EEN JAARTAL, EEN PRIJS (DIE BIJNA IEDEREEN IN DE BUSISNESS KRIJGT)
HAUTE COUTURE, PRÊT-À-PORTER OF ‘CRUISE’ WITTE MUSK?
Jaar van lancering: 2018/2019
Laatst aangepast: 16/03/19
Je moet een kluizenaar wezen, wil het je zijn ontgaan: Karl is niet meer. Achternaam: Lagerfeld. En die deed er eigenlijk ook niet meer toe. Want hij was onderdeel van het selecte gezelschap mensen waarvan de voornaam voldoet om te zeggen wie je bedoelt. Je hebt natuurlijk meerdere Karls, maar is er maar slechts één… bladibla, bladibla en ga zo maar door. En vond de pers dat Karl toch nog wat lauwerkranstoevoegingen toekwamen, dan kon die nog altijd voor koning, kaiser of Karl Chanel opteren. Terecht bewierookt, alleen op sommige punten kon je toch vragen stellen bij deze voor een groot gedeelte toch zelfbenoemd multi-talent-tasker.
Zoals: waarom maakte hij ook zoveel lelijks voor Chanel met name de laatste jaren? Dat vonden heel veel hoofdredacteuren ook maar schreven dat niet op want… Zoals: hij was geen fotograaf. Hij ‘stijlde’ voor camera ‘voor de vorm’ wat met haren en accessoires, zei wat wisecracks tegen model, fotograaf en de rest van de crew die vervolgens het betoverende plaatje afleverden. Zoals: waarom is het hem niet gelukt om na zijn eerste licentiehouder Unilever nooit meer echt succesvolle parfums af te leveren? Zoveel talent en er dan niet in slagen de juiste mensen om je heen te verzamelen om een overtuigend product af te leveren.
Nu nog het bruggetje, geitenpaadje naar Chanel. Even nadenken. Nou deze: waarom is Chanel nooit zijn geuren gaan maken? Het huis deed het ook in het verleden voor Emanuel Ungaro. Het mogelijke antwoord: te druk met eigen productie. Zoals recent een intense versie van Coco Mademoiselle (Intense 2018), een ‘parfumextract’ van Blue de Chanel, Les Eaux (beide 2018), een nieuwe variatie op Chance Eau Tendre (eau de parfum-versie 2019) en 1957.
Ik las over 1957 heen, want ik dacht dat ik 1954 zag, het jaar waarin Coco Chanel de schaar na 15 jaar weer oppakte. Als dank daarvoor werd haar comebackdefilé neergesabeld in Frankrijk vanwege haar, to put it mildly, niet zo vaderlandslievende stellingname tijdens de oorlog. Laatste word in een nieuwe documentaire van Jean Lauritano – Les guerres de Coco Chanel – pijnlijker dan voorheen duidelijk gemaakt. Met prachtige, voor mij voorheen onbekende beelden en ontluisterende en grappige feiten.
Zoals het ‘bewijs’ dat ze met haar eigen geuren (zie foto helemaal onder) zou komen wanneer de Wertheimers (producenten en huidige eigenaars van het huis Chanel) geen betere licentiepercentages wouden garanderen. Zoals dat Amerikaanse soldaten na de bevrijding van Parijs in 1944 bij haar aan de rue Cambon niet in de rij stonden om parfums te kopen maar gratis drie flacons mochten meenemen voor hun vriendinnen/vrouwen/amants.
Wroeging of calculatie om de goede naam die Chanel in Amerika nog steeds had hiermee subtiel te ‘influencen’? In ieder geval onthaalde Amerika de collectie als eigentijds en modern-minimalistisch (en dus praktisch) én een welkom antwoord op de volgens Coco Chanel en vele Amerikaanse vrouwen terug-in-de-tijd New Look-korsetcreaties van Christian Dior.
Grappig detail: Amerikaanse vrouwen gingen zelfs de straat op om hiertegen te protesteren, al was het ‘alleen maar’ vanwege de enorme hoeveelheid stof nodig om zelf zo’n creatie te maken. Hoogtepunt in deze: de actie van de Little-Below-the-Knee Club in Chicago.
Hier valt dus 1957 op zijn plaats. In dat jaar neemt Chanel in Dallas de Neiman Marcus Fashion Award in ontvangst (hij begroet Chanel op bovenstaande foto). Ander grappig detail: tijdens een barbecue waarvoor ze was uitgenodigd als onderdeel van deze feestelijkheden liet ze de haar enorme opgediende steak stiekem onder de tafel verdwijnen – vreselijk zo’n lap volgens haar.
De laatste twee cijfers refereren ook aan de straat waar de eerste Chanelboutique in New York werd geopend: 57th Street. Die werd verbouwd, vertimmerd en vorig jaar heropend (eerste foto). En naar aanleiding daarvan werd 1957 ter plekke onthuld.
Nóg een grappig detail dat Chanel vanzelfsprekend niet vermeld: drie jaar eerder werd de prijs uitgereikt aan de grootste (vooroorlogse) concurrent van Chanel: Elsa Schiaparelli. Het huis van de l’Italienne (zoals Chanel haar noemde) is recent weer heropend (herlanceringen van haar frivole chic-parfums are on their way). En eveneens aan de nu helemaal onterecht vergeten (gezien haar staat van dienst ook op parfumgebied) Lily Daché. Netflix-seriewaardig wat mij betreft, Schiaparelli ook, of als het niet anders kan: Wars of Couture – the rivalry between ‘Schiap’ and ‘Coco’.
We gaan nog door: in 1956 werd de Neiman Marcus Fashion Award (amongst others) uitgereikt aan ‘schoonheidskoningin’ Elizabeth Arden, Clare Plotter (Amerikaans designer) en Carmel Snow (hoofdredacteur van Harper’s Bazaar die de eerste collectie van Dior zijn ‘historische duiding’ heeft gegeven met de opmerking ‘It’s such a new look!’). Dit plaatst Coco’s onderscheiding in een ander perspectief.
Anyway, als Chanels marketingafdeling op deze manier ‘jaren’ in het leven van Coco Chanel gaat gebruiken voor de Les Exclusifs-geuren dan kunnen ze nog even. Ik pik er twee lukraak uit. 1915, blijkt het jaar waarin Chanel haar eerste boetiek in Biarritz opende. 1961 – voor Delphine Seyrig ontwierp Chanel de (echt, echt, echt, prachtige) haute couture voor haar rol in de zwartwit gedraaide l’Année dernière à Marienbad (regisseur Alain Resnais). Voor de fans: deze met de Gouden Leeuw van het Festival van Venetië onderscheiden film is met behulp Chanel vorig jaar gerestaureerd.
WAT 1957 IK EIGENLIJK?
In het persbericht valt te lezen naar aanleiding van de Fashion Neiman Marcus Award: ‘Het talent van Coco Chanel wordt over de hele wereld geprezen. Haar creaties zijn het resultaat van durf om zich meester te maken van zorgvuldig gekozen zeldzame texturen en deze opnieuw uit te vinden en naar een hoger niveau te tillen’.
Ik geloof dat in dit geval toen (in de jaren vijftig) nog niet werd gesproken van texturen in relatie tot mode, maar het is een handig ‘geitenpaadje’ naar de compositie van 1957. Want dat geeft aldus hetzelfde persbericht ‘dit beeld perfect weer; een sensueel en subtiel bewerkt met een akkoord van witte musk’.
Ik moet lachen om ‘zorgvuldig gekozen zeldzame texturen’. Want: onzorgvuldig en veel voorkomende texturen (lees ingrediënten) kunnen óók leiden tot een ‘sensueel akkoord van witte musk, doorregen met bloemige, houtachtige, honingachtige en poederige noten’.
Waarschuwing vooraf: ik ben geen groot liefhebber van witte musk. Het is naast clean (de meest geprezen attributie) ook scherp, bleek, hard en koud. Je moet als neus veel doen om het (voor mij) elegant en ‘volwaardig’ te maken.
Goede geslaagde voorbeelden voor mij: Musc (1970) van Reminiscence en Musc (2010) Mona di Orio. Waarom? Beide zijn vloeiend, zacht en geven een cocon, security blanket-gevoel. Ik zie waarschijnlijk andere over het hoofd – legitiem gezien mijn (voor)oordeel.
Olivier Polge, de neus, laat voor mij musk tussen clean en cocon zweven. Elegant in drie stappen, want vooropgesteld dat is 1957. Eerst musk gehuld een groenig, licht pittige waas (roze peper en koriander). Dan neroli die de musk laat zon-schitteren met een bloemig accent, dan iris die de musk laat ‘verpoederen’, dan in de basis musk ingekaspeld in zoetige, honingachtige noten.
Maar toch het blijft witte musk – ik althans blijf een harde, ‘onaardse’ (lees synthetische) noot ruiken. Is dat erg? Helemaal niet – ik ben niet de gemiddelde consument. Maar millions, billions and zillions houden inmiddels van deze cleane, frisgewassen kijk op parfum. In zoveel geuren kom je in no time in een witte musk-basis terecht (met de nieuwe eau de parfum-versie van Chance Eau Tendre zit je wat dat betreft ook goed).
1957 is de meest toegankelijke dus meest commerciële editie in Les Exclusifs. En dat is mijn probleem: 1957 is geen niche, geen masstige, maar prestige. Geen haute couture, geen prêt-à-porter maar ‘cruise’ (benaming voor ‘tussendoorcollecties’ met een zomers karakter) witte musk. Een niet-verrassend thema dat je al zo lang ruikt in de ketenparfumerie (neem alleen de zich steady uitbreidende Musc-variaties van Narciso Rodriguez) en ver daarbuiten.
1957 zal dus heel succesvol worden. Of niet, zijn er ‘ook nog’ mensen die olfactorisch meer van Chanel verwachten, dat het de weg wijst. Een niche-musk anno nu is ook dirty, speelt, verwondert, heeft meer lagen, en laat de klant twijfelen en uiteindelijk overtuigen dat wat zij/hij eigenlijk ‘stiekem’ vies vindt, eigenlijk best wel lekker is.


Is de Replica-lijn niche? Inhoudelijk zeg ik masstige – een samentrekking van mass en niche. Want ook te koop bij de ketenparfumerie. Qua invulling zeer zeker, zij het dat het nu wel voorspelbaar aan het worden is. Maar toch: mag ook wel (nog) een keer worden geschreven: Maison Margiela is een van de eersten die het de in übernichekringen ontstane storytelling – denk Serge Lutens, denk Comme des Garçons- naar een breder, toegankelijker horizon heeft geplaatst.
Bij storytelling ligt het iets ‘moeilijker’, wordt iets meer fantasie toegevoegd en dus meer gevraagd van de koper die, dat dan weer wel, juist op zoek is naar iets anders, minder mainstream.
Feit blijft dat de Replica-serie een slimme manier is om populaire geurconcepten te verpakken op een andere, meer belevende, storytelling manier. Neem Under the Lemon Trees (het verhaal is grappig genoeg heel summier; de naam zegt bijna alles behalve de geografische aanduiding).



Dat maak je tegenwoordig niet vaak mee: het op www niet kunnen vinden van de betekenis van een naam. Sofron is in dit geval, wat mij betreft, nog meer misleidend omdat ik ervan uitging ‘dat het wel’ saffraan zou zijn, maar dit in nichekringen vaak toegepaste ingrediënt om een soort van suèdegevoel op te roepen of te versterken, ruik ik niet in deze geur en is in het Italiaans zafferano. Tik je sofron, dan is de eerste die verschijnt István Sofron, een blijkbaar beroemde Hongaarse ijshockeyspeler. En sofron kan ook een familienaam zijn. En dan verschijnt Sofron van Farmacia SS Annunziata. Verder geen info. Nou, dan gaan we ‘er maar’ vanuit dat het in dit geval een fantasienaam is.
Anyway, de overall impression: warmte, behaaglijk richting met z’n allen rondom de openhaard tijdens de herfst of nu, wanneer het naderende voorjaar de winter aanspoort te vertrekken. Dat gevoel is er niet direct. Eerst een lenteachtig gevoel met appel en perzik in een halo van citrusnoten, vervolgens wordt het geleidelijk aan donkerder door groenige en kruidige noten die al snel in de ‘security blanket’-basis overgaan.
Laar ik hier mee volstaan: ze is lid van de Kardashian-clan. Ze heeft ook dus gecatwalkt voor Moschino en werd tijdens een van diens laatste shows gesignaleerd met een megaflacon van Toy 2. Volgens mij brengt dit meer financieel in het laadje dan de ‘verplichte’ aanpak voor een nieuwe geurpromotie: wereldberoemd fotograaf/regisseur (Steven Meisel) met een topmodel (Devon Aoki). Indruk: de promoclip lijkt meer op een screentest, dan op een daadwerkelijke clip. Maar dat kan weer de bedoeling zijn van Jeremy Scott, huidig designer in da house bij Moschino. Wat ook weer anders is: Devon Aoki zegt op het einde zelf wat de naam van de geur is in plaats van een voice-over met die kenmerkende typisch-afwezige dictie.
Ik sprak onlangs aan een gerespecteerd persoon in de cosmeticawereld – hij vroeg mij zijn anonimiteit te garanderen in verband met een mogelijk ophanden zijnde Nederlandse samenwerking in de ‘parfumsfeer’ met Duitsland die ik met hem besprak. Hij vroeg tevens wat er zoal in Nederland gebeurde wat niche betreft. Ik ging het riedeltje af: Mona di Orio, Nasomatto, Hiram Green en Baruti. ‘Hollandse huizen’ met op de een of andere manier een buitenlandse link.
In ieder geval, toen ik de namen van haar eerste drie geuren hoorde – Angel’s Dust, The Dark Side, Sex and the Sea; ik loop inmiddels twee achter – werd ik het meest door de laatste aangetrokken. Vreemd, hoe komt het toch dat ik dacht dat de geur Sex on the Beach heette? Komt dat door dat gelijknamige hitje van T-spoon long way back in 1997? Onbewust verlangen?
Geen zin in poëtisch gemijmer en een artistieke analyse, scrol linea recta door naar de laatste alinea.
So far so good, toch even vermeldenswaard dat deze neoclassicistische beeldhouwer in 1787 aan dit meesterwerk begon maar het pas zes later af maakte. Nu te bewonderen in het Louvre (Parijs) en een door hem tweede gemaakte versie in de Hermitage (St Petersburg), toont het Cupido (Amor) nèt nadat hij Psyche (Louis Couperus schreef hier ook een novelle over) heeft wakker gekust.


Er zijn van die geuren waarvan ik denk dat ik ze heb, dat ik ze in gedachten kan ruiken alleen al bij het uitspreken, zien of horen omdat de naam zo vertrouwd klinkt. Zoals Méchant Loup (spreek uit mee.sjean lou) van L’Artisan Parfumeur. Die naam hè, hoe verzin je het. Méchant Loup betekent Boze Wolf- ja inderdaad, die van de sprookjes. De bekendste bruutste vertegenwoordiger in deze: die uit Roodkapje van de gebroeders Grimm.
In ieder geval… ik zag Méchant Loup bij 