GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

UNUTAMAM NISHANE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 6, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET U, NICHE. Een reactie plaatsen

INSTINKER DIE INDRUK MAAKT

TERUG NAAR DE WORTELS

Naar ik heb begrepen was/is de Portugees Miguel Matos (nog) een van de redacteuren/schrijvers van www.fragrantica.com en daardoor meermaals genomineerd voor de Perfumed Plume Awards en Fragrance Foundation Awards – voor wat het waard is dan. Want de laatste heeft, vind ik, een erg discutabel ‘prijsbeleid’ en heeft pas op een laat moment als conservatief bolwerk nieuwe prijscategorieën toegevoegd (waaronder beste blogger, beste niche, best indy) die buiten de usual suspects (de grote namen in de parfumindustrie door wie het ook gesponsord wordt) vielen. Dit terzijde.

Daarnaast schreef hij parfumgerelateerde boeken – onder meer Portuguese Artists in Direct Speech en Making the Body Think’. Hij werkte samen Art & Olfaction Institute in Los Angeles en het Casa da Cerca Contemporary Arts Centre in Almada (Portugal) en heeft een studio/galerij.

Als creatief directeur werkte Miguel samen met Sven Pritzkoleit (een capsulecollectie ‘binnen’ het merk SP Pafums). Als parfumeur is Matos autodidact. Zijn opdrachtgevers: Sarah Baker Perfumes, Der Duft, Testament London en Nishane. Hij heeft inmiddels zijn eigen geurlijn, Miguel Matos Perfumes en – niet verkeerd; wat een goede beslissing! – is sinds 2019 inda house nose van Bruno Acompora waarvoor hij ondermeer Young Hearts maakte die ik binnenkort ga bespreken.

Voor Nishane componeerde hij Unutamam in 2019. Betekent in het Turks ‘Ik kan het niet vergeten’ en wordt gezongen door de ‘grondlegger van de Turkse popmuziek’ Sezen Aksu. Dit zijn geuren waarvan ik blij word; ze balanceren tussen ‘klassieke’ en ‘dierlijke’ verleiding, tussen polijsten en bewust niet-geraffineerd. En maken zo connectie met je onderbewuste…  schreef Geurengoeroe in verwarring op.

Of toch niet? Want hij raakt er steeds meer van overtuigd dat een goede geur direct contact zoekt met je onbewuste gevoelens die ergens ‘daarboven’ liggen te slapen en die bij een goede geur direct wakker worden geschud. Je vraagt je af: wat gebeurt er, wat ruik ik? In eerste instantie niet uit te leggen, maar er daalt – al woorden zoekende – wel een harmonieuze tevredenheid op je neer. 

Wat er direct uitspringt, ruik je niet vaak in een opening: zuivere rozemarijn in overdrive: bloemig groen met haar eigen ijlige frisheid waarvan de groenheid wordt versterkt door munt, de ijlheid door jeneverbes. Hierdoor kan de geur in eerste instantie alternatief en ‘kruidenvrouwtje-achtig’ overkomen. Niet mis mee in dit geval. Samen zorgt het voor een prikkelend aromatische overdaad.

Dat dan weer wel: in eerste instantie lijkt het of de jasmijn voor een ‘schijn-bloem-heiligheid’ zorgt die je maar even echt waarneemt. De reden: de donkere partij die hierachter de wacht houdt: anjer aangedreven door een klassieke chypre-veredeling van patchoeli, cistus labdanum en eikenmos (even heb je het idee dat je met een klassieke chypre in de grondstijgers vandoen hebt). 

Als ‘extraatje’ castoreum (bevergeil) die je goed waarneemt en die geleidelijk souplesse krijgt door amber en karamel (denk vanille). Maar er gebeurt nog iets meer met dit samenspel van sensuele smaakmakers; er treedt een soort van ‘garagesfeer’ op – ik krijg associaties met petroleum, olie, smeuïge geilheid – dat werk. En toch blijven de aromatische prikkels van de opening en die van jasmijn op de achtergrond aanwezig. 

Ik zeg: ‘Superlekker!’. Alleen ik hoop dat we qua ontwikkeling van richtinggevende geuren niet alleen maar teruggaan naar de basis, naar het herontdekken van klassieke ingrediënten gebaseerd op natuurlijke ingrediënten die je kunt bestellen bij www.hekserij.nl (Unutamam is in a way erg retro. Maar dat we ook een vlucht naar voren maken (vrij van historische ballast) zodat we geuren kunnen ervaren die we écht nog nooit hebben geroken, misschien wel met behulp van kunstmatige intelligentie.

LILAS EXQUIS JACQUES FATH 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 28, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET L, MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

MEER DAN SERING; EEN EXQUISE BOEKET 

MAAR EEN PARFUM? DAT NIET

De nieuwe Jacques Fath heeft natuurlijk niets met de oude, de echte vandoen. Wie de eigenaar van de huidige licenties is: staat op de flacon: www.panouge.com. Is het belangrijk? Nope. Maar ik ben – van historisch oogpunt gezien – altijd benieuwd naar de omzwervingen van deze licenties na de dood van de naamdrager. 

Wel weer wat geleerd, Jacques Fath (1912-1954) de couturier, in de vintage parfumwereld heldenstatus genietend vanwege zijn Iris Gris (1946) en Green Water (1947) lanceerde zijn eerste parfum vlak na de bevrijding, die niet in tegenstelling tot geuren van de concurrent de vrede vierde – Patou: L’Heure Attendue, Shiaparelli: Le Roy Soleil, Balmain Vent Vert, Nina Ricci Coeur Joie – maar vreemd genoeg Chasuble. Betekenis: kazuifel. Ofwel, voor diegenen die geen link what so ever hebben met de katholieke eredienst; mouwloos opperkleed gedragen door de priester tijdens de eucharistie. Vreemd, ludiek en zou nu ook niet misstaan als parfumnaam van een indy label. Opvallend: toen ‘ook al’ te koop in Canada zoals op oude advertenties te zien is. 

Anyway, het merk als parfumlabel is sinds 2016 serieus weer terug met Faith’s Essentials. Het is een toonbeeld van AN 2.0: Affordable Niche 2.0. Kloeke flacons, met een klassieke look die uitstraalt dat het merk al ‘best lang’ bestaat, af en toe benadrukt door een geur waarvan de naam refereert aan oude bekende: L’Iris de Fath (2018). 

Fath heeft de smaak in ieder geval te pakken: Rosso Epicureo, L’Orée du Bois, Les Frivoltés & Lilas Exquis(allemaal 2017), Red Shoes, Velours Boisé, Le Loden & Tempête d’Automne (allemaal 2018). Ook leuk: een 15-ml-variatie in het assortiment – zouden meer merken moeten doen.

Omdat ik geuren meestal at random koop – uitgangspunt: ben benieuwd, verras me maar, of: ik heb weer zin in een bepaald soort geur – werd het Lilas Exquis, omdat ik zin had in een seringgeur. Had ik me er dieper in verdiept, dan had ik Le Loden gekocht – na even denken schoot me het weer te binnen – naam van de gelijknamige dikke wollen waterdichte stof. Hoe vertaal je dat in geur? Een wollen trui die geperst wordt? Ik ga de importeur om een proefje vragen. 

In Attar AT sprak ik het ‘verlangen’ uit om weer eens uit om getrakteerd te worden op een weldadig boeket. Ik moet zeggen: Lilas Exquis komt aardig in de buurt. Drie redenen: je ruikt de sering goed – moet natuurlijk ook. Zoet, poederig, zonnig en een ietsiepietsie gekruid. Twee: originele toevoegingen aan het boeket: (wilde) hyacint, lindenbloesem. Drie: de volle afronding. Grappig: de eerste indruk doet ‘rood-fruitig’ aan, maar dieper inhalerend ruik je twee blommekes die zo lekker het begin van de lente weet uit te drukken: hyacint en wilde hyacint (blue bells) met een flinke scheut bergamot erbij. In het hart ís het lente: een volle, beetje gekruide sering die vervolgens een luchtig-fris component krijgt door magnolia en – daar-is-ie – lindebloesems met haar mooie warme honig-hooiachtige noot. Je ziet het boeket in een vaas voor je. Het viooltjes-room-akkoord kan ik niet echt plaatsen, of het moet de onderliggende zoetheid zijn. Lekker hoor die basis met ambrette (mooi warm, met zijn ‘natuurlijk’ muskachtige noot) die ook garandeert dat de witte musk, ambroxan en ‘houtzijde’ niet de overhand krijgen, dus geen scherp laundry-effect in the end. 

Alleen: Lilas Exquis wordt verkocht als parfum, dus niet eau de parfum. Dát gaat er bij mij niet in: hoe lekker ook; ik heb een ‘eau de toiette-gevoel’. Een parfum/extract moet voller, gelaagder en indrukwekkender zijn.

VANILLA DIORAMA LA COLLECTION PARTICULIÈRE DE CHRISTIAN DIOR

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 23, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET V, MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

BEPROEFD RECEPT

LIEVELINGSDESERT GEVAT IN GEUR

Ik had de laatste tijd een, discussie is een groot woord, gedachtewisseling met www.parfumaria.com over La Collection Particulière de Christian Dior. Dit naar aanleiding van Vanilla Diorama (2021). Zijn deze geuren nog als niche te omschrijven? Moeilijk. Moeilijk. Ja: gezien de kwaliteit aan ingrediënten. Nee: gezien, het wel heel erg breed uitzetten van deze lijn op socials en winkelvloeren van luxe warenhuizen. Drie jaar geleden zag ik bij Macy’s New York dat zelfs de liften van top tot teen driedimensionaal met flat screens ‘gevuld’ waren met daarop de diverse geuren volop in ‘bloeiende’ beweging‘. Indrukwekkend. 

Maar moet dat nu? Ik vind, misschien old school gedacht, dat je niche zelf moet ontdekken. En dat je je hierbij niet direct door grote namen moet laten leiden. En dat is met Dior natuurlijk onmogelijk. Die kom je werkelijk overal tegen tegenwoordig. Online en ook in het echt – as we speak is er wel ergens een mega-expositie waarin de wereld van Dior in full splendor wordt geëtaleerd.

Met zo’n naam – die bij een heel groot publiek garant staat voor vertrouwd, zekerheid en kwaliteit – kun je wat geuren betreft niet helemaal losgaan. Zegt men. Moet je toch binnen het klassieke kader blijven. Vind men. Het grote publiek mag het dan als niche zien, voor perfume insiders blijft het categorie prestige. 

Wat me opvalt: de spagaat in de naamgeving bij La Collection Particulière. Van de ene kant poëtisch en daardoor sort of nieuwsgierigmakend: Balade Sauvage, Belle de Jour, Jardin des Anges, Rose Gipsy, Sakura en Souffle de Soi. Van de andere kant: niet moeilijk doen, gewoon sec bij de naam noemen: Purple Oud, Santal Noir en Thé Cachemire (allemaal uit 20217). En dan af en toe een geur die met de naam speelt en/of aan het leven van de couturier refereert: Diorissima (idem). Wat is de toegevoegde waarde van de laatste? We hadden toch al Diorama en Diorissimo?

Imaginair toetje

In deze categorie valt ook Vanilla Diorama. In verband met een journalistiek artikel ‘moest’ ik ooit twee boeken over het leven van monsieur Dior lezen, maar het is me niet bijgebleven dat Vanilla Diorama  een van zijn favoriete desserts was. Misschien heb ik er wel overheen gelezen want: er niet echt op naar zoek. Hij schijnt zo te zijn dat het restaurant Maxim’s Paris dit dessert speciaal voor hem heeft gemaakt.

Alleen – hoe kan dat nou? – er bestaat volgens Dior geen afbeelding of gedetailleerde beschrijving. Vind ik op zijn zachtst gezegd vreemd. Een restaurant met zo’n reputatie en legendarische clientèle, die bewaart uit trots en historisch besef toch al zijn ‘geheimen’? Ik zou zeggen: dieper graven. Anyway, de geur haakt slim op de nog steeds populaire gourmandtrend.

En de storytelling begrijpt iedereen. Terzijde: ik weet het niet meer, maar wordt het bij de counters in de parfumerie nog gedaan – een ontstaansverhaal vertellen? Onmogelijk volgens mij. Neem alleen de verhalen van alle Diorgeuren. Je kunt je afvragen of klanten nog geïnteresseerd zijn. Het is volgens mij eerder een dingetje waar de marketingafdeling geen afscheid van kan nemen. Want het staat anders zo kaal voor de pers en influencers.

Une amuse gueule pour monsieur Dior

Vanilla Diorama is precies hoe vanille als een prestige/niche-geur moet ruiken: zoet, zeer zoet, royaal, romig, smeuïg met een houtaccent om niet te glad, te plat en te eendimensionaal te eindigen. Leuk de opening: alsof je door een lichte citrusregen van sinaasappel en citroen heen, de vanille ruikt. Maar gelukkig ruik je meer: kardemon en roze peper geven een extra kickstart. 

Het houtaccent in dit geval is patchoeli en sandelhout. Samen resulteert dat in een mooie warme amber-ondertoon die ervoor zorgt dat de zoetheid niet uit de bocht vliegt en die op het eind een poederig effect garandeert. Ik bespeur ook een lichte rum-noot (of is dit verbeelding?) Het geeft het geheel een licht tropisch zwoel effect zonder dat het te tropical, te Escada-zomergeurcocktail wordt.

Conclusie: het klopt allemaal, maar het geheel is ook saai en braaf. Maar dat is typisch François Demachy, ‘de ambtenaar’ onder de neuzen. Hij verstaat zijn vak, maar het gaat allemaal langs de lijnen der geleidelijkheid, volgens beproefd recept. 

Daarom ben ik benieuwd naar de opvolger van Demachy – hij gaat met pensioen: Francis Kurkdjian. Wordt hij schatbewaarder of krijgt hij kans om zijn creatieve kant te benadrukken en écht te verbazen? Met dien verstande dat parfumcreatie nu wel zijn beperkingen en grenzen heeft bereikt (van AI moet wat dat betreft ook niet te veel verwacht worden). Innovatie en vernieuwing in parfumcreatie is nu vooral een kwestie van hoe je naar het metier kijkt. Ooit zette Dior de trend in plaats van ze te volgen. Hopelijk krijgt Kurkdjian ook die kans. 

TERUG RUIKEN: HÉRITAGE GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 20, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET H, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN, NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN. Een reactie plaatsen

BLENDEN LAYEREN AVANT LA LETTRE

KWALITEIT & LIEFDE VOOR HET VAK

‘Die geur; dat is hoe liefde ruikt. Zou het flesje niet willen inruilen voor een vriendin’. Klinkt nogal al heftig. Moet wel gezegd: de schrijver van dit appje (afgelopen donderdag verstuurd) is net gestopt met een relatie, en omschrijft haar als ‘mijn huidige ex’. 

Maar toch. Zo hoort het. Zo kun je geur ook ondergaan, beschrijven: niet als clichéverzameling van kreten en marketing-gewauwel die je hebt van horen en zeggen, en vaak te horen is op YouTube-geurrecensies. Wél als een mengeling van verschillende emoties die je ondergaat terwijl je een geur in je ‘opneemt’.

Over welke geur hebben we het in dit geval? Héritage van Guerlain (1992). Over welke persoon hebben we het? Nou, over een van mijn beste vrienden, die – moet gezegd – een heel bijzondere relatie met parfum heeft. Stel je hem er een voor, dan vindt er een – vind het woord verschrikkelijk, want uit zijn verband gerukt en te veel en te vaak gebruikt – ritueel plaats. Hij sprayt de geur op zijn pols, brengt die naar zijn neus, inhaleert en sluit zijn ogen. Vervolgens mag ik een tijdje niets zeggen. Stilte vereist.

blenden avant la lettre

En dan gebeurt het: hij geeft zijn mening… ‘Auf Flüglen des Gesanges’ (copyright Heinrich Heine). Als hij het niets vindt; dat ruikt hij direct, zo’n geur krijgt niet eens de kans om zijn polsen te ‘bevochtigen’. Zo zei hij onlangs over een als kerstcadeau gekregen (een mij onbekende) Hugo Boss: ‘Zelfs onwaardig was als wc-verfrisser. Uitroepteken!’

De Héritage-flacon (voor nog maar een vierde gevuld) was honderd procent vintage dus niet hergeformuleerd en afkomstig uit de nalatenschap van de recent overleden moeder van een vriendin van me (waarover een andere keer meer; ik heb parfumrestanten gekregen). Ik rook hem ook nog een paar keer op de fiets (in de ‘nalatenschap’ zaten ook nog twee monsters van de geur in minivorm van de originele flacon) op weg naar hem, en genoot weer met volle teugen. 

Héritage is echt classic Guerlain. Je ruikt eerst de zalig-zonnige klassieke bergamotopening, dan komt er een onbestemde kruidige noot naar boven – een mengeling van tijm, salie en rozemarijn; althans zo lijkt het – ‘gedroogd’ door wierook plus een peperige noot. Vervolgens daalt de geur in en kom je terecht in een zalig-zoete zalvende amberbasis die na verloop van tijd poederig, maar niet tuttig wordt. Het donkere bos-gevoel bij een ondergaande zon blijft bestaan. Het gemoed: volle tevredenheid omdat je kwaliteit en liefde voor het vak ruikt – een steeds zelden wordende ‘deugd’.

Ik las ooit op het uit de lucht gehaalde www.monsieurguerlain.com dat Jean-Paul Guerlain Héritage had samengesteld uit een combinatie van zijn geliefdste Guerlain-klassiekkers, als met het spelen met het legendarische parfum-repertoire van het huis. Blenden van bestaande geuren was toen een originele gedachte en werd (ook nu nog) als heiligschennis gezien; en ik heb er mijn eigen huis aan te danken; le bienaimé – ik heropen hem binnenkort met een serie Eaubades, maar dat terzijde, maar we houden u op de hoogte. En niche moest nog uitgevonden worden.

Jean-Paul Guerlain heeft gelijk met zijn Héritage. Toch blijft het een soort van wishful thinking/smelling: als je wilt ruikt je het allemaal. De lavendelnoot van Jicky. De hesperide-prikkeling én gulle warmte van Habit Rouge. Zelfs een whiff van de kruidigheid van Derby. En – als het dan echt moet – ook een back to the future-idee, want in het Arsène Lupin-duo uit 2010 (niet de Netflex-serie) ruik je ook echo’s van de klassieke Guerlain-signatuur.

Maar het allermooiste aan Héritage, is dat je toch een time warp maakt – ‘toe opa vertel nog eens’ – het is de tijd van de opkomst van de nieuwe zakenman, die strak in het pak van Armani de helikopter pakt, maar thuis in zijn tweede huis dans la campagne zich pas echt thuis, comfortabel voelt. En dat gevoel van hout, bos, warmte ruik je allemaal in deze geur, toen een prestigegeur eigenlijk niche was. Daar is niets ‘toe opa vertel nog eens’-ouderwets aan, want deze kruidig-aromatische versiertoer doet vertrouwelijk aan, die heel veel mannen en vrouwen en, nou vooruit, ‘in betweeners’ nog steeds aangenaam zullen vinden. By the way: nog steeds te koop.

HACIVAT NISHANE

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 9, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET H, NICHE. Een reactie plaatsen

MOOIE ‘ARISTOCRATISCHE’ DROGE CHYPRE

Het valt me op dat ik steeds luier word om te verdiepen in de achtergrond van parfummerken. De reden: het zijn er gewoon te veel geworden en op inhoud en invulling te vaak te veel van hetzelfde. Geldt dus ook voor namen die geuren krijgen. De lol is er wel een beetje af. Maar bij Hacivat, moest ik wel; wat betekent dit in hemelsnaam? De eerste gedachte: zeker de Latijnse benaming van een (wel of nog net niet uitgestorven) beest dat ik nog niet ken, dus ‘moest’ die wel van Zoologist zijn: op het proefje geleverd door www.parfumaria.com stond alleen de naam, niet de producent. 

Bij het www-en kwam ik er direct achter dat ik fout zat. Hacivat (eerst bekend als ‘Hacı İvaz’ wat ‘Ivaz de pelgrim’ betekent; soms geschreven als Hacivad op de foto rechts afgebeeld) is een van de hoofdpersonages uit het traditionele Turkse schaduwspel populair tijdens het Ottomaanse rijk (anno 1299 dat na de Eerste Wereldoorlog in 1922 ophield te bestaan en vervolgens werd opgesplitst).Het andere ‘silhouet’-karakter heet Karagöz; zwartoog in het Turks) en is inderdaad ook de naam van een Nishane-geur; Karagoz).

Havicat staat voor de goed opgeleide, welgemanierde, vlot pratende aristocraat. Karagöz vertegenwoordigt de moraal en het gezond verstand van het publiek. Ben benieuwd hoe heden ten dage de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan hier naar kijkt en of Karagöz hem af en toe op de hak neemt. Maar ik dwaal af. want nu we toch bezig zijn: wat betekent Nishane eigenlijk? Nooit bij stilgestaan tot nu. Wat blijkt? Insigne, ofwel onderscheidingsteken voor rang of verdienste. Valt me niet tegen. 

De geuren van dit merk trouwens ook niet. Sterker, I love them. Ze hebben iets brutaals en tegelijkertijd is de boodschap dat het merk heeft in zekere zin bescheiden – níet dat het het eerst niche parfumbrand uit Turkije is; ik weet niet of dat klopt; moet ik dit ook weer uitzoeken? – in vergelijk met bijvoorbeeld de zelf-feliciterende druktemakers zoals Guerlain, Dior, Mona di Orio en bijvoorbeeld Amouage die je constant vertellen wat eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: kwaliteit en expertise ‘mede mogelijk gemaakt’ door de beste ingrediënten. 

De prijs is pittig. Enigszins logisch want de inmiddels 29 geuren zijn allemaal een ‘extrait de parfum’. 50 ml vanaf € 170,00 tot en met € 450,00. Ik snap het dan ook niet dat sommige sites stunten met kortingen van 40 procent. Hoe komen ze eraan? Via de achterdeur? Van de vrachtwagen gevallen? Ik bedoel: daar gaat je winst als middenstander als je de geuren via de officiële kanalen koopt. Of zouden het neppers à la Notino zijn?

In ieder geval Hacivat is lekker. Het idee erachter: ‘Een eerbetoon aan elegantie, vriendelijkheid, bekwaamheid en liefde voor de kunst’. Daar kan niemand wat op tegen hebben, toch? Verder: ‘Geïnspireerd door het traditionele schaduwspelkarakter, zal deze chypre je helpen in je beste dromen te leven door de eeuwige sprankeling van zijn vreugdevolle structuur’. 

Die ‘eeuwige’ sprankeling ervaar je direct: de mix van bergamot en grapefruit is over het algemeen slaapverwekkend saai of aangenaam vertrouwd, het is maar hoe je ‘erin’ staat, Voor mij meestal: alsof je naar een uitzending van The Voice kijkt. Maar als je daar ananas aan toevoegt dan krijg je een heerlijk fruitige sprankeling met een exotisch ondertoontje.

By the way: I love pineapple – mierzoet, zonnig, gebrande suiker, sensueel; een soort samenballen van alle zoete citrusvruchten verrijkt met kokos-en vanille-accenten. Dan komt de jasmijn tevoorschijn, die zich bescheiden opstelt, want het zijn de houttonen die het ‘totaalplaatje’ bepalen. Een mix van patchoeli, cederhout, ‘blank’ en ‘droog’ hout en eikenmos. Inderdaad veel hout, maar aangenaam hout. Voor mij een melange die doet denken aan de houtachtige chypres die midden jaren zeventig werden gemaakt: denk Rochas’ Mystère, denk Guerlains Parure. 

ATTAR AT ANDY TAUER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op februari 4, 2022
Geplaatst in: Uncategorized. 1 reactie

ATTAR ATTACKS

ROOKGORDIJN

Even een misverstand uit de wereld: doordat ik het de laatste tijd ‘nogal eens’ heb over geursensaties die richting vies nijgen, wil ik niet de indruk wekken dat ik een ‘gewoon gezellige’ bloemengeur niet – meer – op zijn waarde weet te schatten. Integendeel, ik zeg: ‘Kom maar op!’

Dan heb ik het niet over geuren waarin in één bloem de show steelt: de ‘pure’ roos, de ‘pure’ pioenroos, de ‘pure’ jasmijn, de ‘pure’ oranjebloesem, de ‘pure’ enz. enz. – dat kennen we nu we wel. Maar wél over een elegante combinatie van deze solifleurs uitgebreid met wat ‘pure’ lelietjes-van-dalen, ‘pure’ narcissen, ‘pure’ hyacinten en ‘pure’ sering. Kortom, een klassiek boeket verbluffend-vernieuwend geschikt. We wachten af.

‘Tot die tijd’, moet ik bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben van Attar AT (uit 2017; dat ik’m niet eerder heb geroken is een – nu volgt een bespottelijke overdrijving helemaal in lijn met het huidige tijdsgewricht – misdaad tegen de menselijkheid). De inspiratiebron doet er in feite niet toe, maar ik vermeld het toch even omdat het zo ongelooflijk ‘LVMH-marketing’ aandoet. Misschien is het wel in het echt ‘gebeurd’, maar bij Andy Tauer ga ik twijfelen omdat deze storytelling niet bij hem past en hij het ook niet echt nodig heeft.  

‘Op een mooie avond werd ik uitgenodigd voor thee in de Saoedische woestijn (ik zou toch graag willen weten door wie), samen met parfumliefhebbers en vrienden (ook benieuwd naar). We bespraken de wereld van oudh en attar. We hebben gepraat en geroken, en keek naar de zon die zich achter de duinen verschuilde. Ik zal het nooit vergeten. Thuisgekomen moest ik gewoon verder werken aan een attar: donker, Arabisch, ruig, sterk maar niet te schreeuwerig. Ik wilde een attar die verder ging dan het gewone. Ik wilde dat Attar AT met een element van bescheidenheid kwam’. 

Wat de laatste zin betreft: begrijp ik niet. Want een attar is ‘in principe’ onbescheiden; ‘moet’ walmen en roken. Dit mag dan zijn advies zijn: ‘Eén druppel op elke arm is genoeg om de dag met je mee te gaan, terwijl de geur dicht op de huid blijft’; ik ‘verdriedubbel’ het graag. 

Want dat gaat de geur helemaal los, en nog meer wanneer het buiten broeierig en droog-warm is volgens mij. Ik ga het toch een keer checken: een attar in de woestijn ruiken om te ervaren of een geur zich dan echt anders gedraagt. 

Mijn moeite met deze attar: ik haal de jasmijn er niet echt uit. Weet niet wat zijn rol is. Om de dierlijke ingrediënten te versterken of te verlichten? Feit is dat je na het aanbrengen direct diep in het hout zit. Ik ervaar eerst voornamelijk vetiver met ander ondefinieerbaar droog hout, overgoten – zo lijkt het – door een hele, hele donkere cistus labdanum die richting teer gaat (is dit de berkenteer?). Daarna zorgt sandelhout voor een soort van smeuïgheid. Dat wil niet zeggen dat het hout gaat smelten, maar wordt wel sort of van fluïde.

Dan komt de dierlijk-viezige noot naar boven drijven. Opgegeven ingrediënten: leer, berkenteer, bevergeil (zou het de echte zijn?). Donker, warm en vooral rokerig. En opvallend: geen kruiden om het geheel te spicen. Het fijne: als ik het ruik, krijg ik zo’n intens tevreden gevoel en vraag (me al langer) af hoe een pure attar van roos, lelie en water ruikt. Kom ik binnenkort achter. Heb een ‘local’ uit India leren kennen in good old Drenthe, die bij zijn volgende reis een paar flaconnetjes voor mij meeneemt.

Attar AT is een olfactorische sensatie die je blind in je moet opnemen, inademen en dan je gedachten de vrije loop laten. Je zult verbaasd zijn wat er allemaal in je opkomt. For good. For worse. For worse. For good. 

IN MEMORIAN: THIERRY MUGLER

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 26, 2022
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES. 2 reacties

DE MAN DIE EEN REVOLUTIE IN DE PARFUMERIE TEWEEGBRACHT

R.I.P: REST IN PERFUME, REST IN PEACE

The Big Bang-editie: midden links

Had ik niet verwacht, niemand eigenlijk: in het jaar dat zijn premièreparfum – Angel – zijn dertigjarig bestaan viert, overlijdt de bedenker en naamdrager: Thierry Mugler, deze fantastische en – cliché I know – compromisloze ontwerper die zélf de afgelopen twee decennia een opvallende transitie doormaakte. Van een A*Men (zijn eerste mannengeur), dus een gewone, slanke aantrekkelijke man, naar een opgeblazen, über-gespierde Alien (naam van zijn tweede geur; ook voor de man), een uiteengespatte spierbundel, een karikatuur; een experiment, een mislukte schets voor een humanoid. 

Voor mij onbegrijpelijk, maar daar gaat het niet om. Feit is, dat hij in de parfumerie voor een nieuwe standaard heeft gezorgd – en dat is knap, want dat gebeurt zelden – met de introductie van gourmand, ofwel een parfum geïnspireerd op geuren en aroma’s die je in de fijne banketbakker ruikt. 

En dat deed hij op onorthodoxe wijze, door een aantal bijna vergeten gebruiken in de parfumerie te herstellen overgoten met een Hollywoodsaus. Dat moest ook wel, want Mugler had een ‘wereldvreemd’ beeld van vrouwen. Geen treurigstemmende burgertrutdoorsnee maar bigger than life-versies met een fetish randje die hij vanaf de jaren negentig steeds verder verfijnde: de femme fatale, de diva, de stoeipoes, de keiharde zakenbitch, de sirene, de sprookjesprinses, de vamp, de gothic princess, de heilige, de onschuldige belle of the ball. Voor al deze vrouwen en die vrouwen die het in het diepst van hun gedachten willen zijn (de meeste dus) lanceerde hij in 1992 Angel. Slogan: ‘Méfiez-vous des Anges’. 

Naar verluidt liet hij zijn publiek zo lang – zijn directe concurrent Claude Montana lanceerde zijn inmiddels bijna vergeten Parfum de Peau in 1986 – omdat hij parfum serieus nam en niet als een product dat je lanceert, promoot, om het snel te vervangen door een nieuw (daar is hij anders over gaan denken; al die variaties die op Angel verschenen: ik ben de tel verloren).

De flacon gevormd naar een hemelse ster – volgens Mugler aards symbool van schittering en succes – is door hem zelf ontworpen en sommige edities zijn navulbaar; in veel parfumerieën staat een ‘engelbewaarder’ waar je je lege flacon weer kunt bijvullen (en er is een loyaliteitsprogramma; Mugler The Circle).

Een gezegende geur

Met deze bewaarder/’fontein’ werd een oud gebruik in de parfumwereld in ere hersteld. Ik weet niet of sinds de overname door L’Oréal van Muglerparfums (van Clarins) deze verkoopmode nog wordt gehanteerd. Nog een nadeel van de L’Oréal-deal: de compositie is aangepast, volgens sommige Angel-aficionado’s met rampzalig gevolg. En de voornaam is na de overname vervallen. 

Angel is vernieuwend-revolutionair door aan het oriëntaalse patchoeli-motief vernieuwende noten afkomstig uit de patisserie toe te voegen. Denk honing, karamel en chocolade – natuurlijk in overdrive. Nu is dit gourmandthema zó uitgekauwd, dat ik het bijna niet meer kan ruiken. Alhoewel – Candy van Prada met zijn mix van karamel en gelaagde benzoïne (zonder dat het te kleverig wordt) vind ik de laatste tijd weer lekker warm. 

Dat Angel zich heeft weten te nestelen in de top – en er nog steeds zit – komt natuurlijk ook door de opvallende campagnes en de limited editions (zoals Big Bang voor de millenniumwissel en het twintigjarig bestaan). Die doen precies wat parfum vermag: clichés tarten of juist vet bevestigen, verwondering oproepen en prikkelen.

Opvallend: de eerste geur die een ontwerper presenteert is ook vaak de beste, de bestverkopende. Geldt eveneens voor A*Men (1996). Hier manifesteert zich een ander succesingrediënt van Thierry Mugler: hij liet de mensen (en zijn modellen lachen). Geen depri heroine-chic en hologige gothic, nee ‘when you smile, I can see, you were born, born for me… ‘.

Zie je terug in deze mannengeur. A*Men kun je lezen als ‘een man’ of als ‘amen’, de zegen die je na het gebed uitspreekt. Mugler bedoelt waarschijnlijk beide, want A*Men (geflankeerd door een reeks interessante variaties waarvan sommige nog steeds te koop) is een geur voor mannen gezegend met een gezonde dosis lef, humor en viriliteit: je ruikt’m wanneer iemand hem draagt. Let trouwens op de flacon: chic, hypermodern en perfect passend in het Angel-universum: de ster ‘uit’ dit parfum vind je ‘in’ de flacon als een ingeslagen meteoor terug. En de geur: bijna een Angel-kloon maar door een flinke scheut koffie ‘mannelijk’ gemaakt. 

IN MEMORIAN: NINO CERRUTI’S PARFUMDEBUUT

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 21, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET C, KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN. Een reactie plaatsen

IN RETROPERSPECTIEF: NICHE

NU OP ESTY: 125 ML € 599,90, 75 ml € 400,00

l’envie de jouer

De onlangs op 91jarige overleden Nino Cerruti was een zeer aimabel man. Finesse, karakter en beschaafd – every inch a gentleman met die vanzelfsprekende Italiaanse quasi-nonchalante flair, het tegenovergestelde van de klassieke Italiaanse ijdeltuit-macho.

Ik heb dat mogen ervaren tijdens de lancering van Image in 1998. Ik was door hem – lees: Unilever – uitgenodigd (en Anneke Smit; hoofdredacteur van het Pour Vous-magazine waarvoor ik freelancete) om naar Berlijn te komen om drie dagen te genieten van de stad die na de val van de Muur door veel hippe designers werd gezien als de stad van de toekomst. Ik ben er geweest voor introducties van Hugo Boss, Davidoff en Joop!. 

Cerruti had het beste hotel van de stad uitgekozen – Adlon – waarvan ik wist dat Wolfgang Joop er een privésuite had (tijdens de presentatie van Rococo is het me niet gelukt hem te versieren; het klikte niet, ik had er echt heel veel voor over om zijn Tamara de Lempicka’s in het echt te zien).

Anyway, ik kan me het interview herinneren. Wat me vooral is bijgebleven, is hoe hij – ‘You can say Nino’ – over de inspiratie van Image vertelde. Het leek alsof hij het allemaal in de suite van het hotel à l’improviste uit zijn mouw schudde. I was impressed. Toen ik later op mijn hotelkamer de persmap vond, trof ik de door hem uitgesproken zinnen letterlijk terug. Zelfs hij, de grote Nino, ontkwam niet aan de dictatuur van de marketing – toen al.

Hij begon te glimlachen, toen ik hem vertelde dat zijn eerst geur zo’n beetje mijn introductie was met de fijnere geuren, samen met die van Chanel (Pour Homme), Lancôme (Balafre), Jacomo (Pour Homme) en Guerlain (Jicky). Laatste gebruikte een schoolvriendin van me – die was er vroeg bij; niet slecht voor een echte, trotse boerendochter. Gevolgd door mijn vraag of hij het ook niet jammer vond, dat zijn Pour Homme niet meer leverbaar was. Hij beaamde het.

Every inch

Daarna vertelde ik hem een anekdote – ooit was ik gevraagd door de redactie van (volgens mij) de voorloper van de Vijf Uur Show of ik in hun programma iets wilde vertellen over deze geur. Want ze hadden het plan om deze (toen al niet meer verkrijgbare geur) eenmalig opnieuw te maken in het kader van hun ‘wensrubriek’. Ik vroeg: ‘Hoeveel ga ik hiermee verdienen?’ Nee, dat moest pro deo; het was toch een perfecte etalage voor mij? Ik vroeg het redactielid of Martine van Os ook als vrijwilliger voor het programma werkte? Daarop had ze geen antwoord.

Grappig: Van Os belde me later om het er nog eens over te hebben. Ik was niet te vermurwen. Heb later vernomen dat de parfumeur Martin Gras voor de ‘re-creatie’ zorgde. Ben er nooit achter gekomen wie de oorspronkelijke neus is geweest. Hij lachte beleefd. Ook om mijn opmerking waarom hij zelf niet het model van de campagne was geweest, ik bedoel…

Anyway, Nino Cerruti Pour Homme – slogan ‘l’envie de jouer’ – is de eerste signature scent van een Italiaanse luxe prêt-à-portermerk – Armani, Valentino en Versace begonnen hiermee ‘pas’ midden jaren tachtig. Grappig: ik heb de geur niet bij de hand. Maar als ik mijn ogen sluit, dan ruik ik hem weer, moet ik denken aan een vriend van mij in Amsterdam die de geur ook gebruikte, als geur-groentje en provinciaaltje vond ik dat spannend, werelds en interessant. 

a gentleman

Het verhaal gaat dat de geur in eerste instantie voor de vrouw was bedoeld. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ondanks de ferme frisse groenheid – wat dat betreft heeft het overeenkomsten met Geoffrey Beene’s Grey Flannel – waren het de heldere, crispy bloemen – ingebed door kruidige noten – die het geheel op een chique manier begeleiden.

Geldt misschien minder voor de afronding: de schitterende sillage van musk, benzoïne, cederhout en amber zorgde samen voor een aanhoudend, prikkelend-riekend ‘zweetresidu’ dat ik later ook aantrof in Yves Saint Laurents Kouros en Van Cleef & Arpels’ Pour Homme. Gewoon chic, gewoon klasse. In retroperspectief: niche.

Helaas, leiden de recente geuren die onder de naam Nino Cerruti worden verkocht, aan hetzelfde euvel van zoveel parfumbrands: ongeïnspireerde tax free parfumprut. De namen zeggen al genoeg: Bella Notte Man, dus ook Bella Notte woman (2014), Cerruti 1881 Sport (2016) en – we hebben zo’n zin in vakantie – Cerruti 1881 Riviera (2019). Vraag me echt af waarom de nieuwe eigenaren (Designer Perfumes) nog niet in niche zijn gestapt. Als Roberto Cavalli en Chopard (alle twee, gelijk Cerruti, ooit onderdeel van Unilever, daarna Coty’s geurenportfolio) het doen…

Mocht je overwegen de geur alsnog te willen kopen: Kassa! Op Etsy in de aanbieding 125 ml € 599,90, 75ml€ 400,00. Ongeopend. Lijkt me vanzelfsprekend.

HYRAX ZOOLOGIST

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 18, 2022
Geplaatst in: GEURENALFABET H, NICHE. Een reactie plaatsen

‘ZOWEL PRIMITIEF ALS EXOTISCH’. WAS HET MAAR WAAR

PLUS: EEN VAN GEURENGOEROE’S HEFTIGSTE OLFACTORISCHE ERVARINGEN

Laten we eens een keer op niveau beginnen en Shakespeare citeren: Fair is Foul, Foul is Fair. Wordt voorgedragen door de drie heksen aan het begin van het toneelstuk Macbeth (première 1606). Hiermee wil Shakespeare aantonen dat wat als goed wordt beschouwd, in feite slecht is en wat als slecht wordt beschouwd, eigenlijk goed is. Via een geitenpaadje kun je dit ook toepassen op geur door het stellen van de vraag: wanneer gaat lekker over in vies, vies over in lekker?

Dat is – met zoals zoveel dingen – persoonlijk. Dus betrekken we het op onszelf. Ik vind dat de meeste wasmiddelen je ‘geurtechnisch’ niet in een droomweide doen belanden – een geliefd beeld in deze industrie. Ik ruik eerder een ‘keiharde’ scherpe witte musk ‘met de geur van katoen’, met iets penetrant ondefinieerbaar viezigs hangend op de achtergrond. Soms vermengd met een vleugje kermissnoepgoed dat voor bloemen moet doorgaan. Wat als ‘goed’ wordt voorgesteld vind ik ‘slecht’. 

Waar ik ook onpasselijk van wordt: een drukbezochte parfumerie zonder luchtververser – je wordt overmand door een te veel rondspuiten samengebald in een onzichtbaar en ondoordringbaar wee-penetrant wolkdek. Ook weer associaties oproepend met te veel witte musk maar dan gecombineerd met C16 H28 O, cetalox, grisalva, ambrox, amberlyn en ambroxan en al die andere synthetische variaties op ambergris. 

Wat ik wel lekker vind, daar lopen de meesten mensen niet mee weg. Nog niet. Van de week rook ik het weer terwijl ik de hond uitliet: door de mist heen, ijzige koude lucht, hooi vermengd met koeienmest en humus. Het heeft iets aards, animaals en oer, dit keer perfect gedoseerd en dus aangenaam: even diep inademen. In de parfumindustrie zijn, zoals bekend, ingrediënten met het vermogen dierlijke geursporen te verspreiden sinds met midden van de jaren zeventig verboden: musk, civet en bevergeil.

Nu is er, zo blijkt, al millennia-lang een alternatief (het was in het oude Egypte al bekend), dat langzamerhand de parfumlaboratoria begint binnen te druppelen: de excrementen van de hyrax (die worden geoogst zonder het beest te kwellen of gevangen te houden). Ik werd er voor het eerst, ik denk tien jaar geleden op geattendeerd door Marc-Antonio Corticchiato van Parfum d’Empire – je weet wel die geweldige neus die zich in eerste instantie liet inspireren door historische gebeurtenissen, personen en dieren.

Ga je al www-ent op zoek naar meer info over de hyrax dan kom je snel terecht bij de African Wildlife Foundation. Op https://www.awf.org/wildlife-conservation/hyrax wordt echter, merkwaardigerwijze, geen melding gemaakt van de sensualiteit – in de ware zin van het woord – oproepende vermogens van deze grondstof, afkomstig van het dier dat bij ons ook bekend is als de klipdas.

Het oogsten van hyraceum

Hoe ontstaat het? Het rotsachtige materiaal waarop de hyrax zijn uitwerpselen en urine achterlaat – ook wel Afrika Stone genoemd – versteend; wordt bruis en broos (maar verhardt ook) en tijdens het extractieproces samengedrukt. De donkere olie die eruit stroomt, wordt behandeld met hexaan (koolwaterstof), vervolgens bevroren en gefilterd. Er volgt een rijpingsfase, totdat een harsachtig absoluut ontstaat. Die openbaart een dierlijke, diep-complex gefermenteerde geur met elementen van musk, castoreum, civet, tabak en oudh. Zo wil ik het horen.

Als je ingrediëntensites moet geloven, kunnen sommige van deze excrementen 50.000 jaar oud zijn en hierdoor als het ware authentiek oermateriaal onthullen, want net zoals barnsteen van de Pinus succinifera behoudt hyrax-fossiel zijn geur (dat wist ik dus niet van de Pinus succinifera). 

Na al deze verdieping in de materie, was ik benieuwd naar Hyrax van Zoologist, maar ook ‘angstvallig’ gezien mijn ervaring met hun Civet. De inspiratie van Zoologist: ‘De Afrikaanse zon klimt naar zijn plek in de ochtendhemel en reikt over een bergketen om een ​​brede, platte rots te strelen. Uit de schaduw van een smalle spleet verschijnt een hyrax-familie, waarbij heet stof de glans van hun gouden vacht dof maakt. Ze nestelen zich op de warme rots om te zonnebaden, maar blijven altijd waakzaam. De schaduw van een stijgende adelaar snelt over de grond. Met een dringende gil gaat het alarm – de kolonie haast zich om dekking te zoeken. Terwijl de hitte van de zinderende zon toeneemt, komen oude aroma’s vrij uit de verschroeide rotsen, de schaarse vegetatie en het versteende hyraceum (de officiële naam van het ingrediënt). Griezelig verstrengelen ze zich om een ​​geur te vormen die zowel primitief als exotisch is, waarbij de dierlijke neigingen getemd worden door een ondertoon van zoete bloemen.’

Zoologist over de compositie: ‘De kern van Hyrax is een gedurfd, zelden gebruikt ingrediënt in de parfumkunst – Afrikaanse steen of hyraceum, die deze gewaagde, dierlijke geur zijn kenmerkende handtekening geeft. Dit unieke parfum combineert vakkundig (bescheidenheid blijft een deugd in de parfumindustrie) saffraan, roze peper, whisky, roos en musk om een ​​abstract beeld op te roepen van een stoffig Afrikaans berglandschap. Net als de behendige hyraxen die uit bergspleten op zoek naar de zon op hun muskusachtige huid, zal de geur zich een weg banen naar je zintuigen.’

Moet gezegd: interessante compositie, maar in a way toch ook weer braaf. In de zin van: het is een beproefd en geliefd basisrecept voor een nichegeur: na een scherp-medicinale opening (wierook) worden saffraan en roos als hoofdversierders opgevoerd (saffraan is het nieuwe vanille in niche-kringen), omringd met donker-rokerige ingrediënten die garanderen dat de geur blijft hangen. Mijn eerste indruk: wierookharsdruppels gerold in zwoel zand. Voor de zekerheid, de eerste indruk van mijn partner: ‘Wierook!’

Ik krijg in ieder geval een prettig vintage-gevoel, want met andere ingrediënten wordt dezelfde weelde en gelaagdheid opgeroepen als de leren chypres uit de jaren veertig en vijftig gecombineerd met een vleugje nu. 

Alleen net zoals met Civet: de misschien onterecht hoge verwachtingen bij mij kunnen alleen maar teleurstelling oproepen. Als je een geur Hyrax noemt en je bent bekend met de werking, dan moet je dat ruiken. En niet zo’n klein beetje ook. Dan wil je tijdens het genieten ervaren of het zich op de grens van goed en slecht, lekker of vies bevindt. En of de compositie naadloos in elkaar overloopt of juist uit de bocht vliegt van viezigheid. Het is er wel, die hint van dierlijkheid, maar voor mijn gevoel te veel getemd. Wetende dat het ‘erger’ kan zijn, houd ik de moed erin.

Je kunt met geuren niet alles oproepen wat je graag zou willen. En dat is vaak de mare tegenwoordig met ‘excentrieke’ parfumeurs: de fantasie is te groot, de techniek om dit te realiseren te beperkt. Of ze worden toch teruggeroepen door de commerciële afdeling – ‘Het geld moet ergens vandaan komen!’ – omdat die vindt dat de oorspronkelijke bedoeling van de parfumeur echt stinkt, wat dus ook de bedoeling was – ‘Dûh!’

Hoogste tijd dat ik the real stuff eens ga ruiken, en dat kan want inmiddels volop te koop. De omschrijving van http://www.hermitageoils.com bevalt me wel: ‘Een echte stinker van het extreme soort, zeer urinoir en fecaal van aroma en perfect voor een geestverruimende tinctuur.’

PS: Ik heb aan check, dubbel check, triple check gedaan, om me ervan te overtuigen dat ik toch niet ruik wat ik graag zou willen ruiken. Het wonder geschiedt niet bij mij. Geen primitief-exotische essence, maar gewoon een wierookachtige geur. Lekker dat wel, maar dat was nu juist niet de bedoeling.

Baloué-masker Ivoorkust

Grappig: de officiële persfoto van Hyrax doet me denken aan een zeer gedenkwaardige geur-ervaring. Ik werkte vroeger gratis en voor niets bij een kunsthandelaar – er kwam bijna niemand langs, dus kon ik werken aan mijn journalistieke ambities. Een van zijn specialisaties: houten beelden uit Afrika. Een keer vroeg hij mij of ik een partij van die maskers en voodoo- en voorouderbeelden naar zijn depot wou brengen. Zo gezegd zo gedaan.

En bij de opening gebeurde het: alsof je een heiligdom betrad. Het rook er zo intens naar hout: oud hout, ebbenhout, rozenhout, droog hout, vermolmd hout, verbrand hout… en het was ook nog eens dertig graden. Het duizelde me. Zoiets had ik nog nooit ervaren. Vergelijkbaar met een rondzwaaiend wierookvat in de kerk, maar droger en overweldigender. De beperkte grootte van de ruimte, versterkte het olfactorische bombardement. Het leek wel alsof het samengebalde parfum, jaren wachtend op het juiste moment, wou ontsnappen uit de kleine opslagplaats. Ik gebruik het woord niet graag in relatie met parfum, want het is verworden tot een cliché: magisch. Maar dat was het. En tevens voor mij ‘weer eens’ het bewijs dat je de olfactieve kracht van de natuur niet in een flacon kunt vatten.

Hierop voortbordurend: ik vond ooit tijdens ‘mijn Brusselse jaren’ een quasi-antieke klok op straat. Meegenomen in verband met een project. Telkens als ik thuiskwam, de dagen erna, rook ik een enorme sterke drooghout-geur met zoete nuances. Ik kon het niet direct plaatsen tot dat – ephinany! – het tot me doordrong. De klok was gemaakt van rozenhout dat zijn parfum gewoon bleef verspreiden. Heb hem ook meegenomen naar mijn vaste verblijfplaats op het Drentse platteland. Toen Maria van Geuren, de eerste keer langskwam in mijn dorp zei ze:’Wat ruikt het hier lekker, rozenhout?’ Mij was het inmiddels niet meer opgevallen, maar zij rook de klok die in de nok van de zolder opgeborgen lag in een verhuisdoos, door alle verdiepingen heen.

N°22 CHANEL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 7, 2022
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

100 jaar N°22 

MIJN FAVORIETE ALDEHYDE-CHANEL

INGEHOUDEN ZWOELE ELEGANCE

De waarheid bestaat niet. Feiten wel. Geschiedenis wil met feiten de waarheid vastleggen. Of is het: de waarheid wil met feiten de geschiedenis vastleggen? Moeilijk, moeilijk. Bijkomend probleem: ‘iedereen’ interpreteert feiten anders, ‘iedereen’ kleurt de geschiedenis op eigen wijze. Dat werd me een tijdje geleden duidelijk tijdens een uitzending van het radioprogramma Onvoltooid Verleden Tijd waarin werd stilgestaan bij het eeuwfeest van het beroemdste parfum ter wereld: N°5.

Er werden een aantal aannames gedaan die ik ‘questionable’ vond. Wat me het meest stoorde: het leven van Gabrielle Chanel werd geanalyseerd door een bril van het politieke correcte denken van nu. Er werden haar daarnaast ook diverse emancipatoire kwaliteiten toegedicht – zoals hoe ze met N°5, de hogere klasse met de ordinaire klasse verbond, of zoiets – die ik vergezocht vond. En eigenlijk overbodig: Gabrielle Chanel is tegen wil en dank de belichaming geworden van de moderne vrouw tijdens het interbellum. 

Wat niet in de uitzending ter sprake kwam – en dit is ‘mijn’ waarheid – is dat Chanel het parfum in eerste instantie als een eenmalig relatiegeschenk zag. Zo zou ze N°5 tijdens de ontwikkelingsfase in restaurants hebben getest: telkens als een vrouw haar tafeltje naderde, spoot ze het parfum kwistig rond. Als mensen vroegen van wie dit heerlijke parfum toch was, antwoordde Coco bescheiden dat zij ‘het idee had om dit parfum voor haar clientèle te introduceren’, maar dat ze nog aarzelde. Dezelfde strategie paste ze toe in haar salon aan de rue Cambon. 

N°5 was in 1921 niet meer en niet minder een van de vele parfums die verschenen, wel een van de eerste couturehuizen die het deed. Men neme: Le Bonheur Existe (Avenel), Karess (Bourjois), Cappi (Cheramy), Dacry (Cottan), Paris, Emeraude (Coty), Stephanitos (Crown Perfumery), Toujours Moi (Dana), Jasmin, Sous la Charmille (Fontanis), Candide Effleuve (Guerlain), Enigma, Magda, Kismet (Lubin), L’Heure Jolie, Jasmin (Violet) en natuurlijk Tosca van Mülhens. Ook wel bekend als ‘the poor women’s N°5‘. 

Chanelgeuren uit het interbellum

En dít parfum is voor mij nu juist een van de grote mysteries van de parfumgeschiedenis: hoe kan tegelijkertijd een soort van dezelfde, door het gebruik van aldehyden, revolutionaire compositie worden gepresenteerd? Is Ernest Beaux, de door de Russische revolutie gevluchte Russische neus (en de neus achter N°5) in Keulen de trein uitgestapt (hoofdzetel van Mülhens) om daar ook zijn formules te slijten voor hij in Parijs arriveerde? Vergeet niet dat hij de N°5-formule vóór Chanel aan François Coty trachtte te verkopen, alleen die weigerde omdat hij de productie ervan te duur vond.

Maar dit is een ander onderwerp. Mijn vermoeden dat Chanel in eerste instantie haar N°5 gewoon als een eenmalig iets zag, wordt bewezen volgens mij door het ‘feit’ dat ze een jaar later – in 1922 dus – N°22 presenteerde (twee jaar later gevolgd door Cuir de Russie, Gardénia in 1925 en Bois des Iles in 1926). Maar ja, dat is mijn interpretatie. Moet gezegd: dit is voor mij weer een bewijs hoe origineel Gabrielle Chanel (een geur sec naar een jaartal vernoemen) was en dat ze geuren in eerste instantie letterlijk als iets ‘éphémères’ zag (betekent: vluchtig; vroeger was in chique Louis Couperus-kringen éphemeer een courant Nederlands woord), als iets aardigs, als een relatiegeschenk zag. 

Genoeg geïnterpreteerd. Nu de geur. Ten eerste: de geur was in Amerika tot in de jaren zeventig gewoon te koop in de reguliere parfumerie zonder ‘niche’-of ‘vintage’-etiket. Ten tweede: het is moeilijk om mensen met een vast gebruik te overtuigen. Zo zeg ik ‘al jaren’ dat N°22 (ook gemaakt door Ernest Beaux) verfijnder is dan N°5. Heeft tot nu toe weinig indruk gemaakt. Ik heb slechts één N°5-gebruiker ervan weten te overtuigen.

Toch is voor mij is de tweede Chanelgeur de kwintensens van een aldehyde omdat de geur zowel de koele, metaalachtige kant van bloemen als het vermogen om die te veredelen; te polijsten verenigt. Een andere reden: bij witte bloemen – in dit geval tuberoos, meiroos en oranjebloesem – lijkt het alsof aldehyden vanzelfsprekend nog beter hun best doen; de geur popt er mee up als champagnebubbels terwijl op de achtergrond de witte bloemen op het punt staan om in volle olfactorische glorie uit te barsten. De geur in drie woorden: ingehouden zwoele elegance. Ook mooi is dat de basis van vetiver en vanille de compositie een vanzelfsprekende donker-zachte onderlaag geeft, zonder de bloemen in de weg staan.

N°22 is daarnaast minder zwaar op de hand. Het is levendig, warm en zacht tegelijkertijd, zwevend tussen sensueel en gereserveerdheid. Als je in parfumclichés gelooft: het lonkt, maar creëert ook afstand. Heel cheap gezegd: look but don’t touch. Iets persoonlijker geïnterpreteerd: járen geleden zag ik Jerry Hall eens tijdens een hip feestje in Parijs. Wat ik niet wou, deed ik toch: ik staarde haar als een klein kind na, omkijkend in verwondering, overmand als ik was door zoveel schoonheid. Het spatte ervan af. Maar ik voelde ook aan dat haar benaderen niet tot de mogelijkheden behoorde – ‘a goddess on a mountaintop’ zoiets. Had ik het maar gedaan, was ze nu niet getrouwd met Rupert Murdoch (inmiddels 90). Maar dit terzijde.

Ernest Beaux

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
    • DELIZIA OSCURA CALAJ
    • GEURENDE SCULPTUREN
    • MY BEST FRIENDS FRAGRANCE
    • OMBRÉ LEATHER TOM FORD
    • OXYGÈNE POUR HOMME LANVIN 
    • VÉTIVER BOURBON PARFUM D’EMPIRE 
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 124 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....