Flankers en variaties op thema: ben er niet echt dol op, maar er zijn een paar waarvoor ik een uitzondering maak. Zoals die op van Muglers Alien vanwege vaak de overdosering van bepaalde ingrediënten. Zoals die op van Calvin Kleins Ck One Summer vanwege de fun-factor. En natuurlijk op die van Shalimar vanwege… ik ‘haat’ het woord in combinatie met parfum, maar het kan niet anders, door de dialoog die het aangaat met de ‘oerpartituur’. Is Shalimar je favoriet, dan heb je – als ik historisch goed zit – sinds 2003 jaarlijks op zijn minst één flanker ter vergelijk en misschien wel genoeg aan je ‘parfumbehoefte’.
Shalimar kun je olfactorisch echt alle kanten van de aarde op sturen, mengen met wat voor een additionele ingrediënten dan ook, altijd blijf je toch, noblesse oblige, iets of heel veel ruiken – een echo, een spiegelbeeld, een verdieping. – van het parfum dat sinds de lancering in 1925 wordt gezien als dé standaard van het oriëntaalse parfum.
Moet gezegd: daaraan ben ik wel gaan twijfelen – de standaard dus – toen ik vorig jaar in de Osmothèque in Versailles (waar alle originele formules van de klassiekers van het moderne parfum liggen opgeslagen) mocht ruiken aan Émeraude van Coty uit 1921. Holy cow, what smell I now! Alsof je een variatie/flanker ruikt van – inderdaad – Shalimar.
WAT SHALIMAR SOUFFLE D’ORANGER IK EIGENLIJK?
Op de www.guerlain.com lees ik datShalimar Souffle d’Oranger een hommage is aan de oranjebloesem, een van de meest ‘klassieke’ parfumingrediënten die sinds een jaar of tien een revival beleefd met name in de masstige- en nichesector. Maar dan vooral bloemig scherp-fris en clean in samenwerking met (veel) witte musk.
Shalimar Souffle d’Oranger zou ik een spiegelbeeld willen noemen doordat de hoofdversierder van het origineel – vanille – tegenover de oranjebloesem wordt verplaatst. Met andere woorden: zoals in het origineel de vanille de overige ingrediënten laat sublimeren, prikkelt hier de ‘andere’ oranjebloesem: zonnig, klaterend, fris, bloemig zónder witte musk.
Nu kun je niet stellen: vanille + oranjebloesem = Shalimar Souffle d’Oranger. Ik bedoel, meng pure oranjebloesem met pure vanille dan heb je nog niet deze nieuwe variatie. Daarvoor gebeurt er te veel op de achtergrond. Wat dat is? Na eerst een duidelijk te herkennen vriendelijke kick van mandarijn en bergamot, gebruikt Thierry Wasser vervolgens alles wat je uit de bittere sinaasappel kunt destilleren/persen. Dus naast de verfrissing van oranjebloesem, zorgt de petitgrain voor een groenige, houtachtige frisheid en de neroli voor een licht sensuele schittering.
Of was het nu andersom? Altijd moeilijk om deze drie ‘geuren’- oranjebloesem, neroli, petitgrain – van elkaar te onderscheiden als ze samen optreden – het is de mix die deze geschakeerde zonnige frisheid garandeert. En door dit alles heen ruik je voor mijn gevoel Shalimar – de bloemen (inclusief iris) en de harsen die de vanille intenser, kruidiger en zo herkenbaar Shalimar maken. Maar wel heel lichtjes en subtiel.
Let op: in Nederland alleen ‘live’ te koop bij de Bijenkorf (vanaf 6 mei).
Waarschuwing vooraf: ik begin negatief, maar eindig heel positief… je niest even, en weer is er een nieuwe geur van een huis. Of een variatie. Zag ik net voorbijkomen: La Vie Est Belle en Rose – volgens mij de zevende variatie tot nu toe. Lancôme zal er blij mee zijn, maar soms heb ik het helemaal gehad met een geur, met een ‘gezicht’. Julia Roberts… die blijft maar lachen, lachen en lachen. Klap op de smoel kan ze krijgen – met die über-witte tanden, met die gladgestreken ‘oneffenheden’ zoals rimpel-tje-s vaak eufemistisch (niet verwarren met feministisch) worden getypeerd. Met dat ‘break the chain’-sprookje waarin zij als prinses figureert.
Tis natuurlijk niet persoonlijk bedoeld, meer dat ik behoorlijk famous faces fatigue ben. Leidt de aandacht zo af waar het omgaat en je onderscheidt je er echt niet meer mee. Is sò last century, de toekomst ligt volgens mij in de illustratie, aan beelden die de fantasie prikkelen. Iets waar ‘vintage’ Lancôme in excelleerde.
Iets anders: La Vie est belle, ruik je dus werkelijk overal! Op straat. Bij bezoek (de vrouw van mijn timmerman). In het theater (onlangs de vrouw voor mij in Carré). En potjandorie parfumstory, staat het ook te pronken in de nieuwe badkamer van mijn schoonmoeder. En laten we het niet vergeten in de supermarkt: Coöp verkoopt het als copycat-geur 1 in de serie Perfume by Numbers, Lidl verkocht het onlangs als Aura en Rose. Volgens een vriendin die La Vie est belle als haar nieuwe klassieker beschouwt is de laatste eigenlijk niet van echt te onderscheiden.
Vond ik de La Vie est belle-flacon al mooi, dat gaat helemaal op voor de gefacetteerde, ‘uitgerekte’ versie van La Vie est belle L’Éclat L’Eau de Toilette. Zet je die in de zon dan begint die door uitgeslepen ‘hoekjes’ te schitteren, het licht te reflecteren. Heb je direct de naam verklaart: L’Éclat betekent ‘de schittering’, en ook ‘de uitbarsting’.
WAT LA VIE EST BELLE L’ÉCLAT L’EAU DE TOILETTE IK EIGENLIJK?
Schittering slaat voor mij op hoe de bloemen zich gedragen, uitbarsting over de levendigheid van het geheel. Het cosmeticahuis aan het woord: ‘Na L’Éclat L’Eau de Parfum schrijft Lancôme het tweede hoofdstuk van zijn zoektocht naar stralende levensvreugde’ met deze eau de toilette-versie. Dit klopt: de geur begint met een ‘explosie van pittige en zeste-achtige hesperidentoetsen van mandarijn, grapefruit en bergamot’.
De laatste springt er voor mij uit en de fris-zoete bloemigheid daarvan loopt naadloos over in het hart. Dé klassieke bloemencombinatie roos en jasmijn (zoet en helder) krijgen een frisse, sprankelende injectie van oranjebloesem en neroli. Beide stammen van dezelfde boom (bittere sinaasappel), zij het dat neroli wat zoeter, groener en intenser is. Samen zorgen ze voor de ‘éclat’, de schittering. Beeld: de zon die door bitter sinaasappelbloesems schijnen bij het krieken van de dag.
Het meest elegante is voor mij de afronding. Bij zoveel geuren eindigt die plat met wat (lees: veel) witte musk en dito houtsoorten. In La Vie Est Belle L’Éclat L’Eau de Toilette ontvouwt zich een nog een ‘tweede’ geur als het ware. De iris speelt hier de hoofdrol – het lijkt wel irisboter – lekker vol, smeuïg in a way maar toch poederig. Die garandeert dat de ook zo vaak in de basis ‘plat’ gebruikte ambroxan en patchoeli een niche-achtig component krijgt. En er gebeurt nog iets wonderlijks: in de nasleep ontvouwt zich de met vanille besprenkelde witte musk rijker en gelaagder dan verwacht. Lijkt wel ingekapseld met amandel- en heliotrooppoeder met een gourmandsensatie als effect. Ik had dit niet verwacht.
Terzijde de geur werd me toegestuurd als inzending voor de DBA 2018, de Dutch Beauty Award (opvolger van de Astir) waarvan ik jurylid ben.
OLFACTORISCHE ANSICHTKAARTEN MET OPGEWEKTE STIJLOEFENINGEN
INGEFLUISTERD DOOR EEN VLUCHTIG MAAR STEEDS GELUKKIG MOMENT
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 09/04/19
Neus: Thierry Wasser, Delphine Jelk
‘Geurengoeroe, waar zie je elk jaar naar uit wat nouveautés betreft?’ ‘Dat is al járen hetzelfde: de nieuwe Aqua Allegoria’s. Hoeveel zijn het, volgen ze een trend, gaat er een wellicht een trend zetten, welke is eenmalig, welke blijft in het assortiment en welke ingrediënten spelen de hoofdrol – altijd weer benieuwd’. Ik tref het dit seizoen: een trio van – ik citeer het persbericht – ‘opgewekte stijloefeningen waarin zowel de geur als de frisheid blijven duren’. Leuk omschreven.
Hoe ontstaan ze? Thierry Wasser: ‘Ik ben een parfumeur-reiziger, ik houd ervan nieuwe horizonten te ontdekken. De wereld is mijn bron van grondstoffen, een speelplein dat grenzeloos is. Australië, Azië, de Caraïben… alle momenten en ontmoetingen kunnen me inspireren. Door een associatie van ideeën ontstaan mijn postkaartgeuren’. Terzijde: zou Wasser last hebben van ‘vliegschaamte’, is hij door zijn globetrottende verkenningstochten en ‘zijn zoektocht naar de beste ingrediënten’ zich bewust van zijn ecologische footprint? Vragen die je tegenwoordig toch mag stellen, gezien Guerlains betrokkenheid bij het beschermen van de natuur – neem alleen hun recent gestarte lovenswaardige Bee Respect-project.
Het volgende moet je natuurlijk met een korrel zout nemen, want zoals bekend ‘worden de grondstoffen die hier of aan het andere eind van de wereld op een mooie dag in de natuur, een weelderige tuin, een bos of op een strand geplukt werden door de parfumeurs van het huis veredeld’, niet ‘lokaal’ verwerkt. Je hoeft hiervoor ‘tegenwoordigs’ dus niet de hele wereld rond te vliegen – ingrediënten bestel je ook gewoon op internet voor je parfumlaboratorium of -atelier.
Wat ik het nieuwe Aqua Allegoria-trio níet vindt: ‘Geursprookjes die de betoverende collectie verrijken’. Wél: composities die op elegante en toegankelijke wijze aantonen hoe ingrediënten met elkaar kunnen harmoniëren en je daardoor op in een prettige stemming brengen.
Ik heb het al eerder vermeld: ik vind het jammer dat Aqua Allegoria in de loop der jaren van genderneutraal steeds ‘vrouwvriendelijker’ is geworden. Wat nog eens werd versterkt doordat alle klassieke versies in het assortiment – zoals Herba Fresca en Pamplelune; nog steeds mijn favorieten – zijn ‘herschreven’ en dus meer poederig en (white) musky zijn geworden.
Juist deze (nu ontbrekende) geraffineerde ruigheid maakte ze ook ‘pour lui’ vanzelfsprekend. Met het gevolg (dacht dat ik het nooit zou doen) dat ik onlangs op eBay een vintage Herba Fresca heb gekocht. In vergelijk met de nieuwe versie net wat scherper, groener en aardser.
Over naar de orde van de dag: ‘Aqua Allegoria is een allegorie van de natuur, een jubelend avontuur, verwijzend naar het Italiaanse allegra, dat staat voor lichtheid en levensvreugde. Elke geur vertelt een opgewekt verhaal, met humor neergeschreven om een aanstekelijke glimlach te veroorzaken. Elke samenstelling is amusant, licht, gemakkelijk om te geven en te delen. Aqua Allegoria heeft de veelzijdig een universele geest van een eau fraîche, maar de geur blijft langer hangen’. We sluiten af met: ‘Elke Aqua Allegoria is een interpretatie, een geesteskind, zonder a priori’s en zonder grenzen, ingefluisterd door een vluchtig maar steeds gelukkig moment’.
WAT AQUA ALLEGORIA 2019 IK EIGENLIJK?
De meest geraffineerde: Ginger Piccante, omschreven als een ‘zalige geraffineerde citroenachtige hesperidengeur’. De gember is vooral de eerste seconden prikkelend op het randje van niezen en inderdaad pikant, rustig achternagezeten door bergamot en citroen. Deze twee zijn doorboord zijn met peper – ervoor zorgend dat de prikkel van de gembernoot wordt voortgezet en zelfs doorgezet naar het hart, waardoor de zacht-zoete ruikende roos die hierin bloeit ook iets scherps heeft.
Wat ik prettig vind: de afdaling wordt niet ingezet met witte musk, maar met cederhout. Strak en zonnig en de prikkeling van opening en hart met zich meedragend. Pas later komt de witte musk zijn aandeel opeisen, en dan ook echt opeist. Maar dat geldt tegenwoordig voor zoveel geuren.
Guerlain omschrijft de hoofdgedachte als ‘gesublimeerde gemberbloesem uit Azië die een exquis en opmerkelijk parfum uitademt – ergens tussen verse en gekonfijte gember en roos’. Voor mij is Ginger Piccante het meest ‘good old’ Guerlain omdat je top, hart en basis goed ervaart en hierdoor heen toch een extra laag waarneemt die de geur een soort van diepte verleent.
De meest trendy: Coconut Fizz. De stijloefening: ‘Een aanlokkelijke postkaart van een strand aan de andere kant van de wereld’. Het olfactorisch idee: kokos die ronddrijft in een exotische lagune, in een zacht golven voortbrengende tropische zee. Een echte marketinggeur by the way, alsof iemand van de marketingafdeling tegen de neuzen heeft gezegd: ‘Kunnen we een antwoord geven op de nog steeds very popular Bronze Godess-geuren van Estée Lauder, please, please, please?’
Het nadeel van kokos: tis me nogal een aanstuurder, voor je het weet neemt die de rest over. Voor mijn gevoel slaat de kokos in Coconut Fizz de citrusnoten plat, want die lijkt direct te linken met het zachte sandelhout in de basis. Beide zijn melkachtig dus fuseren makkelijk. En dan is er ook nog de tonkaboon die voor nog meer zachtheid zorgt. Maar dat is de eerste indruk, zit deze Aqua Allegoria langer op de huid dan neem je de citrus- en waternoten en ‘waterbloemen’ duidelijker waar, waaronder ik ook de fresia voor het gemak maar schaar.
Thierry Wasser zegt: ‘Het cliché van het exotische strand bij de Indische Oceaan in een flacon. Met dit one way ticket waan je je op een wit strand omgeven door kokospalmen met zicht op een turkooisblauwe zee’. Cliché, wat u zegt. En dat geldt ook voor de geur – had voor mij meer ‘good old’ Guerlain gemogen. Te weinig onderscheidend.
Ook dit vind ik niet goed getroffen: ‘De kokos die Guerlain selecteert is noch crème, noch melk. Het is een eau met een eerder smakelijke dan dan zalige frisheid. Versterkt door de frisheid van bloemen en citrusvruchten is de geur een ode aan de lichtheid, een eindeloos dorstlessende bries’. Want om laatste te bereiken, raad ik aan Coconut Fizz te mengen met Eau de Guerlain (1974) of Cologne du Parfumeur (2010).
De meest commerciële, de meest makkelijke: Flora Cherrysia. Thierry Wasser: ‘De inspiratie voor deze postkaart-geur haalde ik uit Japan inspiratie op het moment van de Sakura – het ontluiken van de kersenbloesems in maart inspireerde ons tot een vluchtige bloemengeur die reikt naar de hemel en delicaat gestreeld wordt door de wind. Het is poëtisch, alsof het beeld van de kersenbloesem delicaat flou pastelkleurig is, als een aquarel’.
Zal wel, maar is natuurlijk in feite een herhalingsoefening. In die zin van: Guerlain hip & happening in the new millennium, heeft al een geschiedenis met de kersenbloesem – de inspiratiebron voor Flora Cherrysia. De eerste verscheen in 1999/2000 meer als tussendoortje want als taxfree-geur. Sloeg enorm aan en sindsdien verschenen er variaties met ontzettend originele namen: Crazy Cherry Blossom (2003), Glittering Cherry Blossom (2004), Shiny Cherry Blossom (2005), Lovely Cherry Blossom Gold Sparkles (2006), Cherry Blossom Delight (2007). En ondertussen nog het extract (jaartal onbekend) en een Aqua Allegoria-versie (2009).
Nu kun je ‘ter verdediging’ aanvoeren dat Wasser voor geen van deze geuren heeft getekend. Maar tijdens zijn aantreden als nieuwe hoofdneus zal Jean-Paul Guerlain hem toch op deze succesnummers hebben gewezen, dunkt me. Hoe het ook moge zijn, Flora Cherrysia is aangenaam als je houdt van roze, licht rood fruit angehauchte geuren. Abstracte bloemnoten (denk roos, bloesemachtige nuances) worden ondergedompeld in een bad van bergamot, watermeloen (ook rood) en nashi-peer die samen een onbekommerd en vooral fris gevoel oproepen.
Typisch Guerlain in deze is de toevoeging van viooltje, die het fris-zure effect van het geheel versterkt. Vanzelfsprekend uitgeleide gedaan door witte musk ondersteund door hout.
Heftige ontwikkelingen bij Calvin Klein, tenminste als je mode-minded bent. Niet dat het ertoe doet, maar ik heb voorspeld dat, moet je nagaan, ik kan nu al niet meer op zijn naam komen, het niet zou lang uithouden als creative director bij Calvin Klein (en daarvoor niet bij Christian Dior).
Waarom? Nou, hoe heet die ook al weer, die moeilijk kijkende Belg… ah, ik weet het weer Ralph Simons, keek met een te artistiekerige blik naar Calvin Klein (en Dior) en vergat ondertussen dat kleding gewoon kleding is die je niet moet stylen met vrijblijvende politieke (correcte) oproepen op de catwalk. Doet het goed op Instagram en in de glossy’s, maar merk je hopelijk niet als je het draagt – politieke boodschappen schuren nogal.
Simons‘ ongemak zag je ook terug in zijn bemoeienis met Women (2018). De geur lag al op de plank toen hij werd binnengehaald en werd onder zijn visie een te conceptueel concept dat het begaf onder zijn eigen artistieke, maatschappelijke en sociale contextuele overgewicht. I said it before and I will say it again: parfum is parfun gemaakt om van te genieten, niet om politieke bewustwording te creëren. Ben je het ergens niet mee eens als ontwerper-kunstenaar: er zijn andere platforms. En er is ook nog zoiets als gewoon de straat opgaan.
Gelukkig is de summer edition van Ck One gevrijwaard gebleven van deze moeilijkdoenerij en aanstellerij. En ziet er ook nog leuk uit dit! Want – aldus het persbericht – ‘on the verge of being overcome by a crashing wave of freshness’, vloeien in Ck One Summer 2019 de stromen van de Blue Lagoon en de Siberische Zee ineen met rondspetterende theeblaadjes voor een ‘eco-groen’-effect.
WAT CK ONE SUMMER 2019 IK EIGENLIJK?
Gewoon waar: een van de leukste opdrachten die een neus kan krijgen, is het ontwikkelen van een Ck One Summer. Want hij/zij weet dat alle regels en wetten opzijgezet kunnen worden, omdat verrassing en originaliteit key ingredients zijn. En frisheid natuurlijk. Welke summer je ook neemt, ze vallen stuk voor stuk op door smaken en sensaties die je frisheid telkens anders laat ervaren.
Even ter herinnering: Ck One zette in 1994 (toen nog geschreven als cK One) de wereld op zijn kop. Voor het eerst een geur voor een groep die nog niet echt serieus in de parfumerie werd genomen en die later bekend zou worden onder de naam millennials. Met ‘off Broadway’-verwachtingen over het leven en de manier waarop ze tegen de maatschappij aankijken, zo dacht Calvin Klein, wouden deze jongeren ook op een alternatieve manier van geur genieten. Ontspannen, zonder Grote Woorden en, als het even kan, niet denken in sekse stereotypen. Ck One is een van grootste successen ooit, doet het nog steeds goed de zomeredities niet meegerekend.
Een ander aspect van Ck One Summer: de presentatie. Elke editie krijgt flacon en verpakking een speciale behandeling, die de boodschap van de limited edition een extra dimensie verleent. Dit jaar wordt de flacon ‘ondergedompeld’ in een ‘Roy Lichtenstein’-wave – ja, inderdaad die beroemde popart-kunstentaar uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook arty-farty maar fun en vanzelfsprekend gepresenteerd zonder diepliggende gedachten.
Geldt ook voor de geur. Kernwoorden: fris, eco-groen, zilt, hout. Hoe gaat dat in zijn werk? Eerst borrelen duizenden heilzame waterdruppels van de Blue Lagoon in IJsland naar boven met in hun kielzog de aangename blaadjes van Chinese matcha-thee – ‘slightly sweet with a nutural and vegetal smell’. Nu gezien – hoe hip – als super food (foto). Gevolgd door de ijskoude zilte golven van de Siberische zee met verdwaald drijfhout.
Klinkt goed, ruikt goed. Alleen had het voor mij wel wat heftiger gemogen. De Ck One Summer-fan is inmiddels heel wat gewend. Dus méér de sensatie van krachtige zeegolven die de zomer kunnen veraangenamen. Dus meer calone (watermolecuul), meer zout en daarnaast meer hout, meer thee.
Wat je eigenlijk ervaart is een ziltig-groene geur met houtaccent in eau de cologne-concentraat. Maar dat past dan wel weer in een nieuwe trend: millennials schijnen geuren te prefereren die zich onder het eau de parfum-niveau bevinden. Er bestaat trouwens een link met de originele Ck One – hierin werd groene thee als parfumingrediënt voor het eerst aan deze nieuwe generatie gepresenteerd.
VERBONDEN IN DE OPENING VOOR TWEE MAKKELIJKE MUGLERS
Jaar van lancering: 2019
Laatst aangepast: 29/03/19
Moet je maar net weten, want in de reguliere parfumerie vind je ze niet echt – ook niet bij http://www.sephora.com: de oud- en muskvariatie van Alien (2004). Vooral de eerste, ik wist van zijn bestaan, Alien Oud Masjestueux (2015), tickles my fancy. De site van Mugler ‘himself’ verwijst je naar een retail location. Doen we… In plaats van Gees (Drenthe) tik ik voor het gemak Amsterdam in.
Het antwoord: your search returned no results. Parfumpech onderweg. De die hard-Muglerfan zal ze zeker weten te vinden, maar jammer voor de reguliere Mulger-liefhebber; zou een leuke manier zijn om de gemiddelde consument kennis te laten maken met oud. Anders blijft het voorbehouden aan Rutte’s ‘witte wijn drinkende grachtengordelelite’.
Waarom vermeld ik dit allemaal? Vraag ik mezelf ook af, maar na wat langer te hebben nagedacht, kwam ik erachter. Het assortiment van Mugler is exemplarisch voor de huidige stand van zaken in de parfumwereld. Op alle fronten inzetten met als achterliggende gedachte: de aandacht voor de bestverkopende geuren vasthouden. Toch? Naast bovenstaande vermelde edities, heeft Mugler ook nog een tweede nichelijn, Les Exceptions (negen stuks inmiddels), en – kwam ik en passant achter – presenteerde ‘hij’ onlangs vier variaties op zijn Cologne uit 2001 (de enige cologne waarin voor mij witte musk op een volstrekt logische manier wordt verwerkt in de 2.0-versie van de klassieke eau de cologne).
Totaal: 2 + 9+ 4 = 15 Muglers waarvoor je ‘best wel’ moeite moet doen om die live ‘ergens’ te kunnen ruiken/kopen. In de reguliere ketenparfumerie worden naast Aura (2017) alleen Angel (1992) en Alien (2004) en alle variaties daarop aangeboden.
Het idee achter deze twee zomerse interpretaties: ‘In de Alien-woestijn vullen duinen zich met een glanzende, okerkleurige gloed – een haast oneindige horizon. In deze zee van zand wordt een bovennatuurlijke lichtstraal weerkaatst: het punt waar de zon en de maan samenkomen – dag en nacht versmelten met elkaar, er verschijnt een adembenemende eclips. Alien, parfum van het licht, laaft zich aan de eenwording van deze tegenpolen en onthult twee heerlijke geuren die, samen en ‘solo’, het spel van een betoverend contrast van warm en koud belichamen’.
WAT ALIEN FUSION IK EIGENLIJK?
Volgens mij is het eerder gebeurd, ken alleen de merken niet meer uit mijn hoofd: dat voor een vrouwelijke en mannelijke versie dezelfde ingrediënten worden gebruikt (maar alleen dan in andere verhoudingen). Bij Alien Fusion – vandaar de naam – ervaar je dat in de opening: gember en kaneel. Het bedoelde effect: een inslaande bliksem. Beetje overdreven, maar fris-pittig met zoet ondertoontje is het wel. Ruik je goed, alleen grappiger wijs, is de uitwerking in beide gevallen iets anders. Komt volgens mij door het hart dat erop volgt. In Alien Man Fusion (gemaakt door Jean-Christophe Hérault) ruikt het iets frisser, citrusachtiger.
Dan het verschil: Alien Fusion (gemaakt door Fanny Bal en Dominique Ropion) voor de vrouw is niet te vergelijken met de originele partituur gezien de jasmijn heeft plaatsgemaakt voor oranjebloesem en tuberoos. Je ruikt vooral de eerste heel goed, waarvan de bloemigheid wordt benadrukt zonder echt sensueel te worden, geldt ook voor de tuberoos. Het is allemaal erg gedoseerd, transparant en clean.
Wat ook opvalt, iets wat voor steeds meer geuren geldt: het hart van de compositie doet er steeds minder toe. Wat speelt is de opening die in harde sprint naar de basis rent, ondertussen wat bloemige sensaties meenemend. Wat Alien Fusion betreft – de ‘witte’ amber en vanille lijken eerst te fuseren met de openingsnoten voor ze een eigen leven gaan leiden. Wat voor geldt Alien Fusion, gaat ook op voor Alien Man Fusion: de eenvoud. Kun je positief en negatief interpreteren: ik bungel maar wat tussenbeide.
Ik verwacht meer van Mugler in de ketenparfumerie, zeker gezien ‘zijn’ bovengenoemde werk in het nichedepartement. Het is braaf, wel erg crowd pleasing. En ook bij Alien Man Fusion: kop en staart sturen de geur. De ‘gekaneelde’ gember gaat via een kortstondige weg versierd met bloemige nuances snel op in de (ingehouden) leernoot met warme, zalvende ondertoon. Ik herken osmanthus meestal direct als die in een geur zit verwerkt, hier pik ik haar de niet echt uit. Als het goed is ruik je ook ‘overdadig’ gerookt beukenhout en groene (dus ongebrande) koffie. Alleen overdadig kan ik het niet noemen en ook niet echt beuk. Wel hout, zacht hout. En daarnaast kan ik de me geur van ongebrande koffie niet echt voor de geest halen.
En wat ik voor mijn gevoel wel ruik, wordt niet vermeld: In Alien Fusion witte musk, in Alien Man Fusion een Iso e Super-achtige noot. Ofwel, synthetisch ambergris gelayerd met dito sandelhout. Maar dat laatste kan ook misschien het beukenhout zijn.
Het is een geliefd thema in de parfumerie, en daardoor bijna cliché. En inmiddels in het licht van @metoo ook rolbevestigend als je er dieper over nadenkt – kristallen plafond en dergelijke: de veronderstelde verkennings- en ontdekkingsdrift van de man.
Zowel letterlijk als symbolisch wat naam betreft wordt deze imaginaire reis meestal verbeeldt. Uit mijn hoofd: Voyageur van Patou, Globe van Rochas, Fahrenheit van Dior. Even opgezocht: Horizon van Guy Laroche, Nomade van d’Orsay, Nomad van Crabtree & Evelyn, Adventure van Gant, Adventure van Davidoff. Ga zo maar door. Chloé’s Nomadetoont aan dat op emancipatoir (parfum)gebied en kristallen muur (noem het emancipatie over dwars) er langzaam een andere (marketing)wind aan het waaien is.
Laten we de psychische en fysieke kant niet vergeten: hoeveel geuren verbeelden niet een innerlijke reis. Hugo Boss heeft er met zijn mannengeuren patent op zo lijkt het wel. Vaak zo cliché dat het aan het absurde grenst – waarvan ook de nieuwste Bottled Infinite getuigt. Helemaal doorgeslagen: zowel qua over-acting van de ambassadeur als verfilming: Sauvagevan Dior.
Toen ik deze door de importeur opgestuurde geur uitpakte, dacht ik: ‘Wat vreemd dat deze naam niet eerder is gebruikt, zo voor de hand liggend’. Toch even www-en: ik kwam alleen Explore tegen. Een productie van In Style Perfume, een als een smell-a-like van J’adore (flacon lijkt er in ieder geval op en de naam ‘rijmt ernaar’).
Montblanc ziet de ontdekkingsreiziger/explorer zo: ‘Hij kent geen grenzen tijdens zijn avonturen. Staat hij op de top van een berg, dan denkt hij al aan de volgende uitdaging’. En zo: ‘Een ode aan avontuur en het ontdekken van de wereld’.
Nu komt een stukje storytelling die ik grappig vind: ‘Dankzij de iconische vulpen van Montblanc – die nooit lekt hoe diep deze ook in een backpack verstopt zit – is het merk favoriet onder reizigers’. Laatste betwijfel ik gezien het alsmaar groeiende aantal (inclusief vliegschaamte-toeristen) én gezien het feit dat de meeste ‘ontdekkingsreizigers’ met de smartphone contact houden met het thuisfront. Brieven worden nauwelijks meer geschreven: ik schrijf eigenlijk alleen nog maar mijn handtekening.
Mooi is het feit dat Montblanc nadrukkelijk de herkomst van de hoofdingrediënten vermeld. De parfumindustrie was volgens mij een van de eerste industrieën die zich drukt maakte om zo weinig mogelijk footprints achter te laten tijdens de ontwikkeling van geuren – waarvan de synthetische ingrediënten getuigen. Daarnaast is het ze er alles aan gelegen om de verbouw van natuurlijke grondstoffen te waarborgen gezien het oprukkende urbanisme in ‘exotische oorden’.
Explorer is gemaakt door parfumgrondstoffen-producent Givaudan die met zijn Sourcing for Shared Value-programma nog een stap verder gaat in deze ontwikkeling. Givaudan heeft ingrediënten geïdentificeerd die essentieel voor parfums zijn en ondersteunt in deze lokale producenten (van bijvoorbeeld vetiver en patchoeli) wat betreft duurzaamheid en ethiek.
En deze ethische kijk gaat verder dan je denkt: zoals in dit geval de bouw van drie bibliotheken voor schoolkinderen in de regio’s Buton en Katoi op het eiland Sulawesi. Deze betrokkenheid sluit naadloos aan bij de filosofie van Explorer, inhoudende dat ‘reizen hand in hand gaat het verlangen om van de wereld een betere plek maken’ door – in dit geval – ‘een betere toekomst te creëren voor de lokale bevolking’. Ik juich het zeer toe, overweeg zelfs om mijn volgende verwegvakantie in het teken hiervan te laten staan door dergelijke sourcing-programma’s te bezoeken.
WAT EXPLORER IK EIGENLIJK?
Explorer wordt gepresenteerd als een olfactorische reis. Wil je die persoonlijk afleggen, dan stel ik voor dat je een sabbatical inplant. Want je bent dan wel even onderweg: Italië, Duitsland, Zuid-Afrika, Indonesië en Haïti. Maar wees niet ongerust: je neemt een herinnering mee naar huis die eigenlijk niet ver weg is verwijderd van de klassieke mannengeur. Grappig om te zien hoe conservatief – tegen wil en dank – parfumeurs zijn. Het palet is ondanks alle innovatief beperkt. En dat vindt de gemiddelde man volgens mij helemaal niet erg. Die wil gewoon lekker ruiken.
Doe je met Explorer. Eerst naar Italië voor de bergamot. Om precies te zijn: voor de OrPur-variatie. Een door Givaudan bewerkte bergamot omschreven als een ‘ontploffing van bloemige, groene en intens frisse noten’. Dat laatste komt volgens mij door toevoeging van een waternoot die je in a way door de hele geur heen blijft ruiken. Extra groen wordt de bergamot gemaakt door salie – alleen te ruiken als je heel, heel goed door ruikt.
De moderne toets ruik je ‘iets verder’, niet in Duitsland maar in Zwitserland waar het hoofdkantoor van Givaudan zit en waar in het laboratorium pomarose werd ontwikkeld. Een ‘kruising’ tussen appel en roos (vandaar de naam) versterkt met fruitige nuances van gedroogde pruim en rozijn en die bijvoorbeeld zo goed te detecteren is in Paco Rabanna’s 1 Millionen laten we het niet vergeten in Montblancs Legend. En dan gaan we de oceaan voor de basis: een klassiek-mannelijke mix van vetiver, patchoeli, sandelhout en akigala-hout ondersteund door leer en grijze amber (ambrofix).
Mooi maar glad, in plaats van donker en aards. En dat komt omdat de natuurlijke vetiver (ook OrPur genoemd en afkomstig uit Haïti) en patchoeli (van Sulawesi waar een nieuwe variatie werd ontdekt…) zijn aangelengd met een synthetische variant van sandelhout en patchoeli – laatste ook wel akigala-hout genoemd. Een cleane houttoets zonder de kenmerkende kamferachtige noten eigen aan patchoeli. Eindeffect: een stoere natuurlijke houtgeur die geleidelijk aan zachter en schoner wordt.
Wat ik wel opvallend vind: merken als Montblanc (en Dunhill) gaan vaak creatiever en doel-groep-gerichter om met geur, met name de laatste jaren, dan de grote jongens boven hun: Dior, Saint Laurent, Hugo Boss, Giorgio Armani, Chanel en noem maar op. Explorer is een goed concept, duidelijke taal in duidelijk beelden, zonder aanstellerig en hysterisch te worden en zonder te verdrinken in hun eigen ambities en te verdwijnen achter hun enorme promotiecampagnes.
Tenminste… als je de promovideo van Explorer níet bekijkt. Die stelt dit beeld wel bij. Want dat is op de een of andere manier drama en kitsch met tranen. Lijkt wel een trailer van een nieuwe film over hoe een knappe hipster-baardsoldaat met woest-aantrekkelijke rimpels de gruwelen van de oorlog doorstaat… hij schrijft het allemaal op voor het thuisfront met een… Montblanc-pen. Er is goddank een sprankje hoop in de vorm van een aangekondigde zwangerschap opgeroepen met een kloppend hart die de maat van de (te) sfeervolle muziek bepaalt. Niet wat ik associeer met het plezier dat je aan geur kunt beleven.
EEN JAARTAL, EEN PRIJS (DIE BIJNA IEDEREEN IN DE BUSISNESS KRIJGT)
HAUTE COUTURE, PRÊT-À-PORTER OF ‘CRUISE’ WITTE MUSK?
Jaar van lancering: 2018/2019
Laatst aangepast: 16/03/19
Je moet een kluizenaar wezen, wil het je zijn ontgaan: Karl is niet meer. Achternaam: Lagerfeld. En die deed er eigenlijk ook niet meer toe. Want hij was onderdeel van het selecte gezelschap mensen waarvan de voornaam voldoet om te zeggen wie je bedoelt. Je hebt natuurlijk meerdere Karls, maar is er maar slechts één… bladibla, bladibla en ga zo maar door. En vond de pers dat Karl toch nog wat lauwerkranstoevoegingen toekwamen, dan kon die nog altijd voor koning, kaiser of Karl Chanel opteren. Terecht bewierookt, alleen op sommige punten kon je toch vragen stellen bij deze voor een groot gedeelte toch zelfbenoemd multi-talent-tasker.
Zoals: waarom maakte hij ook zoveel lelijks voor Chanel met name de laatste jaren? Dat vonden heel veel hoofdredacteuren ook maar schreven dat niet op want… Zoals: hij was geen fotograaf. Hij ‘stijlde’ voor camera ‘voor de vorm’ wat met haren en accessoires, zei wat wisecracks tegen model, fotograaf en de rest van de crew die vervolgens het betoverende plaatje afleverden. Zoals: waarom is het hem niet gelukt om na zijn eerste licentiehouder Unilever nooit meer echt succesvolle parfums af te leveren? Zoveel talent en er dan niet in slagen de juiste mensen om je heen te verzamelen om een overtuigend product af te leveren.
Nu nog het bruggetje, geitenpaadje naar Chanel. Even nadenken. Nou deze: waarom is Chanel nooit zijn geuren gaan maken? Het huis deed het ook in het verleden voor Emanuel Ungaro. Het mogelijke antwoord: te druk met eigen productie. Zoals recent een intense versie van Coco Mademoiselle (Intense 2018), een ‘parfumextract’ van Blue de Chanel, Les Eaux (beide 2018), een nieuwe variatie op Chance Eau Tendre (eau de parfum-versie 2019) en 1957.
Ik las over 1957 heen, want ik dacht dat ik 1954 zag, het jaar waarin Coco Chanel de schaar na 15 jaar weer oppakte. Als dank daarvoor werd haar comebackdefilé neergesabeld in Frankrijk vanwege haar, to put it mildly, niet zo vaderlandslievende stellingname tijdens de oorlog. Laatste word in een nieuwe documentaire van Jean Lauritano – Les guerres de Coco Chanel – pijnlijker dan voorheen duidelijk gemaakt. Met prachtige, voor mij voorheen onbekende beelden en ontluisterende en grappige feiten.
Zoals het ‘bewijs’ dat ze met haar eigen geuren (zie foto helemaal onder) zou komen wanneer de Wertheimers (producenten en huidige eigenaars van het huis Chanel) geen betere licentiepercentages wouden garanderen. Zoals dat Amerikaanse soldaten na de bevrijding van Parijs in 1944 bij haar aan de rue Cambon niet in de rij stonden om parfums te kopen maar gratis drie flacons mochten meenemen voor hun vriendinnen/vrouwen/amants.
Wroeging of calculatie om de goede naam die Chanel in Amerika nog steeds had hiermee subtiel te ‘influencen’? In ieder geval onthaalde Amerika de collectie als eigentijds en modern-minimalistisch (en dus praktisch) én een welkom antwoord op de volgens Coco Chanel en vele Amerikaanse vrouwen terug-in-de-tijd New Look-korsetcreaties van Christian Dior.
Grappig detail: Amerikaanse vrouwen gingen zelfs de straat op om hiertegen te protesteren, al was het ‘alleen maar’ vanwege de enorme hoeveelheid stof nodig om zelf zo’n creatie te maken. Hoogtepunt in deze: de actie van de Little-Below-the-Knee Club in Chicago.
Hier valt dus 1957 op zijn plaats. In dat jaar neemt Chanel in Dallas de Neiman Marcus Fashion Award in ontvangst (hij begroet Chanel op bovenstaande foto). Ander grappig detail: tijdens een barbecue waarvoor ze was uitgenodigd als onderdeel van deze feestelijkheden liet ze de haar enorme opgediende steak stiekem onder de tafel verdwijnen – vreselijk zo’n lap volgens haar.
De laatste twee cijfers refereren ook aan de straat waar de eerste Chanelboutique in New York werd geopend: 57th Street. Die werd verbouwd, vertimmerd en vorig jaar heropend (eerste foto). En naar aanleiding daarvan werd 1957 ter plekke onthuld.
Nóg een grappig detail dat Chanel vanzelfsprekend niet vermeld: drie jaar eerder werd de prijs uitgereikt aan de grootste (vooroorlogse) concurrent van Chanel: Elsa Schiaparelli. Het huis van de l’Italienne (zoals Chanel haar noemde) is recent weer heropend (herlanceringen van haar frivole chic-parfums are on their way). En eveneens aan de nu helemaal onterecht vergeten (gezien haar staat van dienst ook op parfumgebied) Lily Daché. Netflix-seriewaardig wat mij betreft, Schiaparelli ook, of als het niet anders kan: Wars of Couture – the rivalry between ‘Schiap’ and ‘Coco’.
We gaan nog door: in 1956 werd de Neiman Marcus Fashion Award (amongst others) uitgereikt aan ‘schoonheidskoningin’ Elizabeth Arden, Clare Plotter (Amerikaans designer) en Carmel Snow (hoofdredacteur van Harper’s Bazaar die de eerste collectie van Dior zijn ‘historische duiding’ heeft gegeven met de opmerking ‘It’s such a new look!’). Dit plaatst Coco’s onderscheiding in een ander perspectief.
Anyway, als Chanels marketingafdeling op deze manier ‘jaren’ in het leven van Coco Chanel gaat gebruiken voor de Les Exclusifs-geuren dan kunnen ze nog even. Ik pik er twee lukraak uit. 1915, blijkt het jaar waarin Chanel haar eerste boetiek in Biarritz opende. 1961 – voor Delphine Seyrig ontwierp Chanel de (echt, echt, echt, prachtige) haute couture voor haar rol in de zwartwit gedraaide l’Année dernière à Marienbad (regisseur Alain Resnais). Voor de fans: deze met de Gouden Leeuw van het Festival van Venetië onderscheiden film is met behulp Chanel vorig jaar gerestaureerd.
WAT 1957 IK EIGENLIJK?
In het persbericht valt te lezen naar aanleiding van de Fashion Neiman Marcus Award: ‘Het talent van Coco Chanel wordt over de hele wereld geprezen. Haar creaties zijn het resultaat van durf om zich meester te maken van zorgvuldig gekozen zeldzame texturen en deze opnieuw uit te vinden en naar een hoger niveau te tillen’.
Ik geloof dat in dit geval toen (in de jaren vijftig) nog niet werd gesproken van texturen in relatie tot mode, maar het is een handig ‘geitenpaadje’ naar de compositie van 1957. Want dat geeft aldus hetzelfde persbericht ‘dit beeld perfect weer; een sensueel en subtiel bewerkt met een akkoord van witte musk’.
Ik moet lachen om ‘zorgvuldig gekozen zeldzame texturen’. Want: onzorgvuldig en veel voorkomende texturen (lees ingrediënten) kunnen óók leiden tot een ‘sensueel akkoord van witte musk, doorregen met bloemige, houtachtige, honingachtige en poederige noten’.
Waarschuwing vooraf: ik ben geen groot liefhebber van witte musk. Het is naast clean (de meest geprezen attributie) ook scherp, bleek, hard en koud. Je moet als neus veel doen om het (voor mij) elegant en ‘volwaardig’ te maken.
Goede geslaagde voorbeelden voor mij: Musc (1970) van Reminiscence en Musc (2010) Mona di Orio. Waarom? Beide zijn vloeiend, zacht en geven een cocon, security blanket-gevoel. Ik zie waarschijnlijk andere over het hoofd – legitiem gezien mijn (voor)oordeel.
Olivier Polge, de neus, laat voor mij musk tussen clean en cocon zweven. Elegant in drie stappen, want vooropgesteld dat is 1957. Eerst musk gehuld een groenig, licht pittige waas (roze peper en koriander). Dan neroli die de musk laat zon-schitteren met een bloemig accent, dan iris die de musk laat ‘verpoederen’, dan in de basis musk ingekaspeld in zoetige, honingachtige noten.
Maar toch het blijft witte musk – ik althans blijf een harde, ‘onaardse’ (lees synthetische) noot ruiken. Is dat erg? Helemaal niet – ik ben niet de gemiddelde consument. Maar millions, billions and zillions houden inmiddels van deze cleane, frisgewassen kijk op parfum. In zoveel geuren kom je in no time in een witte musk-basis terecht (met de nieuwe eau de parfum-versie van Chance Eau Tendre zit je wat dat betreft ook goed).
1957 is de meest toegankelijke dus meest commerciële editie in Les Exclusifs. En dat is mijn probleem: 1957 is geen niche, geen masstige, maar prestige. Geen haute couture, geen prêt-à-porter maar ‘cruise’ (benaming voor ‘tussendoorcollecties’ met een zomers karakter) witte musk. Een niet-verrassend thema dat je al zo lang ruikt in de ketenparfumerie (neem alleen de zich steady uitbreidende Musc-variaties van Narciso Rodriguez) en ver daarbuiten.
1957 zal dus heel succesvol worden. Of niet, zijn er ‘ook nog’ mensen die olfactorisch meer van Chanel verwachten, dat het de weg wijst. Een niche-musk anno nu is ook dirty, speelt, verwondert, heeft meer lagen, en laat de klant twijfelen en uiteindelijk overtuigen dat wat zij/hij eigenlijk ‘stiekem’ vies vindt, eigenlijk best wel lekker is.
Is de Replica-lijn niche? Inhoudelijk zeg ik masstige – een samentrekking van mass en niche. Want ook te koop bij de ketenparfumerie. Qua invulling zeer zeker, zij het dat het nu wel voorspelbaar aan het worden is. Maar toch: mag ook wel (nog) een keer worden geschreven: Maison Margiela is een van de eersten die het de in übernichekringen ontstane storytelling – denk Serge Lutens, denk Comme des Garçons- naar een breder, toegankelijker horizon heeft geplaatst.
Ga maar na: de meeste succesvolle geuren van nu – om binnen het L’Oréal Luxesegment te blijven die ook de licentie van Maison Margiela heeft: Flowerbomb, Black Opium, La vie est belle – dragen zo’n beetje dezelfde boodschap uit. Romantiek en vrouwelijkheid verpakt met een inmiddels verplichte empowerde boodschap. Bij de een voel je je bevrijd, bij de ander ga je de uitdaging aan en ga zo maar door. Dat snapt bijna iedereen.
Bij storytelling ligt het iets ‘moeilijker’, wordt iets meer fantasie toegevoegd en dus meer gevraagd van de koper die, dat dan weer wel, juist op zoek is naar iets anders, minder mainstream.
Maison Margiela verwoordde het als volgt in 2012 bij het eerste Replica-trio:‘Beelden en impressies van herinneringen die wij samen delen in ons gemeenschappelijke onderbewustzijn die bij anderen weer nieuwe ervaringen oproepen. Elke Replica-geur vangt een dergelijk olfactief moment die positieve emoties reflecteren’.
Maison Margiela gaat er dus vanuit dat een bezoek aan de bloemenmarkt (Flower Market 2012), een wandeling langs het strand (Beach Walk 2012), een avondje naar de kermis (Funfair Evening 2012), luieren in het weekend (Lazy Sunday Morning 2013), een tuinbezoek (Promenade in the Gardens 2013), een avondje jammen (Jazz Club 2013), naar de kapper (At he Barber’s 2014), theedrinken op niveau (Tea Escape 2014), een ‘boudoir-ritueel’ (Lipstick On 2015), rondom de openhaard (By the Fireplace 2015), een soort van balletvoorstelling aanschouwen (Dancing on the Moon 2016), een off the track roadtrip ervaren (Across Sands 2016), diep in het bos zijn (Soul of the Forest 2016), je gewichtloos voelen (Flying 2016), een zeilscheeptochtje boeken (Sailing Day 2017), high worden op een popfestival (Music Festival 2017) voor iedere gebruiker hetzelfde is of er dezelfde positieve herinnering aan heeft overgehouden.
Ik hou bijvoorbeeld niet van (modern) ballet en muziekfestivals. Ik ken iemand die een hekel heeft aan het strand. Daar ga je al. En negatief gedacht: op deze manier ‘dwing’ je gebruikers dezelfde gevoelens over dezelfde ervaringen te hebben en op dezelfde manier te uiten. Noem het de Instagram-dwangmatigheid van leuk, leuker, leukerst. Iets wat dan weer haaks staat op de filosofie van maison Margiela afgaande op de extreme, bewust not crowd pleasing confectie en bewust tegendraadse haute couture.
Met name bij het laatste vraag je je af: ‘Wie koopt het, behalve musea?’, ‘Hoeveel eindigt er in de versnippaar?’ en ‘Is huidig creative director John Galliano wel of niet van de partydrugs af?’ En: ‘Wat ik zie zou ik ook wel eens vertaald willen ruiken in een Maison Margiela-geur’. Mutiny (2018) doet het voor mij in ieder geval niet. We dwalen af.
WAT UNDER THE LEMON TREES & IK EIGENLIJK?
Feit blijft dat de Replica-serie een slimme manier is om populaire geurconcepten te verpakken op een andere, meer belevende, storytelling manier. Neem Under the Lemon Trees (het verhaal is grappig genoeg heel summier; de naam zegt bijna alles behalve de geografische aanduiding).
Dit is een meer dan klasssieke citrusgeur die qua natuurlijkheid balanceert tussen de extreme frisheid in de opening van sommige Blu Mediterraneo-geuren en de ‘matte’ colognes van Marc Jacobs. Iets langer duurt dit relaxte genot, maar toch ook kortstondig.
En dat is een beetje het probleem en misschien wel de bedoeling. De overgang van fris-groen, groen-fris naar de basis verloopt sneller dan verwacht. Je geniet eigenlijk meer van het ‘warme’ hout dan van de vruchten van de – citaat – ‘zonnige citroenstruiken van Palermo’ die bijna zwichten onder hun gewicht. De injectie van witte musk – voor het katoenschone gevoel – is sterk maar niet hinderlijk aanwezig. Dat komt omdat die wordt gebalanceerd door (niet vermelde) cistus labdanum; zorgt hier voor een mooie, elegante aardse warmte. Hoe dieper je in de geur zit, des te meer andere groene en houtachtige sensaties je waarneemt. Had ik eigenlijk niet verwacht.
WAT REPLICA WHISPERS IN THE LIBRARY IK EIGENLIJK?
Is natuurlijk een ander verhaal. Hiermee ga je als het ware terug in de tijd, toen je voor je boeken naar die bib ging. En die je nog ‘met de hand’ las in plaats van met de iPad. Bijna iedereen weet wat hij ‘geurtechnisch’ bij een met name oude bibliotheek moet voorstellen.
Dit is de storytelling: ‘Gefluister in de bibliotheek roept de herinnering aan een mysterieuze bibliotheek op, gemaakt van antiek houtwerk, perfect geboend. Het vertragen van de tijd tussen boeken en het gefluister van het omslaan van pagina’s. Geïnspireerd door de geur van washout en papier, roept de combinatie van pepertonen met houtachtige en warme tonen van ceder en vanille de atmosfeer op van een voorouderlijke bibliotheek’.
Vele andere merken gingen Maison Margiela in deze voor: het is ‘populair’ thema. Kan niet direct op de namen komen, maar Hugo Boss, Paul Smith, Bottega Veneta ‘biebten’ ook. En Amouage noemt zijn niche-lijn The Library Collection.
Alleen, alleen, ik zie mezelf bij het ruiken van de geur niet in oude bibliotheek rondsnuffelen en -bladeren. Of die moet ergens in Arabië zijn gehuisvest. Dat peperachtige klopt. Blijft door het hele geurtraject present. Lekker. Maar het sterke hout ondergedompeld in vanille roept bij mij andere, warme associaties op – gesmolten amber. Dus een ‘omarmende’ sensualiteit en – als je het cliché wilt gebruiken – verleiding. Hugo Boss-verleiding als je snapt wat ik bedoel.
Ernstige verslavingsproblemen – waaronder drank – in de parfumerie. Over parfumvlekken op textiel. Over de overeenkomst tussen saffraan en kerrie. Over groente in geuren. Over de geur van vogelkooi. Over waarom Francesca Bianchi bijzonder-der-der is dan de rest. Over rare bekken trekken in de parfumerie. Over Chypre Rouge van Serge Lutens. Over waar anno 2019 een nicheparfum aan moet voldoen.
Over kunstmatige intelligentie. Over drukken op de knoppen. Over Alberto Morillas.Over Gucci’s Guilty Absolute pour Homme. Over stoppen met recenseren. Over Jeremy Fragrance. Over na celebritygeuren komen er… influencergeuren. Over Katie Puckrik.
Altijd een ‘instinker’ voor zelfbenoemde en erkende parfumkenners: een blinde test. Zonder flacon, zonder plaatje, zonder naam… raden. Maria van Geuren gaat de uitdaging aan. Eindconclusie: bijna niet te doen in de zin van dat je wel hoofdnoten – aldehyden, hout, fruit, bloemen – ruikt, maar niet de details weet te vangen.
Want heb je een ingrediëntenlijst voorhanden, dan word je neus gewoon prettig gestuurd. We behandelen onder meer Mutiny van Maison Margiela, Le 2 van Givenchy en nog wat door www.lebienaime.com georchestreerde Frankenstein-fragrances. Kort dit keer, maar dat schijnen heel veel van onze fragrance-fans followers te waarderen. Niet? We maken het de volgende keer goed. Tot dan & zo.