De eerste reden waarom ik Vaara had gekocht: in de aanbieding. De tweede had ook te maken met de eerste: had zin in, call me old fashioned, een ouderwets merk – zit je bij Penhaligon’s goed. Ja-ha, ik weet ook wel dat ze met Penhaligon’s Portraits waanzinnig hip en anno nu lekker bezig zijn… De derde: kweepeer. Daarvoor kun je me, so to speak, uit bed bellen.
Dan neem je de inspiratie op de koop toe. Is me toch boring cliché: het koninklijk huis van Marwar-Jodphur in Rajastha. Gaap-gaap – so eighties and nineties perfume land. De naam van dit gebied betekent, nou da’s toevallig, ‘het land van koningen’ en staat bekend om zijn kleurrijke textiel, ‘filigraan’ paleizen en majestueuze forten. Eveneens de plek waar je wierook met opiumgeur en ‘decadent-rijke’ milkshakes geparfumeerd met pistache, amandel en saffraan kunt kopen. Zoals het grootste deel van India is het een zintuiglijke achtbaan.’ Aldus het promopraatje.
Jessica Volz, een van de talloze fans die een review schreef op Penhaligon’s’ site – waarmee het merk openheid-iedereen-welkom suggereert – slaat wat mij betreft door. ‘Vaara, een luxueus boeket, leidt de neus naar een parure van gebloemde juweeltonen. Robijnen, diamanten, saffieren en parels worden vertaald in geuren rijk aan verenigbare elegantie. Als op het juiste moment componeren ze een exotisch aura; daar heerst de roos absoluut in eeuwige bloei. Na een enkele spritz zullen mensen in je aanwezigheid gefixeerd zijn. Een met rozen doordrenkt parfum met een andere naam zou niet hetzelfde zijn: de veelzijdige verblinding die Vaara is, is de enige sprankeling die je ooit nodig zult hebben om je dagen en nachten te versieren.’ Inside or outside barf?
Ik ervaar iets anders. Vooropgesteld: waren de ingrediënten beter/krachtiger geweest dan had Vaara het etiket niche ‘verdiend’. Alleen, komt het geheel eerder nu overeen met die lullige plastic gouden strik die de hals van de flacon siert – een dergelijke shitkwaliteit win je zelfs niet meer op de kermis. En dat heet dan niche.
Kermistrik
Anyway, de opening klinkt goed en is goed. De kweepeer – zoetjes, zacht, fruitig, lichtbloemig en met zijn eigen aciditeit – zwevend tussen peer en appel met ‘flarden’ van honing en ananas – ruik je als het ware echt. Deze frisse zoetheid van de opening wordt versterkt, origineel; moet gezegd – met wortelzaad, met haar wonderlijke zoetheid die ‘altijd’ mooi samengaat met iris. Doet het hier ook bij ‘vlagen’. Saffraan- só niche, só India! – moet je ook ruiken, maar is niet onderscheidend en stuurt het geheel niet.
Ja, en dan die rozen in het hart. Wordt in de opening aangekondigd door rozenwater en het zijn niet de minsten: uit Marokko en Bulgarije, ‘Europees’ gemaakt met fresia, pioenroos en magnolia (een populaire combi om een frisheid in een ‘pure’ rozengeur op te roepen).
De basis moet ervoor zorgen dat het geheel een sensuele poederige siddering ondergaat door ceder- en sandelhout, witte musk, benzoïne, tonkaboon en iris. Afgewerkt met honing (met af en toe door het geheel een ‘opleving’ van saffraan)
Penhaligon’s ziet India als een zintuiglijke achtbaan. Gaat ook op voor de geur, in de zin dat in het hart alles een beetje door elkaar loopt – blur, blur. Het lijkt net of alle geurmoleculen het niet echt met elkaar kunnen vinden. Alsof de bloemen niet één kunnen worden met de poederachtig noten van iris en later in de basis met sandelhout en tonkaboon. De scherpe witte musk (moet dat nu?) doet het geheel ook niet goed. Lijkt alsof Vaara af en toe door een wasprogramma gaat.
Ondanks de ‘volle’ belofte, komt het komt er wel allemaal erg magertjes en zuinigjes uit. Heb eerder een Chloé- dan een niche-ervaring. Of, nu ik er langer over nadenk: Vaara is Etro-light, Etro very light. Zo stellen wij Europeanen India in een parfumflacon voor. Of zo hebben neuzen en marketeers ervoor gezorgd dat wij India olfactief zo zien. Ruik de geuren van Etro en je weet dat Etro dichter in de buurt komt bij deze fantasie. Ruik je de echte geuren uit India – men neme attars – dan weet je hoeveel wij Europeanen het mis hebben en missen.
Even een misverstand uit de wereld: doordat ik het de laatste tijd ‘nogal eens’ heb over geursensaties die richting vies nijgen, wil ik niet de indruk wekken dat ik een ‘gewoon gezellige’ bloemengeur niet – meer – op zijn waarde weet te schatten. Integendeel, ik zeg: ‘Kom maar op!’
Dan heb ik het niet over geuren waarin in één bloem de show steelt: de ‘pure’ roos, de ‘pure’ pioenroos, de ‘pure’ jasmijn, de ‘pure’ oranjebloesem, de ‘pure’ enz. enz. – dat kennen we nu we wel. Maar wél over een elegante combinatie van deze solifleurs uitgebreid met wat ‘pure’ lelietjes-van-dalen, ‘pure’ narcissen, ‘pure’ hyacinten en ‘pure’ sering. Kortom, een klassiek boeket verbluffend-vernieuwend geschikt. We wachten af.
‘Tot die tijd’, moet ik bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van Attar AT (uit 2017; dat ik’m niet eerder heb geroken is een – nu volgt een bespottelijke overdrijving helemaal in lijn met het huidige tijdsgewricht – misdaad tegen de menselijkheid). De inspiratiebron doet er in feite niet toe, maar ik vermeld het toch even omdat het zo ongelooflijk ‘LVMH-marketing’ aandoet. Misschien is het wel in het echt ‘gebeurd’, maar bij Andy Tauer ga ik twijfelen omdat deze storytelling niet bij hem past en hij het ook niet echt nodig heeft.
‘Op een mooie avond werd ik uitgenodigd voor thee in de Saoedische woestijn (ik zou toch graag willen weten door wie), samen met parfumliefhebbers en vrienden (ook benieuwd naar). We bespraken de wereld van oudh en attar. We hebben gepraat en geroken, en keek naar de zon die zich achter de duinen verschuilde. Ik zal het nooit vergeten. Thuisgekomen moest ik gewoon verder werken aan een attar: donker, Arabisch, ruig, sterk maar niet te schreeuwerig. Ik wilde een attar die verder ging dan het gewone. Ik wilde dat Attar AT met een element van bescheidenheid kwam’.
Wat de laatste zin betreft: begrijp ik niet. Want een attar is ‘in principe’ onbescheiden; ‘moet’ walmen en roken. Dit mag dan zijn advies zijn: ‘Eén druppel op elke arm is genoeg om de dag met je mee te gaan, terwijl de geur dicht op de huid blijft’; ik ‘verdriedubbel’ het graag.
Want dat gaat de geur helemaal los, en nog meer wanneer het buiten broeierig en droog-warm is volgens mij. Ik ga het toch een keer checken: een attar in de woestijn ruiken om te ervaren of een geur zich dan echt anders gedraagt.
Mijn moeite met deze attar: ik haal de jasmijn er niet echt uit. Weet niet wat zijn rol is. Om de dierlijke ingrediënten te versterken of te verlichten? Feit is dat je na het aanbrengen direct diep in het hout zit. Ik ervaar eerst voornamelijk vetiver met ander ondefinieerbaar droog hout, overgoten – zo lijkt het – door een hele, hele donkere cistus labdanum die richting teer gaat (is dit de berkenteer?). Daarna zorgt sandelhout voor een soort van smeuïgheid. Dat wil niet zeggen dat het hout gaat smelten, maar wordt wel sort of van fluïde.
Dan komt de dierlijk-viezige noot naar boven drijven. Opgegeven ingrediënten: leer, berkenteer, bevergeil (zou het de echte zijn?). Donker, warm en vooral rokerig. En opvallend: geen kruiden om het geheel te spicen. Het fijne: als ik het ruik, krijg ik zo’n intens tevreden gevoel en vraag (me al langer) af hoe een pure attar van roos, lelie en water ruikt. Kom ik binnenkort achter. Heb een ‘local’ uit India leren kennen in good old Drenthe, die bij zijn volgende reis een paar flaconnetjes voor mij meeneemt.
Attar AT is een olfactorische sensatie die je blind in je moet opnemen, inademen en dan je gedachten de vrije loop laten. Je zult verbaasd zijn wat er allemaal in je opkomt. For good. For worse. For worse. For good.
De waarheid bestaat niet. Feiten wel. Geschiedenis wil met feiten de waarheid vastleggen. Of is het: de waarheid wil met feiten de geschiedenis vastleggen? Moeilijk, moeilijk. Bijkomend probleem: ‘iedereen’ interpreteert feiten anders, ‘iedereen’ kleurt de geschiedenis op eigen wijze. Dat werd me een tijdje geleden duidelijk tijdens een uitzending van het radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd waarin werd stilgestaan bij het eeuwfeest van het beroemdste parfum ter wereld: N°5.
Er werden een aantal aannames gedaan die ik ‘questionable’ vond. Wat me het meest stoorde: het leven van Gabrielle Chanel werd geanalyseerd door een bril van het politieke correcte denken van nu. Er werden haar daarnaast ook diverse emancipatoire kwaliteiten toegedicht – zoals hoe ze met N°5, de hogere klasse met de ordinaire klasse verbond, of zoiets – die ik vergezocht vond. En eigenlijk overbodig: Gabrielle Chanel is tegen wil en dank de belichaming geworden van de moderne vrouw tijdens het interbellum.
Wat niet in de uitzending ter sprake kwam – en dit is ‘mijn’ waarheid – is dat Chanel het parfum in eerste instantie als een eenmalig relatiegeschenk zag. Zo zou ze N°5 tijdens de ontwikkelingsfase in restaurants hebben getest: telkens als een vrouw haar tafeltje naderde, spoot ze het parfum kwistig rond. Als mensen vroegen van wie dit heerlijke parfum toch was, antwoordde Coco bescheiden dat zij ‘het idee had om dit parfum voor haar clientèle te introduceren’, maar dat ze nog aarzelde. Dezelfde strategie paste ze toe in haar salon aan de rue Cambon.
N°5 was in 1921 niet meer en niet minder een van de vele parfums die verschenen, wel een van de eerste couturehuizen die het deed. Men neme: Le Bonheur Existe (Avenel), Karess (Bourjois), Cappi (Cheramy), Dacry (Cottan), Paris, Emeraude (Coty), Stephanitos (Crown Perfumery), Toujours Moi (Dana), Jasmin, Sous la Charmille (Fontanis), Candide Effleuve (Guerlain), Enigma, Magda, Kismet (Lubin), L’Heure Jolie, Jasmin (Violet) en natuurlijk Tosca van Mülhens. Ook wel bekend als ‘the poor women’s N°5‘.
Chanelgeuren uit het interbellum
En dít parfum is voor mij nu juist een van de grote mysteries van de parfumgeschiedenis: hoe kan tegelijkertijd een soort van dezelfde, door het gebruik van aldehyden, revolutionaire compositie worden gepresenteerd? Is Ernest Beaux, de door de Russische revolutie gevluchte Russische neus (en de neus achter N°5) in Keulen de trein uitgestapt (hoofdzetel van Mülhens) om daar ook zijn formules te slijten voor hij in Parijs arriveerde? Vergeet niet dat hij de N°5-formule vóór Chanel aan François Coty trachtte te verkopen, alleen die weigerde omdat hij de productie ervan te duur vond.
Maar dit is een ander onderwerp. Mijn vermoeden dat Chanel in eerste instantie haar N°5 gewoon als een eenmalig iets zag, wordt bewezen volgens mij door het ‘feit’ dat ze een jaar later – in 1922 dus – N°22 presenteerde (twee jaar later gevolgd door Cuir de Russie, Gardénia in 1925 en Bois des Iles in 1926). Maar ja, dat is mijn interpretatie. Moet gezegd: dit is voor mij weer een bewijs hoe origineel Gabrielle Chanel (een geur sec naar een jaartal vernoemen) was en dat ze geuren in eerste instantie letterlijk als iets ‘éphémères’ zag (betekent: vluchtig; vroeger was in chique Louis Couperus-kringen éphemeer een courant Nederlands woord), als iets aardigs, als een relatiegeschenk zag.
Genoeg geïnterpreteerd. Nu de geur. Ten eerste: de geur was in Amerika tot in de jaren zeventig gewoon te koop in de reguliere parfumerie zonder ‘niche’-of ‘vintage’-etiket. Ten tweede: het is moeilijk om mensen met een vast gebruik te overtuigen. Zo zeg ik ‘al jaren’ dat N°22 (ook gemaakt door Ernest Beaux) verfijnder is dan N°5. Heeft tot nu toe weinig indruk gemaakt. Ik heb slechts één N°5-gebruiker ervan weten te overtuigen.
Toch is voor mij is de tweede Chanelgeur de kwintensens van een aldehyde omdat de geur zowel de koele, metaalachtige kant van bloemen als het vermogen om die te veredelen; te polijsten verenigt. Een andere reden: bij witte bloemen – in dit geval tuberoos, meiroos en oranjebloesem – lijkt het alsof aldehyden vanzelfsprekend nog beter hun best doen; de geur popt er mee up als champagnebubbels terwijl op de achtergrond de witte bloemen op het punt staan om in volle olfactorische glorie uit te barsten. De geur in drie woorden: ingehouden zwoele elegance. Ook mooi is dat de basis van vetiver en vanille de compositie een vanzelfsprekende donker-zachte onderlaag geeft, zonder de bloemen in de weg staan.
N°22is daarnaast minder zwaar op de hand. Het is levendig, warm en zacht tegelijkertijd, zwevend tussen sensueel en gereserveerdheid. Als je in parfumclichés gelooft: het lonkt, maar creëert ook afstand. Heel cheap gezegd: look but don’t touch. Iets persoonlijker geïnterpreteerd: járen geleden zag ik Jerry Hall eens tijdens een hip feestje in Parijs. Wat ik niet wou, deed ik toch: ik staarde haar als een klein kind na, omkijkend in verwondering, overmand als ik was door zoveel schoonheid. Het spatte ervan af. Maar ik voelde ook aan dat haar benaderen niet tot de mogelijkheden behoorde – ‘a goddess on a mountaintop’ zoiets. Had ik het maar gedaan, was ze nu niet getrouwd met Rupert Murdoch (inmiddels 90). Maar dit terzijde.
DISNEY KAN OOK TOT ORIGINELE MERCHANDISE INSPIREREN
Ik volg Estée Lauder niet meer echt. Maar dat geldt voor heel veel andere merken. Zal allemaal wel. De geuren van Aerin Lauder vind ik slaapverwekkend ouderwets, trendvolgend in plaats van trendsettend. Alles is tuttig. Haar ‘personality’, haar smaak en haar invulling. Maar ze vindt zichzelf heel modern en een influential op mode- en lifestylegebied zoals Ivanka Trump zichzelf ook heel modern en een influential op mode- en lifestylegebied vindt.
Dit zegt natuurlijk iets over de über-conservatieve smaak van de gemiddelde Amerikaanse vrouw die nog steeds met Lauder wegloopt – het merk is qua beauty feitelijk de Chanel van de Verenigde Staten. Aerin zal er niet wakker van liggen, het geld blijft binnenstromen en stromen en stromen.
Sinds Aerin voor een groot gedeelte de artistieke en creatieve koers van het merk bepaalt, zie je dat Estée Lauder niet meer een duidelijke en overtuigende koers vaart. Het eigenzinnige, het innovatieve is niet meer. Het is vooral leunen op en spelen met de erfenis van haar oma – de oprichtster.
Dus wat geuren betreft: gemakzuchtige variaties op de klassiekers. Maar voor wie gemaakt? De oma’s en/of de kleinkinderen? Beautiful wordt dan Beautiful Belle of Beautiful Magnolia. Welke klassieker (waarvan de meesten, net zoals bij Guerlain, nu in een standaardflacon zijn gestopt) is volgend jaar aan de beurt?
Nieuw is de Luxury Collection. Een octet dat qua creativiteit niet ver verwijderd is van de mediterrane, zonovergoten wereld van de Aerin-geuren. Ze zullen vast heel helder en crisp zijn (en inwisselbaar met de Aerin-collectie). Alsof in je slow motion door acht sprookjestuinen loopt terwijl de bloesems en blaadjes vallen – ‘knijp me, knijp me’. Hou eens op met die sprookjeswereld parfumproducenten! Neem de vrouw eens serieus, maar dan wel alsjeblieft, dankjewel zonder politiek correct worden. Voorlopig dieptepunt in deze: Maison Margiela’s Mutiny (2019).
Wel leuk: een vintage edition van Youth-Dew (moet nu blijkbaar een verbindingsstreepje tussen), maar zoals gezegd: dit had oma al bedacht.
Nog leuker: de solid perfume compacts dit seizoen gemaakt door Monica Rich Kosann. Want ondanks het opstrakken en opschonen van het totaalaanbod, blijven de huidige decision makers deze (limited editions) ‘gekkigheidjes’ van Estée Lauder voortzetten.
Ik heb niet zoveel Disney en perfume compacts. Maar deze zijn een goed voorbeeld dat Disney ook tot originele merchandise kan leiden. Ze zien er wel erg geinig uit, werken op de lachspieren, en dan vrij van cynisme. Gelukkig maar, want dat moet parfum ook doen: je tot glimlachen brengen. Iets wat we door huidige über-verniching van de branche, dus ook het zichzelf über-serieus nemen, wel eens vergeten: parfum is ook parfun.
1921: Geurengoeroe in the making. Want 100 jaar geleden dat mijn vader werd geboren in Heeg, Friesland. Die – even terzijde, maar leuk om in dit verband te vermelden – de 30 al ruim gepasseerd nog zeven kinderen, waarvan drie tweelingen – met zijn dertien jaar jongere vrouw, mijn moeder, op de wereld heeft gezet. 1921: Supermarktketen Jumbo opent zijn eerste vestiging. Nu iets meer richting beauty: ook in 1901 opgericht Weleda, een merger van de bedrijven van de Zwitserse antroposoof Rudolf Steiner en de Nederlandse verlosdeskundige Ida Wegman.
In hetzelfde jaar, toen vakmanschap nog echt meesterschap was in Italië, opende Guccio Gucci in Florence zijn boetiek met geïmporteerde lederwaren aan de Via della Vigna Nuova 7 in Florence, snel gevolgd door een eigen atelier. En dat wordt onder meer gevierd met de geur 1921. Hoe het inmiddels tot geek-chic uitgegroeide merk (met een jaaromzet van 8.2 miljard in 2018) zich door de decennia heen heeft gemanifesteerd kun je binnenkort zien in The House of Gucci, met Lady Gaga als ‘the black widow’, ofwel: Patrizia Reggiani Martinelli (voormalig echtgenote Maurizio Gucci).
Terzijde en niet belangrijk, maar toch: Geurengoeroe gaat geen kaartje(s) kopen of online staren, Gaga-moe als hij is. Zó vermoeiend haar entrée op dat belangrijke mode-bal twee jaar geleden in New York, zó politiek correct en slaapverwekkend haar ambassadrice-rol in de recente Valentino-geur overgoten met de voorspelbare ‘beautyglamour’-saus van L’Oréal. And me thinks it’s a pity that the actors don’t speak Italian and that the voiceover in the trailer sounds like Donatella Versace… Dat wel: knap staaltje van marketing deze fusie van film, fashion & fragrance – iets soortgelijks had ik ook van Chanel had verwacht, die dit jaar stilstaat bij het feit dat N°5 honderd jaar geleden werd geïntroduceerd.
Genoeg na beschouwd. Dit zegt Gucci over de geur: ‘Met een speciale naam voor deze gedenkwaardige gelegenheid reflecteert 1921 de moderne en toch tijdloze codes van het huis. Gecreëerd rond de bijzondere neroli-bloesem en geblend met Florentijnse citroenceder, is het een eerbetoon aan de prachtige stad waar Gucci een eeuw geleden geboren werd’. Terzijde: een geur naar een jaartal vernoemen is niet speciaal en neroli is niet bijzonder – onmisbaar voor een geur met een cologne-cick, dus multi-multi en multi-culti gebruikt in de parfumerie.
Over de presentatie: ‘Dit keer verschuift het perspectief naar de tuin waar 1921 in een luxe solarium-oranjerie verschijnt als onderdeel van de bredere The Alchemist’s Garden-collectie’. Georkestreerd door Colin Dodgson en Christopher Simmonds, zien we parfumflacons omringd door weelderig gebladerte, plantenstekken en antiek, aangevuld met wetenschappelijke kolven en tuingereedschap die lopende experimenten suggereren’.
Over de flacon: ‘Heeft een complex design – vind ik nog wel meevallen -, de Gucci-belettering en decoratie zijn in goud uitgevoerd. Versierd met een door een hand opgehouden krans, symboliseert de ronde vorm eeuwige groei en kracht; geen begin of einde, alleen de pure schoonheid van de afgelopen honderd jaar. Opvallend en toch delicaat; de flacon zit in een royale groene doos voorzien van het Gucci-logo in goud en het bijzondere ornamentale design van The Alchemist’s Garden’. Kniesoor die erop let: het lint is niet in groen, maar beige – of zou dat het eikenmos symboliseren?
Maar wat me blijft verbazen aan The Alchemist’s Garden en met 1921 wordt bevestigd: de meer dan über-ouderwetse uitstraling van het geheel. Qua datering kun je beter niet een, maar twee eeuwen teruggaan toen er sprake was van de aanzet tot de professionele parfumindustrie.
Alsof 1921 is gemaakt voor Lodewijk XV (door Jean-Louis Fargeon van Oriza L. Legrand) die het besprenkelde over zijn rits aan maîtresses met wie hij in zijn ‘geparfumeerde hof’ – zo werd Versailles tijdens zijn bewind genoemd gezien zijn ‘parfumverslaving’ – de liefde bedreef. Maar ouderwets is in modekringen al jaren nieuwerwets, zoals burgerlijk, burgerleuk en gezellig gezelli is.
WAT 1921 IK EIGENLIJK?
Bijna niet te geloven: Alberto Morillas heeft in zijn carrière meer dan 6000 geuren gemaakt. Wat mij leuk lijkt: hem onderwerpen aan een blinde test. Of hij de hoogtepunten van zijn dieptepunten weet te onderscheiden. 1921 zal hij er wel uit weten te halen, want onlangs bedacht. Bungelt voor mij tussen hoog en diep.
Deze geur had hij ook in het begin van zijn loopbaan kunnen maken, gezien de eenvoud. 1921 is een overduidelijke citrusgeur. Niet meer en niet minder. Ik vind de prijs (€ 300,00 100 ml) niet in verhouding staan tot de inhoud. Anders gezegd: voor minder geld, koop je een vollere en meer bloemige neroli – zoals Néroli Intense van Nicolaï (€ 177,00 100 ml; ook in 50 en 30 ml). Want dat typische lichtbloemige, met een licht fluwelen randje eigen aan neroli wordt in 1921 niet ten volle uitgebuit. Geldt ook voor de ‘groenige’ cedercitroen (waarvan sukade wordt gemaakt): het knalt en spettert me niet genoeg, zeker niet voor een jubileumgeur. Moet je óók die van Nicolaï (Cédrat Intense 100 ml zelfde prijs; idem) eens aan je neus zetten, dan weet je wat ik bedoel). En als je deze twee dan layert…
Wat je wel goed ruikt en mooi is en klopt – aldus het persbericht: ‘Eikenmos geeft de geur weelde, intensiteit en een ongeëvenaarde bestendigheid, en verleent haar een aardse, welige kwaliteit’. Ongeëvenaard daargelaten bestendigt het mos het groene karakter van de geur. Ik bespeur op de achtergrond weliswaar een cleane witte musk-nuance maar die is in dit geval niet storend.
OP BASIS VAN CITROEN, RABARBER, PERZIK & WATERMELOEN
PLUS: EUCALYPTUS, AMBROX & BLOND HOUT
Heeft u dat ook wel eens: je ruikt in een winkel – hoelang geleden was dat ook alweer! – of tijdens een presentatie – idem! – aan een nieuwe geur, en je denkt: ‘Wat ruik ik eigenlijk?’ Iets preciezer: ‘Ik ruik bijna niets, iets vaags.’ Uw capaciteit om geuren te detecteren, lijkt u in de steek te laten. Geurengoeroe heeft het zo vaak. Soms is het verkoudheid, soms is het de (te veel) witte wijn en/of bubbels van de avond tevoren (dan gaat mijn reukzin staken), soms is het algemene vergeetachtigheid, in chique politieke en parfumkringen beter bekend als amnesie.
Bij twijfel pak ik dan een olfactieve krachtpatser (zoals de afgelopen tijd Myrrhe Ardente van Annick Goutal), gewoon om effetechecke. Ruik ik dan, in dit geval, de zoetig-rokerige, verbrande houtnoten met amberaccenten en gekonfijte mandarijnschil, dan weet ik dat met mijn neus niksaandehanda is.
Dat heb ik dus ook met de 2021-variatie van ck one summer, die ik traditiegetrouw, jaar in, jaar uit, beschrijf. Ik ruik iets wat door moet gaan voor water, ik ruik iets wat door moet gaan voor citrus. Ook ‘iets roods’. Alleen verschrikkelijk vaag. Dus Myrrhe Ardente gepakt. Niks mis mee! Ik begrijp nog steeds dat Jozef en Maria erg blij waren met dit geschenk van Caspar…
Even het persbericht erbij gepakt, misschien brengt die me in de juiste stemming: ‘Bedwelmend. Surrealistisch. Verfrissend. Een creatieve interpretatie van een zomerse roadtrip door de Amerikaanse woestijn, gemaakt door digital artist Mishko – de hitte gedurende de dag culminerend in een technicolorzonsondergang in heldere tinten van geel, oranje en koraal. Die brengen ons in vervoering en opwinding. We zijn bedwelmd door de stralende hitte. Als de tijd verstrijkt wordt een verfrissende illusie in een vage waas onthuld. Een explosie van kleurrijke frisheid; de pure en levendige nieuwe geur voor de zomer van 2021.’
Tismenogalwat! Nog een keer ruiken. Sorry guys, the feeling remains the same!’ Maar wat zit er dan allemaal in parfumpotjandorie! Nou, een ‘bitter toch zoete, zeldzame citrusmix van een citroen- en sinaasappelhybride, de levendigheid van rabarber zorgt voor een nostalgische verfrissing, het zoetwaterakkoord explodeert met sprankelende vitaliteit en de weelderige geur van perzikschil onthult een moderne zoetheid.’
Iets specifieker in order of appearance: grapefruit, zoetwaterakkoord, meyercitroen, eucalyptus, watermeloen, rabarber, ambrox, blond hout, perzikschil. Mijn gevoel verandert niet veel. Door de opsomming meen ik nu ook een zweem van watermeloen te herkennen.
Eindoordeel, dat klinkt te zwaar. Eindimpressie is beter: een niksaandehanda citrusy geur die zich meer als een mist dan een eau de cologne manifesteert. Niet bedwelmend. Wel levendig in de zin van uplifting. Heb het al eerder opgemerkt bij tig andere geuren: hoe zou ck one summer 2021 hebben geroken als het de ultimate nichebehandeling van een neus had gekregen? Ik denk een citrus-rode explosie knetterend tussen Hermès en Atelier Cologne.
Vermeldenswaard: de Meyercitroen bestaat echt; is een pomelo-hybride uit China; een kruising tussen citroen en mandarijn – zie video.
Let op: info betreffende Angel en Alien met * aangegeven begin alinea
Je gaat er niet dood aan: na een paar keer, met lange tussenpozen weliswaar omdat je het in eerste instantie niet kunt geloven, tot het inzicht komen dat je favo fragrance niet meer hetzelfde ruikt als ‘voorheen’; blijkt veranderd qua samenstelling. Het ergste wat je kan overkomen in dit geval: teleurstelling inslikken en ‘jammer genoeg’ op zoek naar een nieuwe geur die de komende jaren niet qua samenstelling zal veranderen.
*Eerst een historische duiding: het zal eind jaren tachtig, begin jaren negentig zijn geweest (voor alle duidelijkheid: van de vorige eeuw) toen ik me aan het schrijverschap en de journalistiek waagde, en in deze hoedanigheid toenmalig hoofd parfuminkoop van de Bijenkorf trof: Cees Bosman. Tijdens onze kennismaking zei hij dat hij net terug was van een testcase-presentatie in Parijs van Clarins. Het betrof Angel van Thierry Mugler. Ik zal zijn opmerking nooit vergeten toen hij me this perfume in the making liet ruiken: ‘Wie wil er nou in hemelsnaam naar aardbei, chocolade en patisserie ruiken?’
In het begin niemand, behalve sommige ‘nichers avant la lettre’, maar na drie jaar – het moment waarop een niet succesvolle introductie meestal in de aanbiedingenbak eindigt – begon, geholpen door de juiste verhalen van ‘influencers avant la lettre’ en de ‘Mugleriaanse’ en ‘wereldvreemde’ advertenties in relevante media, voorzichtig de lijn naar boven.
Long story short: Angel is door het volharden in zijn uitzonderlijkheid en extremiteit een van de grootste successen ooit. De compositie zelf werd een nieuwe standaard in parfumcompositie met een ‘often copied, hardly equalled’-status. Platter gezegd: een melkkoe. Vreemd dan ook waarom Clarins Thierry Mugler heeft verkocht aan L’Oréal. Waarom mij niet gebeld? Het zij zo. Toch, angst bekroop veel trouwe fans: zou de cosmeticagigant recht blijven doen aan de filosofie, de erfenis en het dna (geliefde, maar even gratuite commitment-termen in beauty- en lifestylekringen) van Mugler? Belangrijker: gaat L’Oréal met de composities sjoemelen?
Terechte twijfel. Velen – inclusief Geurengoeroe – vinden het onvergeeflijk dat de originele formule van Yves Saint Laurents Opium (1977) na de overname door L’Oréal (2008) van YSL Beauté in het jaar daarop direct werd aangepast. De oude Opium zou inmiddels zoveel ingrediënten bevatten die in de loop der decennia door de IFRA als allergeen werden beschouwd waardoor het een verloren strijd was de formule te redden. Aldus L’Oréal.
Heeft me altijd bevreemd: ik ken enkele nichehuizen die ‘meeslepend’ met het Opium-thema hebben gespeeld (met name rondom het anjer- en patchoeli-thema) die nooit als allergeen zijn gekwalificeerd en dus gewoon te koop. Ik heb zelf in de hoedanigheid van mijn upycle-parfumhuis Le Bienaimé ooit bij www.skins.nl een Opium-hommage verkocht (naam Perfume State) geassembleerd uit diverse oriëntaalse klassiekers. No problem.
*Anyway, via verschillende kanalen heb ik inmiddels vernomen dat Angel en Alien wel degelijk zijn veranderd; dat de huidige versies niets meer van doen hebben met het origineel. De dochter van een vriendin was zelfs zo in de war van het bericht en daarna zo wanhopig bij het ruiken dat ze het internet is gaan afstruinen op ‘vintage’ Alien. Raar om vintage in verband al te gebruiken.
*Eerlijk gezegd, durfde ik de nieuwe versies ook niet te ruiken. Niet dat ik, bij teleurstelling, alleen maar slapeloze nachten zou hebben waardoor ik op een strikt dieet van downers verder zou moeten leven – ik kan zonder ze leven, doe het dagelijks. Maar, ik hou liever de herinnering aan een mooi verleden dan dat die wordt verpest door een ‘bewerkt heden.’ Daarnaast staan al die formule-adapties – door de industrie eufemistisch vaak verantwoord met ‘aangepast door de veranderde smaakopvattingen van de consument’ – me tegen.
De parfumindustrie is een van de meest winstgevende met over het algemeen een enorme consumentenloyaliteit. Neem als industrie die ook serieus; doe moeite om de kwaliteitsstandaard die men gewend is te handhaven en ‘verberg’ je niet achter de IFRA, de organisatie die de gebruiksnormen – van adviserend tot verplicht – voor parfumbestanddelen bepaalt en standaardiseert.
Daarom eerst: waarom worden composities naar verloop tijd aangepast? Zoals zonet aangegeven: IFRA heeft veel voor 2000 gebruikte (natuurlijke) ingrediënten verboden en dus laten vervangen door synthetische of andere aromachemicaliën. Soms overheerst ook het winstprincipe van de sector: goedkopere ingrediënten bespaart geld. Neem de klassieker L’Interdit van Givenchy – tragisch!
Wordt ook wel eens vergeten: natuurlijke materialen ooit in overvloed geoogst, worden steeds schaarser. En bepaalde onafhankelijke – vaak Europese – producenten geliefd om hun eigen concentraties van bijvoorbeeld iris of viooltje zijn in de loop der jaren opgegaan in multinationals die vaak snel ophielden met het maken van deze formules omdat ze te duur waren en daardoor de vraag steeds meer afnam. Nog eens extra gevoed door de opkomst van nieuwe, interessante en vaak goedkopere synthetische ingrediënten.
Daarom blijft het voor neuzen een uitdaging formules aan te passen. De basisregel voor hen blijft ‘veranderen zonder te veranderen’. Gelukkig zijn er ook nog die streng in de leer blijven. Na een beperking van het gebruik van kaneel stopte Pierre Guillaume met Un Crime Exotique (2007) omdat de herformulering hem niet bevredigde. Terzijde: er worden volgens mij geen restricties opgelegd van de hoeveelheid kaneel in culinaire producten – is avaleren minder erg dan opsnuiven en/of op de huid spuiten?
Daarnaast, spelen ook andere, meer subjectieve factoren een rol. Geuren veranderen, maar wij ook: na verloop van tijd verschuiven smaakvoorkeuren, letten we op andere nuances en willen die dan vaak bevestigd zien, waardoor het verschil tussen ‘toen’ en ‘nu’ duidelijker wordt.
Dan is er ‘nog zoiets als’ het geheugen: hoewel we dat vaak als iets volkomen onveranderlijks te zien, is aangetoond dat herinneringen zeer flexibel en elastisch zijn: onze hersenen zijn 24/7 (ook tijdens het slapen) aan het registreren en passen nieuwe ontvangen informatie en indrukken aan. Met het gevolg dat na verloop van tijd herinneringen kunnen transformeren, zozeer dat het beeld/de impressie dat we van iets hadden radicaal kan verschillen van de (ooit initieel ervaren) werkelijkheid.
Ook een goede ‘instinker’: het is de mens eigen te romantiseren en idealiseren. For good en – wordt wel eens vergeten – for worse. Met het ouder worden neigen we ervaringen uit het verleden en herinneringen op te poetsen, terwijl deze ‘memorabele’ ervaringen feitelijk niet zo bijzonder waren. Ik ken het van mezelf: weet zeker dat de eerste keer dat ik N 5 rook, de geur anders was dan dat ik het nu ervaar. De ‘knal’ ontbreekt – letterlijk: de heftigheid van de aldehyden in de opening bijvoorbeeld die ik toen als zodanig nog niet wist te analyseren (heb met Baghari een goed alternatief voor gevonden). Maar ik weet inmiddels ook: een eerste indruk van iets kun je niet een heel leven lang blijven ervaren, willen evenaren. Na verloop van tijd treedt herkenning op – maar goed ook.
Dat neemt niet weg dat je je rot kunt schrikken. Ik heb het bij zoveel geuren die verplicht/vrijwillig zijn aangepast. Met name bij die me dierbaar waren en/of doorgaan voor onbetwiste klassieker en met recht als kunstwerk – in ieder geval door mij – worden beschouwd. Na een herformulering, mis je de kracht, de verbeelding, de vanzelfsprekendheid. Het wordt allemaal gladder, ‘emotielozer’, minder onontkoombaar.
Neemt niet weg dat deze nieuwe versies bij een eerste kennismaking bij een ander wel tot dergelijke emoties kunnen leiden. Miss Dior, Jules, Féminité du Bois, Fleurs de Cédrat, Mitsouko, Opium, Eau de Campagne; kan nog wel even doorgaan. De allerergste schok voor mij: de allereerste geur van Cartier: de nieuwe versie Must verboden worden! Ik herhaal: de nieuwe versie Must verboden worden.
*Nu Angel en Alien. Wat ik zonet beschrijf gebeurt. De knal, het ‘hallo-hier-ben-ik’’-gevoel ontbreekt. Beide wàren geuren die zich eerder aankondigden dan de draagsters. Ik heb twee vriendinnen die Angel jaren hebben gedragen (inmiddels niet meer), en die kwamen dus echt binnen. Heerlijk! Maar dat gevoel is nu weg. Wat je in de aangepaste versies feitelijk ruikt, zijn het hart van de composities en dan ook nog eens zuiniger gedoseerd. Laten we het niet over de afronding hebben: niksig. Maar dat is inmiddels bij zóveel geuren standaard geworden. De moeder van de hierboven genoemde van Alien vervreemde dochter, is een ‘klassieke’ Angel-addict en moet bij de nieuwe versie bij de drydown aan wasverzachter denken – ze kan wel huilen. Ik moet bij de basis van veel geuren denken aan samengebalde muskwolken die dreigend ronddrijven in tax free parfumwinkels op vliegvelden.
Trouwens, sommige herformuleringen vind ik goed geslaagd: zoals Rochas’ Femme en Balmains Vent Vert. Het is minder, maar de all over-indruk van het origineel ruik je wel. Verbeterd, ja het bestaat, voor mijn gevoel: Je Reviens van Worth – het viooltje is poederig-voller en frisser.
Dat het de parfumindustrie (zeker de huizen die zich laten voorstaan op traditie en ‘respect’ voor originele formules) ook niet lekker zit, wordt wel bewezen door het feit dat er nu een prijs bestaat voor de Beste Herformulering van het Jaar – ben de exacte naam even kwijt. Hiermee worden huizen uitgedaagd en het metier van neus op de proef gesteld maar ook serieuzer genomen. Noodzakelijk wellicht in een tijd waarin artificial intelligence en algoritmes nieuwe geuren designen.
Zo puzzelde Thierry Mugler, sorry Thierry Wasser (hoofdneus van Guerlain) een tijdlang met Mitsouko – een diepe chypre met zijn kenmerkende ‘eikenmosgeraamte’. Hij zegt hierover: ‘Eén techniek maakt het mogelijk eikenmos te gebruiken zonder de allergene moleculen, atranol en chlooratranol, maar deze ‘magere’ versie heeft niet dezelfde portée als het origineel: je verliest volheid en gaat minder lang mee op de huid. Voor Mitsouko heb ik het eikenmos opnieuw ontworpen om het de consistentie van de oorspronkelijke versie te geven. Het is vakmanschap, het is koken.’ Zo kan het dus ook. Met dien verstande: heb de nieuwe versie nog niet geroken.
Er zijn van die geuren – best wel veel eigenlijk – die bij eerste kennismaking voor mijn gevoel letterlijk nergens naar ruiken. Iets vaags, zwevend tussen poederig, bloemig en iets zoetigs richting teleurstelling. Laatste komt niet door mijn te hoge verwachtingspatroon – die zit de laatste jaren sowieso al in een behoorlijke negatieve spiraal – maar juist door de verwachtingen die worden opgeroepen, maar die – zoals met zoals zoveel dingen in de fast lane of lifestyle – niet worden ingelost.
En dan slaat bij mij de twijfel toe. Om zeker te zijn dat mijn geurgevoel niet lost is somewhere down the highway, spray ik op mijn rechterpols een eau de cologne op eau de parfum-basis met altijd een flinke petit grain-injectie. Als ik daar dan volop van kan genieten en er de specifiek groen-tintelende noot uithaal, dan weet ik dat mijn neus nog in de juiste richting staat. En dan – check, dubbelcheck, driedubbelcheck – keer ik weer terug naar die vage geur and let the show/magic begin again.
Zoals Muskethanol van Aether. Het kennismakingspakketje waarin deze geur zich met vier andere bevindt, ligt al een paar jaar in mijn ‘nog ruiken’-doos. En ik loop hopeloos achter; volgens de site staat de teller van Aether – anno 2016 – inmiddels op 14. Aether – slogan Conceptual Fragrances – tapt uit dezelfde basisvaatjes als Escentric Molecules en Nomenclature, en er zullen inmiddels zich nieuwe verdedigers van deze visie hebben gemeld die de consument trakteert op smaakmakers die normaliter op de achtergrond fungeren van een totaalcompositie en an sich een compositie op zichzelf zijn.
Wil je meer weten over de filosofie ga naar www.aetherparfums.com. Hoewel vlug uit de grond gestampt – de man achter het merk is Bernard Chabot, ook verantwoordelijk voor de herlancering van Le Galion – klopt het plaatje. ‘Droge’, kille hightech-foto’s en filmpjes, maar sfeervol volgens de huidige stylingwetten plus nogal hoogdravende verklaringen gelardeerd met een knipoog. Dat laatste geldt ook voor de geuren.
Muskethanol dus. Eerste indruk: fris, beetje viezig zuur, vervolgens een beetje groen om dan musk(ethanol) te ‘worden’. Het is een aardige, maar niet zo puur single note dan je afgaand op de naam zou verwachten. Ík althans stel met bij ‘pure’ synthetische musk iets heftiger voor. Of pure stank, of pure poederigheid, of puur katoenfrisheid. Alles ontwikkelt zich tot een aangename bloemige geur waarvan de gemiddelde Ici Paris XL-klant misschien zal schrikken (gewend als die is aan clean-fresh), maar de doorgewinterde niche-neus niet echt euforisch zal maken.
Maar ik zit blijkbaar op het verkeerd spoor want dit volgens Aether ‘alcohol voor de goden’ draait niet om musk; het is een samensmelting van een cyclamenaldehye (met frisse rabarbernoot), damascenone (roos, fruit met pruim en bes en tabak). Laatste haal ik er wel uit, na langer snuiven. Maar niet de noot de herinnert aan lelietje-van-dalen: florol. Aangenaam maar niet avantgardistisch overrompelend.
Carboneum is voor mij een gemakzuchtgevalletje waarvoor zes ‘basisverleiders’ in stelling worden gebracht. Een aldehyde (denk in dit geval groene mandarijn dobberend in de zee), timberol (denk gezouten hout met animale resten), coumarine (denk hooi), methyl benzoate (denk amandel, heliotroop), evernyl (denk eikenmos), iso e super (denk ambergris). Kort maar duidelijk: de amandel overheerst heel sterk, en dan weet je direct waaraan – uit mijn hoofd – Au Masculin van Lolita Lempicka – en Castelbajac zijn charmes te danken heeft. Na een half uur zijn alle prettige jeugdherinneringen die amandel voor sommigen lijkt op te roepen verdwenen, wat resteert is donker maar clean hout.
Zou je me in principe voor kunnen wakker maken, en stop’m onder mijn neus en ik ben ‘woke’, opgewekt en vol goede zin: Citrus Ester. Eerste indruk een ouderwetse eau de cologne decennialang opgeborgen in een lade van je (over)oudtante – vergane glorie als het ware. Ook iets wrangs, een overrijpe citroen op het punt van verschimmelen. Maar dan ontwikkelt de geur zich tot een aangename, erg klassieke citrusgeur met, dat wel, heftige zuurgraad. Opvallende hoofdsmaakmakers herbac (mix van groen hout, eucalyptus, ‘nattigheid’ en munt), methyl grapefruit (alsof je’m net doormidden gesneden hebt) en rhubafurane (inderdaad).
In feite een soort eerste generatie Aqua Allegoria van Guerlain, maar dan in de stijgers. Maar dat Citrus Ester nou doet denken aan ‘de eerste dag van de wereld, een van die dagen die zich tot eeuwig lijkt uit te rekken en waarvan je niet zeker bent of er wel een tweede komt’. Zou kunnen, maar ik stel me le premier jour olfactorisch anders voor.
Hier volgt een reclameboodschap: ‘Als je synthetisch als de pest een aanbeveling vindt, dan is Rose Alcane jouw geur!’ Dit is een kille bloeiende roos (opgeroepen met het basisingrediënt rose oxide) die de winter heeft overleefd. Pak je de bevroren blaadjes dan breken ze in je handen. Clean, misschien te veel doorgeslagen naar clean in een waas van bitterzoete frisheid (het basisingrediënt oxane dat ‘groene’ passiefruit aanlengt met grapefruit). Maar het lijkt tijdens de ontwikkeling alsof de roos steeds meer achter het kille groen verdwijnt.
Beetje merkwaardig. In dit geval een aanbeveling. Anders gezegd: Yves Saint Laurent zou hem niet selecteren voor zijn jaarlijkse terugkerende Paris Premières Roses-editie. Exaltolide omschreven als ‘delicaat animaal, musky en zoet, extreem verfijnd, vasthoudend met outstanding uniformity’ – hoe vertaal je laatste twee woorden? – neem je goed waar op het eind. Beetje viezig is Rose Alcane dus wel. Mocht deze roos ergens ‘in het echt’ bloeien, dan niet in een stadstuin, maar op een boerenerf, op het platteland, waar je af en toe een zweem van mest – voor de een gruwel, voor de ander een terug-naar-de-natuur-sensatie – opsnuift.
De laatste uit het kennismakingpakketje: Ether Oxyde. Eerste indruk: vrieskist, science fiction, buitenaards maar wel meegenomen door mensen die ‘go boldy where no man has gone before’. De compositie doet geen moeite om op iets te lijken zonder referentie aan beproefde concepten. In eerste instantie dan. Want als Ether Oxyde de dampkring heeft verlaten, komen moleculen naar boven die herinneren aan hoe mooi de aarde ooit was.
Dan lijkt het op een waterige door aldehyden tot glanzen gebrachte bloemboeket. Alsof de iso E super (ambergris) in een kort wasprogramma wordt gestopt met calone (molecuul met watereffect) en voor het ‘vage bloemengevoel’ nog wat adoxal wordt toegevoegd in het spoelvakje. Adoxal geeft de geur zijn florale toets – ‘strakke’ aldehyden met strak hyper-synthetisch effect tot gevolg. En toch ruik je iets wat je kunt associëren met natuur.
Moet toch gezegd: Na Escentric Molecules en Nomenclature had ik geuren verwacht die populaire basisgeuren extremer zouden belichten richting onverdraagbaar – zoals pure rozen- en vetiveressence ook bijna niet te harden is. En dan opgetuigd met moleculen die dit idee versterken. Maar daar zit bijna niemand op te wachten; kom je toch in de buurt van artistiek, conceptueel en kunstenaarsproject. Blijft het bij een incrowdfeestje voor geurgekken en parfumparanoïden.
Grappig in de zin van interessant: de site opent met een uitspraak van Antoine de Saint-Exupéry (ja, die van Le Petit Prince en Vol de Nuit, beide ooit ook in geuren gegoten): ‘Perfectie is bereikt, niet wanneer er niet meer is toe te voegen, maar wanneer je niets meer kunt weghalen’. ‘Gevaarlijk’ zo’n principe, want ik geloof dat Aether nog wel het een en ander had kunnen toevoegen en/of weglaten bij deze geuren. Maar deze kritiek uit ik wel vaker.
Parfumproblemen van Maria. Ze snapt het niet waarom sommige geuren niet lopen: ‘Als ik ze opdoe in mijn winkel, zegt iedereen ‘wow, wat heb je in hemelsnaam op!’ En daar blijft het dan bij. Drie op een rij.
Punks in Paradise Philly & Phill (2018)
Maria van Geuren: ‘Dat sandelhout in de drydown, een herfstgeur.’
Geurengoeroe: ‘Een wierook zonder kerk die een hele leuke reis achter de rug heeft.’
The Other Side of Oud Atkinsons (2019)
Maria van Geuren: ‘Ik vind hem helemaal geweldig. Lekker die kardemom in het begin. Ik weet het, ik weet waar het naar ruikt – chai-thee.’
Geurengoeroe: ‘Helemaal geweldig. Grappig dat je die kardemom zo goed ruikt. Is dat misschien wel de grap dat met de naam bedoeld wordt dat er juist helemaal geen oud inzit, de andere kant, en dan kom je uit bij… thee.’
Porpora Tiziana Terenzi (2017)
Maria van Geuren: ‘Kijk, ik krijg echt kippenvel. Zo chic. Een echte uitgaansgeur. Sommige zeggen ‘ruikt naar sauna’… ik ben niet snel beledigd, maar…’.
Geurengoeroe: ‘Maria heeft gelijk. Portrait of Lady in overdrive. Voller, rijker, onstuimiger, ongepolijst en toch zit er een enorme chique laag onder. Zo’n geur die je graag op een feest wilt ruiken, dat je langs iemand loopt en denkt ‘mag ik even met je praten.’
HUISGEUR DIE OOK EEN AQUA ALLEGORIA HAD KUNNEN ZIJN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 08/02/20
Neus: Thierry Wasser
Het wordt voor de parfumerie steeds moeilijker om een van hun geliefde sprookjes te verkopen: de verlokkingen van exotische oorden. Plekken waar nog alles is waarnaar je verlangt of naar moet verlangen volgens reisbureaus, enthousiaste verslagen op tv, in kranten en bladen, op internet (inclusief de nieuwe verleiders, de influencers).
Het probleem: veel verweg-paradijzen komen steeds dichterbij (iedereen kan er tegenwoordig naar toe) en hebben hun oude glans verloren die ze meestal danken aan de tijd dat reizen nog echt een elite-aangelegenheid was.
Nog een ding: bij nadere beschouwing blijken sommige exotische oorden ook op een andere manier veranderd. Worden bijvoorbeeld bedreigd door menselijke activiteiten – denk aan de aanhoudende uitbreiding van palmolie-plantages waarvoor regenwouden worden gekapt (vaak ook nog eens illegaal als je ngo’s gelooft) en de aldaar duizenden jaren levende flora en fauna het onderspit dreigen te delven.
Is het dan wel zo slim om daar een geur naar te vernoemen? Met name door parfumhuizen die sinds een paar jaar ernaar streven om de aarde (en wat er nog over is aan natuur) zo min mogelijk te belasten. Heb je die intenties, dan is het op zijn minst (wereld)vreemd om bedreigde gebieden op een etiket te plakken van een geparfumeerd product. In dit geval een geurkaars/homespray: Forêt du Sumatra.
Ben ik de enige die onder meer door berichten van het Wereldnatuurfonds – die ik af en toe op www zie voorbijkomen – bij het regenwoud van Sumatra direct moet denken aan bedreigde oerang-oetangs? En bij Bois des Indes (naam van een andere Guerlaingeurkaars/homespray op basis van sandelhout en jasmijn) dat juist in India door wildkap sandelhoutbossen in hun voortbestaan worden bedreigd?
Wat ik maar wil zeggen: bezint eer ge begint, voor je het weet heb je de hele goegemeente over je heen als je uit onwetendheid een veronderstelde foute naam bedenkt, een dito fout ingrediënt gebruikt, je niet houdt aan de aan jezelf opgelegde criteria. Want de waakzame, steeds vaker boos wordende consument, wordt ook steeds mondiger en weet via internet makkelijker medestrijders te vinden.
Opvallend: ‘rondom’ Forêt du Sumatra heeft zich voor zover ik weet nog geen actiegroep verzameld, terwijl het volgens mij zeker wat mediamomenten zou kunnen opleveren met de juiste contacten. Is volgens een mij kwestie van dat veel actiegroepen vaak niet verder kijken dan hun…
Laat je je door bovenstaande wel of niet beïnvloeden? Ik niet echt, vindt de naam alleen ‘een beetje dom’ gekozen. Bij Guerlain weten ze ook, hoop ik althans, dat het in de regenwouden van Sumatra ook niet meer allemaal oer en ‘puur natuur’ is. Mocht een actiegroep opstaan, dan zou ik als ik Guerlain was een (flink) gedeelte van de opbrengst van Forêt du Sumatra direct doorsturen naar een stichting die zich het lot van de bedreigde oerang oetans en ander fauna aantrekt. Iedereen tevreden.
WAT FORÊT DU SUMATRA IK EIGENLIJK?
Zou Thierry Wasser het regenwoud van Sumatra een keer bezocht hebben? En deze impressies aan de pr-afdeling hebben doorgegeven? ‘Diep in het hart van het Indonesische regenwoud, onthult zich een onontdekte natuurlijke wildernis. Zonlicht spat op bodem, de weelderige vegetatie wekt elk zintuig, terwijl flarden patchoeli en cederhout samensmelten met de geur van vochtige aarde onder de voeten het pad effectief vervaagt.’
In ieder geval: deze interieurgeur is voor mij meer Guerlain dan bijvoorbeeld de volledige La Petite Robe Noire-collectie. Forêt du Sumatra zweeft tussen eau de cologne en eau de toilette, en fuseert ook heel goed met de huid. Zweeft als een warme wolk vol met exotische details met de nadruk op zoet, oosters zoet met een licht gourmandaccent, door de ruimte. Je moet trouwens goed door ruiken om ylang-ylang en jasmijn te ontwaren. Zou het komen, omdat het juist een ambiancegeur is, dat de zoetmakers sneller de overhand nemen: tonkaboon en vanille in dit geval. En de bloemen daardoor op de achtergrond blijven. Want van een piramide-opbouw is geen sprake.
Het hele recept komt vanaf de eerste spray in een keer ‘binnen’. De donkere noten, zwarte thee en mos, meen ik een beetje te bespeuren, geven een randje aan het zoet. Wat mij betreft had Forêt du Sumatra ook een recente Aqua Allegoria kunnen zijn, want die worden ook steeds poediger, witte ‘muskier’ en lichter en minder gedecideerd van toon.