ROZENWATER-REVIVAL
NACHTELIJKE DAUW NA-PARELEND OP FRAGIELE, ZACHTROZE ROZEN
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 28/08/19
Neus: Michel Almairac
De roos, een van de meest geliefde ingrediënten in parfums. Alleen, vreemd genoeg, houden we over het algemeen niet van pure rozencreaties. Het schijnt zelfs zo te zijn dat een huis met een roos in de naam het moeilijker heeft om bevooroordeelde klanten – die denken dat ze alleen maar rozengeuren verkopen – aan zich te binden: Parfums de Rosine, Dear Rose.
De roos die we echt lekker vinden is meestal een boeket van luchtige bloemen ondersteund door roos. Bij Chloé is dat de magnolia. Die breekt als ware de zoetheid van ‘koningin van de tuin’ open, geeft haar lucht. ‘Best wel’ gewaagd dat de nieuwe variatie van Chloé’s Signature eigenlijk een en al roos is gebaseerd op een van de oudste toepassingen van de roos: als rozenwater. Een bijproduct dat vrijkomt bij de destillatie van de damascena- en centifoliaroos. Alleen met deze omschrijving doe je haar tekort. Het is het zachtste water denkbaar: zoet, rozig, fluwelig.
WAT L’EAU IK EIGENLIJK?
Alles draait om natuurlijkheid en frisheid. Je hebt niet veel verbeelding nodig bloeiende rozen bij dageraad te zien: de dauw van de nacht zie je nog na-parelen op de zachtroze, fragiele blaadjes. L’Eau benadert het klassieke rozenwater op een nieuwe manier door meer te focussen op de frisheid dan op de delicate zachtheid van de roos. Michel Almairac doet dat door een aquatoets toe te voegen – alsof fris rozenwater door je handen stroomt. In feite, alles wat Signature schenkt ervaar je, alleen meer ongedwongen.
Opvallend is dus de kenmerkende lychee-noot waarvan de zoetheid iets meer is aangezet en gevangen zit in een cocon van grapefruit. Het ‘geurgevoel’: een zomerse sorbet. De roos en magnolia spelen hetzelfde spel, alleen lichter.
Het totaaleffect: zoetige fluwelige fruitigheid in een aura van dauwdruppels met op de achtergrond een woody-musky-ambery basis. Verwar L’Eau (citrus floral) niet met L’Eau de Chloé (chypre floral) en Roses de Chloé (citrus floral met bergamot).
HER KIND OF L’EAU
Ik liet een goede vriendin – erg kieskeurig en sharp minded wat geuren betreft – blind een aantal samples ruiken van geplande introducties. Sample 1: ‘Wel lekker, maar niet mijn smaak’. Sample 2: ‘Next!’ Sample 3: ‘Het mooiste voor het laatste bewaard zeker. Ik herken iets, veel rozen, veel lucht, veel frisheid – lekker!’ Ik onthul de naam: L’Eau van Chloé. Zij: ‘Ik vermoedde al zoiets.’ Ik: ‘Wat is jouw favoriete geur eigenlijk, lately?’ Zij – lachend: ‘Chloé, die eerste met rozen.’ Ik: ‘Maar ik dacht je niet van rozen hield’. Zij: ‘Dat dacht ik ook, tot dat…’.
Ik: ‘Hoe heb je Chloé Signature ontdekt?’ ‘Oh, heet die zó? Bij een ander, op mijn werk. Ik moest een patient, die voor het eerst bij ons was, naar de tandarts begeleiden. Ik rook iets heerlijks. Iets zoets, iets bloemigs, iets dat naar goede zeep ruikt. Ik had daarna het gevoel of ik de geur zelf had opgespoten, ik rook hem constant. Toen ze bij me kwam voor het maken van een vervolgafspraak, vroeg ik het haar. En jouw ‘basisvraag’ altijd in gedachten houdend, vroeg ik hoe zij Signature had ontdekt – zij, grappig hè, ook weer bij een ander. Een familielid als ik me goed herinner.’
Ik: ‘Wat vind je zo lekker aan de geur?’ ‘Zul je misschien gek vinden, maar ik ben erachter gekomen, dat ik eigenlijk meer van geuren hou die naar een goed stuk rozenzeep ruiken, dan naar een echt parfum. Niet te opdringerig. Chloé heeft voor mij dat ook: ik ruik rozen, ik ruik zon, maar ook iets zachts en strelends. Telkens als ik de geur opdoe – heb onlangs een tweede, grotere flacon aangeschaft – word ik blij. Bij de eerste begon het glim-metaal trouwens wel erg te vlekken.’ Ik: ‘Dat heet dan een personalized vintage-effect.’ Zij: ‘Tuurlijk!’ Ik: ‘Ga je L’Eau gebruiken, denk je?’ Zij: ‘Spray nog eens… hmm, enorm fris, misschien voor erbij, maar dan moet ik hem wel voor mijn verjaardag krijgen.’



De naam doet me direct denken aan een geur die ik ‘altijd’ abusievelijk verkeerd schreef: het was dus niet Splendour, maar Splendor (1998) van Elizabeth Arden. Maar volgens mij is met ou de juiste schrijfwijze. Zou daarom deze ‘splendid’ Arden niet zijn aangeslagen?
Vervolgens: ‘De eerste noten geven onmiddellijk een mix van groene stengels, gele bloemen, koele lucht en warm licht vrij’. Dat ervaar ik dus niet: groen. Ook gelukkig niet een frisse opening. Je ziet direct in de bedoeling van de geur: een fluweelachtige sensatie van bloemen, een diffuus boeket opgeroepen met oranjebloesem (absoluut), sambacjasmijn en natuurlijk mimosa (absoluut) waar een warme wind voor luchtigheid zorgt (hedione).

Niemand is er niet echt naar op zoek, toch? Meer categorie toevalstreffer: het vinden van een klavertjevier. Maar, behoor je tot de gelukzaligen dan… wordt volgens Wikipedia ‘vooral door de zeldzaamheid, maar ook door de vorm – die doet denken aan een kruis – het vinden of het krijgen van een klavertjevier sinds de middeleeuwen beschouwd als een geluksbrenger’.
Een duidelijke noot van bergamot. Het pittige groen heeft overeenkomsten met basilicum met op de achtergrond een weeïge zoete noot – ik hou het op coumarine die in dit geval breed van spectrum is: van vers groen dat langzaam uitdroogt en hooi wordt. Ik vermoed ook een zweem van witte musk, want clean is de afronding zeker, maar blijft op de achtergrond doordat de peperige noten (met slierten van wierook) doorgetrokken worden naar de basis.
Dat vergroot altijd het mysterie. Althans men gaat er – nog steeds – vanuit dat veel mensen het interessant vinden. Én het is helemaal in sync met storytelling: dat tijdens het doorspitten door een nieuwe eigenaar van een parfumarchief van een lang geleden gesloten huis, hij stuit op niet eerder gebruikte formules.
Vooropgesteld: zou het door de tropische hitte van de afgelopen dagen komen dat 222 zo ingetogen maar toch zo rijk zijn nuances verspreidt? Fascinerend: het zoet-gestemde viooltje in de opening voorafgegaan door een ondefinieerbare kortstondige etherische, groene trilling.
Terwijl de kleding onder leiding van Alessandro Michele steeds gewoner, ‘rommelmarkt- en vintagewinkel-herkenbaar’ (maar niet bepaald goedkoper) wordt, zien we op geurengebied een tegenovergestelde ontwikkeling bij Gucci: crowd pleasers worden opgestuwd in de hogere vaart der volkeren: van masstige naar prestige.
Een misvatting van groen in geur: kan alleen worden opgeroepen met vers gemaaid gras, kruiden, stengels en bladeren. Maar er is een andere manier, gewoon door in het water te duiken met groene tonen vermengd met ingetogen citrustinten. Hoe doet Alberto Morillas het? Hij behandelt de gardenia alsof ze bloeit met groene in plaats van witte en crèmekleurige bloemblaadjes. Hij stelde zich een vroege zomerochtend voor, waar boomgaarden met rijp fruit bedekt zijn met dauw. De eerste indruk die je krijgt terwijl je Gorgeous Gardenia Emerald ruikt: sappige peer en koud aandoend watermeloen bedekt met de kleinste citroendruppels die zachtjes op de gardeniablaadjes vallen, waardoor ze groener worden.
Parfumnicht: zo werd/wordt wel eens man omschreven met overdreven aandacht voor geuren. Dit compliment is mij nog nooit toegeworpen – althans niet in mijn aanwezigheid. Wel werd ik een keer voor bokkenpoot ‘uitgescholden’ toen ik stond te wachten op de tram met een doos vol boodschappen.
Op zijn site lees ik over het idee achter Gay, en kan er geen touw aan vastknopen. Als ik het goed heb begrepen is Pregoni ook schrijver en is de geur genoemd naar zijn boek Il Vangelo secondo Gay. Ofwel, Het Evangelie volgens Gay. En dat is volgens hem ‘de meest schokkende waarheid in de geschiedenis’ en ‘zeker een klein meesterwerk met antropologische en fantasierijke implicaties, dat het verhaal in ons dagelijks leven doet zinken, de wijdverspreide gedeelde moraliteit omkeert, maar ons het zeldzame voorrecht toekent om te denken met ons hoofd’. Tuurlijk, en ook zo fijn: ik zit dus helemaal op het verkeerde spoor.
WAT GAY IK EIGENLIJK?
En toen was het zomer en dus tijd voor lekker, knetterend vermaak. Voor mij is dat dan eau de cologne of een iets in die richting. En zo kwam ik uit op de geur waarover ik al regelmatig heb gesproken tijdens parfumpraatjes met
Anyway, met Neroli Animalis heb je een eau de cologne in eau de parfum-concentratie. Op de site van Maison Encens wordt de geur omschreven als een ‘clair obscure’. Ofwel, spelend met licht en donker.
Ik loop al een tijdje rond met Rose Ishtar op mijn beide polsen. Conclusie: hoewel ik zelden roosgeuren draag voor het persoonlijk genot, word ik hier heel erg blij van. De reden: de geur koppelt uitgesproken natuurlijkheid – je ruikt heel veel zoete roos – aan comfortabele draagbaarheid. Het is niche, vol, gelaagd én toch toegankelijk in de zin van: de gemiddelde ketenparfumerieklant zal er niet van achterover slaan.
Als deze fruitige frisheid is afgezwakt zet de roos haar spoor voort, gewoon puur zoals ze is: zoet, bloemig, licht gezuurd om geleidelijk warmer-houtiger te worden. Dus een prachtige balans tussen sandelhout en patchoeli.