden geoogst op een eeuwenoude manier ‘waar de moderne technologie bijna niet aan te pas komt’. In totaal werden 2500 ton bloemblaadjes per vrachtwagen naar de distilleerderij vervoerd om vervolgens door 26 distilleervaten te gaan. Uiteindelijk resulterend in een essentiële rozenolie die in A Drop of Rose, A Drop of Goodwill wordt verwerkt.
Duurzaam is ook de flacon: gemaakt van 100 procent recycleerbaar glas en aluminium. En de verpakking: biologisch afbreekbaar karton gemaakt in installaties aangedreven door ‘restenergie’ uit grondstoffen uit gecontroleerde bossen; de buitenverpakking is bedrukt met inkt met een laag VOS-gehalte en gemaakt van ‘natureflex’ (cellulose zonder petrochemische stoffen).
Hulp: Pure DKNY heeft een partnerschap met CARE, een toonaangevende liefdadigheidsinstelling die vrouwen helpt armoede te bestrijden. Ter gelegenheid van de lancering van A Drop of Rose, A Drop of Goodwill maakt DKNY een schenking (bedrag onbekend) ter ondersteuning van CARE wiens ervaring aantoont dat mensen in de armste gemeenschappen armoede kunnen ontstijgen als ze toegang krijgen tot financiële basisdiensten (veilige spaarmiddelen, kredieten, verzekeringen). En in geval van A Drop of Rose, A Drop of Goodwill: door rozen te kopen bij plaatselijke Turkse boeren, waarvan de meesten vrouwen zijn, draagt het bij tot een gewaarborgde langetermijnproductie van rozen in Isparta.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Dit zegt Donna Karan: ‘De uiteindelijke geur is roos in zijn eenvoudigste vorm, ongecompliceerd, zacht en zonder franjes, een ware voorstelling van een tuinroos, zonder het zware karakter die een bloemengeur vroeger kenmerkte’. Niet mee eens dus, want A Drop of Rose, A Drop of Goodwill ruikt niet echt naar een pure roos, een pure roosessence zoals je die bijvoorbeeld in Turkije en India op lokale markten koopt.
Het is eerder een geconfectioneerde westerse roos, een samengestelde rozengeur die laatste jaren in de ketenparfumerie als een pure rozengeur wordt gepresenteerd. Met andere woorden een roos begeleid door fruitige, bloemige en zoetige noten. Wat ik opvallend vind: de roos van ADrop of Rose, A Drop of Goodwill is ‘glad’ en glimt, een beetje soapy die begint te bloeien met een groene ondertoon die voor mij zweeft tussen lelietje-van-dalen en verbena. Dit loopt mooi over in de zoete noot van zwarte bes. Fris, sprankelend met ook een groen randje.
Past mooi bij de zoet-fruitige noten van de ‘Turkse roos’ die minder roos wordt doordat ze wordt omringd door magnolia: zacht en fris tegelijkertijd. De afronding is zorgt ervoor dat de roos aan karakter wint (cederhout) en zoeter wordt (vanille). En gelukkig niet ‘schoongemaakt’ wordt door het – gelukkig – ontbreken van witte musk.
RUIK & VERGELIJK
Pluk een roos, pluk verbena, pluk vanille in de parfumerie en doe jezelf en een ander goed.
Rijstpoeder wordt voornamelijk geassocieerd met het belle epoque. De ‘courante’ decoratiesmaak tijdens de regeerperiode van Keizer Napoleon III waarin de Lodewijk de Dertiende-, Viertiende-, Vijftiende-, Zestiende-stijl samenkomen maar dan enorm uitvergroot. Een soort bling bling avant la lettre.
Het werd gebruikt door voornamelijk foute vrouwen die rechtschapen mannen op het verkeerde pad brachten en die soms met evenveel plezier de afgrond in sleurden: actrices, danseressen, demi-mondaines en chique hoeren ‘verkleed’ als courtisanes. Ze hadden alles wat vrouwlief thuis vaak niet – meer – had, of geen zin – meer – in had: plichten verzaken, gekkigheid, de sleur doorbreken, dansje, drankje en op zijn tijd een goed portie seks.
Deze ‘dames van plezier’ waren te herkennen aan hun iets onbescheidener make-upgebruik. Knalrode lippen met als contrast een breekbare, porseleinen huid. Werd gemaakt van heel fijn vermalen rijst dat zowel matterend, verzachtend en absorberend werkte. Als uitvinder wordt wel Bourjois (anno 1963) beschouwd waarvan de oprichter zelf in theatervak zak. De beroemdste variatie: Poudre de Riz de Java (1879).
Pierre Guillaume tilt talkpoeder naar een hoger niveau door het te koppelen aan een citaat uit de roman L’Enfer (1908) van Henri Barbusse: ‘La Chambre, tout en chaos, est pleine d’un mélange d’odeurs: savon, poudre de riz, senteur aiguë de l’eau de cologne, dans la lourdeur du matin enfermé’.
Vrij vertaald: ‘De kamer, helemaal in chaos, is vol van een melange van geuren: zeep, rijstpoeder, de scherpe geur van eau de cologne, in de zwaarte van de gesloten ochtend’. En dat ‘moet’ hij ook wel doen, omdat Poudre de Riz onderdeel is van Huitième Art – zijn collectie waarin parfum tot kunst wordt bevorderd. Toeval of niet: bij het googelen naar de histoire van poudre de riz, kom je deze zin direct tegen op de Franstalige wiktionary…
De geur van rijstpoeder heeft iets sentimenteels, doet denken aan vroeger, die goede oude tijd. Komt ook doordat het veel overeenkomsten heeft met poeder gebruikt voor extra drogen van de billen van de allerkleinsten.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De geur van van plain old rijstpoeder is eigenlijk een parfum op zichzelf omdat naast de tot poeder vermalen rijst (die zelf al een zacht-droge, beetje zoete geur verspreidt) ook andere toevoegingen heeft die zowel het effect van het poeder als de geur verhogen. Pierre Guillaume stelde voor Poudre de Riz zijn poeder samen uit: pyrazines (een molecuul als smaakstof veel gebruikt in voedsel om producten een gerookt en verbrand effect te geven), sandelhout, vloeibare iris ‘op cederhout’, tonkaboon, tolubalsem en benzoïne.
Je ruikt de zachtheid en de warmte (van de huid) eigenlijk direct. Alle zweetdruppeltjes van tonkaboon, tolubalsem en benzoïne worden opgezogen door het melkachtige sandelhout en de ‘stoffige’ en van zichzelf ook zeer poederige iris. En dit alles wordt vermengd met een stralende rozennoot van Rosa damascena (van Robertert) die gretig wordt opgenomend door de ‘rijstpoeder’. En hij geeft dit alles een exotische-volle wending door een monoï-akkoord – opgebouwd uit tiaré (foto). Heel fijn, heel zacht, sterrenstof voor op de huid.
Maar eerlijk gezegd, ben ik zelf een beetje monoï-moe. De tiaré komt je de laatste jaren in tientallen geuren tegemoet – haar kunstje is inmiddels overbekend. Dat Poudre de Riz (daarom) tot de Huitième Art-reeks is toegelaten verbaast me. Mooi maar geen ‘achtste kunst’.
Mocht je het nog niet weten: Olivier Durbano is een juwelier die in Parijs woont en voornamelijk werkt met halfedelstenen. Hij hecht veel aan de ‘symbolische waarde’ van deze ‘ruwe stenen’ – door velen geassocieerd met alternatief – en de veronderstelde positieve uitwerking die ze op de psyche kunnen hebben. Alternatief dus, maar dat staat al lang niet meer voor ‘slechte smaak’. Sterker, wordt door steeds meer mensen als het summum van nieuwe chic gezien – zie het succes van Aveda.
De werking van die stenen heeft hij vertaald in parfums: Bijoux de Pierres Poèmes. Mocht je het nog niet weten: quartz (kwarts) behoort tot de meest voorkomende mineralen op de aardkorst (twaalf procent van het volume – onder andere in graniet en zand). Dat verklaart dat het zowel in grote kristallen als microscopisch kleine aggregaten voorkomt: de grootste (twintig tot vijftig meter) vind je in Farm Verloren in Namibië. Mocht je het nog niet weten: dit kristal is al lang bekend: de ‘oude Grieken’ gebruikten stukken om hun handen tijdens de zomer af te koelen, de ‘oude Romeinen’ dachten dat kwarts permanent gestold water was omdat het vooral in gletsjers werd gevonden.
Als ik het goed heb begrepen, helpt rozenkwarts (quartz rose) bij verdriet en trieste gevoelens, om in het reine te komen met jezelf en de liefde, om angsten en alles wat ons tegenhoudt om liefde te vinden los te laten, om een groter saamhorigheidsgevoel met onze partner en de natuur te bewerkstelligen. Dit in aanmerking nemend, is het eigenlijk niet meer dan logisch dat Olivier Durbano in Quartz Rose de roos laat stralen. En zijn roos straalt puur, fel en geeft af en toe de indruk dat hij ondergedompeld is in een licht bad van oud. Dat is wat het begin betreft. Maar na verloop van tijd, verliest deze roos zijn ‘gedoornde’ brutaliteit, wordt zacht….
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… zonder zijn ‘zurigheid’ te verliezen. Het mooie: het is geen uit andere ingrediënten samengestelde roos, maar een ‘pure’ roos die Olivier Durbano met behulp van andere geurstoffen op haar mooist laat bloeien. Durbano houdt van een uitgesproken roos. Het opvallende aan Quartz Rose: de flamboyante en prikkelende opening die je ook op het einde ‘stilletjes’ blijft ruiken. Je ruikt direct een zoetige roos eerst omringd bergamot en roze grapefruit.
Deze frismakers zijn in combinatie met gember zo scherp (aangenaam dat wel) dat ze voor mij de doornen van de roos symboliseren. Met een beetje een rabarber-effect. Dan heel snel een omslagpunt: de roos begint volop te bloeien. Ze verliest haar fruitig-zurige noten, wordt warmer, nog zoeter. Voor mij zoals je de roos in India ruikt: diep, vol, zacht, ‘hippie-achtig’ en rokerig tegelijkertijd.
Het geheim volgens mij: de gember die in de damascusroos zit wordt nu gelinkt aan saffraan (foto). Zacht, ‘anders’ sensueel met een gelakt effect. Dat gladde wordt versterkt door het heel duidelijk waarneembare rozenhout en palmarosa. Beide geven de roos iets houtachtig (de India-associatie). In de basis onderga je een soort van ‘oud-ervaring’ door de rijke hoeveelheid wierook en mirre die ‘behoorlijk’ sensueel worden ondersteund door ambergris, patchoeli en witte musk. Dit is een rozengeur die langt houdt en die elke rozenfanaat moet ruiken. Alleen, voor een juwelier is de presentatie wel erg pover.
Eigenlijk zijn alle parfums goed voor je ‘benessere’, ofwel welzijn. Het is namelijk een positief product. Parfum wordt nog steeds gezien als een cadeau en dus een – nu volgt een vreselijk woord – verwenmoment voor een ander of jezelf. Het is alleen een kwestie van persoonlijke voorkeur: je houdt wel of niet van bepaalde geurfamilies. Maar dat is natuurlijk niet wat Collistar bedoelt. Wel: de millenniumoude leer (die bijna even lang als alternatief werd gezien) dat essentiële oliën van bloemen, kruiden en planten een heilzame en herstellende (uit)werking kunnen hebben op geest en lichaam.
Aromatherapie dus. Het Italiaanse cosmeticahuis past dit toe, zo lees ik op de site, met ‘de meest recente ontdekkingen van de moderne dermocosmetica’. Dit is een term (er bestaat geen wettelijke definitie) bedacht door de cosmetica-industrie voor producten specifiek gericht op huid- en haarproblemen die in de meeste gevallen op advies van dermatologen wordt aangeraden.
Collistar is niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn die een dergelijk welzijnswater in zijn collectie opneemt. Wel opvallend: het zijn cosmeticahuizen zonder een echt ‘parfumverleden’ die ze op de markt (blijven) brengen en die ze dus niet als tijdelijk en trendy zien: begon het niet met Clarins gevolgd door Biotherm? De ‘rest’ liet zich er pas mee in toen well being, body & mind, d-stressen en detoxen werd toegevoegd aan het toch al zo wollige woordenboek ten behoeve van de cosmetica-verslaggeving en er mee ophield toen de trend was overgewaaid. Wie herinnert zich nog alle beneficial waters van bijvoorbeeld Lancôme, EstéeLauder en Dior die rond het nieuwe millennium verschenen?
De bedoeling van Profumo di Benessere? De gebruik(st)er met behulp van essteniële oliën frisheid en een energiek d-stress-gevoel geven, terwijl de huid ondertussen wordt gehydrateerd en getonifieerd. Wat me opvalt: het uiterst bescheiden karakter. Profumo di Benessere is een zeer lichte nevel, maar wel een met een mooi ‘koppig’ en groenig karakter dat na verloop tijd ‘rustig’ wordt en dat nevernooitniet ‘clasht’ met je gewone parfum dat je op gewone wijze welzijnsmomenten geeft.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Leuk om te ruiken en het is natuurlijk de bedoeling: de evenwichtige mix tussen energiek en ‘rust’. Dus geen citrusexplosie maar een frisbloemige, zachte melange van bergamot, rozenhout (dat lichtjes ruikt naar roos en geliefd in de aromatherapie vanwege zijn rustgevende werking zonder sufheid te veroorzaken) en sensuele ylang-ylang (op de foto).
Deze ‘bloem der bloemen’ ruik je goed, maar niet te. Beetje verwarring rondom de verdere ingrediënten. Want er wordt ook melding gemaakt van koriander en kassie.
De eerste ruik ik niet (of het moet het ‘droog-aardse’ in de opening zijn). De tweede wel: kassie is ook bekend als bastaardkaneel omdat het minder zachter en meer bitter dan de echte is. In ieder geval geeft het een kruidig-zoetige toets aan de jasmijn en oranjebloesem in het hart. De afronding is meer ‘zacht-houtig’ door sandelhout en vetiver, musk en vanille.
Het is natuurlijk een kwestie van geloven is ruiken, maar het mooie aan deze verzorgende bodysplash: je ruikt de essentiële oliën op een volle en natuurlijke manier – musk uitgezonderd – in plaats van synthetische vervangers. Collistar gelooft in ieder geval in de rustgevende werking, want het adviseert bij hoofdpijn Profumo di Benessere op de slapen aan te brengen.
RUIK & VERGELIJK
Aromatherapie werd parfumsalonfähig met Profumo di Benessere en: