Ralph Lauren over het begrip glamour: ‘Is vaak ondefinieerbaar. Het is meer een gevoel, een uitstraling. Het is de manier waarop iemand zich beweegt, zich kleedt, zich presenteert. Een vrouw kan even glamourous zijn in een versleten spijkerbroek als in een schitterende baljurk. Glamour heeft de bijzondere eigenschap tijdloos te zijn, en toch altijd verfrissend en modern’.
Ralph Lauren over Penelope Cruz, de actrice die Glamourous verbeeldt: ‘Het is de romantiek, de natuurlijke elegantie, de rust en het zelfvertrouwen die mij in Penelope aantrokken. Ze straalt een sensualiteit en verfijning uit die doet denken aan de jonge Audrey Hepburn. Haar glamour is aangeboren, ongedefinieerd, maar altijd aanwezig’.
Ralph Lauren over de geur Glamourous: ‘Een extravagant bloemenparfum waarin vijf luxueuze stoffen tot uitdrukking komen. Luchtig en frivool als een boa, schitterend als een parel, soepel en zacht als suède, warm en weelderig als hout, en rijk als kasjmier’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Ralph Lauren vertaalde parels met clementine, de ‘dauwparel-bloem’ (bestaat niet volgens mij) en de calla-lelie (scheidt geen geur af volgens mij – zie foto). Voor het frivole aspect (van de boa) en het zachte aspect (van suède) combineerde hij kona plumeria (beter bekend als frangipani), casablanca-lelie (die ruikt heel sterk, bijna overweldigend), de ‘toorts van de gemberbloem’ en wilde tuberoos (waarom geen tamme en waar bloeit deze over-sensuele variant? Voor de vertaling van hout en kasjmier vond de Amerikaanse ontwerper hout uit Siam, vetiver en ‘kasjmier-musk’. Er verscheen ook een lichtere versie (2003): Glamourous Daylight.
RUIK & VERGELIJK
Begrippen die over het algemeen worden geasocïeerd met klasse, verfijning en vrouwelijkheid doen het altijd goed op een parfumflacon. Als schenker maak je de vrouw duidelijkheid dat zij er over beschikt. En de ontvangster vindt het leuk – nemen we aan – dat de schenker haar hiermee ‘in één flacon’ noemt. Nog meer parfums met klasse, verfijning en vrouwelijkheid.
ROGER & GALLET ONTDEKT EEN TUIN IN ANDALUSIE VOL VAN ORANJEBLOESEM
Jaar van lancering: 2009
Laatst bijgewerkt: 17/06/12
Presentatie: Martin Szekely
Neus: onbekend
Model: onbekend
Fotografie: onbekend
Er wordt me wat afgewandeld door neuzen en ontwerpers in lommerrijke tuinen waar de lucht is geparfumeerd met bloemige nuances aangevoerd door een zacht-zwoele wind. Wat een verpozen, wat een rust, wat een gelukzaligheid. Neuzen en ontwerpers vertoeven nu het liefst in tuinen waar de oranjebloesem in al haar eenvoudige en tegelijkertijd complexe charme bloeit. Roger & Gallet ontdekte in Andalusië zo’n tuin. ‘De koele schaduw van sinaasappelbomen, de stralende zuiverheid van het licht, het geruis van fonteinen, de lucht beladen met duizenden delicate geurtoetsen’. Dat is Bois d’Orange.
Een bezoek aan deze tuin ‘verenigt mannen en vrouwen in een saamhorigheid die blijft duren’. Want Roger & Gallet schenkt hen de kunst om ‘samen een intens gevoel van harmonie tussen lichaam en geest te beleven’.
En dat kan optimaal gezien de uitgebreide (en prettige geprijsde) lijnextensies waaronder een geurkaars met ongeveer 60 branduren. Ik vind persoonlijk, maar dan ook heel persoonlijk, de campagne een beetje vreemd, ‘ongepast’, misleidend. De geur wil een en al frisheid oproepen, van zinderende sensualiteit is niet echt sprake, hoewel neroli dat wel in zich heeft als je het er als neus uit wil halen’.
Opgepast: in 2011 viert Roger & Gallet zijn 150 jarig bestaan met drie populaire geuren verpakt in de klassieke eau de cologne-flacon van het het huis. Betreft een limited edition.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Bois d’Orange verkent alle facetten van de (bittere) sinaasappelboom: de frisheid van het gebladerte, de zoetigheid van het fruit, de fris-zwoel-groen nuances van de bloesem. En dit alles versmolten met de intensiteit van de hout. Vandaar de naam. Let wel: Bois d’Orange is geen eau de toilette maar een eau fraîche.
De eerste indruk van de Bois d’Orange-tuin: levendige mandarijnessence gecombineerd met (lekker) een basilicum-verbena-mix. De hoofdattractie van deze Andalusische tuin: neroli gecombineerd met ‘een essence van bittere sinaasappel die sensualiteit en kruidige bitterheid’ combineert.
We verlaten de tuin via een pad bezaaid met ‘musktoetsen van bleek amber’, palissander- en atlascederhout… en dan komen we via een achterhek terecht bij een aangrenzende tuin met de naam Oranger Alhambra. En die is privé. Eigendom van Giorgio Armani. Ik wil alleen maar zeggen: de concurrentie houdt elkaar goed in de gaten!
RUIK & VERGELIJK
Fleur d’orangergeuren waren eerst niche, maar worden steeds meer mainstream. Wandel aan de hand van volgende geuren door tuinen waar ze dan weer fris, dan weer iets frisser, dan weer sensueel iets sensueler bloeit.
Je weet het niet, maar volgens het couturehuis zou ‘mademoiselle Chanel die parfums altijd enigszins schertsend lekkere geurtjes noemde’, Cristalle uit 1974 met de doorschijnende luchtigheid van ochtenddauw hebben gewaardeerd’. Het bijzondere hieraan volgens Chanel: de partituur gecomponeerd rondom kamperfoelie. Je weet het niet, maar grote kans dat mademoiselle ook tevreden zou zijn geweest met Cristalle Eau Verte. Heeft hetzelfde kristaleffect als zijn voorganger alleen met nieuwe facetten. Of zoals je wil: ‘Een groene echo van de originele creatie’. Of zoals je wil: ‘Een moment van puur genot dat doet denken aan het effect van een verfrissende regenbui aan het eind van een warme zomerdag’. Heel eerlijk: vindt de flacon een beetje saai, beetje te veel ‘unstylish’ seventies, te weinig nu. Geef mij maar de klassieke Chanel-parfumflacon. En waarom geen lieftallig meisje die ons groen en kristalhelder tegemoet lacht. Ik bedoel, Chanel deed het wel met de eau fraîche-variatie van Chance uit 2007.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Jacques Polge over de geur: ‘Voor Cristalle Eau Verte dacht ik aan de geur van de magnolia, de kwetsbare bloem waaruit geen essence geëxtraheerd kan worden. Het is een verrukkelijk, helder ‘fris, citroen- en jasmijnachtig waterachtig groen parfum dat we zelf volledig hebben moeten interpreteren. Het magnolia-akkoord (foto) is zacht en luchtig als een mousselinebriesje op een mooie heldere ochtend. Het verkwikkende, subtiele temperament past goed bij de hesperidenoten, de stralende neroli en de discrete jasmijn’.
Hieraan toegevoegd: ‘abstracte witte bloemen’, Siciliaanse citroen en bergamot voor de luchtigheid en toegankelijkheid. Heel eerlijk zeggen: lekker buiten kijf. Groen idem dito. Alleen ik vraag me af wat de geur toevoegt aan het Chanelportefolio…. Neem het galbanumgroene N°19 (1970) en in Les Exclusifs zit ook al zo’n mooi ‘groene’: Bel Respiro (2007).
RUIK & VERGELIJK
Zing nog een keer even mee… ‘In een groen, groen, groen parfumland daar wonen geurtjes niet zo heel parmant. En de een die rook naar gras en de ander naar klimop…’
Koppel je groen aan een parfum, dan heb je als het ware de lente in de flacon te pakken. Even ruiken. Weg zwaarmoedigheid en depri gedachten. We willen naar buiten, zingen over lands wegen, lands velden. Hier een paar groener dan groen-klassiekers plus een ‘groentje’ dit het wellicht wordt:
Balmain Vent Vert (1945)
Sisley Eau de Campagne (1975)
Annick Goutal Folavril (1981)
Bvlgari Eau de Cologne au Thé Vert (1992)
Mona di Orio Amyitis (2008)
Oeps, bijna vergeten: ook nieuw en ook behoorlijk lentegroen in zijn intenties:
WANNEER EEN EXOTISCHE ‘ZONNEBLOEM’ EEN WESTERSE ‘ZONNEBLOEM’ ONTMOET
Jaar van lancering: 2009
Laatst bijgewerkt: 21/04/09
Neus: onbekend
Er bloeit al eeuwen een bloem in verre exotische oorden die pas sinds twintig jaar ‘ontdekt’ is door parfumeurs: de tiaré. Er bloeit al eeuwenlang in Zuid Europa een bloem die al langer door parfumeurs is ontdekt: mimosa. Nog nooit waren deze naar zon en zomer ruikende bloemen verenigd, Guerlain doet het nu met Tiaré-Mimosa en zegt over fusie: ‘Een odyssee van geuren die de zintuigen langzaam meevoert naar andere luchtstreken’.
De tiaré is volgens Guerlain ‘een embleem van een ver paradijs waar zachtmoedigheid een levenskunst is’. De mimosa is volgens Guerlain ‘duizenden miniatuurzonnetjes die ontluiken in de eerste dagen van de lente en de velden bezaaien met hun kostbare goudpoeder’. Het is al zijn eenvoud een zon-zalige ontmoeting geworden, die zomaar zou kunnen uitgroeien tot een ster in de Aqua Allegoria-serie.
Want wat Guerlain belooft krijg je: ‘Een zachte koesterende warmte’. Een echte security blanket-geur, een redelijke nieuwe omschrijving van geuren die een warm-behaaglijke en vertrouwd gevoel oproepen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Prettig die opening: citrusvruchten in prikkelende concorde met roze peperbes. Die snel ruimte maakt voor het hart, de zon van de geur: een tiaré-mimosaverbond in al zijn eenvoud.
Zoals gezegd, wat je krijgt is wat je ruikt: Tiaré-Mimosa… een mix van exotisch-zwoel en ‘westerse’ zonnige bloemennoten elegant in de basis vastgehouden door vanille en (heel merkwaardig) vetiver. Die als zodanig moeilijk te herkennen is.
RUIK & VERGELIJK
Tiaré, daar is ze weer, staat ook bekend als de gardenia van Tahati en wordt door de oorspronkelijke bevolking van dit eiland – de Monoï – al eeuwen verwerkt in guirlandes die worden geschonken aan gasten en gebruikt tijdens ceremoniën. De bloesems verspreiden een sensuele, overweldigende geur, vandaar de bijnaam. Ze spelen ook een belangrijke rol in:
Er was eens – meer dan twintig jaar geleden – een ontwerpster uit Parijs met de romantisch klinkende naam Lolita Lempicka. Op een ochtend werd ze wakker en zei tegen zichzelf: ‘Vanaf nu ga ik alleen nog maar dromerige en poëtische kleding ontwerpen, speciaal voor vrouwen zoals ik die het leven van vandaag te hard en te weinig romantisch vinden’. En zo geschiedde. En ze werd succesvol. En zo leefde Lolita Lempicka nog lang en gelukkig. Niet helemaal waar, want er ontbrak in haar leven nog één ding dat haar sprookje zou vervolmaken: een parfum. In 1997 werd het geboren.
Wie de flacon ziet, begrijpt direct de onderhuidse erotische spanning die in de Lolita Lempicka-vrouw huist. Niet voor niets is de door klimop omwoekerde flacon – let op: de spray zit verborgen in het steeltje – gevormd naar de gevaarlijkste vrucht uit het paradijs: de appel.
Dit symbool voor verboden verleiding en verlangens is gevuld met een vernieuwend elixer waarmee de draagster welbewust een ‘danger zone’ creëert voor de man (een moderne variant op de prins op het witte paard) waarmee ze het liefst in haar eigen aangelegde sprookjesbos zou willen verdwijnen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Van Lolita Lempicka kun je maar één dingen zeggen: buitengewoon origineel. Dat ruik je direct in de opening: het donkere, groene en aardse klimop besprenkeld met anijszaad en zoethout. In het hart van Lolita Lempicka krijg het gezelschap van iris en het zoete viooltje die samen voor een poederachtige verfijning zorgen.
Ook opvallend: het gebruik van de amarena-kers (gekozen om zijn amandelachtige geur) en zoethout. De aardse basis op basis van patchoeli kent louter ingrediënten die aan Lolita Lempicka een zwoel accent geven: musk, vetiver en tonkaboon.
In 2002 lanceert Lempicka een eau de toilette-versie. De zachtpaarse en met diamantjes bezette flacon is een ode aan het licht. De geur werd aangepast: de ‘zwaardere’ ingrediënten (amerena-kers, zoethout, patchoeli) zijn verwijderd. Hiervoor in de plaats: de ‘zoethoutbloem’ die de geur zijn lichtere toets geeft. En anijs sprankelt nu vanaf de opening tot aan de basis van geur.
En in 2004 wordt Eau de Minuit geboren: een nachtversie. Om dit te bereiken speelde de neus très elegant met de ingrediënten. De originele opening van klimop besprenkeld met anijs is er, ook het poederzachte iris en het suikerzoetje viooltje. Alleen werden die voor een meer sensuele aanzet verrijkt met jasmijn (die ’s nachts op zijn ‘sensueelst’ ruikt), benzoïne en het zoet-zwoele vanille. Verkrijgbaar in twee concentraties: L’Eau de Parfum Voluptueuse en Le Concentré de Parfum Voluptueux.
RUIK & VERGELIJK
Dat is raar: net zoals zoveel originele en grensverleggende geuren is ook Lolita Lempicka met bijna geen ander te vergelijken. Daarom hieronder geuren die inmiddels legendarisch zijn vanwege hun originaliteit – zowel in uitstraling als in geur.
Als er één parfum is dat recht heeft op het predikaat ‘moderne klassieker’ dan is het L’Eau D’Issey – spreek uit: odessey – van de Japanse ontwerper Issey Miyake. Waarom? Het is een van de eerste geuren die afrekent met een aantal ingeroeste cliché’s die heersen rondom het parfum en de vrouw die het gebruikt. Zo is L’Eau D’Issey geen ‘love potion’ bedoeld om mannen te laten vallen. Ook geen vlucht uit de dagelijkse sleur. Nee, L’Eau D’Issey is op eerste plaats bedoeld voor de vrouw zelf opdat ze zich prettig voelt.
Miljoenen vrouwen voelden zich aangesproken en bleven de geur, ook na een eerste en tweede keer, kopen. Al was het alleen maar om de zomerse en innovatieve variaties die bijna jaarlijks gelanceerd worden. Zoals de Soothing Night Fragrance (2004): een lichte mist van L’Eau D’Issey waarin de nadruk ligt op bloemen ‘bekend om hun ontspannende werking’: fresia en lotus. Verder werden aan dit nachtparfum (om de huid zachter te maken) korenbloem, engelwortel en roos toegevoegd, en om de huid haar vochtbalans te laten behouden rijstextract.
De geur in de transparante flacon – waarin je met heel veel fantasie de Eifeltoren in afgeslankte vorm gewaar wordt – kwam trouwens op een goed moment. Vooral na de zware, overweldigende klassiekers van de jaren tachtig zoals Giorgio Beverly Hills (1981) en Diors Poison (1985) gingen neuzen op zoek naar minder opdringerige parfums.
En omdat de klant al verleid was met de traditionele citrus- en varengeuren, experimenteerden ze met minder intense, ‘waterige bloemen’ zoals hyacint, waterlelie en fresia, en ‘groene akkoorden’ zoals munt, gras en klaver. Dit resulteerde in een nieuwe standaard: de oceanische of ozonachtige geuren. Een van de allereersten: L’Eau D’Issey.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Zoals je van veel klassieke geuren kunt zeggen werd L’Eau D’Issey veel gekopieerd maar nooit geëvenaard. Toch is het boeket opmerkelijk simpel. Het heldere water begint te stromen met lotusbloem, rozenwater, cyclaam en fresia.
In het hart laten pioenroos, witte lelie en anjer zich van hun ‘waterige’ kant zien. De basis krijgt door tuberoos en musk een licht sensuele toets.
RUIK & VERGELIJK
Na de volbloemige geuren, populair midden jaren negentig, zien we als contrast een stroom van ‘watertjes’ die allemaal op hun eigen manier licht, bloemig, fruitig, kruidig – of een combinatie daarvan – zijn. Kortom, elk merk zijn eigen eau. Hier een kleine keuze in chronologische volgorde.
Bvlgari Eau de Cologne au Thé Vert (1992)
Kenzo L’Eau par Kenzo (1996)
Dior Eau de Dolce Vita (1998)
Roger & Gallet Eau de Soi (1999)
Wat of wie is Lanvin eigenlijk? Achternaam van de op 1 januari 1867 in Parijs geboren Jeanne die tussen het interbellum met Coco Chanel, Lucien Lelong, Jean Patou, Elsa Schiaparelli en Madame Vionnet tot de belangrijkste couturiers behoorde. Nadat ze zich van naaistertje opwerkt tot hoedenontwerpster, besluit ze op aandringen van vrienden ook ‘iets met’ kleding te doen, gecharmeerd als die zijn van de ensembles die ze voor haar enige dochter Marie-Blanche (ook wel Marguerite genoemd) ontwerpt.
Ze opent haar couturedeuren in 1910 aan de faubourg St. Honoré 22 (naast Hermès). Lanvin valt op omdat ze niet echt met de trends meedoet. Hoewel duidelijk beïnvloed door art deco en het comfortabele minimalisme van Chanel, geeft ze er door haar feilloos gevoel voor verhouding, virtuoze coupe, borduursels en naturelle kleurgebruik een persoonlijke draai aan.
Denk je bij Chanel aan zwart, bij Lanvin is het vergeet-me-nietje-blauw, dat Jeanne tijdens een Italiaanse vakantie ziet op fresco’s van Fra Angelico – nu de kleur van het huis. De zaken gaan voorspoedig: ze koopt het pand tegenover haar salon en opent er een winkel voor mannenmaatkostuums die de vergelijking kan doorstaan met de Londense kleermakers. Hierna volgen (lang voor Calvin Klein en Ralph Lauren) een home decoration-lijn, een sportcollectie, bont, lingerie en in 1923 een ‘tak’ waar Jeanne het beroemdst mee wordt: parfum. En dat was slim.
Dat had Coco Chanel twee jaar daarvoor met Nº 5 duidelijk gemaakt. Werden tot die tijd parfums geleverd door honderden Parijse parfumhuizen, Chanel wist dat een couturenaam geplakt op een parfum internationaal veel meer mensen zou aanspreken. Ze kreeg gelijk. Sterker, het parfum zou van relatiegeschenk geleidelijk uitgroeien tot het financiële fundament van de couturehuizen. In 1923 debuteert Jeanne Lanvin met Niv Nal en Irise. Gevolgd door vele andere, waaronder Mon Péché uit 1925, dat (met name in Amerika) een enorm succes wordt wanneer Jeanne Lanvin het vertaalt in My Sin. In 1927 schrijft Lanvin parfumgeschiedenis met Arpège. De naam betekent samenklang en is geïnspireerd op de toonladders die haar dochter altijd speelde op de piano en is tegelijkertijd het cadeau voor haar 30ste verjaardag.
De flacon is typisch art deco: de beroemde zwarte bol van Sèvresporcelein werd ontworpen door haar ‘huisstylist’ Albert Armand Rateau en versierd met een tekening in goud van Paul Iribe waarop Jeanne haar dochter kledend voor het bal staat afgebeeld. Arpège is tot ver in de jaren zeventig populair. En in Frankrijk in bijna elke parfumerie tot in de jaren tachtig te koop. Begin jaren negentig wordt gestopt met de productie. In 1997, 70 jaar na de lancering, acht L’Oréal (toenmalige eigenaar) de tijd rijp voor een herlancering. En die kun je geslaagd noemen, want het moment was gunstig. De begrippen moesten nog toegepast worden in de parfumwereld, maar Arpège kun je beschouwen als een van de eerste retro- en vintagegeuren. Het had trouwens jaren een prachtige slogan: Promise her anything, but give her…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het byzondere aan de relaunch van Arpège: je kunt er authentiek van genieten. Veel beroemde parfums worden ‘aangepast aan de eisen van de tijd’, Arpège wil hier niks van weten. Presentatie en geur zijn onveranderd. Niet iedereen gelooft dat trouwens. Door kenners wordt Arpège gezien als een bijzonder geslaagde interpretatie van N° 5, maar dan iets kruidiger en amberachtiger. Dus een bloemengeur op basis van aldehyden, een synthetisch ingrediënt dat bloemen een enorm krachtige (sommige zeggen ‘vettige’ ) opwaardering geeft.
De eerste samenklang: aldehyden vermengd met bergamot en neroli. Het hart van de geur: ylang-ylang, roos, iris, jasmijn, tuberoos, sering, lelietje-van-dalen en jasmijn. Mooi en heel bloemig, maar ook een beetje ‘saai’. Daarom voor de extra harmonie (of dissonantie eerder) wat koriander, geranium en kruidnagel. De afronding is sterk (patchoeli), vol (vanille) en strak (vetiver, sandelhout, styrax).
RUIK & VERGELIJK
Eens regeerden ze de wereld, nu zijn ze door de ‘geurengekte’ van de laatste twee decennia veroordeeld tot een schaduwbestaan (N°5 en L’Air du Temps uitgezonderd): klassiekers van de couturehuizen. Toch is het echt genieten met deze geuren in deze verwarrende tijden. In vintage of in geadapteerde versie.
Sterker, ze brengen je vaak terug naar de essentie van parfum (ondanks de veranderde formules), want nog niet bezwangerd met jolijtige, lekker gekke en andere hippe smaakmakers waarvan je je af en toe afvraagt wat nu exact de verrijking ervan is.
Begin jaren zeventig leken de prestigieuze parfummerken zich maar met één doel bezig te houden: wie creëert het groenste parfum voor de vrouw? Het was een logische stap gezien de maatschappelijke ontwikkelingen. De tweede emancipatiegolf bracht in de jaren zestig een vrouw die niet meer achter haar man stond, maar als gelijkwaardige partner naast hem. Neem daarbij de love & peace-gedachte van de hippies die vochten tegen de ouderwetse machtsstructuren en die de allerindividueelste expressie van het individu als het hoogste goed zagen. Alles leek op zijn kop te staan en dat gevoel drong ook door tot de parfumindustrie.
Voor klassieke geuren die ultieme vrouwelijkheid en verleiding uitdroegen, daar was de ‘bevrijde’ vrouw even niet in geïnteresseerd. Het antwoord: geuren met een groen karakter als symbool voor vrijheid, onafhankelijkheid en die tegelijkertijd een sterke link met het toen sterk opkomende terug de natuur-gevoel hadden. Clinique voegde met zijn eerste geur nog iets toe lang voor dat het hip en trendy werd: aromachologie. De wetenschap die verkondigt dat geuren een positieve en helende invloed op het gemoed kunnen hebben. En dat klopt, want Aromatics Elixir, heeft een uiterst rustgevende en tegelijkertijd verkwikkende uitwerking.
Vanaf de lancering is het een instantsucces dat nog steeds voortduurt. Nu je bij wijze van spreken wordt doodgegooid met well being-concepten, valt de tijdloze gratie van Aromatics Elixir pas goed op. En hoe vaak herken je deze geur niet bij talloze vrouwen op feestjes en partijen? Ik wel. Om het veertigjarig bestaan te vieren verscheen in oplage van 25.000 flacons Aromatics Elixir Perfumer’s Reserve… waarin de beroemde melange een zeer subtiele verandering ondergaat. Niet aan de huidige smaaktrends aangepast, wat meestal in het geval van een variatie het geval is, maar gewoon een andere kijk op deze echte klassieker
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Aromatics Elixir is een elegant voorbeeld van een bloemige chypre. Bossig, mossig, warm en fluwelig met een hoog ‘security blanket’-gehalte. De opening is beslist origineel. Geen klassieke citursuitbarsting, maar een soort andere frisheid opgeroepen met verbena, salie en kamille (foto) – kruidig en zacht tegelijkertijd. Ruik je niet vaak.
Het hart is vol klassieke parfumbloemen: roos, ylang-ylang, jasmijn en tuberoos gecombineerd met de pittige nuance van geranium. De basis is zoals een chypre moet zijn: donker, groen en intens door sandelhout, patchoeli, eikenmos en vetiver. En dat alles in rijke en volle hoeveelheden.
RUIK & VERGELIJK
Hoe ruikt een groene geur? Dat was begin jaren zeventig de vraag. Waterig, bloemig, intens of donker? Vergelijk Aromatics Elixir met:
Lancôme Ô de Lancôme (1969)
Chanel Nº19 (1970)
Givenchy III (1970)
Dior Diorella (1972)
Estée Lauder Alliage (1972)
Als er een kruid is dat je associeert met zomer dan is het basilicum. Goed, je hebt ook dille en dat is ook lekker in een zomerse salade, soep of over de vis. Maar proef je basilicum, dat proef je zon in je eten. Het is een goed idee van Marc Jacobs om het te bevorderen tot hoofdingredïënt in een geur. Misschien denk je, moet ik naar basilicum ruiken? Ik antwoord: ‘Waarom niet!’ Het is letterlijk en figuurlijk verfrissend om nieuwe geursensaties te zoeken in parfums (zoals Jacobs vorig jaar met zijn komkommer-splash duidelijk maakte). En wat daarbij komt: basilicum doet meer met je. Het ruikt meer dan alleen lekker pittig groen. Volgens de aromatherapie werkt het ‘verwarmend’ op het gemoed en geeft het nieuwe energie – altijd prettig. En van mij mag hij volgend jaar met een dille-splash komen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Wat een lekkere opening van kruidig basilicum (foto) in combinatie met twee andere opvallende en weinig gebruikte ‘groenmakers’ in geuren: tomatenblad en het verfrissende sereh (beter bekend als citroengras). Denk nou niet dat je alleen maar kruiden ruikt, dat wordt saai voor de neus. Daarom is het hart vol van van zomerse bloemen: fresia, jasmijn en sinaasappelbloesem.
Die houden de structuur van de basilicum luchtig. Warm als de zon in een zomerse tuin is de afronding. Hiervoor selecteerde de neus Andrea Lupo ‘kasjmierhout’, witte musk en sandelhout. Alleen, na verloop van tijd lijkt de basilicumnoot verdwenen en resteert er een groen-bloemige geur
RUIK & VERGELIJK
Een leven zonder basilicum in de westerse wereld zou bijna ondenkbaar zijn. Nou, in ieder geval in de keuken. Met zijn peperachtige en beetje notigekruidige smaak verleent hij pizza, mozerella, risotto of gewoon een zomerse salade veel gratie. Hoewel niet zo bekend, is het gebruik van basilicum – ook wel koningskruid genoemd – in parfums al langer ‘in de mode’. Het geeft aan een geuren een aromatische toets die afhankelijk van de andere ingrediënten op het recept voor een donker dan wel licht groen aroma zorgt. Nog een lekkere zogenaamd pure basilicumgeur voor man en vrouw is:
Guerlain – Aqua Allegoria – Madarine-Basilic (2007)
Neus: Carlos Benaim, Olivier Polge, Dominique Ropion
Model: Mini Anden, Enrique Palacios
In de loop van een carrière komt een modeontwerper er achter dat één flacon uit zijn parfumlijn eigenlijk het beste in lijn ligt met zijn visie. Het gevolg: hij wordt gepromoveerd tot standaardflacon. Voor Giorgio Armani is dat de flacon die hij in 2000 voor Mania ontwierp. In 2004 vulde hij deze met Armani Mania en nu is het de beurt aan Armani Code, een geur met een raadselachtige naam die een cryptische boodschap bevat. Aldus de Italiaanse ontwerper. Hier gaan we: ‘Armani Code is een inwijdingsparfum voor de vrouw die toegang verleent tot de wereld van Giorgio Armani’. Hoe die codes werken, zie je in de visual. In het kort: man (Enrique Palacios) speelt de rol van de verleider, de vrouw (Mini Anden) die van femme fatale. Zo eigen voor de glamourwereld van Hollywoodfilms waarop de ‘codes’ van Armani Code zijn geïnspireerd.
Daarnaast symboliseert de geur volmaakte vrouwelijkheid, tijdloze charme en is het een ode aan vrouwen en hun magnetische krachten. ‘Want vrouwen’, zo zegt Armani, ‘leren zichzelf langzaam maar zeker kennen en hebben gevoel voor het opwindende en verwarrende liefdesavontuur. Ze spelen dit spel heimelijk en openlijk, maar zorgen ervoor dat er ruimte overblijft voor fantasie’. Zou hij dit echt gezegd hebben… Kanttekening: Armani Code is wat geur betreft minder ‘femme fatalerig’ dan je zou denken. Het is geen zware, meeslepende geur. Eerder een zeer prettige in al zijn ‘oranjebloesemmildheid’ met zoete nasleep. Eerder een geur voor overdag, dan voor de nacht. Tenminste als je zo parfums wilt indelen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De saffierblauwe en zwart ‘gelakte’ flacon met sierlijk kantwerk van oranjebloesem reflecteert perfect de inhoud. Want de geur opent met oranjebloesem… ‘een schitterend Mediterraans begin’ gecombineerd met de vrolijke sprankeling van sinaasappelschil. Vervolgens ruik je een gembernoot die opvallend mooi samengaat met oranjebloesem. Ook het hart is ook vol van oranjebloesem maar nu vermengd met sambacjasmijn – de fijnste in zijn soort.
De ‘geurfinale’: nóg meer oranjebloesem ‘zacht en verslavend’ gemaakt door vanille en honing (foto) aangevuld met musk en hout. Inmiddels is Armani Code ook verkrijgbaar als eau de toilette (2007). Voor het lichtere effect werd de geur ‘aangelengd’ met petitgrain en geaccentueerd door cyclaam, jasmijn en lelietje-van-dalen.
Armani Code Elixir verscheen in 2008. De geur gaat nu de diepte in doordat de houtachtige basis is verweven met tonkaboon, vanille en viooltje. Sandelhout geeft de totaalcompositie extra warmte. En in 2009 ziet de eerste Armani Summer Code het licht. In 2010 de tweede. In 2011 de derde.
RUIK & VERGELIJK
Oranjebloesem is een van de klassieke parfumingrediënten die sinds 2000 is herontdekt door parfumeurs als solifleur. Dat wil zeggen: niet alleen meer gebruikt voor de opening van een geur, maar ook voor het hart en de afronding. En dan valt pas op hoe eerst fris, vervolgens hoe bloemrijk en tenslotte hoe zwoel dit tedere bloesemtje kan zijn. Ontdek het brede geurscala van deze voorjaarsbode ook in: