KLASSIEKE CEDERHOUTGEUR
VAN KLASSIEK PARFUMHUIS
Jaar van lancering: 2009
Laatst bijgewerkt: 14/04/2010
Neus: onbekend
Een van de oudste parfumhuizen – anno 1774 – keert met een geurkwartet terug naar de essentie van mannengeuren. Vetiver, Epices, Cuir en Cèdre vervelen niet, maar verbazen doen ze ook niet (echt). Goed voor mannen die, moe van alle toptiengeuren, meer willen.
Zeg maar, een rijpere meer volwassen geurervaring zonder dat de presentatie het pure ruiken te veel in de weg staat. Voor kenners voor wie dit al de normaalste zaak van de wereld is, zullen na ruiken beamen dat de geuren ‘niet verkeerd’ zijn, maar ook niet meer. Geldt ook Cèdre. Toch blijft het interessant om te ruiken, hoe een parfumhuis ‘puur’ cederhout interpreteert.
Deze conifeersoort is verwant aan de den en de spar, waarmee hij de kegelvormige groeiwijze gemeen heeft. Hij komt van nature voor in de westelijke Himalaya en het Middellandse Zeegebied. Niet alleen is de boom in de parfumwereld geliefd om zijn harmonieuze geur – de olie wordt gewonnen uit houtsplinters en zaagsel, en laten een warme en volle indruk na – maar ook omdat hij het vermogen heeft om andere geuren te fixeren. Uit de tientallen cederboomsoorten (die afhankelijk van de soort zoet tot ‘zuur’ kan ruiken) worden de Cedrus atlantica (voornamelijk gekweekt in het Atlasgebergte), Juniperus virginiana (Virginia)) en Cedrus libani (Libanonceder) het meest in parfums verwerkt.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Cèdre is als ‘een boswandeling langs cederhout (foto), sandelhout en musk-harmonieën’ die fris van start van gaat met bergamot en bes (onduidelijk welke). De wandeling wordt voortgezet langs een haag van jasmijn en iris. Pas in de basis ‘verraadt’ de geur zich. Ofwel, het cederhout ontplooit zich met sandelhout, patchoelie en musk. Warm, volledig, zonnig. Zoals gezegd: klassiek mannelijk. Nog niet gezegd: elegant.
RUIK & VERGELIJK
Puur cederhout kan warm, zonnig, kruidig en natuurlijk houtig ruiken. Zelfs een beetje zoetig. Wat wel duidelijk is: wordt gezien als typisch mannelijk. En dat vond Serge Lutens maar niks. Zijn Féminité du Bois (tot 2010 verkocht onder de naam Shiseido) maakt voor het eerst hout vrouwelijk. ‘Zoethoutig’ zeg maar.
(Ceder)hout voor de vrouw:
Serge Lutens Féminité du Bois (1992)
Dior Dolce Vita (1994)
(Ceder)hout voor allebei:
06130 Cèdre (2003)
Serge Lutens Cèdre (2005)
Giorgio Armani – Armani Privé – Cèdre Olympic (2009)








Wanneer spreek je anno 2010 van een goed parfum? Voor mij: als je het qua sensatie en gevoel terugbrengt naar de periode toen het samenstellen van parfums werd gezien als een kunstproces en gevrijwaard was van marktconforme wetten: de jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw. Creativiteit, fantasie en vakmanschap stonden toen in dienst van een hoger doel: het vervaardigen van parfums die minder inspeelden op het snobappeal van de koper, maar des te meer op zijn olfactieve behoefte. Kortom: parfums die emoties oproepen die nauwelijks onder woorden kunt brengen. Gewoon ‘stil genieten’.
Deze roos is ‘ruw’ en elegant tegelijkertijd. Komt – na de opening van bergamot, citroen en clementine – door de fusie van een chypre (ongepolijst groen) en een oriental (zacht, fluwelig) die een originele koers neemt door de verwerking van laurier, kaneel en geranium met roos in het hart. De eerste maakt haar donker, de tweede zoet en de derde groen. En al deze facetten worden versterkt door de basis van patchoeli (donker), cistus labdanum (aards-dierlijk) en vanille (zoet), eikenmos en vetiver (groen, aards).










