‘LOVES ME, LOVES ME NOT, LOVES ME, LOVES MET NOT, LOVES ME’
DIGITALE VOETAFDRUK VAN EEN GEUR
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 01/05/18
Neus: Alberto Morillas
Als je vandaag, morgen of any time soon omringd door een romige parfumwolk drie jonge meiden innig met elkaar verbonden ziet… grote kans dat ze de boodschap van Marc Jacobs’ sisterhood-geur Daisy Love in praktijk hebben gebracht.
Kijk, zo wordt tegenwoordig een geur in de markt gezet aldus het persbericht: ‘Terwijl de print- en televisiecampagne wereldwijd live gaan – in samenwerking met InStyle.com, NYMag.com en het Twitteraccount van The Cut – zal Marc Jacobs exclusieve digitale Daisy Love-items onthullen op @marcjacobsfragrances en @marcjacobs Instagramaccounts met ondersteunende social content van wereldwijde influencer-partners. Het past in onze strategie van het vergroten van onze digitale voetafdruk en een intensievere focus op influencer-marketing’.
Extra asset: Kaia Gerber (dochter van voormalig supermodel Cindy Crawford en entertainment businessman Rande Gerber) die samen met ‘sister-modellen’ Aube Jolicoeur en Faith Lynch toont hoe ze onder de zon aan een strand in Californië genieten van hun vriendinnenband op de melodie van Sonic Youths’ Teen Age Riot. Tisnietwaar Kaia Gerber: ‘Ik vind het heerlijk te blijven samenwerken voor de Daisy Love-campagne – dit keer voert de zorgeloze geest van Daisy naar het strand, wat erg resoneert met mijn persoonlijkheid, leefstijl en mijn innerlijke Daisy-girl’.
Wat krijg je te zien? Iets wat je al heel vaak hebt gezien in ‘la la perfume wonderland’: dartele jonge meisjes, vriendinnen die twijfelen over hun romantische object van verlangen – ‘loves me, loves me not, loves me, loves met not, loves me’ – terwijl een madeliefje wordt ontdaan van haar tedere blaadjes. Braaf, lief, niets op tegen, degelijke jonge meisjes. Mama en papa kunnen tevreden zijn, voor een Teen Age Riot (waarvan je alleen de gitaarakkoorden hoort) hoeft niet gevreesd te worden. Voorlopig.

WAT DAISY LOVE IK EIGENLIJK?
De nieuwe Daisy is voorgelegd aan een testpanel (iets dat bijna iedere nieuwe masstige-geur ten deel valt). De reden: de informatie die je krijgt, helpt om de geur beter en duidelijker voor het koperspubliek te presenteren. Zegt men. Soms wordt de compositie aangepast. Sommige criticasters menen dat alle eigenheid die in de testing-testing-fase zit er radicaal wordt uitgezeefd. So be it, that’s the industry. En wat daarbij komt: Alberto Morillas heeft zoveel ervaring – weet precies wat de klant wil. Dat zit wel goed en dus viel Daisy Love direct in de smaak. Komt omdat Morillas, verantwoordelijk voor alle Daisy-geuren, zich liet inspireren door de gourmandtrend.
De eenduidige conclusie van het testpanel, vooral onder de millennials: ‘Nieuw en anders’. Sterker, Daisy Love werd gekenschetst als verslavend. Als dat zo is, dan heeft het panel nog nooit een gourmandgeur geroken, en dat is knap gezien het nog steeds aanhoudende succes van deze inmiddels tot standaard geworden trend die 25 jaar geleden begon. Deze bewering klopt dan ook niet: ‘Daisy Love is de eerste stralende gourmandgeur in de geschiedenis’ – ik noem er slechts een waarvan ik onlangs een 100ml-flacon voor € 15,00 bij de Etos kocht: Rumeur (2006) van Lanvin – die verder wordt omschreven als ‘onmiskenbaar vrouwelijk met een jeugdige en toch geraffineerde compositie’.
Daisy Love roept de verrukking op van het kijken naar de zon die weerspiegelt in de oceaan onder een helderblauwe hemel met noten van helder gekristalliseerde bergbraambess, zonnige en toch romige madeliefjesboomblaadjes, en een warme blend van kasjmiermusk en drijfhout’.
Het klopt allemaal en tutti is tutti in sync met de parfumsuccesformule voor jonge meisjes: roodachtig fruit in de opening, bloemetjes in het hart en poederig musk (ontdaan van zijn frisse laundry-noten) in de basis opgeklopt tot een gourmandsensatie (denk slagroom, denk vanille). Recent ook verwerkt door Repetto (Dance with Repetto) en Jimmy Choo (Blossom Limited Edition).
Kijk de bergbraambes (in het Engels cloudberry) bestaat: groeit vooral in Scandinavië – Mona di Orio verwerkte die onlangs in Suède de Suède (2017) – waar ze veel in het wild voorkomt. Zorgt voor de fris-fruitige opening. Maar waar bloeit de madeliefjesboom? Je gelooft je ogen toch niet als je dit leest. De wereld van parfums is er een van make believe en sprookjes, maar vertel die dan wel eerlijk (ik gok op jasmijn en viooltje).
Slikken sisterhood-meisjes dit als zoete koek, gaan die niet naar school waar ze leren hoe het madeliefje bloeit? Doet me denken aan een beroemde 1 april-grap van de Radio BBC in een ver verleden die ‘vertelde’ dat spaghetti groeit aan de spaghetti-boom. Bijna iedereen geloofde het. En de basis: je ruikt door de romige basis inderdaad een heel, maar dan ook heel licht ziltig nootje dat plakt aan drijfhout.
Het zal je niet verbazen dat Daisy Love een grote gemene deler-geur is geworden. Logisch gezien de ‘belangen’ op het spel staan. Je gunt deze onschuldige meisjes – die trouwens al lang gewend zijn aan ‘gourmand light’-geuren – alleen een keer een ‘full-blast-right-in-the-face’-gourmandervaring: Angel (1992) van Thierry Mugler dus. Desnoods door middel van een taartgevecht. Zal ze leren en houdt ze bij de les!


Het zal nog wel even duren voor Repetto een mannengeur op de markt zet, het is de vraag of het überhaupt zal gebeuren, tot die tijd kunnen jonge meisjes en vrouwen jong van hart nog meer in de wereld van ballet opgaan met Dance with Repetto.
Beetje vreemd natuurlijk om een lekkernij te associëren met een bepaalde beroepsgroep, maar de fragiele en verfijnde opbouw van een macaron – niet die van de Hema en de markt! – lijken gemaakt voor in tule gehulde danseressen op spitzen.
Daar stond ik in 1986 nog helemaal niet bij stil: niche. Moest als begrip op geur nog toegepast worden, stond pas in de steigers. Wie had er buiten Parijs al van Annick Goutal gehoord? Hoefde ook niet direct per se, want de klassieke leveranciers hadden allemaal nog een ‘soort van’ beroepseer. Dus vanzelfsprekende kwaliteit leveren zonder pochere borstklopperij, constante zelffelicitaties en te mooi uitgegeven persberichten die je lange tijd maar niet durfde weg te gooien.
Het is voor hem een schok. Zo kunnen parfums dus ook ruiken. Hij neemt ontslag, gaat terug naar zijn wortels (Bretagne) en koopt daar in Dinard een petite parfumerie én creëert er zijn eerste parfum Divine dat in de smaak valt ‘bij veel vrouwen die niet willen dragen wat iedereen al draagt’. Door het succes van het parfum Divine werd de naam ook de naam van het huis met een inmiddels mooi assortiment. Mooi wil zeggen: niet te veel en overzichtelijk. Zes voor haar, zes voor hem volgens de homesite
Goddelijk? Ach ja, waarom niet. Divine komt ‘zo gezellig vertrouwd’ binnen. Want klassiek in alle vezels, geen spoor van synthetische ingrediënten terwijl… Alles glijdt zo lekker in elkaar over. Als je niet oppast, verval je in clichés. Zoals: alle bloemen lijken met gelakt met goud en andere edele metalen (doet aldehyden vermoeden). Zoals: present zonder opdringerig te zijn. Zoals: ik zie een chique geklede dame voor me met gehaarlakt kapsel. En toch is de geur niet tuttig.
Issey Miyake kwam als eerste op het idee – of beter gepreciseerd: Chantal Roos de vrouw achter de successen van Yves Saint Laurent, Jean Paul Gaultier, Narciso Rodriguez – om met een zomerse variatie van een populaire geur te komen. Het zette een stroom in gang, positief en negatief ontvangen door zowel aanbieders als eindgebruikers, die pas sinds een paar jaar in kalmere wateren terecht is gekomen. Ook dit jaar verschijnt er een dergelijke kijk op L’Eau D’Issey (1992), gevolgd door volgens mij de nummer 2 op de lijst van zomerversies: CK One (1994).
… de geuren eveneens in de zin dat met een beetje fantasie paarse bloemen worden opgevoerd of wanneer je alle ingrediënten per geur in een blender stopt, de jus in een paarse gloed zal komen bovendrijven.
Het leuke, het eerlijke bij de uitleg van de geuren van Versace: het maskeert de synthetische ingrediënten niet door er ‘natuurlijke’ namen aan te geven. Over het algemeen zijn mainstreammerken hier huiverig voor, doen alles om bij de koper maar de indruk te wekken dat de composities zijn uitgebouwd uit honderd procent zuivere, natuurlijke bronnen. Sterker, trots vermeldt het huis – specifiek in geval van Pour Femme Dylan Blue – dat ‘kostbare, natuurlijke ingrediënten samenvloeien met de nieuwste generatie geurmoleculen’.
Valt wat voor te zeggen. De opening van de dans start goed: de van zichzelf al frisse zwarte bes (met fluwelige afdronk) wordt gestrooid over een sorbet van Granny Smith die de sprankeling van de zwarte bes opstuwt. Ruik je goed. Lekker. Dan het hart – een ‘love dance’ zoals je wilt. Hier vloeien dus natuur en synthetisch samen. Niet makkelijk, eigenlijk niet te doen, om het lelietje-van-dalen, egelantier (wilde roos) en de jasmijn te onderscheiden van shisolia (omschreven door producent Givaudan als een molecuul met shisoblad als uitgangspunt uitmondend in kruidig, groen met een diepe muskbasis), petalia (volgens Givaudan roosachtig, bloemig met nuances van lelietje-van-dalen) en rosyfolia (idem).
Dat was leuk: Hiram Green was onlangs bij mij op bezoek in (het voor hem verre) Drenthe waar Geurengoeroe sinds januari zijn habitat heeft. De reden: praten, lullen, discussiëren, oudehoeren, analyseren over de stand van zaken in parfumland. Dat leverde interessante info op. Voor hem en voor mij.


Voor millennials die dit lezen en horen: decennia, decennia geleden in de tijd dat jullie (groot)ouders de discovloer onveilig maakten – ja, dat heette toen zo – deden ze dat ook regelmatig uit meligheid op de maten van Miggy’s eendagsvlieg-hit in 1981: ‘Annie, hou je me tassie effe vast want die gozer wil met me danse, Annie geef jij me tassie maar weer terug… ’. Nu is Decadence (2015) en de eerste inhoudelijke variatie Divine Decadence niet bepaald een geur waarmee je op een dance-event uit je dak gaat. Misschien alleen door de geur, maar dan wel zonder tassie. Want dat is toch wel het nadeel van beide en de nieuwernieuwste glitteringgolden limited edition-uitvoering Decadence Gold: de flacon ligt nogal zwaar op de hand en – mocht je het daadwerkelijk doen – om de schouder. ‘Marcie, hou jij je me luchie verpakt als tassie effe vast, want die…’.
Alleen een echt ploppend, bubbles ‘AbFab’-champagnegevoel in de opening, dat niet. Dat ruik je trouwens ook niet echt in 
Waar of niet? Niche blijft, ondanks verwoede pogingen het zo genderfree mogelijk in de etalage te zetten, grotendeels toch een ‘vrouwending’. In presentatie, in benadering, in woordgebruik, in connectie met de – hier volgt een lekker dom woord – eindgebruiker. Eindgebruikster dus.
Altijd gevaarlijk een gourmandnoot toe te voegen aan een ‘serieuze’ nichegeur, want het gevaar om het als ‘tijdelijk trendy’ te ervaren ligt op de loer. Wordt voorkomen door de kokospopcorn-noot te verwarmen met een van de gourmandingrediënten van het allereerste uur: strobloem. Hierdoor wordt het ‘snoepgoed’ meer een corsage in plaats van een echte versierder. Daarnaast is er de diep-aardse noot die het nodige tegenspel levert. Lekker hoor: een beetje oudh, een beetje leer, een beetje guaiac op ‘hun beurt’ verwarmd door amber. Opvallend eindresultaat: Iris Harmonique is hierdoor minder vrouwelijk, eerder ‘stoer vrouwelijk’ richting mannelijk.
Nu we toch bezig zijn: Dahlia Divin Le Nectar de Parfum is ook nieuw. Heel merkwaardig, en misschien wil ik het graag zo zien, maar het lijkt of Givenchy Dahlia Divin aan het witwassen is. Ik bedoel deze goddelijke creatie werd eerst ‘geambassadriest’ door Alicia Keys en nu door de blanker dan blank Candice Swanepoel. Zou het dan zo zijn dat black beauties als uithangbord voor parfums nog steeds niet werken – of ze moeten hun eigen lijn promoten, zoals Naomi Campbell, Mary J. Blige, Beyoncé – ook niet bij de zwarte gemeenschappen wereldwijd?
Bvlgari presenteerde in 2014 zijn langverwachte nichelijn: Le Gemme. Een sextet. Tegen mijn verwachting in werd de consument niet echt tijd gegund zich hierin te verdiepen, want een jaar later werd de lijn uitgebreid met een trio, die me eerlijk gezegd is ontsnapt: Lazulia, Zahira en Selima. Afgaande op deze namen, weet je bijna zeker waar Bvlgari met Le Gemme zijn pijlen op richt: het Midden-Oosten. Heb ze geroken in de Bijenkorf. De eerste is oudh-geïnspireerd, de tweede een kruidige floriental met ylang-ylang omringd door een krans van kruiden. De derde een door saffraan gedreven kruidige infusie. En ze vielen me eigenlijk mee, stelden me niet teleur omdat de algemene boodschap van Le Gemme gewaarborgd bleef: niet overrompelend en zwaar – ‘zoals ze het daar willen’ – maar luchtig en transparant zoals het licht speelt met gefacetteerde edelstenen.
Splendia – naam behoeft geen uitleg dunkt me – wordt omschreven als een ‘lichte delicate bloemengeur met groene noten van narcis, iris, magnolia en mos’. Voor mij geschilderd als een pastel. Een tedere omhelzing. Magnolia geeft de zachte bloementoets met een frisse ondertoon die wordt voortgezet met iris.
Via K & Co had ook een nieuw huis meegenomen waarvan ik weleens gehoord had. Werd me een tijdje geleden gepresenteerd door een parfumerie die het overwoog te verkopen: La Parfumerie Moderne. Waar ik het merk toen bij de eerste kennismaking totaal nevernooitjamaisniet mee associeerde was de wereld die ‘ons’ als zó begerenswaardig wordt voorgeschoteld, en waarvan ‘we’ weten dat die voor weinig mensen is weggelegd: de met vijf, soms wel met zes sterren gedoteerde hotels met legendarische status. Of zoals La Parfumerie Moderne het zelf omschrijft: ‘Het tijdperk van glamour, de legendarische hotels met hun tijdloze elegantie en hun chique reizigers uit heel de wereld’. Wat kenmerkt deze – tijdelijke – vijfsterrenverblijven? La Parfumerie Moderne: ‘Sommige oorden hebben een ziel, alsof ze verlicht worden door een onzichtbare maar sterk voelbare aanwezigheid’. Wordt vervolgd met: ‘Dat geldt ook voor de parfums van La Parfumerie Moderne. Met heldere lijnen en mooi getekende vormen onthult elke creatie andere texturen van grondstoffen, die de sfeer aankleden en vullen. Een elegante structuur en speelse verwijzingen naar de grote klassiekers van het begin van de twintigste eeuw. Ook dat is La Parfumerie Moderne’.
Désarmant is een ode op een bloem die al een tijdje uit de gratie is: sering. De bedoeling van deze ontwapende geur wordt mooi omschreven: ‘Schenkt de sering haar adelbrieven en haar raffinement terug’. Ook hier: elegantie ten volle uit. Je ziet de volle trossen van de sering zachtjes in de wind bewegen. Maar wel geplaatst in een verwilderde tuin omdat de sering niet lieflijk is, maar een onstuimig randje vertoont door styrax en enorm verrijkt wordt door een boeket weelderige noten opgebouwd uit ylang-ylang, roos en osmanthus. Niet als zodanig stuk voor stuk te ruiken. Het is meer de totaalimpressie.