GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

STILL LIFE OLFACTIVE STUDIO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 16, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. 1 reactie

BRUISEND PARFUM DAT GELEIDELIJK AAN ‘STIL’ WORDT

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 16/01/12

Neus: Dora Arnaud

Fotografie: Frédéric Lebain

Concept & realisatie: Céline Verleure

Het hele concept van Olfactive Studio heb ik uitgelegd met mijn beschrijving van Chambre Noire (2011) – voor mij de geur met het grootste niche-aura van de eerste drie. Heb ik minder met Autoportrait (2011) en Still Life. Het leuke aan deze twee geuren is dat ik hier zo duidelijk de Kenzo-achtergrond van de oprichtster ruik. Kenzo is voor mij lucht en water, in het beste geval gecombineerd met originele en intense kruid-, hout en bloemenmelanges. Zoals je nog steeds mooi ruikt in L’Eau par Kenzo (1996) en in Power (2008).

Still Life (foto: detail van een impressie van een fan op de faceook-pagina van het merk) had voor mij ook een Kenzo-geur kunnen zijn. Grappig om te zien welke foto ten grondslag ligt aan de inspiratiebron: wel heel erg abstract.

Een compositie waarin je in elke foto een discobol/en of kerstbal ziet. Ik heb veel fantasie, maar kijkende zie ik direct geen geur in mijn gedachten verschijnen… vervolgens iets wits en ijzigs – zoiets als Davidoffs Echo voor mannen uit 2003.

In ieder geval geen prikkelende cocktail met zwoele afloop die ik ruik. Ik verbaas me een beetje over de (al) te enthousiaste ontvangst van deze geur op de wereldwijde parfumblogs. Staat hierbij de als origineel ervaren aanpak – ‘een verademing voor de parfumindustrie’ – een ‘nuchtere’ kijk niet in de weg?

Still Life is aangenaam, maar voor mij niet ‘verpletterend’ nieuw. Minder niche en meer masstige. De geur is ook het minst androgyn van het trio, neigt naar mannelijk. Heb een sterke Cartiermannengeur-link en Kenzo dus.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een enorme krachtig-frisse opening door een overdosis yuzu (minder hard en scherp dan de Europese citroen) ondersteund door galbanum, roze en zwarte peper, en een pepersoort die ik qua niet kan plaatsen: Sichuanpeper. In ieder geval cocktail time! Met galbanum in plaats van munt als groene sidekick.

Deze gepeperde frisheid wordt onder begeleiding van de geprononceerde fris-balsamachtige elemihars-noot geleidelijk aan zoeter (steranijs), warmer (veel cederhout) en zwoeler (rum en ambrox; de synthetische variant van grijze amber).

Still Life is een contrastrijke geur door de duidelijke scheiding tussen fris in de opening en de warmte in basis. Komt door het ontbreken van het traditionele hart meestal gevuld met bloemen. Opening linkt dus direct met de basis. IJs dat smelt en langzaam, maar duidelijk ‘warm’ wordt. Ook opvallend en interessant: de yuzu blijft de hele geur aanwezig.

RUIK & VERGELIJK

Totaal anders qua opbouw, ook een voor vrouwen en mannen maar waarvan ik vermoed dat de laatsten het meer gebruiken.

Cartier Eau (2001)

En wil je eens een ‘waanzinnige’ yuzu-ervaring hebben, probeer:

Parfum d’Empire Yuzu Fou (2008)

COEUR DE VETIVER SACRE L’ARTISAN PARFUMEUR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 15, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

HOLY SMOKE! HOLY VETIVER?

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 15/01/12

Neus: Karine Vinchon

Heel, heel lang geleden toen we hier in het nu, het hiernamaals nog niet exact konden duiden, begrijpen en dachten dat diverse goden ons lot bepaalden, deden we er alles aan om die tevreden te houden. We bouwden tempels en brachten daar offerandes. Onder meer brandden we er rijke harsen om de goden boven ons tevreden te houden of te stemmen. Daarin ligt ook de naam van parfum besloten: parfum = pro fumi = door rook.

Terug naar ‘dit’ af gaat ook Coeur de Vetiver Sacré. Op filosofisch niveau is het ‘een ode aan de goden’ en ‘mystieke reis van het Oosten naar het Westen’. En wat wil L’Artisan Parfumeur inhoudelijk met de geur? Iets wat tegenwoordig erg interessant is te zeggen bij de toelichting ervan: deconstructie. En dat doet Katrine Vinchon met vetiver door zijn karakteristieke eigenschappen volgens haar te benadrukken: sprankeling, kruidigheid en rokerigheid. Alles goed en wel, een echte pure vetiver is niet het resultaat.

En heel eerlijk gezegd: begin een beetje vetivermoe te worden; er zijn de laatste jaren zoveel verschenen en met weinig nuanceverschillen. Overkoepelende invalshoek: in plaats van zijn groene en aardse frisheid, wordt de rokerigheid van vetiver benadrukt.

Toch ben ik gecharmeerd van Coeur de Vetiver Sacré. Maar niet zozeer door de vetiver, die is als puur ingrediënt eigenlijk in geen velden of wegen te bekennen. Meer door de prachtige, snelle aaneenschakeling van ingrediënten – vooral in de opening – die je heel goed kunt waarnemen. De geur wordt voorgesteld als een mand vol geurige offerandes. Alleen had de geur wat mij betreft wat intenser gemogen. Vraag me af of je hier de goden genoeg tevreden mee stemt. Complex en daardoor verfijnd is de geur daarentegen wel. Maar het is meer donkere thee, dan rokerig vetiver.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Dus eerst – sprankeling – bergamot gecombineerd met sinaasappel. Dan de eerste ‘vetivergerelateerde’ noot: rokerig zwarte thee. Dan heel opvallend en ‘eigen’, en voor mij eigenlijk het hoogtepunt van de geur: saffraan, dadel, pruim en abrikoos. Met een prachtige zoete zwoelte tot gevolg. Nog eens versterkt door elegant-zwoel osmanthus. Mooi!

Vervolgens koriander, dragon, gember en roze peper: kruidigheid. Die zorgen voor een fris-groene en zonnige sprankeling die geleidelijk houtiger en rokeriger wordt met sandel-, ceder- en guaiachout (geliefd om zijn rokerigheid), vetiver (afbeelding), berkenteer en wierook die een zachte ondergrond krijgt door tonkaboon, cistus labdanum, vanille en musk. Ik ruik geen roos, ik ruik geen iris. En het ‘leer-sensuele’ aspect, opgeroepen met bevergeil ontgaat me ook.

Voor een L’Artisan Parfumeur-geur is Coeur de Vetiver Sacré wel erg gewoon en crowd pleasing. Ik hoop dat snel een extreme versie verschijnt waarin saffraan, dadel, pruim en abrikoos nog intenser en nog meer in gerookte houtnuances opgaan. Dan heb je tenminste een echte L’Artisan Parfumeur te pakken!

RUIK & VERGELIJK

Andere, recente niche-vetivers:

Christian Dior – La Collection Christian Dior – Vétiver (2010)

Dolce & Gabbana – The Velvet Collection – Velvet Vetiver (2011)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Vetiver (2011)

1000 & UNE ROSES – MAISON LANCÔME – LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 13, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, GEURENALFABET M, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN MILLENNIUM-PARFUM 2000 ET UNE RÔSE

WORDT MILLE ET UNE ROSES

WORDT ONDERDEEL VAN MAISON LANCÔME

Jaar van lancering: 1999, 2006, 2011

Laatst bijgewerkt: 13/01/12

Neus: Christine Nagel

Je moet het de oprichter van Lancôme nageven: zijn idee om als ‘wapen’ van zijn merk (anno 1935) de roos te gebruiken, was zoals de figuurlijke bloem een goed gemikt schot. Want met de koningin der bloemen roep je een wereld op die staat voor vrouwelijkheid, romantiek én pure schoonheid van de natuur.

Maar het leuke van Armand Petitjean was dat hij zelf ook een verwoed rozenteler was. In zijn tuin van zijn ‘buitenhuis’ Ville d’Avray aan de rand van Parijs schijnen rozen in alle maten en soorten gebloeid te hebben.

Logisch ook dat in veel van zijn parfums de roos heerst als de absolute bloem, zoals in Conquête (1935) en Peut-Etre (1937). Laatste werd in 2008 opnieuw op de markt gebracht (nu ook onderdeel van Maison Lancôme).

En ook na de dood van Petitjean is de roos altijd het stralende middelpunt van het huis gebleven, of zoals je wil de rose draad in het ‘parfumlexicon’ van Lancôme. Het duidelijkste voorbeeld: Trésor uit 1990. Nog een rose draad in de geschiedenis van het huis: met speciale edities of speciaal gemaakte parfums stilstaan bij belangrijke gebeurtenissen.

Waarom? ‘Steeds wanneer mensen hun dromen of creaties werkelijkheid zien worden, creëren we een geur om deze gebeurtenis te weerspiegelen en te  delen’. Zo werd met Les Danseurs (1953) – gevuld met het eerste Trésor-parfum uit 1952 – een ode gebracht aan de balletten van Serge Lifar. De eerste ruimtevaarders in 1958 werden gehuldigd met de flacon Lune. De naam: Spoutnik. De geur: Magie uit 1950.

Met 2000 et Une Rôses bracht Lancôme (foto) een ode aan het derde millennium. Waarom? ‘Een geur die bijzondere momenten vormgeeft en ze helpt herinneren met als doel het oproepen van intense en pure emoties in de nieuwe tijd’. En we mogen blij zijn dat het geen eenmalige editie is geworden – het werd in 2006 opgenomen in de vintage-lijn La Collection – want de geur laat de roos op een prachtige, volle en anders-zoete manier geuren.

Ik vraag me bij het ruiken aan 2000 et Une Rôses elke keer weer af, waarom die niet is gelanceerd als grote opvolger van Trésor in het nieuwe millenium? Wat niet gelukt is met Hypnôse (2005) en met name het rozenparfum Magnifique (2008), had met 2000 et Une Rôses volgens mij zo maar kunnen gebeuren: een klassieker in wording.

Sinds einde 2011 is de geur opgenomen in Maison Lancôme – een vernieuwde versie van La Collection. En daar zijn liefhebbers van eigenzinnige rozenparfums alleen maar blij mee. Sterker, voor mij kan de geur – nu verkocht onder de naam 1000 et Une Roses – de vergelijking doorstaan met talloze rozengeuren uit het (neo)niche-circuit.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een hele mooie, maar vooral krachtige rozengeur gemaakt van duinroos, ‘muskusroos’, theeroos, ‘abrikoosroos’ en Bulgaarse roos. En betekent dus een ontmoeting tussen diverse nuances van roos. Zo is de duinroos (rosa pimpinellifolia) vooral bekend van de rozenbotteljam waarvan de bloem zelf een zacht, poederachtig parfum verspreidt. De muskusroos (rosa moschata) is al eeuwen geliefd om haar rozige geur met licht dierlijke ondertoon.

En de theeroos (ontwikkeld in 1867 – foto) om haar, luchtige naar een voorjaarstuin ruikende geur. De ‘abrikoosroos’ daarentegen is een geen echte roos, maar een geurmolecuul die zachtheid van de abrikoos combineert met de zoet-fruitige en bloemige aroma’s van de centifoliaroos. Ofwel, Bulgaarse roos.

Al deze rozen gaan – na een lichte opening van mandarijn – onderling met elkaar spelen, komen tot volle harmonie en genieten na op een fond van amber, musk en vanille. Eindresultaat: edel, zonnig, zacht en toch sterk. De twee verrassende ingrediënten die deze compositie onderscheidend maakt: zwarte peper en ambrette. De eerste geeft deze rozenharmonie een zekere pit, de tweede een elegant-zachte, zoet-amberachtige ondersteuning.

RUIK & VERGELIJK

Maar goed dat Lancôme besloten heeft deze geur een ‘derde leven’ te schenken. En wel in Maison Lancôme. Mooi om te vergelijken met een rozenparfum, gemaakt door dezelfde neus.

Yves Rocher Rose Absolu (2006)

CHARLIE (BLUE) REVLON

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 12, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, VINTAGE. 3 reacties

‘CHARLIE’S ANGEL’

Jaar van lancering: 1973

Laatst aangepast: 12/01/12

Neus: onbekend

Fotografie: onbekend

Model: Shelley Hack, Charly Stember, Naomi Sims, Lauren Hutton, Sharon Stone, Cindy Crawford

Muziek: Bobby Short, Little Richard

Niet meegegaan tijdens de nog steeds niet (!) complete migratie van mijn weblogprovider naar Sanoma. Op verzoek van een paar fans, dus nog een keer. En sluit mooi aan op de beschrijving van gisteren.

Schijnt zo te zijn dat Charles Revson, die in 1932 met broer Joseph en chemicus Charles Lachman Revlon oprichtte (de laatste adviseerde de v in Revson te vervangen door de l van zijn achternaam en dat zich in eerste instantie concentreerde op nagellakproducten) zo jaloers was op het succes van Estée (1968) van Estée Lauder, dat hij besloot een geur te lanceren genoemd naar hem. Werknaam: Cosmo, verwijzend naar de consument – de lezeres van het gelijknamige blad – die Charles Revson in gedachten had.

Een wijs besluit: Charlie (Blue verscheen later achter de originele editie) had twee jaar na lancering al een omzet van meer dan 1 miljard dollar! Het was niet alleen de geur, maar ook de campagnes die zoveel indruk maakten. Charlie was het perfecte voorbeeld van de vrije, onafhankelijke en gewone vrouw die begin jaren zeventig in de media opdook.

Maar dan zonder – wel zo prettig voor het imago – het ‘irritante’ gedrag van hardcore tuinbroekfeministes. Ze droeg wel een broek geleverd maar die werd geleverd door Ralph Lauren. Charlie was het eerste parfum waar in de advertentie een vrouw ‘was wearing – the – pants’. Ook revolutionair: Charlie was ook het eerste parfum gepromoot door een ‘afro-american’: Naomi Sims. Miljoenen vrouwen vonden in de geur hun dagelijkse beschermengel.

Hoe groot de invloed van de geur op ‘de state of mind’ van Amerikaanse vrouwen is geweest, bleek uit een uitzending van Oprah in 2007 Winfrey waarin de talkshow host vertelde dat de advertenties haar hadden geïnspireerd: ze wou ook zo zelfverzekerd en ‘fabulous’ zijn’ zoals de Charlie-girls.

Er verschenen nogal wat variaties. Wat zeg ik: teveel. Charlie Red (1993), Charlie White (1994), Charlie Gold en Charlie Express (1995), Charlie Sunshine en Charlie White Musk (1997), Charlie Silver (1998), Charlie Crystal Chic, Charlie Pink Sparkle, Charlie Little Secrets (allemaal in 2008), Charlie Secret, Charlie Real, Charlie Pink, Charlie Black, Charlie Passion (allemaal 2009). Dacht ik tenminste, ga het niet meer controleren.

Toch blijft Charlie Blue (samen met Charlie Red) het meest populair. Dat is niet zo vreemd. Je zou verwachten dat de geur door zijn enorme populariteit een dertien in een dozijn-geur is. Niet is minder waar. Charlie Blue blijft opvallen door zijn geprononceerde en ‘best wel’ verfijnde karakter. Met dezelfde comfortabele en herkenbare vertrouwdheid als Chanel N° 5.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik ruik een prachtig, beetje zoet aura met bittergroen dragon en fris-sensueel  galbanumachtige nuances begeleid door een enorme wolk aldehyden waarin fruitfris citroen, bloemfris hyacint (foto) en zoete cyclaam ronddwarrelen.

Charlie’s hart: een zachtzoete mix van roos, jasmijn. Zeer klassiek. Dit krijgt temperament door gekruide anjer en chic door poederig iris.

De afronding houdt dit alles goed vast en laat de bloemen sensueler worden door sandel- en cederhout, musk en vanille. En toch blijft de groene noot aanwezig. Komt op conto van eikenmos. Niet verkeerd, en zeker niet voor de prijs die tegenwoordig wordt gevraagd.

RUIK & VERGELIJK

Nog een klassieker uit hetzelfde jaar (van die vervelende concurrente) die alleen een andere ‘clientèle’ op oog had:

Estée Lauder Private Collection (1973)

Deze foto zorgde in de jaren tachtig voor veel 'commotie': een vrouw die een man 'complimenteus' op z'n billen - 'deze deal hebben we in onze zak - slaat in plaats van andersom.

(SUPER) ESTEE ESTEE LAUDER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 11, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E, GEURENALFABET S, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. 1 reactie

DE SCHITTERING VAN KROONLUCHTERS IN EEN COUPE DE CHAMPAGNE

Jaar van lancering: 1968

Laatst aangepast: 11/01/12

Neus: Betty Busse, Bernard Chant

Model: Karen Graham

Fotografie: onbekend

Kun je lezen in Estée A succes Story (1985), de autobiografie van Estée Lauder: ‘Ik ben zeer serieus als ik zeg dat ik een parfum kan zien. Eens, tijdens een feest, zag ik het licht van twee kroonluchters glinsteren in een glas champagne. Stel je voor dat ik dit beeld zou kunnen vangen in een geur, dacht ik direct. Jarenlang heb ik aan deze ongelooflijke glinstering gewerkt. Ik mengde honderden kostbare essentiële oliën in elke denkbare combinatie tot op een dag ik vond wat ik zocht: het licht in champagne’.

Meer dan vijfhonderd proef ‘Estée-mogelijkheden’ wees ik af, tot er één overbleef: jong, opwindend, sensueel. De dag dat ‘sensueel’ ophoudt te bestaan, dan zal Estée Lauder dat ook. Maar mijn sensualiteit is niet schaamteloos en ruw. Het is verleidelijk en suggestief. Denk aan een Parson-tafel op een kleed van wit bont. Glanzend, verzorgd, koel en chic. Denk aan fluweelzachte stemmen, het licht in champagne’ (zie foto – uit de biografie).

‘Waarom ik de geur naar mezelf noemde? Dat deed ik niet. De geur noemde zichzelf zo. Ik gaf samples aan vrouwen bij ons op kantoor en aan vrienden en vroeg ze wat ze droegen: ‘Estée’s parfum’. Estée werd het. Om je de waarheid te vertellen, ik hield van de gedachte dat een prachtig parfum mijn naam zou dragen. Dat is nu onsterfelijkheid’.

En vervolgens vertelt Estée verder dat de concurrentie steeds meer probeerde haar producten – voor ze op de markt kwamen – te stelen. En als dat niet lukte, dan werden ze gewoon gekopieerd. Als voorbeeld noemt ze Charles Revson, de oprichter van Revlon: ‘Ik lanceerde Estée, hij kwam met Charlie (genoemd naar zijn voornaam in 1973). Wij besloten één model exclusief te gebruiken – Karen Graham; hij besloot hetzelfde met Lauren Hutton’.

Ach ja, aan bescheidenheid ontbrak het Estée Lauder niet. En dat er in A Succes Story (naam van de autobiografie) een beetje gesjoemeld werd met de feiten… ik zeg: zo is het leven, wie doet dat niet bij tijd en wijle. Wat Estée Lauder betreft: ze was geen echte neus. Ze huurde hier gewoon professionals in die met haar idee aan de slag gingen. En zo ook dat ze met trotsheid meldt dat je beter kunt ‘creëren dan kopiëren’. Wat Estée betreft: echt origineel is de geur niet te noemen; ligt sterk in lijn met de zeer bloem-zoetige aldehyden die het vanaf de jaren zestig zeer goed doen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerst een aldehydenwolk gevuld met citroennuances waaruit het frisse lelietje-van-dalen naar bovenkomt die vervolgens naadloos opgaat in een overrompelend hart van de zeer geliefde ‘Parijse’ bloemencombinatie uit de jaren zestig in overdosis: roos en jasmijn. Die krijgen een sensuele en intense opwaardering door ylang-ylang (foto). De licht kruidige noot wordt geleverd door koriander.

De opgevoerde fruitige noten neem ik niet echt waar: framboos en perzik. Sterker: framboos werd toen nog niet gebruikt in geuren. En de perzik is wellicht als ‘fantoom’-ingrediënt vermeld om het superzachte effect van de geur te benadrukken. Want dat is Estée, wat nog eens wordt benadrukt door het sandelhout in de basis, gecombineerd met eikenmos.

En de vergelijking met licht in een champagneglas, met een beetje fantasie lukt dat wel. Alleen voor het champagne-effect ontbreekt voor mijn gevoel de sprankeling. Nog iets: een beetje onduidelijkheid bestaat over de naam.

De geur wordt ook wel eens Estée Super genoemd, maar dat slaat volgens mij op het gegeven dat de geur ook een Super Cologne Spray-variatie had. En de eerste campagnes als slogan hadden: ‘Estée is the first super perfume.’

RUIK & VERGELIJK

De chique Parisienne begin jaren zestig droeg volle, rond-bloemige geuren die na verloop een zepig-frisse nuance op huid achterlaten. Beetje vergeten deze categorie, maar nog steeds aangenaam.

Rochas Madame (1960)

Hermès Calèche (1961)

Nina Ricci Capricci (1961)

Guerlain Chant d’Arômes (1962)

Dior Diorling (1964)

Dit werd in de jaren tachtig geperfectioneerd met :

Amouage Gold (1983)

MAN’S COLOGNE PIERRE CARDIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 8, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET M, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. Een reactie plaatsen

DE MAN VOLGENS PIERRE CARDIN:

BIJNA NICHEVERFIJNING

IN EEN DOORGEDRAAIDE AANBIEDINGENGEUR

Jaar van lancering: 1972

Laatst aangepast: 08/01/11

Neus: helaas onbekend

Pierre Cardin was samen met André Courrèges en Paco Rabanne de couturier die in de jaren zestig van de vorige eeuw de space age in de mode introduceerde.

Wil zeggen: met ouderwetse couturetechnieken een nieuwe, een op de toekomst gerichte look die als je goed kijkt – met terugwerkende kracht – eigenlijk heel klassiek blijkt.

Dat viel natuurlijk niet (of wel?) toevallig samen met de strijd tussen de Amerikanen en de Russen en de verovering van ruimte, te beginnen met de maan. En niet te vergeten de nu nog steeds populaire tv-serie Star Trek die zijn eerste uitzending in 1969 beleefde.

Hij is ook de eerste couturier die – vanaf de jaren zeventig – er geen moeite mee had om zijn toen nog chique naam op elk denkbaar product te plakken. En niet alleen op ‘luxe gerelateerde’. Je kunt het niet zo gek verzinnen of ‘the General Motors of fashion’ deed het met overgave: sigaretten, autobanden, bijzettafels, gewone tafels, telefoons, lampen, teddyberen. Zelfs op eten. Zo kocht hij begin jaren tachtig het beroemde Parijse restaurant Maxim’s en verbond hier aan een ‘kruideniers’-lijn.

En hoewel Cardin niet meer echt actief is, wordt zijn naam nog steeds gestikt op bijvoorbeeld kleding die niet onderdoet voor C&A en Zeeman. Heeft zijn naam geen goed gedaan. Vond hij decennia niet erg.

Tot 2010. Toen kon je in een interview in The New York Times lezen dat hij – toen inmiddels 88 jaar! – van plan was zijn naam terug te kopen, de licenties drastisch te beperken, het merk als het ware te reanimeren en in oude luister herstellen.

Logisch: in het Verre Oosten – zijn grootste afzetmarkt – is bijna niemand meer onder de indruk van zijn initialen op wat voor een product dan ook. En zowaar: zijn nieuwste shows voor de man, zijn typisch Cardin, maar wel heel erg gedateerd, niet vertaald naar nu. Absurd eigenlijk.

Ook op geurengebied is Cardin zeer actief geweest. De laatste jaren maakten er de verschillende licentiehouders een potje van. Ga ze niet allemaal noemen. Vond in 2001 op Curaçao wel een heel erg chic parfum van hem, genaamd Suite 16 (1960).

Opvallend: hij heeft maar één klassieker – Men’s Cologne – op zijn naam staan. Nog steeds te koop. En heel goedkoop. Wordt ook nog via zijn best wel knullige site die barst van de taalfouten – lijkt wel gemaakt in de jaren zeventig – aangeprezen.

Eveneens opvallend: de traditionele en veilige uitstraling van de geur. Van zijn oorspronkelijke couturehandschrift is niets te herkennen. Dat was natuurlijk de bedoeling: de man in de straat moest verleid worden, niet de hippe vogels en artistieke typen – die hadden toen al hun ‘niche-adresjes’. En dat deed je toen niet echt met mannen gehuld in space age-kostuums. En ja, heel veel mensen zien in de flacon een fallussymbool in optima forma.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De inhoud is het tegendeel van viriel en nog steeds een prachtige geur. Staat nog steeds op mijn badkamerplankje. Wil wat zeggen.

En dat de geur in vakkringen nog steeds wordt gewaardeerd, blijkt wel uit het feit dat Patricia de Nicolaï Men’s Cologne – samen met Guerlains Habit Rouge (1965) – als inspiratiebron nam voor haar eerste mannengeur New York (1989).

Kruidig-zoet is volgens mij de omschrijving in een notendop. En de geur lijkt inhoudelijk nauwelijks veranderd. Je ruikt nog steeds de volheid van natuurlijke ingrediënten. Misschien inmiddels gemaakt van synthetische, maar dat weet de neus goed te maskeren.

En net zoals de eerste campagne (foto onder), is de geur zeer klassiek. Een elegant-frisse opening van citroen, bergamot en lavendel waaruit heel duidelijk de basilicum tevoorschijn komt omringd door een aura van sinaasappel.

Dit gaat naadloos over in anjer en leer in het hart. Gepeperd en stoer-zwoel dat wordt ondersteund door droog iris en dito sandelhout. Maar al heel snel neem je dé versierder van Man’s Cologne waar: de zwoele, warme en ‘intieme’ basis van tonkaboon, benzoïne, vanille en amber die een bosachtige ondertoon krijgt door eikenmos.

Eigenlijk kun je stellen dat deze geur nu erg niche aandoet. Had op het etiket Creed gestaan, dan had ik het ook geloofd.

RUIK & VERGELIJK

Toch maar eens doen:

Parfums de Nicolaï New York (1989)

ROYAL OUD CREED

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET R, NICHE. 1 reactie

OUD IN ANTWOORD OP UW SCHRIJVEN…

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 08/01/12

Neus: Olivier Creed

De reden waarom nu bijna elk oud en nieuw parfumhuis in de nichesector ook met een oud-geur komt is vooral een kwestie van beantwoorden aan de aanhoudende vraag van vele vaste ‘bezoekers’. Zegt Creed ook. En je wil als huis toch ook niet dat je klanten op visite gaan bij de concurrent.

Maar je moet het wel iets extra’s geven. Niet alleen qua geur. Dus meldt Creed op zijn site dat Royal – Oud werd gepresenteerd aan prins William en zijn Kate tijdens hun bezoek aan de Santa Barbara Polo Club vorig jaar.

Ook appealing: de geur is aangekocht door leden van maar liefst zes presidentiële families volgens The Wall Street Journal.

Nog iets: in tijden van crisis is het chic om te benadrukken dat you’re not only in the business for the money. Daarom gaat een gedeelte (hoeveel is onbekend) van de Amerikaanse opbrengst van Royal – Oud (via http://www.globalgiving.org) naar nonprofit-organisaties in India die zich inzetten voor de bevordering van de gezondheid van kinderen. Waarom India? Omdat Creed hier het agarhout betrok voor de geur.

Zegt Creed: ‘Royal – Oud is een droomparfum afkomstig uit de vertellingen van duizend en één nacht dat je zintuigen in verwarring brengt’. Stel je een Perzisch paleis voor – opgetrokken uit zwart marmer met vloeren geplaveid met juwelen – tijdens de nacht, het moment waarop de geuren van de Oriënt hun boeket het meest overrompelend verspreiden: aards, exotisch, sensueel en dit alles versterkt door het legendarische oud.

Nu nog een paar clichés: ‘Royal – Oud is een ode op de glamour, spiritualiteit en erotiek van de eeuwenoude oriëntaalse parfumcultuur’. Maar helemaal zwaar-oosters, zoals Montale, is de geur ook weer niet, want ‘het is aangepast aan de stijl van Creed’. Ofwel, ‘een luxueuze mix van Perzische en Parijse verfijning’.

Een kanttekening: de naam verbaast een beetje. Wisten ze bij Creed niet dat Giorgio Armani in zijn Privé-reeks in 2010 Oud Royal heeft gelanceerd? Wellicht slimmer, leuker en minder ‘copycat’ de geur Oud Oriental, Oud Supérieur, Oud Raffiné of – noem een dwarsstraat – Oud Parisien te noemen.

En hoewel Royal – Oud wordt gepositioneerd als een geur voor haar en hem, moet ik toch eerder denken aan ‘man’. Een mooi, goed gesoigneerd, beetje arrogant forty-fifty something ‘grijs’-exemplaar, zoals Roger Sterling uit de serie Mad Men gespeeld door John Slattery (foto) of een van CNN’s anchor men: Anderson Cooper.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Royal – Oud is heel westers en heel Creed: ruik je direct in de opening. Een subtiele explosie van frisse en zuivere noten. Citroen en bergamot die energiek geprikkeld worden door roze peper. Eindelijk eens geur waarin je de roze peper daadwerkelijk goed kunt onderscheiden. Prachtig. Ook mooi de groen-bitter-frisse galbanum-noot die volgt gecombineerd met engelenzaad. Beide groen, de eerste meer hemels, de tweede meer aards-musk. Weer prachtig.

Nog mooier: je ruikt alle ingrediënten afzonderlijk. Dus ook het edele en zonnige cederhout. In feite heb je hier al een ‘affe’ geur mee.

En dan moet het mooie nog gebeuren: ‘koninklijk oud – foto – uit India’ manifesteert zich in al zijn glorie, maar niet zo heftig als in Montale-geuren, maar toch warm, vochtig, houtig, medicinaal, rokerig en sensueel. Het laatste wordt versterkt door musk – de echte naar wordt beweerd. Nog een keer: prachtig.

RUIK & VERGELIJK

Redelijk nieuw en nieuw oud:

L’Artisan Parfumeur Al Oudh (2009)

Giorgio Armani – Armani Privé – Oud Royal (2010)

Thierry Mugler – Miroir Miroir – Miroir des Voluptés (2010)

Bond N° 9 New York Oud (2011)

By Kilian – Arabian Nights – Amber Oud (2011)

Christian Dior – La Collection – Leather Oud (2011)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Oud (2011)

LOOK VERA WANG

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L. Een reactie plaatsen

DE LOOK VAN HET OUDERE ZUSJE VAN PRINCESS

Jaar van lancering: 2008

Laatst aangepast: 07/01/12

Neus: Annie Buzantian

Model: Anna Selezneva

Fotografie: Steven Meisel

Ze is bekend om haar dramatische en ‘show off’-trouwjurken. In een creatie van haar heb je als bruid het gevoel over een rode loper naar het altaar te flaneren. En daar sloten haar eerste geuren perfect bij aan: Signature (2002), For Men (2004) en Bouquet (2008): allemaal geconcentreerd rondom het ‘ja-ik-wil’-moment.

Maar zoals elke couturier maakte Vera Wang ook van haar zorgvuldig opgebouwde status gebruik om aansluiting te zoeken bij een meer jongere doelgroep dus te gaan voor het grote geld. Niet mis mee! Je bent een dief van je… Dus volgden confectielijnen en een trits accessoires: brillen, sieraden, tassen, schoenen en natuurlijk geuren. Coty, huidig licentiehouder van Vera Wangs geuren, juigde dit alleen maar toe.

Een van die kledinglijnen heet Princess. Hé wat een leuke naam voor een geur! Princess werd in 2007 gelanceerd, gevolgd door fast fashion forward flankers: Flower Princess (2008), Rock Princess (2009), Glam Princess (2009), Preppy Princess, en nu we toch bezig zijn, dan kan deze er ook nog wel bij: Princess Night (2010).

Vera Wang mikt iets hoger met Look – waarvan trouwens geen tig variaties verschenen – die je kunt beschouwen als de geur voor het oudere zusje van zij die Princess draagt. Maar het gaat volgens Vera Wang niet alleen om leeftijd. Het gaat ook om vertrouwen.

En hiermee bedoelt ze in feite niet draagster mee, maar het merk Vera Wang: ‘Het is een statement dat we nu een modehuis zijn die ook bruiden kleedt, in plaats van een bruidskleding-label dat ook mode doet’. Look kreeg de volgende codes mee: modern, bold, seductive, captivating, luxurious, prestigious.

Ik kan me enigszins bij de eerste vier aansluiten, niet bij de laatste twee. Daarvoor is Look toch te gewoon en te braaf, te mainstream, maar – daar zorgt Coty wel voor – toch helemaal in sync met de huidige ‘girly’ parfumcodes. Men neme fruit, frisheid en bloemen, en je krijgt een…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… het moet gezegd: een behoorlijke scherpe opening van citrusvruchten – citroen, mandarijn, lychee – die wordt gewiegd in ‘groene noten’, maar die niet echt natuurlijk aandoet. Vervolgens kom je in een bloemige sfeer terecht. De verwerkte bloemen zijn lelie, fresia en jasmijn. Alleen ruik je die niet echt goed afzonderlijk. Misschien alleen de jasmijn. Het is meer een bloemige impressie.

Hoewel de basis eikenmos, vanille en patchoeli bevat – nee, Look is geen neo-chypre – neem je met name witte musk waar – de afsluiting van zoveel prettig gestemde, easy going jonge meisjesgeuren.

RUIK & VERGELIJK

En ondertussen verschenen ook nog:

Vera Wang Anniversary (2010)

Vera Wang Love Struck (2011)

25 INDOCHINE PARFUMERIE GENERALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 6, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, GEURENALFABET I, NICHE. 3 reacties

EEN ZWOEL-WARME GEUR VOOR KOUDE DAGEN

EEN ZWOEL-WARME GEUR VOOR WARME DAGEN

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 06/01/12

Neus: Pierre Guillaume (foto onder)

Indochina was voor Frankrijk wat voor ons Indonesië ooit was: een unie (anno 1887) van koloniën/protectoraten (Tonkin, Annam, Cochinchina, Cambodja en vanaf 1893 Laos). Het viel na de Tweede Wereldoorlog uiteen, maar de verschillende gebieden bleven geassocieerd met Frankrijk tot aan hun onafhankelijkheid in 1954. Net zoals veel Nederlanders hebben ook veel Fransen een geromantiseerd beeld ‘van die goede oude koloniale tijd’.

En zie je steeds meer terug op expo’s, in docu’s, in films, in boeken, in vakantiefolders en in ‘vergeten’ familiealbums uit lang vervlogen tijden. Pierre Guillaume liet zich voor zijn 25ste geur (!) inspireren door een serie vergeelde foto’s uit 1920 waar een reisje langs de rivier Mekong op de gevoelige plaat werd vastgelegd. Je hebt niet veel fantasie nodig om je daar iets bij voor te stellen. Iets moeilijker wordt het om deze gestolde herinneringen vast te leggen in een geur. Waar kies je voor: buigend bamboe wiegend in de zonnige rivieren, de bezwangerde lucht van tropische bossen weldra bevrijd door een regenbui, lokale kruiden die je opsnuift op die ‘zo enige en authentieke marktjes’?

Guillaume kiest voor het laatste. Hij brengt 25 IndoChine geurtechnisch in kaart door het mengen van inheemse en geliefde culinaire en ‘decoratieve’ bestanddelen: honing uit Laos, peper uit Cambodja, kardemon uit Ceylon en tanakha-hout uit Birma dat wordt gebruikt in cosmetica en qua geur veel overeenkomsten schijnt te hebben met sandelhout alleen wat groener.

Maar 25 IndoChine draait eigenlijk om één ingrediënt dat in de parfumwereld door zijn complexe karakter – kruidig, ‘vanillezoet’, zwoel, aards, poederig – zeer geliefd is en voornamelijk in de basis wordt gebruikt ter fixering/afronding/bevordering van het sensuele karakter: benzoïne afkomstig van de styraxboom uit Siam.

Ook geliefd en belangrijk als onderdeel van wierook: in het Arabisch heet het lubān jāwī, ofwel ‘wierook van Java’. Moorse handelaars verbasterden het tot benjawi, Italianen tot benjuì om uiteindelijk ‘internationaal’ bekend te worden als benzoë.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik weet niet of ik gestuurd werd door de vergeelde en ‘verbruinde’ foto’s, maar 25 IndoChine roept een sterk sentimenteel gevoel op. Ook heel raar: ik heb associaties met Shalimar van Guerlain uit 1925, alleen is 25 IndoChine ruwer, ‘lokaler’, minder westers en dus minder gepolijst dan dé oriëntaalse klassieker van de 20ste eeuw.

Prachtig om te ruiken hoe het balsemachtige benzoïne (foto), qua zoetheid rijker en dieper dan vanille, zich omringt met honing die de duidelijk waarneembare kruidigheid van kardemon en peper wat tempert. Wat nog eens versterkt wordt door het zachte hout. Ook fijn: de geur wordt niet gesmoord in vanille en amber – logisch die worden niet van nature in Indochina gevonden – wat met veel oosters geuren vaak het geval is, waardoor de gelaagdheid van benzoïne in 25 IndoChine zich beter kan verspreiden.

Een ding: ondanks de zeer geslaagde poging om met alternatieve ingrediënten een oosterse en mystieke geur zonder een te nadrukkelijke gourmand ‘bijsmaak’ te creëren, heb ik er toch een hoog geurkaars-gevoel bij en met een glas cognac voor de open haard met of zonder familie en/of goede vrienden. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over mij.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik dacht ‘ik heb eerder van tanakha gehoord, eerder geroken’. Nadenken, nadenken en toen rook ik de geur als het ware weer:

Kenzo Amour (2006)

Dat het Verre Oosten ook een helder, regenachtige impressie als parfum kan opleveren zonder aan kruidigheid in te boeten, bewijst:

Hermès Un Jardin après la Mousson (2008)

PEUT-ETRE – MAISON LANCOME – LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET P, NICHE, VINTAGE. Een reactie plaatsen

‘EEN VIERING VAN BIJZONDERE MOMENTEN OPGEHANGEN IN DE TIJD’

Jaar van lancering: 1937/2008

Laatst aangepast: 05/01/12

Neus: Nathalie Lorson

De wereld is in ban van vintage: producten die kenmerkend en smaakbepalend voor een bepaalde periode zijn. In dit kader lanceerde Lancôme al begin jaren negentig La Collection: vergeten, maar legendarische parfums van het cosmeticahuis. Een van die geuren is Peut-Etre.

Natuurlijk heeft de oprichter van Lancôme, Armand Petitjean (1884-1964), de volgende pr-tekst (bestond toen eigenlijk nog niet zoals we het nu kennen) niet zelf bedacht toen hij in 1937 zijn negende of tiende parfum presenteerde (hetzelfde jaar verscheen ook Gardénia): ‘Alleen in haar geliefde Franse tuin, wandelt een vrouw tussen rozen, sering, iris en jasmijn. Ze denkt aan hem, wetende dat hij van haar houdt. Ze hoopt dat hij een teken zal geven dat al haar twijfel uitbant. Een briesje met bloemblaadjes steekt op en streelt haar huid en haar’.

Vervolgens ‘sluit haar ogen en laat haar zintuigen verleiden door de tuin. Ze hoort voetstappen, opent haar ogen en kijkt in die van hem. Ze neemt een nieuwe intensiteit waar in zijn blik. Hij heeft iets in zijn handen. Iets belangrijks staat te gebeuren… peut-être… perhaps’.

Wie weet – zo Lancôme! – is het wel een ring… Het werd bedacht door de marketingafdeling van Lancôme om de opname van Peut-Etre in La Collection in 2008 te voorzien van een verhaal. Wel typisch Lancôme, maar niet echt nodig; het ondermijnt een beetje de vanzelfsprekende status van het parfum dat het tot 1956 – afgezien van de naamsverandering: Peut-Etre werd Qui Sait – voornamelijk op inhoudelijke kracht heeft gedaan.

In 2010 werd La Collection voor de vierde keer gepresenteerd. Andere flacon, andere naam – Maison Lancôme – met een in eerste instantie beperkt aanbod: het nu anders geschreven 1001 Roses (1999), Balafre (1967) en Peut-Etre.

Dit zegt Lancôme anno 2010: ‘Claimt niet. Het is zowel een vraag als een antwoord. Peut-Etre staat symbool voor jeugd, de subtiele frisheid van de lente. Een viering van bijzondere momenten opgehangen in de tijd’.

Merkwaardig: de Franse site vermeldt de nieuwe serie nog niet. Onder de oude noemer La Collection alleen Climat (1967) en Trophée (1982). En dat voor weggeefprijzen. De eerste kost € 52,50, de tweede € 49,25. Terwijl voor Peut-Etre, 1001 Roses en Balafre – alleen verkrijgbaar bij de Bijenkorf – € 147,50 wordt gevraagd.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Lancôme vroeg Nathalie Lorson de geur opnieuw tot leven te wekken. Dat lijkt me een eer, een uitdaging én moeilijk. Want hoe ga je met de originele receptuur om? Volgens ‘overlevering’ viel Peut-Etre op door de combinatie van de ‘DNA-bloem’ van het huis – inderdaad – de roos gecombineerd met iris en… lindebloesem. Laatste was een erg populair ingrediënt tijdens het interbellum. Nu ruik je het zelden in geuren. En helemaal niet in de nieuwe versie. Het accent werd verlegd naar de roos en de iris. De lindebloesem werd vervangen door sering, die weliswaar op een andere manier toch een typisch ‘voorjaarsingrediënt’ is.

Hiermee opent dan ook Peut-Etre. Het frisbloemige aroma hiervan blijft even hangen om vervolgens op te gaan in hart van centifoliaroos (foto) waarvan de fruitig-bloemige zoetheid heel poederig wordt door iris. Jammer alleen dat de verfijning van deze fragiele combinatie teveel verdwijnt in de nogal opdringerige basis van amber en musk.

Het effect: Peut-Etre wordt hierdoor voor mij iets te zoet, te gewoon sensueel en te eendimensionaal. Meer masstige, dan niche en vintage. Maar, dat is dan wel weer ‘grappig’: het krijgt hierdoor een zekere ‘huideigen-effect’ nu zo populair. Denk: Shalimar Parfum Initial van Guerlain, Estée Lauders Sensuous Nude, Dahlia Noir van Givenchy en Thierry Muglers Angel Eau de Toilette van – allemaal gelanceerd afgelopen najaar.

RUIK & VERGELIJK

Ze heeft inmiddels meer dan zeventig geuren op haar naam staan. En Nathalie Lorson doet niet moeilijk: van eenvoudige sportieve geurtjes (Adidas’ Floral Dream 2005) via celebgeuren (Signature van David en Victoria Beckham in 2009) naar prestigeparfums. En die zijn toch de mooiste. Waarvan getuigen:

Lalique Encre Noire (2006)

Le Labo Poivre 23 (2008)

Acqua di Parma Profumo (versie 2008)

Olfactive Studio Autoportrait (2010)

Balmain Carbone de Balmain (2011)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....