GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

WASANBON, IRIS HOMME PARFUM SATORI 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 26, 2025
Geplaatst in: MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

SUBTIEL SUIKERTJE

C’EST SI BON

STOERE IRIS

GEMENE DELER MET VLEUGJE CHIC

Aangezien ik niet meer opsta en naar bed ga met parfum (nooit echt gedaan trouwens), www ik tegenwoordig altijd even of een merk nog wel in leven is. Vive Parfum Satori! Mooi, kan ik nog twee geuren van haar bespreken (zie voor introductie Hana Hiraku): Wasanbon (2013) en Iris Homme (2010). Moet gezegd ten eerste: de oprichtster verdient de eerste prijs in de categorie Kleinste Proefje. Ik heb grote handen, I know, maar in deze xxs monstertjes – lees: lullige – zit misschien 1ml. Moet gezegd ten tweede: www voert je als niet-Japanner niet direct – zoekwoorden Parfum Satori – naar de meest voor de hand liggende site. Ik word verwezen naar waar de voertaal Japans is. Na wat zoeken, kom ik bij een niet zo uitbundige en verzorgde Engelstalige site.

Moet gezegd ten derde: ruikende aan Wasanbon en Iris Homme stel ik vast dat Satori Osawa minder authentiek Japans is dan gedacht. De subtiliteit die ze olfactorisch toepast wijkt niet veel af van de Europese niche-cultuur en haar filosofie/story telling zou geen enkel Frans parfumhuis misstaan. Zoals: ‘Geur heeft de kracht herinneringen vast te houden en te wekken’. Ze hoopt daarnaast dat haar creaties ‘het ritme van het leven van de gebruiker zal aanpassen, een moment van vrede zal brengen en een aanwijzing zal zijn bemoedigd te worden’. 

De teller bij Satori Osawa staat nu op 20. Iris Homme (2010) springt eruit qua naam: zo duidelijk Europees/Frans, ofwel internationaal direct te begrijpen. Staat in schril contrast met haar ‘mysterieuze’ Japanse namen. Het daarentegen al te duidelijke Musk Blue (2007) en Black Peony (2008) laat niets aan de verbeelding over. Vreemd deze mixmatch.

Iris Homme omschrijft ze als een ‘intelligente en elegante geur voor mannen die niet veel nodig hebben, die gewoon zorgvuldig geselecteerde, kwalitatief hoogwaardige spullen dicht bij zich willen hebben’. Nou, ik zeg: ‘Klopt’. Als je het gelooft. Voor hetzelfde geld: Iris Homme is très toegankelijk – de opening van citroen, kardemom en oranjebloesem leidt niet echt af, vervlogen eer je er erg in hebt (het knisperende viooltjesblad houdt iets langer aan).

Je ontmoet de poederige iris namelijk direct, maar niet zoals we hem kennen; maar stoer gemaakt, ingepakt door een stevige amber-musk-combinatie (met op de achtergrond een ‘bloemig verlangen’ van jasmijn). Als je de tijd neemt, bespeur je op het einde een soort van wierookwarmte, maar dat kan ook de som der delen zijn. Met andere woorden: best wel klassiek, best wel ‘Vaderdagachtig’. Ik heb op de een of andere manier associaties met Prada-geuren voor mannen: gemene deler met een vleugje chic. 

Wasanbon is van een andere orde. Komt wellicht door de inspiratie: een fijnkorrelige suiker traditioneel gemaakt in Shikoku. Bekend om zijn delicate zoetheid voornamelijk gebruikt in zoetigheden (wagashi). ‘Bedekt met een sprankelende, fijne glans, smelt het zachtjes in je mond als lichte sneeuw’.

De naam zou afkomstig zijn van de Japanse woorden ‘Japans’, ‘drie’ en ‘schalen’, verwijzend naar het proces waarbij de suiker drie dagen lang op schalen wordt gekneed. Nu komt er een woordspeling inhakend op de Europese markt, want het draagt ​​ook de betekenis van ‘Wa sent bon’, ofwel ‘de aangename geur van Japan’.

De eerste impressie bij mij: lijm, plastic, gelig. Alsof Rei Kawakubo van Comme des Garçons over de schouder heeft zitten meekijken. Vreemd, wierdo. Maar dan een en al vertrouwheid, een en al lieflijkheid, een en al gourmand. Heel mooi de honingachtige mimosa (die extra zoet en suikerachtig aanvoelt) in combinatie met lelietje-van-dalen.

Amandel garandeert het vertrouwde, het sentimentele in de geur die zalig-rustig neerdaalt op bedje van vanille en poederige iris (die garandeert dat het niet te zoet wordt en dus de gemiddelde ‘kermis-gourmandgeur’ ontstijgt). Mooi en fijn, dat je ondanks deze sentimentaliteit een zekere verankering ruikt in de hoedanigheid van guaiac. Ook wel bekend als verawood en palo santo met zijn ‘(wie)rokerige’, tabakachtige noten. Ruik je goed. Chic.   

WASANBON, IRIS HOMME PARFUM SATORI 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 26, 2025
Geplaatst in: MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

SUBTIEL SUIKERTJE

C’EST SI BON

STOERE IRIS

GEMENE DELER MET VLEUGJE CHIC

Aangezien ik niet meer opsta en naar bed ga met parfum (nooit echt gedaan trouwens), www ik tegenwoordig altijd even of een merk nog wel in leven is. Vive Parfum Satori!  Mooi, kan ik nog twee geuren van haar bespreken (zie voor introductie Hana Hiraku): Wasanbon (2013) en Iris Homme (2010). Moet gezegd ten eerste: de oprichtster verdient de eerste prijs in de categorie Kleinste Proefje. Ik heb grote handen, I know, maar in deze xxs monstertjes – lees: lullige – zit misschien 1ml. Moet gezegd ten tweede: www voert je als niet-Japanner niet direct – zoekwoorden Parfum Satori – naar de meest voor de hand liggende site. Ik word verwezen naar waar de voertaal Japans is.

Na wat zoeken, kom ik bij een niet zo uitbundige en verzorgde Engelstalige site. Moet gezegd ten derde: ruikende aan Wasanbon en Iris Homme stel ik vast dat Satori Osawa minder authentiek Japans is dan gedacht. De subtiliteit die ze olfactorisch toepast wijkt niet veel af van de Europese niche-cultuur en haar filosofie/story telling zou geen enkel Frans parfumhuis misstaan. Zoals: ‘Geur heeft de kracht herinneringen vast te houden en te wekken’. Ze hoopt daarnaast dat haar creaties ‘het ritme van het leven van de gebruiker zal aanpassen, een moment van vrede zal brengen en een aanwijzing zal zijn bemoedigd te worden’. 

De teller bij Satori Osawa staat nu op 20. Iris Homme (2010) springt eruit qua naam: zo duidelijk Europees/Frans, ofwel internationaal direct te begrijpen. Staat in schril contrast met haar ‘mysterieuze’ Japanse namen. Het daarentegen al te duidelijke Musk Blue (2007) en Black Peony (2008) laat niets aan de verbeelding over. Vreemd deze mixmatch.

Iris Homme omschrijft ze als een ‘intelligente en elegante geur voor mannen die niet veel nodig hebben, die gewoon zorgvuldig geselecteerde, kwalitatief hoogwaardige spullen dicht bij zich willen hebben’. Nou, ik zeg: ‘Klopt’. Als je het gelooft. Voor hetzelfde geld: Iris Homme is très toegankelijk – de opening van citroen, kardemom en oranjebloesem leidt niet echt af, vervlogen eer je er erg in hebt (het knisperende viooltjesblad houdt iets langer aan).

Je ontmoet de poederige iris namelijk direct, maar niet zoals we hem kennen; maar stoer gemaakt, ingepakt door een stevige amber-musk-combinatie (met op de achtergrond een ‘bloemig verlangen’ van jasmijn). Als je de tijd neemt, bespeur je op het einde een soort van wierookwarmte, maar dat kan ook de som der delen zijn. Met andere woorden: best wel klassiek, best wel ‘Vaderdagachtig’. Ik heb op de een of andere manier associaties met Prada-geuren voor mannen: gemene deler met een vleugje chic. 

Wasanbon is van een andere orde. Komt wellicht door de inspiratie: een fijnkorrelige suiker traditioneel gemaakt in Shikoku. Bekend om zijn delicate zoetheid voornamelijk gebruikt in zoetigheden (wagashi). ‘Bedekt met een sprankelende, fijne glans, smelt het zachtjes in je mond als lichte sneeuw’.

De naam zou afkomstig zijn van de Japanse woorden ‘Japans’, ‘drie’ en ‘schalen’, verwijzend naar het proces waarbij de suiker drie dagen lang op schalen wordt gekneed. Nu komt er een woordspeling inhakend op de Europese markt, want het draagt ​​ook de betekenis van ‘Wa sent bon’, ofwel ‘de aangename geur van Japan’.

De eerste impressie bij mij: lijm, plastic, gelig. Alsof Rei Kawakubo van Comme des Garçons over de schouder heeft zitten meekijken. Vreemd, wierdo. Maar dan een en al vertrouwheid, een en al lieflijkheid, een en al gourmand. Heel mooi de honingachtige mimosa (die extra zoet en suikerachtig aanvoelt) in combinatie met lelietje-van-dalen.

Amandel garandeert het vertrouwde, het sentimentele in de geur die zalig-rustig neerdaalt op bedje van vanille en poederige iris (die garandeert dat het niet te zoet wordt en dus de gemiddelde ‘kermis-gourmandgeur’ ontstijgt). Mooi en fijn, dat je ondanks deze sentimentaliteit een zekere verankering ruikt in de hoedanigheid van guaiac. Ook wel bekend als verawood en palo santo met zijn ‘(wie)rokerige’, tabakachtige noten. Ruik je goed. Chic.   

LUCA ALTREVIDO COSMÉTIQUES DESIGN PARIS 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 25, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET L, MASSNICHE. Een reactie plaatsen

SENSUEEL HOUT

‘STOER ÉN TOCH CHIC’

CLICHÉ, TESTORONAANJAGENDE MANOSFEER-GEUR

SCHURENDE AAN NICHE

De ex-vriendin van een tijdens corona, maar niet door corona overleden zwager, was een paar dagen op bezoek. Ze is begiftigd met een zeer goede neus en neemt altijd de tijd om een of twee geuren die her en der door het huis staan te proberen; te onderzoeken. En brengt vervolgens verslag. 

Ik was nogal stupéfait toen ze Luca Altrevido (uit 2021) van Cosmétiques Design Paris (waar dit merk precies is gesitueerd en wat het exact doet wordt niet duidelijk op www) ruim complimenteerde. Ik zelf had de geur eigenlijk geen blik waardig gegund.

Hij was onderdeel van een (teleurstellende) ruil die ik een paar jaar geleden via Marktplaats (eens maar nooit weer) had gedaan. Paar keer aan geroken en dacht: weer zo’n goedkope net niet oudh of iets met wood, weer zo’n geur die je even een niche-feel geeft, maar weldra verdwijnt in een nietszeggend iets. Met andere woorden een vage, cliché-stoere, testoronaanjagende manosfeer-geur. 

Ze zei: ‘Grappig. Stoer en toch chic. Lekker warm’. Ik dacht: ‘Zou ze al een lichte vorm van dementia precox leiden? Toch maar weer eens proberen. En verdomd. Over mijn vooroordeel stappend – moeilijk; had Luca Altrevido inmiddels tot wc-eend gedegradeerd – rook ik ook meer. 

Wel moeilijk om echte finesses te ontdekken: de geur komt als ontplofte deur (trending topic afgaande op Opsporing Verzocht) binnen. Pats! Boem! Zoek dekking! Synthetische ambergrijs in overload in de aanval. 

Maar dan, heel langzaam, als het stof is nedergedaald, ruik ik een soort van citrus-vrije frisheid. Groenig. Moet kardemom met groene thee zijn. Dan: op een zeer sterke houtbasis (meer cederhout dan vetiver) vindt een transformatie plaats: van cliché stoer naar stoer-zwoel. Lots of vanille, lots of tonkaboon zonder dat het hout en de ‘mannelijkheid’ verdwijnt. Met dank aan een ‘scheut’ leer. Dit zorgt echter niet voor gelaagdheid, Luca Altrevido blijft erg horizontaal: ‘this is what you smell, this is what you get!’

Maar toch, ik maak het niet vaak mee dat een geur uit het ‘illegale’ circuit – ik vermoed dat het een dupe is, maar vindt niets op www – zo lang blijft hangen. Blind zou ik de geur als niche categoriseren, maar dan wel alledaags en voorspelbare mainstream-niche dat eigenlijk geen niche is, maar klanten het wil laten doen geloven door de smaakvolle geleverde toeters en bellen van het alsmaar om zich heen grijpende marketingmonster.

BARÉNIA HERMÈS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 16, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET B, MASSNICHE. Een reactie plaatsen

ECHT OP NEP?

GEDULD WORDT BELOOND

GEEN CROWDPLEASER

‘MINERAAL LEER’

Er speelt voor mijn gevoel een bewuste aangevoerde oorlog plaats as we speak. Nee, niet een van de vier – of waren het er nu vijf? – op het wereldtoneel. Nee, de strijd waar ik op doel woekert op de socials: echt versus nep in de luxesector. Onlangs een hot topic en dus veel gedeelde post: een Chinees atelier waar bijna niet van echt te onderscheiden Kelly’s en Birkins – voor de onwetenden: klassieke Hermèstassen – werden gemaakt. In no time, soort van lopende band werk.

Consternatie alom. Vooral bij consumenten die zich een, twee of drie of nog meer (wachtlijst ammehoela!) van de real ones kunnen veroorloven. Er is volgens mij geen ‘officiële’ reactie van Hermès gekomen, die naar het schijnt – dat dan weer wel – mensen in dienst heeft die 24/7 zoeken naar de bron van deze nepproducenten.

Ik snap de drukte van de luxemerken niet (Hermès is niet de enige). Maar het is natuurlijk vergeefse moeite. Stop met de gespeelde verontwaardiging en zorg ervoor dat je producten maakt die niet een, twee, drie door een achteraf-atelier zijn te kopiëren. Met andere woorden: doe iets meer moeite om je uitzonderlijkheid te bewijzen en je miljardenwinsten te ‘verantwoorden’, zoals dat een tijdlang vanzelfsprekend was. Maak geen collecties geïnspireerd op street wear, sport, het leger en andere bij de massa-is-kassa-klant al zo lang vanzelfsprekende stijlen: gooi je je eigen ruiten mee in.  

Wat geuren betreft: daag als opdrachtgever neuzen uit zodat die weer gaan creëren, grenzen op zoeken en verwarring losmaken. Geen inwisselbare ‘luchies’ die ook door kunstmatige intelligentie ‘gehatseflast’ kunnen worden.

Barénia is dus een voorbeeld hoe het dus moet. De naam ‘verwijst naar een specifiek type hoogwaardig, soepel kalfsleer, geproduceerd door Hermès, bekend om zijn gladde textuur en unieke geur, vaak gebruikt in zadels en andere luxe-artikelen’. Ik had er nog nooit van gehoord en het is onmogelijk er ‘buitenom’ Hermès meer over te komen weten. Of je moet scrollen tot je een ons weegt – doe ik niet – omdat Google barenia-leer alleen nog maar koppelt aan het luxemerk (vernauwing van algemene kennis so to speak). 

De opening zet je in ieder geval op het verkeerde been: een ‘retro’-citrussprankeling die doet denken aan een Guerlainklassieker – bergamot. ‘Nou, is dat alles’, denk ik in eerste instantie. Maar dan begint de ‘verwarring’. Barénia begint te ademen, onherkenbare noten maken zich vrij. Mijn eerste notities: groen, groente, fris, ijl, alg, kruidig (peper), aarde. Een soort zanderige, vochtige, kiezelstenen oprijlaan waarover het leer wordt gerold.

De frisse opening blijkt toch nèt weer anders als je doorsnuift. Komt op conto van de mirakelbes (voornamelijk gebruikt als zoet-en smaakstof voor dranken en voedingsmiddelen). Om de geur niet al te vreemd te maken, volgt een beetje een cliché-verleiding met bloemen. Hiervoor geplukt de witte gemberlelie – daar kan ‘iedereen’ zich wel iets bij voorstellen als je het in de parfumerie uitlegt. Frisbloemig met prikkelend-kruidige ondertoon.

Dan meer duidelijkheid. Ik ruik op de achtergrond hout met een duidelijke patchoeli-structuur. De geur wordt als een chypre omschreven. Maar dan wel 2.0. Want het klassieke bosgevoel – eikenmos, cistus labdanum – is vervangen door een groene, bruinige sfeer. Geldt ook voor de sensualiteit. Ook hier niet de klassieke harsen gelardeerd met vanille.

Gemberlelie

Het lijkt wel of de neus, Christine Nagel, een voorschot op de toekomst neemt – tekorten van natuurlijke ingrediënten dreigen op te lopen gezien de klimaatverandering – door inspiratie uit ‘nieuwe’, natuurlijke ingrediënten – gemberlelie, mirakelbes – te halen die ze synthetisch vertaald in haar geuratelier.

Dat geldt ook voor leer: dat je sowieso synthetisch moet omzetten; de geur kun je niet uit het leer zelf halen. In dit geval dus barenia-leer, dus kalfsleer. Volgens Christine Nagel ruikt dat dus zacht, huidachtig en een beetje stroef. Althans dat is wat ik ruik. 

Door alle ingrediënten heen ervaar je een aangename warmte, huidwarmte zoals je wilt. Met toch een ‘vreemde’, ongewone minerale toets. Mooi, modern en elegant, zoals de klassieke Hermèsklant, niet de zelfbenoemde influencers die Tiktokkend hun Kelly- en Birkincollecties (wachtlijst ammehoela!) tonen. 

Barénia is geen crowdpleaser, geen ‘een-twee-drie-klaar’-instantparfum. Je moet er moeite voor doen hem te begrijpen. Het is alleen de vraag of de gemiddelde klant hiervoor nog geduld heeft, gezien de gewenning van haar aan de doorsnee geleverd door de parfumerieketens. De niche-gebruiker daarentegen zal niet teleurgesteld zijn, of eerder verrast: het had ook een ‘Hermessence’ kunnen zijn.

Wat mij betreft in ieder geval qua flacon, want die vind ik wel erg kinderachtig en ‘kermis-blikkerig’ met die studs. Waarom de flacon niet in leer gewikkeld zoals de armbanden en/of hondenbanden op de foto? Zal wel weer te duur zijn. Het model kijkt trouwens erg ontevreden níet de camera in. Lachen blijft nog steeds verboden in de luxebranche, terwijl het vaak een grote komedie is.

LE SEL D’ISSEY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op juni 7, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

ZAL WEL

VOORSPELBAARHEID TROEF

IK GA VOOR DE BASIS

Je weet dat ‘het’ al tientallen keren is gepresenteerd, je zou er in slaap van vallen. Toch doet een merk soms voorkomen alsof ze ‘het’ hebben uitgevonden. Waar heb ik het over? Zout in geuren. Ergens eind jaren negentig van de vorige eeuw voor het eerst gepresenteerd met name in het mannensegment. Was een nieuw soort van stoer. Want zout werd, mallotig genoeg, gelinkt aan een ander nieuw ingrediënt in geuren: drijfhout. Je ziet de macho-spartelende schipbreukeling voor je, die als een Robinson Crusoe 2.0, door de woeste baren heen doodgewaand aanspoelt op een strand omringd door algen en drijfhout. Was nieuw. Was ‘verfrissend’. 

Zout/zilt is een vaak een combinatie van synthetische ingrediënten. Men neme calone (denk water, ozon). Men neme zeewier, drijfhout. Om dit te laten verankeren, worden natuurlijke ingrediënten zoals vetiver, eikenmos of ambergrijs (in negen van de tien gevallen synthetisch) toegevoegd.

De eerste, en misschien wel de beste die mij te binnenschiet: Annick Goutals Eau du Fier uit 2000. Drie flacons (50 ml) leeggespoten. Godverdomme wat bijzonder, wat een andere sensatie, wat een andere kijk op geuren. Osmanthus, zwarte thee en oranjebloesem ondergedompeld in zout. Je zou er sentimenteel van worden.

En dan komt in 2024 (is me toen niet opgevallen) Issey Miyake er nog een keer achteraan gehuppeld. Hij die alleen door zijn naam en geurgeschiedenis eerst met water (L’Eau d’Issey – nog steeds een fantastische geur) daarna met vuur (Le Feux d’Issey) de illusie weet te wekken dat hij dus de eerste is die… zie intro.

Dit schrijft het merk: ‘Zee ontmoet hout: het contrast van de elementen vormt Le Sel d’Issey, een revitaliserende geur geboren tussen de oceaan en de aarde, als eerbetoon aan het zout van het leven. Ontdek een contrasterende geur die de interactie verkent tussen de frisheid van jodium, zilte noten met een sprankelend karakter en kruidige, houtachtige noten.’ 

En nu iets meer gespitst op de gebruiker: ‘Een moderne, maritieme mannelijke geur die je een levendig gevoel geeft’. Jammer en ouderwets: nu niche mainstream is geworden nog onderscheid maken tussen mannelijk en vrouwelijk… Heeft de marketingafdeling zitten slapen, of voorvoelde het de omkering van het tij in Amerika eerder aan dan wij doodgewone burgers?

Dan de geur. Tja. Tja. Tja. Alles klopt. De opening: de prikkeling van zout met gember. Lekker, hoewel de gember matig is gedoseerd. Het zilte traject wordt voortgezet met een vleug jodium (denk steriele ziekenhuisgeur), laminaria-zeewier (denk groenige waterachtige noten).

Zal wel. Niet echt interessant. Gewoon doorsneegeur met zilte ondertoon. De basis is spannender: het is hier – inderdaad – de vetiver en eikenmos die samen met cederhout voor een mooi warme gloed en ‘volharding’ zorgen. Toeval, deze afronding vertoont veel overeenkomsten met Hermès’ Barénia. Mijn volgende bespreking.

Oh ja, nog even dit: wat je allemaal in een flacon kunt zien als je het door een kunstenaar (Tokujin Yoshioka) laat designen: ‘de elliptische vorm vervaagt geleidelijk naar de bodem van het glas in perfecte vloeiende beweging. Het licht dat weerkaatst op de metalen dop geeft het ontwerp een indruk van energie en beweging. Het belichaamt het thema van zout door de sterke, transparante glazen vorm en de manier waarop licht ermee ‘inter-ageert’, waardoor de vorm wordt overstegen. Een prachtig object, gemaakt om lang mee te gaan’. Tot dat-ie leeg is. En dan. Aanbieden Marktplaats?

BDK PARFUMS PROFIEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op mei 27, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, NICHE, PORTRET. Een reactie plaatsen

CHAT-GPT: WERK UIT HANDEN GEVEN

JE EIGEN GEURGRAF GRAVEN

INWISSELBAAR TAALGEBRUIK

CLICHÉ WORDT DE NORM

Op welk parfumhuis zijn deze kwalificaties van toepassing?

1: de kwaliteit van ingrediënten: het nog niet genoemde huis gebruikt hoogwaardige, vaak natuurlijke ingrediënten. Dit zorgt voor een rijkere geurbeleving en langere houdbaarheid op de huid. 

2: artistieke creaties: elk parfum is zorgvuldig samengesteld met een duidelijk verhaal of inspiratiebron, vaak gebaseerd op de Parijse levensstijl, kunst of emoties. Dit geeft elk parfum karakter en diepgang. 

3: unieke geurcomposities: het nog anonieme huis combineert klassieke parfumerie met een moderne twist. De geuren zijn vaak origineel en onderscheiden zich van mainstreamparfums, wat ze aantrekkelijk maakt voor niche-liefhebbers. 

4: langdurige sillage: de parfums blijven lang ruikbaar hebben vaak een goede projectie; anderen kunnen de geur ook goed waarnemen zonder overheersend te worden. 

5: esthetische presentatie: de flacons zijn strak, stijlvol en minimalistisch – iets wat past bij de luxe niche-ervaring.

David B(ene)D(e)K

Het betreft niet … (vul maar in), maar BDK. Echt waar? Yep. Het had natuurlijk ieder ander relatief nieuw parfumhuis kunnen zijn. Maar ik heb ChatGPT de boel dit keer laten uitzoeken. Geen zin. Waar ik nu volgens mij het meest voor moet vrezen, is dat lezers – gaan – denken, dat Geurengoeroe de tekst zelf heeft geschreven. Nog erger: het heel erg goed vinden. Als ik dan op deze manier zou doorgaan, en likes zou blijven krijgen, dan is mijn lot bezegeld. 

In de zin van: monotonie en clichés krijgen de bovenhand (want direct begrepen), ‘dure’ en ‘chique’ woorden worden verward met intelligent en creatief taalgebruik. Ik kan de deur sluiten. Terzijde: ik kreeg onlangs een opmerking waarom ik ‘zo moeilijk’ schreef? Nou daarom.

Voorspelbaarheid dreigt een must te worden, anders begrijpen de lezers het wellicht niet meer. Iets wat in de beautybranche sowieso al decennia schering en inslag is: die heeft voor zichzelf – zonder het te weten – al een AI gecreëerd door trouw decennialang persberichten – het liefst letterlijk – te copy en te pasten.

Moet gezegd: de volgende vraag die ik stelde, scheelde mij veel ‘eigenlijk-geen-zin-in-zal -wel’-zoekwerk: wie is de man achter BDK Parfums? Wat ChatGPT mij antwoordt, heb ik ingedikt (lees: standaardclichés weggelaten). Here we go: de man achter BDK Parfums is David Benedek, geboren in Parijs in 1989. Hij groeide op in een familie diepgeworteld in de parfumeriewereld. Zijn grootouders, afkomstig uit Transsylvanië, waren in de jaren 1950 pioniers in de distributie Worth en Dior in Parijs. Ze openden hun eerste parfumerie nabij het Palais-Royal in 1959.

Hoewel David aanvankelijk economie studeerde en ervaring opdeed in Beijing en New York, keerde hij terug naar Parijs in 2012 om aan het Institut Français de la Mode de specialisatie parfumerie & cosmetica te volgen. Gevolgd door studies bij Givaudan en Cinquième Sens. 2016: oprichting BDK Parfums eveneens gevestigd aan het Palais-Royal’. Terzijde: in de parfumerie van zijn familie? 

Het beauty brabbel-brabbel-idioom dat volgt, verdraag ik niet meer: ‘het merk staat bekend om zijn unieke geurcreaties die verhalen en emoties tot leven brengen. David beschouwt BDK Parfums als een moderne olfactorische bibliotheek, waarbij elke creatie verhalen bevat die de grenzen van interpretatie en verbeelding opzoeken’.

Het gaat maar door: ‘Benedek’s benadering van parfumerie is diep persoonlijk en artistiek. Hij beschouwt parfum als een onzichtbaar kledingstuk dat emoties en herinneringen oproept. Zijn creaties zijn geïnspireerd door de veelzijdigheid van Parijs en de rijke geschiedenis van zijn familie in de parfumeriewereld’. Terzijde: ‘Oh la la, la grande vie à Paris!’

De door mij niet gevraagde uitsmijter aan ChatGPT, meldt: ‘vandaag de dag wordt BDK Parfums wereldwijd erkend en is verkrijgbaar in meer dan 30 landen, verspreid over zo’n 200 exclusieve winkels. De meest recente geur van BDK Parfums is Impadia, uitgebracht in 2025. Deze uniseksgeur is een verfijnde combinatie van citrus, florale en houtachtige noten, geïnspireerd op de levendige Parijse tuinen. Italiaanse mandarijn, bergamot en peer openen de geur, gevolgd door een hart van roos- en oranjebloesemabsolu. De basis bestaat uit akigala, vanille-absolu en sandelhout, wat zorgt voor een warme en sensuele afronding.’

Dit kan er ook nog wel bij volgens ChatGPT: ‘een andere recente lancering is Rouge Smoking Extrait, uit 2024. Deze geur is een intensere en sensuelere versie van de originele Rouge Smoking. Met een concentratie van 30 procent combineert het de zoetheid van Napoleon-kers met de rijkdom van zwarte vanille, tonkaboon en witte musk, wat resulteert in een fluweelzachte en verslavende geurbeleving. Beide geuren illustreren de voortdurende innovatie en creativiteit van BDK Parfums in het creëren van unieke en boeiende geurcomposities’. Terzijde: tja. 

Mijn uitsmijter: hoeveel clichés bevat dit fantastische, unieke, diep gepassioneerde pioniersverhaal? Geen, 12, 138, 254?

TOEN WAS GEURGELUK HEEL GEWOON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op mei 19, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET E, VINTAGE. Een reactie plaatsen

NÓG EEN NEDERLANDS EAU DE COLOGNEMERK

IEDERE STAD ZIJN EIGEN GEUR

OPIUM-DUPE VOOR DE DISCO

Kreeg ik vorige week cadeau van kennis uit het dorp op wiens hond – Rally, met de tred en de snuit van een vos – ik af en toe pas. Gekocht bij een tweedehands: Eau de Cologne Supérieure van het merk Valdelis. Slimme naam, want Frans ‘aan elkaar geplakt’: val de lis. Vertaald: dal der lelie. Helaas leeg.

Ik kwam wel leuke oer-Hollandse campagnes tegen van deze Eau de Cologne Supérieure. Lanceringsjaar: 1948. Wel wuft, zo vlak na de oorlog toen bijna alles op de bon was, aan nieuw Nederland werd gebouwd en geluk nog heel gewoon was. 

Ik had wel van het merk gehoord. Wist van de Nederlandse link. Dat Nederland ooit méér was dan Boldoot. Na intensief en gedegen Follow the Money-waardig speurwerk kom ik erachter dat het merk is opgericht in Schiedam. Oprichtingsjaar mij nog onbekend. Door de firma Janssen uit dezelfde plaats.

Dat internet, op zoek naar info, nog niet altijd voldoet aan de verwachtingen, en je daarvoor eigenlijk de archieven in moet, blijkt wel uit Valdelis: weinig concrete info present. Echt interessante achtergrondinformatie moet je bij elkaar harken uit berichten waarin miniem wordt gerefereerd aan het eau de cologne-merk (me ondertussen afvragend waarom ik dit soort lokale zijstraten van de parfumgeschiedenis zo interessant vind). 

Zoals deze scentimental herinnering van een vrouw (door mij ingedikt): ‘In de kapsalon van onze ouders aan de Korreweg in Groningen was een trapsgewijze stellage op een schoorsteenmantel. Hierop tal van producten voor de verkoop. Tabak, maar ook de nodige cosmetica. Valdelis was vooral belangrijk voor de verkoopcijfers. Soms waren er totaal nieuw artikelen. In 1959 een flesje met een roller erin: de introductie van Odorex (ook geproduceerd door Valdelis). 

De geur van je favoriete stad in je huis? De geurkaars is samengesteld door WIJCK. en bevat alle fijne geuren van de stad. Handgeblazen glas, 100% natuurlijke sojawas, tot wel 60 brandduur.

Volgend bericht kwam ik ook tegen – ik had ‘geur’ en ‘Schiedam’ ingetikt – heeft niets met Valdelis te maken, maar is een goed voorbeeld van citymarketing. Ofwel: iedere stad zijn eigen geur. Te bestellen bij www.wijck.com.

Daarna volgend bericht opgetekend door de kleinzoon van de man die een kwart eeuw meesterknecht was bij Valdelis. ‘Ondanks zijn voor de Rijnmond unieke stedenschoon is Schiedam een beetje grimmig. Dat geeft, om een drankterm te gebruiken, bouquet aan de weerspiegeling van de gevels in de havens. Anders zouden we hier maar een gesuikerd openluchtmuseum zijn en geen stad met een echt innerlijk leven. Die grimmigheid is een essentieel ingrediënt van ons collectieve karakter. Dat heb ik vrijdagavond geleerd. Ik werd met de neus op de feiten gedrukt’.



‘Daarvoor verantwoordelijk: twee studentes fotografie aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, Maisey van Elmpt en Pamela van Rijswijk. Soms heb je buitenstaanders nodig om tot diepere inzichten te komen omtrent je geboortegrond. Ze werden door hun docenten naar Schiedam gestuurd om het wezen van onze stad in beeld te brengen. Toen ze door de straten liepen, kregen ze een beter idee. Wat je werkelijk intiem kent, kun je ruiken. Ze wilden de geur van Schiedam isoleren. Dan kom je al gauw bij ons beroemdste product uit: moutwijn’. 

Toen was geluk nog heel gewoon

‘Kun je op basis daarvan een parfum maken met de geur van Schiedam? Hier komt de grimmige Schiedammer naar voren die scherpte geeft aan het karakter van de stad. ‘Dat zal dan wel lekker stinken’, gromt hij. Zo niet Maisey en Pamela. Ze roken juist de charme. Ze schakelden jeneverexperts Rob van Klaarwater en Leo Fontijne in voor de broodnodige kennis en nog een parfumexpert. Ze voegden daar hun vrouwelijk (!) instinct voor het karakter en de kwaliteit van geuren aan toe. Daarmee bliezen zij een vergeten Schiedamse bedrijfstak een sprankje nieuw leven in: de distillatie van eau de cologne en aftershave. Het nog steeds bestaande Fresh Up – nu herinner ik me Valdelis weer! – is van oorsprong een Schiedams product’.


‘De dames ontwierpen geen eau de cologne, maar een parfum waaruit het karakter van Schiedam sprak. Het publiek mocht bij de presentatie de verschillende componenten ruiken voor ze het Schiedamse parfum onder de neus kregen. Allemaal scherpe geurtjes waarvan er een me terugbracht naar mijn jeugdjaren (opmerking Geurgoeroe: een keer wat anders dan de madeleine van Marcel Proust). Zo rook het als ik ‘s avonds van mijn schoolvriendje Bennie Beining naar huis liep over de Sint Anna Zusterstraat en de Noordvest. Zo roken de distilleerderijen’.

‘Toen kwam het echte parfum. Ik rook de totale stad: het verleden, het grimmige, het pittoreske, het graan, het gist, de herenhuizen en de branderijen, de afgebroken brandersknechtenwoninkjes van de Kinderbuurt en het Spinhuispad, het maanlicht dat glimt op natte keien, de minaretten onderaan de Vlaardingerdijk. Het was een krachtige combinatie dit parfum, verleidelijk voor wie karakter heeft. Deze geur trekt bijzondere mensen aan. Dat kan niet anders. Ik zou er wel mee over straat willen gaan. Je mag best ruiken dat ik afkomstig ben uit deze inspirerende stad. Ik ben er trots op’.

Jammer en merkwaardig dat over deze presentatie niets te vinden is op www. Zelfs niet op de Insta-pagina’s van deze twee ‘dames’. 

We zetten onze zoektocht naar de oorsprong van Valdelis voort, mocht ik er bij toeval op stuiten. Wel leuk, en soort van jeugdherinnering: Valdelis lanceerde in 1977 Fatal zo blijkt. De geur die ik – toen al – zag als een slechte dupe/fake van in hetzelfde jaar verschenen Opium (ik neem aan later). Fatal was volgens mij een slimme en bliksemsnelle reactie op het immense succes van Yves Saint Laurents schandaalparfum. Ik herinner me een ongepolijste kruidige en harde geur die eerder deed denken aan het een jaar later gelanceerde Magie van Lancôme.  

Heel veel meiden op de dansvloer in de lokale disco (Zodiac Enschede) roken ernaar. Dat het een nepper was, merkte je aan de Aziatische, meestal in een roes verkerende vaste bezoeker van dezelfde disco: het leek wel of hij zich overgoot met Opium-parfumconcentraat voor hij in ‘the best disco in Town’ ging dansen op Le freak c’est chic! Now freak! And freak!

NÉBLINA YVES ROCHER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op mei 12, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET N, MASSNICHE. Een reactie plaatsen

NICHE VERPAKT ALS MASSA

FRUITIG GROEN PARFUMPLEZIER

SOPHIA GROSJMAN DIE KAN HET 

Parfumcliché: geurgeluk ligt soms in een klein hoekje. In mijn geval letterlijk: gevonden tijdens de opruiming van mijn geuratelier: een mini-flaconnetje (toch nog 7,5 ml) van Yves Rochers Néblina (nu aangeboden voor rond € 15,00 op Etsy, 50ml voor rond € 100,00). Gelanceerd in 2000.

Mijn gevoel (en een soort van afgaande op de flacon; in de zin hier is aandacht aan besteed ook al valt over de esthetiek te discussiëren) zei: dit moet een goede geur zijn. Groen. Niet te veel fruit. Fris. Wat zoete bloemetjes op mooi, stabiel houten fond. Trouwens: Yves Rocher maakt sowieso goede geuren; perfecte kwaliteit-prijsverhouding.

Zit er niet ver naast blijkt. Ben eigenlijk met neus in de boter gevallen. Want de geur is gemaakt door niemand minder dan – dat zeg je dan – Sophia Grojsman. Introductie overbodig. Voor de onwetenden: zij is ook de vrouw achter – nu volgen een paar van mijn favorieten van haar hand: Prescriptives (nu Clinique) Calyx (1987), Estée Lauder Spellbound (1991), Yves Saint Laurent Yvresse (1993), Karl Lagerfeld Sun Moon Stars (1994), Céline Magic en Laura Biagiotti Soto Voce (beide 1996). Haar meest recente bijdrage: Outrageous Frédéric Malle (2007).

Nog een door mij gebezigd cliché: geuren gemaakt door het prestigesegment voor en rond 2000 hebben vaak een niche-allure zonder dat het de bedoeling was omdat niche nog niet tot deze afdeling was doorgedrongen. Uitgangspunt: mooie geuren maken zonder dat marketing en kostenexperts al te veel over de rug van de neus meekijken.

Grosjman beklaagde zich er eens in een interview over in 1992 (Women’s Wear Daily): ‘Vroeger was parfum maken een kunst, nu is het business. Iedereen wil direct succes. Geuren worden getest door focusgroepen, waardoor de kans op ongewone geuren kleiner wordt’. Ik geloof dat Grosjman het meest uit een idee/voorstel/opdracht wist te halen, ook al waren de financiële middelen (lees: ingrediëntenbudget) beperkt. Ze was van alle markten thuis. Van verfijnde niche tot massaentertainment. 

Néblina valt in laatste categorie maar kan ook doorgaan voor de eerste – waardoor het een ongewone geur is met die typische Grosjman-touch. Fruitige noten in de opening (abrikoos, sinaasappel), volle bloemenexplosie in het hart (orchidee, witte bloemen, viooltje), krachtige basis (groen gras, houtachtige noten, eikenmos).

Opvallend: het lijkt wel of de geur zich in eerste instantie omgekeerd manifesteert. Eerst ruik je groene noten (vers geknipt gras-effect) en houtachtige nuances voor het fruit zich meldt. In dit geval fluweelzachte abrikoos zoet gemaakt door sinaasappel die de witte bloemen streelt. Vervolgens gaan ze allemaal met elkaar spelen – telkens springt er weer een noot uit – om weer groen, coumarine-achtig te eindigen. Interessant: hoe duidelijk het eikenmos blijft resoneren. Ongewoon voor een massamarktgeur. 

Er verscheen ook een nachtversie: La Nuit de Néblina, merkwaardigerwijze een jaar eerder. In een flacon (foto hieronder) die iets meer tot de verbeelding spreekt. Néblina betekent trouwens mist. Hierdoor kun je de geur wéér anders ervaren.

Nachtmist

IRIS, TUBÉREUSE LE GALION

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op mei 8, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET I, GEURENALFABET L, GEURENALFABET T, MASSNICHE, VINTAGE. Een reactie plaatsen

VINTAGE SOLIFLORE: GEEN GARANTIE VOOR UITZONDERLIJKHEID

TE CHLOÉ- EN TE CÉLINE-ACHTIG

Waarom ik Le Galion zo’n prettig parfumhuis vind? A: de geschiedenis, b: de humor, c: de presentatie en d: de aan de naam gekoppelde faam. En niet te vergeten hun vroege slimme gevoel voor marketing (lees hier voor een aantal van mijn recensies op deze blog). Zo deed Le Galion tot mijn verbazing al in 1950 aan product placement.

In de nu nog steeds memorabele film All About Eve (1950) zie je de protagonisten – waaronder Bette Davis, Ann Baxter en Gary Merill – op een gegeven moment aan tafel in een chic nachtetablissement. Met op die tafel een sigarettenstandaard met daarop het logo van Le Galion. Zegt iets over de reputatie die het toen had – chic de Paris. 

Het huis sloot ooit zijn deuren, werd ooit heropend (zie mijn recensies). Blij mee! Alleen het ‘probleem’ in deze (iets wat eveneens geldt voor andere gereanimeerde huizen): het is moeilijker om voormalige soliflors uit de oorspronkelijke collectie in hun originele olfactiefe staat voor het voetlicht te brengen dan hun echte klassiekers van naam.

Want: onmogelijk. Redenen: sommige ingrediënten mogen niet meer gebruikt worden. Door de veranderende bodemgesteldheid, oogsttechnieken en verwerkingsprocessen (enfleurage toen, hydro-destillatie nu) ruiken ingrediënten anders dan voorheen, subtiel die verschillen daardoor maar toch. 

En, niet onbelangrijk, de ‘angst’ van de nieuwe eigenaren dat ‘een nieuwe generatie’ de oude formules niet begrijpt, ‘te moeilijk’, ‘te stoffig’ en ‘te oma-achtig’ vindt, waardoor die ‘aangevuld’ worden met ‘hippe’ en ‘eigentijdse’ ingrediënten.

Dat maakt Tubéreuse wel duidelijk. Ik kan me niet indenken dat de huidige versie (2014) enige overeenkomst vertoont met het origineel uit 1937. Die moet toen voller, ‘boteriger’ en geiler hebben geroken. Vergeet niet, parfum was toen echt nog een elitair ding en was een toonbeeld van smaak (hoe snob dan ook) als je een duidelijk, uitgesproken parfum droeg. Vergeet niet: de Chanel N° 5-versie uit 1921 ruikt echt anders dan wat je nu gewend bent. Ik denk dat de 1937-editie (wishful smelling) eerder lijkt op die van Annick Goutal (1986) – ook wel bekend als de G Spot-fragrance. 

Je ervaart de moderniteit, het nieuwe direct in de opening: je moet eerst door een groene plensbui op basis van mandarijn, galbanum, peer en roze peper heen. Leuk weetje: in 1937 werden de laatste twee nog niet gebruikt. Peer was toen nog niet synthetisch gekopieerd, roze peper nog niet ontdekt.

En dan ‘eindelijk’ iets dat op tuberoos lijkt, die zich alleen niet onderscheidt van de ‘getemde’ tuberozen die je de laatste jaren in het prestigesegment te veel kon ruiken. Met als ‘excuus’ dat een nieuwe generatie de ware aard van deze bloem te gevaarlijk, overrompelend vindt. Bla-bla-bla.

Hier wordt ze getemd door oranjebloesem, roos en framboos (dat toen als geur ook nog niet bestond). De afronding: tja. Braaf-sensueel een beproefde combi van cederhout, amber en musk. 

Dan Iris. Ook in 2014 opnieuw in de markt gezet. De homesite schrijft: ‘In 1937 was Le Galion een reeds gevestigd huis, waardoor Paul Vacher (de neus en een van de oprichters én maker van Arpège en Miss Dior) meer experimentele ideeën kon uitproberen. Hij begon te werken aan soliflore-variëteiten. Als knipoog naar de art-decoperiode, beeldhouwde Vacher deze iris in een symmetrie van mimosa en galbanum’. Oké.

Niet oké de uitsmijter: ‘Le Galion werd daarmee een referentie in de Franse parfumerie, met oog voor kunst en een tijdsgeest’. Snap ik niet. Ik krijg het gevoel dat er te veel op de productiekosten is gelet, dan de ambitie een fotokopie van het origineel te maken.

Als je over iris als soliflore praat, dan raken Serge Lutens met Iris silver Mist (1992) en Hiris van Hermès (1999) eerder de essentie van deze gefermenteerde wortel: aards, groen, fris met een moeilijk te definiëren, raadselachtige bloemigheid die zich lijkt te verstoppen in zijn poederigheid. 

Voorwaar, de symmetrie van Iris is aantrekkelijk. Wat een originele visie op ingrediënten! De poederige zonnigheid (met groene ondertonen) van mimosa en intens groen-prikkelend galbanum koppelen aan de klassiek-poederige noten van de iris, laat die anders resoneren. Maakt haar minder ‘vrouwelijk’, minder boudoir.

Maar had van mij wat sterker gemogen. En de klassieke spray in de opening van bergamot en citroen is eigenlijk onnodig; vraag me af of die te bespeuren was in de vintage-versie. Ook jammer: die niet-vrouwelijkheid wordt weer tenietgedaan door roos. Daarna wordt hoog opgespeeld met ambrette die ‘als musk werkt en een zijdezachte laag over de gehele geur legt’. Maar, dames en heren, wel een heel matte, brave ambrette. 

Eindconclusie: het was misschien beter geweest wanneer deze twee aangenaam-brave geuren als nieuw waren gelanceerd. De verwachtingen waren hierdoor minder hoog geweest omdat het referentiekader van de geschiedenis en storytelling ontbreekt. Wat me ook stoort is de prijs. € 200,00 per 100ml. Daarvoor zijn ze te mainstream, te, hoe zal ik het zeggen, te Chloé- en te Céline-achtig.

Toch even naar de site gegaan. Inmiddels staat de teller op 30 en zijn de geuren in een nieuwe flacon gestoken. Geeft ze meer allure en standing. Sommige ‘nieuwe’ zijn voor mij wel erg nieuwsgierig makend: Brumes (mooie inspiratie en naam voor een geur), Chypre, Cuir en Vetyver (laatste drie zijn voor mij vaak de maat der dingen). 

AMBRE D’ALEXANDRIE BOUCHERON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op april 25, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET A, MASSNICHE, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

EEN RIJKE AMBER ZOALS BIJNA ALLE ANDER (NEO)NICHE AMBERS

INWISSELBARE CHIC

De geschiedenis van amber is rijk, daarover zijn boeken vol geschreven. Waarom? Het komt natuurlijk door de herkomst, de mythologie, de magie en de schoonheid (zowel puur als bewerkt) waarmee het is omringd en de veronderstelde helende werking als je het als sieraad/amulet draagt.

En natuurlijk amber als geur. Amber Alert: dat laatste doet barnsteen (het Nederlandse woord voor amber) dus niet. De miljoenen jaren geleden versteende hars van naaldbomen verspreiden een niet noemenswaardige geur. Alleen verwarmd en dan alleen onder de juiste omstandigheden, verwordt de steen tot olie die dan gecombineerd met salpeterzuur tot een ‘kunstmatige’ musk-parfumsensatie leidt. Althans zo gebeurde het in het oude China. 

Nu wordt met een amberparfum een geur bedoeld die rijk, vol, warm, aards, houtachtig, zoetig, kruidig richting zwoel is. De bedoeling: comfort, openhaard, security blanket. En daarmee word je tegenwoordig als het ware doodgegooid. Diegene die de huidige amberparfums in het nichesegment blind van elkaar weet te onderscheiden, die krijgt van mij de prijs die zich op hetzelfde niveau begeeft als de Oscar. 

Grappig, of boeiend zoals de je wilt: ik ben pas in de loop der jaren amber gaan waarderen als parfum. Het begon in 2004 met Giorgio Armani’s Ambre Soie. Een van zijn eerste, en een van de eerste house hold names die niche aan het grote publiek presenteerde. Ik was onder de indruk. En daardoor kwam ik erachter dat velen Armani waren voorgegaan – de echte nichemerken dus: Dyptique en L’Artisan Parfumeur. Over doodgooien gesproken: ik zie dat Armani zijn Ambre Soie heeft uitgebreid met met Ambre Orient (2010) en Ambre Eccentrico (2015).  

gefossiliseerd amber

Ambergeuren in het (mass)niche-segment onderscheiden zich door het pure, zeg maar basic gevoel. Dus bijna geen citrusfrisse intro en weinig bloemetjes in het hart; de basis wordt direct opgesoupeerd. Dat onderga je dus ook in Ambre d’Alexandrie.

Die onderscheidt zich toch enigszins door zijn licht animale ondertoon – grijze amber, musk en een lichte leernoot (styrax?) – die mooi contrasteert met de zoet-kruidige noten. Beter gezegd: de vanille (in toom gehouden door benzoë) zuigt alle kruidige nuances – ik meen kruidnagel, tabak en nootmuskaat te bespeuren – in zich op. Een hoofdrol is weggelegd voor cistus labdanum (dat eigenlijk synoniem staat voor amber). Die is hier donker, kruidig en aards met die merkwaardige lichte bloemige ondertoon.  

Mooi en zo, maar zoals gezegd inwisselbaar. Dit blijkt wel uit mijn Google-zoekerij: ik bleef maar Van Cleef & Arpels invullen in plaats van Boucheron. En eveneens uit de alternatieven die www.wikiparfum.com voorstelt (zie foto onder). Wel weer grappig: hoe ik ook google – nergens een toelichting van het juweliershuis zelf te bespeuren – ook niet op www.boucheron.com. Ergens één zinnetje: ‘geïnspireerd door de stad Alexandrië, een flamboyant en weelderig kruispunt van handel en cultuur’. Dat kun je natuurlijk zeggen van elke stad met een groots verleden. Ambre d’Allepo?

Vreemd: alleen verkrijgbaar in 125ml. Best wel veel. Net zoals de andere geuren uit The Collection. Eveneens – hoe origineel, hoe chic – vernoemd naar historische steden: Oud de Carthage, Cuir de Venise en Neroli Isaphan.

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • Layton Exclusif Parfums de Marly
    • Cerana Nectar Olfactive
    • Walk like a Man (to Man)
    • Rose du Désert Houbigant
    • Orchidée Yves Rocher 
    • Cavort Fragrance du Bois
    • Beat Café Jusbox
    • Gold Fair in Mayfair Atkinsons
    • À l’Ombre d’Artémis Hellenist
    • Tryst Hiram Green
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    GEURENGOEROE
    Voeg je bij 125 andere abonnees

    Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.

  • GEURENGOEROE
    Site in de Reader weergeven
    Beheer abonnementenAanmeldenInloggen
    Deze inhoud rapporteren
    Deze balk inklappen
Reacties laden....