GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

VELVET ROSE & OUD JO MALONE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 12, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET V, NICHE. Getagd: gardenia, ginger lily. Een reactie plaatsen

EEN ‘OUD’ ROOS VERPAKT IN CACAO

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 12/10/12

Neus: Fabrice Pellegrin

Het verbaast me niet dat Jo Malone het niet bij één oud-geur laat: Oud & Bergamot (2010). Want a: oud is nog steeds ‘le mot du jour’ in parfumland, zeker in de nichebranche. En b: de niche-consument verwacht dan ook dat je als nichehuis je eigen kijk blijft geven op dit ‘hout der goden’. Dat doen ze dus allemaal braaf. Wil je alle oud-versies vergelijken dan kun je daar het beste drie à vier dagen voor uittrekken.

Of het een marketingtruc is? Velvet Rose & Oud is een limited edition, val je voor de geur dan koop je voor de zekerheid niet een, maar twee, drie… Zoiets werkt trouwens wel (kreeg te horen dat de geur permanent in de collectie is opgenomen).

Of dat een geur uit de collectie wordt gehaald. Ik was onlangs met een vriendin in de Jo Malone-shop-in-shop van Senteur d’Ailleurs in Brussel. Ze kocht Blue Agave & Cacao (2006) en Dark Amber & Ginger Lily (2010).

Toen de verkoopster zei dat de productie van Vintage Gardenia (2004) werd stopgezet, keek de vriendin eerst mij en toen haar vol wanhoop aan om vervolgens bijna teleurgesteld-berustend te zeggen: ‘Doe die dan ook maar in 100ml’. Opvallend: ‘het adelaarshout’ ruik je minder geprononceerd dan in Oud & Bergamot. En hoewel Velvet Rose & Oud voor zowel man als vrouw wordt aangeprezen, gaat hij voor mij meer richting vrouw.

Komt door de gourmand-behandeling die oud krijgt. De eerste keer trouwens dat dit volgens mij gebeurt, alleen worden hierdoor de overrompelende kwaliteiten (eigen aan oud) behoorlijk getemperd. Voor de ene Jo Malone-fan een uitkomst, voor de ander aanleiding om de geur te mengen Oud & Bergamot om oud meer te benadrukken. Iets wat Jo Malone ook zelf voorstelt. En wil je als Jo Malone-fan dat de geur warmer en voller wordt, dan adviseert ze Dark Amber & Ginger Lily.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik zou Velvet Rose & Oud eerder Velvet Rose & Oud & Chocolate willen noemen. De reden… inderdaad de gourmandnoot. Wat interessant is: oud presenteert zich in deze geur twee keer. Eerst direct in de opening, daarna als de geur langer op de huid ziet. Dan ‘voel’ je dat de chocolade smelt, verbrandt door het gloeiende oud-hout.

En tussen deze twee stadia bloeit de rosa damascena in al haar rijke glorie: zoet, fruitig en fluwelig. En ze krijgt een kruidige nasleep door kruidnagel dat weer mooi samengaat met de chocolade en oud in de basis. Alleen: het betreft een cologne intense (is dat eigenlijk geen mooiere, ‘nichere’ omschrijving voor eau de toilette?) waardoor de geur minder lang blijft hangen dan je van een oud-geur gewend bent.

RUIK & VERGELIJK

Bijna onmogelijk gezien roos en oud een klassieke combinatie is – in het Westen geïntroduceerd door Montale.

Montale Aoud Roses Petals (20??)

Montale Aoud Damascus (20??)

By Kilian Rose Oud (2010)

Dior – La Collection de Monsieur Dior – Oud Isaphan (2012)

ANGE OU DEMON LE SECRET ELIXIR GIVENCHY

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 12, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET A. Getagd: inez van lamsweerde, riccardo tisci. Een reactie plaatsen

ANGEL IN DISGUISE, DEVIL IN DISGUISE

Laatst aangepast: 12/10/12

Jaar van lancering: 2012

Neus: onbekend

Model: Natasha Poly

Fotografie: Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin

Kan aan mij liggen, maar voor mij is de nieuwe Ange ou Démon Le Secret Elixir exact dezelfde geur als uit 2011. Presentatie is alleen veranderd. Beschermengel Uma Thurman werd ingewisseld voor een model meer in lijn met nieuwe uitstraling van het couturehuis. Hiervoor is Riccardo Tisci verantwoordelijk. Hij transformeerde de look tot een stijl die je misschien het beste kunt omschrijven als: new gothic chic.

In geval van Ange ou Démon Le Secret Elixir maakt hij van de nieuwe ambassadrice – Natasha Poly – een bijna etherische verschijning, gekleed als ze is in een haute couture-cape van ‘nude mousseline’ met struisvogelveren die verwijzen naar de vleugels van een engel en op een onschuldige manier haar huid onthult.

Riccardo Tisci: ‘Op een zachte, zinnelijke en poederige achtergrond versmelt haar kapsel en de immateriële lichtheid van de cape in een engelachtig geheel. Maar op hetzelfde moment raken we onder de indruk van haar duivelse charme en haar intrigerende mysterie en absolute sensualiteit. Ze is licht én schaduw, onschuld én verleiding, zachtheid én wellust’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ange ou Démon Le Secret Elixir is een verfijning van het in 2009 gelanceerde Ange ou Démon Le Secret opgebouwd rondom veenbes, groene thee, sambacjasmijn, pioenroos en waterlelie met het duivels randje van witte musk en patchoeli.

Eerst is er een subtiel-frisse omhelzing van sprankelend citroen en rustgevende groene thee die lichtbloemig wordt ondersteund door een streling van neroli. In het hart regeren, zoals als grote Givenchy-geuren, witte bloemen. Zwoel oranjebloesem en dito sambacjasmijn verspreiden hun ‘engelachtige’ codes als een verentooi, een waaier. Voor het ‘duivelse’ effect selecteerde Givenchy de exotische frangipani, met haar volle, bijna bedwelmende effect.

In de nasleep van Ange ou Démon Le Secret Elixir openbaren zich de echte sensuele noten, waardoor het eau de parfum een echt elixir wordt: de houtige noten van cederhout en patchoeli worden ondergedompeld in bad van musk en vanille die de bloemen in een warm en verslavend aura hullen.

Givenchy heeft ook een limited edition het assortiment: zeven theezakjes voor in bad die in aanraking met badwater ‘een roze geparfumeerd schuim tevoorschijn tovert om de meest wulpse momenten van de dag te begeleiden’. En om Ange ou Démon Le Secret Elixir nog beter tot zijn recht te laten komen, adviseert Givenchy het parfum achter het oor, in de holte van de pols, in de plooi van de elleboog en knie aan te brengen – het elixer wordt dan  ‘gestimuleerd door de circulatie van energiestromen’ en daardoor nog beter verspreid.

RUIK & VERGELIJK

Givenchy Ange ou Démon Le Secret (2009)

IRIS NOBILE SUBLIME ACQUA DI PARMA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 10, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET I, NICHE. Een reactie plaatsen

PALLIDA-PERFECTIE

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 10/10/12

Neus: onbekend

Ik heb het me al vaker afgevraagd en geschreven: wanneer is een geur tegenwoordig klaar? Ooit was het: vanaf het moment van de lancering. En dan had je meestal tegelijkertijd een parfum en een eau de toilette-versie. Klaar. Vanaf de jaren negentig verandert dat: het parfumextract verdwijnt zo goed als, het eau de parfum – ‘met de intensiteit van een parfum, het gemak van een eau de toilette’ – ziet het licht en de eau de toilette-versie die meestal een jaar later volgt, wordt aangekondigd als een grote gebeurtenis.

Iris Nobile volgt een iets ander parcours, maar ‘klaar’ is de geur nog steeds niet, zo lijkt het wel. Het begon in 2004 als eau de toilette, twee later gevolgd door een eau de parfum, nu is er Iris Nobile Sublime. En wat zal hierna nog volgen – een puur parfumextract?

Dit zegt Acqua di Parma over de blaadjes van de iris: ‘Naar binnen gevouwen, bijna transparant als de vleugels van een vlinder, vibreren licht als een bries opsteekt. De kroon en steel bekoren door hun nobele houding. Een prachtige en perfecte bloem met diepe en intense paarse nuances, houdt het licht vast en weerspiegelt het in ontelbare goudgele, schitterende accenten die haar nog kostbaarder maken. Een echt kunstwerk van de natuur dat verleidt door haar weelderige schoonheid’.

Over de geur: ‘Elke noot ademt perfectie, het is een essence die op een onvergelijkbare manier zuivere en aristocratische vrouwelijkheid samenvat, een parfum dat de iris verheerlijkt’. Maar zoals bekend, is het niet de bloem van de iris pallida die de fijnzinnige essence levert, maar de gedroogde wortel die nu dus is gesublimeerd door Acqua di Parma. Mooi aan de presentatie: de nieuwe flacon ‘zo langgerekt als de steel van iris’. Een bewijs dat een goed basisontwerp – Colonia uit 1916 – hoe je dat ook bewerkt, zijn klasse behoudt.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Ik wordt een beetje moe om aan de lopende band in persberichten te lezen – zoals ook hier – dat elke noot met de grootste zorg wordt gekozen’. Dat lijkt me evident. Daar ga je van uit – ‘nobile oblige’. Dit geschreven, kun je niet anders zeggen dat ook deze versie goed gelukt is.

Het ‘sublieme’ is volgens mij dat de geur bloemiger en sensueler is gaan ruiken en dat poederige afronding – eigen aan de iris, zie tekening – aan diepte wint door een ‘andere’ houtnoot. Maar eerst is er de opening: een golf van licht opgeroepen door zoet-zonnig mandarijn en neroli (afkomstig van bittere sinaasappelboom en geliefd om zijn verkwikkende ‘cologne-effect).

Dan het hart: een klassieke combi roos en sambacjasmijn die door oranjebloesem (de essence van de bittere sinaasappelboom) en ylang-ylang een sensuele opwaardering krijgen die ze als het ware ronder, voller er rijker maken. Dit vloeit naadloos over in de basis waar de iris pallida zijn zachte, poederige houttoon verspreidt, dit keer elegant, maar geprononceerder door van de ene kant cederhout, acacia en berk (zon), van de andere kant door patchoeli (aarde). Musk, heel zacht en bescheiden, koppelt deze ‘houtexpressies’ aan elkaar. En toch blijf je bloemen uit het hart ruiken.

RUIK & VERGELIJK

Nog een paar geuren die niet ‘af’ zijn, zich maar blijven sublimeren en evolueren:

Thierry Mugler: van Alien (2005) naar Alien Essence Absolue (2012) in vier stadia

Bvlgari: van Mon Jasmin Noir (2011) naar Mon Jasmin Noir L’Elixir (2012) in vier stadia

Prada: van Infusion d’Iris (2007) naar Infusion d’Iris Eau de Parfum Absolue (2012) in drie stadia

FAN DI FENDI POUR HOMME FENDI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 9, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET F. Een reactie plaatsen

VIRIEL-SIERLIJK

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 09/10/12

Neus: François Demachy ism Benoit Lapouza en Delphine Lebeau

Model: Mark Ronson (Anja Rubik)

Flaconontwerp: Fabien Baron?

Een aanstekelijk duo in de wereld van glamour en lifestyle voor mannen: geur en beroemd popster/acteur. Om de zoveel tijd wordt de rode loper uitgelegd voor zo’n ster die alle – veronderstelde – eigenschappen heeft waar de gewone man – verondersteld – jaloers op is: ‘Zijn presence valt onmiddellijk op, hij betovert en verleidt met zijn krachtige en viriele uitstraling. Als elegant en ongedwongen mode-icoon symboliseert hij de tijdloze elegantie op zijn Italiaans. Een moderne dandy met een onnavolgbare stijl’.

Zegt Fendi over Mark Ronson. Meer specifiek: ‘Deze Engelse muzikant, opgegroeid in een familie van muzikanten en kunstenaars, is componist en producer (Adele, Lily Allen en Amy Winehouse) die zijn tijd verdeelt tussen Londen en New York’. En is ook nog eens ‘een van de beste dj’s ter wereld’.

Hij is dus ‘een van de vaste waarden in de muziekwereld die ook wordt beschouwd als mode-icoon’. Daar is dus de link met Fendi. ‘Hij is de aanhoudende nummer één wat elegantie betreft en weerspiegelt perfect mannelijkheid, de gestileerde en elegante verleider’.

Hij is quasi verrast als hij na een concert ‘wordt overrompeld door fans’. Maar hij weet ook dat hij de ster is waar ‘fans di Fendi’ op hebben gewacht: ‘Fotografen houden hun apparaten in aanslag, hij schermt zich af tegen de flitslichten’. En, dat is nou echt heel toevallig, tussen de fans ziet hij niemand minder dan Fendi’s topmodel en ambassadrice. Dan gebeurt het: ‘Buiten het bereik van iedereen vleien ze zich tegen elkaar aan, Anja Rubik laat zich betoveren door zijn parfum’. En hij door Fan di Fendi uit 2010 die zij draagt, veronderstel ik.

En dat laatste is was natuurlijk een uitdaging voor Fendi. Want: het Italiaanse bont- en leerhuis is niet echt een mannenmerk. Niet in de beleving van vrouwen en zeker niet in die van de mannen (alhoewel Silvia Fendi, artistiek leidster van de mannenafdeling hier verandering in wil brengen). Een van haar tools: de nieuwe mannengeur. Ik ben dus blij dat Fan di Fendi pour Homme, ondanks het clichéscenario, een krachtig statement is geworden en goed aansluit bij de ‘wereld van Fendi’ omdat het één van zijn ‘fetish-ingrediënten heeft verwerkt in de geur: leer.

Jammer alleen dat sinds Fendi onderdeel is van het LMVH-concern, de tot dan toe gelanceerde geuren heeft gediscontinueerd. En dat geldt vooral wat mannen betreft voor Life Essence (1996). Volgens mij een van de eerste citrusgeuren met een warm-zwoele basis. Ik zeg LMVH, breng hem met de andere vervlogen geuren onder de naam Vintage Fendi weer op de markt. Zal zeer gewaardeerd worden. Niet alleen door mij.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Wat je direct ruikt: de zuiverheid aan ingrediënten die garanderen dat je Fan di Fendi pour Homme heel puur ervaart. In de opening is dat een enorme zoete mandarijn (Sicilië) die iets getemperd wordt door bergamot (Calabrië). Dan krijgt de geur een donker-kruidig en groen-aromatische toets door basilicum, kardemon en geraniumblad die samen een energieke injectie ondergaan door roze peper.

Maar waar het om draait is de basis van strak en droog cederhout, bosachtig patchoeli en – daar is-ie eindelijk – de leernoot (foto). Die geeft het geheel een viriel-sierlijke en daardoor karaktervolle toets. Tonkaboon werkt als verzachtende omstandigheid. Nu hoop ik dat er snel een intense leerinterpretatie verschijnt, want leer kan voor mij nooit te sterk ruiken. Maar dat is dus gezegd heel persoonlijk.

RUIK & VERGELIJK

Popster en acteur over de rode loper richting première en succes, richting droom wachtend op een mooie schone:

Tommy Hilfiger True Star Men (2005)

Giorgio Armani – Emporio Armani – Diamonds for Men (2008)

Givenchy Play (2007)

Dior Homme Sport (2008)

Chanel Blue de Chanel (2010)

LE SENS DU PLAISIR ANTONIO VISCONTI

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 8, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, NICHE. Een reactie plaatsen

PARFUMPLEZIER: LE SENS DU N°5

Jaar van lancering: 2005

Laatst aangepast: 08/10/12

Neus: Antonio Martino

Het blijft een rare gewaarwording: je opent zonder enig gevoel, geheel neutraal een geur en bij de eerste moleculen die vrijkomen, denk je: ‘Jezus, want een aldehydenbom!’ en dus direct ook ‘wel heel erg Chanel N°5’. Dat is nog steeds de standaard wat een aldehydenparfum betreft, dus logisch dat de vergelijking zich opdringt. Heb ik dus met Le Sens du Plaisir van het huis met die merkwaardige ontstaansgeschiedenis. Ruik je langer, dan ruik je de subtiele verschillen. De boodschap die dit gevoel van plezier moet overbrengen aan de draagster, aldus Visconti: ‘Je overgeven aan hun emoties, niet bang zijn je te uiten en je uit te leven’. En daar verschijnt in mijn gedachten een vrouw uit de jaren zestig.

Geen hippy, geen ‘natuurmens’, geen tuinbroekfeministe maar een dame van top top teen smaakvol gekleed zonder een tut te zijn, zoals je ze ziet rondflaneren en rondflirten in de tv-serie Mad Men. Eigenlijk is Le Sens du Plaisir een ouderwetse, maar zeer aangename geur helemaal gevrijwaard van moderne smaakmakers. En deze ouderwetsheid heeft iets ongekend vertrouwds – ik noem het dan maar de N°5-link.

En trouwens wat invulling van zijn metier betreft, is Antonio Martino behoorlijk klassiek. Zoals valt te lezen op de Duitse niche-verkoopsite Aus Liebe zum Duft: ‘Ik meen dat een het scheppen van een parfum is zoals een droom. Stel je de reuk, de smaak en de toon voor dat het moet hebben… dan kom je in de buurt van het schrijven een muziekcompositie. Elk component heeft een bepaalde waarde, waarmee ik een hemelse melodie of een treurmars componeren kan’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Raar dat de aldehyden niet als ingrediënt worden opgegeven. Want vanaf het begin is er die volle, onbestemde bloemige sensatie (die veel mensen door Chanel associëren met een klassiek parfum) die als de geur wat langer in de lucht zit, het mogelijk maakt om de verschillende ingrediënten te ervaren. Maar alles blijft super-bloemig doordat tegelijkertijd met de aldehyden ook bergamot en neroli (beide fris-bloemig) vrijkomen met engelenzaad.

De musky-groene toon van laatste ruik ik niet echt. In ieder geval begeleiden die in het hart een very klassieke parfumontmoeting van roos en jasmijn. En die bloeien om het hardst en het schoonst om in de basis ondersteund te worden door poederig iris, zwoel vanille (foto) en een volle ambernoot. Chic, strak, klassiek. Leuk om te geven aan iemand die Chanels N°5 als haar all time favorite beschouwt. Het verschil: minder ‘soapy’, zwoeler en voller in de dry down.

RUIK & VERGELIJK

Er zijn natuurlijk meer geuren die een Chanel N°5 Aha-erlebnis veroorzaken. Niet echt populair tegenwoordig, maar sommige merken trekken zich daar niet van aan. Zoals:

Agent Provocateur Maîtresse (2006)

En in de vintage-categorie:

Robert Piguet Baghari (1950, 2006)

RED SIN CHRISTINA AGUILERA

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 7, 2012
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES, GEURENALFABET R. Getagd: christina aguilera. Een reactie plaatsen

PIN UP-GLAMOUR IN ROOD

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 07/10/12

Neus: onbekend

Concept & realisatie: idem

Model: haar lippen hadden wel roder gekund gezien de boodschap

Ben je het nog niet, maar wil je het oh zo graag zijn – een krachtige en onweerstaanbare persoonlijkheid –  dan moet je gewoon de nieuwe geur van Christina Aguilera proberen. Want: ‘Red Sin is gemaakt om vrouwen een verleidelijke en betoverende uistraling te geven’. Maar voor je dit ondergaat, doe je er goed aan eerst je lippen up te graden met een rode lippenstift die er niet om liegt.

Want, net zoals rode lippen Aguilera’s trademark zijn volgens het persbericht, is het ‘ook een tint die vrouwen onmiddellijk een ander gevoel over zichzelf geeft. Rood staat voor de overgang van zacht en onschuldig naar krachtig en verleidelijk – iedere vrouw in het rood trekt op iedere plek onmiddellijk de aandacht’. Maar er is zoveel meer aan de hand met rood volgens de popster: ‘Meer dan een kleur, wekt het bepaalde emoties op en kan je het een sexy en zelfverzekerd gevoel geven. Red Sin heb ik ontwikkeld op basis van mijn liefde voor rood…

… het geeft je een krachtig, begeerlijk en simpelweg onweerstaanbaar gevoel’. Nog niet overtuigd? Foei! Christina: ‘Red Sin is de perfecte finishing touch – gras is groen 😉 – voor vrouwen die de verleidelijke femme fatale – gras is groen 😉 – in zichzelf wil onthullen. Meteen bij het aanbrengen krijg je het gevoel dat alles mogelijk is’. Niet? Nog een cliché en dan stopt geurengoeroe er mee: ‘Red Sin geeft je dat krachtige zelfvertrouwen dat je trots bent vrouw te zijn’.

En over de flacon: ‘Versierd met rood kant, benadrukken de prachtige rondingen een vrouwenlichaam. Samen wekken ze associaties op met aantrekkingskracht en onweerstaanbaarheid. Een chique zwarte strik maakt het luxueuze en puur vrouwelijke design af’. En dan ga ik het niet hebben over dat rood in combinatie met vrouw en parfum vaak een stiekem, hoerige en ‘oh-la-la’-connotatie heeft. Weet Aguilera als geen ander. Remember de promo-clip van de film Moulin – inderdaad – Rouge waarin in 2001 ze naast Pink, Mya en Lil’ Kim her red stuff was showing…

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Rode appel, rode cyclaam (foto), rode gember; alles is rood in de geur. Idee of werkelijk? In ieder geval is het raar dat in de opening ‘de knapperige noten van rode appel een gevoel van sensualiteit creëren. En een sexy touch krijgt door het fluweelzachte en vurige kaneel; een mix van warmte en pit’. Geurengoeroe schrijft: welke kleur de appel ook heeft, de vrucht geeft altijd een frisse toets, met name in de opening van geuren. Dat kaneel er bij wordt gevoegd, is leuk omdat het hierdoor het een gourmand-effect heeft van appeltaart.

Deze zoete lekkernij gaat in het hart over in dus rode cyclaam. Nieuw voor mij, maar volgens Aguilera ‘de heilige bloem van de liefde die wordt gebruikt in verschillende liefdeselixers’. Er volgen geen voorbeelden. In ieder geval geeft het aan Red Sin een onbestemde bloemennoot die ik niet kan typeren als cyclaam. Wil je ‘echt’ cyclaam ruiken, ga dan eens op zoek naar Sotto Voce (1996) van Laura Biagiotti. Ga ik binnenkort bespreken in het kader van een goede, maar helaas uiteindelijk jammerlijk mislukte geur. Musk ‘het kenmerkende van alle Christina Aguilera’s geuren, biedt een onweerstaanbare basisnoot verrijkt met crème-achtig, exotisch sandelhout en rijke, kruidige rode gember’.

Moet zeggen: die combi van sandelhout en (rode) gember geeft Red Sin een origine drydown. Alleen, zoals wel vaker gezegd: hoe zou de geur geroken hebben, als er voor de beste ingrediënten was gekozen…

RUIK & VERGELIJK

Nog een ding gezegd. In tegenstelling tot zoveel andere celebs, is de hele ‘collectie’ van deze pin up-glamour celebgirl nog steeds te koop.

Christina Aguilera Christina Aguilera (2007)

Christina Aguilera By Night (2009)

Christina Aguilera Royal Desire (2010)

Christina Aguilera Secret Potion (2011)

IVOIRE BALMAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET I, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. Getagd: pierre balmain. 1 reactie

SOEVEREINE SCHOONHEID

Jaar van lancering: 1980

Laatst aangepast: 07/10/12

Neus: Michel Hy

Model: onbekend

Flaconontwerp: Pierre Dinand

Bijna alle klassieke Parijse parfumhuizen (inclusief couturiers) hebben een ‘overgangsgeur’ in de collectie. Wil zeggen: een geur waarin voor de laatste keer inspiratie en niet marketing het uitgangspunt vormt, en je als koper het idee geeft dat er niet alleen maar aan geld verdienen wordt gedacht. Bij – Pierre – Balmain is dat Ivoire dat aan het einde van het leven van de oprichter (1914-1982) van het huis verscheen. De geuren die volgden (waarvan velen snel verdwenen) werden gedicteerd door marketing. Beste bewijs: La Môme. Gelanceerd in 2007 ter gelegenheid van de gelijknamige biopic én een hommage aan Edith Piaf – die klant schijnt te zijn geweest van de couturier toen hij net zijn deuren had geopend. Ivoire: elegant uitgangspunt voor een geur. Want chic, exclusief, de kleur – warmer en ‘sensueler’ dan beige – en natuurlijk de exotische wereld die het woord oproept.

Ver weg, ‘iets’ in Afrika, die ‘goede, oude koloniale tijd’, oerwoud. Door de dichte, altijd ‘benevelde’ vegetatie – de opening van de geur – heen, ruik je exotische bloemen – het hart – die vertrappeld worden door de dieren die je hoort in de rimboe en, als je niet oppast, op je afstormen – de sensuele, lichte animale afronding voor de geur.

Volgens Pierre Balmain himself, was Ivoire de naam die hij ‘aan een droom gaf, een vrouw gezegend met een soevereine schoonheid gehuld in ultra-lichte zijde. We passeerden elkaar op de trap van de Opéra voor ze in de nacht verdween…’ Hij vervolgt: ‘Ivoire is de schaduw van een vervliegende illusie. Ivoor is omringd door legenden, door een aura van een onbekend gebied, van gevoelens niet eigen aan onze cultuur. Zo werd Ivoire geboren; een hommage aan schoonheid en vrouwelijkheid, heilig, ontembaar zoals het puurste ivoor’.

Leuk is ook dat het huis drie jaar later een mannelijke tegenhanger presenteerde even verbeeldingsvol van naam, Ebène. En het huis neemt de geur in 2012 weer serieus. Tenminste, het is verpakt in een nieuwe flacon. Wel een heel povere flacon. Het nadeel van dit al: het originele parfumextract is niet meer verkrijgbaar. En het nieuwe model mag van mij trouwens een keer gratis naar een restaurant. Of is al haar ‘overtollige’ vet subtiel weggesneden, geretoucheerd door de vakkundige fotograaf? De geur is trouwens ook – weer – ‘geretoucheerd’. Gaan we binnenkort eens ruiken.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Is Ivoire nu wel of geen chypre? Het heeft alles in huis het te zijn, toch maakt de ‘zepige’ introductie en dito nasleep van Ivoire eerder een groene, volzachte bloemengeur. Dit zijn de ‘officiële’ ingrediënten volgens de Balmain-site.

En dan valt op dat de oorspronkelijke samenstelling is veranderd – geen geranium, hyacint, narcis, cederhout en kaneel – wat resulteert in een minder krachtig, minder kruidig effect. Heel vreemd dat ook geen aldehyden worden vermeld, want die geven de geur iets crèmerigs, romerigs en zeperigs – iets wat je je bij de naam kunt voorstellen. Clean, maar met diepte – zoals licht vergeelde pianotoetsen gemaakt van ivoor. Deze aldehyden gaan prachtig samen met het groen-sensuele galbanum (tekening) die fris worden ondersteund door mandarijn en bergamot.

Aan deze groen-frisse wolk kleven zich de bloemen in het ivoren hart: donker-kruidig anjer en koppig ylang-ylang harmoniëren met roos, jasmijn, lelietje-van-dalen en iris. Voor de pittigheid zorgt peper en nootmuskaat. De vermelde framboos ruik in geen velden of wegen. Dan de basis: ‘best wel’ chypre: eikenmos extra donker en groen gemaakt door vetiver en patchoeli. Vergeet niet de sensuele toets van sandelhout, cistus labdanum en tonkaboon. Samen creëert het een hout-wierokerig aura. En toch dat zeperige gevoel, en toch die aanhoudende frisheid. Ivoire is een perfecte tegenhanger van de talloze frisgewassen muskgeuren die je de laatste jaren zoveel ruikt. Het heeft sillage, verfijning en is eigenlijk – als je goed doorruikt – ‘best wel’ modern.

RUIK & VERGELIJK

Heel raar, maar ik moet toch heel erg denken aan:

Halston Halston (1975)

En wil je galbanum – een ‘herontdekt ingrediënt’ op dit moment; denk ‘untitled’ van Martin Margiela (2010) – op zijn allergroenst ervaren ‘chez Balmain’, ruik dan:

Balmain Vent Vert (1945)

En de neus van deze geur heeft, voor zover bekend, alleen maar klassiekers op zijn naam staan:

Robert Piguet Cravache (1963) ism Jacques Bercia

Yves Saint Laurent Y (1964) ism Jacques Bercia

Nina Ricci Fille d’Eve (1952) ism Jacques Bercia

Paco Rabanne Calandre (1969)

Yves Saint Laurent Rive Gauche (1970) ism Jacques Polge

Nina Ricci Farouche (1974)

Nina Ricci Signoricci 
(1975)

LE VETIVER LUBIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 7, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET L, NICHE. Getagd: vetiver. Een reactie plaatsen

‘UN PEU DANDY, UN PEU ANIMAL’

Jaar van lancering: 2007

Laatst aangepast: 07/10/12

Neus: Lucien Ferroro

Model: onbekend

Concept & realisatie: Gilles Thévenin

Elke keer als een vetivergeur wordt gelanceerd, denk ik: ‘Moet ik die óók bespreken?’ Want met welk verhaal/inspiratie het desbetreffende merk ook komt, het komt toch neer op hetzelfde: de nog steeds fascinerende combinatie van fris groen en droog hout wederom gevangen in een flacon. Zo ook Le Vétiver van Lubin.

Het leuke en ‘gevaarlijke’ aan de naam: door het te voorzien van ‘zijn’ lidwoord – le – wekt het de indruk – waarschijnlijk (on)bedoeld – dat het le (dus dé) absolute vetiver is tot nu toe verschenen. In mijn geurendatabase kom ik geen ‘oude’ vetiver van Lubin tegen. Le Vétiver is dus ‘nieuw’ en logisch, gezien elk huis (vintage, niche of massmarket) er nu een in zijn assortiment moet hebben. De reden: mannen blijven er verzot op. Lubin presenteert niet zo maar weer een vetiver.

Het legt de lat dus hoog. Het moest een andere vetiver worden, geen interpretatie van het bekende thema of variatie daarop. Sleutelwoord: winter. Een ‘Vétiver d’Hiver’ dus. Het idee volgens de man die het huis nieuw leven in heeft geblazen; Gilles Thévenin: ‘Een aristocraat die na een dag jagen op weg naar huis een tussenstop maakt om een kathedraal te bezoeken waar hij de geur van wierook in zich opneemt’.

Toen de geur klaar was, kreeg hij een ander beeld voor ogen: de herinnering aan een ‘groene’ man, een mysterieus persoon uit Keltische sagen. Een soort oerman, voor wie vrouwen bang waren maar er zich ook tot aangetrokken voelen. Waarom? Het betrof wél de god van de vruchtbaarheid. Die zou dus een naam moeten hebben, maar die wordt niet gegeven. En ik heb geen zin om dat op te zoeken.

Maar hoe vertaalt zich dat nu echt in de geur? In overdrachtelijke zin: de christelijke aristocraat versus de ontembare heiden. Ofwel, ‘un peu dandy et u peux animal’, zoals de neus Le Vétiver beschrijft. In ‘geurlijke’ zin: het aardse vetiver (animal) verrijkt met rokerige noten (dandy).

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Opvallend: zonder het achtergrondverhaal gelezen te hebben, moest ik bij de eerste spray denken aan iets koel, koud en ijs-achtig. Vetiver net uit de bevroren aarde getrokken, wat in principe niet kan – gezien de natuurlijke habitat van vetiver. Dit coole gevoel wordt opgeroepen met grapefruit, sinaasappel, mandarijn en neroli. Ofwel bitterfrisse, zoetfrisse en bloemigfrisse noten geassembleerd tot een ‘vries’-effect. Geholpen volgens mij door een aldehyde- en ozonakkoord.

Dan de opkomst van vetiver (foto). Mooi en elegant en zoals je vetiver wil ruiken: droog, zonnig, fris en aards. Voor mij is het vooral het droog-houtige aspect dat de overhand neemt. Moet zogezegd een ‘animaal’ spoor krijgen door een kruidenmelange van kruidnagel, nootmuskaat en peper. Ruik je inderdaad goed, maar of dit nu animaal is? De afronding is ‘dandy’ zoals je wilt: strak cederhout, melkachtig mirre, rokerig wierook en stoer tabak. En dat ruik je pas goed als Le Vétiver langer op je huid zit.

De geur wordt mooi warm en rokerig zonder afbreuk te doen aan de de houtachtige frisheid van vetiver. By the way: leuke flacon die op de een of andere manier een soort sixties-touch heeft, terwijl op dat moment pure vetiver niet echt geliefd was bij mannen (behalve de klassiekers van Carven, Givenchy en Guerlain). Althans bij mannen die geuren gebruikten voor de ruik, niet in de vorm van een aftershave, want dat was toen echt nog een ‘dandy-ding’.

RUIK & VERGELIJK

En natuurlijk heb ik Le Vétiver al eerder geroken bij andere huizen. Kan niet anders. Vetiver als ingrediënt verspreidt, hoe je het ook verpakt toch dezelfde boodschap. Voor mij is Le Vétiver een samengaan van de volgende vetivers:

Roger & Gallet Vetiver (1992)

Creed Original Vetiver (2004)

SANTAL MAJUSCULE SERGE LUTENS

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 6, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET S, NICHE. Getagd: serge lutens, sheldrake, vetiver. Een reactie plaatsen

HET HANDSCHRIFT VAN SERGE LUTENS GESCHREVEN IN SANDELHOUT

Jaar van lancering: 2012

Laatst aangepast: 06/10/12

Neus: Serge Lutens, Christopher Sheldrake

Concept & realisatie: Serge Lutens

Als je met name Franse parfumblogs volgt, dan wordt duidelijk dat die allemaal zo onder de indruk zijn van Serge Lutens’ literaire kwaliteiten. En hoe ouder hij wordt, hoe persoonlijker zijn geuren worden, hoe meer die vertalingen zijn van zijn door parfums doordrenkte en ‘getekende’ jeugd.

Wordt zelfs de vergelijking gemaakt met Marcel Proust (1871-1921). De schrijver van de cyclus A la Recherche du Temps Perdu hoefde ook maar aan een madeleine, een takje vetiver te ruiken, om vrij baan te geven aan zijn bijna vergeten herinneringen. Hij kon zich er zo in verliezen dat één mijmering goed was voor één zin die één bladzijde vulde.

Serge Lutens gaat gelukkig nog niet zo ver. Ik ben een tijdlang gevoelig geweest voor deze fijnzinnige, ‘stream of conscious’-analyses zo beeldend geschreven, maar de laatste tijd als ik probeer een boek van Proust te lezen, dan wordt ik na een paar bladzijden kriegelig. Om één gevoel, om één ervaring te verklaren door aan één stuk (excusez les mots) te blijven kabbelen en brabbelen, maakt me ongeduldig: ‘Zeg het nu eens een keer kort en krachtig!’ De beschrijvingen van Lutens bereiken dus ook snel dit effect, te meer omdat het alleen maar over parfum gaat. Maar als je je er niet goed in verdiept, begrijp je de geur wellicht niet.

Had ik me niet gebogen over de achtergrond van Santal Majuscule, dan was ik er nooit achtergekomen dat mijn interpretatie niet klopte: sandelhout zo bijzonder dat die daarom in hoofdletters is geschreven (majuscule is Frans voor hoofdletter). Want wat blijkt: ooit werd de kleine Serge door een onderwijzer gekapitteld omdat hij de eerste letter van sommige woorden met een hoofdletter schreef, terwijl dat grammaticaal niet hoorde.

Dat deed Serge in een opstel die ging over de middeleeuwen, de periode waarin hij geestelijk zo graag vertoeft. Hij verbeeldde dat hij ‘als een Page gezeten op een Paard de Kerk binnen Galoppeert’ op het moment suprême: als ‘de Pastoor de Hostie omhoog houdt naar Hem die was genageld aan het Kruis’. En dat hij niet van de straat is, onderstreept Lutens met een aan Teresa van Avila toegedichte ‘quote’ waarmee hij zijn middeleeuwse sprookje eindigt: ‘Gehoorzaam niet aan mijn bevelen, gehoorzaam aan mijn stilte’.

Ja, zo kan-ie wel weer. Je moet het maar durven om deze sacrale setting om te zetten in iets zo profaans als parfum. Neemt niet weg dat Santal Majuscule een prachtcompositie is. En geen herhalingsoefening, hoewel je het met een beetje fantasie kunt bestempelen je als een signatuur-parfum van Lutens omdat in de geur alles zo kenmerkend voor hem samenkomt: gedroogd fruit, bloemen, ‘heilig’ hout en een lichte gourmandnoot in een oriëntaalse setting.

Ik ruik in Santal Majuscule zoveel andere Lutens-geuren. Om een paar te noemen: Sa Majesté la Rose, Arabie (beide 2000), Chergui (2005) en natuurlijk zijn geuren waarin sandelhout ook de hoofdrol speelt: Santal de Mysore en Santal Blanc (beide 2001).

Tenslotte: interessant Serge Lutens die sandelhout uitlegt. Kwam het tegen op internet: ‘Zoals je weet is er een brede variëteit van sandelhout. Sandelhout uit het Mysore-gebied is tegenwoordig nauwelijks meer voorhanden. Alleen illegaal. Niet toen ik het gebruikte voor Santal de Mysore en Santal Blanc. Wat Santal Majuscule betreft, het is gemaakt van Australisch sandelhout, die ik zo heb bewerkt dat op het einde het onmogelijk was om te achterhalen of het nu afkomstig was uit India, Australië of waar dan ook. Wat mij interesseert is, wat ik er mee kan doen. Als je Australisch sandelhout alleen gebruikt dan krijg je een treurig en armoedig sandelhout’.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

Dit zijn de hoofdingrediënten van Santal Masjuscule: sandelhout, honing, cacoa, kruiden en de Arabische ‘attarroos’. Maar je ruikt zoveel meer. In de opening is er fris-droge toets van gesuikerd gedroogd fruit. Ofwel het idee van Turks fruit (foto): beetje mandarijn, beetje perzik, beetje ananas, beetje citroen met een vanille-achtige ondertoon. Zoet, maar ook een beetje zurig (alsof je geraniumblad langs je gezicht strijkt).

En dan komen hand in hand sandelhout en een enorme zoete roos op het toneel. Doen ze ongelooflijk sierlijk. Want de roos-ondertoon, eigen aan sandelhout, wordt hierdoor benadrukt. En het ‘treurige en armoedige sandelhout’ zelf krijgt een enorme luxebehandeling van Lutens.

Hij bepoedert het met cacao, lakt het met honing. En door over dit alles legt hij een voile van kaneel, kruidnagel en volgens mij ook steranijs. Maar het mooie: de geur wordt niet te gourmand. De melkachtige noot sandelhout verandert door de cacao en kruiden niet in ‘chocoladehout’, chocolademelk. Je blijft klassiek sandelhout en een klassieke roos ruiken, ‘actueel’ gemaakt door het gedroogde fruit en gourmandnuances.

RUIK & VERGELIJK

Vorig jaar verschenen ook twee pure geuren gemaakt van Australische sandelhout die zo rijk, droog, vol en ‘vloeibaar’ zijn dat je bijna het idee hebt dat je het echte sandelhout uit India ruikt.

Hermès – Hermesessence – Santal Massoia (2011)

Tom Ford – Private Blend – Santal Blush (2011)

HABANOS ROYAL CROWN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op oktober 5, 2012
Geplaatst in: GEURENALFABET H, NICHE. Getagd: antonio martino, clive christian. Een reactie plaatsen

TABAC ROYAL, TABAC TOTAL

Jaar van lancering: 2012

Laatst bijgewerkt: 05/10/12

Neus: Antonio Martino

Misschien heb je het inmiddels gemerkt: ben niet zo’n fan van flacons die ‘met opzet’ er heel erg duur uitzien en ‘duur kosten’ omdat ze gemaakt zijn van echt kristal en ingelegd met echte stenen. Met name als dit door een merk zo benadrukt wordt. Neem het huis dat zo graag vermeldt dat het het duurste parfum ter wereld in zijn collectie heeft: Clive Christian. Het geld en de bling-bling spat je tegemoet. Voor mij geldt: je doet het of doet het niet, en als je het dan echt moet doen, dan vind je het in ieder geval vanzelfsprekend (en/of een noodzaak).

Zoals Fontaine Impériale van Guerlain uit 2009. Slechts 35 exemplaren. Echt kristal, echt statig, echt indrukwekkend. In het persbericht wordt de prijs bijna als noodzakelijk kwaad vermeld: € 6000,00.

Hoewel goedkoper, kan het nieuwe huis Royal Crown er ook wat van wat bling-bling betreft en prijzen: 100 ml € 435.00. Opgericht door Antonio Martino. Tevens de neus. Ik lees op de introductie van zijn site dat hij ‘de erfgenaam is van de familie Visconti’. Dat kan dus niet: erfgenaam zijn van een familie. En lekker vaag: daar heb je diverse takken van in Italië. Zijn familie had dus als ‘beroep’ handschoenmaker-parfumeur die aan het begin van de twintigste eeuw een winkel in Parijs had. Adressen, foto’s en dergelijke krijg je niet te zien.

Dan volgt er een verhaal over hoe zorgvuldig de ingrediënten worden geselecteerd en geëxtraheerd (vanzelfsprekend lijkt me) om te eindigen met de constatering dat het klassieke parfum een voorbeeld is van menselijk vernuft waar veel ‘waarden’ aan vastzitten: ‘Het is een geliefd bezit, embleem van liefde én statussymbool gebaseerd op emotionele factoren’. Tja. En, waarom niet, zes geuren in één keer. Drie voor hem Tabac Royal, Musk Ubar, Rain. Drie voor haar: Poudre de Fleurs, Tenebra, Noor. Inmiddels uitgebreid met My Oud en Habanos. Wil je ze allemaal: ‘En dat is dan € 3480,00. Anders nog iets?’

Maar zijn de geuren het waard? Ik begin met Habanos. Rijk is het zeker en niet alleen wat uitstraling betreft. Dit parfum is een ode aan het oude pre-Fidel Castro Cuba. Toen de hoofdstad Havana een soort Parijs van het Caribische gebied was. Iedereen in Noord en Zuid Amerika met een beetje snobgevoel en nog meer geld, bezocht het op zijn minst een keer per jaar voor in ieder geval de casino’s.

Cuba stond/staat bekend om zijn sigaren en rum. De eerste (in de vorm van tabak) wordt vol overgave verwerkt in Habanos en door de toegevoegde andere noten krijgt het op het eind een drankachtig effect dat zweeft tussen cognac en rum. En het moet gezegd: de compositie klopt. Klassiek, maar met een twist. Vol, warm, sensueel, stroperig met ondertussen een stoere (tabak) en een zachte (roos) toets. En je ruikt van het begin tot het eind tenminste een statement, iets wat je van veel andere nieuwe nichehuizen niet vaak kunt zeggen.

Nog even over de naam: ‘habanos’ betekent letterlijk ‘(iets) van Havanna’ en wordt in de Spaanstalige landen gebruikt voor havannasigaren en sigaren in het algemeen. Daarnaast is het ook de naam van het Cubaanse staatsbedrijf dat de tabaksproductie reguleert en distribueert.

WAT RUIK IK EIGENLIJK?

In de opening is het direct raak: achter een flits van limoen ruik je de eerste tabaksnoot. Die is nog bescheiden doordat die ondersteund wordt door galbanum. Het lijkt hierdoor of de tabaksbladeren net geplukt zijn; krijgt hierdoor een groene streling om vervolgens in het hart nog meer tabak te ruiken. Maar dan anders. Met een beschaafde uitwerking omdat het wordt gelinkt aan een zoete, maar sterk ruikende roos.

Bijzonder: je blijft zowel de galbanum als de roos waarnemen, ook als de tabak zich in de basis voor de derde keer manifesteert. Nu ondergedompeld in cederhouten vat gevuld met heel veel vanille en ambergris. Ongelooflijk krachtig. Raar maar verrassend: de tabak heeft ook een soort turfachtige en vochtige ondertoon.

En dat is een compliment. Maar er wordt geen oud opgegeven als ingrediënt. Alsof de tabak een tijdje in de aarde is gestopt. En tegelijkertijd is er het contrast van de tabak-vanille-link die voor mij een soort rum-effect heeft. Drie keer tabak in één geur. Heel mooi gedaan.

RUIK & VERGELIJK

Qua vage ontstaansgeschiedenis en verantwoording doet dit nieuwe huis me erg denken aan – dat is nou toevallig – Antonio Visconti. Sterker, ik vermoed dezelfde met trots gepresenteerde, maar historisch twijfelachtige familie-achtergrond. Ga ik een keer uitzoeken. Heb ik al twee geuren heb besproken. De eerste is trouwens ook erg tabak.

Antonio Visconti Tabarom (2005)

Antonio Visconti Bois de Gaiac (2005)

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • N° 64 PIERRE ROBERT 
    • SYNTHETIC NATURE FRÉDÉRIC MALLE
    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen

Reacties laden....