‘HÉ BOKKENPOOT!’: DE HETERO EN HOMO IN DE PARFUMERIE
HET ‘SOLMAR’ JE PARFUM ZIJN!
Jaar van lancering: 2018
Laatst aangepast: 22/07/19
Neus: Angelo Orazio Pregoni
Parfumnicht: zo werd/wordt wel eens man omschreven met overdreven aandacht voor geuren. Dit compliment is mij nog nooit toegeworpen – althans niet in mijn aanwezigheid. Wel werd ik een keer voor bokkenpoot ‘uitgescholden’ toen ik stond te wachten op de tram met een doos vol boodschappen.
Ik was confuus en moest ook lachen. Toen ik thuiskwam, kwam ik erachter dat deze verwensing niet gemeend en ingegeven was door iemands ad rem gevoel voor humor. Vanwege het vergeten van een tas, had ik mijn waar in een lege doos gestopt waarin voorheen 24 pakjes van die koekjes hadden gezeten: ‘Hé, bokkenpoot!’ Deze ervaring schoot me weer te binnen, toen ik als extraatje bij mijn bestelling bij www.parfumaria.com 10ml cadeau kreeg met de naam Gay. Moest lachen om de naam, maar keek niet echt naar de maker. Had’m meegenomen in de auto, om te ruiken en te ervaren of een geur inderdaad gay kan zijn in plaats van ‘gender neutral’/’fluid’ waarmee nu goede sier wordt gemaakt door de merken.
Al ruikende kwam ik tot een wonderbaarlijke ontdekking – waarover later meer -, en vroeg me ondertussen of de geur tongue in cheek was en/of de maker er iets interessants over had te melden. Laatste moest haast wel gezien de ‘staat van dienst’ van de parfumeur die bij nadere inspectie van de flacon Angelo Orazio Pregoni bleek te zijn. Beter bekend als Odriu. Meer weten over deze parfumdruïde, zie Peety (2013).
Op zijn site lees ik over het idee achter Gay, en kan er geen touw aan vastknopen. Als ik het goed heb begrepen is Pregoni ook schrijver en is de geur genoemd naar zijn boek Il Vangelo secondo Gay. Ofwel, Het Evangelie volgens Gay. En dat is volgens hem ‘de meest schokkende waarheid in de geschiedenis’ en ‘zeker een klein meesterwerk met antropologische en fantasierijke implicaties, dat het verhaal in ons dagelijks leven doet zinken, de wijdverspreide gedeelde moraliteit omkeert, maar ons het zeldzame voorrecht toekent om te denken met ons hoofd’. Tuurlijk, en ook zo fijn: ik zit dus helemaal op het verkeerde spoor.
Puur op de naam en de status van Odriu, ga ik ervan uit dat hij met Gay niet vrolijk bedoelt, maar ‘gewoon’ de seksuele voorkeur van – hoeveel procent van de mannelijke bevolking was het ook alweer?
Dat brengt me op een andere gedachte: het is tegenwoordig zelden dat je een heteroseksueel in een parfumerie aantreft die geuren vérkoopt. Viel me een tijdje geleden in de Bijenkorf Amsterdam weer op. Of je wordt geholpen door (soms) een gemake-upte forty somethinger of door een flawless gesoigneerde ‘beauty boy’ die meer zijn feminiene dan zijn masculiene kant benadrukt.
Is dat erg? Nee! Maar voor de doodgewone hetero op zoek naar een nieuwe geur, is dat volgens mij niet zo gezelli shoppen omdat die dan bevestigd wordt in zijn vooroordeel – tenminste als hij die nog heeft – dat geur toch echt een ‘gay issue’ is. Ik als homo vind een dergelijk ‘presentatie’, die ook nog eens vaak gepaard gaat met hautain gedrag, al vaak hinderlijk. Krijg de neiging om desbetreffende eens flink de oren te wassen. Maar doe dat dan toch maar weer niet. Ik denk ‘laat maar, tante Truus’, ik koop de geur waarvoor ik kwam wel bij een ander, online of helemaal niet meer.
WAT GAY IK EIGENLIJK?
Een interessante compositie. Kort door de bocht: a real spicebomb! En lekker! Komt dat omdat ik ook gay ben? Kan zijn. Kan niet zijn. De opening is een mix van heel veel knallend en knuffelend kaneel met op de achtergrond een lichte noot van komijn. Tenminste ik ruik iets zweterigs. Ik meen ook wat nootmuskaat te herkennen. Plus veel musk op de achtergrond en nog wat dierlijk plezier. En een lichte regen van cacao- en chocolade-achtige nuances. Bloemen niet echt, maar dan ook weer een beetje van wel. Echt zo’n wolk van een parfum die de drager ruim van tevoren aankondigt.
En toen tijdens het maar door en door ruiken, drong het in ene tot me door – de wonderbaarlijke ontdekking: Gay is Organza Indécence (1999) van Givenchy maar dan in ‘travestie’. Wil zeggen: waar Organza Indécence stopt, gaat Gay door. Gay gedraagt zich een beetje als een über-crossdresser in een aflevering van Ru Paul’s Drag Race (die zo lees ik net 14 Emmy-nominaties heeft gekregen voor dit seizoen).


En toen was het zomer en dus tijd voor lekker, knetterend vermaak. Voor mij is dat dan eau de cologne of een iets in die richting. En zo kwam ik uit op de geur waarover ik al regelmatig heb gesproken tijdens parfumpraatjes met
Anyway, met Neroli Animalis heb je een eau de cologne in eau de parfum-concentratie. Op de site van Maison Encens wordt de geur omschreven als een ‘clair obscure’. Ofwel, spelend met licht en donker.
Ik loop al een tijdje rond met Rose Ishtar op mijn beide polsen. Conclusie: hoewel ik zelden roosgeuren draag voor het persoonlijk genot, word ik hier heel erg blij van. De reden: de geur koppelt uitgesproken natuurlijkheid – je ruikt heel veel zoete roos – aan comfortabele draagbaarheid. Het is niche, vol, gelaagd én toch toegankelijk in de zin van: de gemiddelde ketenparfumerieklant zal er niet van achterover slaan.
Als deze fruitige frisheid is afgezwakt zet de roos haar spoor voort, gewoon puur zoals ze is: zoet, bloemig, licht gezuurd om geleidelijk warmer-houtiger te worden. Dus een prachtige balans tussen sandelhout en patchoeli.
Tijd weggeweest in verband met brood op de plank-activiteiten. Nu er twee maanden van gevrijwaard. Hoop ik althans. Anyway, ik kreeg dus Spicebomb Night Vision in verband met Vaderdag opgestuurd van de producent (L’Oréal).
Hoe zou dat komen? Lacroix niet, Viktor & Rolf wel. Ik denk door de snelle veranderingen: internet, social media en het feit dat mode steeds meer als ‘serieus’ onderwerp in de media werd gepresenteerd. Mede dankzij de 24/7/365-inspanning van de marketing achter de modemerken. Erger (of ‘blijer’), mode draait alleen nog maar om marketing (en storytelling).
Dan ruik ik een soort van fluwelige ‘tevredenheid’ beplakt met diverse zware kruiden – op het recept staat zwarte chili-akkoord, zwarte peper, kruidnagel, nootmuskaat. Dat zal wel kloppen, maar die fluweligheid bepaalt toch de toon. Aangenaam, zalvend, bijna rustgevend.
Ik ging dus even naar de site van Serge Lutens om te kijken wat hij zelf te melden heeft over L’Eau d’Armoise. Niet echt wat je noemt overzichtelijk de categorieën waaronder zijn 71 geuren zijn gerubriceerd. Ik zou ze allemaal wel willen hebben (ik heb er nu 24 – oude versies gelukkig; ja ook sommige van zijn geuren zijn inmiddels aangepast; dieptepunt Féminité du Bois) met dien verstande dat ik ze eigenlijk zelden draag, een paar uitgezonderd.
‘Hoe kon ik weten toen ik verstrooid een blad uit een struik plukte en het tussen mijn wijsvinger en duim wreef, dat bijvoet zou later spreken vanuit een parfumfles?’ Dit zijn Luten’s mijmeringen omtrent de bijvoet waaraan hij toevoegt: ‘Bekend om zijn vele geneeskrachtige eigenschappen, neemt bijvoet, samen met zijn middeleeuwse verbeelding, ons diep in het hart van zijn krachtige, aromatische geur’. Waarom nu juist middeleeuwse verbeelding? Had ik graag toegelicht gezien.
Een mens is voorspelbaar, een goeroe is voorspelbaar. Dus wanner ik een batterij aan ‘gaat-wel-mwahh’-geuren heb doorgesnoven, dan krijg ik zin een lekkere volle geur, een geur bijvoorbeeld waarin één bloem in al haar glorie wordt gepresenteerd. Men neme de hyacint dit keer. Bedwelmend, overrompelend en voor mij een erotische evocatie (zonder wulpsheid) symboliserend van het voorjaar in vergelijk met het lelietje-van-dalen dat meer de belofte en onschuld van het nog te beginnen nieuwe seizoen verkondigt.
Hoewel er nog steeds essentiële olie aan de hyacint wordt onttrokken, ervaar je dat zelden in geuren. De reden: de prijs. Zal wel richting Arabië verdwijnen waar ze – de elite – dit soort extracten nog vanzelfsprekend vinden. Ik weet dat Santa Maria de Novella ooit een 5ml-extract ervan in zijn collectie had. En keer aan geroken en altijd spijt dat ik hem ter plekke niet heb gekocht.
Ik durf bijna niet naar Youtube te gaan om te kijken wat Dolce & Gabbana dit keer allemaal uit de kast heeft gehaald, om het verhaal van Dolce Peony kracht bij te zetten. Want wat het duo ter promotie van hun afgelopen geuren heeft gedaan… het leek wel of ze hun ‘amata isola’ – Sicilië – helemaal hadden afgehuurd.
Is een ‘non offensive’ geur die je de pioenroos wel op een erg opvallende manier laat ruiken. Ik althans ruik de typische gepeperde, kruidige roos nauwelijks/niet.
De parfumwereld is een poëtische wereld waarachter een bikkelkeiharde wereld schuilgaat. Je begint als parfumeur jong en onschuldig met in je rugzak de mooiste plannen, maar voor je het weet is het ‘toedelodoki, bye, nice working with you’.
WAT TANGERINE VERT IK EIGENLIJK?
Geurengoeroe zoekt, verlangt, smacht al jaren naar een floral die zich gedraagt zoals ze het volgens hem hoort te doen: een mix van voor de parfumindustrie geteelde bloemen en familieleden die het liefst in de vrije natuur verpozen. Maakt niet uit of de compositie ‘synthetic fantastic’, puur natuur of een combi van beide is. Mijn ijkpunten in deze: vintage
WAT FLORAL IK EIGENLIJK?