VALS SPEL IN LEER
DOORSNEECHIC
Ik vroeg een fifty something-verkoopster (wenst anoniem te blijven) in een Ici Paris XL-winkel (‘liever niet’) wat voor een geur zij mij zou adviseren. Ze nam me serieus op van top tot teen. Ik zag er redelijk fatsoenlijk uit met mijn visgraatbroek, net gepoetste laarzen, indigoblauw Raw Denim-jacket, vintage kasjmiersjaal plus bontmuts gemaakt van wasbeer (ooit in Canada cadeau gekregen). Het moest volgens haar iets geprononceerds zijn, duidelijk en ‘anders’. Gaat de goede kant op, dacht ik. ‘Wat dacht u van een leergeur?’ Potjandorie! Compliment. Ze zat direct aan mijn favoriete parfumtak. Mensenkennis? Ik complimenteerde haar.
Het werd dus Ombré Leather. Uit 2018 alweer. Ik nam de planken gevuld met Tom Ford in me op, en dacht: ‘Hij kan alleen al met zijn geuren een parfumerie openen: alle takken van de parfumboom goed vertegenwoordigd’. Doet hij natuurlijk niet en kan hij nu ook niet meer gezien hij in 2022 zijn hele zakelijke hebben en houden heeft verkocht aan The Estée Lauder Companies (die al zijn parfums in licentie produceerde) voor bij drie miljard dollar. Chapeau! Respect!
Ik had natuurlijk al van de geur gehoord met name omdat ik de verantwoordelijke neus een tijdje volgde op Instagram omdat ze mij ook een tijdje volgde: Sonia Constant. Ze presenteert zich online als een mengeling van te succesvolle actrice en dito topmodel die de regie over haar perfume personality strak in handen houdt (die op een gegeven moment gaat vervelen vanwege het inwisselbare, dus afgehaakt).
Anyway, de geur werd onderscheiden met – for what it’s worth – Best Unisex Fragrance MarieClaire Frankrijk. Ik liet me rijkelijk twee keer onderspuiten (wat de verkoopster verbaasde) en zei dat ik de geur op me zou laten inwerken. Als ik weer in keer in buurt was, zou ik het haar vertellen.
Nou, hier komt-ie. De opening: de leer knalt direct door een licht elektriserend frisgroen heen. Duidelijk kardemom, dat is niet moeilijk. Leer zoals ik het lekker vind: ruig, ruw. Maar dan neemt de geur vervolgens met mijn neus een loopje. Ik ruik bloemige, fruitzoetige tonen die geleidelijk scherper worden voor mijn gevoel – kan toch niet alleen sambacjasmijn zijn?
Dit wil ik niet: het leer speelt vals spel en transformeert me (iets te) snel naar een suède-achtig gevoel. Braaf, gepolijst, saai. Moet dat nou Tom Ford? Het wordt me allemaal te zoet. Ombré Leather gaat voor mijn gevoel te snel van niche-exclusief richting ketenparfumerie.
Dan toch iets grappigs, onverwachts: een mix zwevend tussen zeep (van Nonchalance) en klassieke haarlak. Jaren zevetig massmarket chic. Ik moet denken aan aldehyden. Maar is dit nu positief omdat ik dit associeer met mijn moeder voor ze naar de koorrepetitie ging toen ik klein was? Het was toch een leergeur?
Het suède is inmiddels ook verdwenen in de nasleep. Ik meen een melange van witte musk en ambroxan waar te nemen. Maar volgens de ingrediëntenlijst moet dat amber, mos en patchoeli zijn. Geloof er niets van. Of de amber is ambroxan en de patchoeli is wit en mos staat er louter ‘om de chic’.
Na een uur is er weinig meer over. Teleurstellend, maar ik vermoed ook een ‘verborgen agenda’. Dat wil zeggen; steeds meer eigentijdse geuren maken in de opening indruk (‘wow!’, ‘echt anders!’, ‘jeetje!’). In dit geval leer om vervolgens snel over te gaan in een veilige, vertrouwde en comfortabele aanvoelende comfortzone op basis van allerlei amber- en witte musk-variaties – we zijn weer thuis.
En daar is precies waar de parfumindustrie de massaconsument wil hebben. Doorsneechic. En daarom zullen heel veel mensen de geur lekker vinden. Trouwens, voor hetzelfde geld had de compositie óók in een flacon van Narciso Rodriguez gestopt kunnen worden, gezien Sonia Constant verantwoordelijk voor veel van zijn geuren verantwoordelijk is. Misschien heeft ze zich vergist.
Over het parfumextract dat in 2024 verscheen zei Tom Ford: ‘De meeste van mijn geuren weerspiegelen expliciet aspecten van mijn leven. Bij Ombré Leather is elke noot verbonden met het Amerikaanse westen van mijn jeugd. Het bouwt voort op de wilde, ongeremde sensualiteit van de originele geur… het is een versterkte expressie’ – leest als AI dat nog in de stijgers staat.
Ligt het aan mij? De campagnefoto (de lippen van haar zijn wel erg full blown; hij is more natural) en het fragrance-filmpje vind ik erg van dik hout zaagt men planken! De parfumwereld zit nog steeds vast in de Calvin Klein-parfumesthetiek.



























Ik schrijf dit verhaal op de dag die is aangekondigd als de laatste mooie van het jaar (15 september 2019). Aangezien het klimaat op alle vijf continenten en de zeven wereldzeeën de laatste tijd zich anders ‘gedraagt’ dan we gewend zijn, zeg ik: ‘Zeg nooit nooit.’
Misschien komt Musc Shamal meer tot leven als je de betekenis weet; zo wordt de hete, droge noordwestelijke wind genoemd die ‘s zomers over de Perzische Golf suist en vaak zandstormen veroorzaakt. Past dus perfect in het plaatje van duizend-en-een-nacht. Musc Shamal is helemaal van deze tijd. Wil zeggen: het accentueert de poederige noten van musk, maar voorkomnt dat die clean en schoongewassen overkomt.
Als contrast is er Orangerie Venise: een echte fantasienaam, want tijdens mijn bezoeken aan de dogestad heb ik er nooit een gezien. Kan natuurlijk komen doordat Giorgio Armani over betere contacten beschikt – ik vermoed dat bij de vele stadspaleizen orangerieën zijn gebouwd. Dit lees ik op 
Ben ik nou een verwend nest? Eis ik te veel van geuren in vergelijk met diegenen waarvoor mijn alter ego Geurengoeroe het allemaal doet? Moet ik mijn verwachtingen niet bijstellen, terugvoeren naar de tijd toen ik als een jong en dartel bokje debuteerde in de wereld van het parfum?
Dit spookt dus allemaal door mijn hoofd bij het ruiken van Champaca en Osmanthus. Beide in hun pure staat prachtige bloemen met een eigen, duidelijke signatuur. De eerste (exotisch, zoet, een mix tussen jasmijn en ylang-ylang met een lichtgroen randje) ruik je minder in geuren dan de tweede (bloemig-zoet, zwevend tussen rozijn en abrikoos in haar zuiverste vorm, in ‘verdunde’ versie helder, zonnig en ‘open’).
Niche is mainstream geworden. Alleen moet de mainstreamconsument dit nog ontdekken. Niet zo makkelijk gezien de meeste leveranciers ook doorsneegeuren produceren die verkocht moeten worden. Dat lukt meestal wel als die promotioneel goed ondersteund worden. En dat doen Chanel, Dior, Givenchy, Yves Saint Laurent en Giorgio Armani vooral rondom de feestdagen.
En voor dit probleem plaatst Boucheron je nu ook. Als een van de laatste mainstream luxe parfumhuizen, presenteerde het dit jaar zijn kijk op niche, terwijl ook Quatre Intense (2016) en Quatre Absolu de Nuit (2017) op de plank staan te pronken. Naam: La Collection. Inspiratie: ‘De erfenis van Boucheron’ en zijn ‘wereldwijde zoektocht naar, jacht op edelstenen’. De namen: Ambre D’Alexandrie, Iris de Syracuse, Néroli d’Ispahan, Oud de Carthage, Tubéreuse de Madras en Vanille de Zanzibar. Leuk om ingrediënten te koppelen aan historisch vergane en bestaande steden met een voor velen nog mysterieus aura. Bekt lekker.

De lady- en mannenkiller onder de bloemen doet in Tubéreuse de Madras recht aan haar status. Vol, boterachtig, smeuïg. Oranjebloesem garandeert dat de tuberoos niet zwicht onder haar eigen overrompelende gewicht, geeft een ‘open lucht’-idee aan het geheel van de compositie.