Is me toch wat al die variaties op één geur! Eerst een cologneversie, dan een zomerse interpretatie gevolgd door een eau fraîche-versie (nét weer iets anders qua ‘geurgewording’ dan een cologne), dan weer een intense kijk op het originele partituur. Ik vraag me af: zou de gemiddelde consument al deze verschillen wel – willen – ruiken. Interesseert ze het eigenlijk, die subtiele nuances in geurgewaarwording? Denk van niet. Meer een kwestie van marktwerking: ‘als iedereen het doet, dan wij ook’.
Chanel ontkomt er ook niet aan. Twee jaar geleden zag Eau Première het licht (een interessante en aangename kijk op N°5). Vorig jaar werd Cristalle ondergedompeld in een nieuw en elegant-groen bad: Cristalle Eau Verte. Nu is Chance (2003) – dat al in 2007 voorzien werd van een Eau Fraîche-toets – aan de beurt: Chance Eau Tendre. Chanel stelt zich hierbij een vraag: bij welke vrouw past deze interpretatie? Het antwoord: ‘Dankzij deze olfatorische poëzie weet u weer hoe kostbaar en zeldzaam geluk is. Chance Eau Tendre is een explosie van tederheid voor de optimistische vrouw die in geluk gelooft en geen kans voorbij laat gaan… dit bruisende parfum is als een zinnenstrelende rilling die u op subtiele wijze het heerlijke gevoel geeft dat het geluk overal om u aanwezig is’. Ja, ja!
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het verschil met Chance: het ontbreken van ambrette, cederappel, vanille, roze bes, patchoeli en vetiver. Hiervoor in de plaats: grapefruit, kweepeer (foto), cederhout en een ‘amberachtige’ noot die aan de kenmerkende noten van Chance (hyacint, jasmijn, iris, witte musk) een tedere toets geven. Zoals de Fransen zeggen ‘pas mal’, maar of deze aanvulling nu werkelijk noodzakelijk is?
RUIK & VERGELIJK
Verschillende wegen leiden naar het geluk van Chanel:
Wat mij betreft: er kunnen geen genoeg leergeuren worden gemaakt. Ik spreek nu niet voor mezelf, maar voor ‘de wereld’. Want hoe meer ‘leermomenten’ de verschillende parfumhuizen geven, des te meer mensen kunnen kennismaken met dit verwaarloosde lid in de parfumfamilie. Ik juich dus Cuir van L.T. Piver – dat samen met Vetiver, Cèdre en Epices verscheen – toe. Alleen jammer dat hierdoor de bekendste geur van het huis – Cuir de Russie, toevallig ook een leergeur waarvan het exacte geboortejaar onbekend is – uit de roulatie wordt genomen. Volgens mij krijgt het in 1774 opgerichte L.T. Piver hier spijt van. Maar toch: Cuir is voor ‘starters op de leermarkt’ een goede manier om deze familie te ontmoeten. Door de overige ingrediënten wordt het leer als het ware gepolijst en strak getrokken.
Omringd door kruidige en houtachtige accenten, blijf je het leer gelukkig wel goed ruiken. En dat is goed en maar goed ook. De geur heet niet voor niets Cuir. Ik schrijf dit omdat bijvoorbeeld bij de leergeuren van Etienne Aigner – In Leather uit 2003 – je echt naar de leernoot moest zoeken.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Heel even in de opening die frisse noot van bergamot en clementine die snel vervliegt om je op een kruidig spoor te zetten van peper en kardemon dat in het hart in contact komt met oranjebloesem, berkenteer (vroeger het basisingrediënt voor leergeuren) en andere noten die Cuir steeds donkerder maken: laurier, patchoeli, sandelhout en natuurlijk leer. De afronding versterkt deze donkere kruidigheid: mos, wierook, leer en ‘animale noten’ – ik meen civet te ruiken. Mooi, elegant, beschaafd.
RUIK & VERGELIJK
Voor velen staat een leergeur gelijk met mannelijk. Daar denken ‘sommigen’ anders over en al heel lang – zoals Coco Chanel. Zij lanceerde haar Cuir de Russie in 1924. De nichesector denkt daar trouwens ook zo over.
Leer voor gevorderden:
Santa Maria Novella Peau d’Espagne (1901)
Klassiek leer:
Chanel Cuir de Russie (1924, 1983)
Knize Knize Ten (1924)
Lancôme Cuir (1936, 2007)
Niche-leer:
Serge Lutens Cuir Mauresque (1996)
Giorgio Armani – Armani Privé – Cuir Améthyste (2004)
Parfum d’Empire Cuir Ottomane (2006)
Tom Ford – Private Blend – Tuscan Leather (2007)
Bij het in Nederland een beetje in vergetelheid geraakte Grès hadden ze een probleem wat geuren betreft: er ontbrak nog een voor jonge meisjes. Caline – Frans voor liefkozend, vleiend en aanhalerig – moet hierin verandering brengen. En het meisje dat Caline verbeeldt is zoals vele jonge meisjes zichzelf graag zien volgens het couturehuis: flitsend, strelend, hartelijk, liefhebbend, stralend, romantisch, onweerstaanbaar, charmant, naturel, verfijnd, vriendelijk, enthousiast, vrolijk – mag het ietsje minder! – en naarstig op zoek naar haar eerste ‘eigen’ parfum! Caline wordt omschreven als ‘een geurige omhelzing voor bijzondere momenten’ en presenteert zich als een waardevolle edelsteen opgeborgen in een juwelendoosje.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Caline is een zoete, fruitige bloemenpracht die zijn eerste sensaties openbaart met veel appel, grapefruit en mandarijn op een bedje van klimop. Groen en fris. In het hart bloeien zonnig jasmijn, ‘waterige’ lotus samen met rijpe pruim voorzien van een ‘zijde-extract’. De finish is als een krachtige en verleidelijke omarming van tonkaboon, musk en ‘knapperige’ bonbon.
RUIK & VERGELIJK
Grès weet welke jonge meisjes het met Caline wil verleiden. De onderstaande geuren hebben daar zo hun eigen mening over.
Cacharel Anaïs Anaïs (1978)
Yves Saint Laurent Baby Doll (1999)
Ralph Lauren Ralph (2000)
Annick Goutal Quel Amour! (2002)
Chanel Chance (2003)
Model: heel veel jeugdige types waaronder een jonge Kate Moss
Calvin Klein is een van de belangrijkste vernieuwers op parfumgebied geweest van de jaren tachtig en negentig. Hij was een van de eerste Amerikaanse designers die ook in Europa (en de rest van de wereld) met zijn geuren echt wist door te breken. Opvallend is bij Klein dat het niet zozeer de geuren an sich zijn geweest, maar de styling en presentatie. Na Obsession, Eternity en Escape in een voor haar- en hem-versie, lag voospelhaarheid op de vloer.
Tijd voor iets totaal anders. Hij bedacht een geurtje voor jongeren, dat wil zeggen een voor meisjes én jongens: ck One. In visualisering (‘gewone’ meisjes en jongens van de straat, inclusief een jonge Kate Moss, in ‘gewone’ poses) en presentatie (een simpel flesje met schroefdop) werd ck One geen afstandelijk en dromerig concept, maar zeer toegankelijk en begrijpelijk voor de jeugd. Het succes was (en is nog steeds) enorm.
Volgens Unilever, de voormalige producent (nu Coty), heeft cK One er tien jaar over gedaan, waar ‘het best verkochte parfum aller tijden’ – Nº 5 uit 1921 van Chanel – zeventig jaar voor nodig had.
Of dat werkelijk zo is, hangt af van het feit of ck One over zestig jaar nog te koop zal zijn. Hoe het ook zij, ck One verkoopt nog steeds uitstekend, al was het alleen maar om de nieuwe campagnes (in 2009 ‘we are one’), de limited editions (Red Hot in 2000, ck One Graffity in 2003) en talloze zomerse interpretaties (vanaf 2004) die aan deze easy going-geur worden gegeven.
Ik ben de tel kwijt geraakt en het is bijna onmogelijk deze edities serieus te onderwerpen aan een degelijke recensie, gezien het tijdelijke karakter. Ik moet wel zeggen: sommige verrassen door hun interessante melanges. Maar het soms is het wel allemaal ver gezocht, zoals bijvoorbeeld ook de 2012-versie laat ruiken. Ik bedoel, ruikt wel iedereen in deze geur die wordt neergezet als ‘surfer chic’ en ‘a splash of refreshment at the beach’ de nuances van fris-bloemig bergamot, waterige komkommer, knisperende munt, citrusfris limoen, verse appel, kruidig-zonnig rozemarijn, zwoele rum, melkachtig sandelhout, zout drijfhout, dito ‘zeemos’ en verstillende ‘waterlotus’…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
ck One is één en al vernieuwend zoete groene frisheid met kruidige ondertoon. Zowel in de opening: bergamot, kardemon, ananas, papaya en een ‘groene boom’-noot. Zowel in het hart: ‘hedione hig cis’ (een extra luchtig jasmijnextract), viooltje, roos en nootmuskaat. De basis van musk en amber staat er garant voor dat deze ingrediënten beklijven. En een akkoord van groene thee wervelt zich ondertussen van kop tot staart door de geur.
RUIK & VERGELIJK
Calvin Klein is niet de eerste ontwerper met een androgyn geurtje: eeuwenlang was er geen verschil tussen mannen- en vrouwenparfums. Alle eau de colognes uit vroeger tijden werden door man en vrouw gebruikt.
Klein is wel de eerste die er een groot commercieel succes van wist te maken, nadat het Yves Saint Laurent in 1975 met Eau Libre niet was gelukt en Bvlgari drie jaar voor ck One een gelijkgestemd geurtje op het allerhoogste parfumniveau presenteerde.
Let wel op: niet alle androgyne zijn licht en onschuldig. Er zijn ook flacons die na opening ruiken naar een omgevallen kruidenrek. En de meeste geuren in het nichesegment doen ook niet aan geslachtsdiscriminatie.
Een paar jaar geleden dacht ik nog dat ik op een gegeven moment alle belangrijke geuren wel zo’n beetje beschreven zou hebben. Little did I know. Honderden, zo niet duizenden wachten nog. En dan wil ik deze blog ook gaan vertalen. Hellup! Schaam me dood dat ik nog (nauwelijks) aandacht heb besteed aan Parfums Montale, Parfum Generale, Dyptique, L’Artisan Parfumeur en s’ werelds oudste parfumhuis: Santa Maria di Novella. Maar we gaan stug door. Twee per dag, een oudje en een nieuwtje, dat zou mooi zijn.
En dan zijn er ook nog geuren die alle ongeschreven parfumwetten aan hun laars lappen. Je weet eigenlijk niet of je deze brutaliteit moet bewonderen of de grond in boren. Zoals bijvoorbeeld Chic van Celine Dion. Parfumkenners moeten natuurlijk direct denken aan de geur met dezelfde naam van Carolina Herrera uit (2002) en ‘parfumhistorici’ aan de geur met dezelfde naam van Yardley uit 1976.
Chic is blijkbaar een van die namen die ‘vrij’ zijn, die niemand kan kopen en iedereen dus op een parfumflacon kan plakken. Maar is dat nou echt chic? Vind van niet. Celine Dion blijkbaar wel. En trouwens: ze interpreteert het begrip anders dan Herrrera, want het is geïnspireerd op haar persoonlijke stijl en reflecteert met ‘zijn geraffineerde uitstraling de glamour van de modewereld’. En vergeet ook niet dat Chic haar ‘vrouwelijk en elegant laat voelen en ze hoopt dat dit voor alle vrouwen die het kopen het geval zal zijn’. En vergeet ook niet dat Chic voor vrouwen is ‘op zoek naar betaalbare luxe en die hun gevoel voor stijl met zekerheid en flair willen tonen’.
Presentatie is trouwens ‘niet verkeerd’. Flacon – met vijf vlakken die haar geluksgetal symboliseren – is glamour en… La Dion betreedt zo vanzelfsprekend de trap van haar private jet. Chic toch, glamour toch? Kan niet wachten tot ze een van haar geuren CD gaat noemen. Nee, dat staat niet voor Corps Diplomatique en Christian Dior maar voor de essentie van Celine Dion.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Chic verpakt in een geur moet volgens Celine frisheid en bloemigheid combineren licht sensueel afgerond. Daarom gaat Chic van start met groene, waterige noten waarin Dion vervolgens pioenroos, gardenia, waterlelie en viooltje laat ronddrijven. Chic eindigt in een akkoord van blonde houtsoorten, amber en musk.
RUIK & VERGELIJK
Wat is de essentie van chic? Wordt dat het beste opgeroepen door Celine Dion of toch door:
Discretie, verfijning en elegantie. Aandacht voor detail, traditie en innovatie: de ‘bouwstenen’ van Canali, de kleermaker uit Italië. En hij doet het, of de familie, al 75 jaar. Wordt gevierd met een geur: Canali del 1934. Volgens het persbericht ‘ontwikkeld om aan de wensen van de Canali-man te voldoen’. En dat is een perfecte gentleman. Wil dus zeggen: ‘zeker van zichzelf, maar nooit arrogant, charismatisch, een subtiele charmeur’. Klinkt mooi: maar wanneer stoppen merken toch een keer met het opstellen van profielschetsen van de drager van een geur?
Stel je vindt de geur top, maar je beantwoordt niet aan het profiel? Wat dan? Mag je dan Canali del 1934 niet kopen? Zou jammer zijn, want het is een goede geur voor, laat ik het dan maar zeggen, de man met gemiddelde geurervaring die een stap verder wil. En geen zin meer heeft een citrusbommen in een flacon. En voorzichtig wil kennismaken met de ‘heftigste’ parfumfamilie: leergeuren. Opvallend: de imposante presentatie in luxe omdoos-verpakking.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De opening: sort of klassiek vertrouwd, want eigenlijk ‘vrouwelijk’ deze frisse zoetheid van ananas en zwarte bes die een colognenuance krijgt door oranjebloesem en pit door roze peper. Voor de kruidige, dus mannelijke noot is kardemon een goede tegenhanger. Het hart: très chic. Stroef, maar zonnig saffraan (foto) dat zich heel elegant mengt met de sterke leernoot – iets wat ook nichemerken al langer weten (alleen pakken die het meestal heftiger aan, zowel wat leer als wat saffraan betreft). In de afronding wordt dit leer mooi, sensueel zacht gemaakt met musk, ambergris en cistus labdanum. De hars met zijn natuuridentieke musknoot als je hem heel puur gebruikt ook goed voor een leerimpressie. Wat dus gebeurt in Canali del 1934. Dubbele sensualiteit en ‘dubbel leer’ dus. Cederhout werd toegevoegd voor de onontbeerlijke houttoets in een mannengeur. Mooi gedaan en bijna niche.
RUIK & VERGELIJK
En als je leer in al zijn kracht wil ervaren, ruik dan eens aan:
Parfum d’Empire Cuir Ottomane (2006)
Giorgio Armani – Armani Privé – Cuir Améthiste (2006)
Tom Ford – Private – Blend Tuscan Leather (2007)
Deze variatie op het ck one-concept is een volstrekt nieuwe geur waarmee de ontwerper het levensritme van de urban jeugd heeft gevangen. Waar draait het bij deze jonge mensen om: tot een bepaalde scene horen waarin je samen – zegt Calvin Klein – ‘met je vrienden iets beleeft en toch je eigen dingen doet. Helemaal volgens je eigen smaak, net hoe jij het leuk vindt’. Vandaar de naam. Daarnaast doet ck one scene nog iets met de gebruiker: het reflecteert zijn energie en zelfbewustzijn! Let trouwens op de flacon. Dit keer beprint met een felgekleurde fotocollage waarop een bonte mix van mensen aan het party-en is. En dat is eigenlijk de belangrijkste boodschap: dance and have fun in your own scene! Yo! Rave! En laten we dan niet vergeten in dit geval dat deze geur weer een goed voorbeeld is van meer marketing in een flacon dan een geur
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
In ck one scene word je een temperamentvol contrast gewaar van frisse en warme noten die zich via het top, hart en basis ontvouwen. De top van je scene: een mix van mandarijn, gember en de sterk ruikende ylang-ylang. Het hart van je scene: rozenhout, wederom gember maar dan minder scherp (verkregen via het ‘softact’-proces) en een heel fris en lieflijk extract van lelietje-van-dalen. De basis van je scene: musk, ‘amberhout’ en ‘vanille-amber’.
RUIK & VERGELIJK
Uit een onderzoek blijkt: gember is goed voor je lichamelijke conditie. Dat deze wortel ook positief op de geestelijke gezondheid werkt, is al langer bekend. Niet voor niets wordt gember vaak toegepast in de aromatherapie. Het gebruik in geuren is redelijk nieuw.
Claude Montana is, voor zo bekend, de eerste die een gulle dosis in Parfum de Peau (1986) stopte. Gevolgd door een ‘gembergeurengolf’.
Gember voor haar:
Jean Paul Gaultier Le Classique (1993)
Tommy Hilfiger Her Freedom (1998)
Bvlgari Blv (2000)
Gember voor hem:
Tommy Hilfiger His Freedom (1998)
Zirh Zirh (2001)
Burberry Brit for Men (2004)
Dior Homme Sport (2008)
GEVAARLIJK SPEL MET LIEFDE EN PARFUM VOOR HEM EN HAAR DEEL 1
Jaar van lancering: 2007
Laatst bijgewerkt: 20/01/2010
Neus: Sidonie Lancesseur
Artistic direction: Kilian Hennessy
Welkom in deca-arome-wereld van By Kilian. Een wereld die de geneugten en ondeugden van de libertijnen uit de rococo-periode naar het heden heeft vertaald. De uiterlijke schijn van nu mag dan verschillen van de wereld van markiezin Merteuil en burggraaf Valmont die elkaar via brieven op de hoogte hielden van hun manipulaties, escapades en valstrikken van de liefde, in doen en laten zijn we gelijk gebleven. Cruel Intentions is de Amerikaanse verfilming uit 1999 van het boek Liaisons Dangereuses van Choderlos de Laclos (1782) waarin bovengenoemde markiezin en burggraaf in moderne gedaanten dezelfde ‘spelletjes’ spelen, maar dan in New York. Zou By Kilian zich hierdoor hebben laten inspireren…
Hoe het ook zij: voor mannen en vrouwen van nu die zich aangetrokken voelen tot deze gevaarlijke ‘joy et art de vivre’, ontwikkelde Kilian (foto) twee geuren. En dat is toch wel mooi aan Liaisons Dangereuses en Cruel Intentions: je hoeft niet bepaald bekoord te zijn van de presentatie en de boodschap ‘er achter’, zoals ik, toch kan je niet ontkennen dat de geuren opvallen door hun duidelijke intenties. Geldt in het bijzonder voor Cruel Intentions. Je ruikt tenminste een geur met olfactorisch een duidelijke boodschap. Zowel de mannelijke als vrouwelijke gebruikers weten dat ze een ongewone, zeker niet-meanstreamgeur dragen die, volgens mij ook, reacties zal uitlokken. Maar dat doen alle geuren gebaseerd op oud, want de gemiddelde consument is nog niet gewend aan dit ingrediënt dat volgens sommigen zijn gewicht in goud waard is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Mooi aan deze interpretatie is dat je bloemnoot van viooltje en roos subtiel blijft ervaren, waardoor het houtaccent van Cruel Intentions niet te zwaar en te overheersend wordt. Iets wat nogal eens gebeurt wanneer oud de hoofdrol krijgt toebedeeld. Kilian doet niet geheimzinnig over zijn composities. Op zijn site meldt hij de verhoudingen. De start: een licht-frisse bries van bergamot uit Calabrië (280) en bloemig oranjebloesem (20) die snel overgaat naar het bloemige duo viooltje (35) en centefoliaroos (10). In de basis barst het oud (80) in zijn volle intenties als het ware uit zijn voegen. Krachtig ondersteund door papyrus (30), guajachout (150), vetiver uit Haiti (100) en sandelhout (80). Maar aangezien gevaarlijke verleiding niet zonder een portie animale krachtpatsers kan, werd styrax (20), castoreum (5) en musk (160) toegevoegd voorzien van een zachte vanilletoets (30).
RUIK & VERGELIJK
Oud – ook bekend als adelaarshout, ood, oudh, agarhout en aguru – is nu echt het ‘mot du jour’ in parfumland, met name in nichekringen. Het is het met vele mysteries omgeven hout dat qua ‘geurgevoel’ sterke overeenkomsten heeft met sandelhout, alleen sterker, aardser en ‘balsemachtiger’ van toon is. Door de grote vraag is de prijs enorm opgedreven en wordt er ook veel ‘nep oud’ aangeboden.
Montale – met zijn wortels in Arabië – gebruikt heel veel oud in heel veel van zijn geuren en was in feite het parfumhuis dat het westen liet kennismaken met dit ‘wonderwood’.
En: ze houden elkaar wel goed in de gaten de nichehuizen. En nemen de gouden succesregel van de masstige-sector, waar ze zich zo tegen hebben afgezet, steeds meer over: ‘you a me too fragrance, then I a me too fragrance too’! ‘You oud, then me oud as well’.
Le Labo Oud 27 (2009)
L’Artisan Parfumeur Al Oudh (2009)
Juliette has a Gun Midnight Oud (2009)
By Kilian Pure Oud (2009)
Net zoals alle couturehuizen is ook Balenciaga sedert het begin van het nieuwe millennium in ban van verjonging. Sterker, het huis had zijn deuren gesloten. Maar werd – voor de overname door de Gucci-groep – heropend. Geen haute couture meer, wel luxeconfectie. Ontwerper, Nicolas Ghesquière, die nu al zo’n tien jaar de artistieke leiding heeft bij Balenciaga (en zeer geliefd bij de modejournalisten door zijn extreme kijk op de vrouw) zegt over Balenciaga Paris: ‘Vanaf het begin wilde ik al een geur creëren. Een tijdloze en chique geur het huis Balenciaga waardig. Maar ook een geur met een verhaal dat nog nooit verteld is. Ik wilde dat Balenciaga Paris een duidelijk stempel achterlaat en de herinnering aan de geur blijvend is. En ik wilde dat Balenciaga Paris een parfum is met een mysterieus tintje. Ik zou graag willen dat vrouwen die de geur ontdekken het gevoel hebben dat ze in hun hart de geur altijd al gekend hebben’.
Verder lezen we: ‘Balenciaga is uniek. Van Cristobal Balenciaga tot Nicolas Ghesquière, de sfeer is serieus en architectonisch. Het huis beweegt zich tussen experiment en de strenge moraal van de ultieme snit. Bij Balenciaga heerst de ontwerper die zich strikt aan de stijlregels houdt, maar leeft ook de artiest die het rijk der dromen omarmt… In deze wereld werd Balenciaga Paris een geboren’. Over de flacon: ‘Puur zonder gravure of decoratie. De lichte amberkleur van de juice, gevangen in een glazen kruik, lijkt op nectar gedistilleerd uit de bodem van een bos. De geur is duidelijk herkenbaar achter de facetten en hoeken van de heel bijzondere flacon – mondgeblazen glas met zowel hoeken als rondingen, zacht uitziend met scherpe kanten en humor: de ivoorkleurige dop verrijst nieuwsgierig boven de zwarte cape die de flacon omhult, omhoog’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het nadeel van geuren tegenwoordig: ze moeten direct begrepen en verkocht worden in de winkel. Als verkoper de klant wegsturen met de opmerking: ‘Ga eens lekker wandelen met de geur, neem hem in je op. En bevalt-ie, komt u dan terug’, komt bijna niet meer voor. Het gevolg: geuren worden qua compositie steeds makkelijker: je krijgt wat je ruikt.
Balenciaga Paris ontkomt daar net aan! De geur is eigenzinniger dan de gemiddelde aanvoer van de couturehuizen. Komt doordat het overheersende viooltje-akkoord wordt voorzien van een prettige peperdosis. Het effect volgens Ghesquière: ‘geen romantische bloemengeur maar een mix van traditionele en eigentijdse elementen’.
Dat laatste moet dan slaan op de afronding van deze bloemige neo-chypre: cederhout en patchoeli die samen met ‘bemoste houtsoorten en bladeren ademen tijdens de geheime uren van de nacht’. Leuk om te ruiken: het is een echte Olivier Polge. Dat willen zeggen: met een mininum aan ingrediënten een maximum aan effect. En wat gebeurt er met je als je Balenciaga Paris draagt: ‘Je wordt vanzelf die mysterieuze, onbereikbare vrouw die onder lommerrijke bomen wandelt’.
RUIK & VERGELIJK
Was een paar jaar geleden op de Antillen. Daar ontdekte ik in een oude, beetje versleten apotheek in Willemstad nog nooit uitgepakte parfums van Balenciaga. Dus nog met de echte dierlijke ingrediënten in de basis. Wow, dat rook je! Ze zijn net zoals de oprichter: statig en architectonisch van opbouw. Dat wil zeggen: duidelijk en niet bescheiden. Ben benieuwd wat de nieuwe licentiehouder – Coty – met deze klassiekers gaat doen. Zou leuk zijn als ze – opnieuw – werden uitgebracht in een vintagelijn. En voor de mannen dan Ho Hang niet vergeten.
Balenciaga Le Dix (1946)
Balenciaga Quadrille (1955)
Balenciaga Ho Hang (1971)
Nog wat: kan er niets aan doen, maar als ik aan Balenciaga Paris ruik, moet ik steeds maar denken aan Geoffrey Beene’s Grey Flannel denken. En dat komt niet alleen doordat de flacon is omgeven met een zakje van stof.
Schreef ik eind 1998: opvallend voor een merk dat in geurenland niet echt trends zet en waar de gemiddelde parfumconsument niet direct aan denkt: het lanceren van een eau de cologne. Maar Ferrari doet het met Cologne Water! Stoer, want dit snel vervliegende water gold lang als verdomd ouderwets typisch iets voor grootomaatjes.
Dit vooroordeel tegenover een verkwikkend Keuls watertje bestaat voornamelijk in de Noordelijke, klimatologische koudere regionen. In landen rondom de Middellandse Zee is het gebruik van deze instantfrisheidverschaffer nooit verloren gegaan. Sterker: hoog of laag in de markt gepositioneerd, alle merken leveren vaak een- of tweeliterflacons (gedenk de beroemde en nog steeds leverbare bijenflacons van Guerlain). En nu dus het snelle autoracemerk Ferrari. Cologne Water wordt gekenmerkt door de kleur van de stad Modena (geel), het Ferrari-embleem (het stijgende paard) en de Italiaanse kleuren (rood, groen wit). Het leuke: al deze kleuren ‘ruik je ook terug’ in de geur als het goed is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Cologne Water is zoals een moderne eau de cologne moet zijn: extreem citrusfris in aanzet uitmondend in een droge-heldere geur met bloem- en kruidaccenten. Gaat van start met citroen, petitgrain en sinaasappel. Voor het extra frisse effect enkele druppels galbanum. Vervolgens acceleert het met een jasmijn-kruidnagelcombinatie om tenslotte droog (vetiver), ‘vochtig’ (eikenmos) en een vleugje sensualiteit (patchoeli, amber, sandelhout, musk) te finishen. En: de kleuren geroken?
RUIK & VERGELIJK
Eerlijk is eerlijk: Ferrari is de eerste die in de masstigesector de ouderwetse eau de cologne nieuw leven heeft in geblazen… snel (door de bocht) achterna gezeten door:
Thierry Mugler Cologne (2001)
Frédéric Malle Cologne Bigarade (2001)
Hugo Boss Baldessarini Eau de Cologne (2002)
Dior Bois d’Argent (2004)
Roger & Gallet Cologne (2004)