‘VAKANTIEGEUR’ OP NIVEAU
AMOUAGE IS ‘DIOR OP NIVEAU’
Jaar van lancering: 2017
Laatst aangepast: 26/01/19
Neus: Elise Benat
Amouage is een perfect voorbeeld van wat het uiteindelijke doel is van een zorgvuldig opgebouwde naam: cashen. Dat wil niet direct zeggen verkopen aan de hoogstbiedende, maar het merk geleidelijk aan meer en meer downgraden. Niet zo zeer in kwaliteit, maar in bereikbaarheid. Laatste kun je op twee manieren doen. Meer verkooppunten en/of geuren lanceren met steeds kleinere tussenpozen waarvan sommige zeer toegankelijk zijn in de zin van ‘instapniche’ – zowel qua naam als qua inhoud. Plus laat ik niet vergeten: meedoen met geurtrends. Alle drie gebeurt bij Amouage.
Wat het eerste betreft: hier heb ik veel klachten over gehoord bij zelfstandige parfumerieën: op te veel punten verkrijgbaar – dag exclusiviteit. Wat het tweede betreft: zie de namen van recente geuren. In chronologische volgorde: Fate, Interlude, Beloved, Sunshine, Journey (in vrouwelijke en mannelijke versie), Lilac Love, Blossom Love (‘Ladies Only’), Imitation en Beach Hut. En wat die trend betreft, ik schrijf slechts: Tuberose Love – Maison Margiela, Miu Miu en Stella McCartney gingen Amouage net voor in de ‘neo-tuberose’-hippigheid. Allemaal verschenen sinds 2012. Dus gemiddeld twee per jaar, de zes nieuwe Opus-geuren niet mee gerekend. Best wel veel – ook een klacht van niet alleen de zelfstandige parfumerieën.
Noem me gek, besmeur me met pek en veren, maar Amouage is ‘een soort van’ Christian Dior geworden, maar dan een treetje hoger voor ‘al die mensen’ die vinden dat Dior eigenlijk nu een beetje te ordi en te goedkoop is (zowel in prijs, zowel in uitstraling).
Anyway, in de woorden van Amouage vertelt Beach Hut Man ‘het verhaal van een iriserende aromatische idylle die zich ontvouwt in de geurige, wilde tuin van een strandhut, waar uitgestrekte zandduinen de zee ontmoeten. Het maakt de zintuigen los en ontketent emoties terwijl het het bedwelmende sublieme van de kustlijn verkent tijdens de fascinerende zonsondergang’. Toe maar! Het bedwelmende sublieme. Je moet er maar op komen. Iets anders: volgens mij is juist de charme van een strandhut dat je géén tuin hebt…
WAT BEACH HUT MAN IK EIGENLIJK?
Gewoon een goede geur. Zeker mannelijk, tenminste als je groen, kruidigheid en wierook hiermee associeert. In a way is Beach Hut Man ook vintage door de overduidelijke galbanum-noot die, opvallend genoeg, door nieuwe, jongere generaties niet echt worden begrepen, die de elegant-ruwe charme er niet van inzien.
Ook weer opvallend: ‘in betere parfumkringen’ werd galbanum vaak als vrouwelijk gezien (maar dan met een mannelijk randje): Vent Vert (1945) Balmain, N°19 Chanel, Private Collection (1973) Estée Lauder, Amazone (1974) Hermès, en al andere groentjes die begin jaren zeventig werden gelanceerd.
Maar verwerkt in 2.0-geuren wordt deze hars niet – echt – begrepen: neem A Scent (2006) Issey Miyake en (Untitled) (2010) Maison Martin Margiela. In ieder geval moet ik heel erg aan deze geuren denken bij Beach Hut Man. Met name bij de laatste twee, want wat je ruikt is niet the real stuff maar synthetische afgeleiden – zoals dynascone en galbascone – die de waterig-groene en aromatische noten van natuurlijk galbanum ‘verdunnen’, verwateren met een ananas-achtige fruitige frisheid. Maar dan: een extra groenvoorziening komt om de hoek kijken door een enorme muntinjectie – koel en fris zonder tandpasta-link.
Ook leuk, als je goed door ruikt, neem je de oranjebloesem waar die de galbanum-muntcombinatie een cologne-kick geeft… dit blijft allemaal gezellig lang resoneren om ‘op een gegeven moment’ te transformeren tot een beschaduwde bossensatie. Wrangbitter klimop (ik ruik het zowaar) waaronder typische mannelijke houttonen samen een krachtig statement maken. Denk vetiver, mos en patchoeli. Mooi en donker met een rokerig randje, die mij aan het voormalige fetish-ingrediënt van Amouage doet denken (wierook).
Goed gedaan, en ook weer leuk, Beach Hut Man doet eigenlijk totaal niet aan een strandhut en de daarmee geassocieerde geuren denken: geen ozon, geen zilt, geen drijfhout, geen ‘oh-wat-gaat-de-zon-mooi-onder’-strandgevoel. Op een originele manier op het verkeerde been gezet. Had ik dus niet verwacht. Enne: als Sauvage (2015) van Dior zo had geroken, dan hadden de kopers een geur ‘gekregen’ waar de naam de inhoud meer had gedekt én meer waar voor hun geld.


Ik heb er al eerder over geschreven, namelijk de trend om vreemde kostgangers, dieren die we over het algemeen niet associëren met ‘lekkere geuren’ te vernoemen naar en/of te verwerken in composities. Er is één merk die hier – bijna – patent op heeft. Inderdaad what’s in a name: Zoologist. Dit is nou een van die nichehuizen die – gelukkig – onderkent dat het weinig zin heeft om als nieuwkomer more of the same te presenteren. Dat je je niet onderscheidt met de zoveelste variatie op jasmijn, citrus, witte bloemen, patchoeli en gaap-gaap zo maar door. Veel beter: een originele invalshoek gecombineerd met geuren die hiermee overeenstemmen. Dat wil niet zeggen dat je compositorisch per definitie andere geuren krijgt, maar wel een andere beleving waardoor je ze anders gaat appreciëren en ervaren.
Grappig genoeg is dat ook het uitgangspunt van Zoologist, want naast een eerbetoon aan dit ‘eeuwenoude ingrediënt’ eert Bat ook ‘chypre-parfums van weleer die weigerden te worden geïntimideerd door rauw, aanlokkelijk en dierlijk civet. Civet is een humeurig en complex brouwsel verweven in mysterie. Het opent met een pittig bloemakkoord, doordrongen met donkere koffietonen. Langzaam sluipt het naar voren, ontrafelt basistonen van leer, mos en vanille die zich in combinatie met kenmerkend civetnoten tot een verbijsterende, verfijnde geur met de belofte van een zwoele nachtelijke rendez-vous’.


Ja, gezellig toerend in een cabriolet van San Francisco naar Los Angeles om het nieuwe jaar snel in te rijden. Effe niet aan geuren denken, ondertussen wel overwegend of ik Geurengoeroe binnenkort moet begraven. Zo in de trant van het #tismooigeweest, tijd voor andere dingen, missie volbracht – en: de wereld zit echt niet meer te wachten op te diepzinnige analyses.
Aangekomen in Los Angeles, niet bepaald zin om langs alle parfumcounters van de grootwarenhuizen te gaan – ben wat dat betreft nog steeds aan het bijkomen van de op mij gerichte spray-attacks van de beauty-assistants in New York die me als een zwerm wespen belaagde.
En wat levert dat op? Twee geuren die je wel vaker in het alternatief-chique, indi-circuit tegenkomt. Pittig en soort van vreemd geprijsd gezien het verloop naar omlaag: 60 ml $ 180,00, 15 ml $ 80,00, 5 ml $ 40,00.
Etienne de Swardt, oprichter van Etat Libre Orange, weet als geen ander dat de boodschap belangrijker is dan de inhoud. Met goede storytelling wordt een geur ‘vanzelf’ interessanter, laat je een geur anders ervaren.
Dit en ‘allerhande’ komt samen in Les Fleurs du Déchet – I Am Trash. Vrijvertaald: Afvalbloemen, ik ben uitschot. Het idee: ingrediënten al één keer gebruikt, een tweede keer ‘destilleren’ waardoor (dezelfde) parfumoliën worden gewonnen die alleen een ander facet onthullen. In dit geval: ‘appel-olie’ (afkomstig van afval uit de ‘fruitsap-industrie’ bestemd voor veevoer), ‘rose neo absolute’ (gewonnen uit ogenschijnlijk ‘uitgeputte’ rozenblaadjes voor een tweede keer gedestilleerd), en ‘cedarwood atlas neo absolute’ (een tweede destillatie van cederhoutsnippers voor ze in brandstof worden omgezet).
Ik had deze geur eerder willen bespreken, maar iets weerhield me. De reden? Lees. k ben bepaald niet dom, sterker: ik ben slim! Ik heet niet voor niet drs. P en velen noemen me vol bewondering parfumprofessor. Alleen de laatste tijd begin ik aan mijn intellectuele kwaliteiten te twijfelen. Komt door een aantal toelichtingen betreffende recente introducties – die trek ik gewoon niet.
Dit is twee, pfff: ‘Een vrouw leidt zichzelf, en ontleent aan velen om te transformeren. Women is geïnspireerd door deze inherente diversiteit; door pluraliteit in combinatie met individualiteit; door vrijheid, door het idee je tegen definitie te verzetten en te leven uitsluitend volgens je eigen regels. Door de collectieve individualiteit die alle vrouwen verenigt’.

Man en hoofddeksel: het blijft een moeilijke combi. Ik droeg een tijdje zo’n zwart gegleufde Borsalino tijdens mijn mid-thirties – werd ik af en toe uitgemaakt voor kinderlokker. Fijn. Daarnaast een schapenwollen muts afkomstig van een steppenvolk uit Mongolië – veel complimenten waren mijn deel. In Canada kreeg ik ooit een wasberen bontmuts inclusief bengelende staart – idem. Het voordeel van alle drie: mijn weelderige haardos kon ik er goed onder kwijt.
Nu, geloof ik daar zelf niet in. Met dien verstande: wel in de natuurlijke, op onbewust niveau werkende feromonen, maar niet als ‘extra’ toegevoegd aan een geur. Volgens het persbericht heb je met een vleugje Fugazzi Parfum 1 ‘over aandacht niet meer te klagen… en alles wat daarop volgt. Je bent gewaarschuwd!’ Inderdaad want ‘elk flesje bevat vier procent van een geheim, natuurlijk ingrediënt dat de aanmaak van menselijke feromonen verhoogt: met wel 260%’.
Bram Niessink: ‘Een geur die jou laat zijn wie je bent (en dan een tikkeltje meer). Niet te beschrijven. We doen toch een poging. Fugazzi Parfum 1 is fruitig, kruidig en houtig. Rijk en aards. Zwaar en tegelijk sexy. Een geur niet specifiek mannelijk of vrouwelijk, maar die jou laat zijn wie je bent. En die je stemming, zelfverzekerdheid en aantrekkingskracht versterkt. Zodra de frisse topnoten de aandacht hebben getrokken, nodigen de mysterieuze hartnoten uit tot een dieper ‘gesprek’, waarna de donkere basisnoten de verleiding compleet maken – voilà!’

Pfff, wat moet ik hier nu van vinden? En nog wel gemaakt door een bevriende neus. Her vertegenwoordigt alles wat ik nu niet leuk vind – understatement du jour – aan de parfumbizz. Presentatie: bij elkaar gesprokkeld populair decoratiemateriaal van de concurrent. Want lint ‘gewikkeld’ om de verpakking: Viktor & Rolf. Flacon: verstuiver rechts, dan wel links van het midden geplaatst: Prada. Campagne: inspiratieloze herhalingsoefening van Burberry Brit (2003) met wat toefjes Jean Paul Gaultier (Madame uit weet ik wat wanneer, waarvan de inhoud ook door Francis Kurkdjian werd geleverd). En dan, en dan: de enorme hurly burly rondom Her opgezet. Dus een social media-campagne gesitueerd rondom de spokeswoman, of in dit geval is het wellicht beter te spreken van ‘spokesgirl’, Cara Delevigne.
En helemaal in sync met de huidige in- en verpakcodes: in sommige (Burberry)winkels kun je een bedeltje (vier opties) om de hals van de flacon laten bevestigen die je dan weer verder kunt personalizen, sorry Burberry spreekt van individualizen, met een lint (vijf opties).