GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

CANDY PRADA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 14, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C. Een reactie plaatsen

PRADA ZOEKT – OOK – CONTACT

MET HET JONGE MEISJE

EN LAAT HAAR ‘RUNNING WILD’

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 14/03/12

Neus: Daniela Andrier

Model: Lea Seydoux

Illustratie: François Berthoud

Artistic direction: Jean Paul Goude

Gebeurt vaker. Een merk lanceert zijn eerste geur waarin alle principes samenvloeien. Prada deed het met Parfum in 2004. Het is als het ware een handtekening in geur: Miuccia Prada had een heel filosofisch verhaal over het combineren van traditie met innovatie. En dan blijkt de geur toch iets te moeilijk, te ‘intellectueel’.

What to do? Er volgde ‘strijd’ tussen marketing en Miuccia. Marketing besluit voor de Infusion-reeks geïnspireerd op de neo-nichelijn The Exclusive Collection uit 2003. Iets toegankelijker qua geur maar nog steeds ‘best wel’ moeilijk. De oplossing: lichtere versies. Dus verscheen Prada Tendre (2006).

En alsof ze het er om deed, zette daar Miuccia Prada weer L’Eau Ambrée (2009) tegenover. Marketing volgde met Infusion d’Iris Eau de Toilette (2010). Met Candy – in de jaren zeventig bij ons naam van een populair ‘oude vieze mannen-blaadje’ – lijkt marketing te hebben gewonnen. Want – eerlijk gezegd – de geur heeft weinig met ‘de wereld van Prada’ te maken.

Je kunt natuurlijk overal een mouw aan passen (Miuccia zeker), maar Candy mikt gewoon op de al jaren meest gewaardeerde bezoekster in de parfumerie: de jonge vrouw. Erg? Nee. Jammer? Misschien voor het imago. Maar je moet maar denken: Prada maakt ook tassen waarvan je je afvraagt: ‘Why?’

Het label verklaart de koersverandering ‘uit een verlangen dingen tot het uiterste te drijven, om nieuwe onverwachte en hoopvolle concepten te creëren. Candy verklaart dat het nu meer dan ooit tijd is gedurfd en passioneel in het leven te staan’.

Candy is van deze tijd, want eclectisch: diverse stijlen vloeien samen. De jaren tien, vijftig en tachtig van de vorige eeuw gecombineerd met nu. De jaren tien: de dramatische Apache-dans (zie de naughty clip op youtube) rond 1900 in Parijs door straatbendes opgevoerd en die de passionele strijd tussen man en vrouw uitdrukt. Ofwel, een walk on the wild side die een nieuw facet toont van Prada’s vrouwelijkheid, ‘waar overdaad juist alles is’.

De jaren vijftig: de flacon. Lijkt wel vintage Balenciaga meets vintage Dior verpakt in schocking pink, de kleur beroemd gemaakt door couturière Schiaparelli die in 1937 er haar klassieker naar vernoemde. De illustratie op de verpakking roept voor mij de airbrush-stijl van de jaren tachtig op. Zie ik niet goed: werd gemaakt door ‘de legendarische illustrator’ François Berthoud die ‘subtiel knipoogt naar cosmeticaverpakkingen uit de jaren vijftig’.

Het resultaat aldus Prada inclusief de geur: ‘feminine, seductive, impulsive, provocative, sophisticated, excessive, explosive’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Hoewel gourmand is Candy geen eenvoudig ‘patisserieluchtje’. Daarvoor zijn de ingrediënten te ‘vol’ en te goed van kwaliteit. De geur opent niet traditioneel fris, maar verspreidt direct een waaier van elegante musksoorten die zowel de dierlijke als katoenachtige noot, eigen aan musk, verspreiden: een security blanket-gevoel in optima forma.

Hierbij voegt zich een caramelsensatie (foto) die vol en sensueel wordt ondersteund door benzoïne (van de styraxboom) die, volgens de neus Daniela Andrier, met zijn delicate geur zwevend tussen vanille en honing, verslavend sensueel is. Ik zeg: vol, ‘warm’ en overvloedig. Maar heel eerlijk: ik zelf ben ‘uitgeroken’ op gourmand. Het jonge meisje dat Prada voor ogen heeft waarschijnlijk niet.

RUIK & VERGELIJK

Eens zien hoe onderstaande en meest populaire gourmandgeuren zullen reageren op de komst van Candy. Nou, de tweede heeft inmiddels Chérie uit de naam gehaald en uit de geur alle gourmandnuances. Het is nu weer een chypre (daar heb ik het binnenkort voer) geworden, zoals de oude Miss Dior (1947) die nu als Original in het assortiment zit.

Thierry Mugler Angel (1992)

Dior Miss Dior Chérie (2004)

Victor & Rolf Flowerbomb (2004)

N°19 IRIS POUDRE CHANEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 14, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, GEURENALFABET I, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

ZACHTE GROENE CHIC, OFWEL:

PARFUMPERFECTIE VOLGENS CHANEL

OFWEL: NICHE IN DE KETENPARFUMERIE

Jaar van lancering: 2011

Laatst aangepast: 14/03/11

Neus: Christopher Sheldrake, Jacques Polge

Model: onbekend

Net zoals bij Dior, duiken de huidige eigenaren van Chanel bij voorkeur de geschiedenis van de oprichter in om de producten nog meer cachet, nog meer identiteit te geven. Soms wordt het me iets te veel van het goede: zo liet ik me ooit door ‘Chanel’ aanpraten dat de stiksels op de klassieke Chaneltas waren geïnspireerd op het tegelpatroon van de binnenplaats van het klooster in Moulins waar ze als kind verbleef – ja, ja.

Ook bij Chanel N° 19 Iris Poudré is het een va et vient van Coco Chanelfeitjes en -weetjes. De belangrijkste: 19 verwijst naar de geboortedag van de couturière in augustus 1883 (te Saumur, ze overleed in Parijs 10 januari in 1971). En met 19 (en 10) kun je numerologisch goochelen:19=1+9=10=1+0=1. 1 wordt geassocieerd met de zon, staat voor het creatiefste en meest innovatie nummer. 19 is in het kaartenspel dat de toekomst uitlegt – tarot – ook de zon.

Het effect van dit gecijfer: een parfum van perfectie. Terzijde: Coco werd ‘astrologisch’ geboren als leeuw – haar eenvoudige graf te Lausanne is symbolisch gesierd met vijf leeuwenkoppen – waarin de zon het dominante teken is.

Heb me altijd verwonderd waarom Chanel de laatste jaren zo weinig aandacht heeft besteed aan N°19. Want groen is door neuzen herontdekt. En je zou denken dat N°5 (1921) en Coco Mademoiselle (2001) zich nu vanzelf wel verkopen. N°19 blijft voor mij letterlijk een evergreen door zijn crispy groene karakter (met name de galbanum-hyacint-combinatie) die je nog prettiger ondergaat met het bad- en doucheschuim. Ook mooi: N°19 is androgyn. Heb nog nooit het verwijt gekregen dat ik verwijfd rook tijdens het dragen ervan.

Jacques Polge zegt zelf dat veel recente geuren N°19 als uitgangspunt hebben. Hij noemt geen namen. Ik twee: A Scent Issey Miyake (2009), (untitled) Martin Margiela (2010). En dat hij daarom zin had het gebied van groene geuren opnieuw naar zich (Chanel) toe te trekken. Gaat lukken. En dan graag snel een parfumextract – met extra veel galbanum graag. Een cologne-versie zou ook pas mal zijn. Dat laatste kan al, als je de nieuwe N° 19 layert met Eau de Cologne (2007)

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Het ‘dubbelslachtige’ karakter is met N°19 Iris Poudré in tact gebleven. De geur heeft alleen een meer poederig effect waar je direct op wordt getrakteerd omdat de opening van neroli en mandarijn zeer gedoseerd, maar effectief is. Een frisse vleug waarachter groen galbanum (foto) zich verbergt die vervolgens een grote rol opeist. Maar niet ten volste omdat droog-poederige noten van de iris als het ware het groene hars bedelven.

Geen ‘Chanel’ zonder jasmijn. Het geeft het hart zijn bloemig-stralende toets. Mooi is dat de groene lijn wonderschoon naar de basis wordt doorgetrokken met vetiver (Haiti), de poederige lijn met witte musksoorten. Tonkaboon geeft N°19 Iris Poudré een klein beetje sensualiteit. En dat is goed. Want dit is geen geur die je op de klassieke parfummanier wil verleiden, wel een die je omringt in een aura van zachte groene chic. En een geur waarmee je een niche-ervaring hebt in de ketenparfumerie.

RUIK & VERGELIJK

Chanel zou eigenlijk een monstertje N° 19 cadeau moeten geven bij aankoop van N° 19 Iris Poudré. Zal me niets verbazen dat de klant bij een ‘herhalingsaankoop’ dan (ook) vraagt naar de eerste – of eerder.

Chanel N° 19 (1970)

Wil je nog een irisparfum gesigneerd Chanel ruiken, probeer:

Chanel – Les Exclusifs – 28 La Pausa  (2007)

Wil je nog een groen parfum gesigneerd Chanel ruiken, probeer:

Chanel – Les Exclusifs – Bel Respiro(2007)

NINA FANTASY NINA RICCI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 14, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET N. Een reactie plaatsen

EEN DROOM IS EEN DROOM, IS EEN DROOM, DROOM, DROOM

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 14/03/12

Neus: Jacques Cavallier, Olivier Cresp

Model: singer/songwriter Florrie Arnold

Ik vraag me wel eens af van wat je als consument terugziet in ‘de bladen’ (ik ben opgehouden met ze door te bladeren) van de vaak enorme uitgebreide persberichten van geuren.

Die moeten redacteuren prikkelen – los van extra cadeautjes en persevents – er aandacht te besteden. Wat zouden dus de glossy’s melden van Nina Fantasy?

Vertellen ze over de geur, de flacon, het verhaal of alle drie? Het verhaal: ook dit keer weer sprookjesachtig, ook dit keer weer in een sprookjesachtig decor. Dit zegt Nina: ‘Daar ben ik. In dit bos, dat oogt als een set uit een tekenfilm. Het is hier en nu, dus het licht is zo licht en de atmosfeer zo luchtig dat het een droom zou kunnen zijn. Hoe moet je daarover zingen? Ik ben in een verhaal, gekleed in kawaii-stijl, in mini-jurk en roze stiletto’s, een doorzichtige teint en babydoll-ogen…

… Ik bevind me in een screenshot, een sprookjeslandschap waar de tijd heeft stil gestaan. Ik ben in dit lied, een lied op ieders lippen, op het podium en daarachter, het meest memorabele gitaarstuk, en rockpoëzie, vocale wervelingen en oude synthesizers. Ik ben het sprookje van een concert zonder eind, een fantasie ontstaan uit mijmeringen, een melodie van parfum. Ik ben Nina Fantasy en zing: een droom is een droom, een droom is een droom’.

De flacon: natuurlijk dezelfde appel. Alleen nu wit gelakt waardoor met een beetjes fantasie een vintage porselein-effect ontstaat ‘bezaaid met cartoons, gouden lijnen en toefjes roze’. Ofwel: ‘een symbool van flikkerende dromen’. Nina Fantasy is heel erg ‘popperig’, heel erg jong, meer Elle-girl dan Elle. En dat terwijl het model in kwestie meer Elle (volwassener) is – ik zie bijvoorbeeld geen babydoll-ogen. En dat geldt ook van de geur: die is rijker en voller dan verwacht.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Nina zingt het recept – in het Engels: ‘In the shade of the bergamot, mandarin and pear trees. Alluring, discrete and spontaneous cherry blossom break. Solar uplift with cream of rose and heliotrope. Hint of brown sugar and of mate’.

Vrijvertaald in Nederlands volgens Nina Ricci: een geuravontuur rond de kersenbloesem. En zeg je kersenbloesem, dan denk ik Japan. Wanneer deze ‘overrijpe’ bloesemblaadjes door de wind van de takken wordt afgeblazen, ontstaat er in de lucht een dwarrelend ‘natuurballet’ waar Japanners jaar in, jaar uit reikhalzend naar uitzien, want ze weten dat dan het voorjaar echt is aangebroken. De geur die dan in de lucht hangt – een lichtbloemige noot met ‘amandelextract’ – vormt het de main attraction van Nina Fantasy – voorafgegaan door een fris-zoete opening van bergamot, mandarijn en peer.

De kersenbloesems (foto) in het hart wordt bloemiger door Bulgaarse roos en zoeter door het poederzachte en vanille-achtige heliotroop. Deze zachtzoetheid wordt in de basis versterkt door vanille, ‘gesmolten bruine suiker’ – caramel dus – en maté: een bittergroene ‘theesoort’ uit Zuid-Amerika die ik alleen niet zo goed detecteer. Nina Fantasy is ‘poeslief’, ‘suikerzoet’ en even fragiel als de gelakte appelflacon.

Let op: alleen te koop bij Douglas. In België bij de reguliere parfumerie.

RUIK & VERGELIJK

De kersenbloesem is door Guerlain op de geurkaart gezet. En bewust: zijn Cherry Blossom (en de tig variaties daarop) werd speciaal ontwikkeld voor de Aziatische markt, maar wist tot grote verbazing van het parfumhuis, ook heel veel westerlingen te charmeren. En veel ‘concullega’s’ ook. Achteraf gezien: een trendsetter. Trouwens Nina Ricci had ook haar eigen pure kersenbloesemgeur.

Guerlain Cherry Blossom (2000)

Nina Ricci – Les Belles – Cherry Fantasy (2004)

L’Occitane Cherry Blossom (2007)

Bath & Bodyworks Blushing Cherry Blossom (2008)

Guerlain – Aqua Allegoria – Cherry Blossom (2009)

The Bodyshop Japanese Cherry Blossom (2011)

Jo Malone Sukura Cherry Blossom (2011)

L’EAU D’ISSEY POUR HOMME SPORT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 13, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, GEURENALFABET S. Een reactie plaatsen

LEVENSADEM

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 13/03/12

Neus: Jacques Cavallier

Flaconontwerp: Taku Satoh

Zet sport achter (gebeurt meestal) of voor (zelden) een populaire, goedlopende geur en je krijgt eindelijk ook de man te pakken die er tot voor kort aan voorbij liep omdat het merk hem te onbekend of te elitair was. Sport heeft iets dus ongekends magisch (lees: commerciële potentie) bij geuren.

Alleen het probleem toch wel: elke populaire geur heeft inmiddels een sportieve variatie en die variatie – kan niet anders – overlapt geurtechnisch de concurrentie omdat hij hetzelfde gevoel wil oproepen: frisheid, energie en levenslust.

Opvallend: de nieuwe generatie sportgeuren wordt niet gepresenteerd als een ‘spin off’’ met korte termijnstrategie, maar als serieuze geur die voorlopig niet van plan is om zich te laten wegduwen door gelijkgestemde ‘tegenstanders’ in de parfumerie.

Dat merk je heel goed aan L’Eau D’Issey pour Homme Sport van Issey Miyake, want de geur ‘biedt een nieuwe ervaring: het beleven van de intensiteit van en de emotie van sport vanuit de unieke visie van de ontwerper van de geur’. En dat ‘draait hoofdzakelijk om de relatie van de man met de natuur: een pure en essentiële interactie met de elementen, boven competitie uitstijgend’.

Klinkt natuurlijk allemaal erg ‘Issey Miyake’. Wil zeggen een beetje raadselachtig, ‘zweverig’, niet-westers en dus artistiek door sport los te koppelen waarmee de gemiddelde man het associeert. Je kunt je afvragen of deze sportieveling met het volgende ‘rekening houdt’ als hij zoekt naar een sportieve geur: ‘Een sportman legt de natuur zijn wil niet op – hij overwint de elementen en wordt één met de natuur’.

Denk aan een surfer: die ‘gaat vol met een golf mee en wordt één met het water’. Denk aan een paraglider: ‘trotseert de leegte van de lucht, slechts uitgerust met een stukje stof’. Denk aan een bergbeklimmer: ‘enkel met een touw bedwingt hij een grillige rots’.

Het is duidelijk: L’Eau D’Issey pour Homme Sport verheft zich boven de in groepsverband opererende gewone voetballiefhebber en rugby-addict (actief en passief), hij zoekt contact met de ‘einzelgänger’-man die niet meeloopt met de massa.

En dat Issey Miyake serieuze intenties heeft met L’Eau D’Issey pour Homme Sport blijkt uit de speciaal gemaakte reclamecampagne – zag die vanochtend in de Volkskrant – de aan de geur gekoppelde site (www.sports-emotions.com) en natuurlijk de geur zelf. En die wordt…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

… opgeroepen door ademen te vertalen in een geur. Ofwel, ‘de diepe ademteug van voldoening die een bergbeklimmer neemt wanneer hij de top van de berg heeft bereikt’. Jacques Cavallier doet dat in de opening – ‘de frisheid van oneindige open lucht en enorme hoogtes’ – met een volle injectie van bergamot en grapefruit.

Het hart is gevuld met nootmuskaat (foto) – ‘een vleug van de geur van overwinning’. En ‘hoewel lucht het basiselement is en water het actieve onderdeel vormt’, haalt L’Eau D’Issey pour Homme Sport zijn rokerige noten uit de aarde met vetiver en de houtachtige sfeer van cederhout die de geur karakter en elegantie verlenen’. Het resultaat: inderdaad een ‘andere’ sportgeur die de elementen lucht en aarde mooi aan elkaar koppelt en doeltreffend in zijn eenvoud door nootmuskaat als ‘tussenelement’ te laten fungeren. Aangenaam luchtig-houtig, aangenaam houtig-luchtig.

RUIK & VERGELIJK

Meer nieuwe sportieve geuren dit seizoen:

Givenchy Play Sport (2012)

Hugo Boss Bottled Sport (2012)

Dolce & Gabanna The One Sport (2012)

Chanel Allure Sport Eau Extrême (2012)

PURE, A DROP OF VERBENA DKNY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 8, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET P. Een reactie plaatsen

EEN GEUR DIE GOED DOET;

FIGUURLIJK EN LETTERLIJK

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 08/03/12

Neus: onbekend

Model: ‘onze’ Daphne Groeneveld

Heb je als modemerk een geweten, wil zeggen: maak je je net zoals veel van je klanten druk om de afnemende natuur en de manier waar, hoe en door wie grondstoffen worden gewonnen en verwerkt, dan draag je dat op een subtiele manier uit. Niet te hard van de daken schreeuwen dat je groen, eco en humaan bent, en daardoor dus voor recyclen, ‘sustainability’ en gezonde arbeidsomstandigheden, want anders gaan diezelfde klanten die steeds ‘waakzamer’ worden, je wantrouwen.

Donna Karan doet het met Pure, a drop of Verbena. Het is er natuurlijk op de eerste plaats voor de gebruikster. Die koopt met deze geur een groen, puur en ongedwongen luchtje met – het moet gezegd – een zeer verfrissend effect.

En dat zonder gebruik te maken van het cologne-recept. Op de tweede plaats doet de gebruikster tegelijkertijd iets goeds: want de verbena in deze geur is afkomstig van plantages uit Togo waar, naar het schijnt, vooral de vrouwen voor de inkomsten zorgen. Doordat Donna Karan (in samenwerking met stichting Care) met deze vrouwen een lange termijn-deal maakt, zijn die hier de komende tijd van verzekerd, en zo – nu volgt de slogan – ‘wordt een druppel Afrikaanse verbena, een druppel goodwill’. En: de druppelvormige flacon (als symbool van puurheid) is gemaakt van gerecycled glas, de verpakking van duurzaam gefabriceerd, composteerbaar karton (in een fabriek dat werkt met 100 procent ‘renewable’ energie).

De presentatie is erg Donna Karan: de ‘kosmopolienne’ wordt met Pure, a drop of Verbena een pastorale sfeer ingetrokken. Terug naar het platteland, puur en uitlaatgasvrij. Toegeven aan je groene verlangens, je behoefte aan ongedwongenheid…

Leuk voor de Togoleze vrouwen, maar wat ik niet helemaal begrijp is waarom Karan verbena helemaal uit dit land betrekt. Want dit kruid groeit met evenveel gemak in koudere klimaatzones, en wordt als je niet oppast een onkruid, zo welig en overal – zelfs tussen stoeptegels – tiert het. Met vanille – ook afkomstig uit Togo – die zo voor haar eerste Pure-geur (2010) gebruikte ligt het natuurlijk anders. Het lijkt me dat Donna Karan (als parfumhuis) juist meer voordeel zou hebben bij cultivatie van bloemen in Togo die niet gedijen in de koude gebieden, zoals tiaré, ylang-ylang en champaca.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik vind de opening van de DKNY-geuren altijd verrassend: enorm fris, prikkelend en tegelijkertijd helder, clean en dat opgeroepen met – vaak – onorthodoxe ingrediënten. Ook opvallend: in één whiff kondigen zich alle ingrediënten aan zonder dat ze al ‘volgroeid’ zijn.

In dit geval – vanzelfsprekend – verbena dat wordt gekoppeld aan een ander kruid: basilicum. De eerste is fris, maar met een beetje bitttere, aardse ondertoon. De tweede is kruidiger, scherper en – vanzelfsprekend – zeer groen.

En hierover heen waait een wind van frisse, citrusachtige nuances die als het ware neerdaalt in een beschut beekje waar bloemen drijven: fris jasmijn, fris-bloemig pioenroos en ‘honing-fris’ kamperfoelie. Dat ‘beschutte’, maar transparante effect wordt in de basis voortgezet met witte amber, zeemos en vetiver.

RUIK & VERGELIJK

Hoe ruikt verbena (Verbena officinalis), ‘bij ons’ ook bekend als ijzerhard, ijzerkruid, strooikruid, duivengras en duivenkruid? De beste manier om hier achter te komen: zet van de gedroogde bladeren thee. Laat het trekken. Drink het warm of koud: in beide gevallen proef en ruik je een fris-bittere groenheid met fluwelige ondertoon. En verbena doet goed: verkwikt, kalmeert en helpt ook bij verkoudheid, griep, verstopte neus, bronchitis. En recent wetenschappelijk heeft aangetoond dat verbena een – mogelijke – hartversterkende en tumorwerende werking heeft.

Een hint van verbena in mannengeuren:

Cartier Santos (1981)

Boucheron Pour Homme (1990)

Calvin Klein Eternity Summer 2005 (2005)

Veel verbena ruik je in:

Givenchy Monsieur (1959, 2007)

Rochas Eau de Rochas pour Homme (1993)

Een hint van verbena in vrouwengeuren:

Clinique Aromatics Elixir (1971)

Nikos Sculpture (1994)

Guerlain – Les Parisiennes – Philtre d’Amour (2000)

Verbena voor hem en haar:

Calvin Klein cK One Summer 2006 (2006)

L’Occitane Verbena (????)

VETYVER INCENSO FARMACIA SS ANNUNZIATA DAL 1561

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET V, NICHE. 2 reacties

VETIVER MET EEN WIEROOK-INFUSIE?

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 07/03/12

Neus: onbekend

Ik heb nog een aantal geuren van Farmacia SS Annunziata liggen. Zat te denken er weer een te beschrijven – Cara is de enige tot nu toe – omdat een paar geurengekken onlangs er mij zo enthousiast over vertelden. Krijg ik door de importeur een nieuw trio – Sweet Musk, Tale Gourmand en Vetyver Incenso – toegestuurd. De overkoepelende naam: Xllence. Waarom nou de e voor de x is weggelaten? Dat niet helemaal correct schrijven van woorden is, naar mijn mening, niet meer anno ‘nu’ maar eigenlijk só eighties! Je verwacht van een oud huis als Farmacia SS Annunziata eerder dat het bewust ‘extra ouderwets’ gaat schrijven.

Doen ze wel met vetiver – wordt dus Vetyver met daarachter Incenso. Het is de geur die mij van de drie het meest fascineert omdat ik me altijd verbaas dat merken het aandurven nóg een ‘vetiver’ te lanceren, het een van mijn favoriete ingrediënten is én omdat het gekoppeld wordt aan wierook waardoor – als het goed is – deze gedroogde wortel minder fris en groen wordt.

Een paar jaar geleden liet Mona di Orio mij een nieuwe vetiver ruiken die ze toegestuurd had gekregen van haar ingrediëntenleverancier: vetiver fumé. Dat rook naar verbrand gras, gedroogd hooi, vetiver die je als het ware ziet roken. Een parfum op zich. Dit stelde ik me dus ook voor bij Vetyver Incenso, maar dat roept de geur niet op.

De geuren worden geleverd in een 250ml flacon met peerverstuiver. Weliswaar in een mooie, maar simpele cilinderflacon verpakt in dito verpakking (die een beetje doet denken aan het cologne-trio van Dior uit 2004 en sinds 2010 onderdeel is van La Collection de Christian Dior behalve Cologne Blanche, die de overgang niet heeft gered).

Tip: om teleurstelling te voorkomen, verwissel de peer voor de gewone dop als je van plan bent de geuren te vervoeren. Lekken via de peer – wat nog steeds gebeurt – wordt zo vermeden.

Vraag me alleen af, hoe lang deze megaversie alleen te koop blijft. Bij Guerlain werden de maten van de neo-nichelijn Une Parfum, Une Ville van 250ml naar 100ml teruggebracht. En Chanel levert sinds 2010 Les Exclusifs naast 200ml ook in een 75ml-variatie.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Vetyver Incenso is een ‘maskerade-geur’. Dat wil zeggen: lange tijd heb je de indruk dat het geen ‘vetiver’ (tekening) betreft. De eerste minuten denk je eerder aan een crispy cologne door de subtiele, maar sterke hesperide-opening: bergamot en grapefruit. Moderne ‘sidekick’ is hier gember die zich mooi en origineel hecht aan jeneverbes en roze peper. Het effect: een prikkelende, heldere, beetje ijle frisheid. Lekker!

Als het goed is ruik je nu vetiver en wierook. De laatste moet als het ware de eerste laten branden. En dat gebeurt niet echt vind ik. Ik ruik namelijk eerst de basis die een elegante, warm-houtige zoetheid verspreidt van cederhout, patchoeli, eikenmos en ambergris. Pas daarna, als Vetyver Incenso wat langer op de huid zit, ruik je de vetiver – zij het nog steeds bescheiden. En de wierook laat ook lang op zich wachten. Eindresultaat: een zachte, houtige geur die ook zijn sterkte – eau de parfum – niet helemaal waar maakt.

RUIK & VERGELIJK

Je hebt meer vetivers die als het ware ‘om de wortel heen draaien’. Er wordt meer gespeeld met de naam dan op de uitwerking van de wortel. De pure vetiversensatie blijft hierdoor op de achtergrond of verkondigt zijn groene, frisse en aardse nuances later gedacht. Ervaar je ook bij:

Creed Original Vetiver (2004)

Guerlain – Les Parisiennes – Vetiver pour Elle (2004)

Mona di Orio – Les Nombres d’Or – Vetiver (2011)

CUIRS CARNER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET C, NICHE. Een reactie plaatsen

LEER IN MEERVOUD

LETTERLIJK EN FIGUURLIJK

Jaar van lancering: 2011

Laatst bijgewerkt: 05/03/12

Neus: Sonia Constant

Artistic direction: Sara Carner

Altijd leuk om te lezen over het hoe en waarom van een nieuw nichehuis: in negen van tien keer wordt de filosofie en inspiratiebron achter een label geschraagd door verfijnde parfums gemaakt van – het spreekt voor zich – de beste grondstoffen.

Ik kan niet wachten op het eerste nichehuis dat zoiets voor mekaar krijgt met de slechtste ingrediënten. Een groter uitdaging lijkt me niet mogelijk, want ‘niets zo makkelijk’ als het maken van verfijnde geuren met de beste ingrediënten – gezien de niet aflatende stroom van de laatste paar jaar.

Sara Carner (Catalaans van geboorte) filosofie: het vangen van belangrijke, maar de oh zo snel vervliegende momenten van het leven. Voor haar is dat de olfactorische verscheidenheid van Barcelona met zijn pleinen, rambla’s, lekkere eethuisjes en culturele schatten. Haar parfums vertellen verhalen van ‘weemoed, echte gevoelens, beleefde herinneringen en buitengewone ontmoetingen’. Alsof ze de ‘Barca’-boeken van Carlos Ruiz Zafon, Manuel Vazquez Montalbán, Idelfonso Falcones en Eduardo Mendoza in geuren heeft vastgelegd.

Beetje cliché, wat schrijf ik: behoorlijk. Maar heel veel consumenten zijn nog steeds gevoelig voor deze, al zo vaak vertelde verhalen. Haar fascinatie voor alles wat maar rook, leidde tot een enorme collectie parfumflacons én een carrière in de internationale cosmetica-industrie. Maar haar wens om een parfumhuis te openen werd steeds sterker, dus keerde ze terug naar Barcelona om daar Carner Barcelona te openen.

Drie geuren verschenen in 2011: Tardes, D600 en Cuirs. Laatste geur – dit jaar onderscheiden met een Fifi voor beste geur in de categorie ‘Indie’ – is haar herinnering aan de geuren die zie tijdens haar jeugdjaren vaak opsnoof in de ateliers van haar familie – ze stamt volgens de homesite uit een traditioneel ‘leerbewerkingsgeslacht’. Hoewel flacon, houten dop, etiket en verpakking herinneringen moeten oproepen aan ‘het traditionele handwerk’ uit Spanje en de leerbewerking van de Carner-familie, vind ik dat wel erg understated gepresenteerd. Om niet te zeggen saai. Wel nieuw voor niche: zonder green en eco te willen zijn, wel de uitdrukkelijke vermelding dat de gebruikte ingrediënten verantwoordelijk worden geoogst: mens en natuur worden hierbij zoveel mogelijk gerespecteerd. Wil zeggen: de eerste wordt naar verhouding eerlijk betaald voor zijn werk, op de tweede wordt geen roofbouw gepleegd.

Maar elke leer-fetishist zal blij zijn met Cuirs omdat het leer heel warm, rijk én zacht presenteert zonder dat het suède wordt. De geur heeft iets ruws, iets ongetemds en dat is toch wel een voorwaarde voor een echte leergeur, vooral in het niche-segment.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Een prachtige compositie doordat a: Cuirs niet citrusfris opent, b: om de rokerigheid van de leernoot te versterken veel houtsoorten worden gebruikt die van zichzelf al ‘roken’ (zonder dat het te ‘wierokeriger’ en ‘tabakkerig’ wordt) en c: de zoetheid van het leer niet plat, te gladgestreken en daardoor te makkelijk wordt.

Heel mooi en origineel de opening: komijn en saffraan (foto). De eerste is zoet-stroef, de tweede is stroef-zoet. De eerste aards warm, de tweede meer hemels warm. Ze houden elkaar perfect in evenwicht. Het zoet en poederzachte viooltje ruik ik in eerste instantie niet, daar is het ‘vers-geslepen-potlood’-gevoel van cederhout gecombineerd met sandelhout die daarop volgt te sterk. Wel aangenaam. Linkt mooi met de patchoeli die heel even voor een lichte ‘vochtige’ houtnoot zorgt.

Maar het mooiste is toch wel de basis waarin een ruige, ‘ongeprepareerde’ leernoot omringd wordt door rokerig hout: guaiac, amyris, oud en met name nagarmotha (ook wel bekend als cypriol)… al dat hout wordt iets zachter en zoeter door musk, tonkaboon, cistus labdanum en ‘droog amber’. En verdomd, door al dit rokerige hout verpakt in leer ruik je plotseling het zoete viooltje.

RUIK & VERGELIJK

Hoewel de Fifi natuurlijk mooi en wellicht terecht is – heb me niet verdiept in de andere vijf gegadigden – moet je daar niet veel te belang aan hechten. Daarvoor is de stichting (net zoals de Astir in Nederland) te gelieerd aan de grote parfumhuizen- en geurproducenten. Het probeert met de sinds een paar jaar geleden ingestelde Indie-categorie (staat voor independent) iedere schijn van zelf-felicitatie en belangenbehartiging te voorkomen. Het haalt de neus Sonia Constant in ieder geval wel uit haar anonimiteit, want tot nu maakte ze geuren zonder enige niche-aspiratie.

Van Cleef & Arpels First Premier Bouquet (2007)

Mango Lady Rebel (2009)

Fragonard Etoile (2009)

Burberry Sport for Men (2010)

Vanderbilt Miss Vanderbilt (2010)

Escada Absolutely Me (2010)

SEDUCTIVE HOMME GUESS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 29, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S. Een reactie plaatsen

VERLEIDINGSGEUR VOOR HET VERLEIDINGSSPEL

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 29/02/12

Neus: Ilias Ermenidis, Frank Voelkl

Model: Luca Loy met ‘sidekick’ Leticia Zuloaga

Fotograaf: Alix Malka

Valt niet te ontkennen wat Guess zegt als je Luca Loy ziet: ‘Hij is sexy en geraffineerd. Zelfverzekerd en daadkrachtig. Speels en charmant. Hij is een echte vrouwenverslinder met een geheel eigen stijl’. Hoe hij die stijl zich manifesteert, wordt niet duidelijk. Maar daar kan de klant die Guess in het vizier heeft zonder, want die is zelf ‘zelfverzekerd en aantrekkelijk, vrij van geest en altijd goed gekleed. Met zijn onweerstaanbare charmes weet hij elke vrouw voor zich te winnen’. Dat heeft hij dan weer gemeen met Luca Loy. Bijzonder volgens Guess: ‘Dit keer zijn de rollen omgedraaid en wordt de oogverblindende Guess-vrouw – symbool voor de ultieme verleiding – zelf versierd door deze doortastende man’.

Seductive Homme is de eerste mannengeur van Guess onder auspiciën van Coty. Paul Marciano, chief executive officer en medeoprichter van Guess hierover: ‘We weten zeker dat deze geweldige geur de huidige mannelijke Guess-fans zal aanspreken en dat tal van nieuwe klanten ons na de lancering zullen ontdekken’.

Wat wel valt te ontkennen: je moet over veel fantasie beschikken om in ‘de onmiskenbare mannelijke flacon’ een krachtig mannelijk lichaam te herkennen. Net zoals veel andere geuren is de dop voorzien van een magneet. Het effect bij Seductive Homme: ‘Bij het openen voel je de kracht van de Guess-man’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

De neuzen Frank Voelkl en Ilias Ermenidis zijn niet de minsten. En dat ruik je bij Seductive Homme. Het is een aangename houtgeur met lichte sensuele basis die de Guessjeansdrager niet echt zal afschrikken.

De opening is niet-cliché citrusfris, maar eerder prikkelend, groen en fruitig zoet door respectievelijk roze peper, kardemom en mandarijn. Het hart geeft een licht oosterse toets door vanille die echter een fris-groene ondertoon krijgt door het nu in mannengeuren erg geliefde viooltjesblad (foto; fris en knisperend) en vetiver (aards, fris en groen). De afronding versterkt deze aardse houtnoot eigen aan vetiver met patchoeli, sensueel gemaakt door sandelhout, ‘amberhout’ en ‘huidmusk’.

RUIK & VERGELIJK

Frank Voelkl is vooral bekend door zijn niche-geuren. Met name:

Le Labo Iris 39 (2006)

Le Labo Musc 25 (2008)

Le Labo Baie Rose 26 (2010)

Le Labo Santal 33 (2011)

Ilias Ermenidis heeft meer dan vijftig geuren op zijn naam staan. Zijn meest gewaardeerde:

Salvador Dali Salvador (1992)

Oscar de la Renta So (1997)

Gucci Gucci (2007)

Samen maakten ze ook:

Christina Aguilera Royal Desire (2010)

L’EAU NEUVE LUBIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 28, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, NICHE. 2 reacties

EAU NEUVE WORDT L’EAU NEUVE

EEN MISSING LINK-GEUR MET WOW-EFFECT!

Jaar van lancering: 1968/2007

Laatst bijgewerkt: 28/02/12

Neus: Roger Broudoux (old), Lucien Ferrero (new)

Model: onbekend

2005 is een belangrijk jaar voor de vintage-parfumindustrie: het legendarische Lubin (anno 1798) dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw stilletjes van de markt verdween, maakt met de herlancering van Idole (1970) een doorstart. Jammer alleen dat deze geur zowel qua presentatie als inhoud niets van doen had met het origineel. Dus was ik in eerste instantie wat huiverig. Weer een poging een huis alleen qua naam nieuw leven in te blazen, zonder gebruiken te maken van de rijke geschiedenis.

Maar twee jaar later kiest Gilles Thévenin, de man die begin 2000 Lubin van Wella kocht, gelukkig voor een meer authentieke koers: de geuren die vanaf dan verschijnen zijn in ieder geval wat receptuur betreft zo zuiver mogelijk naar het origineel geïnterpreteerd. En dat is goed én belangrijk, want hierdoor begrijp je direct de ooit vanzelfsprekende status die Lubin genoot.

In het kort: het huis werd tijdens de revolutionaire jaren in Parijs in 1798 opgericht door Pierre François Lubin (tekening) – een voormalig colporteur in geuren. Zijn eerste creatie in hetzelfde jaar heette: Eau de Lubin. Het nieuwe bewind was hiervan gecharmeerd, in het bijzonder Pauline Borghèse (1780-1825), zus van Napoleon Bonaparte. Hij  creëerde twee parfums voor deze legendarische schoonheid, die hem hierdoor in 1808 aanstelde tot hofparfumeur (hij was trouwens niet de enige; Rancé, Creed en Roger & Gallet claimen ook deze onderscheiding). En ook, minder parvenu, meer echt oud blauw bloed raakte gecharmeerd: hij kreeg onder meer het brevet van hofleverancier van de Engelse koning George IV (in 1821) en de Russische tsaar Nicolas I (in 1823).

Zoals zoveel oude parfumhuizen (Guerlain, Millot, Roger & Gallet) beleefde Lubin ook zijn hoogtepunt tijdens de ‘gouden eeuw’ van de parfumerie. De jaren tien, twintig en dertig dus van de vorige eeuw. Waarvan de originele flacons van Enigma, Magda, Kismet (alle drie uit 1921), L’Océan Bleu (1925), Ferveur (1928), Fumée (1934), Ouvrez-moi (1936) en Nuit de Longchamp (1935) nog steeds getuigen. Ook na de Tweede Wereldoorlog weet Lubin zijn positie met Daïmo (1950), Gin Fizz (1955), Eau Neuve (1968) en Idole (1970) te handhaven. Daarna raakt het huis door de steeds sterkere groei van couture-, cosmetica- en designergeuren steeds meer op de achtergrond en sloot (op instigatie van de nieuwe eigenaar Wella) stilletjes zijn deuren om in… reeds boven gemeld.

Jammer alleen dat voor de nieuwe presentatie van oude geuren voor de vrouw voor een tamelijk saaie standaardflacon is gekozen (gebaseerd op Nuit de Longchamp). Wat mannengeuren betreft: de flacons ogen leuker en aantrekkelijker voor een nieuwe generatie gebruikers door de manier waarop de namen voluit op de flacon zijn ‘gezet’.

Zoals bij L’Eau Neuve dat bij de introductie in 1968 nog Eau Neuve heette volgens mij. Maar wel verpakt in een zeer klassiek-degelijk doosje. Alleen de campagnefoto… ik weet het niet. Doet voor mij geen recht aan de inhoud en doet vermoeden dat het een typische vrouwengeur betreft.

Inmiddels heeft Lubin weer een boetiek in Parijs – 21 rue de Canettes – en worden de geuren in de Benelux exclusief verkocht bij Your in Antwerpen. Vergeet bijna te vermelden dat Lubin voor mij een van de meest interessante logo’s heeft in de parfumwereld: ingewikkeld, klassiek-degelijk en toch zie je de l, de u, de b, de i en de n in een oogopslag.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik heb de originele versie nooit geroken die altijd als een belangrijke klassieker gold. Maar mijn gevoel zegt dat de nieuwe versie heel dicht in de buurt komt omdat hij in lijn ligt met geuren die in dezelfde periode verschenen. Dat wil dus zeggen een groene frisheid, een frisse groenheid op een rijke en warme houtbasis. Zo niet: dan heb je toch een zeer elegante geur te pakken. L’Eau Neuve geeft goed het verschil aan tussen niche en ketenparfumerie. De ingrediënten ruiken allemaal nét wat rijker, voller en blijven langer hangen.

Ruik je direct in de opening: een soort wow-ervaring. De citrusvruchten lachen je tegemoet. Een en al zonnige frisheid geleverd door citroen, sinaasappel en bergamot die een zoetzachte en bloemige toets krijgen door lavendel en kamille. Raar maar waar: ik ruik ook een hint van sereh (citroengras) maar wordt niet opgevoerd als frismaker.

Heel elegant is de overgang van ‘geel’ naar ‘groen’ door salie, koriander en marjolein. De jasmijn-rooscombinatie neem ik niet zo goed waar omdat de houtsensaties (die al je vaag in de opening ruikt) alle aandacht opeisen. Maar dat maakt de geur niet très flower power zoals Lubin beweert. Daarvoor is de patchoeli in de basis toch te bescheiden die elegant samengaat met eikenmos maar vooral met het zonnig-droge ceder- en sandelhout. De melkige zoetheid van laatste wordt mooi benadrukt door witte musk. Ik vind L’Eau Neuve eerder très classique, très serré door het harmonieuze contrast tussen fris en warm.

RUIK & VERGELIJK

L’Eau Neuve kun je met een beetje fantasie een missing-link noemen van de frisse groene geurengolf die eind zestig, begin jaren zeventig de parfumerie binnenstroomde. Zowel bij vrouwen als mannen, want de geur is toch erg androgyn voor mij.

Dior Eau Sauvage (1965)

Nina Ricci Signoricci (1965)

Lancôme Balafre (1968)

Lancôme Ô (1969)

Rochas Eau de Rochas (1970)

Chanel N°19 (1970)

NUDA NASSAMOTO

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 26, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET N, NICHE. 1 reactie

VAN EXPLICIET SEKSUEEL NAAR BEHAAGLIJK SENSUEEL…

MAAR WAT HEEFT ADELE BLOEMENDAAL DAARMEE VANDOEN…

Jaar van lancering: 2010

Laatst aangepast: 26/02/12

Neus: Alessandro Gualtieri

De parfums van Alessandro Gualtieri hebben bondige namen. Eén of twee woorden geven uitdrukking aan de inhoud. Geen poëtisch gemijmer en sentimentele verwondering. Puur, rauw als zweepslagen. En bovenal erotisch. En toch: mijn fantasie kan er wel door op hol slaan, uit de bocht raken. Kreeg ik direct bij het ruiken van Nuda. Naakt, huid, parfum, poederig en vooral… geil. Doet me denken aan het lied Na de seksuele revolutie van Adèle Bloemendaal.

Hoewel het voor Elly, de persoon die Bloemendaal speelt, elke keer weer op een sof uitdraait, zingt ze: ‘Toen-ie naast me plaatsnam aan de bar, dacht ik: Leuk, die slagen in zijn haar. Ook al zijn het er niet meer zo veel. En die mond is reuze sensueel’.

Even verder: ‘Elly, dacht ik, laat-ie fijn zijn meid, want jouw bedje is vannacht gespreid’. En weer wat verder: ‘Ik schoof mijn kruk wat dichterbij, en sloeg een arm om hem heen. En zei, terwijl mijn andere hand terechtkwam op zijn bovenbeen. En daarna slinks verdwaalde ergens in zijn kleren, vooruit stuk, laten we meteen gaan copuleren.’

Zo gedraagt Nuda zich ook. Geen langzaam opgevoerde versieringspoging die langzaam, stap voor stap, elegant het geheim van de geur onthult. Nee, een, twee drie, hupsake. Komt natuurlijk door de jasmijn die Gualtieri opvoert. Niet vrolijk, dartel en voorjaarsfris jasmijn, maar sensueel, dierlijk en op het randje van: ‘ruik ik nu wel of niet faeces?’

Er wordt beweerd dat de geur een hommage is aan de klassieke Franse parfumerie en de neus Dominique Ropion in het bijzonder. Met name zijn Fleur de Cassie (2000) die hij maakte voor Frederic Malle. Dat is inderdaad een vooroorlogse Guerlain revisited door de nadruk op volle bloemen in het hart afgerond met een sierlijke leernoot. Ook wordt als voorbeeld Thierry Muglers Alien uit 2005 (die Ropion samen met Laurent Bruyère samenstelde) aangehaald waarin hij sambacjasmijn in overdrive, zij het cleaner, combineert met een cashmeran wederom in overdrive. Valt wat voor te zeggen, met dien verstande dat Nuda heftiger en meer resoluut en minder ‘nice crowd pleasing’ is.

Opvallend aan Nuda: het is eigenlijk een ‘omgedraaide’ geur. Na de volle mep in de opening, transformeert de geur tot een zacht, verfijnd bijna ladylike parfum met een sterke vintage-connotatie. Van expliciet seksueel naar behaaglijk sensueel, door zijn romig-houtige nasleep. Je zou bijna denken dat Tom Ford aan deze geur heeft geroken toen hij Violet Blonde, Jasmin Rouge en Santal Blush (alle drie 2011) ontwikkelde. Ook extreem in hun opulentie, maar door het ‘bijgeleverde’ beeldmateriaal meer ‘inleefbaar’ dan het zonder toeters en bellen gepresenteerde Nuda.

Maar neem gewoon Adèle Bloemendaal (foto) als ‘verbeelding’ zoals ze was in de jaren zeventig: volgens mij zonder dat ze het in de gaten had, ongelooflijk stylish en sexy. ‘Zoiets’ wordt nu – hellup! – een fashion icon genoemd. En: een leuke bevestiging van de oude, ongeschreven parfumwet dat blonde vrouwen witte bloemenparfums moeten dragen.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Dit is een vrije interpretatie, want Alessandro Gualtieri geeft zijn ingrediënten niet prijs. Door het volle dierlijke jasmijnabsoluut ruik je in Nuda eerst een kleine groene siddering (beetje minty, beetje fruity), maar de jasmijn (foto) speelt zijn spel overtuigend. Het is een overrompeling wellicht geholpen door ylang-ylang die als het ware het sensuele en animale aspect van jasmijn versterkt.

Nuda wordt getemperd door poederig iris en melkig sandelhout – beide ook van een uitzonderlijke kwaliteit. Musk en een leernoot lijken de geur te verzegelen. Maar beide zijn heel sierlijk, lijken omringd met bloemige nuances – ik moet denken aan Musc (2010) van Mona di Orio waarin ze speelt met heliotroop.

RUIK & VERGELIJK

Er zijn waarschijnlijk nog talrijke andere geuren waarin het dierlijke aspect van jasmijn wordt benadrukt, maar ik ken er slechts twee op dit moment:

Etro Royal Pavillon (1989)

Serge Lutens A la Nuit (2000)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....