Wanneer ik direct tevreden en dus te spreken over een geur ben – de eerste twee à drie seconden na inhaleren – dan mompel of vloek ik vaak hardop – hangt met wie en in welke situatie mij ik bevind: ‘Godverdomme, lekker!’ Zo’n klein fijn happinez-momentje had ik deze week in – god beter het – Emmen. Iets meer Tomtom-info: Het Goed, onderdeel van een tweedehands goederenketen. Ik stond bij de kassa met wat hebbedingetjes en zie in een speciale vitrine (met slot vanzelfsprekend) een, nog naar wat het schijnt ongeopend Vaderdaggeschenkdoos liggen van Tabac van het merk Luxor. Prijs: € 0,95. ‘Doet u die er ook maar bij’.
Nog nooit van het merk gehoord. Thuisgekomen, direct gaan www-en. Verdomd Taxor blijkt nog steeds te bestaan (geen zin om te bellen, ga het wel bezoeken bij mijn volgende trip naar Berlijn). Én Tabac is ooit uitgegeven in talrijke edities. De presentatie brengt mij direct terug naar de tijd dat je ook nog speciale ansichtkaarten had voor Vaderdag. Een strak gefotografeerd stilleven met miniatuurauto (vaak vintage), wat bloemen (sterchrysanten), een of meerdere sigaren en een kloeke asbak. Naar de tijd dat moeders tijdens verjaardagen voor de gezelligheid meerookten, voor genodigden zelfs een paar pakjes sigaretten kochten en in speciaal daarvoor geplaatste houders (met matching aansteker en asbak) klaarzetten op de salontafel – ‘thank you for smoking’.
WAT TABAC TABOR IK EIGENLIJK?
Véél tabak in geur wordt al lang niet meer als stoer en mannelijk gezien. Ik zeg het verkeerd, wordt eigenlijk nog nauwelijks geproduceerd – behalve in nichekringen. En is voor velen nu ook te veel van het goede – te veel tabak, te veel honing. En als onderdeel van de basis wordt het ook nog nauwelijks verwerkt. Jammer, het had veel populaire geuren wat extra warmte kunnen geven in plaats van maar steeds die kille en cleane synthetische varianten op ambergris te gebruiken.
Taxors Tabac kringelt zijn rookpluimen tussen niche en braaf. Niche: inderdaad tabak, een volle injectie die rookt en zoet is. Braaf: de zeepachtige finish. Alleen, wel leuk dat dan weer wel, die zeepgeur is pregnant en doet meer dan alleen schoon en warm ruiken. Lijkt geïmpregneerd met allerlei kruiden, vervolgens met de handen gebald tot een kloeke ‘soap on a roap’ die als finishing touch nog even door gedroogd gebladerte wordt gerold. Want op de achtergrond neem je mooie patchoeli-noot waar met een licht cocoa-accentje. Lekker, aangenaam. En dat moet je eigenlijk eindigen met: ‘En dat voor die prijs!’
Ik zie ook dat Taxor eveneens Russisch Leder in het assortiment heeft (gehad). Hoop die ook nog een keer tussen rommelmarktspul te zien liggen. Want die mid-price Russisch Leder-geuren van toen doen vaak niet onder voor het niche-leer van nu.
Soms, gebeurt weliswaar steeds minder, krijg je een persbericht voor ogen die je doet verlangen de geur zo snel mogelijk te ruiken. De trigger: in negen van de tien keer meestal de ‘speciaal geselecteerde’ ingrediënten. Leverancier (Lacoste in dit geval), naam (L’Homme) en het verhaal erachter (de inspiratie: ‘de vasthoudendheid van de krokodil’, de slogan: ‘Life is a beautiful sport’) zal me eigenlijk worst wezen.
WAT L’HOMME IK EIGENLIJK?
Kom maar op met die flacon. Want wie is er niet geïnteresseerd in deze opening: mandarijn, sinaasappel, kweepeer en rabarber? Wie niet in de follow up: gember, peper, jasmijn en amandel? De basis, daar heb ik niet zoveel mee. Ik persoonlijk had de gladmakers – vanille, amber, musk – weggelaten om te zien hoe het van zichzelf al zoete hart zich aan het ceder- en akigalahout zal hechten, met het voordeel dat de geur dan ook direct een stuk mannelijker zou gaan ruiken.
Nu heb ik niets tegen androgynie, genderbender of juist genderneutraliteit in de parfumerie. Sterker, ben een voorstander: het gaat om de geur niet om het etiket. Zaten de meeste mannen in de ketenparfumerie ook maar op deze lijn. Die denken toch nog steeds duidelijk in m/v-verschillen en willen dat ook ruiken. Zeker bij een merk als Lacoste – die ondanks de verhipping van de afgelopen decennia – bij veel van deze mannen niet meer is dan een leuk dan wel hip, dan wel klassiek label, degelijk, van goede kwaliteit, enzovoort, etcetera.
In ieder geval en erg leuk voor mijn neus in L’Homme: je ruikt de aandachtstrekkers kweepeer en rabarber goed tussen de andere friszoete noten – mandarijn, sinaasappel. Respectievelijk wrang-zoet en groen knisperend. Zelfs de pit die in het hart wordt toegevoegd – gember en peper – die fuseren elegant, en tonen maar weer eens aan wat neuzen – geassisteerd door de parfumindustrie die altijd zoekt naar voor de branche nieuwe aroma’s en sensaties – voor elkaar weet te krijgen. Alleen een beetje tam, mat. Had van mij meer mogen knetteren.
Dan slaat de geur om met jasmijn en amandel in het hart. Zorgen voor een zoetbloemig-poederige noot, maken L’Homme ambigu. Is lekker maar wordt door de gesuikerde accenten in de drydown versterkt. Met een ‘bijna-boudoir’-effect tot gevolg. Je neemt het hout waar, alleen te bescheiden voor mijn idee.
Let wel: ik vind het een interessante exercitie. De flacon staat nu óók op mijn badkamerplankje. Dat geluk is weinig nieuwkomers gegund. Maar vraag me alleen af hoe alles geroken zou hebben indien gemaakt van de zuiverste ingrediënten. Alsof de compositie voor de L’Art et la Matière-serie van Guerlain gemaakt was. Maar dat wens ik me vaak bij zoveel geuren.
Kan d’r ook nog wel bij: het geld dat Katy Perry bijverdient met haar parfumlicentie voor Coty. Een fooi voor haar. Volgens mij merkt ze het niet eens aan haar rekeningcourant. Want volgens Forbes verdiende de popster aan haar Prismatic wereldtournee $ 135.000.000 in 2015.
Aan het einde van 2016 kon ze $ 125.000.00 dollar bijschrijven. Nog een paar van dergelijke globetrotteroptredens en Katy is voor haar veertigste miljardair. Ik gebruik de woorden zelden, maar hier kan ik alleen maar ‘humble’ zeggen: ‘Respect!’
Het verhaal bij Indi: ‘Wat ons onderscheidt van elkaar is ook wat we gemeen hebben: onze uniekheid. In plaats van onze ware ik te verbergen, is het de hoogste tijd om onze diversiteit te vieren en het ‘u’ terug te brengen in individueel’. Ach ja, schattig en zo, maar het zijn woorden die haar jonge fans vast aanspreken, terwijl die – net zoals alle andere bevolkingsgroepen – bijna allemaal hetzelfde denken, hopen en zich vooral uniform kleden. Niemand is graag een buitenbeentje op het schoolplein; je moet stevig in je schoenen staan wil je zelf als puber een carrièreplanning gelijk Kate Perry in gedachten hebben.
Leuk aan Indi op de eerste plaats: de flacon. Toont weer eens aan dat je met weinig middelen een chic effect kunt bereiken. Hebben jullie dat, nichegeur-ontwerpers, goed in jullie oren geknoopt? Het stevige witte glas met marmereffect is aan de zijkanten ‘gestanst’ met de van boven naar beneden lopende slogan – ‘put the u in ind ivid ual’. De dop volgt hetzelfde patroon: ‘kpi ndi kpi ndi’. Deze twee ‘blokken’ worden gescheiden waardoor een gedeelte van het ‘goud’ van de verstuiver zichtbaar is. How close to niche can you get?
WAT INDI IK EIGENLIJK?
Op de tweede plaats: de geur. Laat’m blind ruiken – ik moet me heel erg vergissen wanneer Indi door veel proefkonijnen níet als niche wordt geclassificeerd. Want rijk, vol, smeuïg, cocon, comforting.
Ik kan ze er niet voor stuk voor stuk uit halen, maar de compositie wordt gedragen door elf soorten musk die voor mij in ieder geval voor een prachtig poederige en tegelijkertijd ‘vloeibare’ basis zorgt. Frappanter: je ruikt ingrediënten die niet worden vermeld. Ik: vijg en kokos. Maar dat kan natuurlijk een som der delen zijn – in dit geval pruim, amber, vanille, tonkaboon. Pruim en vijg hebben bijvoorbeeld olfactorisch raakvlakken. Vanille en amber kunnen samen een kokos-feel bewerkstelligen.
Moet wel gezegd: de opening van witte thee, bergamot en cederhout ontgaat me eigenlijk omdat je direct de volle laag krijgt – dit ervaar ik als positief – van het zonet gemelde. En je moet je neus verdomd diep in Indi steken om lelietje-van-dalen en cyclaam waar te nemen. Het is in ieder geval een bloemennoot die garandeert dat de geur zich vanzelf niet ‘dichtplakt’.
Maar dat staat de niche-ervaring niet in de weg. Indi lijkt bijna een vergissing. Wil zeggen: de neus heeft een van zijn formules die hij aan het maken was voor een high end-label per ongeluk verwisselt met een voorstel voor een celeb-geur. Welke klanten van dit prestigieuze label worden nu ‘gefopt’ met…
Van alle honderden geuren voor mannen die voelen als verfrissende een duik in de wildwoeste golven van de oceaan en/of een verstilde zee far from the madding crowd, zijn er uiteindelijk drie komen bovendrijven als ‘here to stayers’. Correct me if I’m wrong: Davidoffs Cool Water (1987), L’Eau d’IsseyPour Homme (1994) en Allure Homme Edition Sport (2007). Je hoeft ze eigenlijk niet bij (producent)naam te noemen want het zijn merken zijn an sich geworden met een constante wave aan variaties.
Correct me if I’m wrong: elk van de drie heeft in de loop van de decennia zijn eigen niche gevonden bij de man. Cool Water: voor de doorsnee ‘Vaderdagman’. Allure Homme Sport: voor de een beetje modebewuste burger. L’Eau d’Issey: voor de artistiek angehauchte man. ‘Bent u architect, dat zult u wel L’Eau d’Issey dragen’. ‘Draagt u L’Eau d’Issey dan zult u wel architect zijn.’
Heb je als man alle variaties gekocht, dan kun je daar inmiddels een maquette van bouwen voor een prestigieuze, futuristische wolkenkrabber (denk Rem Koolhaas) met op het hoogste punt de flacon van L’Eau Majeure d’Issey.
Knap hoe ‘Issey Miyake’ water telkens anders onder woorden weet te brengen. Ik citeer: ‘De kracht van water, de beroering van de golven’, ‘Water als mannelijk symbool van kracht en beweging’, ‘Water als de bron van schepping’, uitmondend in: ‘L’Eau Majeure d’Issey haalt zijn kracht uit zijn onbegrensde energie verwerkt tot een onberispelijk beheerst gebaar’.
Bij dat laatste, evocatief sterke beeld probeer ik me iets voor te stellen. En dan denk ik aan het ‘waterwerk’ dat zich aan de voet van de nieuwe wolkenkrabber bevindt: een strak gestroomlijnd ‘fonteinkunstwerk’ dat water niet in het wilde weg emotioneel maar geregisseerd, rationeel laat vloeien.
WAT L’EAU MAJEURE D’ISSEY IK EIGENLIJK?
Is de originele versie geïnspireerd op bergrivieren en watervallen, in L’Eau Majeure d’Issey wordt contact gezocht met de oceaan voor ‘een indrukwekkend, verheffend akkoord van zout en hout’. Echt niet meer origineel te noemen. Ik dacht dat ziltige geuren over hun hoogtepunt heen waren. Grappig (moet je dan zeggen): ik associeer L’Eau d’IsseyPour Homme ook nog altijd met de ‘van nature’ ziltige oceaan.
De geur loopt in de opening eigenlijk parallel met de eerste versie: een uitbarsting van klassieke citrusnoten – bergamot en grapefruit. Die eerst zwevend over de oceaan er vervolgens in verdwijnen en beplakt worden met zout. Dan komt de koerswending. Want meewiegend op de golven spoelen bergamot en grapefruit aan op de kust waar ze zich nestelen aan het aangespoelde drijfhout.
Laatste wordt verbeeld door cashmeran geïnjecteerd met zout. Cashmeran is een ingrediënt met een breed spectrum. Want het bergt zowel musk, amber als (zacht) hout in zich. Zelfs bloemige noten. Het is eigenlijk een geur op zichzelf. Reden waarom het zoveel wordt toegepast. Conclusie: L’Eau Majeure d’Issey is een variatie op een vertrouwd thema. Want Issey Miyake weet waarom zoveel mannen nog steeds voor hem kiezen.
Ervan uitgaande dat het door de parfummarketeers bedachte idee klopt – de behoefte van de huidige vrouw aan transparante geuren – dan heb je aan Aromatics Elixir Premier een goede. Sterker, een hele goede. Want: je krijgt meer. Namelijk: de sensatie van een klassieke signatuur waarvan het chypre-accent, hoewel véél minder present, voor de liefhebber toch dat vertrouwde, warme bosachtige gevoel geeft.
Dit meldt het persbericht: ‘Neem je zintuigen mee op een spannende reis. Clinique introduceert Aromatics Elixir Premier, een verleidelijk en exotisch parfum met een geconcentreerde mix van natuurlijke citrus, weelderige bloemen en moderne musk. De kern van Clinique’s geliefde geur, Aromatics Elixir, krijgt een moderne interpretatie met frisse, groene topnoten en een speciale blend van musk en warme houtnoten in de basis’. Commentaar: voor mij niet echt een spannende reis. Of je moet een wandeling door een bos als zodanig ervaren. En dat geldt ook voor exotisch.
De vaste gebruikers van Aromatics Elixir (1971) zullen zeker hun favoriet herkennen, alleen wordt de compositie nu in een luchtiger en zonniger setting geplaatst. Loop je met Aromatics Elixir door een donker beschaduwd bos in de volle herfst, de nieuwe versie – de zesde variatie op de klassieker – kondigt het najaar aan terwijl je nog nageniet van de laatste zomerse dagen.
Wat ik alleen vreemd vind: elk cosmetica/parfumhuis wil aansluiting zoeken met de jonge consument, alleen weet Clinique dit wat geuren betreft nog steeds niet te verzilveren. Ik ‘wacht al jaren met smart’ op een geur die Clinique helemaal in sync maakt met de Instagram-generatie. Want Aromatics Elixir Premier buigt meer op het verleden, lonkt naar de oudere generatie. De inhoud (25ml), de prijs (€ 114,50) en verkrijgbaarheid (alleen bij de Bijenkorf en op www.clinique.nl) bevestigen dit.
WAT AROMATICS ELIXER PREMIER IK EIGENLIJK?
Een chique geur, die bij een blinde test, met gemak voor mainstreamniche kan doorgaan. Dat komt door de zuiverheid aan ingrediënten die samen een rijk gevoel oproepen. Alleen is Aromatics Elixir Premier niet bombastisch en over the top maar subtiel. Drie accenten springen eruit. In de frisse, zoetbloemige opening van bergamot en sinaasappelbloesem zijn dat verbena (foto) en salie – zorgen voor een mooi groen randje dat het begin is van de moderne interpretatie van Aromatics Elixir.
In het hart is dat ‘the it-flower’ van nu: tuberoos. Die geeft aan de über-klassieke bloemencombinatie roos en sambacjasmijn een, zij het bescheiden, volbloemig accent zonder zich in haar geiligheid te verliezen. Bescheidenheid kenmerkt sowieso de hele compositie. Dat neem je ook in de basis waar. Hier is het de mirre (in combinatie met ‘moderne’ musk) die de bosachtige noten van patchoeli, vetiver en mos een zachte glans geeft. Dat is tevens het verschil met vintage Aromatics Elixir. Wanneer iemand die draagt, dan ruik je dat direct in haar nabijheid. Aromatics Elixir Premier is intiemer, meer een geur voor jezelf.
Toch is het prettig dat Clinique zijn klassieker met respect behandelt. Alleen zijn er nog steeds liefhebbers die klagen – ‘hou een keer op; nog genoeg te koop op Ebay!’ – dat Aromatics Elixir sinds het verbod op te veel eikenmos in geur niet meer hetzelfde is. Dat klopt. Alleen blijft zowel de nieuwe ‘verplichte’ versie van Aromatics Elixir als Aromatics Elixir Premier het origineel trouw. Is iets wat je bijvoorbeeld niet kunt zeggen van de nieuwe versie van een andere, typische klassieke chypre: Ivoire (1980) van Balmain uit 2012. Dat is gewoon een verkrachting van de ‘herinnering’. Het enige wat het nog gemeen heeft met de vintageversie is de naam.
OVER STANK, NOG MEER STANK, NIET BEGREPEN ‘UITINGEN’, NIEUWE VERKOOPMETHODE EN AMSTERDAM
Vreemd en tegelijkertijd wonderlijk bericht eergisteren op NPO Radio 1. Er werd stilgestaan bij de Bijlmerramp van 25 jaar geleden. Een verslaggever die toen ter plekke was vertelde over de sterke, overweldigende walm van kerosine en nog wat anders. Bleek later, naar wordt beweerd, de geur van een paar pallets Encre Noire van Lalique te zijn geweest die zich ook in de cargovlucht bevond.
Marketingroddel die ik onlangs hoorde van Céline Verleure van Olfactive Studio: de verwondering in parfumwandelgangen over Aura van Mugler. Insiders begrijpen niet wat er groen aan is; begrijpen de compositie sowieso niet. De consument blijkbaar ook niet. Het gevolg: de campagne krijgt binnenkort een blauwe make over om de potentiële koper makkelijker over te halen. Te beginnen bij de ogen van het model.
Dan: de campagne van Chanels Gabrielle. Komt bij velen – nog – niet echt binnen. Misschien alleen bij insiders en zijn ‘wij’, eenvoudige consumenten, so far behind wat de laatste artistieke ontwikkelingen in de parfumbranche betreft. Wat sleept ‘Gabrielle’ al rennende eigenlijk met zich mee, waar is ze naar op zoek? Velen blijken voor de optie wc-papier en wc te kiezen.
Dan de Volkskrant afgelopen zaterdag. Berichtte over aangespoelde ambergrijs. De clichés vallen over elkaar heen. De kop: ‘Een drol van een half miljoen euro’. In de intro wordt het voorgesteld als ‘de poep van een walvis’ dat vervolgens als ‘spul’ wordt gedetermineerd. En dan: ‘Walvispoep is niet het eerste ingrediënt dat je verwacht in een geurtje van een prestigieus Frans modehuis’.
Waar moet je beginnen? Wat mij stoort: de omschrijvingen. Drol, poep. Vies scoort altijd. Maar bij zulke grote zoogdieren spreek je eerder van excrementen. En ja dus wel: ambergrijs was altijd een belangrijk ingrediënt bij alle prestigieuze parfum- en couturehuizen, en maakt in zijn natuurlijke vorm weer een ‘comeback’. Guerlain verwerkte het in Ambre Éternel (2016). En van Creed gaat de mare dat het zoveel mogelijk dit ‘spul’ verwerkt in zijn geuren als het past bij de compositie.
Bij het muskushert werd vergeten te vermelden dat de synthetische soort tegenwoordig nog maar zelden ruikt naar ‘vies’, eerder clean (pluizig katoen) en/of zacht (poedereffect). Wel weer grappig: de Afrikaanse rotsklip-das wordt als vanzelfsprekend in het rijtje van dierlijke ingrediënten opgenomen, terwijl deze natuurlijke musk-vervanger nog nauwelijks wordt toegepast.
Dan: een nieuw parfuminitiatief: www.parfumado.com. Een soort van commerciële vertaling van het in bij parfumafficionado’s bekende ‘decanting’. Dat je voor een paar euro een aantal milliliters koopt van een geur waarnaar je benieuwd bent. Vaak koopt op afspraak één afficionado een ‘best wel’ duur parfum en biedt dan de mogelijkheid het te splitten met zielsverwanten.
Dit lees ik op de site: ‘Kies jouw maandelijkse parfum voor maar €14.95. Ontvang de gratis travelspray en probeer iedere maand wat nieuws’. Parfumado beweert zelfs de 250 mooiste parfums te hebben geselecteerd. Ik zou zeggen: discussie. Amor Amor van Cacharel? Boss’ Bottled? Lacoste’s Touch of Pink? Brit for Her van Burberry? OK, Robert Piguet, Eight & Bob, Escentric Molecules, Miller Harris zijn er ook maar daarvan slechts een paar.
Van zowel van de mainstream- als de nichecategorie ontbreken te veel merken om deze claim te rechtvaardigen. Waar is Chanel, waar Givenchy? Van Guerlain alleen Mon Guerlain. Te lukraak, te hapsnap. Ook zoiets: Encounter van Calvin Klein is geflopt. Aqua pour Homme wordt door Bvlgari zelf niet meer gevoerd. En behoren ‘Etos-geuren’ – ck One, One Million – tot de ‘250 mooiste’?
De verantwoording van Parfumado – ‘Het aanbod blijft jaarlijks groeien, in parfumeries wordt zóveel gespoten dat alles op elkaar lijkt en een langere periode van testen wordt nergens aangeboden’ – gaat scheef. Je ‘moet’ nooit meer dan vijf geuren – ik ga voor drie – tegelijk proberen. Als je ze daarna op je polsen hebt gespoten, loop je naar buiten om ze op je te laten inwerken. En: als je echt wil, kun je in elke parfumerie zo lang testen als je wilt – neem de Bijenkorf. En een ‘beetje parfumerie’ heeft tegenwoordig een luchtverfrisinstallatie. Het (wel of niet adequate) personeel (dat na drie testen weliswaar vaak het geduld begint te verliezen) helpt je in ieder geval graag verder. En vallen de verkooppraatjes tegen, zijn die niet om aan te horen? Ga je toch online. Bestel je bijvoorbeeld bij Ici Paris XL dan krijg je er gratis proefjes bij.
Ik heb Parfumado vorige week een mail gestuurd of ze een en ander willen toelichten. Nog geen antwoord. Kan ik ze ook niet wijzen op de hinderlijke schrijffouten (Jilsander) en onzorgvuldig taalgebruik. En het is omgerekend best duur. Dat blieven wij Nederlanders, beruchte ‘30-ml-kopers’, toch niet? Een rekensom: €14.95 voor 8ml is € 1,87 per ml, maakt 50 ml € 93,50, 100 ml € 187,00. Voor 100ml ck One betaal bij je die andere nieuwkomer op de Nederlandse markt, Notino (waarin ik me nog steeds moet verdiepen), € 19,80. Kan nog wel even doorgaan. Ik stop met de conclusie dat Parfumado een poor man’s version van het erg informatieve, gedegen en humoristische opgezette www.nose.fr is, of vriendelijker gezegd: www.nose.fr in de grondsteigers.
We eindigen met gezellig geurnieuws. Na Mona di Orio’s groener-dan-groen Amyitis (2008), dat is geïnspireerd op een zomers boottochtje over de Amsterdamse grachten, en Eau d’Amsterdam, Scent of the CanalTrees (2014) van Tijdmakers dat de jaarlijkse lenteviering van dwarrelende iepzaadjes langs de grachten bottelde, wordt Mokum opnieuw olfactorisch geëerd door het in Londen gevestigde Gallivant (opgericht door voormalig creative director van L’Artisan Parfumeur).
Naam, yes indeed: Amsterdam. Maar, wat is the bedoeling infact, could you vertel that please dear Giorgia Navarra, you are the neus behind the geur is it not? Navarra: ‘The conceptual imagining of a black tulip. The moment I want to capture is autumn going into winter. The freedom of cycling, past the former spice warehouses of the Warmoesstraat to a canalside apartment on Prinsengracht on the elegant south side of the city. Wind in your hair. Now we’re inside. It’s getting dark. It’s gezellig. That quintessential ingredient of good Amsterdam living – it’s cosy. Warm. Flowers in the window. Cake and feeling indulged. Beautifully made wooden furniture. Dark hues on the walls.” Geurengoeroe is very benieuwd wanneer www.parfumado.comAmsterdam toevoegt aan zijn collectie. Al wel te koop bij www.babassu.nl.
Ik kan het marketing-ge-excuus-truus bijna niet meer horen: ‘Met deze nieuwe geur wil het merk een jongere doelgroep bereiken’. Nog even en geuren voor de allerkleinsten – niet echt succesvol tot nu toe – wordt onderdeel van een nieuw beleid. En dan? Parfums voor actieve bejaarden?
Voor deze jongere consument heeft Hermès onlangs Twilly – bespreking volgt weldra – gelanceerd en van Elie Saab kreeg ik Girl of Now toegestuurd: ‘Even verslavend als de persoonlijkheid die het draagt’. Waar zij ook loopt ‘kijken mensen om en beginnen fototoestellen te flitsen’. De geur is net zoals Knot (2014) van Bottega Veneta geïnspireerd op de clutch met een – nu al – icononisch blauw bloemblaadjesmotief die – een vanzelfsprekend iets dus overbodig te vermelden – perfect in de hand past.
Daarnaast reikt Girl of Now veel verder, het is namelijk onderdeel van een missie, een bewustwordingscampagne ‘to celebrate those who have built successful stories and careers, inspiring generations of young achievers to follow in their footsteps, to spread awareness around the accomplishments and learnings of these ambitious and driven women, to empower the female youth to go further, reach higher, and perhaps become leaders of tomorrow’. Goed bedoeld allemaal, maar of je zoiets aan een geur moet koppelen. En er zijn meer van dit soort initiatieven geweest die na veel bombarie via de achterdeur van de parfumerie het leven lieten. Wil je meer weten en kijken of je zelf een ‘meisje van nu’ bent, zie: http://www.thelightofnow.com en vervolgens aanklikken bij the girl of now initiative.
WAT GIRL OF NOW IK EIGENLIJK?
Zonder denigrerend te zijn: Girl of Now is een alleraardigst geurtje met veelbelovende ingrediënten – pistache en de ormond-bloem – gekoppeld aan de ‘iconische’ parfumsignatuur van Elie Saab: oranjebloesem en patchoeli. Ormond is een fantasiebloem die de veelzijdigheid van de amandel combineert met oranjebloesem. Wat krijg je? Iets wat ‘girls of now’ lekker schijnen te vinden. Een bloemige sensatie verpakt in poederachtige nuances met licht gourmandeffect.
Alleen met zoals zoveel girly geuren: het is er wel en het is er niet. Wat bedoel ik? Bij het ruiken, verlang je ernaar de compositie voller te ervaren. Ik bedoel: de geur van – gebrande en gedroogde – pistachenoot is heerlijk: zonnig, droog, groen, nootachtig met een soort van amandellink door zijn eveneens ook lichte bitterheid. Laat ik het anders zeggen: ik ben benieuwd hoe de geur geroken zou hebben als Thierry Wasser (van Guerlain) de neus was geweest. Past helemaal in zijn straatje, en zou waarschijnlijk een verrassender, meer eigen resultaat hebben opgeleverd.
Nu blijft het aangenaam, ‘not offensif’ mainstream zonder ‘girl of wow’-effect. Opening eveneens helemaal nu: mandarijn met peer. Dus zoetige frisheid. Het bloemeneffect: een mix van jasmijn, magnolia en oranjebloesem die samen iets bloemigs opleveren zonder daadwerkelijk deze drie echt te ervaren. Het is voornamelijk de basis waar het om gaat: poederig amandel en warm ‘huideigen ruikend’ amandelmelk extra zoet wordt gemaakt door tonkaboon en extra zacht door cashmeran.
Hoe krijg je het op papier. Hoe is het mogelijk dat iemand ‘van boven’ – David Beckham zelf bijvoorbeeld – niet heeft ingegrepen. Ik bedoel: sommige dingen zijn in het dagelijkse sociale verkeer vanzelfsprekend en mensen die dat niet vinden: er zijn andere kanalen om dat aan de kaak te stellen. Via serieuze media tot vuil spuwende trollen op social media. Maar laat de parfumwereld hier in ieder geval van gevrijwaard, laat die niet in fatsoensrakkerij vervallen.
Men neme respect. Is een waarde die volgens het persbericht ‘door veel mensen wordt gekoesterd. Onder vrienden, familie, collega’s en voor onszelf is respect een universeel principe dat aan de basis ligt van wat het betekent een fatsoenlijk mens te zijn’.
Afgezien van het feit dat de voormalige stervoetballer – die samen met zijn vrouw en zijn kinderen inmiddels tot de ‘nieuwe adel’ behoort – ‘het echt geweldig vindt om zijn nieuwe geur te lanceren die precies is geworden zoals hij het zicht voorstelde’, hoopt hij eveneens dat ‘iedereen zich iets bij de naam kan voorstellen en er zijn eigen interpretatie aan geeft’. Laatste is natuurlijk grappig: respect kun je namelijk ook heel respectloos interpreteren. Denk daar maar eens over na.
In ieder geval: Respect huldigt ook een belangrijke ‘waarde’ bij mannengeuren, want een van de meest favoriete ingrediënten bij mannen speelt hier de hoofdrol: vetiver. Dit zouden meer mensen moeten weten in de parfumerie tijdens het verkooppraatje: ‘Onttrokken aan de wortels van het tropische gras heeft vetiver-olie een opvallende rokerige noot die mannelijkheid uitstraalt’. En afgezien van de geur – die ik eerder wil omschrijven als een houtachtige frisheid die met behulp van wierook aan aardsheid wint – is vetiver duurzaam met een wortelsysteem dat helpt erosie en overstromingen voorkomen in tropische klimaten.
David Beckham doet er nog een schep bovenop: ‘zijn’ vetiver is op verantwoorde, milieuvriendelijk wijze geteeld in Haiti en draagt het EcoCert-keurmerk. Hiermee steunt Beckham Haitiaanse producenten bij de ontwikkeling van ecologische productiemethoden die de unieke kwaliteit van dit ingrediënt behouden en de lokale gemeenschap versterken en de levensstandaard verhogen. En dat is echt nodig, helemaal gezien de bijna apocalyptische natuurrampen die het eiland de afgelopen tien jaar teisterden. Wat dat betreft: respect.
WAT RESPECT IK EIGENLIJK?
Vetiver (foto) vormt dus het hoofdbestanddeel van de geur. Is dat werkelijk zo? Niet helemaal dus afgaande op de inwerking van Respect op mijn – onlangs officieel geregistreerde – levenspartner, een hardcore vetiver-fan. Zijn reactie een half uur na het blind aanbrengen: ‘Dat past toch prima dat ik het niks vind’. Verder uitwijdend: ‘Dat oceanische dat erin zit, is dat niet al lang voorbij?’ Dat laatste zit er niet in, maar ik begrijp het wel. Want over alle ingrediënten heen waait een briesje die je als oceanisch kunt interpreteren, in dit geval de mix van kardemom (groen-fris) en lavendel (wasgoed-fris) die voor de extra frisheid wordt versterkt met grapefruit en watermeloen (laatste goed te ruiken).
De transformatie naar de houtachtige basis – vetiver, patchoeli, mos – wordt in het hart in gang gezet met basilicum (ook goed te ruiken). Alleen, Respect krijgt niet die typische vetiver-signatuur van droog hout, bos, donker en omgewoelde aarde. Hiervoor verantwoordelijk volgens mij: de niet in de ingrediëntenlijst vermelde lucht/water-noot. Die zorgt voor een fatsoenlijke vetiver of, zoals het persbericht vermeldt, ‘een rijkdom van het woud na een heldere herfstdag’. Alleen wil de echte vetiver-liefhebber juist het gevoel hebben dat hij door een bos wandelt waar de zon juist geen kans krijgt zijn licht te laten schijnen op het ‘sous-bois’, het vermolmde kreupelhout.
Dat ervaar je bijvoorbeeld wel in Encre Noire (2006) van Lalique. Een very-very-very-vetivergeur ook gemaakt door Nathalie Lorson. Jammer toch eigenlijk dat tegenwoordig zoveel geuren in de ketenparfumerie zo zijn doorgewerkt, zijn ‘doorgeconfectionneerd’ waardoor de ware essentie van een bepaald ingrediënt wordt gecamoufleerd. Ik geloof namelijk dat wanneer Encre Noire in de flacon van Respect had gezeten, de beoogde doelgroep niet gillend, loeiend, schreeuwend de parfumerie had verlaten, maar met respect de geur tot zich had genomen en… gekocht.
Ben op weg terug in mijn auto van ‘a evening with Andy Tauer’ georganiseerd door www.parfumaria.com. Grote opkomst. Ook volgens de ‘self taught’ neus. Ben een en al parfum. Als ik nu word aangehouden door de politie, om wat voor reden dan ook, wat zal oom agent dan denken? Op mijn polsen (binnen- en buitenkant), op mijn armen (binnen- en buitenkant), mijn nek, mijn manchetten, de mouwen van mijn colbert: alles is doordrenkt met Andy Tauer. En dan nog alle blotters die nu in mijn achter- en binnenzakken.
Het is zelfs voor mij overweldigend. Raampje open. Ik wou hem nog eerst het hemd van het lijf vragen, maar dat is niet leuk tegenover de andere bezoekers. Dus even handen geschud, hem gecomplimenteerd. Ook vreemd eigenlijk: ik heb nog maar vier geuren van hem besproken terwijl ik sommige gewoon in gedachten blind kan ruiken N°3 Lone Star Memories (2006), N°8 Rose Chyprée (2009).
Een dag verder. Het mooie aan zijn geuren: je kunt er oppervlakkig van genieten – ‘gewoon lekker’ – maar als je je neus er dieper in steekt dan kom je in een ‘stille-waters-hebben-diepere-gronden’-gebied. Rijke schakeringen, ingrediënten beginnen met elkaar te spelen, een caleidoscoop aan sensaties, en ja, emoties verspreiden zich. ‘Ze’ doen iets met je. Eindigend in de tevreden constatering: zo moet niche. Tauer lichtte tijdens zijn introductie toe waarom hij ‘meet & greets’ doet. Contact zoeken, ontmoeten, in discussie gaan met zijn klanten/fans. Zo betreurde hij het bijvoorbeeld dat een inschrijver voor de avond helaas had afgezegd, een van zijn eerste Nederlandse liefhebbers.
Het geeft maar weer eens aan hoe dichtbij een neus tegenwoordig bij zijn gebruikers kan komen als hij wil. En Andy Tauer is er een die het met volledige overgave doet. Wat dat betreft heeft hij iets gemeen met zijn voornaamgenoot Andy Warhol. Deed die Pop Art, Tauer doet aan Pop Up Parfum Art. In de zin van benaderbaar, het populair maken van (zijn) geuren op serieuze wijze. Hij heeft de social media omarmd – als je wilt kun je dagelijks via Twitter op de hoogte worden gehouden van zijn werk, zoals deze avond in IJsselstein. Wat een verschil bijvoorbeeld met Frédéric Malle wiens groeiende arrogantie en snobby-intellectuele kijk op de business gelijke tred hield met zijn faam.
Om de gasten te verzekeren dat ze een unieke herinnering mee naar huis kunnen nemen, creëert hij voor elke van dit soort ontmoetingen (volgende week zit hij in Shanghai) drie – dit keer in de ware zin van het woord – unieke geuren die stuk voor stuk worden uitgelegd en nergens anders meer te koop worden aangeboden. De serie heet Stories. Ik geloof hem. Wil zeggen: het is niet te doen om dit te controleren, ik bedoel: je moet echt een ‘number one’-fan zijn (denk Kathy Bates in de film Misery) en hem wereldwijd volgen.
Correctie: ik zie op Frangantica dat het trio When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes, He left his cologne in my bedroom en Hyacinth and a Mechanic overal wordt aangeboden waar Tauer zijn perfume performance organiseert. Leuke, humorvolle namen die in de reguliere parfumerie te veel tijd in beslag nemen om uit te leggen. Al was het alleen maar om de naam. Te lang. Dan het verhaal erachter: je moet ‘ingewijde’ zijn om er de lol en tegelijkertijd de serieusheid ervan te begrijpen.
Alle drie zijn aangenaam. When we cuddle and I can smell your perfume on my clothes is een echte knuffelgeur richting gourmand, banketbakkerij. Geen grote hompen Hemataart, eerder een macaronnetje gevuld met karamel en benzoïne gelayerd met amber, patchoeli en bepoederde musk. Zacht, zoet en warm, een security blanket-geur perfect voor de komende herfst.
He left his cologne in my bedroom vind ik compositorisch het meest interessant. Na een cologne-blast vol citrusnoten ervaar je rozemarijn op een andere manier. Normaal veel gebruikt in oceanische geuren met het gevolg dat de rozemarijn zo ijl en scherp wordt. Tauer toont aan dat dit ‘klassieke’ kruid ook warm-groen, warm-groen kan ruiken zonder zijn typische frisheid te verliezen. Met krokant en knisperend als eindresultaat.
De hyacint-fans – zoals ik – komen aan hun trekken met Hyacinth and a Mechanic. Qua naam en invulling gelijkwaardig met de geuren van Kerosene. En ook aan Etat Libre Orange, met name het erg ‘gay-eske’ Fat Electrician (2009). Wil zeggen: onverwachte naam die om dito invulling vereist. Krijg je: een bloeiend groene, beetje ‘koude’ maar energieke hyacint in ultieme voorjaarsstemming omringd door andere diffuse bloemen die vervolgens voorzien worden van een vloeiende leernoot. Anders gezegd indachtig de naam: een hyacint geplukt door een automonteur met een vuile, naar olie en leer ‘stinkende’ overal.
Wat ze alle drie gemeen hebben, een ongekende bijna klassieke verfijning in de afronding. Je krijgt een heel tevreden gevoel. Blij dat zulke geuren gemaakt worden. Ik heb een ding besloten: ga me nog meer verdiepen in Andy Tauer en binnenkort dus even winkelen bij www.parfumaria.com.
In aanloop naar mijn bespreking van ‘An evening with Andy Taurer’ afgelopen 23 september at http://www.parfumaria.com hier een oude, enigszins geupdate bespreking van een mijn Tauer-favorieten.
Wanneer spreek je anno 2010 van een goed parfum? Voor mij: als je het qua sensatie en gevoel terugbrengt naar de periode toen het samenstellen van parfums werd gezien als een kunstproces en gevrijwaard was van marktconforme wetten: de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw.
Creativiteit, fantasie en vakmanschap stonden toen in dienst van een hoger doel: het vervaardigen van parfums die minder inspeelden op het snobappeal van de koper, maar des te meer op zijn olfactieve behoefte. Kortom: parfums die emoties oproepen die je nauwelijks onder woorden kunt brengen. Gewoon ‘stil genieten’.
Dit ‘neo-vintage’-gevoel ervaar ik sinds kort ook op bijzonder aangename wijze met de geuren van Andy Tauer. Een autodidact die zijn huis in 2005 opende en heel langzaam, maar gestaag zijn oeuvre uitbreidt. Het leuke aan hem: hij is vrij van glamour, celebrities en ‘lifestyle’. Iets waar de parfumwereld zich de laatste decennia zo graag in wentelt.
Hij doet precies wat telt: klassiek vakmanschap koppelen aan moderniteit. Dus komen bij Tauer geuren op de eerste plaats. Dat zie je (de presentatie mag van mij iets ‘grootser’), maar ruik je vooral. En dan heb je geen overdreven en vergezochte verhalen nodig. Zijn storytelling – waar iedereen nu zo naar verlangt – is daarentegen wél interessant en oprecht. Want gevrijwaard van courant verplichte clichés in de parfumerie.
Ruik aan 08Une Rose Chyprée en de geur ‘vertelt’ zichzelf… er was eens een roos uit het Westen die zich lostrok uit zijn met chypre-noten doordrenkte aarde en vertrok naar het Nabije Oosten om zich daar te koesteren in de zon en zich te hullen in weelde en warmte… ze arriveerde en assimileerde. Haar bladeren begonnen te stralen, werden zoeter en sensueler zonder de groenigheid van haar roots te verloochenen…. en ze bloeide nog lang en gelukkig.
WAT ROSE CHYPRÉE IK EIGENLIJK?
Deze roos van Andy Tauer is ‘ruw’ prikkelend en verfijnd-elegant tegelijkertijd. Komt – na de opening van bergamot, citroen en clementine – door de fusie van een klassieke chypre (ongepolijst donker en aards groen) en een oriental (zacht, fluwelig) die een originele koers neemt door de verwerking van laurier, kaneel en geranium met roos in het hart. De eerste maakt haar donker, de tweede zoet en de derde groen. En al deze facetten worden versterkt door de basis van patchoeli (donker), cistus labdanum (aards-dierlijk) en vanille (zoet), eikenmos (bos, bos, bos) en vetiver (groen, aards).
Trouwens de roos in 08 Une Rose Chyprée is niet zomaar een roos, maar een melange van absoluut en essentiële olie van rosa damascena: elke flacon bevat één pond rozenblaadjes gedestilleerd op traditionele wijze. Dat ruik je! 08 Une Rose Chyprée valt in de serie Mémorables – ik weet niet of dat anno nu nog het geval is – die volgens Andy Tauer zijn ‘als een praline, aangeboden in een 15ml-flacon met de hand gebotteld en verpakt’.
Ook interessant: volgens oude ‘parfumwetten’ is de charme van een chypre gebaseerd op de connectie tussen bergamot in de opening en eikenmos in de basis. Die vormt als het ware de pergola waaraan de bloemen in het hart zich hechten. Ervaar je op bijzondere wijze in Une Rose Chyprée.