ECHT OP NEP?
GEDULD WORDT BELOOND
GEEN CROWDPLEASER
‘MINERAAL LEER’
Er speelt voor mijn gevoel een bewuste aangevoerde oorlog plaats as we speak. Nee, niet een van de vier – of waren het er nu vijf? – op het wereldtoneel. Nee, de strijd waar ik op doel woekert op de socials: echt versus nep in de luxesector. Onlangs een hot topic en dus veel gedeelde post: een Chinees atelier waar bijna niet van echt te onderscheiden Kelly’s en Birkins – voor de onwetenden: klassieke Hermèstassen – werden gemaakt. In no time, soort van lopende band werk.
Consternatie alom. Vooral bij consumenten die zich een, twee of drie of nog meer (wachtlijst ammehoela!) van de real ones kunnen veroorloven. Er is volgens mij geen ‘officiële’ reactie van Hermès gekomen, die naar het schijnt – dat dan weer wel – mensen in dienst heeft die 24/7 zoeken naar de bron van deze nepproducenten.
Ik snap de drukte van de luxemerken niet (Hermès is niet de enige). Maar het is natuurlijk vergeefse moeite. Stop met de gespeelde verontwaardiging en zorg ervoor dat je producten maakt die niet een, twee, drie door een achteraf-atelier zijn te kopiëren. Met andere woorden: doe iets meer moeite om je uitzonderlijkheid te bewijzen en je miljardenwinsten te ‘verantwoorden’, zoals dat een tijdlang vanzelfsprekend was. Maak geen collecties geïnspireerd op street wear, sport, het leger en andere bij de massa-is-kassa-klant al zo lang vanzelfsprekende stijlen: gooi je je eigen ruiten mee in.
Wat geuren betreft: daag als opdrachtgever neuzen uit zodat die weer gaan creëren, grenzen op zoeken en verwarring losmaken. Geen inwisselbare ‘luchies’ die ook door kunstmatige intelligentie ‘gehatseflast’ kunnen worden.
Barénia is dus een voorbeeld hoe het dus moet. De naam ‘verwijst naar een specifiek type hoogwaardig, soepel kalfsleer, geproduceerd door Hermès, bekend om zijn gladde textuur en unieke geur, vaak gebruikt in zadels en andere luxe-artikelen’. Ik had er nog nooit van gehoord en het is onmogelijk er ‘buitenom’ Hermès meer over te komen weten. Of je moet scrollen tot je een ons weegt – doe ik niet – omdat Google barenia-leer alleen nog maar koppelt aan het luxemerk (vernauwing van algemene kennis so to speak).
De opening zet je in ieder geval op het verkeerde been: een ‘retro’-citrussprankeling die doet denken aan een Guerlainklassieker – bergamot. ‘Nou, is dat alles’, denk ik in eerste instantie. Maar dan begint de ‘verwarring’. Barénia begint te ademen, onherkenbare noten maken zich vrij. Mijn eerste notities: groen, groente, fris, ijl, alg, kruidig (peper), aarde. Een soort zanderige, vochtige, kiezelstenen oprijlaan waarover het leer wordt gerold.
De frisse opening blijkt toch nèt weer anders als je doorsnuift. Komt op conto van de mirakelbes (voornamelijk gebruikt als zoet-en smaakstof voor dranken en voedingsmiddelen). Om de geur niet al te vreemd te maken, volgt een beetje een cliché-verleiding met bloemen. Hiervoor geplukt de witte gemberlelie – daar kan ‘iedereen’ zich wel iets bij voorstellen als je het in de parfumerie uitlegt. Frisbloemig met prikkelend-kruidige ondertoon.
Dan meer duidelijkheid. Ik ruik op de achtergrond hout met een duidelijke patchoeli-structuur. De geur wordt als een chypre omschreven. Maar dan wel 2.0. Want het klassieke bosgevoel – eikenmos, cistus labdanum – is vervangen door een groene, bruinige sfeer. Geldt ook voor de sensualiteit. Ook hier niet de klassieke harsen gelardeerd met vanille.
Het lijkt wel of de neus, Christine Nagel, een voorschot op de toekomst neemt – tekorten van natuurlijke ingrediënten dreigen op te lopen gezien de klimaatverandering – door inspiratie uit ‘nieuwe’, natuurlijke ingrediënten – gemberlelie, mirakelbes – te halen die ze synthetisch vertaald in haar geuratelier.
Dat geldt ook voor leer: dat je sowieso synthetisch moet omzetten; de geur kun je niet uit het leer zelf halen. In dit geval dus barenia-leer, dus kalfsleer. Volgens Christine Nagel ruikt dat dus zacht, huidachtig en een beetje stroef. Althans dat is wat ik ruik.
Door alle ingrediënten heen ervaar je een aangename warmte, huidwarmte zoals je wilt. Met toch een ‘vreemde’, ongewone minerale toets. Mooi, modern en elegant, zoals de klassieke Hermèsklant, niet de zelfbenoemde influencers die Tiktokkend hun Kelly- en Birkincollecties (wachtlijst ammehoela!) tonen.
Barénia is geen crowdpleaser, geen ‘een-twee-drie-klaar’-instantparfum. Je moet er moeite voor doen hem te begrijpen. Het is alleen de vraag of de gemiddelde klant hiervoor nog geduld heeft, gezien de gewenning van haar aan de doorsnee geleverd door de parfumerieketens. De niche-gebruiker daarentegen zal niet teleurgesteld zijn, of eerder verrast: het had ook een ‘Hermessence’ kunnen zijn.
Wat mij betreft in ieder geval qua flacon, want die vind ik wel erg kinderachtig en ‘kermis-blikkerig’ met die studs. Waarom de flacon niet in leer gewikkeld zoals de armbanden en/of hondenbanden op de foto? Zal wel weer te duur zijn. Het model kijkt trouwens erg ontevreden níet de camera in. Lachen blijft nog steeds verboden in de luxebranche, terwijl het vaak een grote komedie is.



















Het wordt voor de parfumerie steeds moeilijker om een van hun geliefde sprookjes te verkopen: de verlokkingen van exotische oorden. Plekken waar nog alles is waarnaar je verlangt of naar moet verlangen volgens reisbureaus, enthousiaste verslagen op tv, in kranten en bladen, op internet (inclusief de nieuwe verleiders, de influencers).
Zou Thierry Wasser het regenwoud van Sumatra een keer bezocht hebben? En deze impressies aan de pr-afdeling hebben doorgegeven? ‘Diep in het hart van het Indonesische regenwoud, onthult zich een onontdekte natuurlijke wildernis. Zonlicht spat op bodem, de weelderige vegetatie wekt elk zintuig, terwijl flarden patchoeli en cederhout samensmelten met de geur van vochtige aarde onder de voeten het pad effectief vervaagt.’

Dat ruik je ook: Born in Roma Uomo komt bekend voor (welke geur tegenwoordig niet?) Sfeer: natuur en ‘urban’ fuseren met drie hoofdsmaken nu populair in mannengeuren: zilt, groen, hout. Ofwel, een kil-groene, zoutige opening, of beter gezegd een uitbarsting waarvan de groene knispering in het hart wordt voortgezet met viooltjesbladeren en salie dat een ‘urbane’ opwaardering krijgt door een het nu maar al te hippe gember.


Amouage is een perfect voorbeeld van wat het uiteindelijke doel is van een zorgvuldig opgebouwde naam: cashen. Dat wil niet direct zeggen verkopen aan de hoogstbiedende, maar het merk geleidelijk aan meer en meer downgraden. Niet zo zeer in kwaliteit, maar in bereikbaarheid. Laatste kun je op twee manieren doen. Meer verkooppunten en/of geuren lanceren met steeds kleinere tussenpozen waarvan sommige zeer toegankelijk zijn in de zin van ‘instapniche’ – zowel qua naam als qua inhoud. Plus laat ik niet vergeten: meedoen met geurtrends. Alle drie gebeurt bij Amouage.
Anyway, in de woorden van Amouage vertelt Beach Hut Man ‘het verhaal van een iriserende aromatische idylle die zich ontvouwt in de geurige, wilde tuin van een strandhut, waar uitgestrekte zandduinen de zee ontmoeten. Het maakt de zintuigen los en ontketent emoties terwijl het het bedwelmende sublieme van de kustlijn verkent tijdens de fascinerende zonsondergang’. Toe maar! Het bedwelmende sublieme. Je moet er maar op komen. Iets anders: volgens mij is juist de charme van een strandhut dat je géén tuin hebt…
Ook leuk, als je goed door ruikt, neem je de oranjebloesem waar die de galbanum-muntcombinatie een cologne-kick geeft… dit blijft allemaal gezellig lang resoneren om ‘op een gegeven moment’ te transformeren tot een beschaduwde bossensatie. Wrangbitter klimop (ik ruik het zowaar) waaronder typische mannelijke houttonen samen een krachtig statement maken. Denk vetiver, mos en patchoeli. Mooi en donker met een rokerig randje, die mij aan het voormalige fetish-ingrediënt van Amouage doet denken (wierook).