Soms kun je met een geurbeschrijving niet meer doen, dan citeren uit het persbericht. De reden: weinig aan toe te voegen. Geldt ook voor Sun Eau de Soleil. Jil Sander, of beter gezegd Coty, de licentiehouder, schrijft trots: ‘Niets geeft het fantastische gevoel van de zon zo goed weer als Jil Sanders Sun. Miljoenen vrouwen dragen sinds de lancering in 1989 deze zomerse geur. Geen wonder dat het direct een klassieker werd’.
Niets aan te toe voegen, misschien alleen dat voor je het predikaat klassieker op een geur kunt plakken een aantal jaren overheen moeten zijn verstreken. Ben ik nu een kniesoor? Ook niets aan het volgende toe te voegen: ‘Jil Sander Sun is dé geur van de zomer. Een vleugje frisheid met warmte en energie. Een geur die zon uitademt. Het stimulerende gevoel van de zomer, gevangen in een geur die we het hele jaar gebruiken, heeft er voor gezorgd dat Sun al meer dan 20 jaar een cultgeur is.
Laatste betwijfel ik. Heeft te maken met het feit dat het woord ‘cult’ voornamelijk wordt gebruikt om een bepaalde, kleine groep in de maatschappij aan te duiden – niet miljoenen vrouwen. Ben ik nu een kniesoor?
‘Om deze zomer extra te genieten, lanceert Jil Sander een frisse(re) variatie: Sun Eau de Soleil’. Een gelimiteerde oplage die ‘direct bij het aanbrengen een gevoel van vrolijkheid en welzijn oproept’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nou dat laatste klopt. Niet zo vreemd. De vrolijkheid ervaar je vanaf het eerste moment. En wel door bergamot en citroen. Die geven Sun Eau de Soleil een scherp-frisse opening (cologne-effect) dat versterkt wordt door rode grapefruit in het hart, waar de zon pas echt begint te schijnen.
Gesymboliseerd door sensueel en exotisch frangipani in combi met de zachte geur van lotus. De basis is als de warmte die je op de huid voelt na een zomerse dag, opgeroepen door ‘kostbare houtsoorten’, musk en vanillezoet heliotroop.
En ja hoor, Marc Jacobs gaat gestaag door met de uitbreiding van zijn splashes. Ook dit jaar een trio (Cranberry, Curacao en Ginger) dat ‘ons laat genieten van de eenvoudige genoegens van de zomer’. Dit keer presenteert hij het meest geliefde jaargetijde in een tropisch decor. Geluid van golven, een badhanddoek op wit zand, een zomerse cocktail binnen handbereik op het strand van een van de Caraïbische eilanden.
Een splash, de Amerikaanse benaming voor een eau de cologne, heeft eigenlijk maar één doel: instantverfrissing schenken op een prikkelende en energieke manier. Dat doet Ginger. Toch is het ‘anders’ fris door het ontbreken van de klassieke hesperidenoten in de opening. Toch word je direct wakker geschud en dat komt natuurlijk op conto van…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… gember. Zelden een geur geroken waarin deze wortel zo spetterend opent. Je zou d’r bijna tranen in je ogen van krijgen (van ontroering). Bijzonder en exotisch, wat versterkt wordt door toevoeging van een kruid dat van mij ook wel een keer door Marc Jacobs tot hoofdsmaakmaker in een van zijn komende splashes mag worden bevorderd: koriander: warm, kruidig en groen.
En dan als dissonant een cognac-noot (die ik pas op het einde van Ginger een beetje waarneem). Deze ‘alternatieve’ frisheid wordt in hart voortgezet met groenig geranium en rabarber, en dan begint Ginger zich te ontwikkelen tot een ‘echte’ geur door passievrucht – zoet, vol, sensueel. Passievrucht (ruik je mooi door de gember heen) gaat ook mee naar de basis van sandelhout en musk. Laatste twee zorgen voor een lichte sensuele warmte. Wat – gelukkig – blijft hangen is de verfrissende wolk van gember.
Het zal me niet verbazen dat Ginger in eerste instantie als ‘wennen’ overkomt omdat het zijn puurheid behoudt, door velen als ruw ervaren.
Niet iets wat veel mensen ze zich bij een volwaardige geur voorstellen. Maar dat is een kwestie van laten rusten op je huid… de andere ingrediënten volgen snel.
RUIK & VERGELIJK
De geur waar voor het eerst grote hoeveelheden gember in werd verwerkt, is in de vergetelheid geraakt: Claude Montana’s Parfum de Peau (1986).
Nu is gember, zoals dat heet, niet meer weg te denken in geuren – vooral in de opening. Welke? De lijst zou te lang worden. Daarom slechts één. En die heeft dezelfde bedoeling als Ginger. Is namelijk ook voor man en vrouw. Nog niet beschreven. Ga ik binnenkort doen, want een vergelijking dringt zich op.
Neus: in samenwerking met geurexpert Tanja Deurloo
Artistic direction: Erik Kessels
Verhaal: Christine Otten, Erik Kessels
Fotografie: ‘Pierre Vincent’
We beginnen dit keer literair. Mag, gezien de geur Good Luck verschijnt bij het gelijknamige boekenweekessay dit jaar. De Russische schrijver Leo Tolstoi opent zijn Anna Karenina met: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, maar alle ongelukkige gezinnen zijn ongelukkig op hun manier’. In het verhaal Good Luck ervaar je deze wijsheid weer eens. En hoe!
Sec: neuroloog van 64 jaar, net geopereerd aan kanker, blikt ‘gedwongen’ terug op haar leven; laat haar fantasie de vrije loop aan de hand van fotoalbums en een notitieboekje die ze ontving van de zus van de vrouw die haar natuurlijke moeder blijkt te zijn. Nu de vraag: wil de neurologe haar na al die jaren zien? Ze wist dat ze geadopteerd was. Had haar moeder haar verteld toen ze 10 was. Een brief in dat notitieboekje van haar natuurlijke moeder aan haar geheime liefde met het antwoord van hem, roept een melancholisch en een beetje treurig beeld op van een leven van een ‘op hun manier ongelukkig’ kinderloos echtpaar in een dorp in Wallonië na de oorlog eindigend ergens in de jaren zeventig als de man van haar natuurlijke moeder overlijdt. Dit relaas wordt versterkt door foto’s die deze man (maar niet de vader van de ‘schrijfster’ is) zijn hele leven maakte. Lukraak geschoten zonder artistieke bijbedoelingen of esthetische gedachte.
Gewoon het vastleggen van doodgewone momenten die bij terugblik (ook door ‘vreemdelingen’) een meerwaarde krijgen. Dergelijke, vaak per toeval gevonden foto’s (en oude amateurfilms) doen het de laatste jaren goed in serieuze kunstkringen. Je kunt ze ‘klein’ laten om de intimiteit in tact te houden. Je kunt ze uitvergroten, waardoor het verhaal ‘erachter’ ook wordt opgeblazen (zoals vorig jaar in de Brusselse Munt heel mooi te zien was bij Cherubini’s opera Medea).
Het leuke aan Good Luck: het is zo beeldend geschreven dat je in eerste instantie niet weet of het nu echt is gebeurd of door Christine Otten werd bedacht toen ze de door Erik Kessels gevonden foto’s – zijn specialiteit die door veel andere mensen ook wordt beoefend, waaronder ik – zag. Maar waarom nu de ‘feel good’-geur Good Luck bij dit fotoverhaal? Simpel: om alles tot leven te wekken van wat je leest op pagina 23: ‘De brief rook heerlijk naar nicotine, nicotine vermengd met zoet, amandel, kaneel, karamel, talkpoeder’. Op pagina 24: ‘De geur die uit de albums en het opschrijfboekje opstijgt: een mengeling van talkpoeder, oud stof, zoet kokosachtig parfum, aarde en schimmel’. Op pagina 73: ‘De lucht ruikt naar gras, bloemen, stof, asfalt… ademt zijn geur in, die typisch warme kokosachtige geur die haar opwindt en geruststelt’. Op pagina 74: ‘En ze de scherpe geur ruik van dennenbomen, vergane bladeren, aarde en fris gesteven lakens’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Good Luck – genoemd naar een in het boek afgebeelde taart – werd samengesteld met de expertise van geurexpert Tanja Deurloo van Annindriya Perfume Lounge in Amsterdam. Het verhaal achter Good Luck is weemoedig. Daarom moet de geur een beetje sentimenteel, vertrouwd, ‘vergeeld’ en ‘viezig’ ruiken – en ondertussen niet vergeten om de geuren vermeld in het verhaal mee te nemen.
Tanja Deurloo is daarin goed geslaagd. Het sentiment weet zijn doel direct in de opening te bereiken (beetje zigeunerjongetje met traan-effect) door een tropisch-zoete geurenbom van kokos, mango, perzik en mandarijn. Zacht en fruitig, en dit gevoel blijft de hele geur present. Maakt als het ware direct een link met de basis zonder het bloemenhart (een teder-frisse mix van geranium, jasmijn en lelietje-van-dalen) in de schaduw te stellen. Sterker de basis versterkt het sentiment dat eigenlijk heel sensueel is.
Lees de brieven in het boek van de geheime love affaire en je ‘ruikt’ genoeg… Een klassiek-oosterse infusie van patchoeli (warm, bossig), sandelhout (melkig, huidachtig), musk (grrr!), tonkaboon (zacht-zoet), amber (‘troostend’, security blanket-gevoel) en vanille (zoete trooster nummer 1 in de wereld van geuren). Leuk en eigenzinnig aan Good Luck: heb het gevoel dat ik een deur open van een al jaren gesloten huis waar geuren – talkpoeder, ooit gebakken taarten, niet geleegde asbakken, likeuren, een oude fles Tosca-cologne – herinneringen zijn van wat daar allemaal ooit heeft plaatsgevonden. Ervaar je niet vaak, zo’n literair parfum.
RUIK & VERGELIJK
Every picture tells a story. Elk parfum bijna ook. Onderstaand verhaal in geur vat het wel heel letterlijk op.
Beetje verwarrend de naam van deze geur en de flacon waarin het werd gestopt. Want zeg je musk en Narciso Rodriguez dan ruik je direct zijn eerste geur For Her (2003) die geïnspireerd is op musk. Dus verwacht je – ik althans – eigenlijk deze Essence Eau de Musc ook in de For Her-flacon. Not dus. Wel in die van Essence (2009). Ja, ik weet het ook wel: dat is zijn tweede geur en die is zonder musk opgebouwd. En die krijgt nu een musk-variatie.
In zekere zin kun je Essence Eau de Musc vernieuwend noemen omdat musk eigenlijk nooit in een eau wordt gestopt. Wel in de basis om a: een dierlijk sensueel effect aan de compositie te geven of om b: een clean en crisp gevoel op te roepen. Essence Eau de Musc zweeft tussen a en b en dat maakt de geur heel geschikt voor de zomerse maanden die komen gaan.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Eerste indruk: Essence Eau de Musc begint heel fris, heel bloemig om daarna neer te dalen op een sensueel-fris bed van musksoorten dat als het ware drijft op water. De frisheid in de opening wordt opgeroepen met citroen en bergamot omringd met een ondefinieerbare kruidig ‘halo’.
Het hart is ook behoorlijk ondefinieerbaar, ofwel abstract. Je ruikt iets bloemigs, maar ik kan niet zeggen welke specifieke bloemen werden geplukt. Beetje een ‘mille fleurs’-gevoel dat mooi fuseert met de basis waarin Essence Eau de Musc zijn ware karakter onthult met poederig iris (foto), warm amber en natuurlijk musk.
Zeg je fleur d’oranger, dan ruik ik in gedachten altijd oranjebloesem zoals ik die een keer in Spanje heb geroken: een sprankelende zonnig-groene frisheid gecombineerd met een omfloerste, zoetige bloemigheid die neigt naar sensueel en soms zelfs een animale noot kan onthullen. Dat laatste heb ik een keer overrompelemd ervaren in India tijdens een nachtelijke wandeling (samen met Anita Roddick van The Bodyshop…) door een tuin beplant met alleen jonge struiken van de Citrus aurantium L. Zo laat de natuur haar dus ruiken.
Deze veelzijdigheid houdt de parfumerie al eeuwen bezig en sinds het nieuwe millennium zien we een renaissance van oranjebloesem in de parfumerie. Nu niet, zoals gebruikelijk, als (hoofd)smaakmaker in de traditionele eau de cologne, maar als een ‘echt’ parfum: van opening tot de drydown een compositie waarin de neus oranjebloesem zo puur en natuurgetrouw mogelijk als soli-fleur presenteert.
En dan blijkt: de ene fleur d’oranger is de andere niet én dat je voor een pure oranjebloesemgeur ook andere ingrediënten nodig hebt. N°4 Fleur d’Oranger van Prada uit The Exclusive Collection (meer weten zie: N°2 Oeillet) komt wat mij betreft heel dicht in de buurt zoals het ‘hoort’. Prada is met Serge Lutens en L’Artisan Parfumeur trouwens het merk dat oranjebloesem als het ware een doorstart heeft gegeven. Sindsdien is het een ‘va et vient’ van oranjebloesemgeuren in de parfumerie.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Traditioneel in alle opzichten. Dat wil dus zeggen een scherpe ‘barber shop’-opening van oranjebloesem (foto) met coumarine die langzamerhand bloemiger wordt door een verfijnd boeket van witte bloemen: lelietje-van-dalen, jasmijn en tuberoos. De eerste maakt N°4 Fleur d’Oranger fris, de tweede zonnig en de derde zorgt voor een sensueel-romige toets.
Ook wordt de roos opgevoerd, alleen ruik ik die niet echt. Het geheel wordt mooi ondersteund door een houtige basis van sandelhout en patchoeli waardoor de geur ‘warm’ wordt en sensueler door vanille en musk. Wierook en mirre versterken dit. En vervolgens gebeurt er iets wonderlijks: hoe langer N°4 Fleur d’Oranger op de huid zit, hoe ‘zepiger’ en ‘melkiger’ de geur wordt, en je in feite weer terug bij het begin bent – de barber shop.
RUIK & VERGELIJK
Oranjebloesem ruikt niet alleen lekker, het is ook een echte opkicker voor je gemoed. De geur kan zoveel met je doen. Het heeft volgens diverse kruidenbijbels een diep kalmerende werking op lichaam en geest. Ook fijn: het anti-depressieve effect. Door oranjebloesem verdwijnen angsten, wordt de hysterie getemperd – leuk voor over-geëxalteerde geurengekken. En ben je te druk, weet dan ook dat het de hartslag vertraagt en – ook wel eens handig – krampen verzacht.
Ik las onlangs op http://www.basenotes een aantal niet gepubliceerde opmerkingen en obeservaties uit 2008 die de Amerikaanse ‘pope of perfumes’ Chandler Burr optekende van Yves de Chiris, een belangrijk adviseur in de wereld van luxeparfums. De rode draad: is het nu nog mogelijk een succes als Angelvan Thierry Mugler (1992) ‘neer te zetten’. De Chiris, met Thierry Mugler (de ontwerper), Olivier Cresp (de neus) en Vera Strubi (marketing) verantwoordelijk voor Angel, acht die kans klein door ‘de ziekelijke hoeveelheid lanceringen, de snelheid waarmee geuren die niet direct de top halen worden gedumpt en het totale gebrek aan sentiment en gevoel in parfums’. De enige geur die volgens hem door toeval (die de uitzondering van de regel bevestigt):Light Blue uit 2001 van Dolce & Gabbana.
Ik schrijf dit omdat voor mij Swarovski tot een van de kanshebbers behoort een dergelijk succes te ontketenen. Als er een merk is dat de afgelopen jaren zijn oubollige imago (herinner de fantasiefiguren met echtheidscertificaat) van zich afschudde en een modernisering in gang heeft gezet, waar veel andere luxemerken (inclusief de directe concurrentie van ‘kristalhuizen’) alleen maar van dromen. Swarovski gaf een nieuwe artistieke invulling aan kristal en doet veel meer dan limited editions van geuren ‘verzorgen’, kristallen details leveren aan couturehuizen en het produceren van talloze accessoires (waaronder brillen en horloges in 2009) onder eigen naam en verkocht in inmiddels meer dan 1800 winkels – zie foto hierboven.
Hiervan getuigt bijvoorbeeld Atelier Swarovksi en het in de geboorteplaats (Wattens, Tirol) van de oprichter in 1995 geopende museum Kristallwelten (zie foto hieronder). Wat ik niet wist (en iets zegt over de status van Swarovski): het werkte tijdens de hoogtijdagen van de haute couture samen met Parijs.
Coco Chanel, Elsa Schiaparelli en Christian Dior. Ook niet: de ‘kristallen’ nauwsluitende jurk die Marilyn Monroe in 1962 droeg terwijl ze Happy Birthday voor John F. Kennedy zong, dankt zijn schittering aan de duizenden met de hand opgebrachte Swarovski-kristallen. Nog een reden waarom Swarovski een Angel-effect kan ontketenen: het is in de wereld van parfums een onbeschreven blad. Er zijn bij de consument nog geen verwachtingen, nou misschien deze: Swarovski kan alles doen zolang het maar extravagant is en schittert. Dat doet Aura voor mij niet echt. Het concept is zowel visueel als inhoudelijk op één lijn met de huidige parfumtrends. Nu is dat niet erg: de meeste geuren die verschijnen vallen in een duidelijke omlijnde categorie. In het geval van Aura, de nu populaire neo-chypre.
Nu is dat niet erg: de meeste geuren kiezen voor een romantische invulling van het plaatje. In het geval van Aura een vrouw in een dromerige, introverte en verwachtingsvolle stemming gesymboliseerd door een zonsopgang, ‘in alle culturen een boodschap van hoop’. Maar wat had je dan gewild geurengoeroe? Simpel: een meer overrompelende presentatie. Voor mij is Swarovksi op dit moment de Mahnolo Blahnik en Jimmy Choo onder de kristalhuizen: over the top, maar smaakvol, bling-bling, maar chic. Dus een flacon die schittert en toch afwijkt door zijn niet-traditionele en dus modernistische vorm.
Even dacht ik bij eerste kennismaking dat de spray slim en hightech zat verborgen in het object – ‘subliem in zijn eenvoud’ – dat de dop bekroont. Maar het is een kwestie van de cilinderdop omhoogschuiven om kennis te maken met een klassieke verstuiver. Swarovski kiest hiermee voor de gulden middenweg en heeft het voor mij niet het gehoopte knock out-effect.
Zo ziet Swarovksi zelf Aura: een stap verder in kijk op kristal en het licht dat er op wordt weerkaatst: ‘Het wordt de mysterieuze bondgenoot van de vrouw in haar zoektocht naar nieuwe belevingen van verleiding en betovering. Kristal transformeert in een vorm van vloeibare energie en wordt een heldere, stralende geur’. En als je hierin gelooft dan zit je goed: ‘De schittering, magie en energie van het licht verandert de vrouw. Als zij deze energie vangt, wordt ze zich bewust van haar geest, lichaam en gevoelens. Licht kristalliseert zich rondom haar en zij, op haar beurt, wordt een sprankelend kristal dat licht uitstraalt. Haar schoonheid straalt van binnenuit en vormt een aura van sensuele, stralende en verblindende energie’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Eindelijk bij de geur aangekomen, waar het toch om gaat. Aura is licht vertaald in geur opgebouwd rondom een kern, ‘een kristal van energie’. Ofwel een mix van amber, benzoëhars en witte musk. Hieraan toegevoegd de meeste sensuele bloem: de tuberoos – ‘een verleidelijke nevel van statige vrouwelijkheid’ – voorafgegaan door een fruitig roze noot van lychee begeleid door een de pittige toets van roze peperkorrel.
Aura speelt een variatie op het nieuwe chypre-thema. Dat wil zeggen bloemen ondergedompeld in een warm bad van amber en hars. Wat opvalt is de krachtig-frisse opening, lijkend op een vleug van roze grapefruit (wordt niet als ingrediënt opgevoerd) overgaand in lychee en roze peperkorrel.
Je moet even moeite doen de tuberoos te herkennen aangezien de warme, omhullende basis zich snel aankondigt.
RUIK & VERGELIJK
Neo-chypres of roze chypre zijn populair. Om er een paar te noemen:
Neus: onbekend maar begeleid door Will Andrews van het P&G-developmentteam
Model: Lena Gercke plus Charlie zonder achternaam
Wat is het moment waarop je aantrekkingskracht voelt? Volgens Mexx: ‘De spanning vlak voor een kus, het plezier van aantrekkelijk zijn of de intensiteit van dat onverwachte moment van verbondenheid’. Zoiets gebeurt niet alleen in films, maar ‘ook in het echt, elk moment en overal’. Dit gevoel stopt Mexx in twee geuren die ‘de dag spannender maken, want… wie weet tot wie je je ineens aangetrokken voelt’.
Maar Magnetic wil meer. Het is ook een verhaal over succes, en dat heb je ‘als je voor alles en iedereen openstaat, ja zegt tegen een spannende uitdaging en bereid bent uit je dagelijkse routine te stappen. Dan maak je kans op een ‘geweldig en avontuurlijke leven vol bijzondere ervaringen en fantastische relaties’. Maar Magnetic wil nog meer: ‘Het weerspiegelt precies wie je bent’. Zo, weet daar maar iets tegen in te brengen!
Zowel Magnetic Man als Magnetic Woman zijn ‘fris en speels aan de oppervlakte, tonen later hun diepere lagen en verleidelijke rijkdom’. Wie kan volgens Mexx dit het beste overbrengen? Lena Gercke, een catwalk- en coverster met een frisse, natuurlijke schoonheid die straalt van binnen uit – ik vraag me altijd af: hoe doe je dat eigenlijk?
Om magnetische aantrekkingskracht in geur te vertalen, werd gewerkt met ‘onweerstaanbare’ ingrediënten. Daarom hebben beide versies dezelfde sprankelende opening als ‘de rush van emotie die met echte aantrekkingskracht gepaard gaat’. Daarom gaan beide over in een warm-sexy basis, ‘net zoals het eerste gevoel van aantrekkingskracht overgaat in iets sensuelers’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Magnetic Woman opent met een ‘speelse, flirtende mix’ van rode appel, viooltjesblad (foto) en roze peperbes. Ofwel, ‘heerlijk, sappig fruit met een vleugje zwoele vrouwelijkheid’. Het boeket in het hart is ‘dauwachtig’, helder en fris door lotus, pioenroos en lelietje-van-dalen. De basis is ultieme verleiding in optima forma: warme noten van sandelhout, iris en musk.
Magnetic Man opent krachtig met een ‘bijna elektriserende rush’ van alsem, rabarber en kumquat overgoten met een krachtige aldehyde. Het magische hart: frisgroen viooltjesblad (foto) en droog-stroef, maar sensueel koriander ondergedompled in waternoten die Magnetic Man zijn zachtheid geven.
De basis staat garant voor aantrekkingskracht. Ofwel, sensuele, muskachtige noten van sandel- en kasjmierhout en patchoeli. Het effect: ‘De kunst van de verleiding tot nieuwe hoogten gebracht: stoer, krachtig én toch gevoelig’.
RUIK & VERGELIJK
De wortel van de viola odorata verspreidt een poederzachte, lieflijke zoete-zachte parfum. Viooltjesblad zorgt daarentegen voor een knisperende, fris- groene ondersteuning in een geur.
Modellen: jongens en meisjes (in het ‘echte’ leven vrienden)
Ontwerp flacon: Alan Aboud
Ongebruikelijk in de immer positief ingestelde parfumwereld: iemand die het ‘openlijk’ heeft over de onzekere tijden van nu. Paul Smith doet het. Lees: ‘Het eerste decennium van deze eeuw was vol van schokkende en uitdagende gebeurtenissen: terrorismedreiging, het barsten van de internetbubbel, een wereld in oorlog en een economische crisis niet eerder gezien’.
Geen reden tot depri doemdenken, want: ‘Ondanks dit alles, of misschien wel dankzij dit is er de jeugd die zijn identiteit definiëert met een positieve houding. Milieubewust, creatief, verbonden door nieuwe technologieën en in staat verder te kijken dan de eigen comfort zone. Neem de film Slumdog Millionaire en de bereidheid een Afro-Amerikaan te kiezen voor het Witte Huis. Dit is een generatie die verandering ziet als een kans, niet als een bedreiging’.
Smith maakte het zelf mee in de jaren zestig, de periode van pop art en flowerpower, maar ook van de Cubaanse Crisis en Vietnamoorlog. Deze turbulente tijd vormde de basis van hoop en creativiteit. Smith heeft prettige herinneringen aan de tijd waarin de gevestigde orde onder druk stond en zelfexpressie aan de orde van de dag was: ‘It was a moment when everything shifted, when young people realised they could be heard as individuals’.
Het verschil met nu? Minder radicaal, niet minder spannend. Het verzet nu tegen corporate marketing betekent dat jongeren individueel willen zijn met onderscheidend karakter. Het besef dat het een harde wereld is, betekent dat we bereid – moeten – zijn iets te doen en het geluk van ‘het grote genieten’ elke dag – moeten – koesteren.
Positief denken dus. Niet bij de pakken neerzitten, niet doemdenken, niet somberen. Wel: nieuwe ervaringen opdoen, deel uitmaken van een gemeenschap. Dus: recht je rug, ga tegen de stroom in, omarm je jeugd met enthousiasme en plezier. Hoogste tijd weer kind en speels te zijn. Met andere woorden: wees optimistisch. En deze gemoedstoestand bundelde Paul Smith in Optimistic for Women en Optimistic for Men.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Paul Smith Optimistic for Women combineert ‘bloemige tederheid met een fruitige topnoot. Vrolijk, maar vertrouwd, spannend, speels maar vrouwelijk’. AIles geïnspireerd door roze: dus roze bes, roze grapefruit en roze lychee in de opening zacht gemaakt door (roze) lathyrus. Het hart: idem een en al optimisme. Energiek-fris mandarijn gemixt met de vitaminekick van cranberry en een zacht, maar levendig frambozenmacaron-akkoord. Het blijft roze, het blijft zoet.
De afronding van Optimistic for Women ‘is ongewoon en vol van karakter’ met een vleugje iris en patchoeli – ruik je lichtjes. Wat overheerst is het zoet-fruitige idee.
Paul Smith Optimistic for Men ‘combineert de frisse buitenlucht met sensualiteit die vrouwen aantrekt’. Spannend, maar niet gevreesd, in basis is het een klassieke fougère. De geur opent energiek en speels met citrus, peper en kardemon. Het hart: fris en groen. Denk salie en geranium. De basisnoten van Opitimistic for Men: ‘warm, houtachtig en verleidelijk’ door cederhout, vetiver en amber. De transparante toets blijft.
RUIK & VERGELIJK
Oeps, weinig geuren met een dergelijke boodschap. Of het zou moeten zijn:
Ik dacht dat het eerder zou gebeuren, maar de mainstreamparfumerie heeft het nieuwe steringrediënt – oud – nog steeds niet massaal omarmd. Dus blijf je aangewezen op de niche-merken. Heel opvallend: inhoudelijk doen ze niet voor elkaar onder. Dat wil zeggen: hun oud-geuren ‘ruiken’ sterk op elkaar. Niet zo vreemd: de geur is nogal omnipresent en neemt geen genoegen met een bescheiden plaats in een compositie. Sterker, het slokt – als je niet oppast – de omringende ingrediënten op.
Enthousiastelingen raken niet uitgepraat over de rokerige, mystieke sensatie van oud, die de geur van ambergris, zoete wierook, tabak en hout verenigt. Voor anderen heeft het parfum het tegenovergestelde effect: wordt vergeleken met de geuren van oude bibliotheken, zompig leer, lades van antieke kasten – dat hoeft per definitie ‘niet verkeerd’ te zijn. En geef het een kans, het loont zich. Na een kwartier is de scherpte en het ‘stoffige’ opgelost en treedt de verdieping op.
Byredo – Ben Gorham dus – ontfermt zich nu ook over oud. Niet echt origineel voor een nichehuis – wanneer gaat inspiratie over in plagiaat? – maar blijkbaar noodzakelijk: veel nicheconsumenten verwachten van ‘hun’ huizen dat ze meedoen met parfumtrends. ‘Ze willen iets nieuws ruiken wat ze al kennen’, zoals Mona di Oiro mij een keer de behoefte van deze kritische klanten treffend omschreef. Byredo heeft zelfs geen moeite genomen om een ‘inspirerende’ naam te gebruiken. What you read is what you smell: Accord Oud.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Maar nu het opvallende: er wordt geen druppel oud-essence verkwitst in Accord Oud. Althans daar lijkt he top. Het is meer het rokerig-zwoele en animaal-leer idee – eigen aan oud – dat wordt opgeroepen. De medicinale (‘onaangename’ dus moelijke) ervan is weggelaten. En dat is op zich knap. Leuke opening: een slijterij-ervaring met zwart bes (populair in kir royal), pruim en een nuance zwevend tussen whisky en rum. Samen mooi omfloerst door saffraan.
In het hart, neemt Accord Oud een mannelijke richting: leer vermengd met salie (foto). Vind ik persoonlijk lekker: groen, straf, dierlijk. De afronding is zacht en zwoel door veel ouderwetse patchoelie en musk – ik vermoed de dierlijke variant.
RUIK & VERGELIJK
Something oud, something ‘few’, blended in 2010 into something new:
De geuren uit de Nature always wins-collectie 2011 zijn olfactorische reizen door ‘adembenemend en spectaculair Canada’. Dus: ‘ongerept en authentiek door prachtige bergen, donkere bossen, langs kristalheldere beken en onverkende oceaandiepten’. Eindigend waar de inspiratie vandaan komt: de elementen die de Canadese landschappen begrenzen en ‘verlichten’ – wind en licht. En toch ‘onverschillig en ongrijpbaar, warm en koud, zilver en goud’. Voor hem He Wood Silver Wind: een zilveren bries. Voor haar She Wood Golden Light: een geur badend in gouden licht.
In He Wood Silver Wind waait de Canadese wind over grootse open vlakten, laat zilveren sporen achter op eeuwenouden bomen in ongerepte bossen. Het door wind veranderde hout – van bruin naar antraciet – bepaalt in essentie het geurkarakter: een samensmelting van zilver-, wind- en houtnoten. Dean en Dan dragen de derde geur uit de Nature always wins-collectie op aan mannen die zich verbonden voelen met de natuur. Geldt ook voor vrouwen. She Wood Golden Light: ‘Gouden zonnestralen liefkozen indrukwekkende bomen, versterkt de natuurkleuren, creëert een zintuigprikkelend spektakel van schoonheid met krachtige en verleidelijke geuren. Invloeden waar hout een gouden energie geeft en de essentie van de geur vormt’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
He Wood Silver Wind openbaart zich in zilver (opening), wind (hart) en hout (basis). Zilver staat voor een ‘regenererende frisheid’ die toch anders is. Geen bergamot, citrus en dergelijke maar zonnig lavendel, ‘bittergroen’ salie met rokerig wierook. Anders, origineel en krachtig. Waarmee te vergelijken? Volgens Dean en Dan met de zilveren strepen in de lucht boven Canadese bossen. In hart waait de wind transparant, energiek en krachtig. Ook weer anders dan je verwacht. Geen bloemen en ozonachtige nuances, maar kruidig en stroef nootmuskaat ondergedompeld in musk. Waarmee te vergelijken? Volgens Dean en Dan met de eindeloze Canadese vlakten waar de wind vrij spel heeft.
De afronding is hout verweven met sensuele, oosterse noten. Ofwel cederhout, vetiver, amber en vanille die samen ‘intrigeren en omarmen’. Geen doorsnee, geen typische frisse zomergeur. Komt door de warm-rokerige wierooknoot die He Wood Silver Wind de allure van een nichegeur geeft.
Intrigerend is ook She Wood Golden Light. Waarom? De totaalcompositie levert een andere ervaring op afgaande op de ingrediënten. Ik meen een duidelijke jasmijnnoot te herkennen, maar dat blijkt na de ‘energieke en onstuimige opening’ van citroen, oranjebloesem en (maar vooral) neroli (net zoals jasmijn wit, net zoals jasmijn zwoel van karakter) te zijn. Laatste twee neem je direct waar en het bloemige aspect hiervan loopt mooi over in het hart waar het vanillezoete heliotroop niet al te uitbundig bloeit op een bedje van ‘comfortabel’ musk.
In de afronding openbaart zich het ware karakter van She Wood Golden Light met ‘een intrigerende aanwezigheid’. Hout dus. Vetiver, cederhout, ‘amberachtig’ hout gebundeld tot een warm-sensuele sensatie. Toch blijft de transparante bloemennoot duidelijk present.