Soms kun je met een geurbeschrijving niet meer doen, dan citeren uit het persbericht. De reden: weinig aan toe te voegen. Geldt ook voor Sun Eau de Soleil. Jil Sander, of beter gezegd Coty, de licentiehouder, schrijft trots: ‘Niets geeft het fantastische gevoel van de zon zo goed weer als Jil Sanders Sun. Miljoenen vrouwen dragen sinds de lancering in 1989 deze zomerse geur. Geen wonder dat het direct een klassieker werd’.
Niets aan te toe voegen, misschien alleen dat voor je het predikaat klassieker op een geur kunt plakken een aantal jaren overheen moeten zijn verstreken. Ben ik nu een kniesoor? Ook niets aan het volgende toe te voegen: ‘Jil Sander Sun is dé geur van de zomer. Een vleugje frisheid met warmte en energie. Een geur die zon uitademt. Het stimulerende gevoel van de zomer, gevangen in een geur die we het hele jaar gebruiken, heeft er voor gezorgd dat Sun al meer dan 20 jaar een cultgeur is.
Laatste betwijfel ik. Heeft te maken met het feit dat het woord ‘cult’ voornamelijk wordt gebruikt om een bepaalde, kleine groep in de maatschappij aan te duiden – niet miljoenen vrouwen. Ben ik nu een kniesoor?
‘Om deze zomer extra te genieten, lanceert Jil Sander een frisse(re) variatie: Sun Eau de Soleil’. Een gelimiteerde oplage die ‘direct bij het aanbrengen een gevoel van vrolijkheid en welzijn oproept’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Nou dat laatste klopt. Niet zo vreemd. De vrolijkheid ervaar je vanaf het eerste moment. En wel door bergamot en citroen. Die geven Sun Eau de Soleil een scherp-frisse opening (cologne-effect) dat versterkt wordt door rode grapefruit in het hart, waar de zon pas echt begint te schijnen.
Gesymboliseerd door sensueel en exotisch frangipani in combi met de zachte geur van lotus. De basis is als de warmte die je op de huid voelt na een zomerse dag, opgeroepen door ‘kostbare houtsoorten’, musk en vanillezoet heliotroop.
De geuren uit de Nature always wins-collectie 2011 zijn olfactorische reizen door ‘adembenemend en spectaculair Canada’. Dus: ‘ongerept en authentiek door prachtige bergen, donkere bossen, langs kristalheldere beken en onverkende oceaandiepten’. Eindigend waar de inspiratie vandaan komt: de elementen die de Canadese landschappen begrenzen en ‘verlichten’ – wind en licht. En toch ‘onverschillig en ongrijpbaar, warm en koud, zilver en goud’. Voor hem He Wood Silver Wind: een zilveren bries. Voor haar She Wood Golden Light: een geur badend in gouden licht.
In He Wood Silver Wind waait de Canadese wind over grootse open vlakten, laat zilveren sporen achter op eeuwenouden bomen in ongerepte bossen. Het door wind veranderde hout – van bruin naar antraciet – bepaalt in essentie het geurkarakter: een samensmelting van zilver-, wind- en houtnoten. Dean en Dan dragen de derde geur uit de Nature always wins-collectie op aan mannen die zich verbonden voelen met de natuur. Geldt ook voor vrouwen. She Wood Golden Light: ‘Gouden zonnestralen liefkozen indrukwekkende bomen, versterkt de natuurkleuren, creëert een zintuigprikkelend spektakel van schoonheid met krachtige en verleidelijke geuren. Invloeden waar hout een gouden energie geeft en de essentie van de geur vormt’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
He Wood Silver Wind openbaart zich in zilver (opening), wind (hart) en hout (basis). Zilver staat voor een ‘regenererende frisheid’ die toch anders is. Geen bergamot, citrus en dergelijke maar zonnig lavendel, ‘bittergroen’ salie met rokerig wierook. Anders, origineel en krachtig. Waarmee te vergelijken? Volgens Dean en Dan met de zilveren strepen in de lucht boven Canadese bossen. In hart waait de wind transparant, energiek en krachtig. Ook weer anders dan je verwacht. Geen bloemen en ozonachtige nuances, maar kruidig en stroef nootmuskaat ondergedompeld in musk. Waarmee te vergelijken? Volgens Dean en Dan met de eindeloze Canadese vlakten waar de wind vrij spel heeft.
De afronding is hout verweven met sensuele, oosterse noten. Ofwel cederhout, vetiver, amber en vanille die samen ‘intrigeren en omarmen’. Geen doorsnee, geen typische frisse zomergeur. Komt door de warm-rokerige wierooknoot die He Wood Silver Wind de allure van een nichegeur geeft.
Intrigerend is ook She Wood Golden Light. Waarom? De totaalcompositie levert een andere ervaring op afgaande op de ingrediënten. Ik meen een duidelijke jasmijnnoot te herkennen, maar dat blijkt na de ‘energieke en onstuimige opening’ van citroen, oranjebloesem en (maar vooral) neroli (net zoals jasmijn wit, net zoals jasmijn zwoel van karakter) te zijn. Laatste twee neem je direct waar en het bloemige aspect hiervan loopt mooi over in het hart waar het vanillezoete heliotroop niet al te uitbundig bloeit op een bedje van ‘comfortabel’ musk.
In de afronding openbaart zich het ware karakter van She Wood Golden Light met ‘een intrigerende aanwezigheid’. Hout dus. Vetiver, cederhout, ‘amberachtig’ hout gebundeld tot een warm-sensuele sensatie. Toch blijft de transparante bloemennoot duidelijk present.
Geen hoe en waarom. Geen inspiratie. Geen slogan. Burberry lanceert zonder woorden Sport Ice for Women en Sport Ice for Men. Een ijskoude interpretatie van de vorig jaar verschenen sportgeuren. Het zijn limited editions met een ‘extraatje’. Om de flacon zit een rubberen polsbandje met daarop het Burberry-logo. Zwart voor hem. Wit voor haar.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sport Ice for Women – samengesteld door Olivier Polge en Béatrice Piquet ook verantwoordelijk voor Sport Woman – start fris en kruidig met gember, bevroren mandarijn ‘beplakt’ met ijskristallen. Het hart ruikt hetzelfde als Sport Woman, dus lieftallig en bloemig door tederzoet magnolia, ‘honingfris’ kamperfoelie en de groenfrisse noot van petitgrain.
De afronding combineert musk en cederhout met de sensatie van ‘warm zand’. Eindresultaat: je ruikt de gember goed waar doorheen je langzaam maar zeker de fris-bloemige sensaties waarneemt. En de geur is inderdaad ‘stukken kouder’.
Sonia Constant, Nathalie Gracia-Greco en Antoine Maisondieu (verantwoordelijk voor Sport for Men) werkten ook samen aan Sport Ice for Men. De geur kent een bijna dezelfde ijsfrisse sensatie als de vrouwelijk versie, alleen zonder bloemen.
Eerst een energieke uitbarsting van citrus ‘beplakt’ met ijskristallen die overgaat in het hart vol bevroren gember omringd door ‘zeewind’. De basis brengt rust met een ‘harmonie’ hout, amber en musk. Eindresultaat: een ijs-prikkelende (ook hier ruik je de koude gember goed) geur met zachte landing.
Ik heb het vermoeden dat Miller et Bertaux vaak naar India afreizen om inspiratie op te doen. Ze zijn natuurlijk niet de enige ontwerpers. Heel wat creatievelingen en gewone boeren, burgers en buitenlui zoeken vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ‘de grootste democratie ter wereld’ op om zich te bezinnen op hun verstarde westerse denkpatronen. Bevrijd en blij komen ze terug (soms bleven ze steken in een commune) om hun vernieuwde inzichten te delen.
Alleen, deze verrijking verwerken in geuren dat deden weinig tot nu toe. Je laten inspireren voor een geur door India is wat anders dan daadwerkelijk de geuren van het land verwerken. Nou, bij Shanti Shanti doet het dus niet alleen qua naam, ook qua inhoud. En dat wordt met veel licht en ‘verlichting’ gedaan.
Shanti is afkomstig uit het Sanskriet (uit het heilige boek Atharva-Veda) en betekent rust, innerlijke vrede en ‘ik groet het licht in jou’. Twee keer uitgesproken, twee keer meer kans om deze gewenst gemoedstoestand te bereiken?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Lang geleden, voordat ik zelf naar vertrok, kreeg ik van een vriendin die ook naar India was gegaan ‘om zichzelf te vinden’ bij terugkomst een sierlijk houten kokertje met daarin een rozenattar. En die lijkt ‘als twee druppels’ op Shanti Shanti, een aangename geur omdat de roos (in dit geval de Bulgaarse variëteit) niet te overweldigend wordt.
En dat komt door de combinatie in de basis met melkig sandelhout – een geliefde parfumcombinatie in ‘simpele’, lokale Indiase geuren. Verder aan ‘typische’ Indiase ingrediënten: kardemon (neem je lichtjes waar – op de foto) en patchoeli (idem).
Voor de zachte noot staat de iris garant en voor het licht ‘opheffende’ effect, roze peperkorrel. Mooi, elegante en serene roosgeur met hoog rustgevend gehalte.
RUIK & VERGELIJK
Weet het even niet. Dit is zo’n geur die door zijn ongeveinsde, maar klassieke uitstraling een beetje uit de gratie is geraakt. Parfums Montale heeft er ook een paar in de aanbieding, maar die zijn weer zo overweldigend wat de roos betreft. Daarom de eerste geur die ik van Miller et Bertaux heb beschreven.
De herkomst van deze humoristische/cynische naam is niet van Andy Warhol zelf, maar genoemd naar een artikel in het magazine Glamour waarvoor Warhol een van zijn eerst betaalde illustraties maakte in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Pas in de jaren tachtig – toen het grote, brutale en vaak scrupuleuze zaken doen verheerlijkt werd; denk Donald Trump, de film Wallstreert en de tv-serie Dynasty – zou de kunstenaar zelf ervaren wat het is om succesvol te zijn in New York en de rest van de wereld.
Voor hem werd het dollarteken het ultieme symbool succes, aanzien en van ‘onze’ constante jacht op het grote geld. En dus begon Warhol ze aan de lopende band te ‘drukken’ op canvas en papier. Je ziet de Warhol-dollars nu ook terug op de flacons van Success is a Job in New York als ‘hommage aan de jaren tachtig-idealen van succes en het grote geld’, aldus Laurice Rahmé oprichtster van N°9 New York (meer weten zie: Bleeckerstreet). Ze besloot tot deze naam omdat volgens haar geld het enige ding is waar het iedereen altijd aan ontbreekt over de hele wereld. En nu met de crisis helemaal. Neem daarbij het tekort aan banen: ‘Op deze manier geven we iedereen het’.
Is dat niet cynisch in deze economische verwarrende tijden? Rahmé: ‘Andy Warhol was erg beroemd en werd erg gewaardeerd om zijn unieke gevoel voor humor. Ik geloof we juist op dit moment mensen moeten helpen om ze te laten lachen, en waarom niet grappig zijn tijdens moeilijke tijden’. Belangrijk is het volgens Rahmé dat Success is a Job in New York ons herinnert aan overvloed en gemak tegelijkertijd, en herinneringen terugbrengt van die goede oude tijd. Tja.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En wat doe je dan als neus? Je stelt een geur samen op basis van het gourmandprincipe. Warm, ‘eetbaar’ en comfortabel als een doos fijne bonbons, fluwelen hoofdkussens, een kasjmier sweaters of grandes foulards. Nou dat is Success is a Job in New York. Sterker: het is een pittige maar supersensuele en superzachte caramelsensatie – right in the face – waarachter zich bloemen en groene noten verbergen.
Nadeel van gourmandgeuren is vaak dat ze, onbedoeld, veel maskeren. Niet makkelijk om vooral het bloemenhart (jasmijn, tuberoos, roos) goed te nemen. Moet je even de tijd voor nemen. Je wordt als het ware bij opening direct naar de basis van pruim, patchoeli, amber en heel veel vanille (foto) getrokken. Dat is aangenaam. Vooral bij grauw weer. Open haard aan, kaarsje aan, glaasje port binnen handbereik, kasjmierdeken om en Success is a Job in New York.
Eenmaal op langer de huid dan ontdek je dat de zoetheid van de vanille meer gelaagd is, wordt getemperd door een aangename kruidigheid van peper, koriander en kardemon. En ontdek je ook de lichte mandarijnnoot die door de geur dwarrelt. Het opgevoerde bergamot ontgaat me. Zit Success is a Job in New York nog langer op de huid, dan komen de bloemen sierlijk uit de caramel tevoorschijn.
RUIK & VERGELIJK
Voor mij is Success is a Job in New York een neo-chypre door zijn nadruk op vanille en patchoeli in de basis ‘verwarmd’ door amber.
Parfumerie Générale 05 L’Eau de Circé (2004)
Serge Lutens Chypre Rouge (2007)
Guerlain – Les Elixirs Charnels – Chypre Fatal (2008)
Lancôme Hypnôse Senses (2009)
Guerlain – Un Parfum, Une Ville – Paris-New York (2009)
‘Hij is new wave, maar dan op de old school-manier’. Zegt Joop! over het gebruikersprofiel van de Splash-man. Ik weet niet precies wat ik me hier bij moet voorstellen. Ik denk bij new wave aan de muziekstroming begin jaren tachtig (van de vorige eeuw) met de bijpassende kledingcodes: zwartwit en geïnspireerd op de rock & roll van de jaren vijftig. Denk The Specials… ‘one step beyond’. Misschien is het de uitdagende manier van deze ‘sexy, urban enthousiasteling die aangenaam brutaal, gedurfd een uitdagende attitude laat zien’. Het geeft hem in ieder geval volgens Joop! een voorsprong. Verleidelijk is hij zeker, en deze door velen jonge mannen gewilde uitstraling wordt nog eens versterkt als hij Splash op zich splasht: een sensuele adrenaline, een uitbarsting aan energie en frisheid komt dan vrij.
Dat maakt hem volgens Joop! ‘zelfverzekerd en roekeloos… hij vraagt zich constant af hoe ver hij kan gaan’. En dat wordt uitgebeeld in het verhaal bij Splash: het is extreem heet de stad, dus gaat de Splash-man op zoek naar verkoeling. In een hotel. Vrouwen kijken hem na omdat hij dat overdonderende iets in zijn tred heeft. Maar geen airco in het hotel. Ook geen stromend water in de douche, maar goed dat er Splash is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Leuk omschreven: Splash is zo ‘fris en krachtig als een golfbreker op een snikhete zomerdag’. Technisch omschreven: ‘verbazingwekkend gestructureerd, energiek en contrasterend geurenpalet dat al pulserend de ruwe emoties versterkt’. Opvallend: de lichtgroene toets van de geur die lijkt te borrelen en te bruisen als zuurstofbellen (pakkend verbeeldt door de flacon). Opgeroepen eerst door wild ‘cassowary’-fruit (dat voornamelijk wordt gegeten door de vogel met dezelfde naam). Hoe dat ruikt, is mij onbekend… ik ga uit van groen. Maar dat kan ook de ‘krokante mix van groene koriander’ zijn.
Fris-groen, groen-fris is Splash zeker. Met name in het hart door calypsone – een synthetisch ingrediënt dat de geur van lelietje-van-dalen en meloen ondergedompeld in een ozonbad combineert. Nog meer fris-groen genot. Nog groener wordt het met kardemon. Dit alles wordt afgerond met cederhout en cistus labdanum. De eerste geeft Splash zijn mannelijke touch, de tweede garandeert een lichte dosis sensualiteit.
RUIK & VERGELIJK
We gaan terug in de tijd. We gaan terug naar de eerste geur van Wolfgang Joop!
Of ze echt bestaan heeft, daar zijn historici het nog steeds niet over eens: de koningin van Sheba. Over haar wordt geschreven in de Hebreeuwse bijbel, het Nieuwe Testament en de Koran. In het laatste heilige boek wordt ze Balkiss (of Balqis) genoemd. Eén historicus – Titus Flavius Josephus – weet haar bijna exacte geboortedatum: 5 januari 1000 v. Chr. Ze regeerde over Arabia Felix (het huidige Yemen) en zou eens met groot gevolg en met karrenvrachten vol geschenken naar koning Salomon van Israël zijn gereis om te luisteren naar zijn wijze woorden. De ene historicus zegt dat ze geliefden werden, anderen bestrijden het. Kortom, ze blijft in mysteriën gehuld, en dat verklaart waarom haar naam ook nu nog tot te verbeelding spreekt. En als je de naar haar vernoemde ouverture hoort van Georg Friedrich Handel, dan denk je bijna dat ze zowaar voorbij komt in haar grootse staatsie….
Want noem haar en het grote sprookjesboek opent zich vanzelf, ook in de wereld van geuren: ‘Er was eens een neus – Céline Ellena – die een chypre wou maken, alleen was ze een beetje ontrouw. Ze besloot namelijk om de traditionele eikenmosnoot in de basis – ook wel bekend als evernyl – te vervangen door het groen van viooltjesblad. Zouden de klanten het geloven en met Sublime Balkiss weglopen? Nou geurengoeroe wel, al was het alleen maar omdat Sublime Balkiss een zeer goed geslaagde exercitie is, want…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… direct bij aanbrengen krijg je al een all over-impressie van een oude chypre (heel knap gedaan) om vervolgens een glimp op te vangen van de donkere en aardse patchoeli- en groen viooltjesblad-basis. En dan, heel merkwaardig, word je in Sublime Balkiss ondergedompeld in een bad van braam, zwarte (cassis) en blauwe bes. Zelfs paarse bes, maar die bestaan volgens mij niet. Jezus, wat lekker. Nog nooit zo rijk, nog nooit zo overvloedig bes geroken. Zoet, donker, beetje likeurachtig – crème de cassis.
En dit gaat heel mooi samen met de zoete centifoliaroos (rosa damascena). De bloemige frisheid van de sering neem ik lichtjes waar, maar die wordt – eerst – een beetje overschaduwd door de roos en later door de aardse noten van de basis, maar kun je na verloop van tijd toch duidelijk onderscheiden.
Céline zegt voor Sublime Balkiss twee soorten patchoeli te hebben gebruikt. De klassieke soort en een nieuw ‘uitgepuurde’ versie die een lichte cacoanoot zou hebben. En dat verklaart wellicht de zoetheid – ook in de afronding – die een beetje aan vanille doet denken.
Je ruikt allerlei herinneringen aan geuren: een beetje Angel van Mugler (1992) wat betreft de ‘cacoa-patchoeli’, een beetje Midnight Poison van Dior (2007) wat betreft de roos en patchoeli. Zelfs een beetje de geur waar voor het eerst de zwarte bes in zulke grote hoeveelheden werd gestopt: Hermès Amazone Eau de Fraîcheur (1996). Toch staat Sulbime Balkiss eigenzinnig op zichzelf. Volgens mij een nieuwe klassieker in wording.
RUIK & VERGELIJK
Dat Céline Ellena ‘stiekem’ geen eikenmos wou gebruiken voor een chypre, heeft te maken met het feit dat eikenmos nauwelijks nog gebruikt mag worden in geuren, vanwege kans op huidirritatie (1ml op de 100ml). En ze is niet de enige. Steeds meer huizen richten zich op de nieuwe chypre – ook wel roze/neo chypre genoemd – waarin de het eikenmos wordt vervangen door patchoeli, iris, vanille en harsen. Zoals recent:
Weer zo’n merk dat ik al lang geleden had moeten behandelen. Maar het kwam er niet van. Hoewel ik ooit twee flacons kreeg toegestuurd die verloren zijn gegaan. De reden: de presentatie. Een beetje pover in vergelijk met de ‘rest’ die de twee mensen – Marina Sersale en Sebastián Alvarez Murena – achter het label ook doen: runnen van het vijfsterrenhotel Le Sirenuse in Positano op Amalfi in de Middellandse Zee. Had ik daar doorheen kunnen kijken, dan had ik al langer kunnen genieten van geuren die worden gewaardeerd om hun eigenzinnige niche-verfijning.
De twee mensen: Sebastián Alvarez is Argentijn. Op zijn visitekaartje staat journalist en entrepeneur. Dat laatste doet hij onder andere met Marina Sersale (voormalig filmmaker en -producent) voor Le Sirenuse. Zij is dochter van een van de vier adelijke Sersale-broers die in 1951 besloten hun 18de eeuws familiepaleis te veranderen in een hotel, dat nu geldt als ‘de essentie van Italiaanse stijl’. Om het vijftigjarig bestaan hiervan te vieren, werd te midden van alle feestelijkheden een geur onthuld: Eau d’Italie. Een enorm succes, dus werd naam van de geur, naam van een nieuw parfumhuis.
Sienne l’Hiver is een romantisch. Wil zeggen: het wil beelden oproepen van van Siena, de ‘historische’ stad in Toscane met zijn rijke verleden, tijdens de winter. Je ruikt geen citrus, cipres vermengd met bloemen. Het lijkt een geur ‘achter gesloten deuren’. Het leven op straat is tot stilstand gekomen. En besluit je dan een wandeling te maken door de verlaten straten, dan ruik je – als het goed is – een melange van zachte, aardse en zelfs een beetje muffe (gunstig in dit geval) noten lichtjes verwarmd door de winterzon. Verdiep je je meer in Sienne l’Hiver, dan merk je dat je een nieuwe, niet vaak geroken sensatie opsnuift die ik niet anders kan omschrijven dan ‘hartig gourmand’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Misschien denk je: ‘Wat is hier zo bijzonders aan?’ De reden: Sienne l’Hiver is onbestemd en ‘onduidelijk’ omdat het geen gebruik maakt van duidelijke herkenbare en bekende ingrediënten en niet wil opvallen met goedkope knaleffecten. Het geheim van Sienne l’Hiver volgens mij: de combinatie van iris (stroef-zacht, poederig) en wierook (rokerig en melkachtig) ‘zacht gemaakt’ door witte truffel (foto). De neus gebruikt voor laatste dimethylsulfide, ofwel een chemische verbinding van maïs, kool, rode biet en zeedieren en -planten. Het effect: een ‘ongename’ geur die ruikt naar gekookte kool (heb ik nooit vies gevonden) en soms gebruikt als smaakmaker in de voedselindustrie.
Interessant: iris en wierook bedekken deze ‘koolgeur’ waardoor een aardse geur overblijft die je associeert met paddenstoel en truffel. Die een sensueel-warme en romige ondertoon krijgt door witte musk, cistus labdanum, hooi (ofwel coumarine) en guaiac (hout ruikend naar roos en viooltje).
De fris-groene opening met geranium, ‘varen’ en viooltje in de opening verdwijnt snel. Laatste bloemeke komt trouwens wel terug als Sienne l’Hiver langer op de huid zit, mede dankzij guaiac. Merkwaardig: volgens de ‘gevaarlijke’ en invloedrijke perfume critic Chandler Burr van The New York Times zit in Sienne l’Hiver ook mimosa en natuurlijk civet. De eerste zou volgens hem verantwoordelijk zijn voor het ‘oily green-and-black-olive aroma’, de tweede voor ‘right touch of the sweaty armpits of the merchants and traces of leather from the guards’ saddles and the sweat in their horses’.
Mimosa ruik ik niet echt, wel een heel licht-bloemige noot. Civet idem. Of in zulke kleine hoeveelheden en getemperd door de overige ingrediënten, zodat het waarlijk animale effect verloren gaat. Het is volgens mij het ‘officieel’ opgevoerde cistus labdanum. De hars van het zonneroosje met haar ambergris-achtig parfum. Eén ding is zeker: als ik zoveel woorden nodig heb om een geur te beschrijven, dan kun je er vanuit gaan dat we met een belangrijke te maken hebben. Sienne l’Hiver valt voor mij in de categorie Klassiekers van de Toekomst.
RUIK & VERGELIJK
Ik heb al eerder een paddenstoel-truffel-ervaring gehad in een geur. Ook van Italiaanse makelij:
Haar geur onthult haar sensualiteit. Haar geur onthult haar vrouwelijkheid. Haar geur onthult haar aantrekkingskracht. Haar geur onthult haar elegantie. En die is mysterieus en verleidelijk. Dat laatste is het nieuwe facet dat de Jil-vrouw vanaf nu onthult en waarmee ze haar extraverte (en dus sensuele) kant toont. Hoe kun je de draagster van Sensual Jil het beste typeren?
Dit zegt het persbericht: ‘Hoewel ze volop van het leven geniet behoudt ze ook hier haar mysterieuze uitstraling’. Geurengoeroe zegt: ‘Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten’. Maar dit terzijde. Sensual Jil wordt gelijk Jil belichaamd door Julia Restoin Roitfeld – dochter van de hoofdredactrice van de Franse Vogue (Carine Roitfeld) en nu een van de meest geliefde modellen wat sensuele uitstraling betreft. Mooi en aangenaam als je naar haar kijkt: ‘De kleding die ze draagt benadrukt de natuurlijke schoonheid van haar vrouwelijke lichaam – onmiskenbaar maar met respect’. Terzijde: ik kan het woord respect in combinatie met glamour, mode en lifestyle niet meer horen…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sensual Jil is ‘gecomponeerd rond de moderne identiteit van de orginele Jil’. Het grootste verschil: minder ‘helder-bloemig’, minder fris in de opening door de zachte verfijning die Olivier Polge met de ingrediënten gebruikt om tot deze Jil Sander-sensualiteit te komen. De neus hanteert ook hier weer zijn less is more-benadering van geuren. Eerst de zoetsappige noot van braam. Opvallend: hierdoor heen ruik je de houtnoot van Sensual Jil in de basis direct op de achtergrond. Het hart wordt verrijkt met een gulle dosis van het superzachte, superlieflijke naar vanille neigende heliotroop. Eveneens een gulle dosis hout-aards patchoeli in de basis. Met andere woorden: een mooie ontmoeting tussen zoetbloemig en ‘zachthoutig’.
Modellen: Brenda Costa, Shalom Harlow, Gabrielle Lazure, Fernanda Tavares, Natalia Vodianova, Heather Stewart White en de Nederlandse Linda (weet haar achternaam niet meer ze staat op de foto onderaan)
Artistic direction: diverse groten
Oeps! Denk je dat je een van de meest legendarische parfums al lang geleden hebt beschreven. Niet dus! Bij deze. In de parfumwereld worden kreten als romantisch, zwoel en sprookjesachtig veelvuldig gebruikt om parfums – maakt niet uit welke – aan te prijzen. Het zijn inmiddels zulke uitgeholde begrippen geworden die nog maar weinig mensen echt serieus nemen. Dat is jammer voor parfums op wie deze omschrijvingen wel van toepassing zijn. Shalimar van Guerlain bijvoorbeeld, een van de grootste oriëntaalse parfums van de vorige eeuw.
Shalimar betekent in het Sanskriet ‘tempel der liefde’ en is tevens naam voor de sprookjesachtige tuinen die Sjah Djahan, groot mongul van India (1627-1657), uit liefde voor zijn favoriete vrouw Muntaz Mahal naar haar dood liet aanleggen. Shalimar was een stukje hemel op aarde waar Muntaz Mahal en Sjah Djehan elkaar te midden van zeldzame bloemen, fonteinen en marmeren terrassen na de dood weer samen ontmoetten… wat liefde al niet teweeg kan brengen. Dit romantische gegeven inspireerde Jacques Guerlain tot het gelijknamige parfum dat hij in 1925 voltooide. Shalimar, een geurige ode op de liefde, is de geschiedenis ingegaan als hét klassieke voorbeeld van een oosterse geur. Veel populaire parfums zijn Shalimar dan ook schatplichtig.
Shalimar was voor de officiële introductie al un succès fou. Toen Raymond Guerlain en zijn vrouw met de oceaanstomer Le Normandie naar de Verenigde Staten reisden, waren Amerikaanse passagiers zeer enthousiast over de geur die mevrouw Guerlain op had. Zo enthousiast zelfs, dat het gerucht de ronde deed dat er in Parijs in nieuw parfumhuis was geopend: Shalimar.
Wat zeker aan de wereldwijde faam heeft bijgedragen is de schitterende flacon. Zo worden ze tegenwoordig nog maar zelden gemaakt: vrouwelijk en verfijnd. Ook dit zijn cliché’s, maar in de ware zin van hun betekenis zeker van toepassing op het best verkochte parfum – dat sinds 2002 in een nieuwe flacon is gegoten – van Guerlain. Onlangs werd Jade – dochter van Mike – Jagger gevraagd (model, sieraadontwerpster, party-organiser, interieurstyliste) om haar visie op de beroemde flacon te geven. En die komt gelukkig heel dicht in de buurt van het origineel.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Simpel in opbouw, maar zoals het een goed parfum betaamt, geeft Shalimar zich langzaam prijs. De geur opent met bergamot – fris en bloemig tegelijkertijd. Vervolgens zijn het roos en jasmijn beneveld met iris-akkoorden, die voor een poederachtige verfijning zorgen. Pas in de basis openbaart Shalimar, dankzij tonkaboon, opoponax, vanille en Guerlinade – de geheime formule die van een parfum een echt Guerlainparfum maakt – zijn zwoel en oriëntaals karakter. En hoe mee ik aan het parfumextract ruik, des te meer het me opvalt hoe belangrijk opoponax voor de geur is. Maakt Shalimar donker en duister, en om nog maar een cliché in de strijd te gooien: mysterieus. Guerlain vindt het trouwens jammer dat een nieuwe generatie moeite heeft met uitgesproken geuren zoals Shalimar. Om die toch kennis te laten maken, bedacht het parfumhuis met Shalimar Eau Légère Parfumée in 2004 een ‘valstrik’ in de vorm van een lichtere versie.
En die is ‘niet helemaal hetzelfde, niet helemaal anders’. Het jaar daarvoor was er ook al een lichte variatie: Eau de Shalimar samengesteld door Mathilde Laurent. De ‘verlichting’ onderga je direct al in de opening. Aan bergamot werd groene citroen en sinaasappel toegevoegd die lang hun frisheid verspreiden zonder het karakter van Shalimar te maskeren. Want door al deze zomerse frisheid heen, ruik je toch duidelijk de essentie van Shalimar.
Nieuw in 2010: Shalimar Ode à la Vanille samengesteld door Thierry Wasser. Is met gemengde gevoelens ontvangen. Sommige fans menen dat deze versie – gelukkig – dichter bij de oorspronkelijke versie uit 1925 ligt. Sommige teleurgestelde fans zien het als een pure vanillebom. Ik weet het niet. Zweef er tussen. Het heeft – gelukkig! – niet een gourmandnoot, zoals in Spiritueuse Double Vanilleuit 2007. De vanille is in Shalimar Ode à la Vanille voller, rijker en ‘droger’, wat de geur chiquer en statiger maakt voor mij. Alleen: als een geur af is, dan is een geur af. Moet je niet allerlei variaties gaan lanceren die als verrijkingen worden gepresenteerd. Misschien ga je hierdoor twijfelen aan de originele receptuur. En leuk aan onderstaande clip is dat Guerlain zich met Shalimar niet altijd zo serieus heeft gedragen als de laatste jaren.
Een andere manier om op een jongere manier Shalimar te ontdekken, verscheen in 2011: Shalimar Parfum Initial. Voor wie dit nog te heavy, te zwaar, te zwaar is, verscheen in 2012 Shalimar Parfum Initial L’Eau. Nog teveel van het goede? Dan ben je gewoon geen fan van oosterse geuren.
RUIK & VERGELIJK
Ben je gek op oosterse geuren, maar onbekend met Shalimar? Maak deze ‘fout’ snel goed. Met Shalimar weet je hoe een oosters parfum moet ruiken. Ontdek hieronder andere oosterse getinte parfums.