Ik heb een zwak voor uitdrukkingen en gezegden. Spitsvondig of dom, maakt me niet uit. Als er maar een soort levenswijsheid in zit verborgen. Neem deze, eeuwenoude uit het Duitse taalgebied die ik geregeld prevel wanneer ik iets verneem waarvan ik nog nooit eerder had gehoord: ‘Mann wird alt wie eine Kuh und lernt immer noch dazu’. Hoewel dat tegenwoordig voor de meeste koeien niet meer geldt, is de boodschap duidelijk.
Ik had het onlangs met de siererwt/reukerwt (lathyrus). Een van mijn favoriete parfumblommekes: zacht, lieflijk met poederige ondertoon. Symbool voor zomer en sentimentaliteit.
Zit zo: tot mijn stomme verbazing en oh heerlijke vreugd hebben sommige van de vorig jaar gezaaide lathyrus de winter overleefd. Opvallend: van de rijke diversiteit aan kleuren, resteren nu alleen wit en paars. En die zag ik reeds, enigszins jaloers, bij onze overburen jaar in, jaar uit terugkeren (ik woon dit jaar ‘al weer’ negen jaar op het platteland). Nu dus eindelijk in mijn eigen tuin. Hierbij moest ik een teleurstelling incasseren: deze overwinteraar ruikt niet noemenswaardig. Je ruikt iets vaags, maar niet echt de kenmerkende poederzachte bloemennoot.
Naar Hollands muisje
Hoe kan dat nou? Ik begon een beetje te mijmeren en een beetje te googelen. Bracht me tot de volgende conclusie: als de lathyrus orodatus de winter overleeft dan transformeert hij tot de reukloze lathyrus tuberofus. En als je de laatste gaat googelen, dan kom je interessante ‘alte Kuh’-info (ofwel Aha-Erlebnis) tegen.
Hiervoor gaan we terug in de tijd. ‘In de volksmond’ wordt de lathyrus tuberofus aardaker genoemd. Maar het zijn niet de bloemen waarom hij toen geliefd was, maar de knolletjes – die stonden eeuwen geleden al op het menu. Dat valt af te leiden uit de Nieuwe Herbarius van J. Fuchs (1543) en het Cruijdtboeck van Rembertus Dodonaeus of Dodoens (1608).
Hierin wordt de aardaker al vermeld, maar ook onder andere fantasievolle namen. Zoals eerdamandelen, muijsen met steerten, Zeeuwse castanien en eerdvijghen. In Zeeuws-Vlaanderen werd ze aardmuis genoemd, in Vlaanderen meisjes en jongens, en bloemkorfkens. In de Betuwe was ze bekend als muizen-met-staarten en aardnoot. De Van Dale neemt de aardaker voor het laatst in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (8e druk, 1961) op, zij het ‘als onkruid in de bouwlanden en slechts bij uitzondering aangekweekt’. Het zij zo.
Via www.permacultuur.org leer ik dat vroeger (zonder tijdspecificatie) de aardakker als groente werd gegeten en – we zijn weer thuis – er parfum uit werd gewonnen. Geteeld in de omstreken van Bergen op Zoom, op Overflakkee en de Zeeuwse eilanden, en geëxporteerd naar Frankrijk.
Je kunt je iets bij de naam voorstellen
Vandaar de naam: Hollands muisje. De knolletjes kook je als aardappels of pof je als tamme kastanjes. Daarnaast wordt vermeld dat de bolletjes tot plantaardige olie verwerkt kunnen worden. De bloemen, jonge scheuten en zaadpeultjes zijn ook eetbaar – dat verbaast me niets: ze zijn namelijk verwant aan peultjes/doperwten.
Ik moet volgens mij nog een paar seizoenen wachten eer ik zoveel knollen kan oogsten dat ik ze kan serveren. Maar de omschrijving van de smaak, maakt nieuwsgierig: zweemt naar die van amandelen.
Terzijde: vertaal je Hollands muisje in het Frans dan krijg je ‘souris hollandaise’. Google je dat vervolgens dan begint de zoekmachine te haperen en verschijnt alleen maar ‘sauce hollandaise’ op het menu. Of… beschuit met muisjes. Als je dan er dieper op ingaat, kom je via de Franse Wikipedia erachter dat ‘souris de Hollande’ een ‘gesse tubéreuse’, dus een plantensoort is. Geen link met zijn rijke, voedzame verleden.
Het is not done om als eerlijke natuur- en landbouwliefhebber te constateren: glyfosaat ruikt best lekker. Toch zeg ik het. Natuurlijk moet je ook ‘geen gezicht’ zeggen die kale landbouwakkers aanschouwend – bezaaid met wortelrestanten van maïs en andere niet voor de menselijke consumptie gebruikte groenten – bij ons om de hoek die, as we speak, door glyfosaat nu verkleuren.
Maar als je in alles schoonheid kunt zien (kan ik), dan zeg je met optimistische BinnensteBuiten-verwondering: ‘Prachtig dat Van Goghgeel (links op de sfeervideo), hoe sfeervol dat Rembrandt-roestbruin’ (rechts op de feel good-video). En dan die geur dus: heeft iets. Terpentijn-achtige scherpte, met vleugjes ozon, beetje stro-achtig en onbestemde zoete noten. Bottel het, label het met Comme des Garçons, et voilà: ‘Un nouveau parfum disruptif est né’.
Ik weet niet of Tom Ford het aandurft zijn stempel op iets dergelijks te zetten, maar als hij het Fucking Fabulous Part II zou noemen: zeg nooit, nooit. Want bijna alles wat Ford nu in geuren omzet, wordt succesvol. En opvallender: hij bedient niet alleen meer de verfijnde niche-consument (die haalt inmiddels zijn neus voor hem op). Tom Ford is er voor iedereen. Voorbeeld 1: onze schoorsteenveger gebruikt Oud Wood. Hij vroeg mij onlangs waarom het zo duur is. Ik antwoordde: ‘Omdat u het wil’. Hij keek me vol verwondering aan.
Zelfde ervaring met een ‘aangetrouwde’ neef: ‘Erik raad eens welke geur ik draag?’ Nou, de harde houttonen van Oud Wood kondigden zich aan voor hij binnen was. ‘Duur hè!’ Zei het trots. Maar toch ook hier: ‘Waarom Erik?’ Hetzelfde antwoord. Een zoon (16) van een vriendin van me kreeg Vanille Tobacco voor zijn verjaardag omdat al zijn vriendjes ook Tom Ford hebben. De moeder: ‘Maar de geur is dan ook erg lekker.’ Volgens haar is – op mijn navraag – Neroli Portefino onder zijn klasgenoten het populairst, maar let wel: al die Tom Fords zijn er voor speciale gelegenheden (inclusief 1 Million van Paco Rabanne). Voor daags is er Acqua di Giò. Ze eindigt haar Signalbericht met #verwendekutkinderen.
En dan nog even Tom Ford op de winkelvloer: een vriend van me kocht een nieuwe flacon (zijn derde) van Lalique’s Encre Noire – een van de beste donkere vetivers die ik ken (en goedkoopste). Even tussendoor: hoe ooit een sportversie van deze geur verscheen… Doet onrecht aan het concept, weer een treffend voorbeeld van domme marketing. Maar het ‘probleem’ nu: de geur is wederom goed. Encre Noire Sport heeft niets fladderdeflats citrus-sportiefs (behalve een sprits in de opening). Het is gewoon een light-versie die een beetje doet denken aan de slechte, geflopte 1999 Vetiver-versie van Guerlain (indertijd serieus gepresenteerd als de nieuwe update-versie van de klassieker uit 1959).
In ieder geval, die vriend kreeg van de ‘beauty-assistant’ twee proefjes mee. Hij werd toen hij verslag deed weer kwaad. ‘Koop je een donkere geur, vertel je over je voorkeuren, krijg je Guilty pour Homme van Gucci en Costa Azzura van Tom Ford mee… dan heb je toch niet geluisterd, en zo maar wat gedachteloos uit de lade gepakt. Kun je het net zo goed online kopen.’ Guilty deed hem denken aan de wc-verfrisser die bij hem op het toilet staat (een Hugo Boss) en Tom Ford gaf hij aan mij ter beoordeling. Want hij heeft niets met citrusgeuren. Ik wel.
Met Costa Azzura is niets mis. De sfeer: een en al cliché. De geur zelf: mooie heldere zonnige noten, gelardeerd met aromatisch groen en warme houtachtige ondertonen – geen witte musk-frisheid. Het persbericht: ‘Een zeebriesje mengt zoute lucht met de geur van duinen – een knapperige melange van cipres, eik en aromatische kruiden. Als zonlicht op een natte huid fleurt citrus de dennenappels en -naalden van de geur op. De amberkleurige facetten van cistus-absoluut maken de Costa Azzurra-ervaring compleet’. Ford zelf aan het woord: ‘Ik heb altijd van geuren gehouden met een transportieve kwaliteit’. Transportief… dat klinkt chic. ‘Costa Azzurra vangt de ontspannen en sexy sfeer van de Middellandse Zee – voor mij voelt het als de ultieme ontsnapping’.
Alleen is Costa Azzura voor mij geen niche, eerder massniche of anders masstige. Dit recept is al zó vaak gebruikt voor de middelste regionen van de parfumerie. De ene keer wat droger, de andere keer wat frisser, de andere keer wat groener en ga zo maar door (check double check: ik heb zelf voor mijn minimerk Re-Arrange een drieliterflacon met eaux de cologne die ik bijvul als de verkoop goed gaat met nieuwe versies die ik krijg/koop – het effect van deze transformatieve / transportieve Re-Cologne is navenant).
De ingrediënten van Costa Azzura mogen dan misschien duurder en exclusiever zijn dan het middensegment – selderijzaad, zeewier, mirte, mastiek, eik, olijfboom, oudh, wierook, ambrette – de uitkomst ontstijgt door de andere aroma’s – citroen, kardemom, lavendel, drijfhout, vetiver, vanille – het middensegment niet.
De echte niche-kenner zou met Costa Azzura geen genoegen – moeten – nemen. De prijs staat niet in verhouding tot de kwaliteit. Lange niet. Maar dat geldt inmiddels voor zoveel nichegeuren. De beginnende Tom Ford-fans zullen het hoogstwaarschijnlijk blind kopen. Tom Ford heeft een andere aantrekkingskracht: Tom Ford is vet duur, voor een nieuwe generatie vaak de enige aanleiding tot koop. En pa lijkt hierdoor een beetje zieliger, met wéér een fles van Sauvage – let’s go crazy SauvageElixir – die hij voor Vaderdag kreeg.
Ik vraag me af hoe ik toen was. Geuren bestonden, toen opa in zijn adolescente jaren was, gewoon niet op het schoolplein, ook niet op de werkvloer. Ik kreeg Antaeus van Chanel toen ik achttien was, de eerste indruk en daarna algemene ontvangst was bij mij verpletterend! Wat een volle geur, zo gelaagd, zo geraffineerd. Brutaal en toch chic. Eén van de redenen om me serieus in geuren te verdiepen.
Ik had een paar jaar geleden wat betalende klanten die ik adviseerde over geuren. Kwam erop neer dat ik voorstellen gaf wat betreft hun formules in ontwikkeling: beetje meer van dit, beetje minder van dat. Het waren veelal jonge entrepreneurs die, als je ze dieper in hun ziel keek, dollartekens in hun ogen kregen. Mee gestopt toen ik erachter kwam dat ze ‘uiteindelijk’ kopieën wilden van succesnummers in de parfumerie. WTF! Teleurgesteld? Nee, want origineel zijn de meeste beginners – en ook arrivés – niet bepaald; ze doen exact wat de prestigemerken sinds jaar en dag als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen: copycatten.
Zodra er een weer nieuw parfum van een concurrerend luxeconglomeraat in de schappen ligt, koopt een producent een flesje – ‘Is het voor een cadeautje?’ – en laat die analyseren in zijn laboratoria. In no time heeft hij de lijst van gebruikte ingrediënten. Blijkt de aankoop ‘un succès fou’ (dus ‘het cadeautje’ doet het mondiaal niet verkeerd), wordt een vergelijkbare – maar nèt niet-identieke kloon geprepareerd. Het door de marketingpiepeltjes – ‘Doe maar iets met een verboden liefde en die andere iets met een oude bibliotheek’ – goedgekeurde eindresultaat kan dan in licentie worden gegeven aan een merk dat vaak onder de paraplu van hetzelfde luxeconglomeraat valt, hopende op dito succes.
Klonen is niets nieuws: Tosca (1921) van Muelhens werd beschouwd als de huishoudsterversie Chanel N° 5 (1921). Het beroemdste nummer werd vaker geïmiteerd, niet alleen in naam maar nog vaker in geur. Legendarisch voorbeeld: Arpège (1927) van Lanvin. Coco Chanels reactie hierop: ‘Gekopieerd worden is de mooiste vorm van vlijerij’.
Yves Saint Laurents Rive Gauche (1971) leek verdacht veel op Rabanne’s Calandre (1969) – grappig: gemaakt door dezelfde neus. Iets verderop: in 1980 klaagde Edmond Roudnitska dat parfums ‘schandalig en meerdere malen worden gekopieerd zodra ze op de markt komen’. Een van de redenen waarom het op steeds grotere schaal gebeurde: in 1975 oordeelde het Franse Hof van Cassatie (het hoogste rechtscollege) dat parfum, in tegenstelling tot muziek of literatuur, niet het werk is van een menselijke geest en dus niet onder het auteursrecht valt. Het gevolg: welkom in de wereld van vrije handel en jatterij: ‘Dit is onze Opium, dit is onze L’Eau d’Issey, dit is onze Pleasures’. Een tijdje ook wel een ‘me too’-er genoemd in vakkringen.
Ondertussen werden op parfumscholen leerlingen braaf getraind om klassieke parfums te recreëren. Vergelijkbaar met kunstacademiestudenten die je nog sporadisch in musea oude meesters ziet kopiëren om zodoende ‘het geheim van de meester’ te ontdekken. Maar toen GCMS (Gas chromatography–mass spectrometry) verscheen, dat een parfum kan opsplitsen in geurmoleculen en aangeven in een grafiek, was ontcijferen kinderspel; zo kon de sleutel van een formule in elk flesje worden gevonden. Het opsluiten in een kluis van je composities, zoals Jacques Guerlain begin van de twintigste eeuw deed, had geen zin meer.
Deze kopiedrift had/heeft ook een nadeel: de prikkel nieuwe en originele werken te creëren neemt af. Interessant in dit opzicht: veel geuren van Tom Ford lijken heredities van bij het grote publiek niet bekende niche avant la lettre geuren. Bij Gucci had hij er al last van. Op weg naar de lancering van Gucci’s Envy for Men (1999) vroeg de importeur aan mij: ‘Hoe denk je dat die zal ruiken?’ Ik antwoord: ‘Als hij slim is, heeft hij zich laten inspireren door Jicky van Guerlain. Zij verbaasd: ‘Hoe weet jíj dat?’ Ik: ‘Tja… inlevingsvermogen’.
Neem je nog de moeite iets grensverleggend te maken dan staat de concurrentie direct klaar met een door GCMS geduide versie. M7 van Yves Saint Laurent bijvoorbeeld was het tijdens de lancering. Bedacht door dezelfde Ford die weliswaar op zijn beurt het idee had afgekeken van oudhparfums uit Arabië, denk Montale.
Deze parfumpiraterij vindt niet alleen tussen de luxehuizen plaats, ook merken zelf – Armani, Gucci, Guerlain, Givenchy noem maar op – blijven aan de lopende band variaties op eigen succesnummers maken – en deze kopieën van kopieën van kopieën durven ze soms ook nog limited editions te noemen.
Dus de geur met de meeste hitpotentie is nu een kloon van een topper waaraan je je eigen toeters en bellen toevoegt die twee doelen dient. Ten eerste: het dient als vijgenblad om het plagiaat te verbergen. Ten tweede: het geeft de koper een reden jouw versie van dezelfde basisformule te kopen in plaats van het origineel omdat je nieuw in de parfumerie bent.
De prijs speelt natuurlijk ook een rol en de naam die de originele versie na-aapt. Koop je the real stuff of een dupe (die je toch echt vaak van de echte kunt onderscheiden) van Baccarat Rouge 540 uit 2015 van Maison Francis Kurkdjian? Deze geur is een treffend voorbeeld dat het echt de spuigaten uitloopt wat bootlegs betreft.
Google je ‘dupes Baccarat Rouge 540’ dan volgen er tientallen namaakgeurensites – instapprijs van een GCMS-parfumplagiaatapparaat is $ 30,000 – die je voorstellen doen. Waar ze het allemaal over eens om zijn: Cloud van Ariana Grande (2018) die is goed. Monte Carlo van Noted Aromas schijnt ook niet verkeerd te zijn. Maar als kopiëren fout is, is Cloud dan minder erg dan Monte Carlo? Neem in je oordeel mee dat Noted Aromas het jatwerk ruiterlijk erkent, Grande niet.
Niet vergeten: de klones die Zara en Lidl de wereld braaf instuurt. Je hebt nu een dagtaak aan om alle neppers met de echters te vergelijken. Je struikelt op Youtube over kanalen van die zich erin verdiepen. Mijn advies: koop direct het origineel – tijd is geld.
Het gevolg van dit alles: de creativiteit wordt niet meer uitgedaagd – zie mijn artikel Overwegingen. Naast lef zijn ideeën noodzakelijk en die zijn moeilijk te vinden, iets wat blijkt uit het enorme hoeveelheid parfums dat in de aanbiedingenbak verdwijnt.
Ook de kwaliteit neemt ‘zienderogen’ af (dito). Geen nieuws natuurlijk voor wie voor vintageparfums kent; moderne parfums lijken hiermee vergeleken vaak deodorantversies. De jus zelf vormt een steeds kleiner onderdeel van het budget, nu gemiddeld 1 dollar op een budget van 100. De resterende miljoenen geeft de luxebranche uit liever uit aan promotie: neem de mallotige commercial van Miss Dior. Natalie Portman vraagt de kijker: ‘What would you do for love?’ ‘Bemoei je met je eigen zaken, moppie!’
De parfumindustrie is verslaafd aan celebs. Als ik nu de nieuwe uit de duim gezogen, marketing-storytelling van Lancôme’s Trésor hoor word ik bijna kwaad – ‘moven bitch’ verzin eens wat anders! Jeetje wat origineel: Penolope Cruz haalt – blablaba – jeugdherinneringen op aan de geur uit haar jeugd en bejubelt ondertussen in een andere reclame ook de voordelen van vliegtuigmaatschappij Emirates.
En dat terwijl er bijna niemand meer interesse heeft in dit soort storytelling, iets wat bij de grote spelers maar niet schijnt door te dringen. Het levert natuurlijk veel likes op, maar of het de verkoop daadwerkelijk omhoogstuwt blijft de vraag gezien bijna ieder ‘zichzelf respecterend’ merk om het seizoen wel een aankomend of gearriveerde ster inhuurt voor de promotie. Kate Moss is net 50 geworden, welk parfum is er dit jaar ook 50 jaar jong…
Moraal van het verhaal: het idee is niet om een goede geur te maken, het idee is om goed geld te verdienen. Ook al doe je het zo bescheiden mogelijk – de indruk die nieuwe nichehuizen graag willen wekken – je hebt toch echt een goede backer nodig die gelooft in je tienjarenplan en alleen met je in zee gaat als je een variatie op een parfumhuis levert. En die vind je nog steeds gezien de potentie die het financieel heeft.
Daarom respect voor de makers die geuren maken uit ware bezieling – de indie-parfumeurs over het algemeen. Zolang ze het meest geërodeerde begrip in lifestylekringen – passie – maar niet in hun promotiepraatjes hanteren.
Bij deze, zich ook maar alsmaar uitbreidende, groep lijkt geld slechts bijzaak, maar ondertussen zij zullen ook moeten onderkennen dat bezieling geen garantie is voor originaliteit en creativiteit: mallotige storytelling gaat ook een keer vervelen.
Daarnaast zijn ze over het algemeen afhankelijk van dezelfde ingrediënten. Voor je het weet ga je als klant – helemaal doorgedraaid van alles – weer op safe en koop je in plaats van de indie-geur, L’ambre trouvé dans une Poubelle, toch maar L’Eau Ambre Extrême van L’Artisan Parfumeur.
Het grootste compliment dat je nu kunt krijgen als parfumhuis is natuurlijk dat je níet wordt gekopieerd. Kan liggen aan het feit dat niemand je kent, of wilt leren kennen of je geuren niet begrepen worden of gewoon niet goed genoeg – Tiktokwaardig – zijn.
EN: NIEUWE KLANT BETAALT GRAAG EXTRA VOOR MEER MIDDELMATIGHEID
Grenzenloos geurplezier bij Parfumerie Die Grenze
Ik ben omringd door geuren. Sinds de poliepen in mijn neus noemenswaardig zijn geslonken, ruik ik voor twee. Elke dag weer. Een genot. Wat was het een gemis. Alleen lijkt het erop dat mijn olfactieve aandacht meer aan het verschuiven is richting culinair. Onlangs pruttelden geraspte citroenschillen (voor marmelade) en ‘home grown’ tamme kastanjes (voor kastanje-jam) in de pan. Deze twee smaken gebruikte ik als laagjes voor mijn basis vegancake (ik leef samen met een veganist; on s’adapte) voor Oudjaar.
Er kwamen nog twee laagjes bij. Eén met zelfgemaakte ’home grown’ zoete vijgenpickle (op basis van jalapeño-peper) en een met door onze Oekraïnse alleshulp gemaakte pompoenjam (‘home grown’ as well) met sinaasappel. Hij smaakte voortreffelijk volgens de gasten, maar ik dacht bij deze zoet-gepeperde fruitexplosie: kan altijd nog een dekkende laag cranberry’s bij (vergeten te koken tijdens de Kerst).
Marmelade, zoete kastanje, vijg, peper, pompoen, sinaasappel en cranberry ondersteund door een klodder met vanille geïnjecteerde musk en je krijgt, voor je het weet, een verdomde originele kijk op een geurende gourmand – werktitel, laten we gek doen: Grandma’s Failed Christmas Pudding. Kan ‘zomaar’ een parfumprijs kan winnen van een blog, een krant, vereniging, influencer of een door onbekende krachten aangestuurde kunstmatige intelligentie.
Laten we wel wezen: de wereld is in de war, de commercie is in de war, de luxe-industrie is in de war en de parfumindustrie is dat al veel langer. En net zoals bij zoveel menselijke activiteiten, keert ook deze in een verontrustende staat van ontkenning. Zou het komen doordat parfum ‘door de jaren heen’ een boodschap van positivisme, vreugde, blijdschap en (niet te vergeten) liefde heeft verkondigd, dat het daardoor geen rekening hoeft te houden, rekenschap hoeft af te leggen met klimaatverandering, voetafdrukken en ander door de mensheid veroorzaakt onheil… ‘Nee hè, pakken ze dit nu ook al van ons af!’ En: het is zo handig als Moeder- en Vaderdagscadeau!
Beyoncé CéLumière
Fascinerend: veel parfumbrands manifesteren zich als wereldverbeteraars en do-gooders die louter plezier brengen in dit aardse tranendal terwijl ze – klein of groot – toch onderdeel zijn van de mondiale marketingmachine met slechts een doel in het vizier: omzet. Niet erg. Het drijft de mens. Alleen: waarom verdrinken we in me too-ers (hoeveel nieuwe visies op een fruitgeur kan men verwerken) en worden deze als revolutionaire visies gepresenteerd. Er wordt zoveel (online) onzin verteld – onder het mom van storytelling – louter om de verkoop.
Neem deze: www.parfumerie.nl vertelt dat Blonde Amber (2022) van Clive Christian (onderdeel van de Noble Collection afdeling XXL Art Deco) maar liefst 219 zeldzame ingrediënten bevat. We gaan het rijtje af: rum, wierook, bittere sinaasappel, kardemom, roze peper, gember, bergamot, grapefruit, gedroogd fruit, witte tabak, sandelhout, tuberoos, saffraan, osmanthus, iris, jasmijn, tonkaboon, mirre, vanille, labdanum, patchoeli, ceder, musk en vetiver. En dan moeten de 219 zeldzame ingrediënten nog blijkbaar komen…
www.parfumerie.nl neemt deze toegestuurde facts & figures (allemaal in het Engels tegenwoordig; ook niet erg) voor lief en denkt dat het allemaal wel goed zal zijn; het komt per slotte van rekening van een chic merk. Verbeteren en/of becommentariëren helpt niet (meer). Er wordt zelden gereageerd door potentiële klanten of de verkopende partij negeert het of lacht het uit onwetendheid weg: ‘Die maar doen dan?’
Dieptepunt vorig jaar in deze was voor mij het duidelijk door AI geschreven persbericht van Diors j’adore waarin Rihanna als ambassadrice werd gepresenteerd. De keuze voor haar is ‘bedenkelijk’ – zij draagt niets van de ‘waarden’ van het couturehuis uit tijdens de promoclip: slecht lopend door ik neem aan de Spiegelzaal van Versailles gekleed in gouden feestwinkel-couture. Waarom? Alle merken zijn druk ik de weer om de afro Americans olfactorisch in hun tuintje te harken. Helemaal nu Beyoncé die, na de bagger die bij Coty onder haam naam verscheen, een serieuze parfumcomeback wil maken. Best wel met een moeilijke naam Cé Lumière. Echt wel: ‘gemaakt in Frankrijk omhuld door kunst, en vervaardigd en ontworpen door de zangeres’ herself in een art deco geïnspireerde flacon. Gelukkig pittig geprijsd: 50ml 160,00 dollar. Gôh, wat origineel er is inmiddels ook een donkere versie: Cé Noir. Geurengoeroe waar maak je je druk om? Het is maar een lekker luchie.
J’adore Rihanna
Iets anders: ik las onlangs een artikel in The New York Times dat beschreef dat de luxsector zijn reputatie niet meer waarmaakt (inclusief Dior). Kort door de bocht: verhoogde prijzen (tassen van Chanel bijna verdubbeld) tegenoven verlaagde kwaliteitsnormen (grappige bijwerking: fake is bijna niet meer te onderscheiden van echt) met het gevolg dat tassen en andere lederwaren, en dry only clean-kleren steeds vaker gerepareerd moeten. Alleen: eigenaren van ‘gouden scharen’ en ‘hakkenbars’ vinden vaak geen opvolgers: dus wat doe je dan? Ik kan het beamen: afgelopen zomer wou ik mijn veel gedragen Gucci’s (loafers 30 jaar geleden – ‘toen kwaliteit nog vanzelfsprekend was’ – gekocht in de opruiming in de PC Hooftstraat) voor de tweede keer in hun bestaan laten verzolen. Goddomme, blijkt mijn vaste adres in de Jordaan zijn deuren te hebben gesloten. Geen opvolger in de familie, geen vervanging gevonden.
Terug naar de ‘normvervaging’. Die vindt ook al lang in de parfumsector plaats. Ik werd me er van de week weer van bewust. Ik was in Coevorden in Die Grenze – winkelketen gespecialiseerd in ‘over de datum’-producten. Daar eindigen ook geuren die zelfs op onderste plank bij Etos en D.A. geen indruk meer maken. Zoals de zoveelste remake van Grès’ Cabochard: 100 ml € 7,95. Tester weliswaar maar toch. Ik rook eraan en het leek wel een deodorantversie.
Dat viel me des te meer op omdat ik een tijdje geleden ook een vintage parfumextract van dezelfde geur op de kop had getikt: een donkere chypre-bom die onder je neus explodeert. Niets proefpanels, marketingplanning, puur inspiratie, puur parfum. Maar terwijl de ‘deodorantversie’ op mijn polsen zijn werk bleef doen op weg naar huis, viel me iets anders op: zelfs deze verwaterde versie – voor mijn gevoel een mix van vage patchoeli, vage amber en vage musk – zou nu ook als niche kunnen worden verkocht.
Want: een ‘nieuwe’ generatie gebruikers herkent de essentie van een goed parfum niet meer en neemt door marketing en slimme pr-campagnes alles voor waar aan. Het maakt ook niet uit. Is het duur is, dan is het lekker. Na het horloge is het bij veel mannen een show off-accessoire geworden. En de producenten voelen dat aan: de prijzen in de (niche)parfumerie zijn stijgende. Een goed voorbeeld Parfums De Marly. Opgericht in 2009. Doet minder moeilijk en elitair dan Amouage, maar het zijn duidelijk presente geuren. Inmiddels meer dan 40. De meest recente: Perseus uit 2024: € 200.00 (75ml), € 265.00 (125ml).
Ingrediëntengraadmeter
Een van de excuses, behalve winstoogmerk: de alsmaar duurder wordende ingrediënten en grondstoffen. Geloof jij het? Ik heb alleen nog nergens gelezen dat door de verandering van het klimaat door wateroverlast of droogte, de oogst van populaire ingrediënten dramatisch is afgenomen (plus het feit dat 80 procent synthetisch wordt vervaardigd). Ik volg wat kleine parfumproducenten in India, en die hoor ik nooit klagen over misoogsten en meer parfumpech onderweg. Wat wel interessant is: veel parfums die nu worden gemaakt (ook niche) bestaan uit ingrediënten die eigenlijk het minst duur zijn en dat er – ook bij niche – minder wordt geëxperimenteerd. Dat blijkt uit een onderzoek (zie grafiek) van Fitz Chao Li (data en fragrance nerd op LinkedIn) over de populariteit van ingrediënten door de jaren heen. De parfumblogger – a hundred million bottles – trekt hier uit de conclusie dat ‘we leven in het tijdperk van de flanker, waarin herhalingen van beproefde formules de voorkeur krijgen boven nieuwe ideeën’. Onder andere namen schijnen er al 37 versions van La vie est belle in omloop te zijn. De dupes – mijn favo fragrances nu – niet eens meegerekend.
Ik sluit me hierbij aan. Alleen, niet zeuren, zo werkt de huidige markt nu eenmaal. Ik wil alleen aan toevoegen dat we ons zo langzamerhand moeten gaan realiseren dat de creativiteit aan het einde van zijn latijn is, want het aantal ingrediënten en de daarmee gemaakte combinaties niet oneindig. Elk parfum is een variatie op een thema, dat afhankelijk van een onverwachte combinatie op het juiste moment – ‘het hing in de lucht’ – een gevoelige snaar weet te raken (meestal niet). Eerst bij een kleine groep, dan langzaam doorsijpelend naar de massa.
Veel wordt er verwacht van AI, maar ik denk dat die ons wat creativiteit betreft niet echt kan helpen. Die mag dan sneller zijn in zijn voorstellen voor nieuwe geuren, maar loopt uiteindelijk tegen toch dezelfde grenzen op. Dat blijkt wel uit de kunst die AI tot nu toe heeft gegenereerd: more of the same.
Chyprevogeltje op basis van schetsen van Leonardo da Vinci
Stel je stapt Het Louvre in Parijs binnen om gebruiksvoorwerpen uit de Renaissance te bekijken. Je verbaast je over het vakmanschap, de inventiviteit, de juiste verhouding, de perfect kleurstelling, de ‘toch wel’ overdaad en meer van dit soort kwaliteiten. Wat ik me de laatste tijd vaker afvraag: waren er – toen deze artefacts werden gemaakt en gebruikt – ook mensen zoals nu uit het alternatief-progressief vooruitstrevende circuit, die niet onder de indruk waren en het allemaal te veel blingbling, overdreven en nouveau riche vonden?
Want wat wel eens wordt vergeten: ‘oude spullen’ waardig genoeg om toe te voegen aan museumcollecties, hoeven per se niet alleen bewonderd te worden. Hoewel dat door de imposante presentatie (less is more kan ook intimiderend werken) bijna onmogelijk. Wat we nu mooi, grensverleggend ‘voor die tijd’ of van deze tijd vinden, kan over honderd jaar liggen te verstoffen in museumkelders.
Deze overwegingen heb ik bij het zien van het ‘Chypre-vogeltje’. Waren er toen mensen die het maar opzichtige kitsch en uitermate decadent vonden? Anno 2024 denk ik: wat een vakmanschap, inventiviteit, wat een plezier en genot. Bij de eerste aanblik daalde terstond over mij een (geparfumeerde) wolk neder vol van gelukzalige tevredenheid.
Schets van Leonardo da Vinci
Maar dit bungelde ook tegelijkertijd door mijn gedachten: ondanks oorlogen, natuurrampen, akelige ziekten en ander trammelant, bestaat bij de mens de behoefte het dagelijkse te ontstijgen, zich te omringen met dingen die het leven veraangenamen, de fantasie prikkelen en je een blik gunnen op een ‘betere wereld’, een soort van paradijs binnen handbereik.
Dit escapismegevoel valt lately steeds vaker neer op mijn gemoed, met name nu als je ziet hoe stuitende rijkdom zich schaamteloos manifesteert. Tiktok geeft, als je ernaar zoekt, een hallucinante tip van deze met diamanten en parels hand bestikte sluier.
Het Chypre-vogeltje heeft geen link met de gelijknamige parfumformule. Het is, een assemblage van gegoten, geparfumeerde harsen in de vorm van een vogel die werd verbrand in een vaak rijk uitgevoerde vogelkooi die diende als ‘wierookvat’. Deze gekooide vogel symboliseert de deugden van de liefde en met het vermogen zieken te genezen met zijn blik.
De vogel op de begeleidende foto’s is ontworpen door – nu volgt een cliché; in dit geval wel passend gezien de naam van de maker – niemand minder dan Leonardo da Vinci waarvan de originele schetsen zich bevinden in de Codex Atlanticus. De bolvormige kooi kon in het interieur worden geplaatst, maar afhankelijk van de grootte, ook aan een ceintuur worden bevestigd.
De Vinci is trouwens niet uitvinder van deze geurdiffuser avant la lettre – het duikt eind Middeleeuwen begin Renaissance voor het eerst op. De oorsprong van de naam met betrekking tot parfum gaat nog verder terug: in de 14e eeuw werd de naam Chypre voor het eerst aan een parfum gegeven, bestaande labdanum, storax, en kalmoes vermengd met tragacanth (gedroogde gom, denk: mastiek) en daarna gegoten in de vorm van een vogel.
Waarom ontwierp Da Vinci het Chyprevogeltje? Nu betreden we het gebied van wishful thinking. Afgaande op de tentoonstelling ‘Léonard de Vinci et les parfums à la Renaissance’ – dit jaar te zien in Chateau du Clos Lucé (voormalige koninklijke zomerresidentie in de Loirestreek) waar deze l’uomo universalis van 1516 tot aan zijn dood in 1519 op uitnodiging van Francois I verbleef, was zijn moeder de reden.
Hij wou hiermee de wereld die zij als jonge vrouw had moeten verlaten, weer oproepen. Zit namelijk zo: oorspronkelijk afkomstig uit Circassia (regio ten westen van de Zwarte Zee), werd Caterina (voornaam moeder) ontvoerd en vervolgens als slaaf verkocht in Constantinopel. Ze kwam in Venetië en uiteindelijk Florence terecht, waar ze als vrijgelaten slaaf Leonardo’s vader ontmoette.
Rondom deze gedwongen reis werd een hele tentoonstelling opgetuigd. Verschillende thematische zalen tonen de handelscontacten tussen Constantinopel en met wat nu Italië heet…. Ik heb het niet bezocht, maar ik lees op de site: ‘Een multi-sensorische, reuk- en meeslepende reis naar de wereld van parfums en de historische reis van twee elkaar kruisende lotsbestemmingen, die van Leonardo da Vinci en zijn moeder. De tentoonstelling onderzoekt Leonardo’s interesse in parfums en het culturele erfgoed van Caterina’. Ik bespeur wat vleugjes woke versterkt door ‘in het eerste deel van de expo volg je de route van oosterse parfums van Constantinopel naar Venetië en Genua – identiek aan die van slaven’.
Dit wist ik niet: Leonardo da Vinci had een grote belangstelling voor geuren en parfums. Uit zijn geschriften blijkt de fascinatie voor ‘de wetenschap achter de reuk’ en zijn idee een wetenschap te ontwikkelen gelijkwaardig aan die van het zicht of het gehoor. Hij noteert recepten op basis van enfleurage, maceratie en destillatie. Voor een nader niet toegelicht ‘innovatief reukapparaat’ had hij verschillende composities: ‘Leg schilloze amandel tussen bloemens van oranjebloesem, jasmijn, liguster of andere geurige bloemen’. Of: ‘Verwijder de schil die de sinaasappel bedekt, destilleer het in een ketel totdat kan worden gezegd dat het extract perfect is’.
Veel van de voor de chyprevogeltjes noodzakelijke ‘klassieke’ ingrediënten – civet, ambergrijs, musk, wierook, mirre, hysop en specerijen (kaneel, peper, nootmuskaat) – vonden in de dogestad hun bestemming als laatste aanlegplaats van de Zijderoute. Maar ook de zogenaamde ‘Cypriotische poeders’ werden geïmporteerd: korstmossen voorkomend op bepaalde bomen als eiken, ceder en spar. Die poeders werden ook gestopt in geurzakjes om linnengoed, kleding, accessoires (handschoenen) in kisten opgeslagen te parfumeren. Zelfs paarden werden er mee besproeid wanneer hun (vanzelfsprekend rijke) eigenaren (vaak eveneens besproeid met) op bezoek gingen bij al even rijke zakenrelaties en familie.
En toen dacht ik: ‘Mooi, het verhaal zit erop’. Maar wat verder rechercherend, ging er nog een andere wereld voor me open – tweet, tweet, tweet. Cliffhanger: het Chyprevogeltje heeft zijn oorsprong in… Cyprus. Wordt vervolgd.
Ik kondigde het al jaren geleden aan – ‘klop jezelf op de schouder Geurengoeroe!’ ;-> – toch laat de doorbraak van hartige gourmandparfums langer op zich wachten dan gedacht. Denk aan de aroma’s van kaas, vlees, bbq, groente, kruiden afgeblust met een vleugje wijn of whisky. Ik geloof er nog steeds in.
Maar niemand van de grote jongens durft het aan, ze houden elkaar allemaal in de gaten, kopiëren naar hartenlust. Dus veel overbruggende love, amour en sensuele uitstapjes naar het Nabije Oosten en dromenland. De laatste tijd uit een soort van onbegrijpelijke commitment van de luxe merken gelardeerd met stukjes realiteit, het echte leven om de herkenbaarheid te vergroten.
En dat terwijl onverwachte en verrassende ingrediënten (in dit geval letterlijk bij introductie) vaak mega populaire, inmiddels klassieke geuren hebben opgeleverd. Op vanille, (groene) thee, brood, chocolade, cannabis, noten, zilt water, tomatengroen, koffie en rood fruit daar zat ook niemand op te wachten, toch?
Het enige merk, voor zover ik weet, dat er af en toe speelt is Demeter. Je kunt het trouwens niet zo gek noemen of dit funny fragrance merk heeft het in zijn collectie. Neem je hun Churros, Tomato, Pizza, Condensed Milk dan kom je al aardig in de buurt van de geur waarmee een absolutely not parfummerk mooie sier wil maken, aandacht wil trekken, grappig wil zijn.
Boodschap: we zijn zoveel meer dan een voedselproducent – we zijn een beleving, een lifestyle. In navolging van Pepsi’s Colalogne presenteert Hellmann’s Parfum de Mayonnaise. Maar dat alleen is een beetje saai. Wat te doen? Huur een celebrity in. Kim Kardashian? Harry Styles? No way, José! Het werd Will Levis – bekend NFL-quarterback. Denk niet dat deze keuze absoluut willekeurig was.
En nu volgt een marketingbabbeltje smakelijk vertelt door Chris Symmes, hoofd marketing, Dressings North America, Unilever: ‘De samenwerking kwam tot bloei na Levis’ X-bericht, waarin hij onthulde dat hij een klodder mayonaise in zijn ochtendkoffie doet’. Zou het echt?
Toen ging het snel. Symmes: ‘Wij zijn het eerste kruidenmerk dat een parfum naar ons product heeft ontworpen – logisch dat Hellmann’s deze ruimte betreedt vanwege de veelzijdige manieren waarop mensen mayonaise gebruiken en hun liefde ervoor tonen’. To top it off: ‘Will Levis, kruidenicoon (staat er echt) en mayokenner, was de perfecte partner om ons te helpen dit unieke product te lanceren en de parfumwereld te betreden om zowel kruiden- als footballfans te verenigen’. Kan er ook nog wel bij: ‘Deze limited edition is gemaakt om ‘de verleidelijke geur van ’s werelds meest verleidelijke smaakmaker te benutten: mayonaise’.’
Heeft Will Levis ook nog wat te zeggen? You bet! ‘Met de lancering van mijn kenmerkende geur heb ik een levenslange droom vervuld. Samenwerken met Hellmann’s om een parfum te creëren als geen ander, een die echt de kenmerkende geur van grootsheid belichaamt. Rijk en romig, Will Levis No. 8 is meer dan een door mayonaise geïnspireerde geur. Het is transformatief. Ik heb mayonaise gegeten, mayonaise gedronken en nu ruik ik naar mayonaise’. Transformatief… come again?
Waarom No. 8? Fans weten natuurlijk dat het nummer is afgeleid van het shirt dat Levis draagt voor het American footballteam The Tennessee Titans.
Ik heb de geur proberen te bestellen via Hellmann’s site – voor de prijs hoef je het niet te laten – maar het blijkt uitverkocht, maar binnenkort zal ‘de kenmerkende geur van grootsheid’ opnieuw geproduceerd worden. Afgaande op de ingrediënten zit er weinig ‘mayonaiserigs’ aan/in. Het persbericht: ‘Een verfrissende en schone introductie met citroen. In het hart van de geur ligt het romige, gedurfde mayonaise-akkoord. Peterselie voegt een friskruidig accent toe, dat doet denken aan een goed bereid gerecht. En natuurlijk zou Will Levis No. 8 niet compleet zijn zonder subtiele koffieondertonen – Wills kenmerkende mayonaise-infused cafeïnedrankje. Een sensuele muskbasis weeft zich vervolgens door de compositie heen en roept fysiek en charisma op. We sluiten we af met een geruststellende romige vanille-afdronk – even uitnodigend als intrigerend’.
Ik wacht natuurlijk op de bodycreme… want rollen door mayonaise is een van mijn secret challenges die nog op mijn bucket list staan.
Het is maar wat je hindert: de geur vrijkomend bij stofzuigen. Wij hebben zo’n semiprofessioneel geval van Nilfisk. Míj́ hinderen meer de decibellen van dit zich overal tegen opstotend monster en het te lange snoer dat zich niet automatisch terugtrekt na een druk op een daarvoor bestemde knop. Mijn partner daarentegen ergert zich meer aan de stoffige geur die zich vrijmaakt na het starten: muffig richting vies (zou zo maar de nieuwe geur van Balenciaga kunnen zijn).
Dankzij onze fantastische consumptiemaatschappij heeft de industrie een oplossing bedacht voor dit olfactorisch euvel – wanneer de eerste het daglicht zag weet ik niet: anti-stank ‘geurkussentjes’ voor stofzuigers. Voorheen hadden we er een ruikend naar lelietje-van-dalen. Ik was niet onder de indruk. Voor mij toch eerder categorie ‘overbodige luxe’. Vooral vanwege het tijdelijke karakter van de ondervonden ergernis.
Mijn partner denkt daar echt anders over: hij heeft volgens mij een stankfobie. Wij verschillen nogal van mening over wat lekker of vies ruikt – kaas bijvoorbeeld. Als hij het gevoel heeft dat er al een tijdje een lijk in de bijkeuken ligt, dan weet ik dat de natuurlijke opwaardering van mijn uitgezwete camembert zijn voltooiing heeft bereikt. Van nietszeggende plofcamembert van de buurtsuper naar schimmelschuimende Fauchon-delicatesse
Pas op: lijken op mints
In ieder geval: hij wou een nieuw setje ‘geurzakjes’ voor de stofzuiger. Alsof de winkel het wist: bij het Onderdelenpaleis in Emmen pronkten op de toonbank ‘scented pellets’, ofwel ‘duftgranulat, ofwel ‘granulés parfumés’. Geen Nederlandse benaming. Google translate je het, dan krijg je geurkorrels. We kochten de citrusvariant.
Vervolgens even www-ent, ging er een wereld voor me open. Ik had het kunnen weten. Wat een über-aanbod aan stofzuigerparfumkorrels. De mooiste, de ‘lifestylste’, zo niet de geilste: het merk SøckMyBallz. Doet eerder denken aan een very niche kinky pornosite. Maar dit terzijde. Het beweert: ‘Met fijne geuren uit je stofzuiger wordt het schoonmaken weer een stukje leuker. We gebruiken gerecycled papier en verpakkingen’.
Volgt nu een aanbeveling of een waarschuwing? ‘De ballz in Nederland zijn met de hand geproduceerd door mensen met een beperking’. Ik bedoel maar: wat voor een beperking (of uitdaging) wordt bedoeld? Anosmie? Afsluitend: ‘In de verpakking vind je 30 ballen, genoeg om heel erg lang van te genieten. Past in elke stofzuiger ook stofzakloze. Je zuigt een balletje op en de geur zal ontsnappen’.
Onderdelenpaleis Emmen
En wat een niche-aandoende variaties: ‘Black Tea een heerlijke oriëntaalse melange met tonen van hout, zwarte peper, luxe musk en jasmijn. Beleef een poederig zacht en schone omgeving’.
‘Happy spices: een ingetogen bloemige opening van Damascusroos met een hint van lavendel. Daarna in het hart een exclusieve warme kruidenmix van kaneelbast, kardemom en zwarte peper’. En ga zo maar door. Prijs: €18,95.
Ik eindig flauw. We wachten op de eerste stofzuigergeurzakjes van Hermès, Louis Vuitton, Prada, Fendi en vul uw ontbrekende favo luxelabel maar in. Remember: White Linen van Estée Lauder was ooit ook eenmalig te koop als waspoeder – vond ik toen een geweldige marketingstunt. Weliswaar met gevaar. Een luxeproduct degraderen tot huishoudartikel/schoonmaakmiddel kan door de ‘serieuze’ consument als belediging worden opgevat. Dat was in de jaren tachtig van de vorige eeuw, maar anno nu is het toch wel opvallend dat veel geuren uit de luxesector qua geursensatie inmiddels zijn verworden tot schoonmaakmiddel. Vooral sommige verkrachtingen – chique herinterpretaties genoemd – van eens populaire geuren.
Maar… Océan Mystique Granulés Parfumés wordt vast en zeker nóg een verkoopsucces voor Dior. Het zal in ieder geval veel likes genereren op social media. En dat is nog het enige dat tegenwoordig telt zo lijkt het wel – sprak de oude geurzeur.
Ik woonde een tijdje vanwege werk in Brussel. Door een rijkere ‘levenscultuur’ aldaar (ook wel Bourgondisch genoemd), wordt daar meer aandacht besteed aan dingen die het leven schoner en ‘plesanter’ maken – waaronder parfums.
Dat viel me niet alleen op tijdens gesprekken – geur & herinnering; bij gebrek aan beter altijd leuke social talk tijdens social events – maar ook in het aanbod van (tweedehands) boeken over parfum: talrijk. Bij inzage van sommige ging ik zelfs aan mijn kennis en inzicht twijfelen. Fact of life: hoe meer je weet, hoe minder je weet.
Zo kocht ik ooit het fascinerende Beauty in Exile van Alexandre Vassiliev (gepubliceerd 2000). Kort door bocht: Russen op de vlucht voor de chaos volgend op de revolutie van 1917 namen een stijl mee die leidde tot een rage in West-Europa voor oosters-exotische kleding en design, overvloedig gedecoreerd met parels, pailletten, zijde, brokaat en borduur.
Deze overdadige kijk – in feite een artistieke Russische revolutie – beïnvloedde de westerse cultuur enorm. Niet alleen in de haute couture, maar ook in kostuums gedragen door kunstenaars afkomstig uit het ballet, dans en theater (denk aan de impresario Sergej Diaghilev die de gordijnen van de theaters waar zijn Ballets Russes optrad besprenkelde met Guerlains Mitsouko).
Alexandre Vassiliev, historicus en kostuum- en decorontwerper, brengt de geschiedenis en de invloed van de Russische émigrés – textiel-, decor en modeontwerpers, ambachtslui, grafische ontwerpers, aristocratie én Russische modellen in kaart. Niet alleen die van Parijs, maar ook van Russen uitgeweken naar Istanbul, Berlijn, New York, Sjanghai en de Oost-Russische havenstad Harbin.
Ik had het boek eigenlijk alleen doorgebladerd (het lot van menig koffietafelboek) en gescand op illustraties. Onder de indruk was ik zeker bij de eerste kennismaking én nog meer toen ik het onlangs weer terugzag bij het afstoffen.
Ik vraag me wel eens af: waar komt mijn fascinatie en die van anderen voor oude, vergeten parfumhuizen vandaan? Omdat ze in een notendop de essentie van een cultuur tot op een statige dan wel frivole en tongue in cheek tot uitdrukking brengen? Parfum is vaak, of beter gezegd was ooit, een heraut van een idee, een gedachte, een gecultiveerde en gepolijste manier om de l’air du temps van een tijdperk te sealen.
Wat had ik veel over het hoofd gezien! Met name mijn fetish: parfum. Fascinerend om te lezen dat veel ontheemde Russen een couturehuis openden – alsof tussen tijdens het interbellum de concurrentie op dat gebied al niet moordend genoeg was. En die Russische huizen brachten ook ‘gewoon’ parfums op de markt – alsof de concurrentie op dat gebied niet moordender was.
Het schijnt dat Chanel via grootvorst Dimitri Pavlovitsj Romanov (een van haar lovers) in Biarritz (anderen beweren Grasse) werd voorgesteld aan de eveneens gevluchte neus van Russische oorsprong – Ernest Beaux – verantwoordelijk voor de interbellumparfums van Chanel. Trouwens, grootvorst Dimitri’s zus, grootvorstin Marie Paulowna Romanova, runde tot 1929 in Parijs een borduurstudio – Kitmir – en had Chanel als klant; veel van haar collecties toonden overduidelijk slavische invloeden. Hoe groot de Russische invloed op Chanel letterlijk in dit geval was, daarvan getuigt natuurlijk haar Cuir de Russie (1924).
Mijn fantasie slaat op hol, zo vreemd is het eigenlijk niet, maar ik durf bijna te beweren dat al die gevluchte Russen die in no time een couturehuis met parfumlijnen wisten op te richten, haast wel contact met Ernest Beaux moeten hebben gehad – die emigranten kenden elkaar natuurlijk allemaal en hielpen natuurlijk elkaar daar waar het kon. Tenminste daar gaat mijn ‘Gutmensch’-kijk vanuit.
My Own Valentina
Iets anders wat uit het boek naar voren komt: het monopolie dat Chanel zich door een exquise en uitmuntende marketing de afgelopen decennia op het gebied van mode, haute couture, levensfilosofie (wat het uitdragen van haar leven betreft afgezien van een paar flinke misstappen) heeft opgeëist, wordt al lezende dit boek twijfelachtiger. Hier is ze een van de vele bijzondere vrouwen (waarvan velen nog bij het grote publiek nog onbekend) die een succesvolle carrière in de modewereld wisten op te bouwen – Chanel was wel diegene waarin alle verworvenheden van de nieuwe moderne vrouw samenkwamen en dit in haar public relations uitmuntend wist uit te buiten.
Aanvulling 15 juli: ik heb toch een soort van aangevoeld wat Chanels ‘tanende’ invloed betreft. Ik lees gister toevallig een artikel in Le Monde over Augusta Bernard – onderdeel van een serie over vergeten vooroorlogse couturiers. Had ook nog nooit van haar gehoord; kende haar alleen van een beroemde foto van een jurk van haar hand.
De Russische couturehuizen en hun parfums die ik via Beauty in Exile heb ontdekt zijn: YTEB aan 14 de Rue Royale in Parijs. Maison Irfé – afkorting voor prinses Irina en prins Félix du Youissoupoff – was gevesigd 19 Rue Duphot (ook Parijs). Hun twee overgeleverde parfums heetten Blonde en Brunette – die de oude geurfilosofie aanhangen dat blondharige vrouwen andere soort parfums prefereren dan donkerharige. Vanuit New York opereerde couturier Valentina (Nicholaevna Sanina) – ik wist van haar bestaan. Juicy: haar man had een affaire met Greta Garbo (klant van haar en in hetzelfde appartementencomplex wonende). Haar parfum: My Own.
Moet gezegd: ik doe de bovengenoemde Russische couturehuizen en hun scene eigenlijk te kort; als je je erin verdiept val je van de ene verbazing in de andere. Maar dit is een parfumblog.
Over de met heel veel filters genomen sfeerfoto’s, kun je hilarisch en/of dieptriest van de gedachten wisselen. Maar waar je het meest aan kunt ergeren is natuurlijk de British Vogue. Die heeft Sacred Mist – een bodymist met heilige-helende werking en nog meer blablabla beautybestanddelen – onderscheiden met ‘The Vogue Beauty Awards Winner 2023’. Dat gaat lekker snel.
Van wie is het? Nou wat leuk, voormalig über-supertop-model Kate Moss. Moss heeft sowieso een hele fijne, intieme band met het invloedrijke modeblad; kijk voor de lol eens op Youtube. Vogue vraagt zich natuurlijk niet af of Moss nu de allerlaatste en/of de allersloomste is die ‘iets in de beautysector’ met body & mind doet. Of een pionier is die aan deze veronderstelde helende producten een nieuwe, meer eco-bewuste draai heeft gegeven.
Dokter Deepak Chopra – soort van new age paus – is in ieder geval heftig onder de indruk: ‘This fragrance is truly unique!’ Hij liegt in ieder geval met een indrukwekkende footprint, want afgaande op de ingrediënten – enkele zijn Kate’s favoriete essentiële oliën – zie ik niets ‘geestverruimends’ en holistisch aan dit water. Bergamot, oranjebloesem, geranium, jasmijn, tuberoos, zwarte peper, ylang-ylang, cederhout, tonkaboon en eiken-kate-moss. Klassieker dan klassiek. Tijdloos mag ook. Kosmisch eveneens prima. Yves Rocher waarom niet?
Zou het echt waar zijn? ‘Sacred Mist is geïnspireerd en ontwikkeld door Kate samen met Victoria Young in haar Engelse plattelandstuin’ – die van Kate of die van Young? Vervolgens werd het ‘geformuleerd in de oudste parfumerie van Frankrijk’ – welke parfumerie dat dan wel moet zijn, wordt niet vermeld. Interesseert de ‘investigate beautyblogger’ van de British Vogue natuurlijk ook geen reet. Nogal eco-logisch: het is gemaakt conform de huidige hippe verkoopwetten. Dus vegan, recyclebaar en de grondstoffen zijn niet geoogst door hedendaagse ‘tot slaaf gemaakten’.
Volgens mij is Moss van plan een alternatief beauty-imperium op te zetten: op haar site kun je ook al gezichtscrèmes, een nectar voor body & hair bestellen. En thee, en ‘love letters’, en geeft ze gratis allerlei tips betreffende boeken met verhelderende inzichten en iets met tarot. Binnenkort waarschijnlijk gevolgd door ecologische coke en biologisch afbreekbare afvalproducten.
Voor je het weet wordt ze een directe concurrente van Gwyneth Paltrow die met haar Goopsite en -producten al zeer succesvol is – wereldberoemd werd ze ermee toen ze met een geurkaars kwam die niet kut rook, maar er wel naar rook: This Smells Like My Vagina.
Nog iets positiefs te melden misschien Geurengoeroe? Nou vooruit, de naam van haar bedrijf is natuurlijk wel leuk gevonden: Cosmoss. En, wat maakt het in the end uit van wie je je upscale beautyproducten koopt, want betalen doe je in negen van de tien gevallen veel te veel. Meaning: de prijs staat no way in verhouding tot de productiekosten en de kwaliteit. Durf ik ongeroken gif op in te nemen. Cosmoss ‘for Soul, Self, Space’ EDP 100ml € 145,00. Reality check: het beroemdste parfum ter wereld, EDP 100ml, kost bij Ici Paris XL € 125,00.
Van de ene kant omarmen we het mondiale – hoe verder van huis op vakantie hoe indrukwekkender en interessanter. Van de andere kant: in gedachten tuffen we in Nederland al een tijdje terug naar Dorpstraat ons Dorp. Hopeloos ons verlangen naar een wereld die er nooit is geweest.
Omroep Max voert de boventoon in deze weemoed. Aanschouwt daarnaast het mateloos populaire Boer zoekt Vrouw en Ik hou van Holland. Beide gezellig-begripvol gepresenteerd door doodgewoon gebleven Nederlanders die geen achternaam meer nodig hebben: Linda, Chantal en Rob. Ik ga het niet hebben over Sweet Caroline in deze.
Wel glunderen van trots als een Hollander het over de grens verdomde goed doet: Max Verstappen wint het fonkelnieuwe Grand Prix van Las Vegas. Maar gelukkig moet hij daar niets van hebben: het draait hem te veel om de show, te weinig om het racen. Humble! Respect! Proud!
In hem herkennen we weer die heerlijke Hollandse deugd: doe maar gewoon dan doe je al… Deze nuchterheid zie je ook terug in een reclamespot van telefoonaanbieder Ben die zich hiermee zo te zien tegen de Randstedelijke havermelkelite richt.
Dat Holland achter de dijken-gevoel, wordt de laatste tijd ook gebundeld. Dit jaar verschenen meer dan tien boeken waarin onze ontstaansgeschiedenis centraal staat. Geur zal hierin ‘her en der’ waarschijnlijk als detail optreden, centraal staat hij in Neuswijzer, Geuratlas van de Lage Landen.
Een boek door de uitgeverij omschreven als ‘een kleur- én geurrijk geïllustreerd standaardwerk met ons reukorgaan als absolute held. Deze primeur geeft geur de hoofdrol in (streek)taal en cultuur, evolutie en biologie, geschiedenis en psychologie in de Lage Landen. Lezers ontdekken de spannende wereld van moleculen en receptoren, ontwaren de geuren die zorgen voor afkeer en opwinding, en maken kennis met Boldoot en meurmuren. Dit en meer verpakt in een aroma van rozen tot urine, en alles daartussenin’.
Ik lees ook dat – nu volgen een aantal clichés – ‘geuren onze levens kleuren. Ze geven smaak en brengen herinneringen tot leven. Geuren verleiden, brengen verlangens teweeg, roepen op tot walging of angst. Geuren hebben en geven betekenis’.
Ik lees ook: ‘parfumeurs, kunstenaars, wetenschappers en andere kenners werkten samen om hun inzichten te delen’. Een ‘odoresque’-boekenlegger, van geurkunstenaar Frank Bloem, geeft lezers de mogelijkheid om NeusWijzer ook grondig te besnuffelen’.
Een paar dingen: de neus (geur) een held noemen, dat vind ik zo… als je een fysiek uitgedaagd persoon helpt de straat over te komen, ben je het tegenwoordig ook al. Woordimplosie. Hou daar eens mee op. En ik heb iets tegen het woord besnuffelen, én ben ik benieuwd wanneer je wordt opgeroepen tot walging.
Voor als je in taal bent geïnteresseerd: het Meertens Instituut zette voor dit boek een enquête uit over ‘geurwoorden’ en ‘geurervaringen’ in de Nederlandse taal en dialecten (en daaraan verwante talen en culturen). Er werden ten behoeve hiervan colleges en workshops gegeven om zoveel mogelijk ‘geur-gerelateerde’ woorden te verzamelen ‘waarmee de reukzin van ons taalgebied wordt opgehaald en vastgelegd’.
Als informant kon je een digitale vragenlijst (breder verspreid in Nederland en België) beantwoorden. 1850 reacties – lang leve de participatiemaatschappij! Dat leverde onder meer jirre of jarre op – in Noord-Nederland gebruikt voor modder of modderlaarzen. ‘In Brabant zijn ‘ze dan weer dol’ op meuren en alle varianten daarop’ – ook in Twente by the way waar ik ben geboren en getogen: ‘Wie zit hier zo te meur’n?’ Een speciale geurherinnering in deze: een echte boerendochter uit de buurt van Losser, vroeg altijd in de klas van de Lonneker lagere school als ze naar de wc moest: ‘Meneer, mak ‘em’n noar den ton hên?’
Eveneens verdwenen volgens het Meertens Instituut woorden. We hadden 28 varianten voor muf, zoals duftig (komt dit uit het Duits – Duft?), verdolsemd, eumig. Komt door technologische ontwikkelingen. We hebben overal verwarming, dus is het veel minder vochtig. De technologie neemt daarnaast de neus over: ‘Apparatuur meet geuroverlast en op levensmiddelen staat een houdbaarheidsdatum. We zijn minder afhankelijk van onze neus, we staan niet altijd stil bij de impact van geur. Daar wil het boek verandering in brengen’.
Eerlijkheid gebied: heb het boek niet gelezen. De reden: de laatste twee boeken met geur als hoofdonderwerp, daar kwam ik niet doorheen (titels opvraagbaar). Het eerste omdat het teveel het persoonlijke verbond aan het technische aspect zonder enige noodzakelijkheid te bespeuren, het tweede omdat het te bloemrijk-aanstellerig was geschreven en ‘vanzelfsprekende’ productieprocessen van parfumingrediënten overdreven ingewikkeld omschreef.
Dus weet ik ook niet of uitgelegd wordt dat het in Noord-Brabant gebezigde meuren – volgens mij – afkomstig is van het Franse mourir: sterven. Ook niet of melding wordt gemaakt van de nummer 1 van de Nederlandse Canon van de Nederlandse Natuur: de geur van regen. En of de niet te harden stankoverlast van varkensboerderijen in Noord-Brabant door lokale belanghebbende bestuurders eufemistisch geurhinder wordt genoemd.
Laten we sentimenteel en heel Hollands eindigen: geur en herinnering. In de eerste geur – The Mind Vaccine – van avantgardistisch upcycle-modeontwerper Ronald van de Kemp ruik je ook kruidnagel. Hij vertelt hierover in de Volkskrant: ‘Dat hebben we pas op het laatste moment toegevoegd. Ik wilde iets prikkelends toevoegen en de geur van kruidnagel is een specifieke jeugdherinnering, het doet me denken aan de rode kool van mijn moeder’.
Ik had het persoonlijk spannender gevonden als Van der Kemp ook de geur van gekookte rode kool had toegevoegd – zoet-fluwelig, een soort van ‘hartige’ pruim, beetje glühwein-achtig qua geur. Grote kans dat dan The Mind Vaccine nog eigenzinniger was geweest, want een specifieke kruidnagelnoot is een redelijke bekende in geuren.