Nóg een nieuw merk
Nóg een andere invalshoek
Nóg een vijg
Als je een goede opvoeding hebt genoten en/of je hebt ‘vanuit jezelf’ een zwak voor de rijkheid van oude culturen, dan hoort de Helleense daar vanzelfsprekend bij. De eerste kennismaking zijn vaak de mythen, sagen over de strijd van de (half)goden die ‘boven ons’ hun problemen aan het oplossen/uitvechten waren: ‘Hé ouwe, hou eens op met dat gedonder, zo kan-ie wel weer’.
En dan is er dat epos van die – blinde – dichter Homeros. Ook al ben je gespeend van goede opvoeding en goede manieren, grote kans toch dat je ooit van zijn Odysseus heb gehoord: om de tien jaar wordt ergens er wel deze daadwerkelijke klassieker door een regisseur episch tot een blockbuster verfilmd met vanzelfsprekend een sterrencast. Altijd hetzelfde euvel: doet de interpretatie van de regisseur wel recht aan het verhaal? Ik denk dan: ‘Zal wel’, en het is net zoals met verfilmingen van ‘alle’ klassiekers – iedere generatie geeft er zijn eigen draai aan.
Geldt feitelijk ook voor geuren met een Helleense inspiratiebron. Die brengen ongezegd over dat de maker van chic, verfijning, goede smaak en – kan er ook nog wel bij – diepgang getuigt. En dat heeft heel wat moois opgeleverd – vooral aan de buitenkant, met name tijdens de Gouden Jaren van de parfumerie – het interbellum. Men neme: Le Baiser du Faune (1928) van Molinard.
Meer recent en cheaper gepresenteerd: Versace’s Eros en Rabanne’s Invictus en Olympea. Vergeet niet de übersuccesvolle godenangehauchte geurengolf begin jaren tachtig: Anteus (Chanel), Kouros (Yves Saint Laurent ) en Xeryus (Givenchy).
Maar een merk dat zich de Hellenistische cultuur als ‘drager’, als filosofie neemt, dat kende ik nog niet. Deze inspiratiebron mag dan nog zo verantwoord zijn, de toelichtingen betreffende wie, wat en waarom Hellenist (anno 2024) lopen over van de parfumclichés.
Neem de oprichter, tevens creative director en zelf Helleen, Jean-David Jacoby: ‘Is gedreven door een ware passie voor de Egeïsche en de Middellandse Zee, keert al zo’n 15 jaar terug en heeft meer dan 20 eilanden bezocht’. Sinds kindertijd gefascineerd door de onzichtbare wereld van geur. Met meer dan 20 jaar ervaring in de parfumindustrie waar hij belangrijke (!) functies bekleedde bij internationale concerns (volgen geen namen).
Neem de kunstenaar in dienst van Hellenist, Carlo Amen: ‘Benadert zijn werk ‘neo-kubistisch’ dat hem ‘in staat stelt een deel van zijn realiteit weer te geven zonder erdoor beperkt te worden. Zijn vlakke oppervlakken, lijnen en gezichten worden de naïeve uitdrukking van zijn observaties van de hedendaagse maatschappij’. Je meent het, maar toch: hij is überschatplichtig aan Jean Cocteau.
Neem een van de neuzen, Suzy le Helley. Tekende voor À l’Ombre d’Artémis: ‘Haalt haar inspiratie uit de diversiteit aan geuren, planten en smaken die ze tijdens reizen ontdekt’. Dit is wel heel erg: ‘Ze ontwikkelde haar reukvermogen door haar neus in de rozenboeketten van haar grootmoeder te steken – en besloot parfumeur te worden zodra ze van dit beroep hoorde. Volgde een opleiding bij Symrise waar ze samenwerkte met de beste parfumeurs waaronder Annick Ménardo, die haar mentor werd.
Ménardo had wellicht wat strenger mogen zijn, want hoe poëtisch À l’Ombre d’Artémis ook klinkt, de geur is de zoveelste variatie op de vijg. Gaap gaap. Bij de opening lijkt wel of je direct in een regenbui van vijgendruppels staat. En het duurt lang (bij mij) voor je andere nuances waarneemt. Na heel intensief ruiken, neem ik zwarte bes waar, dat zurig-zoetige. En, oké, dat zoet-zurige komt wellicht op conto van roos. Wat ik dus niet ruik zijn de opgevoerde: bergamot, lelietje van de vallei (GoogleTranslate) en ambrette.
Nu maar hopen dat ik de basis kan detecteren – eikenmos, sandelhout, vetiver. Niet echt. Of laat ik het zo zeggen: na nog een keer heel intensief ruiken meen ik iets houtachtigs te bespeuren – voor mij blijf de geur van zoet-groenige ‘vijgennectar’ overheersen.
En dit gevoel heb ik er helemaal niet bij: ‘À l’Ombre d’Artémis vangt de mysterieuze aura van heilige bossen, waar de houtachtige frisheid van vijg en mos zich zachtjes mengt met een nauwelijks ontluikende roos (inderdaad!). Zowel vrolijk als diepgaand, roept het de vrije en ontembare kracht van de godin op’. Whatever.
Dit ook niet: ‘Aan de rand van het bos, in het zachte ochtendlicht, tussen mist en dauw, zie ik de fluweelzachte bosbodem. In de verte stijgt de zoete melodie van een kabbelend beekje op, of misschien is het gedempt gelach dat vrolijk de hemel overstijgt’. Whatever.
Voor de liefhebbers: Artemis is een godin uit de Griekse mythologie en behoorde tot de twaalf goden van het Griekse Pantheon en is een dochter van de oppergod Zeus en Leto en tweelingzus van Apollo.





