GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

FOUGERE BENGALE PARFUM D’EMPIRE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 24, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET F, NICHE. 1 reactie

VARENS VERDRONKEN IN EEN BENGAALSE JUNGLE

Jaar van lancering: 2007

Laatst bijgewerkt: 24/02/12

Neus: Marc-Antoine Corticchiato

Hij heeft zijn oorspronkelijke uitgangspunt steeds meer verlaten: met parfums roemrijke periodes en dito personen (soms een paard) te eren met geuren opgebouwd uit ingrediënten die tijdens deze periodes en vogue waren, door deze personen gedragen hadden kunnen worden (het paard uitgezonderd). Een besluit waarvoor ik Marc-Antoine Corticchiato dankbaar ben. Want: steeds meer nichehuizen nemen geschiedenis als inspiratiebron. Want: hiermee verbreedt Corticchiato zijn spectrum waarvan we wellicht anders niet hadden kunnen genieten. Fougère Bengale bijvoorbeeld.

Hierin ruik je treffend zijn fascinatie voor het ‘fabricatieproces’ van geur in planten. Hoe ontstaan parfums in planten? Hoe kan een plant verschillende geuren uitademen gedurende haar bloeicyclus? Deze vragen stimuleerden hem studies in chemie te volgen wat betreft de analyse van parfumhoudende planten. Het leverde hem een doctoraat op. Zijn thesis: het op punten stellen van een nieuwe analysetechniek van plantenextracten aan de hand van R.M.N van carbon-13 (magnetische nucleaire resonantie). Ruik je dit bijvoorbeeld in Fougère Bengale? Ik weet het niet, wel dat je weer door hem wordt getrakteerd op een volle, rijke geur die de finesse van ieder ingrediënt ‘respecteert’ en niet laat verdrinken in het totaal. Als je goed ruikt, onderscheid je ze stuk voor stuk, en nog meer.

Fougère betekent varen. Bengale dat zijn de Bengalen. Ook wel bekend als Bango of Bangladesh en is een regio in Zuid-Azië onderverdeeld in de Indiase staat West-Bengalen en het land Bangladesh. Door zijn rijke geschiedenis roept de naam, althans bij mij, een verloren wereld op van rijkdom, verfijning, cultuur er kunst (die inderdaad gepaard ging met een schrijnende armoede waar het gebied nog steeds onder gebukt gaat) vermengd met een vleugje ‘colonial chic’. Een van de hobby’s van de bovenklasse uit ‘die goede oude tijd’ was de jacht op Bengaalse tijgers, zie de foto uit 1903 waarop Lord en Lady Curzon best wel trots bij hun verovering staan. Het vormde merkwaardigerwijze de inspiratiebron van deze geur (waar inmiddels – wijselijk – geen melding meer van wordt gemaakt).

Neemt niet weg, dat geur een zeer exotische indruk maakt, je kunt je inderdaad een tocht voorstellen door de jungle van de Bengalen. Fougère Bengale zou ik willen omschrijven als een zwoele en warme varengeur… je hoort vanuit de hoge bomen, die af en toe een zonnestraal doorlaten, de lauwe vochtdruppels en de nectar van orchideeën van blad op blad vallen om uiteindelijk terecht te komen op een altijd vochtige, zeer aardse, beetje zoetige ondergrond waar varens gloeiend groeien.

Het ziltige zweet glijdt van je voorhoofd, druppel na druppel op je klamme lichaam… je verlangt naar een bevrijdende regen of douche, maar vindt eigenlijk de mix van zwoelte, zweet en zoet best aangenaam… door blijven lopen… ‘wat hoor ik daar, is dat niet de Bengaalse tijger, maar die was toch uitgestorven?’

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Mooi, rijk, vol en anders sensueel, en net zoals de geur waaraan Fougère Bengale sterk herinnert (het iets vlakkere en meer horizontale Sables van Annick Goutal uit 1985) niet een allemansvriend. De opening moet het gevoel oproepen van een ouderwetse Engelse barbershop. Dus een flinke lavendelwolk waarin groene noten ronddansen, waaronder dragon en geranium.

Dan een lichte hooinoot: zoet, droog die doet denken aan coumarine (zat vroeger ook veel in gezichtstonics voor na het scheren). Deze groen-droge frisheid houdt lekker aan voor het hart zich prijsgeeft van tabak (foto) dat ondergedompeld lijkt in honing (kan ook de coumarine zijn) en dat mooi aansluiting vindt in de ‘vochtig-zoete’ maar krachtige basis van patchoeli, vanille en tonkaboon.

Opvallend: Fougère Bengale heeft door zijn zoetheid een lichte gourmandtoets. En doet op de een of andere manier ook denken aan hoestdrank. En dus Eau Noire (uit 2004) van Dior er even bij gepakt. Die ruikt iets medicinaler, maar heeft toch dezelfde ‘zoetzalvende’ en daardoor ‘anders’ sensuele sfeer.

RUIK & VERGELIJK

Nog meer ‘old style colonial elegance’-geuren met een nostalgisch verlangen naar vervlogen tijden. Tabak lijkt de bindende smaakfactor. Heel erg jammer dat de eerste niet meer geproduceerd wordt.

Rochas Macassar (1980)

Aramis Havana (1994)

SUDDENLY MADAME GLAMOUR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 23, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. 3 reacties

PLOTSELING: ‘COCO MADEMOISELLE TE KOOP BIJ LIDL’

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 23/02/12

Neus: onbekend (wel benieuwd)

Had er vorig jaar van gehoord, maar had geen zin om er voor naar Duitsland of Engeland (daar alleen te koop in eerste instantie) te gaan en wou, gezien de prijs, daar bekenden niet mee lastig te vallen: Suddenly van Madame Glamour – wat een bezopen jaren midprice-jaren-vijtig-naam – te koop bij Lidl. Ik liep gisteren een Brusselse vestiging binnen, en daar stond de geur hoog opgestapeld: € 3,49 voor 50ml die naar wordt beweerd sterk naar Coco Mademoiselle ruikt.

Nu is het zo dat deze zich snel tot nieuwe uitgegroeide klassieker (die een soort standaard in zijn categorie is geworden) ook door concullega’s van Chanel is gecopycat. Alleen die zorgen er wel voor dat hun variaties nét iets anders ruiken. Maar alle nieuwe chypres met fruitige opening en een basis van ‘heldere’ patchoeli, vanille en witte musk zijn Coco Mademoiselle in feite schatplichtig.

Het verbazingwekkende aan Suddenly: het ruikt inderdaad zó naar Coco Mademoiselle! Dat hebben inmiddels twee blinde consumentenpanels – georganiseerd door Lidl en waaraan 50 vrouwen deelnamen – uitgevoerd door de Perfumer’s Guild duidelijk gemaakt. Die vonden inderdaad dat… Heb ter vergelijking alleen het parfumextract van Coco Mademoiselle bij de hand en dat ruikt vanzelfsprekend voller, rijker en gelaagder. Maar toch.

Chanel zei ooit over haar werk dat gekopieerd worden de mooiste vorm van vleierij is. Maar het wordt volgens mij anders wanneer vleierij overgaat in ‘stelerij’. Suddenly roept trouwens een andere vraag op: is de contrabande-industrie even snel geëvolueerd als de ‘officiële’ parfumindustrie. Hadden tot voor kort de ‘ruikt-net-als’-geuren, voornamelijk te koop op de markt, alleen de topnoot van populaire parfums gemeen (die vervolgens heel snel verdween), nu slaagt men er ook in hart en basis overtuigend ‘natuurgetrouw’ te kopiëren.

Nee, ik ga het niet hebben over de geijkte ‘told-you-so’-gedachte: dat op parfums heel veel winst wordt gemaakt, dat je ‘alleen maar’ betaalt voor de naam. Ik zeg: je betaalt juist voor de naam! Chanel voor € 3,49 wie wil dat? En ik zou me ernstig zorgen maken als je van je partner, goede vriend, goede vriendin, zus, broer, vader, moeder en ga zo maar door Suddenly als ‘serieus’ cadeau krijgt. Schenkt je werkster het, ach, dan kun je denken: ‘Weet niet beter’. Alleen daarmee onderschat je toch haar ‘luxemerkbewustzijn’. Als je haar iets cadeau wil doen, geef dan wel het echte werk, anders krijgt ze nog medelijden met je ook.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Eerst een licht-fruitige opening die direct fluweelzacht wordt door een perziknoot. Dan, zoals zoveel nieuwe chypres bestemd voor de mass market (worden denigrerend ook wel ‘fruiticholis’ genoemd; een ‘collision’ van fruit en patchoeli) een zeer diffuus bloemenhart. Moeilijk te determineren, ik vermoed een boeket van jasmijn- en roosmoleculen (niet echte jasmijn en niet echte roos) met op de achtergrond een bescheiden bloeiend lelietje-van-dalen.

Dan de main attraction van Suddenly… een toch wel elegant, het moet gezegd, samentreffen van een ‘waterige’, suikerachtige vanille (foto), een heldere patchoeli en veel witte musk. Laatste zorgt niet voor een crispy en schoongewassen gevoel, maar eerder voor een zacht katoenpluis-effect. Let wel: Suddenly gedraagt zich ten opzichte van Coco Mademoiselle als een de toilette ten opzichte van een eau de parfum.

RUIK & VERGELIJK

Ik heb me er eigenlijk nog nooit in verdiept, maar bestaat er wel intellectueel eigendom wat parfumformules betreft? Opvallend is, dat voor zover bekend, Chanel zich niet heeft uitgelaten over Suddenly. Is maar goed ook; diegene die zich de echte kan veroorloven, gaat niet op zoek naar een goedkoop surrogaat. Zelfs niet in tijden van crisis lijkt me.

Maar toch lijkt me het belangrijk dat de ‘echte’ parfumindustrie deze ontwikkeling juridisch eens gaat onderzoeken (misschien heeft die het al gedaan). Voor je het weet gaat Madame Glamour grossieren in verkoopsuccessen van de ketenparfumerie. Ben benieuwd welke namen ‘ze’ dan verzint voor Thierry Muglers Angel (1992), J’Adore van Dior (1999) en bijvoorbeeld Dolce & Gabbana’s Light Blue (2001).

CEDRO ACCA KAPPA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 22, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

CEDER-CHIC

Jaar van lancering: 1999

Laatst aangepast: 22/02/12

Neus: onbekend

Af en toe verlang je na alle niche-verfijning naar een simpele geur, een die niet ‘te moeilijk’ doet, maar je wel een prettig gevoel geeft en toch een smaakvolle indruk maakt en achterlaat, mocht iemand binnen je geur-actieradius terechtkomen.

Ook niet onbelangrijk: de geur mag ook niet overlopen van synthetische smaken waardoor die uiteindelijk een ‘kosmische soep’ wordt. Een goede optie: een geur op basis van cederhout. Is enorm populair in de basis van mannengeuren. Zorgt voor ‘gewicht’, vasthoudendheid, maakt een geur vaak af.

Pure cederhoutgeuren zijn minder in zwang. Dat vind ik vreemd en eigenlijk verbazingwekkend, aangezien hierbij wordt geprobeerd om de droog-zonnige en warme charme van het hout tot een hoogtepunt te brengen. Het cederhout wordt ontbloot in plaats van gemaskeerd.

Met een pure cederhoutgeur, krijg je – hier volgt een cliché – zon in een flacon. Ik moet altijd denken aan statige cederhoutbomen die in zonnige streken groeien – wind en weer lijkt ze niet te deren. Om een storm lachen ze. Fier blijven ze overeind, ieder jaar reiken ze verder naar de hemel, ieder jaar wordt hun parfum intenser. En de zon speelt met ze; zijn stralen doorboren het hout die de warmte ervan gretig lijkt op te slaan.

Acca Kappa heeft ook een pure cederhoutgeur. Cedro ‘toont de allure van mannelijkheid, moed en kracht. Majestueus en elegant, zijn zilveren bast omkleedt een aromatisch hardhout met krachtige en ontspannende ondertonen’. Ook allemaal clichés van het zuiverste water. Maar ze kloppen: cederhout wordt in, maar ook buiten de parfumerie, geassocieerd met de edele karaktertrekken van de man. Cedro, krijgt ook nog een gebruikersprofiel mee: ‘Voor de man die van het buitenleven houdt’. Ik voeg hier aan toe: ook zeer geschikt voor de binnenkamerse boekenwurm.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Elegant, ‘toch stoer’ én meesterlijk samengesteld. Ben erg benieuwd naar de neus – hij begrijpt zijn vak en de degelijke chic-uitstraling van Acca Kappa. In de opening heeft Cedro een sauna-feel.

Want nadat bergamot, citroen, petitgrain en bergamot zijn vervlogen, ruik je intense mix van kardemon en salie. Een bittergroene en ijle combinatie die niet al te lang blijft hangen doordat een lichte zoete rozennoot zich aandient. Deze roos komt bewust door de eerder opgevoerde kruiden niet tot volledige wasdom. Kruidnagel doet er nog een schepje bovenop.

En dat is ook de bedoeling, want het gaat om het cederhout. En die komt in al zijn sterkte naar boven en lijkt alle kruiden in zich op te nemen en weer uit te wasemen. Een lichte musknoot geeft, als Cedro langer op de huid zit de geur een lichte soapy toets. En: voor een ‘acqua di colonia’ houdt de geur opmerkelijk lang aan.

RUIK & VERGELIJK

Ik heb het nooit gezegd, geloof ik: maar het klinkt zo leuk: ‘Ik zeg wel eens… bij twijfel een cederhoutgeur’. Het is, let wel, het tegenovergestelde van casual. Geen ‘spijkerbroek-met-wit-T-shirt’-luchtje, wel een voor de man die een klassiek pak met flair en vanzelfsprekend weet te dragen. Niet geschikt voor de ‘alleen-op-een-bruiloft-en-begrafenis’-pakkendragers.

Opvallend: pure cederhoutgeuren zijn vaak niche of niche ‘angehaucht’, zoals de Duitsers het zo mooi weten te zeggen voor iets ‘dat daartoe geneigd, daarop ingesteld of daardoor beïnvloed is’.

Parfums 06130 Cèdre (2003)

Serge Lutens Cèdre (2005)

Armani Privé Cèdre Olympique (2008)

L.T. Piver Cèdre (2009)

Chopard Noble Cedar (2011)

AMAZING GRACE PHILOSOPHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 21, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET A, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

EEN ‘MOOISTE JURK’-GEVOEL GEUR

Jaar van lancering: 2006

Laatst bijgewerkt: 21/02/12

Neus: onbekend

Het is op dit moment de meest succesvolle geur van Philosophy: Amazing Grace. De bedoeling: ‘Gecreëerd om de draagster ongelooflijk puur en heerlijk vrouwelijk te laten ruiken en haar het gevoel geven alsof ze iedere dag van de week haar mooiste jurk aan heeft, ook al is ze casual gekleed’. Moet wel bij opgemerkt worden dat Amazing Grace vooral een voorjaar- en zomerindruk maakt.

Je kent het wel: ongecompliceerde levenslust, alsof je door een zomerse wei loopt. Zon hoog aan de hemel, kwetterende vogels, vlinders die dartel over het wuivende gras vliegen, bijen die de verschillende bloemen inspecteren en nog niet weten welke ze zullen bestuiven. En daar tussen wandel of lig je te genieten, alleen, met je vriend, man en kinderen.

Philosophy is trouwens een merk die wat geuren betreft veel los maakt op de internationale parfumblogs. Het is een ‘gevecht’ tussen liefhebbers en haters. Een voorbeeld van lovemail: ‘I just bought Amazing Grace for my girlfriend after having smelled it on a friend of mine. All I can say is: Wow! It’s the most amazingly calming scent I’ve ever encountered. Instantly relaxing and a joy to the senses’.

Een voorbeeld van hatemail: ‘The name is doubly misnamed. Another shower-in-a-bottle fragrance, so nondescript that the most I can say is that it’s a very slightly soapy, very light generic floral composition. Could be peony, could be lily-of-the-valley. It’s neither beautiful nor inspiring’

Ik zeg: ‘In between they shall meet’. Je kunt het loven of haten, feit is dat Philosophy de lat niet al et hoog legt wat geuren betreft. Dat wil zeggen: het streeft niet naar grensverleggende en ‘filosofische’ geurcreaties waarover je in nichekringen urenlang kunt mijmeren in verwondering. Dat is niet de filosofie van Philosophy. Wel: geuren die je in een prettige mindset brengen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

En dat doet Amazing Grace, toch wel met de aantekening dat de witte musk behoorlijk overheersend is en een scherp-strakke finish heeft. Tacky noemen ze in het Engels, ofwel plakkerig.

Stel je er dit dus bij voor: door een luchtige wolk van heel veel witte musk zweven bloemen. Maar eerst een frisse opening opgeroepen met citrusachtige nuances van bergamot, grapefruit en mandarijn omgeven door een groen aura.

Dan het hart: een melange van 1: roos, 2: fresia, 3: lelietje-van-dalen en 4: jasmijn (foto). Eigenlijk is de laatste wat je het eerste ruikt, daarna nummer 3, daarna nummer 2. Roos ervaar ik niet echt. Geldt ook voor de opgevoerde passievrucht. Maar wel – en hoe! – de basis. Een overdosis, die de bloemen in eerste instantie laten verdrinken, maar na verloop toch ze ‘een kans geeft’ om hun voorjaarsblije boodschap te verkondigen.

RUIK & VERGELIJK

Een frisse opening, een veld met bloemen, afgerond met heel veel witte musk. Stop het in een flacon en heel veel (jonge) vrouwen lopen er mee weg. De lijst is bijna te lang. Twee hoogtepunten. De eerste op midprice-, de tweede op prestigeniveau:

The Body Shop White Musk (1981)

Narciso Rodriguez Essence (2009)

MYRRHE & DELIRES – L’ART ET LA MATIERE – GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 20, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET M, NEO NICHE. Een reactie plaatsen

VERVOERING VAN DE REUKZIN

MET EEN OLFACTORISCHE OFFERANDE

NIET VOOR DE GODEN

MAAR VOOR DE GEURENFIJNPROEVER

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 17/03/12

Neus: Thierry Wasser

Bijna ongelofelijk: Guerlain heeft nog nooit mirre gebruik. Een van de redenen: ‘Het wordt zelden in de parfumerie gebruikt omdat het zo moeilijk te beheersen is’. Thierry Wasser pakt de handschoen op en geeft mirre een ‘delirische’ behandeling. Hij ontdekte deze ‘goddelijke materie’ tijdens een reis naar het Midden-Oosten.

Tussen ons gesproken en gezwegen: dat geloof ik niet echt – met mirre maakt elke neus kennis tijdens zijn opleiding. Wasser: ‘Het straalde een warmte van karamelbalsems uit die zich langzaam en krachtig ontwikkelde en mijn mond als door een vurige zonnestraal leek te doorstralen, met enkele bittere noten als licht tegenwicht’. Hij was zo onder de indruk van deze ‘mysterieuze grondstof met veel diepte’ dat hij besloot haar een hoofdrol te geven. En niet in zo maar ‘een Guerlain’, maar in de fijnproeversserie L’Art et la Matière waarin ‘exclusieve grondstoffen zich kunnen ontplooien, schitteren en worden verheerlijkt met sublieme en elegante geuren zonder rekening te houden met dictaten van de mode en consensus’.

Sterker, die worden omvergeworpen. Want bij L’Art et la Matière staat creatieve vrijheid als summum van originaliteit voorop. Voor wie het nog niet weet: mirre is een gomhars afkomstig van een struik met als habitat Somalië, Ethiopië en het Arabisch schiereiland. De gom komt vrij door inkepingen in de bast te maken, die begint dan te ‘huilen’ waardoor zich tranen vormen die stollen.

Het is een van de ‘oudste’ parfumingrediënten en werd in eerste instantie gebruikt (zoals alle ‘oude’ ingrediënten) voor religieuze doeleinden door ze te verbranden, hopende hiermee de goden tevreden te stellen. Hier ligt ook de oorsprong van het woord parfum: profumo betekent ‘door rook’.

Mirre is al een complex parfum op zichzelf. Guerlain omschrijft deze olfactorische offerande als mos-, balsem-, hars- en amberachtig, rokerig, aromatisch, plantaardig, romig en zelfs zonnig. Door het te koppelen aan het woord ‘délires’ heeft Wasser ‘de duistere en intense facetten ervan willen verhelderen en ontspannen, zonder haar kostbare en emotionele aspect te ontnemen’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Je herkent de hand van Wasser direct in de opening: niet klassiek-citrusfris Guerlain rondom frisbloemig bergamot, maar met een prachtig-subtiele melange (die een beetje doet denken aan Un Parfum, Une Ville London uit 2011) van rabarber, grapefruit, zoethout en zwarte thee. Alle vier met de blote neus goed te detecteren.

Heel fragiel als een kantwerk dat vervolgens een zoete noot verspreidt van het viooltje (die weer doet denken aan Météorites uit 1999) en roos (met nuances van framboos en kers), alleen minder zoet door het te laten contrasteren met het poederige iris.

Iris koppelt zich vervolgens aan een subtiele, zachte leernoot (die weer doet denken aan Cuir Beluga uit 2005 – ook onderdeel is van de L’Art et La Matière-serie). En hierachter verschuilt zich het magische en merveilleuze mirre (foto) ondersteund door een pittige patchoeli-noot in een wierookwolk. Guerlain zegt dat het de ‘kunst is om de contouren van deze rijke en radicale grondstof artistiek te vervagen’.

En hiermee verwoordt het exact mijn vraag. Myrrhe et Délires is voor mij net iets te geconfectioneerd, net iets te ‘uitgepuurd’ waardoor het zalvende, balsemachtige en tegelijkertijd krachtige en rokerige karakter van mirre niet ten volle wordt benut. Mooi, elegant en verfijnd. Dat is zeker. Maar toch heel vreemd: qua ‘sfeer’ en intensiteit ervaar ik Myrrhe et Délires eerder als een winterse interpretatie de Aqua Allegoria-serie.

RUIK & VERGELIJK

Thierry Wasser heeft gelijk door te stellen dat mirre zelden in de parfumerie wordt gebruikt omdat het zo moeilijk te beheersen is. Ruik om je heen: weinig pure mirregeuren. Leuk om te zien: Pierre Guillaume van Parfums Générale gebruikt ook zoethout en zwarte thee om mirre te laten ontwaken.

Serge Lutens La Myrrhe (1995)

Keiko Mecheri Myrrhe & Merveilles (2002)

Annick Goutal Myrrhe Ardente (2007)

Prada – Exclusives – N°10 Myrrhe (2008)

Parfums Générale – La Huitième Art – Myrriad (2010)

LYRIC, LYRIC MAN AMOUAGE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 19, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, NICHE. Een reactie plaatsen

ARABISCHE ROZEN

Jaar van lancering: 2008

Laatst bijgewerkt: 19/02/12

Neus: Daniel Maurel (Lyric Man) , Daniel Visentin (Lyric)

Artistic direction: Christopher Chong

Lyric (of lyrisch) als adjectief. Betekenis nummer een: de emotionele uiting van een auteur – meestal kort, in stanza’s en herkenbare vorm. Betekenis twee: het schrijven op deze manier. Betekenis drie: het gebruik van een licht register: een lyrische sopraan met een licht en helder timbre. Als zelfstandig naamwoord betekent het een – lyrisch – gedicht of vers, een literair genre en de woorden van een lied.

Amouage houdt het op de derde en voegt daar als inspiratie (niet als naam) spinto aan toe. Komt van het Italiaanse werkwoord spingere (ofwel duwen). Werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw bedacht voor een lyrische sopraan- of tenorstem met een krachtige, dramatische kwaliteit.

Dit zegt Amouage over Lyric en Lyric Man: ‘De zoektocht naar perfectie voorbij realiteit; de zeldzame en exquise lyric-spintostem die zowel verbazing als jaloezie uitlokt; een offer gemaakt in de queeste naar onsterfelijkheid’. Hoogdravende woorden passend bij het nieuwe vocubalaire van Amouage bedacht door Christopher Chong. Maar het is waar: beide geuren zijn ‘dramatisch’ in hun intenties. De roos is volgens mij de lyrische noot in beide geuren, de omringende ingrediënten garanderen een ‘spinto-effect.’ Maar ik vergelijk beide geuren liever met een Arabisch tapijt waarin de roos, bloeiend onder de stralende zon, het hoofdthema vormt met subtiel andere ‘afbeeldingen’ samen verweven tot een tuin vol verwonderingen.

Ook interessant: Amouage laat duidelijk zijn Arabische oorsprong gelden. Dat valt vooral weer op bij Lyric Man. Voor westerse begrippen is de geur het tegenovergestelde van mannelijk. De roos – gewoonlijk het cliché van supervrouwelijk – speelt hier geen bescheiden rol, wordt niet verdrongen door de cliché-basis van hout en wat subtiele ‘sensueelmakertjes’ zoals musk en diverse harsen.

Nee, hij eist net zoals een lyrische tenor alle aandacht op. En, een merkwaardige gewaarwording, Lyric voor vrouw is voor mij eigenlijk minder vrouwelijk dan Lyric Man.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Beide geuren laten de roos zweven. Worden nooit sticky en te ‘vanille-sensueel’. Beide geuren zijn luchtig, maar hebben alle twee toch een diepe en volle onderlaag. Vanaf de eerste spray neemt de roos je mee op traject van kruidig, naar bloemig, naar sensueel. Lyric opent haar aria direct in het hoogste register met een prikkelende kruidenmix van kardemon, kaneel en gember (die het sensuele van de grande finale al in zich draagt) die vervolgens in samenwerking met jasmijn en geranium de roos laten sprankelen.

Lyric wordt vervolgens dramatisch, zonder zich aan te stellen. Eerst door ylang-ylang, vervolgens door een ongelofelijke subtiele blend van vanille, tonkaboon, iris, hout en wierook.

Als je je goed in de nasleep van deze aria verdiept, dan valt pas goed op hoe deze sensuele verleiders met elkaar spelen, met elkaar verweven raken. Samen roepen een erg dierlijke intensiteit op. Lyric word heel ‘civetterig’, de vanille gedraagt zich animaal.

Lyric Man begint meer traditioneel door de lichte, luchtige opening (waarin je de bewierookte basis al licht te traceren is) van bergamot en gember die snel op sleeptouw wordt genomen door nootmuskaat en saffraan (een mooi ‘droog-kruidige combi).

Vervolgens de prachtige groen-fris-sensuele combinatie van galbanum en engelwortel. En toch ‘strak’. De eerste is meer zonnig, de tweede meer aards… maar zorgen ervoor dat de roos in het hart zogenaamd mannelijk wordt. Vanille maakt de roos iets zachter, romiger, maar blijft ‘stoer’ door een prachtig gedoseerde zeer aardse melange van patchoeli, vetiver  sandelhout en wierook.

RUIK & VERGELIJK

Dat is niet makkelijk. Amouage is een van de weinige huizen die een vrouwelijke en mannelijke versie van een parfum inhoudelijk zo nauw verwant laten zijn. Dat ruik je al bij het eerste duo:

Amouage Amouage (1983)

Amouage Amouage Men (1983)

INNER GRACE PHILOSOPHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 18, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET I, MASSTIGE. Een reactie plaatsen

GRATIE VAN BINNEN, GRATIE VAN BUITEN

Jaar van lancering: 2007

Laatst bijgewerkt: 18/02/12

Neus: onbekend

Wie wel eens denkt: ga ook een nieuw, hip en trendy cosmeticamerk lanceren, weet dan dat dat de beste weg tot succes een zeer gedegen achtergrond is. Dat bewijst Philosophy: werd in 1996 opgericht door Cristina Carlino. Ze had toen al meer dan 30 jaar ervaring met haar merk Biomedic, een huidverzorgingslijn op medische basis ontwikkeld met en gedistribueerd door dermatologen (en plastische chirurgen).

Haar visie: de beste zijn door innovatieve en authentieke ideeën. Haar missie: de kloof voor vrouwen overbruggen tussen spreekkamer van de dokter en de winkel; ze moeten wereldwijd toegang hebben tot skincare-technologieën met bewezen resultaat.

Met Philosophy ging ze een stap verder: ‘Het inspireren van schoonheid aan de oppervlakte en in de ziel, want alleen als je je goed voelt kun je er op je best uitzien’. Logisch dus dat alle producten beauty geestelijk, lichamelijk en spiritueel benaderen.

Want: ‘Alleen door ze te verenigen krijg je het beste resultaat – zowel ‘binnen’ als ‘buiten’. Daarom zie je op elk product ‘een paar inspirerende zinnen die de schoonheid van de menselijke geest loven, inspireren, vrolijk stemmen en een glimlach ontlokken’. Visueel wordt dit alles benadrukt door ‘dromerige herinneringen van kinderen; onze manier om onze liefde voor familie en vrienden te benadrukken’, want ‘kinderen stimuleren creatief en vrolijk te zijn en van het moment te genieten, zij herinneren ons aan het geloven in magie en , om te kleuren buiten de lijntjes’. Met andere woorden: de feelgood-glossy Happinez avant la lettre.

Erg leuk is de laagdrempeligheid van het assortiment. Zie je aan de productnamen. On a clear day: oil-free foaming acne cleanser. Hope in a jar: original formula moisturizer for all skin types. When hope is not enough: omega 3-6-9 replenishing cream. Help me: retinol for the night. Miracle Worker: anti-aging retinoid pads.

En natuurlijk levert Philosophy ook geuren (die in bepaalde masstige-kringen al jaren erg populair zijn). De filosofie hierachter: ‘het geloof dat geur je goed moet laten ruiken én laten voelen (het uitgangspunt van alle geuren volgens mij). Ze zijn helder, vrouwelijk en vertrouwd, versmelten met je eigen individuele geur die volgens ons uniek en geroemd is en benadrukt moet worden door het parfum dat je gebruikt’. En: ‘al onze geuren kun je altijd te dragen, voelen comfortabel aan’ en zitten in ‘prachtige, eenvoudige verpakkingen, zachte pastelkleuren en kleine wijsheden je herinneren dat hoe je eruit ziet, ruikt en voelt onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Door het omarmen van alle deze drie ‘gratiën’ ben je in staat ‘een volledig en gracieus te leven leiden’.

Erg populair zijn Grace, Amazing Grace, Pure Grace, Eternal Grace en Inner Grace (lanceringsjaren niet echt duidelijk) en die worden door Coty (dat het bedrijf in 2010 kocht) in Nederland en België voorlopig alleen verkocht bij Ici Paris XL. Opvallend: het Amerikaanse karakter. Dat wil zeggen: ze zijn clean, fris, ongecompliceerd (ze hebben niet de typische klassieke Europese gelaagdheid of de typische Arabische overrompeling). Het ‘net-onder-douche-vandaan’-gevoel overheerst, wat Philosophy toevoegt is het ‘ingrediënt’ sentimentent.

Inner Grace wordt omschreven als een ‘spirituele reis naar innerlijke schoonheid’ met als eindstation ‘vrede en balans’. Het is je ‘privé-hemel’. Heb je geen tijd om te mediteren, Inner Grace ‘doet’ het me je; het brengt je mindset in hogere regionen: ‘het verruimt je geest en maakt haar vrij’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Fris, bloemig, zoet en een lichte sensualiteit die een beetje scherp is en blijft door de hoeveelheid witte musk (geliefd om het frisse en crispy gevoel met ‘katoenpluis’-effect) in de basis. En daar veranderen de ‘verzachtende omstandigheden’, vanille, blonde houtsoorten en witte patchoeli weinig aan. De algemene indruk: bloemen die onder de douche zijn geweest met een ‘citrus-shampoo’.

Gaat zo in zijn werking: frisse fresia, bloemig-fris jasmijn en zoete roos worden besprenkeld met Chinese mandarijn en een ‘waterblad-akkoord’. Je moet heel goed ruiken, wil je de opgevoerde kruidnagel waarnemen. Ik doe het niet. En dat geldt ook voor ylang-ylang (foto), geliefd om zijn koppige, zwoele en sensuele parfum.

Wat ik wel ervaar: een frisse en ‘frisgewassen’ bloemensensatie die heel erg clean is, je wakker en alert houdt. Een originele manier om de weg naar innerlijke vrede tevreden…

RUIK & VERGELIJK

Dat is bijna onmogelijk. Je hebt tegenwoordig zoveel geuren die fris, bloemig, crisp en schoongewassen ‘overkomen’. Ik heb associaties met:

Clean Original (2003)

En zowaar ook met:

Serge Lutens L’Eau (2010)

CORPS & AMES – COLLECTION SUR INVITATION – PARFUMERIE GENERALE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 17, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

‘IK KAN OOK EEN MISS DIOR MAKEN’

Jaar van lancering: 2006

Laatst aangepast: 17/02/12

Neus: Pierre Guillaume

Dit is een geur die al een tijdje door mijn gedachten spookt. Komt door de opmerking die ik hoorde van ‘Maria van Geuren’ die eind vorig jaar present was bij ‘een avond met Pierre Guillaume’ georganiseerd door Tanja Deurloo van The Perfume Lounge in Amsterdam: ‘Hij vertelde mij over Corps & Ames dat hij wou laten zien dat hij ook wel een Miss Dior kon maken’.

Ik was direct getriggerd omdat deze geur gepresenteerd in 1947 (in ieder geval de vintage-versie) zo’n prachtig voorbeeld is van een klassieke chypre: beetje ‘mannelijk’ doordat de bloemen zo ‘stoer’ worden ondersteund door krachtige ingrediënten en leer.

Ik zocht Corps & Ames – lichaam en ziel – tevergeefs op de site van Pierre Guillaume. Heeft een bedoeling, verneem ik van Tanja Deurloo: ‘De geur is onderdeel van de Collection sur Invitation en alleen bij specifieke retailers te koop die Pierre zelf bepaalt’.

Let wel deze exclusieve distributie ‘is niet uit snobisme is geboren, maar wel uit de wens om dingen uit te proberen, die expertise en uitleg behoeven, of juist met ingrediënten te werken die vrij schaars zijn en – daardoor – geen grote oplage toelaten’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Heb nu dus weer voor de zoveelste keer Miss Dior (versie 1997 toen de geur naar aanleiding van zijn 50ste verjaardag opnieuw werd gelanceerd: minder ‘elegant rijk’, minder groen, wel poederiger) op mijn rechterhand, Corps & Ames op mijn linker. En dat is ‘best wel’ verwarrend. Het is dat ik een beetje verkouden ben, maar de gelijkenis is verbluffend, terwijl Guillaume het met totaal andere ingrediënten oproept. Het verschil: misschien is Corps & Ames iets zoeter. Maar even later denk ik weer: Miss Dior is dat.

Hoewel de opening minder fris is (en toch een zekere frisheid) heeft, maakt de inhoudsopgave daar geen melding van. Ik voel net zoals bij Miss Dior een groen-frisse explosie die meer suggereert dan de opgevoerde geranium. Ik voel ook iets van citrus en galbanum. Niet dus. Fantastich dat Guillaume met veel minder, hetzelfde weet op te roepen: kerrieplant (strobloem – foto), leer, ceder- en melatihout.

De eerste werd voor het eerst op de parfumkaart gezet door Annick Goutal met Sables (1985), is intens zoet met een vanille-dropachtige sensatie. De tweede ruik je niet echt puur, maar meer als onderlaag van het geheel. De ‘droogte’ in de basis van Corps & Ames komt door cederhout.

Maar de grootste verrassing is toch wel melati-hout. Melati is ander woord voor jasmijn. Heb het zelf nog nooit geroken en wist ook niet dat je daar een parfum aan kunt onttrekken. Zou dat de reden zijn voor de milky en powdery feel die de geur heeft. En alle andere accenten die Miss Dior zo kenmerken? Wonderlijk. Ik blijf me erover verbazen. Nou, als dat zo is, dan heb je te maken met een prachtparfum.

RUIK & VERGELIJK

Je wordt tegenwoordig doodgegooid met zogenaamde chypres en neo-chypres. Terwijl er maar echt weinig voor in aanmerking voor deze classificatie komen. Corps & Ames bijvoorbeeld door de klassieke interpretatie. Ook zeer geslaagd in deze categorie:

Agent Provocateur Agent Provocateur (2001)

En, hoewel anders, maar toch ook:

Abaci Abaci (2011)

ZEN SHISEIDO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 16, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET Z. Een reactie plaatsen

ZENZATIONEEL: EEN BRIES VAN BLOEMIGE FRISHEID

Jaar van lancering: 2007

Laatst bijgewerkt: 16/02/12

Neus: Michel Almairac

Flaconontwerp: Taisuke Kikuchi

Artistic direction: Jean Paul Goude

Zei je twintig/dertig jaar geleden tegen familie en vrienden dat je ‘aan aromatherapie deed’, dan dachten ze dat je de medische stand definitief had opgegeven. Legde je vervolgens uit wat het behelsde, dan zag je ze denken: wat een warrige hippy zeg, misschien beter dat-ie een tijdje achter de klapdeuren verdwijnt. Hetzelfde gold voor andere gezondheidsleren uit Azië. Met name yoga, Ayur Veda en Zen. Inmiddels zijn die de normaalste zaak van de wereld. Sterker, in alle soorten en maten wordt het tegenwoordig aangeboden. High end: men neme Aveda, het merk dat een ‘leer’ op zichzelf is. Low end: men neme sommige Aziatische massagesalons die met ‘liefde’ alle stress en spanningen uit je wrijven – van een soms zeer bedenkelijk niveau.

Shiseido (in 1872 opgericht door Yushin Fukuhara), het Japanse cosmeticahuis, heeft altijd een link gehad met Zen: een Japanse vorm van Boeddhisme die gelooft in de werking van concentratie-meditatie om zo inzicht in je ware aard te krijgen waardoor de weg openstaat naar een ‘bevrijde manier van leven’. Zowel qua filosofie, zowel qua geur. Het heeft hierbij niet voor niets de aromachologie als uitgangspunt: de zogenaamde ‘leer’ die gelooft dat via geur de stemmig van de drager in een positieve richting stuurt. Maar dat doen volgens mij alle parfums – óók die worden gemaakt uit louter commercieel oogpunt.

Hoe sterk het merk zich verbonden voelt met Zen, blijkt wel dat het drie keer een geur zo noemde: 1964 (zie foto onderaan), 2000 en 2007. Vooral de tweede versie ging hierin heel ver door het leveren van wierookstokjes met passende houder. Zen 2007 is ‘een bries van bloemige frisheid, gelaagd met amber en hout, en straalt een zoete en vrouwelijke zachtheid uit’.  Het Zen-effect: doordat het bruist van energie ‘laat het je innerlijke energie stralen’.

En vergeet ook niet (en prettig als je er in gelooft): in Zen zit ook een anti-stressformule (‘een exclusieve aromacologische technologie van Shiseido’) en de holistische benadering van Shiseido waardoor de geur ‘een balans tussen lichaam en geest bewerkstelligt’. En herken je in de ‘eenvoudige, symmetrische en verfijnde flacon een Japans theehuis? Ik niet. Ook niet met heel veel fantasie. Wat ik wel zie en heel mooi vindt: de manier waarop Zen is geschreven: zowel de ‘z’ als de ‘n’ zijn hetzelfde qua vorm, alleen anders geplaatst. Wat ik niet snap: de styling van Jean Paul Goude, daar raak ik eerder van in de stress, zo’n vrouw die als een duvel uit een doosje uit het ‘theehuis’ ontsnapt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Let wel: Zen is een mooie geur. Ik zie het als een iets zoet-fruitiger versie van Coco Mademoiselle (2001). En gelaagder door de volle patchoeli-noot in de basis. Dat ruik je direct in de opening: bitterfris grapefruit en bloemfris bergamot – gaan mooi samen met perzik en ananas. Mooi gedaan.

Dan het hart, daar wordt de blauwe roos opgevoerd als hoofdversierder. Die schijnt ‘extreem fruitig met een delicate citrusgeur’ te ruiken.

Maar hoe ik ook zoek op internet: geen blauwe roos. Wel een speciaal ‘puur’ om de kleur, niet om de geur gekweekte variant. Het is volgens mij eerder een fantasieroos die een aantal geurmoleculen in zich verenigt van roos, fresia, gardenia, hyacint en lotus. Wel fijn daar niet van.

Het is een bloemige en luchtige zoetheid die in de basis heel elegant wordt opgevangen door amber, cederhout, witte musk, wierook en – voor mij – prachtige patchoeli: rijk en intens.

RUIK & VERGELIJK

Een geur van Shiseido die echt veel met me deed en zowaar werkte, is helaas van de markt gehaald:

Shiseido Relaxing Fragrance (1997)

CITRINE OLIVIER DURBANO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 14, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

EEN ONZICHTBARE TALISMAN

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: Valentijnsdag 2012

Neus: Olivier Durbano (foto onder)

Er zijn niet veel mensen die hun hart durven te volgen wat werk betreft. De meeste kiezen voor vastigheid en blijven zitten waar ze zitten – zeker in tijden van malaise. Olivier Durnbano dus niet. Hij was eerst architect, toen designer (specialisatie interieur), werd in 2000 juwelier (eerst in Lyon, later in Parijs) en sinds 2005 is hij ook actief als neus.

Ik heb hem een beetje links laten liggen, of beter gezegd over het hoofd gezien: door de toch wel erg saaie standaardverpakking, verwarde ik Durbano met Biehl’s. Kan dat niet wat creatiever, meer niche?

Zijn geuren hebben een directe link met zijn sieraden; die zijn nogal puur, oer, ‘primitief’, quasi ruw gevormd en gemaakt van geslepen halfedelstenen. Hij noemt ze Bijoux de Pierres Poèmes. Hij beschouwt ze als moderne talismannen die drager bescherming biedt tegen potentieel onheil. Zijn collectie geuren noemt Durbano Parfum de Pierre Poèmes. Zijn er inmiddels zeven. Elk jaar een nieuwe: Rock Crystal (2005), Amethyst (2006), Black Tourmaline (2007), Jade (2008), Turquoise (2009), Rose Quartz (2010) en Citrine (2011).

Zijn zeer fel gekleurde geuren zijn in feite vloeibare, onzichtbare talismannen. Want geïnspireerd op dezelfde halfedelstenen van zijn sieraden die allemaal een (veronderstelde) werking hebben op de psyche van de drager. Sterker, Durbano gelooft in de ‘vibrerende’ kracht van kleur, geur en chakra-energie. Het fijne aan citrine: is de enige steen die geen reiniging behoeft en hierdoor als het ware negatieve energie absorbeert en nog fijner zelfvertrouwen- en intelligentiebevorderend vermogen heeft. Helemaal fijn als je er in gelooft.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Leuk gedaan. Ik bedoel dat niet denigrerend, wél hoe Durbano ambieert de kleur van citrine te vertalen in gele en gelige ingrediënten. Maar is het nu een kruidige citrusgeur of een citrusachtige houtgeur?

Geel in de opening: Siciliaanse citroen en gember (ruik je heel goed) gaan goed samen met ‘wilde’ sinaasappel en roze peper. Een frisse en bijna letterlijke prikkeling die overgaat in een ‘zoet-houtig’ hart van rozenhout en lignum vitae.

En niet linguum vitea zoals vele parfumsites vermelden (en niet uitleggen wat het is omdat ze het voor zoete koek slikken). Is dus guaiac, het hout dat net zoals rozenhout een sterk roosnoot heeft, maar iets meer rokerig. Wortelzaad moet het houtachtige accent versterken. Alleen, de gele bloemige noot in het hart – mimosa (foto) – ruik ik in geen velden of wegen. Wel de intense basis die Citrine een zekere, ‘onaffe’ ruwheid geeft die past bij het imago van Olivier Durbano: mirre, wierook, ambergris, bijenwas (geel) en musk. Kort door de bocht: Citrine is citrus, ‘roos’, hout en wierook. Maar begrijp me niet verkeerd, want…

RUIK & VERGELIJK

… de geur koppelt heel ruw-elegant citrusfrisheid aan wierook. Zoals ook:

Etro Messe de Minuit (2000)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....