BAND ALS LINK, ALS KLEUR VOOR TOMAS TRUSSARDI’S VADERLAND
Jaar van lancering: 2015
Laatst aangepast: 01/04/15
Neus: Alexandra Kosinski
Model: Tomaso Trussardi
Zegt het persbericht: ‘My Land (2013) neemt ons mee op reis naar onze herkomst, naar een land van pure emotie en een eindeloze horizon. Hier creëert de natuur opvallende spektakels. Blauw is hier de kleur van de ondergaande zon, van licht en van energie; een spannende, hemelse kleur die vrijheid uitstraalt. Het is de kleur van Trussardi’s Blue Land – een frissere en nog altijd sensuele versie van My Land’.
Het idee: een man met magnetische allure begint te dromen, laat zijn diepe, eigen gedachten de vrije loop. Hij bewondert de kleuren van zijn land waarin de natuur hem een uniek spektakel biedt: een blauwe zonsondergang die emoties oproept en een gevoel van vrijheid geeft. Tomaso Trussardi, algemeen directeur van de Trussardi Group èn symbool van de succesvolle moderne man, speelt de hoofdrol en brengt de verfijnde elegantie van Trussardi’s Blue Land tot leven.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Een zéér toegankelijke geur, een eau de toilette met eau de cologne-verkwikking geschraagd door een klassiek-mannelijke basis. Het idee: de balans tussen koel en warm. De geur opent met het eerste: ‘vibrerend van energie, neemt het je mee op reis naar pure emotie’.
En dat is dus een marineakkoord waarin gember met ‘houtaccent’ en appel respectievelijk voor een modern-prikkelende en fruitige noot zorgen. Het zacht-zoete bloemige effect komt op conto van lavendel – die is helder en zuiver, en oranjebloesem is goed voor het cologne-effect.
Dit alles spoelt aan op een strand waar de geur een mineraal laagje krijgt door ‘steenmos’ – denk groen, zand, keien. Dit alles vervlecht met een sensuele-zachte ondertoon van suède en kasjmierhout. Het is de transformatie van Blue Land, van koel naar warm. Vetiver geeft de compositie een mannelijke ondertoon. De eerste indruk is aqua-eenvoud, maar ruik je langer en intenser, dan neem je de diepere gronden waar.
Black staat in de parfumerie voor mysterie, duisterheid en intensiteit. Extreme voor… lijkt me nogal duidelijk… Kort gezegd: de grenzen tartend in elk denkbaar opzicht. Black Extreme in combinatie staat voor dat de marketingafdeling het ook allemaal niet meer echt weet, dat het vastzit in de ‘ieder-jaar-een-nieuwe-geur’-dwangbuis.
De geur wordt zo een invuloefening voor zowel de copywriter, de stylingafdeling, de fotograaf als de neus. Dus is ‘Black Extreme de nieuwe geur voor de succesvolle, moderne man op zoek naar sterke sensaties. Traditie en affiniteit worden opgeroepen door een tijdloos, elegant design dat de Italiaanse uitmuntendheid van Trussardi uitstraalt’. Dit doet het ook altijd goed in verfijnde designerskringen: Black Extreme is ‘een eerbetoon aan het verleden met het oog gericht op de toekomst, de perfecte balans tussen moderniteit en traditie’.
Als een merk te lang uitwijdt over een flacon die niet meer dan een flacon is, dan weet je ook dat de inspiratie geen vleugels heeft gekregen: ‘De matzwarte flacon reflecteert de elegantie en verfijnde allure van het merk met de hazewindhond, terwijl de buitengewoon glanzende zwarte band langs de flacon het aantrekkelijke ontwerp benadrukt. Het gegraveerde logo op de zamak-dop verfraait de flacon. De naam Trussardi Black Extreme in elegante, goudkleurige letters, is een onderscheidend kenmerk van karakter en intensiteit’.
Gelukkig heeft Trussardi nog iets in huis wat bij veel luxemerken ontbreekt: fotogenieke erfgenamen van de oprichter die nog in leven zijn en het familiebedrijf zonder inbreng van buiten voortzetten. Die kunnen – heel slim – ook als huismodel ingezet kunnen worden. Voor Black Extreme is dat Tomaso (vierde generatie). Als ceo van de modetak van de Trussardi Group ‘kosmopolitisch, succesvol en modern die op natuurlijke en spontane wijze de stijl, elegantie en traditie van Trussardi uitdraagt’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Hoewel very, very cliché, heb ik hier geen moeite mee: ‘Alle kernwaarden van Trussardi komen terug. Krachtig en uitgesproken, en verovert als een wapen van verleiding’.
Hiermee wel: ‘Zijn extreme opening tart klassieke concepten en maakt een gedurfde, eigentijdse indruk’. Nou, niks geen getart, want Black Extreme is een veel beproefd concept en logisch: het heeft Trussardi’s Uomo (1982, 2011) als uitgangspunt. En dat is dan wel weer leuk, want de geur is ‘sò eighties’. Een echte krachtpatser en dat komt voornamelijk door de overdrive van aqua-noten vermengd met ambergris die vanaf het begin al aan de oppervlakte ruikt, dwars door de scherp-frisse citroenopening heen.
Zet je je neus dieper in de geur, dan ruik je een pruimaccentje met een gepeperd randje dat zich later ontpopt als iris. Interessant: het accent van pruim wordt naar verloop van tijd toch voller en rijper, en ruik je langer dan verwacht. Maar het is vooral de synthetische ambergris (Io Super) ondergedompeld in zeewater (zo worden echte ambergris-klonten ook gevonden, spoelen af en toe aan op stranden, zie foto) die de toon bepaalt. Het hout – vetiver en patchoeli – in de basis zorgen voor wat ‘aarde’ en verankering. Opvallend: Uomo is in vergelijk zachter, minder ruig. En al doorruikende kun je constateren dat Black Extreme eigenlijk – onbedoeld – ‘modern vintage’ is.
Neus: David Apel, Alexandra Kosinski, Lucas Sieuzac
Flaconontwerp: onbekend
Modellen: Jena Goldsack, Lucho Jacob
Concept & realisatie: Gaia Trussardi
Regisseur: Federico Brugia
Fotograaf: Francesco Carrozinni –
Ik blijf me over Trussardi verbazen. Zelden een merk gezien waarin de parfumkoers zo alle kanten opwaait, onvoorspelbaar is, meestal meedeinend op de laatste trends en ondertussen ook nog proberen een link met ‘the (a) way of life’ en (familie)geschiedenis van het luxelabel te leggen.
Was My Land (2012) en My Name (2013) een mooi begin voor het – eindelijk – neerzetten van Trussardi als klassiek-modernistisch parfumhuis met eigen signatuur, A Way wandelt er geheel vrijblijvend van weg. Let op de woordspeling: A Way. Een weg, een reis, een houding, of gewoonweg weg.
Het is volgens Trussardi – bereid je voor op heel wat doelstellingen en wensen – ‘een project dat nieuwe generaties portretteert vanuit een innovatief, eigentijds perspectief. Het reflecteert een jonge, frisse cultuur waarin individuele expressie steeds belangrijker wordt voor persoonlijke bevestiging. Ontwikkeld om personen met een sterke persoonlijkheid en duidelijke, briljante, oprechte en levendige ideeën te vertegenwoordigen. Charismatisch maar niet individualistisch. Ze belichamen perfect de ethische en esthetische elementen van Trussardi dat altijd op zoek is naar nieuw talent’. Geurengoeroe vraagt zich af waarom zoveel parfumhuizen dit streven hebben – dit eeuwige ‘connecten’ met de individuele jongerencultuur die in groepsverband wil ervaren. Daar hebben we toch popfestivals en dance-events voor?
Mocht bovenstaand onduidelijk zijn, weet dan dat de jeugd van tegenwoordig ‘zoekt naar nieuwe emoties, de toekomst tegemoet loopt in navolging van een droom en een persoonlijk project door middel van een reis als metafoor van iemands bestemming’. Oink! Alsof dat de jeugd van vroeger niet deed. Gelukkig wordt Trussardi iets preciezer: ‘Een jonge man en vrouw, opgeslokt door hun eigen wereld en niet bewust van elkaar, gaan hun weg richting vergelegen, onbekende bestemmingen. Hun wegen – hoe verschillend en tegengesteld ook – delen overeenkomsten en zijn door het lot met elkaar verweven’. En op deze reis worden ze olfactorisch begeleid door A Way for Her, A Way for Him.
Dan de campagne: ‘De ogenschijnlijke toevallige ontmoeting in de omgeving van Maremma en de heuvels van Sienna tussen twee mensen die in essentie op elkaar lijken. De sfeer is dromerig, elegant en subtiel uitgedrukt in een ontastbare omgeving met een frisse, moderne stijl’. Dat betekent dus dat zij met smachtende ogen achteromkijkend vragende en zoekende rent, terwijl dat vertraagd wordt afgebeeld. Dat betekent dat hij met zijn ondoorgrondelijke ogen de omgeving aftast op weg naar haar en ondertussen je hart doorboort.
Best wel een neo-hippiesfeertje eigenlijk deze sfeer ‘van uitgestrekte vertes tot intiemere shots die in de ziel van de personages lijken te duiken. Zelfs de kleuren zijn zo ontworpen dat het de realistische, verhalende beelden en de sterke esthetische gevoeligheid benadrukt. De dromerige personages bewegen alsof ze hangen tussen de werkelijkheid en een strikt zintuiglijke wereld’. Nogal erg serieus en dramatisch weer. Jammer eigenlijk dat Trussardi geen chique humor in stelling brengt, zoals het wel doet met zijn andere campagnes (zie onder). Meer origineel, meer eigenzinnig, meer onderscheidend. Misschien volgend jaar.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Trussardi noemt A Way for Her en A way for Him op maat gemaakte parfums. Mocht dat zo zijn, dan geldt dat voor alle parfums. Niet dat het duo vanzelfsprekend – here we go again – Trussardi’s waarden reflecteert van elegantie, verfijning en continue zoektocht naar originaliteit: ‘Het representeert moeiteloos de esthetiek van een nieuwe vrouwelijke en mannelijke stijl. Tijdloze frisheid en opwindende sensualiteit combineren magisch op de huid waardoor twee unieke parfums met persoonlijkheid worden gecreëerd’.
Met de geuren is niet mis. Maar dat geldt voor alle parfums – ook in de ketenparfumerie. Mits je van geuren verwacht dat ze prettig in de omgang zijn voor zowel drager als omgeving. Dat wil zeggen: niet als een wolk je omringen. Mits je van geuren verwacht dat ze vrolijk inhaken op trendy parfumcodes. Mits met mate gedoseerd.
Ruik je goed aan A Way for Her – samengesteld door David Apel en Lucas Sieuzac. Dat combineert in feite drie trends. De eerste in de opening: (witte) thee als transparante frismaker die de klassieke hesperide-opening minder scherp maakt. Wat nog eens versterkt wordt door de ‘citrusverzachter’ perzik. In het hart trend twee: vrouwengeuren in de parfumerie gaan voorzichtig volbloemiger ruiken.
Nog niet zo heftig als solifleurs, maar toch een duidelijker bloemenspoor niet gemaskeerd door fruit- en gourmandnoten. In deze geur is dat de gevaarlijke tuberoos (foto) die een exotisch accent krijgt door plumeria (frangipani) en in balans wordt gebracht door haar te omringen met de bloem die bij alle flora het bloemige effect versterkt: jasmijn. Maakt de tuberoos minder ‘diva’, geeft haar een alledaags, draagbaar effect. De laatste trend ruik je op het laatst: de ‘neiging’ vrouwengeuren mannelijker te laten eindigen. Ga maar na: ambroxan (zee, zout, aarde, mineraal) en vetiver (droog, groen, aarde) zijn typische klassieke ingrediënten voor hem en geeft A Way for Her een enigszins stoere draai ondanks de toevoeging van ‘vrouwelijke’ zachtmakers sandelhout en vanille.
En de man ‘op weg naar zichzelf’ wordt een geur geoffreerd die nu erg populair is bij mannen: de water-fris-fruitige houtgeur met oosters-zoete finish. Met dank aan Alexandra Kosinski die de opening laat knallen met een ‘citrusbom’ van bergamot, citroen en grapefruit die richting zee drijven, waardoor de scherpte wordt verzacht door een ‘zonnig akkoord’ (denk amberachtig met minerale ‘nasleep’) en ‘mannelijk’ wordt gemaakt door een zee-akkoord.
‘Hé, wat komt daar voorbij drijven?’ Appels, appels en nog meer appels. Samen drijven die richting horizon waar ze ondergaan in blonde houtsoorten en patchoeli (deze is ook zo licht van toets dat die neigt naar blond hout) terwijl ze verwarmd worden door de laatste warmte van de zon. Vanille dus.
RUIK&VERGELIJK
Ik moet bij A Way heel erg denken aan het meest recente geurduo van Karl Lagerfeld: heel veel aandacht voor het marketen en maken. Inclusief dat cliché-restantje waarvan de luxe-industrie denkt dat het iets toevoegt aan de beleving: ‘the making of’-video. De compositie is eigenlijk bijzaak. Een gemene deler van geuren waarvan de marketingafdeling van de merken denken, dat mannen en vrouwen die ‘gewoon lekker willen ruiken’ zo willen ruiken. Ik begin daar steeds meer aan te twijfelen.
Wat mij bij het zien van My Name direct intrigeerde: de dop. Is meestal in de ketenparfumerie ‘het ondergeschoven kindje’, letterlijk een afsluitpost. Architect Antonio Citterio dacht daar dus duidelijk anders over. Hij nam de klassieke peerverstuiver als uitgangspunt en vergrootte die. Het effect: retro-charme, retro-chic; een ivoorkleurig ‘kussen’, een ‘gevangen, gestolde wolk’. Origineel en het symboliseert met een beetje fantasie de inhoud. My Name werd gemaakt met (in eerste instantie) één uitverkoren draagster in gedachten: Gaia Trussardi.
Zij heeft een baan waar veel vrouwen in lifestylekringen alleen maar van kunnen dromen. Want naast moeder van twee kinderen, leidt ze inmiddels als creative director het Italiaanse luxemerk dat haar achternaam draagt. Koppelen we My Name los van Gaia en/of zien we My Name in een breder perspectief, dan is het dé geur voor de vrouw – zo vermeldt het persbericht – die graag een statement maakt, gelooft dat je met wilskracht veel kunt bereiken en tijdens haar ontdekkingstocht van het leven haar ‘ware ik’ vindt door haar geliefde geur. Opgepast: de werking van My Name is uitzonderlijk; je raakt helemaal gefascineerd door deze olfactorische sensatie, waardoor je – gelijk Gaia – het heden vergeet en terechtkomt in een uitgestorven, magisch Milaan.
Zie het voor je: elke straathoek, waar Gaia zo gek op is, baadt in een schitterend, bijna verblindend licht dat haar het pad wijst dat ze moet volgen voor haar ‘innerlijke reis’. De zoektocht werd vastgelegd door Oscar-winnaar Gabriele Salvatores en is als een wandeling langs alle historische attracties van Milaan: eerst passeert ze het Teatro alla Scala, vervolgens het museum van moderne kunst, dan de tuinen van villa Reale, dan de kathedraal om haar uiteindelijke doel te bereiken: de Pinacoteca di Brera.
Hier wordt ze gehuld in een ‘parfumspiraal’ waarin ze haar parfum vindt en dat haar weer in contact brengt met haar ‘innerlijke ik’, hart en ziel. Ach ja, maar toch leuk om te zien: ze mag dan veelzijdig zijn, een potentieël-arrogante Oscar-actrice à Charlize – J’adore – Theron – is ze niet. Dat heeft juist zijn charme, is leuk: Gaia blijft zichzelf.
WAT RUIK IK EIGENLIJK
Mocht My Name een vertaling zijn van Gaia’s karakter, dan is ze een erg lieftallige, zachte en romantische persoonlijkheid (excuses voor deze clichés). Wat ik erg aangenaam vind: je ruikt eindelijk in de ketenparfumerie weer eens een geur waarin de sering (foto) de hoofdrol vervult: zacht, zomers en poederig maar parmantig en niet onbescheiden.
En je ruikt haar direct door het ontbreken van de klassieke citrusopening. De opgevoerde aronskelk bespeur ik niet echt, wél de zoetbloemige nuances van het witte viooltje en witte heliotroop met zijn amandel-, vanille- en talknoten. Samen hullen ze My Name in een poederig cocon van verfijning dat in de basis wordt bevestigd door een ‘gestolde, gevangen wolk’ van ambroxan, vanille en witte musk (in dit geval niet clean en laundry-like maar katoenachtig).
En dat superzacht. Ik kan er niets aan doen: maar My Name is een mooi, elegant ‘second skin’-parfum. En dat danken we aan Aurélien Guichard…
RUIK&VERGELIJK
… een neus die aan zijn opdrachten voor mainstream-merken toch steeds een sierlijke, maar lichte niche-toets weet toe te voegen. Zou dat komen omdat hij ook alle nieuwe geuren maakt voor Robert Piguet? Ga maar na: