RUM & CHOCOLADE ‘PIRATEN-STOER’ GEMAAKT DOOR HOUT
EN: HOE SERIEUS NEEM JEZELF ALS PARFUMHUIS EN -CONSUMENT?
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 15/01/18
Neus: onbekend
Zeg je pirates dan denken de meesten volgens mij aan de filmreeks The Pirates of the Carabbean met Johnny Depp als Jack Sparrow. Een rol die hem beter bij past dan het karakter dat hij verbeeldt in de quasi diepgaande promotieparfumclip van Sauvage (2015) van Dior. Als Sparrow is hij subversief-humoristisch, als ‘Sauvage’ gespeeld-getormenteerd wat moet doorgaan voor serieus, diepgaand – noem het kunst.
En daar heb je direct ‘een soort van’ probleem: wil je als merk serieus genomen worden dan moet je je ook als zodanig presenteren. Maakt niet uit of de boodschap dan pretentieus en/of ongeloofwaardig is. Humor is dan in ieder geval uit den boze. Sterker, daar ontbreekt het nogal aan in de parfumbranche. Hoe groot is nu feitelijk het succes van het grappig bedoelde en ‘de smaak van het establishment uitdagende’ Moschino’s Fresh Couture (2015) en Scandal (2017) van Jean Paul Gaultier…
Zou het zo zijn dat mensen bij aankoop van een luxeproduct alleen serieus aangesproken willen worden, want het is een ‘serieus’ bedrag waar ze zich voor aankoop serieus in hebben verdiept. Nou, dan heb je aan Dior – sinds kort – een goede. Om aan te tonen dat het couturehuis een serieuze olfactorische relatie met zijn miljoenen klanten onderhoudt, opende het vorig jaar onder de paraplu van LVMH in Grasse Les Fontaines Parfumées. Volgens de LVMH-site ‘de creatieve workshops van François Demachy en Jacques Cavallier, de meesterparfumeurs van Louis Vuitton en Christian Dior’ – zie foto. Als ik het goed heb begrepen een atelier, laboratorium, museum, winkel en pr-vehikel ineen (als journalist zeg je natuurlijk geen nee als je wordt uitgenodigd) die de bezoeker duidelijk maakt dat de eeuwenode productie, kennis en knowhow van de parfumhoofdstad van de wereld niet verloren gaat, vanaf nu gewoon weer in de flacons van de LVMH-merken stromen.
Terzijde: zijn ze bij het luxe conglomeraat wel een beetje laat achter gekomen. Daarnaast zijn deze fonteinen geen garantie voor goede, ‘serieuze’ geuren. En in een dergelijk prestigieus project schuilt ook een gevaar: het verhoogt de verwachtingen bij de consument, die verwacht perfectie bij elke volgende geur. Voldoet J’Adore in Joy (2017) hieraan? Ga je dan huilen of lachen, of op zoek naar merken die niet door hun eigen ambities en ‘serieusheid’ heen zakken, geur vanuit een andere hoek bekijken zonder aan kwaliteit in te boeten.
Bij Atkinsons is die bijvoorbeeld vanzelfsprekend alleen anders verpakt, met humor dus. Merk je ook aan de introductie: Pirates’ Grand Reserve is een ‘rijk, avontuurlijk brouwsel van straatrovers en boekaniers. Chocolade en glorieus gerijpte rum huldigen de Engelse gentleman-piraat Sir Francis Drake die de wereld rondzeilde onder de vlag van koningin Elizabeth I. Even moedig en romantisch als de legendarische ontdekkingsreiziger geeft Pirates’ Grand Reserve een gevaarlijke en bedwelmende draai aan een favoriet in de parfumerie: rum’.
WAT PIRATEN’ GRANDE RESERVE IK EIGENLIJK?

Maar nu het fijne: er is meer dan alleen rum en chocolade waarvan je kunt genieten. Tijdens de eerste whiff krijg je door de rum-uitbarsting associaties met de variaties van Muglers A*Men (1996) en bijvoorbeeld Double Vanille Spiritueuse (2007) van Guerlain. Alleen gaat Pirates’ Grand Reserve verder waar deze twee stoppen; het ontstijgt het gourmand-boudoir-idee doordat de compositie is doorwrocht met hout waardoor de geur ook aantrekkelijk is voor mannen.
Moet wel gezegd: moeilijk om de bloemige noot – jasmijn – eruit te pikken, omdat je direct in de zoetigheid zit, wat alleen maar wordt versterkt door de heliotroopbloem met haar naar vanille neigende boeket. Maar zoals gezegd: het hout levert hier goede prestaties. Het combineert de zonnige droogte van cederhout met de vochtigheid van patchoeli.
Vaak bedekken gourmandnoten het hout als een ondoordringbare laklaag, in Pirates’ Grand Reserve lijkt het alsof de rum, cacao en vanille vanuit het hart van het hout zich een weg naar de bast weten op te werken en daar subtiel hun codes verspreiden. Goed gedaan. En serieus. En humorvol.


Het antwoord daarop is op dit moment anders dan pak’m beet vijftien jaar geleden. Toen werd ik vooral gedreven door het ontdekken en het analyseren van families (mijn eerste onderzoek: tuberoos) én de verbazing over het feit dat voor mij zoveel voor de hand liggende combinaties niet werden gemaakt. Zoals: galbanum, vijg en wierook – dat moet toch in een heel interessant effect resulteren. Doet het ook. Of hoe komt het dat een melange van diverse nichegeuren (proefjes waarvan ik de restanten na het testen in een 100 ml flacon stopte tot dat die vol is) een prachtige sandelhoutgeur oplevert terwijl in geen van de geuren dit edele hout als ingrediënt werd opgevoerd.
Dat laatste wordt dus steeds moeilijker, bijna onmogelijk, om dat te beoordelen gezien de parfumindustrie er alles aandoet om het cliché in stand te houden dat geuren juist garanderen dat je seksuele aantrekkingskracht in de vijfde versnelling gaat met een geur. Het effect wordt voornamelijk in beeld en boodschap gepresenteerd. Met de mooiste modellen en duurste actrices en acteurs. In scene gezet door regisseurs waarvan ik me afvraag waarom ze in hemelsnaam meedoen met dit circus afgaande op hun staat van dienst. Neem de nieuwe mallotige campagne van Diors Miss Dior begeleid door de (nu verplichte hashtag) #whatwouldyoudoforlove? Neem het The Scent-duo van Hugo Boss.
Maar voor ‘hetzelfde geld’ zou je deze zoektocht kunnen laten gezien de kans dan op het vinden van de ware wordt verkleind, want het aller merkwaardigste in deze kwestie is dat geuren die de seksuele aantrekkingskracht volgens parfumpromovideo’s in gang zouden moeten zetten, daar zijn nu juist alle dierlijke noten zo goed als uitgezeefd en – nu komt het ergste – leggen over het lichaam een ondoordringbare laag waarmee alle erotische boodschappen verspreidende lichaamseigen moleculen resoluut een halt worden toegeroepen. Met andere woorden: je denkt iemand met een ‘gelaagde’ geur aantrekkelijk te vinden, denkt daardoor #you’retheone, legt vervolgens het parcours van verleiden, verloven, trouwen af en dan… en dan… blijkt dat zij/hij #nottheone is omdat dat haar/zijn eigen geurdna bij ‘nadere inspectie’ toch niet matched met die van jou.
Het leuke, het eerlijke bij de uitleg van de geuren van Versace: het maskeert de synthetische ingrediënten niet door er ‘natuurlijke’ namen aan te geven. Over het algemeen zijn mainstreammerken hier huiverig voor, doen alles om bij de koper maar de indruk te wekken dat de composities zijn uitgebouwd uit honderd procent zuivere, natuurlijke bronnen. Sterker, trots vermeldt het huis – specifiek in geval van Pour Femme Dylan Blue – dat ‘kostbare, natuurlijke ingrediënten samenvloeien met de nieuwste generatie geurmoleculen’.
Valt wat voor te zeggen. De opening van de dans start goed: de van zichzelf al frisse zwarte bes (met fluwelige afdronk) wordt gestrooid over een sorbet van Granny Smith die de sprankeling van de zwarte bes opstuwt. Ruik je goed. Lekker. Dan het hart – een ‘love dance’ zoals je wilt. Hier vloeien dus natuur en synthetisch samen. Niet makkelijk, eigenlijk niet te doen, om het lelietje-van-dalen, egelantier (wilde roos) en de jasmijn te onderscheiden van shisolia (omschreven door producent Givaudan als een molecuul met shisoblad als uitgangspunt uitmondend in kruidig, groen met een diepe muskbasis), petalia (volgens Givaudan roosachtig, bloemig met nuances van lelietje-van-dalen) en rosyfolia (idem).
Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?
Dit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).
Trussardi introduceert zijn nieuwe herenparfum Riflesso, Italiaans voor reflectie. Het wil olfactorisch de mogelijkheden onderzoeken wat tradities kunnen bieden om het heden te begrijpen in het algemeen en meer in het bijzonder het erfgoed van het merk in relatie met de wereld van nu. Dat is me nogal wat. Ik bedoel daar kun je een thema-avond aan wijden op tv.
Familie: houtachtig-oriëntaals. Ik zou willen toevoegen: klassiek, bijna te klassiek voor mijn gevoel, gezien de hippe status van de protagonist. Vanaf de opening word je meegezogen in een oosterse zwoele zachtheid, want door de citrusfrisse opening heen ruik je al vaagjes de door tonkaboon (foto) geleide basis van Riflesso.
Mousse de Chêne bereikte mijn geuratelier diep verborgen in de provincie juist op het moment dat ik een klankbord nodig had. In die zin van: hoe een ruikt chypre anno nu eigenlijk? Werd me geleverd door een journalist van Het Parool die me ging interviewen naar aanleiding van geuren waarin wordt geprobeerd Amsterdam op te roepen (waarover een andere keer meer). Ik had dus behoefte aan een dergelijk geuranker omdat eikenmos/chypre herontdekt is door de masstigesector. De nomenclatura: neo-chypre. Calvin Kleins Deep Euphoria uit 2016 werd als zodanig geafficheerd (niet mee eens). Geldt ook voor de nieuwe geuren Roberto Cavalli, Chloé (waarover een andere keer meer) en nog een paar die ik ben vergeten.
En van dat koel-cleane, houtachtige daar houden heel veel mensen van. En dat kun je, als je wilt, koppelen aan Amsterdam: het Vondelpak tijdens herfstachtige dagen, regendruppels kletsend in je gezicht terwijl je erdoor wandelt, rent, fietst. Maar ook aan New York, aan Dallas, en aan alle steden in een herfstachtige stemming vereerd met een City Exclusive.
Komt storytelling inmiddels je neusgaten nog niet uit en heb je ‘ondanks alles’ op je vaste schijf daarboven nog wat ruimte voor een nieuw olfactorisch narratief uit die andere nieuwe wereld? Verdiep je dan in Goldfield & Banks. Alles klopt.
Dit zag ik op www voorbijkomen: ‘During his travels Dimitri came to appreciate some of the 24.000 native species of flora’. Best wel veel. Ik zou bij 24 al geen onderscheid meer kunnen maken. Deze dan wel weer: Australisch sandelhout (Tantalum spitacum) en boronia (Boronia megastigma). Dat is een struik, zie foto, waarvan de bloemetjes een zweem van roos verspreiden en die ‘downunder gay icon’ Kylie Minogue stopte in haar Sweet Darling (2007) samengesteld door de nu-hoofdneus van Guerlain, Thierry Wasser.
Want ik ruik een ruige, pittige, kruidige zeefrisheid – opgeroepen met citroen, ‘mos’ en salie – met daaronder een zoete, bloemige onderstroom – ik gok op geranium, maar misschien is het wel boronia – met op de bodem gezonken, ‘verzilt’ cederhout. Aangenaam, maar al zó vaak geroken en vraag me af of je deze geur eigenlijk wel als niche kunt classificeren. Eerder massniche. Doet me denken aan een van de uitgangspunten van Montale: naast de oudhs geuren produceren die ‘copycat’ ruiken naar favoriete toptieners maar dan alleen met hoogwaardiger ingrediënten.
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.
Zijn ‘afscheidsgeuren’ heten Endless Night. Kun je wel ‘een soort van’ symboliek in zien. Iets anders: ook naam van het voor mij beste boek van Agatha Christie. En nu dwalen we helemaal even af. The Queen of Crime had haar Endless Night (gepubliceerd 1967) gebaseerd op William Blake’s Auguries of Innocence (Voorwendsels van Onschuld) uit 1863 en had zijn dochter deze strofe uit het gedicht met een beetje/heel veel fantasie tijdens zijn begrafenis kunnen voordragen (tenminste als je de titel positief interpreteert).
Weet wel dat het geurduo ‘de superieure kwaliteiten van wereldwijd bekende parfumeurs combineert met de expertise van Coty – ‘s werelds nummer één in de parfumindustrie’. Stel je er je dit bij voor: ‘Vanaf de conceptontwikkeling werkten neuzen aan het combineren van langhoudende ingrediënten, met iedere stap de grenzen verleggend, maar zonder compromis aan de kwaliteit en sensualiteit’.

Ik ben herstellende van mijn Parijse parfumdriedaagse – zie vorige post. Ik vreesde even een fanatiek ‘I hate perfume’-belijder te worden, of op zijn minst mijn neus een retraite, een herstellingsperiode te gunnen. Maar zo waar, gisteren en vandaag een vriend (die de betere geuren op zijn juiste waarde weet te schatten) op bezoek en hem een aantal geuren laten ruiken en mijn abjectie verdween als sneeuw voor de zon. Dus vrolijk weer een, nee twee, geuren onder de loep genomen.
Interessant aan Subtile: je denkt met een oudh-geur vandoen te hebben gezien die typische ijle, medicinale houttoets die vanaf de opening door de hele compositie kringelt. Is iets wat nu zeer populair is en volgens mij op conto komt van de combi roos en patchoeli. Kan niet anders zeggen: mooi hoor, in de zin van: vind ik lekker.
