GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

JUNIPER SLING PENHALIGON’S

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 4, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET J, NICHE. Een reactie plaatsen

G&T FOR THE BYT

OFWEL GIN & TONIC FOR THE BRIGHT YOUNG THINGS

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 04/01/12

Neus: Olivier Cresp

Ik wou onlangs stamppot zuurkool maken. Als extra voeg ik altijd laurierblad, kruidnagel en jeneverbes toe. Maar ik was door mijn voorraad jeneverbes heen. Dus ik naar Appie Hein; verkoopt ze niet meer. Ik naar de Gebroeders Koeiedoder in de Amsterdamse Pijp, een bekend ‘kruidenadresje’.

Blijkt die al jaren geleden zijn deuren te hebben gesloten. Uiteindelijk slaagde ik bij een ouderwetse drogisterij in de Nieuwmarktbuurt. Waarom toch deze zoektocht naar jeneverbes? Omdat het zo’n lekkere donker-kruidige noot (die toch heel etherisch en luchtig is) geeft aan gerechten.

Jeneverbes wordt in de parfumerie over het algemeen gebruikt om een geur een koel-kruidige injectie te geven en de laatste jaren voor een ‘sterke drank’-indruk.

Met name die van (London dry) gin, de Engelse ‘overgeparfumeerde’ variant op de Nederlandse jenever (als je juniper ‘vernederlandst’ krijg je jenever). Is ook de bedoeling van Penhaligon’s Juniper Sling die is namelijk geïnspireerd op London dry gin én de Bright Young Things die het héél véél dronken tijdens het interbellum; de fashionable, trendsettende en bohemienachtige elite.

Die verzamelden zich in de jaren twintig in allerlei alternatief-hippe uitgaansgelegenheden. De belangrijkste gangmakers waren onder meer – een van mijn favoriete persoonlijkheden uit de vorige eeuw – Nancy Mitford (schrijfster van onder meer Love in a Cold Climate, Pursuit of Love en portretten van Madame de Pompadour en Frederik de Grote), Cecil Beaton (fotograaf, schilder, set decorator en man met heel veel smaak; hij deed onder meer de kleding voor My Fair Lady – 1964 – met Audrey Hepburn) en Evelyn Waugh (het bekendst van zijn boek Vile Bodies uit 1930 waarin hij deze scene beschrijft).

Deze wereld komt mooi tot leven in het vaak hilarische boek The Mitfords Letters Between Six Sisters uit 2007. En ook zo waar in Juniper Sling. Alleen minder alcoholisch – te weinig jeneverbes naar mijn smaak – in de opening, dan je hoopt.

En hoewel de geur in zijn traject van opening naar basis goed te volgen is, heeft Juniper Sling niet veel ‘staying power’ en is het eindresultaat anders dan je afgaande op de ingrediënten zou verwachten: vetiver in samenwerking met ambrox neemt de overhand.

Dus had voor mij de geur Vetiver Sling mogen heten. En is het welbeschouwd een erg toegankelijke en makkelijke geur verpakt in een ‘gedegen vintage-adres’. Met andere woorden: Vetiver Sling had ook de nieuwe frisse en relaxte geur van Giorgio Armani, Yves Saint Laurent of Gucci kunnen zijn.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Oink, inderdaad een energieke eruptie van jeneverbes (foto) die is als een vallend ijsklontje in een glas gin. En, verdomd, engelwortel en sinaasappelbrandy neem je op de achtergrond lichtjes waar. Laatste linkt zich mooi met kaneel. In de tweede helft staat de jeneverbos zijn plaats af aan kardemon.

Gaan eerst nog samen op met op de achtergrond – heel goed ruiken! – leer en het iets duidelijker waarneembare iris. De zwarte peper ontgaat me. Niet de basis van Juniper Sling waarin de transformatie plaatsvindt, waarin de ‘gin’ verdwijnt in een stevig vetiver- en ambroxnoot begeleid door – origineel – bruine suiker en ‘zwarte kers’. Die geven een subtiele zoetige nuance. Maar om die te ontwaren, daarvoor moet je wel een hele scherpe en verfijnde neus hebben.

RUIK & VERGELIJK

Jeneverbes ruik je heel mooi en duidelijk in:

Versace The Dreamer (1996)

En ruikende aan Juniper Sling moet ik heel erg denken aan:

Creed Vetiver Original (2004)

EAU DE PARADIS BIOTHERM

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 3, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET E. Een reactie plaatsen

‘EAU D’EDEN’

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 03/01/12

Neus: Bernard Ellena

Model: Sasha Pivovarova

Fotograaf: Marc Segal

Dacht dat ik deze geur al had besproken. Not. Nu een goede gelegenheid gezien Eau de Paradis samen met Eau Vitaminée (1999), Eau d’Énergie (2006) en Eau Pure (2008) binnenkort ook wordt aangeboden in een tasflacon ontworpen door Vanessa Bruno. Eerlijk gezegd: ontworpen vind ik nogal een groot woord voor deze simpele cilinders (inhoud 20ml) die bedekt zijn met een plastic coating waarvan de kleur refereert aan de inhoud en waarvan de verpakking alleen een ‘Vanessa Bruno’-touch heeft. Als je het zo noemen wilt. Voor Eau de Paradis is dat grenadineroze.

Bij het paradijs denkt Biotherm aan een plek in het hiernumaals. Dit hof van Eden is niet exact topografisch aangegeven, maar bevindt zich in ieder geval ergens in de tropen en op een eiland. ‘Daar’ deed Biotherm de inspiratie op voor deze fris-fruitige geur die zijn noten verspreidt als een opstijgende dauw waaruit bloemen opbloeien die zich laten verwarmen door de zon, en je – meestal om te beginnen – thuis het gevoel geeft alsof je ontwaakt in een tropische paradijs.

Heb je nog behoefte aan een gebruikersprofiel? Bij deze: ‘Voor de vrouw die midden in het leven staat, geniet van een onschuldige flirt en samen met haar geliefde geniet van een verleidelijk aroma’. Tja, dat snap ik niet helemaal. Zal wel te maken hebben met het feit dat Biotherm als cosmeticamerk steeds meer lifestyle-trekken krijgt: de modellen worden steeds jeugdiger en ‘topmodelleriger’ – zie het aantrekken van Sasha Pivovarova als ambassadrice en de verpakking wordt minder sec maar des te meer decoratief – zie de bijdrage van Vanessa Bruno.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Opvallend, van alle ‘actieve’ eaux doet Eau de Paradis het minst voor geest én lichaam. Dat komt omdat het percentage essentiële oliën met hun veronderstelde werking op de psyche – zo goed te ruiken in Eau Vitaminée en Eau d’Énergie – plaats hebben gemaakt voor een ‘smaak’ die het de laatste jaren erg goed doet bij jonge vrouwen (zie het model): rood fruit.

En die wordt in negen van de tien gevallen niet ontrokken aan de vrucht en/of schil, maar is een combinatie van geurmoleculen die deze rode aroma’s oproepen. In dit geval rode bes, framboos en granaatappel die om ze een meer natuurlijke uitstraling te geven, worden gecombineerd met ‘echte’ zwarte bes en Italiaanse citroen.

Deze rode golf houdt heel lang aan, is overvloedig waardoor je de roos en fresia in het hart moeilijk(er) kunt onderscheiden. Niet de basis; duidelijk waarneembaar de musk verpakt in ceder- en sandelhout.

RUIK & VERGELIJK

In het persbericht: ‘Als eerbetoon aan de geliefdste bodysprays presenteert Biotherm de legendarische geuren…’. Dat is op zijn zachtst gezegd vreemd. ‘De geliefdste’ suggereert dat er ook nog andere bodysprays in het assortiment zijn. Niet meer in ieder geval.

En legendarisch? Wil je deze omschrijving geven aan een geur, dan komen eerder N° 5 (1921) van Chanel, Shalimar (1925) of bijvoorbeeld Joy (1935) van Patou in aanmerking. Hoe dan ook, niet alleen de uitstraling ook de inhoud wordt steeds meer ‘fashionable’. Volg de geurontwikkeling van Biotherm via:

Biotherm Eau Vitaminée (1999)

Biotherm Eau d’Énergie (2006)

Biotherm Eau Pure (2008)

Biotherm L’Eau Vanessa Bruno (2010)

DEEP ROSE MONTALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 2, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET D, NICHE. Een reactie plaatsen

ZOETE ROOS, ZOETERE ROOS, ZOETSTE ROOS

Jaar van lancering: 2009

Laatst aangepast: 02/01/12

Neus: Pierre Montale

Montale heeft op dit moment tien ‘pure’ roosgeuren in de collectie. En daarvan heb ik velen geroken, maar nog weinig besproken. Ik begin met door de eenvoud zijn meest toegankelijke: Deep Rose. Dat komt grotendeels door het feit doordat het fetish-ingrediënt van Montale – bijna – schittert door afwezigheid: oud.

Dit is wat de gemiddelde ‘westerling’ zich bij een puur rozenparfum voorstelt. En dan nog steeds: Deep Rose is voor westerlingen wellicht nog te zoet, nog te bloemig – dus te oosters. Die zien graag ook lichte, sprankelende noten toegevoegd. Denk aan klassiekers op dit gebied: Paris (de eau de toilette-versie) uit 1983 van Yves Saint Laurent en Calvin Kleins Eternity (1988). Of van iets recenter datum: Chloé’s Chloé Eau de Toilette (2009) en Early Roses (2010) van Teo Cabanel.

Montale heeft het niet zo op inspiratiebronnen. Het lanceert liever geuren… iets teveel naar mijn smaak. Het is aan de koper om al ruikende aan de geuren wel of niet in vervoering te raken, dan wel of niet de behoefte hebben dit op te schrijven en dan wel of niet te delen. Bij mij gebeurt er ook weinig. De eerste reactie: eerder geroken. De tweede: best wel zoet. De derde: inderdaad roos ‘op z’n oriëntaals’. De vierde: mooi, maar een beetje vlak, echt raffinement ontbreekt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Heel even, maar dan ook heel even: een knisperende noot van groene mandarijn (uit Argentinië). Je wordt eigenlijk direct overrompelend door roos. Eerst de onschuldige, luchtige pioenroos die als het ware de weg vrijmaakt voor de Bulgaarse roos, die je in zal zijn ‘deepheid’ ruikt: zoetig, met een fruitige noot, maar vooral vol. En die volheid krijgt een zijde- en coconachtige ondertoon door amber maar vooral witte musk. En je moet heel goed ruiken, wil je het oud kunnen detecteren, gezien de kracht van de witte musk.

RUIK & VERGELIJK

Nog negen te gaan…

Montale Aoud Damascus (20??)

Montale Aoud Queen Roses (20??)

Montale Aoud Roses Petals (20??)

Montale Attar (20??)

Montale Crystal Flowers (20??)

Montale Golden Aoud (20??)

Montale Orient Extrème (20??)

Montale Roses Musk (20??)

Montale Taif Roses (20??)

 

AMBRE NARGUILE – HERMESSENCE – HERMES

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 31, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET A, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

EEN ORIENTAALSE GEUR VOLGENS JEAN-CLAUDE ELLENA

Jaar van lancering: 2004

Laatst aangepast: 31/12/12

Neus: Jean-Claude Ellena

De Hermessence-collectie startte in 2004 met een kwartet. Het toenmalige uitgangspunt (inmiddels van afgestapt): de geuren moeten ieder een stof oproepen. Rose Ikebana is zijde vertaald in geur, met Vetiver Tonka wordt wol onder de neus genomen, Poivre Samarcande roept fluwelen sensaties op en Ambre Narguilé is als een Hermès-foulard van kasjmier.

Nog een overeenkomst: alle vier hebben een subtiele gourmandnoot. Dat maakt ze modern en tegelijkertijd neo-klassiek omdat ze hierdoor minder snel vervelen – vaak eigen aan ‘pure’ gourmandgeuren. Wat zo mooi aan Ambre Narguilé is: naam klopt zo met de inhoud. Voor de lezers die het Frans niet meer echt machtig zijn: narguilé betekent waterpijp.

Je ziet als het ware de sensuele ingrediënten door de narguilé borrelen en sijpelen, waardoor deze oosterse geur een zekere luchtigheid behoudt. En, heel merkwaardig, zelfs rokerig wordt en toch warm blijft – als een karamelkleurige kasjmiersjaal die je draagt tijdens een nazomerse wandeling.

Jean-Claude Ellena ziet amber ‘als een westerse interpretatie van het oosterse parfum, met zijn warme, onweerstaanbare en bijna sensuele geur’.

Hieraan voegde hij de herinnering van het Oosten waar hij zo van houdt: een waterpijp die wordt gerookt met tabak geurend naar honing en kruiden, en waar de rook een licht bedwelmend effect heeft’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Echt ruiken doe ik ze niet: de witte orchideeën. Krijg zelfs helemaal geen bloemig gevoel bij Ambre Narguilé. Ik ruik één en al kruidige zoetheid op een sensueel-kruidig fond dat wordt geopend met musk-achtige ingrediënten normaliter gereserveerd voor de basis.

Je komt hierdoor direct in de ‘core business’ van de geur terecht: benzoïne (met zijn muskachtige vanille-noot), cistus labdanum (met zijn ‘natuuridentieke’ musknoot) en musk (duidelijk). Die krijgen een zoete injectie van vanille, rum, caramel, honing en tonkaboon. Maar het wordt niet te zoet en daardoor te vlak. Want de verhouding is evenwichtig.

Vanille geeft gourmandzoetheid, rum een warm-alcoholische toets, karamel een warme, ‘druiperige’ zoetheid, honing zonnige warmte. Tonkaboon versterkt de rum-noot. Je moet deze smaakmakers niet al te letterlijk nemen: het zijn afgeleide van vanille- en lactonemoleculen.

Ook mooi: de toevoeging van ‘stuifig’ kaneel en gegrild sesamzaad. Ambre Narguilé krijgt hierdoor een soort alternatieve warme, stoffige droogte die gewoonlijk met cederhout en/of patchoeli wordt verkregen.

Ambre Narguilé is een geur die het sensuele en erotische cliché van een oosters parfum ontstijgt. Daarvoor is de geur te ‘diep’ en te ‘sekse-neutraal’. Geen ‘pak-me-dan-als-je-kan’-geur, maar een ‘laten-we-samen-genieten’-parfum… onder – droom even mee – een baldakijn languisant liggend op een bed met rijk geborduurde kussens op een terras dat uitkijkt over de woestijn waar een zwoele wind – je kunt kiezen uit chamsin, harmattan, samoem, sirocco of chergui – zandkorrels aanzet tot een spectaculair luchtballet. Want Ambre Narguilé prikkelt de fantasie wel.

RUIK & VERGELIJK

Hoe verfijnd Jean-Claude Ellena het gourmandprincipe in geuren verwerkt, ruik je eveneens in de ‘verbetering’ van het niet door het hem gemaakte Eau des Merveilles uit (2003):

Hermès Elixir des Merveilles (2006)

SANTAL MASSOIA – HERMESSENCE – HERMES

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 30, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

SANDELHOUTPERFECTIE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 30/12/11

Neus: Jean-Claude Ellena (foto)

Wat erg: ik heb veel minder Hermessence-geuren besproken dan ik dacht. Gaan we snel goed maken. Nu eerst nummer tien in de serie. Even een reminder: waarom werd Hermessence gelanceerd?

Een van de redenen: om oude klanten terug te winnen (en nieuwe erbij te krijgen) die door de opkomst van nieuwe nichemerken eigenlijk geen interesse meer toonden in geuren van de oude garde.

Hermès was de eerste die met een neo-nichelijn kwam en hiermee de ambachtelijke kant van het luxemerk ook op geurengebied wou benadrukken. Om zich van een zo evenwichtige en constante collectie te verzekeren, besloot Hermès het om Jean-Claude Ellena als ‘huisneus’ in dienst te nemen.

Een goede beslissing: hij is een van de weinige neuzen die geuren intellectueel benaderd om vervolgens tot een ‘abstracte’ compositie te komen, en je dicht in de buurt brengt van je ‘onbewuste’ gevoeligheid voor geuren. Je kunt ze vergelijken met gevoelige schetsen in potlood, houtskool, die al zoekende, duidelijke contouren vormen.

Ruiken aan Ellena-creaties is vaak een aha-erlebnis: er verschijnen in gedachten een reeks beelden en associaties die allemaal op de een of andere manier linken met eerdere opgedane geurimpressies. Je kunt er niet precies de vinger op leggen, alleen een ding is zeker: het zijn prettige herinneringen die soms wel, soms niet in echt plaatsgevonden hebben.

Dat laatste voel je ook heel mooi in Santal Massoïa. De geur lijkt zo bekend, vertrouwd, je koppelt het direct aan iets prettigs.

De zon die zinderend schijnt over een landschap waar stilte heerst. Af en toe hoor je het verdwaalde geluid van vogels, krekels, geroezemoes van stemmen in de verte… leun ik nu tegen een boom in het heideachtig bos, starend naar de hemel met een Ola Magnum in mijn mond…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ellena zegt over Santal Massoïa: ‘Je hebt lineair, verticaal hout zoals cederhout. Horizontaal, rond, soepel en fluweelzacht hout zoals sandelhout en massoia. Dit in gedachten, componeerde ik dit raadselachtige, uitnodigende maar toch ‘afstandelijke’ parfum van melkachtig hout met ongebruikelijke scherp-sterke hints van hars en gedroogd fruit, en bekende geuren van bloemen en melkzoet (karamelpasta)’.

Nu heb ik nooit geroken aan massoïa (foto) in pure vorm, maar volgens kenners ruikt de bast van de Cryptocarya massoia – oorspronkelijk afkomstig uit Indonesië – naar een mengeling van kokosnoot en kaneel (de olie wordt lokaal ook verwerkt in voedsel).

En dat gaat dus heel harmonieus samen met de roos- en roomachtige nuances van sandelhout. Samen levert het een in eerste instantie warme, smeuïge houtgeur op die geleidelijk steeds droger wordt.

Mooi Santal Massoïa is ook de subtiele manier waarop Ellena het gourmand-idee verwerkt. Duurt even voor je dat ervaart.

Eerst is een opening die je als Ellena’s handtekening voor Hermès kunt beschouwen: een lichtgroene noot die zweeft tussen vijg en groene thee. Die wordt opgelicht door een lichte aldehyden-injectie al voor je de kennismaakt met de ware essentie van de geur: sandelhout vermengd met massoïa die lijkt versterkt met vanille en een lactone-ingrediënt voor het zeer subtiele gourmand-effect van Santal Massoïa: karamelpasta.

RUIK & VERGELIJK

Mea culpa: ik dacht dat ik meer ‘Hermessences’ had besproken… komt goed, komt goed.

Hermès – Hermessence – Poivre Samarcande (2004)

Hermès – Hermessence – Brin de Réglise (2007)

Andere sandelhoutgeuren dit jaar in de prestige-sector:

Le Labo Santal 33 (2011)

Tom Ford – Private Blend – Santal Blush (2011)

SANTAL 33 LE LABO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 29, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN SANDELHOUTGEUR DIE HEEL,

MAAR DAN OOK HEEL LANGZAAM,

EEN SANDELHOUTGEUR WORDT

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 29/12/11

Neus: Frank Voekl

Misschien arrogant, maar ik voel me echt niet aangetrokken tot Le Labo (anno 2006). Nét iets te bedacht de naam, nét iets te gelikt ondanks de gecultiveerde ‘onaffe’ en schetsmatige uitstraling – neem het typemachine-lettertype.

Nét te arty-farty de impressies van de bij het ‘lab’ aangesloten kunstenaars. Neem daarbij het in verfijnde parfumkringen politieke correcte ‘geklaag’ van de oprichters Fabrice Penot en Eddie Roschi.

Beide werkten voorheen bij Giorgio Armani Fragrances waar ze helemaal depri werden van de zielloze supermarktparfums en inwisselbare famous faces fragrances. En, last but not least, wat je krijgt, staat niet in verhouding tot de prijs vind ik. Te duur dus. De geuren zelf: de zoveelste variaties op klassieke parfumthema’s en populaire ingrediënten. Zeker niet slecht, maar ook zeker geen creaties die je laten verwonderen over de magie van parfums.

Elke geur (inmiddels twaalf, de zeven exclusieve voor zeven steden stad verkrijgbare parfums – absurd! – en samenwerking met modelabels en magazines niet meegerekend) is voorzien van een nummer dat staat voor het aantal gebruikte ingrediënten, terwijl de naam verwijst naar het ingrediënt waarvan de grootste dosis werd gebruikt. Dat wil niet zeggen dat de geur daar per definitie naar moet ruiken. Dat onderga je in eerste instantie ook goed in Santal 33, een ‘verbetering’ van de geurkaars met de naam Santal 26.

Le Labo associeert de geur met de Malboro-campagnes van vroeger: ‘A man and his horse in front of the fire on a great plain under tall, blue evening skies – a defining image of the spirit of the American West with all it implied about masculinity and personal freedom. This man, firelight in his face, leaning on the worn leather saddle, alone with the desert wind’. Leuk zo’n inspiratiebron, maar of elke man hem wou zijn en elke vrouw hem wou hebben, zoals Le Labo stelt, kun je je afvragen.

Niet iedereen valt voor dit ‘zo krachtige icoon’. Ook niet voor de er aan gekoppelde geur die het ‘sensuele universum’ van deze rokende cowboy raakt, die volgens Le Labo in een paar woorden te vangen zijn: ‘Kampvuur, de grillige beweging van rook… waar de sensualiteit stijgt als het donker wordt’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerlijk gezegd: heb ik geen ‘kampvuur’-gevoel, laat staan een ‘sigarettenrook’-ervaring. Of het moet het idee zijn van de zoete geur van tabak dat niet als ingrediënt is opgegeven. Maar met Santal 33 – let wel: 21 ingrediënten worden niet genoemd – onderga ik wel iets bijzonders: het is als een heel lange ‘klassieke’ wandeling die uitkomt op een Australische sandelhoutplantage.

Eerst loop je onder een wolk die van alle ingrediënten lijkt te barsten, waaruit een merkwaardig zeebries-akkoord – zonnig en zoutig – sijpelt die vervolgens wordt achterna gezeten door een groen-ijle vlucht van kardemon die heel lang beklijft.

Dan wordt het zoet dan zoeter met een viooltje die vervolgens tijdens de wandeling – het wordt steeds warmer en droger – lijkt te smelten in een fondue van droog-poederig iris, zonnig cederhout, houtig papyrus, animaal ambrox (de synthetische variant van ambergris) en het even animale leer. En dan eindelijk, eindelijk ruiken we het sandelhout.

Maar niet zo bloemig-verfijnd, daarvoor blijft de geur toch te scherp, te medicinaal, te ‘terpetijnig’ – eigen aan Australisch sandelhout – voor mijn gevoel. Het is eerst zoet, dan droger-droger-droogst.  Maar dan zit de Santal 33 wel meer dan vier uur op je huid.

Santal 33 brengt in ieder geval vreemde emoties teweeg: mijn steun en toeverlaat Maria van Geuren is ervan bezeten en heeft er een hakkenbar/schoenenpoets-gevoel bij – een (voor haar positieve) associatie die me niet meer loslaat. Een vriend – die anoniem wenst te blijven – moet denken aan geboend parket. Voor beide impressies geldt: d’r zit wat in. Santal 33 heeft inderdaad iets gepolijst, gelakt en ‘gewreven’. Verklaart wellicht de all over ‘niet natuurlijke’ terpetijn-impressie van het sandelhout.

RUIK & VERGELIJK

De sandelhoutparfumoogst van 2011 bracht niet alleen Santal 33, die niet de geile glamour-boterigheid heeft van:

Tom Ford – Private Blend – Santal Blush (2011)

En niet de understated ‘droge’ chic van:

Hermès – Hermessence – Santal Massoïa (2011)

CHAMBRE NOIRE OLFACTIVE STUDIO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 29, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. 1 reactie

OOG EN NEUS, FOTO EN PARFUM

RESULTEREND IN EEN DONKERE KAMERGEUR

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 29/12/11

Neus: Dorothée Piot

Concept & realisatie: Céline Verleure (foto)

Te koop bij: www.perfumelounge.nl

Belangrijk voor een nieuw nichemerk: een geloofwaardige ‘verantwoording’. Zou het dus waar zijn of gewoon een leuk marketingverhaal? ‘Geboren in Frankrijk nabij Chambord, brengt Céline Verleure haar kinderjaren door in de natuur, in bossen op zoek naar paddenstoelen, rijdend met de fiets langs velden vol zonnebloemen. Zittend in haar boomhut boven de laurier droomt ze ervan om architect te worden, ze tekent, ze ontwerpt haar eigen wereld’.

Je ziet het voor je. Maar deze dromen vervlogen toen ze ouder werd en over haar toekomst moest gaan nadenken. Ze doet een studie marketing en komt terecht bij Kenzo waar de ontwikkelaar van geuren, Pierre Broc, haar de passie bijbrengt voor parfums en haar leert die samen te stellen. Het resultaat: Kenzo Jungle (1996) in samenwerking met Dominique Ropion en Jean-Louis Sieuzac en L’Eau Par Kenzo (idem). Haar nieuwe uitdaging: het opzetten van Osmoz.com, een internetplatform voor parfumliefhebbers geïnitieerd door Firmenich.

Waar of gewoon een leuk marketingverhaal? ‘Verleure’s passie voor geuren wordt versterkt door reizen. Ze leert kalligraferen in Tokio en verblijft maanden in India. Ze houdt van Pondichery en de kracht van het toeval. Zeilt over de Atlantische Oceaan, reist door Zuid-Amerika, wordt verliefd op Rio de Janeiro waar ze twee jaar woont en Franse wijnen importeert’. Je ziet het voor je.

Toch mist ze parfums. Dus na enkele jaren bij L’Oréal, lanceert ze in 2010 Blog for the Fragrance that doesn’t (yet) exist resulterend in een 4000 tellende community die geuren bedenkt met behulp van – let op de omschrijving – ‘de collectieve intuïtie van een online-communicatie’. Het resulteert in Olfactive Studio: een ontmoeting tussen hedendaagse fotografie en parfumerie, tussen oog en neus.

En dan heel manifest en toch heel zwevend: ‘Voor het eerst ontmoeten fotografen en parfumeurs elkaar om te bezielen. Fotografie en geur worden vastgelegd met een gedachte uit het verleden en vormen samen een sensoriële, poëtische en intieme relatie, en nemen je mee naar een wereld de tijd is blijven stilstaan’.

En hiermee ziet Verleure haar verlangen vervuld een avant-gardistisch nicheparfummerk te creëren waar nieuwsgierige en gepassioneerde internetters achter de schermen meekijken hoe en waar parfums worden gemaakt’. Nou, dat weten inmiddels heel veel – ook niet gepassioneerde – internetters wel, maar wat ‘vernieuwend’ is, is dat ze online hun stempel drukken op het concept, naam van het merk, namen van de geuren, flacon en verpakking. En de samenstelling van de geuren werd, als ik het goed begrijp, besproken op ‘olfactorische ontmoetingen met de gemeenschap’.

Want het manifest – ‘zwaar’ woord voor een ‘beweging’ die je voor het internettijdperk gewoon hobbyclub noemde – wil dat je ‘deelneemt aan de creatie van een intuïtief, creatief, artistiek, uniek parfummerk dat met een krachtige persoonlijkheid een tegenpool moet vormen van parfummerken met hun ‘run-of-the-mill’-marketingcampagnes. Ideeën en meningen worden gedeeld met de art director via een Facebook-fanpagina. Olfactive Studio is een project dat leven zal schenken aan een nieuwe generatie van parfums’.

Afgezien van het feit dat een merk feitelijk geen persoonlijkheid kan hebben, kun je afvragen of er sprake is van een nieuwe generatie. Misschien qua realisatie, niet wat de geuren zelf betreft afgaande op de eerste drie ‘oog-en-neus’-ontmoetingen. Wel opvallend: de Kenzo-achtergrond van Verleure ruik je goed in Autoportrait en Still Life (kom ik op terug).

En Chambre Noire mag dan, net zoals de andere twee geuren, elegante en onconventionele moderniteit in een flacon zijn voor krachtige en exceptionele persoonlijkheden’, het blijft toch – niet meer en niet minder – een aangename ambergeur die ik al vaker heb geroken…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… en ook hetzelfde warm-sensuele en weelderig-behaaglijke gevoel oproept dat ik associeer met geurkaarzen. Opvallend: veel niche ambergeuren hebben vaak een kaarsvariatie. Chambre Noire ‘openbaart zijn karakter geleidelijk, komt uit de schaduw met behulp van schijnwerpers – om te delen in de privacy van een hotelkamer’. Goed getroffen: in de ‘betere’ boetiekhotels staat op het nachtkastje vaak een geurkaars om je in een nog betere stemming te brengen.

Opvallend: geen ylang-ylang in deze geur, een favoriet bloem in ambergeuren. Ook: de roze peper in de opening ontgaat me een beetje. Niet de warmte en weelderigheid van Chambre Noire en het feit dat de bloemen in het hart – jasmijn, viooltje (foto) – ondergedompeld worden in een donkerige, rokerige gloed: papyrus, wierook en leer.

Extra elegant: de zoetheid van het viooltje dat gekoppeld wordt aan de sensuele zoetheid van pruim. En deze bloemige rokerigheid, rokerige bloemigheid wordt soepel, zacht, warm in de basis door sandelhout, patchoeli, musk en vanille.

RUIK & VERGELIJK

Amber Alert! Onmogelijk alle ambergeuren te vergelijken. En ben er vast een paar vergeten. Ieder (neo)-nichemerk zijn eigen ambergeur!

L’Artisan Parfumeur Ambre (1976)

Maître Parfumeur Ambre Précieux (1988)

Etro Ambra (1989)

L’Artisan Parfumeur Ambre Extrême (2001)

Hermès – Hermessence – Ambre Narguilé (2004)

Giorgio Armani – Armani Privé – Ambre Soie (2004)

Parfum d’Empire Ambre Russe (2004)

Serge Lutens Ambre Sultan (2004)

Prada Parfum (2004)

Matthew Williamson Matthew Williamson (2005)

Yves Rocher – Secret d’Essences – Voile d’Ambre (2005)

Annick Goutal – Les Orientalistes – Ambre Fétiche (2007)

Estée Lauder – Private Collection – Amber & Ylang (2008)

Dior – La Collection de Christian Dior – Ambre Noir (2008)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Ambre (2010)

Dolce & Gabbana – The Velvet Collection – Ambre (2011)

TRESOR L’ABSOLU DESIR LANCOME

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 28, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET T. Een reactie plaatsen

LANCOME PROMISES A ROSE GARDEN

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 28/12/11

Neus: Dominique Ropion

Model: Penelope Cruz

Fotografie: Mario Testino

Doe ik niet echt: aankondigen dat een ambassadrice van een geur wordt vervangen door een andere. Bijzaak. Gaat nog steeds om de inhoud. Nou vooruit: na Isabella Rosselini, Inès Sastre en Kate Winslet neemt (sinds 2010) Penelope Cruz voor Trésor de honneurs waar. Ook voor een nieuwe interpretatie. Is (was) het origineel uit 1990 samengesteld door Sophie Grosjman niet meer goed of eigentijds genoeg? Lancôme laat het in het midden met: ‘Een nieuw hoofdstuk wordt met Trésor L’Absolu Désir onthuld, een verrassende variant, sensueel en modern, een ware hommage aan de prachtigste rozen’. En op meer ‘emotioneel niveau’ voegt het cosmeticahuis toe dat de geur ‘de meest absolute uitdrukking van verlangen is met de kracht de diepste emoties te prikkelen bestemd voor een gepassioneerde liefde’.

Moet me wel even van het hart, dat in de beautywereld te pas en te onpas het bijwoord ‘meest’ letterlijk voor ‘kenmerken’ worden geplaatst die niet stellend, vergelijkend en overtreffend zijn: uniek, onweerstaanbaar en bijvoorbeeld absoluut zijn het ‘hoogst haalbare’, daar kun je niet overheen – letterlijk en figuurlijk. Inhoudelijk natuurlijk wel. Wil zeggen, aldus Dominique Ropion die de originele formule ontrafelde en haar verrijkte met een nog meer fascinerend facet: ‘Het idee was om het parfum als afgeleide van Trésor te kunnen herkennen, terwijl het tevens een onbekend terrein betreedt’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ruik je het verschil? Ja, maar ik ervaar Trésor L’Absolu Désir anders dan Lancôme het ‘wil’. Voor mij is de geur zachter en meer poederig geworden. Even ter herinnering: Trésor is een ‘omgekeerde’ geur: de basis onthult zich het eerst om vervolgens het hart te laten kloppen die door de opening een zachte noot krijgt. Zie je symbolisch terug in de omgekeerde piramide-flacon.

Dus op een vol-sensuele basis van sandelhout, amber en vetiver ontluikt de ‘otto-roos’ omringd door heliotroop, iris en viooltje die worden gehuld in een zijdezacht perziknoot. De verandering onderga je in het hart.

De otto-roos werd vervangen door de centifolia-roos – ‘de meest begeerde roos’ aldus Lancôme ook bekend als de rosa demascena ‘die alleen in de maand mei bij Grasse bloeit, en wordt gekweekt en met de hand geplukt in de exclusieve rozentuin van Lancôme’ – heb nooit geweten dat Lancôme hiervan eigenaar is.

Deze roos wordt gekoppeld aan jasmijn en sensueel gemaakt vanille. Maar ik mis een muskachtig ingrediënt die aan Trésor L’Absolu Désir zijn poederachtige verfijning geeft. Nog steeds zoet, maar zachter en eleganter, waardoor de geur een niche-toets krijgt.

RUIK & VERGELIJK

De roos vormt het wapen en straalt in de meeste parfums van het cosmeticahuis. Ze bloeit spectaculair en anders in een niet zo bekende geur die onlangs in de nieuwe ‘vintage’-serie (Maison Lancôme) werd opgenomen:

Lancôme – Maison Lancôme – 1001 Roses (1999)

En in Maison Lancôme zit ook een echt onbekende geur:

Lancôme – Maison Lancôme – Peut Etre (1937, 2008, 2011)

SANTAL BLUSH – PRIVATE BLEND – TOM FORD

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 24, 2011
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Een reactie plaatsen

SANDELHOUT ALS FLUWEEL

SANDELHOUT ALS GHEE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 24/12/11

Neus: Yann Vasnier

Artistic direction: needless to say

Kun je tegenwoordig zijn als meisje en (jonge) vrouw: beauty-addict. Ik ben het niet, maar ik weet wel dat Tom Ford een lippenstiftlijn heeft waarvan er – voorlopig – twee worden begeleid met een matching parfum: Jasmin Rouge en Santal Blanc. Origineel.

En zoals we van ‘Major Tom’ gewend zijn, worden deze lipsticks over de top luxueus gepresenteerd in een onbereikbare setting: gefotoshopte Hollywoodglamour in jaren dertig en veertig film noir-stijl, maar dan full colour.

Ze hebben een enorm hoog aspiratieniveau zoals dat zo mooi heet – begin daar als (jonge) vrouw maar eens aan. De geuren doen daar stylingwise niet voor onder, maar zijn gemakkelijker in toepassing… je ziet ze niet. Ruiken daarentegen voor twee.

Interessant en gewaagd: Santal Blanc is een poging om een sandelhoutparfum te creëren zonder sandelhout uit India. De beste soort komt nog steeds uit Mysore. Dat hout is zo ongelooflijk rijk en mooi, door die intens bloemige (roos) en crèmerige geur. Neem één druppel pure essence en er gaat een wereld voor je open.

Alleen is India bijzonder nalatig geweest in de cultivatie van zijn sandelhoutplantages en de tsunami van 2004 schijnt ook rampzalig te zijn geweest. Reden voor de Indiase overheid om voorlopig sandelhout alleen te laten kappen ten behoeve van religieuze doeleinden. Gebrek creëert vraag, waardoor in Azië een duistere handel bestaat in illegaal gekapt sandelhout.

Hoe zorg je als parfumhuis met een ‘geweten’ ervoor dat je eerlijk sandelhout inkoopt? Een oplossing: Australisch sandelhout – minder rijk en vlakker wat parfum betreft. Als je die bijvoorbeeld afneemt van Mount Romance weet je zeker dat het verantwoordelijk is geoogst. Doet Estée Lauder. En als je weet dat Tom Ford onderdeel is van deze cosmeticagigant, dan is het bijna zeker dat hij het heeft gebruikt voor Santal Blanc.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

En het lijkt erop of de – helaas onbekende – neus er alles heeft gedaan om het minder romige, minder bloemige Australische sandelhout te ‘compenseren’ met een enorme rijkdom aan eerst kruiden en vervolgens bloemen. Santal Blanc opent explosief in zijn zachte romigheid.

Wil zeggen: je zit direct in het sandelhout (foto) om vervolgens verschillende nuances te ontdekken. Dat is dan eerst een warme kruidigheid, een mix van massala-kruiden, fenegriek en komijn met de nadruk op kaneel. Je landt hierdoor als het ware in India. Ze zijn samen goed voor een ‘stroef-zoete’ en droog-zonnige sensatie. En die mengt mooi met de bloemen in het hart die van nature harmonieus samengaan met sandelhout: jasmijn, roos en met name ylang-ylang. En die zijn van opperkwaliteit.

Hoe langer Santal Blanc op de huid zit, hoe romiger, fluweliger en sensueler die wordt. Interessant: er ontstaat een soort nieuw gourmand-effect: Indiaanse geklaarde boter (ghee) gevuld met kruiden. Interessanter: deze geur komt tijdens de volle zomer nog rijker en over, en nog wordt nog meer één met de huid dan tijdens de koude jaargetijden.

RUIK & VERGELIJK

Wie heeft de mooiste sandelhoutgeur gemaakt? Nou, dat is niet makkelijk. En ik ben er ook nog niet uit. Guerlains Samsara (1989) – moet je wel het parfumextract nemen. Of Santal – what’s in a name – de Mysore van Serge Lutens (1991)? En mijn second opinion – Maria van Geuren – zweert wat dat betreft helemaal bij Sandalwood van Geo F Trumper (2002) en Tam Dao (2003) van Diptyque. Ik hou het even op een sandelhoutgeur die ook dit jaar verscheen en snel zal bespreken:

Hermessence Santal Massoïa (2011)

BLASK HUMIECKI & GRAEF

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 22, 2011
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

EEN DIEP VERLANGEN NAAR VERBONDENHEID

HOOFD IN DE WOLKEN, VOETEN FERM IN DE GROND

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 22/12/11

Neus: ‘Les Christophs’: Christoph Hornetz & Christophe Laudamiel

Fotografie: onbekend

Model: idem

Concept & realisatie: Tobias Müksch en Sebastian Fischenich

We willen ‘allemaal’ aan de lopende band emoties ervaren. In films, in realityshows, in Idol-zus-Idol-zo-wedstrijden. We willen ‘allemaal’ kippenvelmomenten. Lachen, gieren, brullen en tranen, heel veel tranen. Natuurlijk zijn de meeste emotionele ervaringen die ons worden voorgeschoteld, voorgekauwd.

En er wordt verwacht dat je wel de juiste cliché-emoties bij de juiste gelegenheden toont. De parfumindustrie buit dat als geen ander uit. Sterker, bij massstige-parfums draait het al decennia niet meer om de inhoud en het puur genieten van geuren, maar om standaardemoties.

Brengt een parfum de ‘juiste’ emotie over in zijn sfeer en beelden – in negen van de tien gevallen de verrukkingen van de liefde – dan is het meestal bingo!

Tobias Müksch en Sebastian Fischenich (foto onder) van Humiecki & Graef moeten daar niet veel van hebben. Maar ze vinden emotie wel het juiste vehikel voor parfum. Alleen reikt het duo verder, ze verkennen olfactorisch minder populaire emoties. In Askew (2008) bijvoorbeeld kwaadheid, in Clemency (2009) genade en in Bosque (2010) tevredenheid. Ik heb in beschrijvingen van hun geuren al eerder aangegeven of het überhaupt mogelijk is dergelijke gemoedstoestanden in geur te vertalen, want is het niet eerder andersom: dat geuren emoties oproepen?

Hun ‘nieuwste’ emotie is wederzijds vertrouwen, volgens Humiecki & Graef het diepste verbond tussen mensen. Ze kozen er het Poolse woord blask voor dat schitterende gloed, luister (in de zin van stralen), glans van zowel zon als maan betekent. Vertaald in emotie betekent dat de blask die ontstaat als gevolg van een vertrouwen dat diep zit, welgemeend is en generaties overbrugd.

Blask moet als geur een warm en impulsief gevoel naar contact oproepen, een intieme omarming gekoppeld aan het verlangen om – samen – tot nieuwe, onbekende hoogtes te komen. Een ‘met-je-hoofd-in-de-wolken’-euforie maar toch met je voeten ferm op de grond, de aarde.

Ik kan nu niet beweren dat mij dit allemaal ook overkomt bij het ruiken aan Blask. Ik verlang hierdoor niet hevig naar intiem (geestelijk en/of lichamelijk) contact met een dierbare.

Ik kan me wel indenken dat heerlijk is om intiem te ‘verdwijnen’ in iemand die deze geur draagt. Want Blask is warm, anders sensueel, een security blanket,  maar nog meer een wonderbaarlijke geur die helemaal vrij lijkt te zijn van alle gangbare geurformules.

Blask is hybride en leunt op verschillende gedachten: ‘hartig gourmand’, mineraalachtige cologne-crispyness, droog hout en de verleiding van alcoholische dranken met balsemeffect.

Ruik je ik nu rode saumur die net uit een houten vat in een wijnkelder is getapt? Ruik ik nu iets dat zweeft tussen kruidenazijn en een vintage balsamico. Heel merkwaardig en – ik zeg het niet vaak, dus is het waar – vernieuwend. Blask is een geur die de weg wijst voor de toekomst en aantoont dat onorthodoxe inspiratiebronnen tot een origineel, grensverleggend resultaat leidt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Blask is trouwens goed voorbeeld van een geur opgebouwd uit abstracte geurmoleculen, niet uit bekende en makkelijk te herkennen ‘natuurnoten’. Je moet in de opening laurier ruiken. Doe ik niet. Ik ruik eerst iets anders, iets vreemds, iets viezigs, iets dierlijks dat neigt naar civet. Pas dan iets laurier-groenig dat lijkt op te gaan in iets zurigs en helder dat me herinnert aan de multipurpose-geur Vinaigre (1975) van Dyptique, maar dan zachter.

Ik krijg niet in het hart echt een rode wijn-sensatie waar de neuzen volgens de ingrediëntenlijst naar toewerken. Ik associeer het eerder met bloed, zoals je dat ook kunt ondergaan in Secretions Magnifiques (2006) van Etat Libre Rouge. Warm, maar niet gourmand, eerder ‘lichaamseigen’- bloed, zweet. Wel een diffuse bloemennoot die heel mooi opgaat in de main attraction van Blask: een rijke walnoot-noot.

Warm, bitter, droog waarop de dierlijk-erotische nuance, die ik meen te ruiken, heel mooi tot rust komt. Nog een ding: dat de geur wordt gezien als een vernieuwende interpretatie van oud, dat voel ik niet zo. Daarvoor blijft Blask toch te helder, te ‘kruidenazijn-knisperend’.

RUIK & VERGELIJK

Ook zo’n prachtgeur waarin walnoot zo mooi werd verwerkt. Merkwaardigerwijze geen succes geworden. Te niche voor de ketenparfumerie?

Bvlgari Eau de cologne au Thé Rouge (2006)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....