& ANDER GUERLAINNIEUWS
190 jaar Guerlain. Goede gelegenheid om op een andere manier terug te kijken en vraagtekens te stellen, want er gebeurt veel bij ‘de parel in de kroon van de parfumerie’. Misschien wel te veel. Maar toch: welke Guerlain koop ik dit jaar? Noblesse oblige ook van mijn kant. Guerlain had en heeft prachtparfums in de collectie. Weer Jicky (extract bijna leeg), Derby (spookt af en toe nog door mijn hoofd), of Lui en Le Frenchy (plus Guerlain pour moi que L’Homme Idéal)? Difficile, difficile.
Ik zal het niet voor de laatste keer zeggen: als je je bedenkt hoeveel geuren er komend jaar worden gelanceerd… meer dan het aantal dagen dat een jaar kent maal drie. Conservatieve inschatting. Allemaal testen? No way. Moet je ook niet willen. En toch: ben elke keer weer verrast en benieuwd. Verrast in de zin van: dat een celeb het nu nog lukt zijn naam op een geur te plakken. Verrast in de zin van: al die ‘doordraaideurgeuren’ van merken waarvan je vaag hebt gehoord. Maar toch you never know: daar kan – onbedoeld – een geur tussenzitten die je op je grondvesten laat trillen. Benieuwd in de zin van: wat kunnen Dior, Trussardi, Versace en bijvoorbeeld Yves Saint Laurent of (vul naar eigen believen in) nu nog toevoegen aan hun portfolio. Benieuwd in de zin van: dat weer vol bombarie een huis zijn deuren opent of dat het stof wordt afgeblazen van een vergeten huis met hele interessante ontstaansgeschiedenis en meer dat soort bla-di-da.
Steeds irritanter wordend in deze: populaire mainstream luxe merken begraven zichzelf meer en meer onder een alsmaar dikker wordende laag van ‘verluxing’, über-marketing en prestigieuse pr. En dat betaal je als klant gewoon braaf. Zonder het in de gaten te hebben. Zo heeft http://www.monsieurguerlain.com – de site die alles, maar dan ook álles bijhoudt over wat Guerlain ‘zoal doet’ – berekend dat door more marketing en nog more upgrading van de uitstraling de prijzen sinds 1992 meer dan 30 procent zijn gestegen (verhoging van de grondstoffen meegerekend). Een voorbeeld: Jicky parfumextract 30 ml kostte in 1992 omgerekend naar euro’s € 205,00. Nu: € 305,00. Habit Rouge 100 ml: in 1992 € 63,00, nu € 97,00. De geur die prijstechnisch twee keer over de kop slaat is Derby. Ooit 100 ml € 72,00, nu € 210,00.
Je betaalt voor iets wat velen eigenlijk niet willen: de alsmaar overdreven wordende presentatie (in the end niet meer dan een verpakking van tasje, papier, karton, inkt en sierlinten). Hiermee mikt Guerlain – net zoals de rest van de concurrentie – natuurlijk op ‘de nieuwe rijken’. Het nieuwste land, na Rusland, dat daarom nu door Guerlain ontgonnen gaat worden is niet voor niets China (afgezien van de 100 boetieks die Guerlain de komende jaren wereldwijd gaat openen). Moet me wel van het hart: deze upgrading zie je niet echt terug in het promojubileumfilmpje op Youtube. Beetje pover in vergelijk met het huis dat met dergelijke ‘heritage snuff movies’ begon, Chanel.

Maar waarom investeert Guerlain dan zoveel in deze überluxe windowdressing? Volgens mij omdat het huis steeds meer van zijn echte aanzien en prestige verliest. En dat komt door het simpele feit dat Guerlain ‘niet alleen’ blijkt te zien. Want de parfumwereld is binnen tien/twintig jaar – in 2007 nam Jean-Paul Guerlain officieel afscheid van zijn eigen huis dat hij in 2002 al verkocht had aan http://www.lvhm.com – rigoreus veranderd. Vóór die tijd had Guerlain voor de meesten de geschiedenis van het moderne parfum alleen geschreven.
Lange tijd ging die claim op, puur en simpel door het feit dat wij (de moderne consument) niet wisten dat rondom het oprichtingsjaar – 1828 – Parijs uitpuilde van parfumhuizen met een gelijke status en poplariteit gelijk Guerlain. Sterker, door opkomst van niche (eerst trend nu een beweging) en internet (dat veel verborgen geurgeschiedenisbronnen heeft ontsloten) bleken er zelfs huizen te bestaan die ouder waren – zoals Oriza L. Legrand sedert 1720, Santa Maria Novella sedert 1602. En sommige fragrance fanatics voerden overtuigend aan dat andere concurrenten belangrijke en/of invloedrijker waren geweest zoals bijvoorbeeld Lubin (anno 1798, heropend 2000) en Coty (anno 1904 en geleidelijk onder deze naam alleen maar mass market-geuren producerend).
Maar dat is normaliter iets wat alleen fanatieke insiders en historici weten/vinden. En zolang deze merken het geld niet (of er niet voor over) hebben dit ‘ons’ duidelijk te maken, kan Guerlain zijn status als ‘parel in de kroon van de parfumerie’ zonder al teveel tegengeluiden blijven handhaven. Dus zal het dit jaar zichzelf heel veel schouderklopjes geven en ontvangst nemen in verband met het 190 jarig jubileum.

Denk nou niet dat ik niet meer van Guerlain hou. Integendeel. Enne, een hogere prijs heeft op mij nog steeds een prikkelende uitwerking: wel of niet de nieuwe dure Derby kopen? En ik ben ook erg benieuwd naar Le Frenchy en Lui. Alleen, het is wel allemaal veel – zowel visueel als olfactief. Bijna ‘niet meer te doen’ om alles in je op te nemen, te verwerken en te laten bezinken. Vorig jaar in alfabetische volgorde: Aqua Allegoria Bergamota Calabria, Fall Flowers, Le Frenchy, L’Homme Idéal Sport, Mon Guerlain, La Petite Robe Noire Black Perfecto, Lui, Muguet 2017, Aqua Allegoria Rosa Fizz, Shalimar Souffle Intense en Oud Essentiel. In het jubileumjaar tot zover: Baiser de Russie (voorheen bekend als Moscow), Mon Guerlain Eau Florale, La Petite Robe Noire Eau de Parfum Légère (een lichte edp is dat gewoon geen edt?), Aqua Allegoria Passiflora, Aqua Allegoria Rosa Rossa (voormalige Aqua Allegoria Pivoine Magnifica) en Royal Extract.
Laatste is alleen te koop bij Harrods en betreft een oudje, want in 1999 gelanceerd als Guet-Apens en in 2005 hernoemd tot Attrape Cœur. Terzijde: over hoe marketing en storytelling kan uitmonden in ‘her-fantaseren’ of ‘watgaanwenuweerverzinnen.com’: volgens http://www.monsieurgeurlain.com beweert Guerlain dat Royal Extract een hommage is aan de oprichter Pierre-Francois-Pascal die Royal Extract of Flowers in 1828 creëerde en nu ‘her-gefantaseerd’ is door huidig huisparfumeur Thierry Wasser.
Ik verwacht nog meer creaties voor het einde voor 2018. Ondertussen overweeg ik om dit jaar toch nóg een keer naar Parijs af te reizen want in de flagshipstore (68 Champs-Elysées) kun je ter gelegenheid van het jubileum ruiken aan vintageversies van Eau de Cologne Impériale, Jicky Parfum, Shalimar Parfum en Nahéma Parfum die onderdeel zullen vormen van de collectie van 50 originele Guerlaingeuren. Inderdaad, alleen ruiken omdat deze formules niet voldoen aan de IFRA-veiligheidscriteria mogen ze niet verkocht worden.

En dan daarna (of toch daarvoor) een drieurige rondleiding boeken in de vintage workshop (€130,00)? Alleen, ik wou dat Guerlain een strenger deurbeleid zou willen voeren: de laatste twee keer dat ik er was – zomer 2017 en begin dit jaar – had ik eerder het gevoel in een net geopende Zara verdwaald te zijn – veel tienergeschreeuw, veel pubergetrek en iets te veel een ‘mélange hororfique’-effect van de al te kwistig rondgespoten testers.
Gelukkig er zijn nog altijd andere Guerlains om van te genieten. Zoals ‘iets verder’ op 121 Champs-Elysées de collectie van – ta-da! – Jean-Paul Guerlain. 80 jaar inmidddels. Naam: My Exclusive Collection, ofwel MEC – Frans voor kerel of jongen. Volgens zijn zakenpartner Stéphane Laffont-Reveilhac ontbreekt in deze naar wordt beweerd 45 geuren tellende collectie – waarvan vijf nu te koop – zijn beroemde Guerlinade, want ‘Jean-Paul wilde met iets geheel komen, ook om te tonen dat hij nog steeds capabel de parfumwereld te verrassen’. LVMH is op de hoogte, en ook al langere tijd van het feit dat voormalig hoofd evaluatie en ontwikkeling parfums bij Guerlain, Sylvaine Delacourte, een eigen lijn is gestart: Collection Musks. Vijf stuks.



Het antwoord daarop is op dit moment anders dan pak’m beet vijftien jaar geleden. Toen werd ik vooral gedreven door het ontdekken en het analyseren van families (mijn eerste onderzoek: tuberoos) én de verbazing over het feit dat voor mij zoveel voor de hand liggende combinaties niet werden gemaakt. Zoals: galbanum, vijg en wierook – dat moet toch in een heel interessant effect resulteren. Doet het ook. Of hoe komt het dat een melange van diverse nichegeuren (proefjes waarvan ik de restanten na het testen in een 100 ml flacon stopte tot dat die vol is) een prachtige sandelhoutgeur oplevert terwijl in geen van de geuren dit edele hout als ingrediënt werd opgevoerd.
Dat laatste wordt dus steeds moeilijker, bijna onmogelijk, om dat te beoordelen gezien de parfumindustrie er alles aandoet om het cliché in stand te houden dat geuren juist garanderen dat je seksuele aantrekkingskracht in de vijfde versnelling gaat met een geur. Het effect wordt voornamelijk in beeld en boodschap gepresenteerd. Met de mooiste modellen en duurste actrices en acteurs. In scene gezet door regisseurs waarvan ik me afvraag waarom ze in hemelsnaam meedoen met dit circus afgaande op hun staat van dienst. Neem de nieuwe mallotige campagne van Diors Miss Dior begeleid door de (nu verplichte hashtag) #whatwouldyoudoforlove? Neem het The Scent-duo van Hugo Boss.
Maar voor ‘hetzelfde geld’ zou je deze zoektocht kunnen laten gezien de kans dan op het vinden van de ware wordt verkleind, want het aller merkwaardigste in deze kwestie is dat geuren die de seksuele aantrekkingskracht volgens parfumpromovideo’s in gang zouden moeten zetten, daar zijn nu juist alle dierlijke noten zo goed als uitgezeefd en – nu komt het ergste – leggen over het lichaam een ondoordringbare laag waarmee alle erotische boodschappen verspreidende lichaamseigen moleculen resoluut een halt worden toegeroepen. Met andere woorden: je denkt iemand met een ‘gelaagde’ geur aantrekkelijk te vinden, denkt daardoor #you’retheone, legt vervolgens het parcours van verleiden, verloven, trouwen af en dan… en dan… blijkt dat zij/hij #nottheone is omdat dat haar/zijn eigen geurdna bij ‘nadere inspectie’ toch niet matched met die van jou.

Plus: een ravissante ontmoeting met de conservator van de Osmothèque in Versailles. Ook later. Nu: een impressie van het vorig jaar geopende Le Grand Musée du Parfum gevestigd in de voormalige couturesalon van Christian Lacroix – 73 Rue du Faubourg Saint Honoré. In vergelijk met de überdrukke en het über-über-aanbod van Galeries Lafayette en Printemps bijna een verademing. Want daar werd ik bijna onpasselijk en depressief van de parfumafdeling en de manier waarop al dit moois wordt gepresenteerd: te protserig, te blingbling, te massaal. De weg ernaar toe was al niet prettig, niet amusant. Want de luxemerken overschreeuwen en -schaduwen elkaar steeds meer in het eerste arrondissement met hun ‘fysieke’ aanwezigheid (winkels) en visuele aandachttrekkerij op billboards, enorme reclamedoeken (waarachter gewerkt wordt aan nieuwe winkels van de grote merken) en kleinere ‘uitingen’.
Bij het parfummuseum liepen we gewoon naar binnen (€ 14,00 entrée). Ik had al wat recensies en impressies voorbij zien komen, maar die waren in het kader van de citypromotion en lifestylenieuws alleen maar – vanzelfsprekend – positief. Net officieel geopend waren er nu toch al fouten te zien. Buiten: rafelend stucwerk, gebroken stenen plinten, door overbelasting doorgezakte vloerrasters.
Alleen: zoveel ruimte en dan alles zo onlogisch en petit ingedeeld. Tegenwoordig moet alles interactief zijn, moet je dutch design ogend zijn, moet er iets met kunst gedaan worden, moet je gagdet-achtige installaties hebben. Is er allemaal, alleen de meeste werkten niet, zijn al beschadigd. Uitvergrote ‘Pierre Cardin’-seventiesbloemen die aroma’s verspreiden die je moet raden. Ja, ontzettend leuk voor de kinderen – petites et grandes! Maar dat kennen we nu wel. De geschiedenis van het parfum verspreid over een aantal her en der verspreide borden is chronologisch en dus saai. Waarom per zaal niet voor één thema gekozen. Ruimte genoeg, die op de begane grond grotendeels wordt opgeëist – afgezien van een zaal met een slaapverwekkende jaren tachtig presentatie van moderne parfumsuccessen – door een enorme winkel waaruit het aanbod totaal geen idee/concept/gedachte valt op te maken en die niet echt verschilt van Lafayette en Printemps.
Met dit verschil: het is er minder hectisch, minder per merk streng afgebakend en je wordt niet lastiggevallen door rond spuitend verkooppersoneel. Op weg naar de tweede etage via de trap waar aan de muur vitrines hangen met steeds hetzelfde saaie flesje met de naam van het museum erop. Hoe leuk is dat: elke vitrine vintage fashionable aangekleed met klassiekers en opvallende nieuwkomers. Ik bedoel: als er één industrie is die echt alles uit de kast haalt om zijn waar zo gunstig mogelijk te belichten – Dior huurt zelfs als het moet de Spiegelzaal van Versailles – dan is het de parfumindustrie. Zoveel moois in de archieven waarvan je dus nauwelijks iets te zien krijgt.
Je zult begrijpen dat ik hierna geen zin meer had in de bijna intimiderende Dior-expositie ‘iets’ verderop in het Musée des Arts Décoratifs. Twee keer op een dag het gevoel te krijgen dat je niet als (meer dan gemiddelde) liefhebber maar puur als paying consument (‘Nog even een geurtje in de winkel kopen als herinnering hoor’) wordt benaderd – nee dank u.
Ik was los van haar acteerprestaties – men neme Una Giornata Particolare, men neme A Countess from Hong Kong, men neme Two Women – al verliefd op haar vanwege het beste celeb-kookboek ooit uitgegeven: In Cucina con Amore. Op de cover blijkt de filmgodin ook nog een keukenpriesteres van een hogere orde: Sophia Loren. Haar knappe koppie geflankeerd door twee über-übersized pollepels. En het allerleukste: gefotografeerd con umorisimo! Als je je zo laat schieten dan moet je gevoel voor humor hebben. Iets wat je van de huidige generatie celebs niet kunt beweren. Ze tonen het in ieder geval nauwelijks in het openbaar – lachen maakt rimpels zichtbaar, breekt hun sterrenstatus.
Deze clip loopt ‘grappigerwijs’ parallel met de glitz & glamour van de tv-soap Dynasty (eerste uitzending 1981) waarvan de hoofdrolspelers ‘in hun rol als’ in 1984 hun acteursnamen verbonden aan een geur: Forever Krystle (‘The love that lives forever’), Carrington (‘The essence of a man’) vijf jaar later gevolgd door Joan Collins’ Spectacular – de naam zei genoeg een slogan was dus overbodig.
Ik behandel dit nieuwe concept van The Bodyshop om een aantal redenen. De allerbelangrijkste: om te tonen hoe marketing een merk dood kan slaan. En wel door de promotionele tekst. Daar word ik zo ontzettend moe van omdat het volstaat met ‘onwaarheden’ – alternative facts – gecombineerd met de ‘markteting madness’ van veronderstelde influential labels om ‘de wereld’ kost wat kost in hun dwingende make believe-mal te persen. Niet erg, maar als je het doet, doe het dan goed. Zoals Helena Rubinstein ooit zei: ‘Mensen zijn niet geïnteresseerd in de waarheid wel in een goed verhaal’.
En wat geruststellend: ‘Door middel van een geavanceerde technologie worden de essenties van deze bijzondere gewassen onttrokken, zonder ze hierbij te beschadigen. Daarna leven ze weer verder net zo wild zoals Moeder Natuur het bedoeld heeft’. Da’s nobel, maar de widdringtonia (aromatische cederboom), nigritella (rode vanille-orchidee), bowhanti-bloem (van de wacapou-boom), kahaia-bloem en swietena (‘mahonie-bloem’) zijn niet echt gewassen. Dan denk je toch eerder aan aardappelen, andijvie.
Maar het gaat natuurlijk om de geuren. Ik kreeg er een toegestuurd: Widdringtonia. Dat is dan wel weer leuk: één commerciële ‘parfumwet’ wordt hier niet gehanteerd: gebruik namen die iedereen die begrijpt en probleemloos kan uitspreken. ‘Mag ik van u Widre, uh Widderi, Widderah, hoe het die nou ook al weer – net nieuw – ruiken?’
Het spijt Geurengoeroe te moeten mededelen voor allen die er zo in geloven: La Parisienne bestaat niet, La Parisienne is een wishful thinking. Met dit keiharde feit ben ik in ieder geval al vroeg geconfronteerd. ‘Zestien lentes jong’ lifte ik met een vriend naar Zuid-Frankrijk. Parijs als tussenstop, want dat moest ik zien – absolument. Als petit gars had ik al een bovengemiddelde belangstelling voor goot et les choses die het leven ‘embelliseren’ in vergelijk met mijn drie broers en drie zusters. Dus ook voor la mode. In mijn gedachten kleedde elke Parisienne – in ieder geval in het eerste arrondissement – zich volgens ‘les derniers cris’ met chic-flair geklede en trots kraaiende Parijse haantjes aan hun zijde. Immens was de teleurstelling toen we métro Place de la Concorde uitstapten: geen enkele vrouw kwam in aanmerking. Wel af en toe een paar exemplaren van die ‘andere’ Parisienne: oud, ineengekrompen, make-upproof, iets voorovergebogen totaal gekleed in zwart – denk Edith Piaf. Volks, maar op een bepaalde manier toch smaakvol, in ieder geval niet storend, in ieder geval in vergelijk met nu.
Hoe komt het dan toch dat La Parisienne een begrip, een ideaal is geworden? En dat wereldwijd. Het staat sinds een paar decennia voor een combinatie van een über-knappe vrouw met duidelijke, maar subtiel verpakte sloeri-appeal die geloofd in zonovergoten romantiek, dag in dat uit in een roze wolk leeft en om de zoveel minuten een kus wil of wil geven. Dan heb je het over de Parisienne die vooral door Franse regisseurs tot leven werd gebracht. Men neme ‘dom blondje’ Brigit Bardot, haar ravissante meer ‘intello’ landgenote Jeanne Moreau en de very koel-afstandige bloedige Catherine Deneuve (alle drie te zien op de expositie in The Grand).
Er is één vrouw die ‘door de jaren heen’ la Parisienne op al deze manieren honderden keren heeft uitgebeeld. Bij het horen van haar voornaam weet je wie er wordt bedoeld: Kate Moss. Misschien zie je haar ook terug in de rondreizende en de gratis tentoonstelling die aan la Parisienne is gewijd die na Parijs en Londen Amsterdam aandoet en waarmee Sofitel tot uitdrukking brengt waarvoor de hotelketen staat – de Franse elegantie.
Zweetvoeten… je moet ervan houden. Meer mensen dan je vermoedt by the way. Ik dacht altijd dat het een kwestie was van te weinig ventilatie in je schoeisel – en dat betekent vaak schoeisel van povere kwaliteit in combinatie met te dikke sokken waarin/waarop je te lang hebt rondgelopen. Koop je kwaliteit dan heb je daar nauwelijks last van – goede schoenen ademen namelijk. En dat op steeds ingenieuzere wijze. Er zijn zelfs merken die zich erop laten voorstaan – zoals Geox. En voor de betere sportmerken – Nike, Adidas, Puma – is het inmiddels ook vanzelfsprekend.
Hangt er natuurlijk wel vanaf wélke handschoenen. Ik dacht niet aan die tegen de kou, maar wel aan ‘gants’ die vrouwen ooit droegen als accessoire bij bezoek aan theater en opera. Zoals op het portret hiernaast van Mademoiselle Caroline Rivière geschilderd door Jean Auguste Dominique Ingres in 1806 (te bewonderen in het Louvre). Is een beetje uit de mode geraakt, maar gaat – mark my words – weer een ‘must wear’ worden; must be a must wear! Ze zijn meestal- ach gossie – gemaakt van het dunste hertenleer. Denk Bambi.

Vreemd maar waar: op een ander gebied is er sprake van een merkwaardige positieve seksediscriminatie waar ze blijkbaar geen moeite mee heeft omdat ze vrouw is. Sterker, ze doet het met liefde. Gebeurt in de parfumerie en drogisterij. Recent onderzoek – de Volkskrant berichtte er deze week ook over – door de New York City Department of Consumer Affairs toont namelijk aan dat vrouwen meer betalen in deze winkels dan mannen in 42 procent van de onderzochte producten.
Opvallend: grote parfummerken weigeren hierop te reageren volgens CNN-reportage die ook onlangs aan dit onderwerp aandacht besteedde. Dior, Lancôme, Giorgio Armani. Vreemd, terwijl veel van deze parfumlabels so verdomde ontzettend committed zijn met ‘women’s issues’ – emancipatie, gender equality, ondersteunen van minderbedeelde lotgenotes in derdewereldlanden en meer van dit soort hartverwarmende initiatieven.