‘DE RILLINGEN EN FRISHEID VAN DE EERSTE LIEFDESVERKLARING’
Jaar van lancering: 2014
Laatst aangepast: 22/06/14
Neus: Mathilde Laurent
Ik ga er vanuit dat Mathilde Laurent de eerste frisse variatie heeft gemaakt van Déclaration (1998). Ze is niet voor de niets de ‘in house nose’ van de juwelier. Maar waarom nu een frisse variatie? Is dat nu juist niet een van de charmes van Déclaration – zijn anders en eigenzinnige bittergroene frisheid waardoor je eigenlijk geen behoefte meer had aan citrusfrisheid. Die ‘sowieso’ in de opening zit (bergamot en oranjebloesem).
En Cartier heeft toch ook Eau (2000) met al zijn verfrissende variaties? Eigenlijk een kwestie van ‘overbodige luxe’ Déclaration L’Eau. Maar waarom lanceert Cartier deze variatie? It’s the perfume economy stupid! Die draait overuren door (of dankzij) de crisis? Zowel aan de onderkant: ‘Als ik me dat kleine beetje luxe ook al niet meer kan veroorloven!’ Zowel aan de bovenkant: nog veel verschenen zoveel nichelijnen en limited editions.
En je moet al huis, of je wilt of niet, mee. Cartier ook. Ieder half jaar op zijn minst één nieuwe geur – La Panthère. Of twee: Baiser Volé Lys Rose. Of drie: Déclaration L’Eau. Krijgt wel een spitsvondige omschrijving mee qua olfactorisch en amoureus effect: ‘De rillingen en de frisheid van de eerste liefdesverklaring’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Een spetterende opening van roze grapefruit die wordt gekieteld door roze peper – frisheid en energie gefuseerd. Blijft behoorlijk lang persistent voor het cederhout de krans krijgt zijn strak-droge en zonnige noot te verspreiden. That’s it. Even hoopte ik dat achter dit hout zich een echo, een herinnering van Déclaration zou verbergen. Not dus. Déclaration L’Eau is een nieuw water waarvan de zuiverheid van de ingrediënten – vanzelfsprekend voor de juwelier – voor een natuurlijke feel zorgt. Maar geef mij maar…
Ik had nog nooit van haar gehoord: Jeanne Toussaint (1887-1976). Zie foto. Maar ben door haar spectaculaire levensloop direct geïntrigeerd. Ik ‘kwam tot haar’ toen ik meer wou weten over de ‘relatie’ tussen Cartier en de panter. Mag van mij verfilmd worden. Afkomstig uit de betere kringen van Charleroi, vertrok ze op jonge leeftijd naar Parijs.
Na amant te zijn geweest van diverse mannen uit de ‘betere kringen’ werd ze het van Louis Cartier (1875-1942) in 1914. Jeanne werd door hem La Panthère genoemd, en hiermee sloop dit sierlijke, vileine roofdier voor het eerst het atelier van Louis binnen. Hij wist ‘haar’ te temmen voor een polshorloge door haar te zetten met de meest uitzinnige juwelen, en groeide zo geleidelijk uit tot het symbool van Cartier. Ach gossie: Louis mocht van zijn familie vanwege haar vrijgevochten en dubieuze status als ‘irrégulière’ (ze was bevriend met Coco Chanel en Misia Sert, en gold als een belangrijk ‘style influential’ avant la lettre) niet met haar trouwen. Maar hij bezorgde haar wel een baan. Een schitterende en provocatieve zet.
Want vergeet niet: vrouwen hadden toen eigenlijk nog maar één recht, inderdaad het… Eerst op de accessoireafdeling in 1918, gevolgd door de functie ‘directeur juwelen’ in 1933. Onder haar leiding nam Cartier geleidelijk afscheid van de abstracte art deco-stijl, werden de juwelen speelser, exotisch en meer figuratief.
Het verhaal gaat dat het verliefde stel tijdens een reis door Afrika een panter spotten. Haar reactie: ‘Onyx, diamant, smaragd – een broche!’ Haar originaliteit blijkt ook uit het volgende. Tijdens de bezetting van Parijs door de Duitsers vroeg ze haar collega Peter Lemarchand in 1940 een broche te ontwerpen die in de kleuren van de Franse vlag – de ‘Tricolore’ – een gekooide vogel verbeeldde die ze plaatste in de etalage van de Cartierboetiek aan rue de la Paix. Verzet op zijn chic.
Moest op order van de bezetter verwijderd worden. Na de bevrijding verscheen de broche weer in de etalage. Nu met geopende kooi en ‘luid zingend’. Prachtige symboliek. In 1948 bereikt de panter bij Cartier een artistiek hoogtepunt wanneer ze wordt gevangen in een driedimensionale broche – in opdracht gemaakt voor de hertogin van Windsor (foto). Jeanne Toussaints verdiensten voor en invloed op juwelen en modern design werd in 1955 door de Franse overheid onderkend door haar te onderscheiden met het Grootkruis van het Légion d’Honneur.
Als Cartierparfum verschijnt de panter voor het eerst in 1987. En is conform de smaak van die tijd zowel qua presentatie en inhoud rijk, voluptueus en overdreven – bling-bling avant-la-lettre. 2014: nieuwe tijden, nieuwe vormen, nieuwe esthetiek.
Dat zie je direct aan de flacon die voortvloeit uit de nieuwe panter-geïnspireerde ontwerpen van Cartier van de afgelopen jaren: less is more. De panter verbergt zich ‘van binnenin’ als een totem gegraveerd in de kern van een blok glas – zowel op de voor- als achterkant (maar bekijk de flacon ook eens van de zijkant).
De kop in rechte hoeken geciseleerd, de ogen schuin geplaatst en teruggebracht tot het essentiële: een gestroomlijnde, in facetten geslepen gelaatsuitdrukking – gelijk een farao – in een stralend amberoranje aura. Deze flacon met eveneens chique, slim verborgen verstuiver-applicatie moet heel veel prijzen in de wacht slepen.
Wat anders: mag je anno 2014 de vrouw nog met een panter vergelijken? Is dat niet ‘male chauvinist’-cliché? En als je dat doet, moet ze dan een blanke of negroïde huidskleur hebben? Ik ga voor het laatste. Yves Saint Laurent had in de jaren tachtig een ‘Yvette’ die met haar smagardgroene-vlammende ogen een koninklijke uitstraling had waar het menig huidig royalty aan ontbreekt: Rebecca Ayoko (foto). Iman Bowie (née Mohamed Abdulmajid) kon er ook wat van. Alek Wek idem. Naomi Campbell en Tyra Banks hadden het soms.
En op dit moment komt Beyoncé dicht in de buurt. Maar die is al zo vaak gebruikt als parfumambassadrice. Verder ben ik niet echt meer op de hoogte van ‘who’s hot, who’s not’ in die verdomde keiharde, bitchy next topmodel-wereld. Ik wil alleen maar zeggen: het was eigenzinniger geweest als Cartier had gekozen voor een black beauty in plaats van Erin Wasson.
En waarom wordt ze in de promoclip niet spookachtig achtervolgd – ‘hoor ik nu wel of geen gevaarlijk tred, geen woest-aantrekkelijk gegrom?’ – door een panter, mogelijk haar nieuwe partner, die het op haar voorzien heeft…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Feit is dat vooral parfumhuizen met niche-allure de gardenia (foto) plukken als symbool voor ‘vrouwelijke onvoorspelbaarheid’, ‘gracieuze rebellie’ en ultieme parfumverfijning. De inspiratie van Mathilde Laurent voor La Panthère: ‘Elke vrouw heeft een vilein aspect en elke bloem heeft een verborgen animale essence’. Het resultaat: ‘Een hedendaags, tijdloos bijna paradoxaal akkoord: een wilde bloemengeur. Een zuivere afdruk van de gardenia met hypnotiserende krachten op de grens van het dierlijke’.
De geur wordt ingedeeld in de chypre-categorie. Alleen, daarvoor is de geur voor mijn gevoel toch te sierlijk. Wordt niet echt impertinent. De gardenia bloeit, zoals we haar kennen: delicaat, vol, ‘lichtjes geroomd’, lichtjes gekruid. Als een vloeibare sluier verspreidt ze zich.
De opening is heel ‘slim’, want de huidige parfumcodes volgend: groenachtig met een wasem van fruitachtige noten van rabarber, framboos, appel en abrikoos zonder het pats-boem-effect van rood fruit. Hierachter begint de gardenia te bloeien. Maar het is eerder een gardenia die groeit in een hortus botanicus dan in het wild.
Statig en chic. De basis van La Panthère met ketone-musk en eikenmos maakt haar iets wilder en aardser, maar blijft net zoals de panter in de flacon ‘gevangen’ en dus getemd in een Europees net. Je ruikt een zekere animale noot, maar die had voor mij wat meer uitgesproken mogen zijn, waardoor je nog meer het kroelende purrrrr-fect-idee van de ‘panter als vrouw’ ervaart. Er is inmiddels een extract – iets wat Cartier als een van weinige haute parfumeurs’plichtsgetrouw’ doet.
RUIK&VERGELIJK
Dat de gardenia geen ketenparfumerie-versierder is, blijkt wel uit onderstaande lijst. Marc Jacobs heeft het drie maal geprobeerd met Marc Jacobs (2001), Essence (2003) en de cologne-versie Gardenia (2008). En de poging van Philosophy – Gardenia Blossom (2013) – blijft te clean en te white musky. La Panthère gaat de concurrentie aan met:
Je ruikt het zo vaak, want verplichte opening in een geur: een citrusexplosie. En toch ben ik elke keer weer verbaasd dat de ene citrusopening niet de andere is, met name als die het hoofdthema van een geur vormt. Dan verwacht je een andere kijk, die je nog intenser het genot van ‘aller citrusnoten van de wereld verenigt u’ laten ervaren. Ik hèb het ervaren met Eau de Cartier Zeste de Soleil.
Cartier heeft met Mathilde Laurent een topneus binnengehaald. Eigenzinnig, artistiek. Haar komst viel samen met een hernieuwde kijk van de juwelier op zijn status als parfumeur – waarover later meer. De Eau de Cartier-lijn kun je een beetje vergelijken met Aqua Allegoria van Guerlain. Eenvoudig, maar sierlijk aqua-genot.
Met dit verschil: de geuren gaan over het algemenen langer mee dan één seizoen én Eau de Cartier (2001) vormt het uitgangspunt, dat blijft de basis. En dat ruik je ook goed in Eau de Cartier Zeste de Soleil. De wrang-groene noten van Eau de Cartier zijn het gespreide bedje waarop de citrusnoten zich vleien (en om dit zomerse plezier nog beter te ondergaan, is het raadzaam de 200ml-flacon aan te schaffen).
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En die ruik vanaf de eerste spray. De eerste indruk: de zoetige frisheid van een net uitgeperste sinaasappel die als een ‘verfrissende’ zon vol overgave en zomers plezier Eau de Cartier in duikt.
Maar dat blijkt schijn te zijn als je doorruikt. Geen sinaasappel, maar zoet, sensueel honingachtig passiefruit (foto) die wordt begeleid door de scherp-frisse noten van yuzu waarvan de ‘iets meer’ groenere noten in vergelijk met citroen en limoen, krachtig worden opgelicht door munt.
En de laatste frisgroene en prikkelende noot vormt de schakel met de compositie van Eau de Cartier. Simpel. Lekker. Eau de cologne in eau de toilette-concentratie. En met een hoog puur natuur-gehalte.
Kun je zingen, zing dan mee: ‘I feel pretty, oh so pretty! I feel pretty and witty and bright! And I pity any girl who isn’t me tonight’.
Ga even vrolijk door: ‘I feel charming, oh, so charming, it’s alarming how charming I feel! And so pretty that I hardly can believe I’m real’. Wat hier Maria ten gehore brengt in een van de populairste musicals van de twintigste eeuw – West Side Story van Leonard Bernstein – is ook het effect dat Cartier met zijn vierde parfum So Pretty voor de vrouw voor ogen heeft.
Daarnaast koppelt de Parijse juwelier deze gelukzalige stemming aan een ring die op zijn gebied een van de populairste is: de Trinité. Je vindt hem symbolisch terug in de dop van de flacon. Werd in 1924 bedacht door (levens)kunstenaar Jean Cocteau (1889-1963) en uitgevoerd door zijn vriend Louis Cartier (1875–1942) .
De drie cirkels die samen één ring vormen – en, hoe ingenieurs, nooit verstrengeld kunnen raken – staan voor liefde, vriendschap en trouw. In ‘hippe-chique’ kringen werd hij vaak als alternatieve trouwring gebruikt. Cartier heeft inmiddels meer dan een miljoen exemplaren van verkocht.
Het leuke aan het idee van So Pretty is dat het cliché er zo dik bovenop ligt – het liedje, de ring – zonder dat het echt stoort. Want, het is toch waar – of niet? – dat veel vrouwen zich vaak ‘prettier’ gaan voelen als ze een parfum opdoen. En dat presenteert Cartier heel chic. De flacon is bijzonder. Roept herinneringen aan de art deco-stijl en heeft een lekkere zware dop (vergelijk die maar eens met Diors J’Adore uit 1999). En de geur: als je van volle bloemengeuren houdt, dan is So Pretty een aanrader.
Cartier zegt zelf over de geur: ‘Vol van gratie’. Klopt. ‘Tijdloze chic’. Kunnen we ons ook in vinden. ‘Grote bloemengeur’. Akkoord. ‘Een standaard voor die typische stijl van Franse vrouwelijkheid: stralend, zacht, zeer sensueel met de meest ultieme elegantie’. Mais oui!
Nog zoiets, de rijmende slogan die gebruikt werd voor de fotocampagnes: “Que serail l’audace sans la grace”. Daar kun je natuurlijk een filosofische boom over op zetten van heb ik jou daar die naar de hemel reikt en nog verder. Maar je moet volgens mij enkele jaren in Frankrijk vertoefd hebben – bij voorkeur in de chiquere kringen – om de waarheid van deze bespiegelingen te kunnen begrijpen en te kunnen bevestigen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zoals de Trinity-ring is ‘opgebouwd’, zo ontwikkelt zich ook de geur. Cirkel een: een frisse wervelwind van mandarijn, de beste neroli (uit Tunesië) en bergamot (uit Italië neem ik aan).
De tweede sluit daar naadloos op aan door een virtuoos verbond van poederig iris (foto) uit Toscane, zoet-fruitige centifoliaroos uit Grasse en de diamantorchidee (heb ik nog nooit geroken, maar schijnt wel in het echt te bestaan volgens sommige orchidee-sites).
Laatste ring: mooi, simpel en zuiver: de beste kwaliteit sandelhout (uit Mysore India) verdiept met vetiver, benzoïne en musk. Eindresultaat: een harmonieus, ‘vloeibaar’ en volbloemig parfum (door de mooie soepele overgang van de top via het hart naar de basis) dat lang blijft hangen en een warm, vol, rijk, maar bovenal behaaglijk ‘So Pretty’-gevoel oproept.
RUIK & VERGELIJK
Midden jaren negentig lanceren veel prestigemerken parfums die zich kenmerken door hun volle, overdadige bloemenweeldie die soms naar zwoel neigen (Guerlain, Versace) en soms een nadruk op de houttonen hebben (Dior, Hermès, Lancôme).
Dior Dolce Vita (1995)
Hermès 24, Faubourg (1995)
Lancôme Poême (1995)
Versace Blonde (1995)
Guerlain Champs-Elysées (1996)