GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

MIGLOT FRAGRANCE LAB

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 17, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, MASSNICHE, MASSTIGE. Getagd: algemeen, geen-categorie, GEUR, PARFUM, verhalen. Een reactie plaatsen

DE MENSELIJKE FACTOR IN GEUR

VEILIGE, COMFORTABELE CHIC

Testing, testing, testing

Het zal de komende tijd, gezien de geplande bezuinigingen op het onderwijs en cultuur, niet gebeuren. Maar zou toch leuk zijn: wekelijkse les in parfum voor het voortgezet/secundair onderwijs. Niet facultatief, maar verplicht, net zoals filosofie dat eigenlijk zou moeten zijn. Dit is geen toppunt van decadentie, want net zoals wijsbegeerte leer je je zelf – als het goed is – beter kennen door parfum. Introspectie. Handig voor later. Je wordt er in ieder geval een plezieriger mens door als je ‘ervoor openstaat’. 

Ik heb hiervoor een bewijs dat ik regelmatig opvoer: een zwager oprecht geïnteresseerd in geuren (hij was een van weinigen die door mijn geschonken geuren vaak teruggaf en kon uitleggen waarom hij ze niet lekker vond). Met Gucci Pour Homme zaten we eindelijk in de goede richting; we kwamen erachter dat hij van leergeuren hield. Hij draagt nu onder meer Knize Ten, Cuir de Russie en Oud Leather. Sindsdien is hij een gelukkiger mens. ‘Ik doe het ’s ochtends op; ik voel me prettig. Als iedereen dat zou doen, dan zou de wereldvrede een stukje dichterbij zijn’. Een leuke gedachte. 

Ik wil maar zeggen: bij echte interesse, verdiep in je in geuren net zoals je dat ook met je favoriete hobby doet. Onderzoek, afvragen, verzamelen – je wordt een gelukkiger mens. Zolang het nog niet klassikaal verplicht wordt gegeven, volg dan een ‘masterclass’ bij een parfumeur. Kristof Lefebre – opgeleid aan de ISIPCA is volgens mij een geschikte docent. Hij is de man achter het parfumhuis Miglot (anno 2020) – een ‘verfransing’ van ‘my glow’. Want dat is de bedoeling: dat je door zijn geuren gaat glimlachen (iets wat volgens mij de meeste geuren doen, mits je ze aangenaam vindt).

De oprichter

Ik kreeg via via een perspakketje van hem en heb me er onlangs in verdiept. Ondanks de soms clichébenadering van zijn metier – ‘onze maisons zijn plekken om te ‘landen’, om de hectiek van de stad en de beslommeringen van alledag even te vergeten en je door je neus en je hart te laten leiden’ – vielen me twee dingen op. 

Ten eerste: hij is opgeleid als apotheker. Nu wil het toeval dat ik me in de geschiedenis van de apotheker als parfumeur aan het verdiepen ben. Ik lees bijvoorbeeld op www.musee.info dat ‘de basisprincipes van de kunsten afhankelijk zijn van de farmacie, zoals de kunst van het banketbakken en die van geurwaters en tafellikeuren’, aldus Antoine Baumé in Elementen van de Farmacie (1795).

Ten tweede: Lefebre’s benadering. Volgens hem wordt één op twee parfums in België niet gedragen (Miglot is een Belgisch parfumhuis met vestigingen in Gent en Antwerpen). In Nederland zal het niet veel anders zijn. Hoe komt dat? Ik denk onder andere: geuren worden nog te veel als cadeau-artikel gezien (ben ik geen voorstander van mits je hem/haar begeleid tijdens de zoektocht) zonder met de voorkeuren van de ontvanger rekening te houden. De reden volgens Lefebre: ‘Bij veel parfumhuizen is de reden van bestaan onduidelijk. Waarom maken ze parfum? Wat is hun drijfveer? Ze hebben afstandelijke logo’s, het kloppende hart zijn geldmachines (een bestaansreden volgens mij). Emoties hebben plaatsgemaakt voor lege marketingverhalen’.

Miglot doet het anders. Dus: geen afstand creëren tussen maker en drager van het parfum. Het ingrediënt: menselijkheid. Maison Miglot is een ‘plek waar Kristof met zijn team klanten persoonlijk en in huiselijke sfeer ontvangt voor een boeiende geurreis’. Lefebre ligt toe: ‘Bij het kiezen is empathie even belangrijk als vakmanschap. Klanten bieden we als het ware een wit canvas aan. En alles begint bij luisteren. Ik begrijp dat een parfum kiezen moeilijk is. Samen gaan we op zoek naar wat de klant raakt. In alle openheid en zonder hokjesdenken. We zijn nieuwsgierig en geven oprecht om hoe iemand zich voelt bij het dragen van een parfum’. 

Miglot-winkel

Origineel: om de klant nog dichter bij het vak van parfumeur te brengen, heeft Lefebre een Insiders-programma: tweemaal per jaar worden vijf personen geselecteerd, die gedurende vijf maanden aan vijf projecten binnen Miglot werken – een soort ‘open keuken’ – om het merk beter te leren kennen. Van nicheparfumkenners tot studenten; elke deelnemer is betrokken en geeft input wat betreft nieuwe formules tot feedback rond de verpakking.

Nu naar de geuren: in het kennismakingspakketje zitten 17 samples begeleid met kaartjes met ingrediëntenvermelding en op de voorkant een ‘sturende’ stemmingsfoto, katoenen proeflapjes (om de geuren op te spuiten) en categorie (green woody, fougère spicy, floral natural, floral musc, aquatic floral woody, balsamic woody enz. enz).  

Het is niet onmogelijk, maar ik ga alle 17 niet per stuk behandelen. Ik pak er lukraak wat voor een algemene indruk. Formula 07 Floral. Een allerlieflijke bloemengeur. De citrus-intro is ingehouden, de iris, jasmijn, lelietje-van-dalen gaan gelijk op en de afronding is zacht-zalvend richting oosters door amber, cederhout, tonkaboon. Formula 08 Green Woody springt er direct uit en tintelt: je ruikt de komkommer goed die wiegend door citrusnoten mooi samengaat met de groene thee in het hart. Als je heel goed ruikt neemt je de galbnum waar. Koriander zorgt voor een kruidig randje zonder dat dat echt invloed heeft op het cederhout in de basis – strak-zonnig; een mooie bodem voor het groene geheel.  

In het begeleidend boekwerk wordt iets dieper op elke geur ingegaan. Storytelling heet dat dan. Cliché ja of nee?Formula 28 Spicy Woody: ‘hiermee toon je je sterkste kant dankzij de kracht van peper en karaktervolle houtsoorten’. Meer voor mij. Een mooi-droge kruidige donkerte direct in de opening: inderdaad een flinke shot zwarte peper besprenkeld met kruidnagel. Snel dringt het hout zich op: oudh, kasjmier en cederhout sensueel gemaakt door labdanum, musk en tonkaboon.

Tien uur later, ik ruik nog een vaag-aangename nasleep van bovengenoemde geuren. Geen cleane finish gelukkig. Nog drie te gaan. Formula 16 Floral Musk. In alle opzichten elegant en sereen – zoals de groen-bloemige geranium zich door de heldere witte bloemennoot vlecht. Mooi zoet ondertoontje. Misschien is hier de lotus voor verantwoordelijk – meestal een synthetisch component met een aquatisch-zoete toon. Beetje verstilde Japan tuin, bepoederde geisha-impressie. Lefebre ziet het zo: ‘Een parfum dat de wereld van ballet oproept, vol gedrevenheid en elegantie met een vleugje poeder’.

Next: Formula 03 Balsamic Woody. Intrigerende opening van kruidige en ‘actuele’ frisheid: bergamot, kamille, gember en salie. Zomerse impressie, wandeling door een weide vrij van pesticiden waar kruiden en bloemen vrij spel hebben. Vooral de kamille springt eruit. Mooi om te ruiken hoe de iris dit alles in zich opzuigt en en daarna de oriëntaalse noten hun spel laten spelen terwijl de kruidigheid naresoneert.

De laatste: ik stop mijn hand in het door Miglot geleverde zakje en haal er – dat is toevallig – het hoogste nummer uit de collectie eruit: Formula 65 Citrus Floral Woody. Valt tegen in de zin dat ik dacht dat alles van Miglot erin samenkomt. Ook afgaande op de ingrediënten die hier in een soort niets verdwijnen. Het effect: een monotoon eindeffect die richting ambiancegeur gaat. 

Dat is geen leuke afsluiting. Nog een dan. En het is… Formula 32 Woody Fruity Floral. That’s better. Sprankelende opening met direct een exotische twist. Tropisch fruit (ik meen ‘iets’ van passiefruit en vijg te bespeuren) versterkt door Europees fruit: nectarine en perzik die garant voor een zoet voluptueus maar zijdezacht effect. Heerlijk die bloemencombi van frisse fresia en zoete roos. Harmoniëren elegant met de ‘tropicana’. De basis: stoer-zwoel zou ik willen zeggen. Contrasterende noten gaan goed samen in deze fruitige chypre: eikenmos, leder, patchoeli ‘versus’ amber, musk, sandel- en cederhout. 

Kristof Lefebre omschrijft zijn assortiment als affordable luxury. Ik denk ook: veilige chic, want de geuren zijn niet spectaculair, hebben geen pats-boem-effect en schrikken niet af. Eerder intiem en comfortabel. Toch mis ik er een die uitspringt – misschien zit die wel in nummers die ik niet heb besproken. Een meer uitdagende geur als statement dat je met een leuk verhaal naar de andere geuren leidt in het assortiment. Misschien kunnen nieuwe deelnemers aan het Insidersprogramma met wat extremere voorstellen komen. Niet tegenstaande: ik vind het knap dat iemand het in deze overvolle, door marketing verpeste markt toch nog een plek, een niche weet te creëren die mensen aanspreekt. Lefebre als rustpunt voor mensen nieuwsgierig en leergierig naar geuren en die niet willen afgaan op de cliché-glamour, cliché-verleiding en cliché-aanstellerigheid waarmee parfum meestal is omringd.

OUD KHÔL GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 10, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET O, KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST, MOET JE ECHT RUIKEN, NICHE. Een reactie plaatsen

OLFACTIEF JONGLEREN

MEESTERWERK! KLASSE! ZO HOORT HET!

‘ALTERNATIEF’ BROEÏRIG PARFUM LAAT JE OUDH NIEUW BELEVEN

Zwart gat

Ik bestelde met enig argwaan een proefje bij Guerlain. Want: het huis maakt zoveel geuren – ook in de L’Art et La Matière-serie – dat het steeds moeilijker wordt om ze op hun artistieke en creatieve merites te beoordelen. Daarnaast de naam: hopelijk geen link met de cosmetica, zoals Guerlain het eerder deed met een van de mooiste seventies chypres: Parure werd naam van een maquillage-lijn.

Dan de laatste horde: oudh. Ik vond het ‘altijd’ een soort van chic van Guerlain dat het zich verre hield van het adelaarshout, het niet in zijn geurpalet opnam (behalve ooit als een olie als ik me niet vergis). Als je je dan ‘alsnog’ in de kilometerslange oudh-rij aansluit, zorg dan wel voor wat ‘fracas’, opschudding en olfactief gejongleer. Nou, Thierry Wasser, doet het met Oud Khôl. Parfum als abstractie, parfum als kunst. 

Dit is wat je wil, wat ik wil ruiken: een onbestemde, een donker-ijl-ijzige minerale en rokerige (een flitsvlam van een lucifer die je aansteekt) opening die alle kanten opgaat. Wat ruik ik eigenlijk? Niets en alles! Je kunt je vinger er niet direct opleggen. Het is een soort van ‘historische’ opening: zo moet in de jaren twintig de eerste kennismaking met N° 5 zijn geweest: de vernieuwende magie van aldehyden die als een schitterende vuurpijl in de nacht zijn frisse fonkelingen prijsgeeft.

Alleen hier geen vuurwerk. Eerder een groenachtige sfeer in een kale ruimte met museale proporties waarin geuratomen aan het googelen zijn. Vervolgens ontwaar je meer: de groene noten worden mosachtiger krijgen een chypre-achtige constructie op basis van oudh. En dan: een schuring met leer met een animaal randje. Geeft warmte zonder dat de geur te zwaar wordt; het ijle, het ongrijpbare blijft gewaarborgd. 

Ik weet niet hoe houtskool echt ruikt, heb het natuurlijk wel eens in mijn handen gehad en ik weet ook dat de geur die tijdens de productie ervan vrijkomt wordt gebruikt voor het bbq-effect in sauzen. Het sterk-rokerige oudh-effect wordt in Oud Khôl in ieder geval getemperd door een subtiele praline-noot gelukkig zonder te karamelliserend effect. En dan heel langzaam, bijna ongemerkt bespeur je een bijna zichzelf verontschuldigende bloemennoot als een lichte streling. 

Als je al ruikende, je je toch niets bij dit meesterwerk kunt voorstellen, luister dan naar Thierry Wasser: ‘Als het een kleur was, zou dit de gitzwarte kleur voorstellen waar Anish Kapoor zo om bekendstaat, zwart pigment tot een absolute waarde verheven’. Als dat eenmaal in je hoofd zit, gaat het er niet meer uit. Zelfs Yves Klein-blauw – ook zo geliefd in artistieke parfumkringen laten mijn hersenen niet toe. Het donkerste groen denkbaar dan? Ook niet.

Ik heb ook literaire associaties: het mystieke L’Oeuvre au Noir van Marguerite Yourcenar. Maar ik moet vooral denken een kosmisch zwart gat, de plek in het heelal waar alle krachten samenkomen van ineengestorte zware sterren aan het einde van hun ‘levensloop’; een gewichtsloze en geluidsloze ruimte, waar alles niets is en niets alles. 

Het ‘Khôl-zwart’ van Anish Kapoor

Mensen met weinig parfumervaring en geur alleen zien als ‘iets lekkers’ (en romantisch en verleidingsmiddel) zullen misschien bij het ruiken denken ‘Is dit nu alles? Wanneer gebeurt er nu wat?’ Hun wacht nog een mooie olfactieve reis waar Oud Khôl het begin en het eindpunt kan zijn. 

Ook wel jammer: omdat we al een paar decennia in de fast forward fragrances-modus zitten, is de kans groot dat Oud Khôl aan de aandacht ontsnapt bij het grote publiek doordat die zich nog te veel door onzingeuren laat verleiden. Met andere woorden: had Oud Khôl de gelijke behandeling als Mon Guerlain gekregen, met alle marketingtoeters en -bellen incluis, dan hadden meer mensen met dit wonderbaarlijke werk kennis kunnen maken en gezegd: ‘Intrigerend, ik neem hem.’

Met nog andere woorden: had in Mon Guerlain Oud Khôl gezeten, dan was het misschien wel een groter succes geworden. En nog even over Guerlains alsmaar doordraaiende geurcarousel: moet ik nu ook aan de Oud Nude en Cherry Oud? Tegelijkertijd met Oud Khôl verschenen. Interessante ingrediëntenopgaaf zo op papier, maar voor mij iets te rood-fruitig gourmand. 

OVERWEGINGEN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 9, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, ENTERTAINMENT. Getagd: geen-categorie, GEUREN, herfst, PARFUM, seizoenen. Een reactie plaatsen

OVER DEVALUTIE VAN KWALITEIT

EN: NIEUWE KLANT BETAALT GRAAG EXTRA VOOR MEER MIDDELMATIGHEID

Grenzenloos geurplezier bij Parfumerie Die Grenze

Ik ben omringd door geuren. Sinds de poliepen in mijn neus noemenswaardig zijn geslonken, ruik ik voor twee. Elke dag weer. Een genot. Wat was het een gemis. Alleen lijkt het erop dat mijn olfactieve aandacht meer aan het verschuiven is richting culinair. Onlangs pruttelden geraspte citroenschillen (voor marmelade) en ‘home grown’ tamme kastanjes (voor kastanje-jam) in de pan. Deze twee smaken gebruikte ik als laagjes voor mijn basis vegancake (ik leef samen met een veganist; on s’adapte) voor Oudjaar.

Er kwamen nog twee laagjes bij. Eén met zelfgemaakte ’home grown’ zoete vijgenpickle (op basis van jalapeño-peper) en een met door onze Oekraïnse alleshulp gemaakte pompoenjam (‘home grown’ as well) met sinaasappel. Hij smaakte voortreffelijk volgens de gasten, maar ik dacht bij deze zoet-gepeperde fruitexplosie: kan altijd nog een dekkende laag cranberry’s bij (vergeten te koken tijdens de Kerst).   

Marmelade, zoete kastanje, vijg, peper, pompoen, sinaasappel en cranberry ondersteund door een klodder met vanille geïnjecteerde musk en je krijgt, voor je het weet, een verdomde originele kijk op een geurende gourmand – werktitel, laten we gek doen: Grandma’s Failed Christmas Pudding. Kan ‘zomaar’ een parfumprijs kan winnen van een blog, een krant, vereniging, influencer of een door onbekende krachten aangestuurde kunstmatige intelligentie. 

Laten we wel wezen: de wereld is in de war, de commercie is in de war, de luxe-industrie is in de war en de parfumindustrie is dat al veel langer. En net zoals bij zoveel menselijke activiteiten, keert ook deze in een verontrustende staat van ontkenning. Zou het komen doordat parfum ‘door de jaren heen’ een boodschap van positivisme, vreugde, blijdschap en (niet te vergeten) liefde heeft verkondigd, dat het daardoor geen rekening hoeft te houden, rekenschap hoeft af te leggen met klimaatverandering, voetafdrukken en ander door de mensheid veroorzaakt onheil… ‘Nee hè, pakken ze dit nu ook al van ons af!’ En: het is zo handig als Moeder- en Vaderdagscadeau!

Beyoncé Cé Lumière

Fascinerend: veel parfumbrands manifesteren zich als wereldverbeteraars en do-gooders die louter plezier brengen in dit aardse tranendal terwijl ze – klein of groot – toch onderdeel zijn van de mondiale marketingmachine met slechts een doel in het vizier: omzet. Niet erg. Het drijft de mens. Alleen: waarom verdrinken we in me too-ers (hoeveel nieuwe visies op een fruitgeur kan men verwerken) en worden deze als revolutionaire visies gepresenteerd. Er wordt zoveel (online) onzin verteld – onder het mom van storytelling – louter om de verkoop. 

Neem deze: www.parfumerie.nl vertelt dat Blonde Amber (2022) van Clive Christian (onderdeel van de Noble Collection afdeling XXL Art Deco) maar liefst 219 zeldzame ingrediënten bevat. We gaan het rijtje af: rum, wierook, bittere sinaasappel, kardemom, roze peper, gember, bergamot, grapefruit, gedroogd fruit, witte tabak, sandelhout, tuberoos, saffraan, osmanthus, iris, jasmijn, tonkaboon, mirre, vanille, labdanum, patchoeli, ceder, musk en vetiver. En dan moeten de 219 zeldzame ingrediënten nog blijkbaar komen…

www.parfumerie.nl neemt deze toegestuurde facts & figures (allemaal in het Engels tegenwoordig; ook niet erg) voor lief en denkt dat het allemaal wel goed zal zijn; het komt per slotte van rekening van een chic merk. Verbeteren en/of becommentariëren helpt niet (meer). Er wordt zelden gereageerd door potentiële klanten of de verkopende partij negeert het of lacht het uit onwetendheid weg: ‘Die maar doen dan?’

Dieptepunt vorig jaar in deze was voor mij het duidelijk door AI geschreven persbericht van Diors j’adore waarin Rihanna als ambassadrice werd gepresenteerd. De keuze voor haar is ‘bedenkelijk’ – zij draagt niets van de ‘waarden’ van het couturehuis uit tijdens de promoclip: slecht lopend door ik neem aan de Spiegelzaal van Versailles gekleed in gouden feestwinkel-couture. Waarom? Alle merken zijn druk ik de weer om de afro Americans olfactorisch in hun tuintje te harken. Helemaal nu Beyoncé die, na de bagger die bij Coty onder haam naam verscheen, een serieuze parfumcomeback wil maken. Best wel met een moeilijke naam Cé Lumière. Echt wel: ‘gemaakt in Frankrijk omhuld door kunst, en vervaardigd en ontworpen door de zangeres’ herself in een art deco geïnspireerde flacon. Gelukkig pittig geprijsd: 50ml 160,00 dollar. Gôh, wat origineel er is inmiddels ook een donkere versie: Cé Noir. Geurengoeroe waar maak je je druk om? Het is maar een lekker luchie. 

J’adore Rihanna

Iets anders: ik las onlangs een artikel in The New York Times dat beschreef dat de luxsector zijn reputatie niet meer waarmaakt (inclusief Dior). Kort door de bocht: verhoogde prijzen (tassen van Chanel bijna verdubbeld) tegenoven verlaagde kwaliteitsnormen (grappige bijwerking: fake is bijna niet meer te onderscheiden van echt) met het gevolg dat tassen en andere lederwaren, en dry only clean-kleren steeds vaker gerepareerd moeten. Alleen: eigenaren van ‘gouden scharen’ en ‘hakkenbars’ vinden vaak geen opvolgers: dus wat doe je dan? Ik kan het beamen: afgelopen zomer wou ik mijn veel gedragen Gucci’s (loafers 30 jaar geleden – ‘toen kwaliteit nog vanzelfsprekend was’ – gekocht in de opruiming in de PC Hooftstraat) voor de tweede keer in hun bestaan laten verzolen. Goddomme, blijkt mijn vaste adres in de Jordaan zijn deuren te hebben gesloten. Geen opvolger in de familie, geen vervanging gevonden.  

Terug naar de ‘normvervaging’. Die vindt ook al lang in de parfumsector plaats. Ik werd me er van de week weer van bewust. Ik was in Coevorden in Die Grenze – winkelketen gespecialiseerd in ‘over de datum’-producten. Daar eindigen ook geuren die zelfs op onderste plank bij Etos en D.A. geen indruk meer maken. Zoals de zoveelste remake van Grès’ Cabochard: 100 ml € 7,95. Tester weliswaar maar toch. Ik rook eraan en het leek wel een deodorantversie.

Dat viel me des te meer op omdat ik een tijdje geleden ook een vintage parfumextract van dezelfde geur op de kop had getikt: een donkere chypre-bom die onder je neus explodeert. Niets proefpanels, marketingplanning, puur inspiratie, puur parfum. Maar terwijl de ‘deodorantversie’ op mijn polsen zijn werk bleef doen op weg naar huis, viel me iets anders op: zelfs deze verwaterde versie – voor mijn gevoel een mix van vage patchoeli, vage amber en vage musk – zou nu ook als niche kunnen worden verkocht.

Want: een ‘nieuwe’ generatie gebruikers herkent de essentie van een goed parfum niet meer en neemt door marketing en slimme pr-campagnes alles voor waar aan. Het maakt ook niet uit. Is het duur is, dan is het lekker. Na het horloge is het bij veel mannen een show off-accessoire geworden. En de producenten voelen dat aan: de prijzen in de (niche)parfumerie zijn stijgende. Een goed voorbeeld Parfums De Marly. Opgericht in 2009. Doet minder moeilijk en elitair dan Amouage, maar het zijn duidelijk presente geuren. Inmiddels meer dan 40. De meest recente: Perseus uit 2024: € 200.00 (75ml), € 265.00 (125ml). 

Ingrediëntengraadmeter

Een van de excuses, behalve winstoogmerk: de alsmaar duurder wordende ingrediënten en grondstoffen. Geloof jij het? Ik heb alleen nog nergens gelezen dat door de verandering van het klimaat door wateroverlast of droogte, de oogst van populaire ingrediënten dramatisch is afgenomen (plus het feit dat 80 procent synthetisch wordt vervaardigd). Ik volg wat kleine parfumproducenten in India, en die hoor ik nooit klagen over misoogsten en meer parfumpech onderweg. Wat wel interessant is: veel parfums die nu worden gemaakt (ook niche) bestaan uit ingrediënten die eigenlijk het minst duur zijn en dat er – ook bij niche – minder wordt geëxperimenteerd. Dat blijkt uit een onderzoek (zie grafiek) van Fitz Chao Li (data en fragrance nerd op LinkedIn) over de populariteit van ingrediënten door de jaren heen. De parfumblogger – a hundred million bottles – trekt hier uit de conclusie dat ‘we leven in het tijdperk van de flanker, waarin herhalingen van beproefde formules de voorkeur krijgen boven nieuwe ideeën’. Onder andere namen schijnen er al 37 versions van La vie est belle in omloop te zijn. De dupes – mijn favo fragrances nu – niet eens meegerekend.

Ik sluit me hierbij aan. Alleen, niet zeuren, zo werkt de huidige markt nu eenmaal. Ik wil alleen aan toevoegen dat we ons zo langzamerhand moeten gaan realiseren dat de creativiteit aan het einde van zijn latijn is, want het aantal ingrediënten en de daarmee gemaakte combinaties niet oneindig. Elk parfum is een variatie op een thema, dat afhankelijk van een onverwachte combinatie op het juiste moment – ‘het hing in de lucht’ – een gevoelige snaar weet te raken (meestal niet). Eerst bij een kleine groep, dan langzaam doorsijpelend naar de massa.

Veel wordt er verwacht van AI, maar ik denk dat die ons wat creativiteit betreft niet echt kan helpen. Die mag dan sneller zijn in zijn voorstellen voor nieuwe geuren, maar loopt uiteindelijk tegen toch dezelfde grenzen op. Dat blijkt wel uit de kunst die AI tot nu toe heeft gegenereerd: more of the same. 

Grès

TWEET, TWEET, TWEET… IK BEN HET CHYPREVOGELTJE DEEL 1

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 19, 2024
Geplaatst in: ACHTERGROND, ENTERTAINMENT. Getagd: design, geen-categorie, geschiedenis, PARFUM, reizen. Een reactie plaatsen

GEURDIFFUSER AVANT LA LETTRE

Chyprevogeltje op basis van schetsen van Leonardo da Vinci

Stel je stapt Het Louvre in Parijs binnen om gebruiksvoorwerpen uit de Renaissance te bekijken. Je verbaast je over het vakmanschap, de inventiviteit, de juiste verhouding, de perfect kleurstelling, de ‘toch wel’ overdaad en meer van dit soort kwaliteiten. Wat ik me de laatste tijd vaker afvraag: waren er – toen deze artefacts werden gemaakt en gebruikt – ook mensen zoals nu uit het alternatief-progressief vooruitstrevende circuit, die niet onder de indruk waren en het allemaal te veel blingbling, overdreven en nouveau riche vonden?  

Want wat wel eens wordt vergeten: ‘oude spullen’ waardig genoeg om toe te voegen aan museumcollecties, hoeven per se niet alleen bewonderd te worden. Hoewel dat door de imposante presentatie (less is more kan ook intimiderend werken) bijna onmogelijk. Wat we nu mooi, grensverleggend ‘voor die tijd’ of van deze tijd vinden, kan over honderd jaar liggen te verstoffen in museumkelders. 

Deze overwegingen heb ik bij het zien van het ‘Chypre-vogeltje’. Waren er toen mensen die het maar opzichtige kitsch en uitermate decadent vonden? Anno 2024 denk ik: wat een vakmanschap, inventiviteit, wat een plezier en genot. Bij de eerste aanblik daalde terstond over mij een (geparfumeerde) wolk neder vol van gelukzalige tevredenheid.

Schets van Leonardo da Vinci

Maar dit bungelde ook tegelijkertijd door mijn gedachten: ondanks oorlogen, natuurrampen, akelige ziekten en ander trammelant, bestaat bij de mens de behoefte het dagelijkse te ontstijgen, zich te omringen met dingen die het leven veraangenamen, de fantasie prikkelen en je een blik gunnen op een ‘betere wereld’, een soort van paradijs binnen handbereik. 

Dit escapismegevoel valt lately steeds vaker neer op mijn gemoed, met name nu als je ziet hoe stuitende rijkdom zich schaamteloos manifesteert. Tiktok geeft, als je ernaar zoekt, een hallucinante tip van deze met diamanten en parels hand bestikte sluier. 

Het Chypre-vogeltje heeft geen link met de gelijknamige parfumformule. Het is, een assemblage van gegoten, geparfumeerde harsen in de vorm van een vogel die werd verbrand in een vaak rijk uitgevoerde vogelkooi die diende als ‘wierookvat’. Deze gekooide vogel symboliseert de deugden van de liefde en met het vermogen zieken te genezen met zijn blik. 

De vogel op de begeleidende foto’s is ontworpen door – nu volgt een cliché; in dit geval wel passend gezien de naam van de maker – niemand minder dan Leonardo da Vinci waarvan de originele schetsen zich bevinden in de Codex Atlanticus. De bolvormige kooi kon in het interieur worden geplaatst, maar afhankelijk van de grootte, ook aan een ceintuur worden bevestigd.

De Vinci is trouwens niet uitvinder van deze geurdiffuser avant la lettre – het duikt eind Middeleeuwen begin Renaissance voor het eerst op. De oorsprong van de naam met betrekking tot parfum gaat nog verder terug: in de 14e eeuw werd de naam Chypre voor het eerst aan een parfum gegeven, bestaande labdanum, storax, en kalmoes vermengd met tragacanth (gedroogde gom, denk: mastiek) en daarna gegoten in de vorm van een vogel. 

Waarom ontwierp Da Vinci het Chyprevogeltje? Nu betreden we het gebied van wishful thinking. Afgaande op de tentoonstelling ‘Léonard de Vinci et les parfums à la Renaissance’ – dit jaar te zien in Chateau du Clos Lucé (voormalige koninklijke zomerresidentie in de Loirestreek) waar deze l’uomo universalis van 1516 tot aan zijn dood in 1519 op uitnodiging van Francois I verbleef, was zijn moeder de reden.

Hij wou hiermee de wereld die zij als jonge vrouw had moeten verlaten, weer oproepen. Zit namelijk zo: oorspronkelijk afkomstig uit Circassia (regio ten westen van de Zwarte Zee), werd Caterina (voornaam moeder) ontvoerd en vervolgens als slaaf verkocht in Constantinopel. Ze kwam in Venetië en uiteindelijk Florence terecht, waar ze als vrijgelaten slaaf Leonardo’s vader ontmoette.

Rondom deze gedwongen reis werd een hele tentoonstelling opgetuigd. Verschillende thematische zalen tonen de handelscontacten tussen Constantinopel en met wat nu Italië heet…. Ik heb het niet bezocht, maar ik lees op de site: ‘Een multi-sensorische, reuk- en meeslepende reis naar de wereld van parfums en de historische reis van twee elkaar kruisende lotsbestemmingen, die van Leonardo da Vinci en zijn moeder. De tentoonstelling onderzoekt Leonardo’s interesse in parfums en het culturele erfgoed van Caterina’. Ik bespeur wat vleugjes woke versterkt door ‘in het eerste deel van de expo volg je de route van oosterse parfums van Constantinopel naar Venetië en Genua – identiek aan die van slaven’.

Dit wist ik niet: Leonardo da Vinci had een grote belangstelling voor geuren en parfums. Uit zijn geschriften blijkt de fascinatie voor ‘de wetenschap achter de reuk’ en zijn idee een ​​wetenschap te ontwikkelen gelijkwaardig aan die van het zicht of het gehoor. Hij noteert recepten op basis van enfleurage, maceratie en destillatie. Voor een nader niet toegelicht ‘innovatief reukapparaat’ had hij verschillende composities: ‘Leg schilloze amandel tussen bloemens van oranjebloesem, jasmijn, liguster of andere geurige bloemen’. Of: ‘Verwijder de schil die de sinaasappel bedekt, destilleer het in een ketel totdat kan worden gezegd dat het extract perfect is’. 

Veel van de voor de chyprevogeltjes noodzakelijke ‘klassieke’ ingrediënten – civet, ambergrijs, musk, wierook, mirre, hysop en specerijen (kaneel, peper, nootmuskaat) – vonden in de dogestad hun bestemming als laatste aanlegplaats van de Zijderoute. Maar ook de zogenaamde ‘Cypriotische poeders’ werden geïmporteerd: korstmossen voorkomend op bepaalde bomen als eiken, ceder en spar. Die poeders werden ook gestopt in geurzakjes om linnengoed, kleding, accessoires (handschoenen) in kisten opgeslagen te parfumeren. Zelfs paarden werden er mee besproeid wanneer hun (vanzelfsprekend rijke) eigenaren (vaak eveneens besproeid met) op bezoek gingen bij al even rijke zakenrelaties en familie.

En toen dacht ik: ‘Mooi, het verhaal zit erop’. Maar wat verder rechercherend, ging er nog een andere wereld voor me open – tweet, tweet, tweet. Cliffhanger: het Chyprevogeltje heeft zijn oorsprong in… Cyprus. Wordt vervolgd. 

Vogeltje als heupaccessoire

ALEXANDRIA II XERJOFF

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 7, 2024
Geplaatst in: GEURENALFABET A, MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

OUDH ONTMOET LELIETJE-VAN-DALEN, TOCH MAAR NIET HELAAS

KLASSIEK-BRAAF RECEPT

‘OUDH ALEXANDRIË’

Namen vernoemd naar geliefde steden of straten was in het begin leuk en origineel in de parfumbusiness. Maar nu: als we niet oppassen is over een tijdje elke (hoofd)stad, dorp, gehucht, buurtschap en zijstraat olfactorisch in kaart gebracht: Mar-a-Lago the perfume that blends trad toxic masculinity with trad wife elegance. 

Om een parfum een chique cachet te geven en interessant te maken, kun je natuurlijk de geschiedenis induiken op zoek naar legendarische en roemruchte steden. Zijn er plenty. Maar is het werkelijk mogelijk het verleden op te roepen, en wat wil je oproepen? Hoe vertaal je dat in geur? Xerjoff was zo onder de indruk van Alexandrië (in 331 v Chr. gesticht door Alexander de Grote) dat ze er meerdere geuren naar hebben genoemd. Alexandria ging er niet aan vooraf, maar Alexandria II (uit 2012) werd gevolgd door Alexandria III. 

Alexandria II valt in de categorie Oud Stars. Wat er nu zo bijzonder was aan het oude Alexandrië volgens Xerjoff wordt me niet duidelijk, het beeld dat opgeroepen moet worden wel: ‘Als een verwezenlijkte parfumdroom. Wierook die brandt in het donker zoals ogen vol passie. Een liefdesbrief zolang dat hij een hele bibliotheek kan vullen. De intimiteit van een bloeiende roos, de ontbrekende helft van de appel, de zachte kracht van de ceder, de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Het is een rivier van passie die stroomt in het midden van een stad. Cambodjaanse oud bereikt de neus zoals een koningin het hof betreedt; aangekondigd door het luiden van de gong, haar spoor kostbaarder dan goud’.

Nu weet ik weer waarom ik niet zoveel met het merk heb: de clichés die over je heen worden gestort. Slechts twee voorbeelden: de ellenlange liefdesbrief. Dan de quasi-dichterlijke, mallotige verwoorde aannames: de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Come again? Dan de afsluiting van deze ode: ‘Welkom in Alexandrië: de mooiste belegering in de geschiedenis’. Tuttuttut… zal wel.

Moet gezegd: hoewel ik behoorlijk oudh-moe ben, verrast Alexandria II in eerste instantie door een niet vaak gemaakte combi: oudh en lelietje-van-dalen. Het tedere bloemke symboliseert voor mij geen dodelijke verleiding (bij niemand volgens mij), eerder een fris, pril, groen-knisperend voorjaarsgevoel.

En dat is nu het leuke: je ruikt dat op aangename wijze. Tenminste als je moeite neemt om niet alleen maar oudh te willen ruiken – dat willen zoveel mensen zo graag en zo snel. Want neem je wel die moeite dan ruik je ook de appel-kaneelcombi goed in de opening (ook aanwezig rozenhout en lavendel; ik niet echt). Het lelietje-van-dalen springt er in het hart uit: luchtig en vrolijk – zin in de lente. De roos ondersteunt hem, versterkt het bloemige effect. 

Dit alles gaat lekker langzaam, lekker langzaam onder in de basis: een beproefde mix van oosterse versierders: ceder- en sandelhout, musk, amber en vanille. Je kent het wel. En natuurlijk oudh. Uit Laos in dit geval. Je zou het bijna vergeten, de oudh, want die verdwijnt snel achter de andere aroma’s. Resultaat: gewoon een hele klassiek-brave oriëntaalse geur op hout-oudhbasis – waar je elke naam van een historische stad op kunt plakken. En waar Xerjoff iets royaler (gezien de prijs) met de oudh hadden mogen omspringen. 

Nog een nadeel: het lelietje-van-dalen redt het helaas niet tot de basis. Had me wel spannend geleken: oudh en lelietje-van-dalen kaal naast elkaar gezet. Wat je dan had gekregen? Frisse zwoelheid, zwoele frisheid? 

Grappig, zie ik net: als je 50 maal de beste keus bestelt bij http://www.parfumerie.nl moet je € 450,00 betalen voor 100 ml. Kost als hele 100mlfles € 545,00. Scheelt toch, maar zou de online winkel akkoord gaan met een dergelijke bestelling?

ZEITGEIST & RAUSCH J.F. SCHWARZLOSE BERLIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 26, 2024
Geplaatst in: GEURENALFABET R, GEURENALFABET Z, NEO NICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

PRÊT-À-PORTER NICHE

AANGENAAM EN DUIDELIJK

Zeitgeist-sfeer

Misschien een vreemde associatie. Ik ben een groot van The X Files: surrealistische en bovennatuurlijke verhalen op intelligente en esthetische wijze aantrekkelijk uitgelegd. De titels van de afleveringen waren vaak verrassend, want vaak niet Engels – wat de mystiek en de vervreemding vergrootte. Vier waren Duits: en die verwoorden perfecte het unheimische gevoel van de inhoud: Unruhe, Sein und Zeit, Herrenvolk, Die Hand die Verletzt – heerlijk.

Dat zelfde gevoel ervaar ik ook, zij het minder sterk, bij sommige namen van J.F. Schwarzlose – zouden ook titels van The X Files kunnen zijn: Zeitgeist (2012) en Rausch bijvoorbeeld. Beide uit 2012 alweer (hebben die zolang in mijn  monstervoorraad gelegen?).  

Leuke geuren in de zin van très toegankelijk, très draagbaar maar toch duidelijk anders dan de mainstream middelmaat uit de ketenparfumerie. Dat komt op het conto van de ingrediënten, die zijn net was anders zijn ‘dan je gewend bent’, of ‘nieuw’. 

Onderga je goed in Zeitgeist. Het verhaal: ‘De frisse geur belichaamt de moderne kant van het verenigde Berlijn dat tegenstellingen samenbrengt. Denk de nieuwe architectuur van het voormalige grensgebied (zoals Potsdamer Platz), denk de bossen en parken’. J.F. Schwarzlose spreekt niet van top, hart en basis, maar classificeert in stemmingen. In Zeitgeist zijn dat dus respectievelijk ‘sexiness’, ‘variabiliteit’ en ‘avant garde’. Met een interessante uitkomst die ik typeer als aquatisch amber. 

‘Sexiness’ is warm door ‘extreem amber’ met daaronder een koele stroom van calone en algenabsoluut. Het effect geen koel helder fris water, maar een frisgroene sensatie dat naar de ‘variabiliteit’ doorstroomt – inspiratie: de uitgestrekte wateroppervlakten van de Wannsee en Müggelsee. Waar het zich mengt met een ‘moscomplex’ (wat het groene effect versterkt) en ‘huideigen’ musks. Met een synthetisch en toch weer niet synthetisch effect. Zit er tussenin : poederig, warm met een cleane finish zonder wasmiddel-effect. 

Dit gaat soepel over in – ‘avant garde’ – een donkere, warme noot opgeroepen met ‘leatherwood’. Slimme naam, want met wat fantasie ruik je leer en hout. En toch blijft de lichte toets bewaard. Dat snap ik dan weer niet, vooral het laatste woord: ‘Leatherwood staat voor puristisch en modern vanwege de symbiose van veranderlijkheid en duurzaamheid’. 

Rausch Stimmung

Maakt niet uit, goede geur. Voor hem, voor haar, maar ik denk – een vooroordeel onderweg naar u – dat Zeitgeist eerder de eerste zal bekoren. Want vrouwen hebben over het algemeen moeite met duidelijke houtgeuren, maar dan weer niet met oudh – voor velen het meest intense hout dat je je maar kunt voorstellen. 

En dat ruik je in Rausch: J.F. Schwarzlose Berlins eerste geur niet gebaseerd op een oude, ooit gebruikte naam als ik het goed heb begrepen. Ik ben er nooit geweest, maar ken uit tweede hand wel de wilde verhalen: de Berlijnse club Berghain waarin dingen gebeuren die het daglicht niet kan velen. 

Dezelfde neus van Zeitgeist, Véronique Nyberg, dook er ook in onder ter inspiratie. De uitkomst: een donkere geur cirkelend rondom een elegante variatie op oudh. Al vaker gedaan, maar het blijft fascinerend: peper in de opening. Geeft aan deze oudh een mooi ijl effect. Het zou zo maar kunnen zijn dat er geen enkele druppel gecertificeerde oudh in Raus voorkomt, want met een goede kwaliteit  cypriol, sandelhout en patchoeli kom je aardig in de buurt van een milde oudh-sensatie. 

Deze oudh wordt in toom gehouden, getemd door vanille en amber. Aangenaam, maar voor een ‘werkelijk bedwelmend resultaat’ (aldus Schwarloze) ontbreekt er voor mijn gevoel iets: zweet. En dat kun je zo makkelijk oproepen met komijn of met old fashioned dierlijke ingrediënten (in de synthetische variant weliswaar) als bevergeil en civet. 

Dan kom je werkelijk in Rausch-achtige sferen, iets wat Tom Ford voorstelde met zijn Engelse variant Rush – met name de For Men-versie uit 2000. De naam schijnt geïnspireerd te zijn op de klassieker onder de poppers die veel in het nachtcircuit wordt gesnuifd terwijl je je in het zweet danst. Nou dan weet je… 

51, ELIXER, DANGER ROJA DOVE 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 22, 2024
Geplaatst in: GEURENALFABET CIJFERS, GEURENALFABET D, GEURENALFABET E, NICHE. Een reactie plaatsen

DRIEWERF VEILIG

Het is persoonlijk: (wan)smaak, dus waarom zou je die opdringen aan deze en gene? Veel lifestyle-influencers hebben er hun businessmodel van gemaakt en die vinden alles – uit angst uit de gratie te raken bij sponsoren – geweldig, prachtig, uniek en gooi er nog maar een paar kilo aan aanprijzingen bovenop. 

Roja Dove schommelt voor mij tussen smaak en wansmaak. Laatste vooral door de presentatie, oubollige story telling en ‘levensvisie’ in het verlengde hiervan. Met andere woorden: zijn flacons hebben voor mij een kermisachtige attractie, zijn kijk op de mensheid/maatschappij is slaapverwekkend cliché. Niet dat je voor mij met parfum de wereld op zijn kop moet zetten – dat is absurd en dus liever niet; dat laten we ‘maar’ aan de politiek over – maar bij de beschrijvingen van Roja Dove begin ik te snurken.

Dan de namen, in mijn kennismakingspakketje zijn het Scandal, Reckless, Risqué, Danger en Enigma. Wat een hoog jaren tachtig-gehalte. Cliché en niet echt passend bij de ‘gemiddelde’ Roja Dove-klant voor mijn idee: ‘de typische uptown girl’. 

De minst hinderlijke naam dan maar: 51. Roja Dove zegt: ‘Welkom in Mayfair, de prestigieuze wijk van Londen waar je onze boetiek vindt op 51 Burlington Arcade’. Aha vandaar de naam.

‘Met een oog voor de mooiste sieraden en een neus voor de fijnste geuren, is luxueus leven de enige manier die de uptown girl kent’. Blablabla. En toen? Nou, ‘met een air van moeiteloze gratie, verguld met goud en versierd met parels, glijdt ze naar haar persoonlijke speeltuin: The Burlington Arcade’. Geurengoeroe wakker worden!

‘51 is afgestemd op de meest veeleisende smaak en draait om een ​​elegant boeket van roos, jasmijn en lelie, genesteld in een weelderig bed van vanille. Maar er zit nog meer in: bergamot, ylang-ylang, gardenia, framboos, tuberoos, jasmijn, roos, oranjebloesem, lelietje-van-dalen, vanille, kasjmierhout, sandelhout, benzoïne, iris, viooltjesblad, kaneel, anijs, patchoeli en kruidnagel.

Niet te doen: om alle ingrediënten stuk per stuk te identificeren. Hoeft ook niet. Wat je krijgt is een elegante zacht gestemde bloemengeur (denk zijde glijdend door je handen) waar niks mis mee is, maar die je niet echt op een identiteit kunt betrappen. Het is een veilige cadeau-geur, behalve voor diegene die meer verwacht van een nichemerk. 

Dan maar die andere meest neutrale geur qua naam in het pakketje: Elixir. Word ik ook niet echt geil van. Misschien brengt het promopraatje me op andere gedachten: ‘Etherisch met een mystieke, langdurige kracht, is Elixir een betovering van ingrediënten die ‘parfumerie’ overstijgt. Elke druppel geeft de magie van dit kostbare amulet vrij. Geeft je het vertrouwen een ​​kamer te verlichten en iedereen erin te betoveren. Als een tovenares van geur, wordt het onmogelijk je te vergeten – je wordt de meest stralende van allemaal’.

En dan volgt de uitsmijter die doorslaat in overdrijving: ‘Elixir ontgrendelt een buitenaardse ervaring’. Zal wel. Hiervoor verantwoordelijk: ‘noten van sensuele vanille, amber en musk nestelen zich dicht op de huid terwijl levendige roos, framboos en perzik een gewichtloos aura creëren’. 

Opvallend: 51 en Elixir hebben hetzelfde effect qua geurervaring, zij het dat de eerste veelzijdiger is door de grotere bloemendiversiteit. Het lijkt wel een som der delen: dat verschillende composities dezelfde uitkomst, effect hebben. Zacht, aangenaam met een natuurlijk aandoende over all-indruk.

Nog een om het af te leren: Danger. Ik ga de vrouw die Roja Dove in gedachten had niet opzoeken. Geloof het wel. De geur: iets sterkers; een krachtiger, rijkere basis. Maar wat ruik ik eigenlijk? Niets gevaarlijk in ieder geval. Ik vermoed een witte bloemensfeer uitgeleid door verzachtende noten. Klopt: meiroos begeleid door witte bloemen voorafgegaan door frisse noten in de basis voorzien van sandelhout, vanille, iris, tonkaboon, kruidnagel, musk en patchoeli. Toch even naar de ideale draagster kijken? Want ik heb zo’n vermoeden… en ja hoor, alleen zo krom Engels verwoord dat ik het niet door de vertaal-app durf te halen: ‘Femme Fatale, just remember: the forbidden is never off limits. A dare is a game she will always excel at’.

Hier laat ik het maar bij. Ik heb trouwens eerder een geur van hem beschreven Diaghilev. Opvallend: mijn vooroordelen/kritiek zijn blijkbaar niet echt aan (wan)smaak onderhevig. Ik heb gehoord dat zijn mannengeuren interessanter zijn. En hij heeft een vetiver in het assortiment. Hoop doet leven.  

IT’S $5.99

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 16, 2024
Geplaatst in: OPVALLEND PARFUMNIEUWS. Een reactie plaatsen

LEKKER LANGZAAM

In tegenstelling tot wat over het algemeen wordt aangenomen gaan veranderingen in mode, lifestyle en smaak lekker langzaam. Toen het begrip nog uitgevonden moest worden – ‘inclusiviteit’ – in de wereld van exclusiviteit, deed Calvin Klein het al 30 jaar geleden met ck One. 

Het enige (misschien nog  wel meer) dat lijkt veranderd, is de definitie: uniseks toen werd recent beyond gender. En het werkt nog steeds: zie de clip van The Dare. Zou bijna zeggen: zoek de verschillen. Erg leuk, deze gespeeld-verveelde discodance-act van Harrison Patrick Smith (formerly known as Turtlenecked). Met nog een leuk onderwerp ook: perfume. De tekst valt in de categorie ‘morbide uitdaging’ – met name op het eind. 

Hieronder zie je een illegaal filmpje door mij gemaakt, omdat ik de officiële clip niet van Youtube kan/mag overnemen

EXTRAIT DE PARFUM PAR THE DARE

Ik denk niet dat een mod parfummerk – Calvin Klein is als zodanig zo goed als dood; laat hij niet met een nichelijn komen! – Harrison zal strikken om deze song te gebruiken voor de lancering van een nieuwe geur gezien het marktsegment dat Harrison heeft gekozen: It’s $5.99. Of het moet Comme de Garçons zijn of ander marketing-subversief luxe label. 

I’ve got a new obsession of mine

It’s something that I found while shopping online (woo)

It’s something unassuming, sitting in my sock drawer (drawer)

It’s something that can make a bride out of a whore (what?)

When I walk in a room, everybody agrees

Something’s added to the air, but you can’t really see

Something so, so sexy, but you can’t really tell

All the boys and the girls ask me, “What is that smell?”

That’s my perfume

It’s $5.99 (woo)

I spray it in my mouth and it tastes just divine

It’s erotic, it’s from Paris too

White font on the front

C’est comme tomber amoureux

When I go for a kiss, everybody agrees

Something’s added to the mood, but you can’t really see

Something so seductive, but you can’t really tell

All the boys and the girls ask me, “What is that smell?”

That’s my perfume

Yeah (woo)

That’s my perfume, yeah (woo)

That’s my

You’ll have to pry it from my cold dead grip

In fact, spray it in my grave so the worms can get a whiff

I wanna smell real good while I’m burning in hell

‘Cause the fire makes you sweat, other people can tell

When I put it on myself, everybody agrees

A certain je-ne-sais-quoi starts coming for me

It’s a little bit different, but I don’t know why

They say it’s only for girls, but they’re too scared to try

That’s my

That’s my perfume (yeah, woo)

That’s my, yeah

That’s my perfume, yeah

Ow

MONA DI ORIO SLUIT HAAR DEUREN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 14, 2024
Geplaatst in: Uncategorized. Een reactie plaatsen

OLFACTIEVE OVERPEIZINGEN

Mijn privécollectie, 11 stuks waarvan sommige dubbel

Mona di Orio stopt. Voor altijd. I heard it through the grapevine, en zie het gisteren met een bericht op Facebook van Jeroen oude Sogtoen bevestigd. Eén van haar meest vurige aanhangers – Maria van Geuren – zei me onlangs telefonisch bij het horen van het vermoeden: ‘Dat mag niet, Erik. Wat kunnen we hiertegen doen. Moeten we niet naar de rechter stappen?’ Overdreven misschien, maar haar ongeveinsde verontwaardiging zeg iets over de indruk die Mona di Orio heeft gemaakt als parfumeur. 

En als persoonlijkheid. Ook op mij. Ze is een van de weinige, zo niet de enige voor zover ik weet (correct me if I’m wrong), die als kunstenaar naar haar metier keek. Volstrekt eigen, eigenzinnig, eigengereid en volledig clichévrij. Voorwaarden voor uitmuntendheid, maar ook voor argwaan. Gestuurd door haar eigen kompas creëerde ze indrukwekkende composities. 

Ik rook onlangs weer aan Oiro – zelden zo’n mooie, andere jasmijn geroken. En dat geldt voor meeste van haar creaties: het is tóch mogelijk een klassiek ingrediënt anders te laten schijnen. Haar Oudh met die wonderbaarlijke vermenging met osmanthus – de meest intrigerende oudh ever (had ik maar een extra flacon gekocht). Kon ze ook: een parfumfamilie anders laten schitteren: Nuit Noire. Chamarré – heb je ooit lavendel zo mooi in een opening geroken? Amyitus – wonder boven wonderlijk groen. 

Na haar overlijden, ging het huis door, maar het ware Mona-dna, het zuivere Di Orio-gevoel ontbrak voor mijn gevoel. Kan ook niet. Daarvoor was Mona te eigen, niet inwisselbaar. Het was voor Fredrik Dalman een onmogelijke taak. Daarnaast: het huis koos door de restyling naar mijn idee iets te veel voor glamour (zij het beschaafd), uiterlijk vertoon en storytelling.

Wat me altijd verwonderd heeft: dat consumenten zo’n moeite hadden met ‘vintage Mona’ – haar eerste vijf geuren dus. Mensen willen, verwachten eigenzinnigheid, maar dan moet het wel lijken op iets wat ze al kennen, more of the same. Laat je blik dwalen door een nicheparfumerie: voorspelbaarheid en ‘copycatisme’ troef. Mona antwoordde ‘hierop’ met Les Nombres d’Or – is het nog niet goed! Ik laat mensen die van vetiver houden, haar Vétyver wel eens ruiken – je ziet de verbazing en het ongeloof: ‘Zo kan het dus ook!’ 

Stel dat Nuit Noire in 2004 door Estée Lauder was gelanceerd, of 20 jaar later door Tom Ford? Was het dan wel een groot succes geworden? Ik schrijf dit omdat ‘tegenwoordig’ nog meer mensen – mede door social media – niet een geur kopen die ze lekker vinden, maar puur om de naam (een neef van mij gebruikt Tom Fords Oud Wood (2007) niet omdat hij’m echt lekker vindt maar omdat a: omdat het Tom Ford, b: die duur is en c: ‘al zijn vrienden’ hem ook dragen). Onderschat niet deze onbewuste invloed van groepsdruk en ook niet de ‘adviezen’ van ‘professionele’ infosites (Fragrantica, Osmoz) of influencers (ook wel bekend als online gesponsorde reclameborden). 

Wat ik nog steeds absurd vind: dat geen van de grote jongens uit de branche (LVMH, L’Oréal, Coty, The Kering Group), die artisticiteit en creativiteit zo hoog in het vaandel hebben staan, nooit in haar hebben geïnvesteerd. Zoals elke industrietak dat bijna vanzelfsprekend doet wanneer het uitzonderlijk talent herkent. Opvallend: Shiseido heeft het in dit geval wel aangedurfd met Serge Lutens – een van Mona’s grote voorbeelden – in zee te gaan en zijn introductie en groot maken zéér serieus genomen.

Had je Mona di Orio vanaf het begin als kunst gepresenteerd dan had ze met gemak aanspraak kunnen maken op overheids -en privéfondsen. Want veel wat nu in musea als nieuw en dus in eerste instantie als onbegrijpelijk wordt opgevat (en meestal gesponsord is) vindt in de nabije toekomst vaak pas weerklank, wordt later ‘pas’ begrepen.

Was ze haar tijd vooruit, is er sprake van een remmende voorsprong? Haar visie is in ieder geval zoveel interessanter dan al die kunstprojecten waarin parfum in een museale setting gepresenteerd wordt. Dan gaat het meestal over stank, bederf, identiteit en meer cliché-insteken die in moderne kunstkringen als geweldig disruptief dus grensverleggend gelden, maar waaraan je geen plezier en positieve verbazing aan ontleent.

Is er een parfumeur (eerlijkheid gebied: zit er nu minder bovenop, aanschouw parfum meer vanaf de zijlijn) die op gelijke voet staat met Mona? Simpel uitgelegd: krijgt Mona di Orio van mij op een schaal van 1 tot 10, een 10 dan krijgt Francis Kurkdjian een 7,5. Miguel Matos een 8 (hij kan nog groeien). Hilde Soliani vind ik ook nog steeds erg fascinerend (de New York Times has onlangs een groot interview), maar haar presentatie ziet er echt niet uit. Verder moeilijk. Ik sta open voor suggesties.

Ik vraag me wel eens af: ben ik niet te enthousiast, heb ik een blinde vlek voor haar ontwikkeld? Is het dat ik haar persoonlijk kende? Mona is bezig geweest om voor mij een parfum op maat te maken. Ik wou een schreeuwende leergeur in overdrive – ze begreep de woordspelingen direct bij de namen die ik in gedachten had: Cuirasse en Cuirrelant. Er volgden drie proeven. Bij de laatste keer gaf ze met het recept (zonder de hoeveelheid per ingrediënt) om mij duidelijk te maken wat er allemaal achter een geur stak. Tjonge, tjonge, wat rook het veelbelovend. Heel erg helaas is het er niet meer van gekomen. Ik bewaar het ‘manuscript’ bijna als een relikwie. 

Ter afsluiting, fantaseer ik wat ‘ins Blaue hinein’: het bestaat nog niet een ‘parfumveiling’, maar stel dat haar formules ooit – ‘door toeval gevonden op een zolder bij een inboedel’ – op een veiling zouden worden aangeboden. Hoeveel zouden ze opleveren? Ik wist het wel. Over 80 jaar bijvoorbeeld, zou ik – indien legaal mogelijk en indien nog levend – het huis heropenen. De gelegenheid? Dan is het 100 jaar geleden dat Maison Mona di Orio werd geopend. Het is nooit te laat om in de (nabije) toekomst de wereld kennis te laten maken met een vergeten kunstenaar, een vergeten geurgenie. 

En nu? Antoinette Beumer van Netflix Benelux contacteren? Wat ze vindt van een documentaire/biopic over het leven van Mona di Orio. Haar leven heeft alle ingrediënten in zich om er een streaming succes van te maken. Wie gaat haar spelen? Wat mij betreft: the one I love to hate. Lady Gaga. Kijk maar eens goed. 

PATCHOULI PARIS GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 9, 2024
Geplaatst in: NICHE. 2 reacties

GERAFFINEERDE PATCHOELI

PASSIE IN DE LICHTSTAD

Wat de geur van pure patchoeli betreft, heb je eigenlijk twee kampen zonder een redelijke middenweg. Of de geur van deze ‘groene bladeren’ (de naam voor patchoeli in Tamil; India is de oorspronkelijke habitat van ‘patchai elle’) bejubel je of doet je walgen. Donker, aards, herfst, sompig, zuur, rokerig met een licht zoete ondertoon nijgend naar chocola.

Ik hoor bij de bejubelaars, maar weet uit ervaring dat het niet makkelijk is om een echt onderscheidende variatie te maken: ben namelijk al een tijdje bezig met een upcycle-versie. Werktitel Patchoeli Patser. Men neme: de veertigjarige jubileumeditie van Reminiscence, een eco-essentiële olie, een vintageversie van Etro en Serge Lutens, een Lorenzo Villoresi, plus bij een drogisterij in Perpignan gekochte naamloze variatie.

Toch ben ik niet tevreden, mijn testpanel idem: bij een vriend en een oude schoolvriendin (beide in hun jeugd verliefd geworden op de patchoeli uit de Indiase toko), zie ik na een paar sprays qua gezichtsexpressie eerst niet zoveel veranderen, daarna wel: van hoopvol gestemd naar teleurstelling. We overwegen een shot van civet en oudh toe te voegen.

Het is ook niet makkelijk, zeg maar ronduit moeilijk een eigen, oorspronkelijke draai aan een puur patchoeliparfum te geven. Wat je ook toevoegt – bloemen, hout, harsen – het verdrinkt vaak in de almachtige patchoeli. Zelfs voor de geoefende neus blijft de algehele impressie ervan toch vaak gewoon patchoeli; niet makkelijk om de extra smaakmakers – bloemen, hout, harsen – te onderscheiden. 

Verklaart wellicht de reden waarom luxemerken het niet echt aandurven een puur patchoeliparfum aan hun (neo)nichelijn toe te voegen. Yves Saint Laurent, Dior en Dolce & Gabbana wel. Giorgio Armani en Chanel niet. 

Bij Guerlain is het daarentegen de tweede variant. De eerste verscheen in 2020 in de reeks Les Absolus d’Orient. Naam Patchouli Ardent door Thierry Wasser. In mijn herinnering is die smeuïger, voller en gladder en minder eendimensionaal dan de nieuwste Patchouli Paris (onlangs gelanceerd in de L’Art et La Matière-lijn). Inspiratiebron zal wel niet: Parijs. Niet echt origineel, ook niet wanneer je besluit de nachtelijke, donkere kant van de lichtstad te verkennen. Ik denk dan direct, vraag me niet hoe dat komt, aan Celine Dion met haar Paris Nights (2007). 

Delphine Jelk geeft er deze draai aan: ‘Een spel van contrasten: een frisse bries langs de blozende en pulserende Seine, de benevelende warmte van patchoeli als evocatie van Parijse nachten’ met in het bijzonder ‘de elegantie van een houtakkoord, dat doet denken aan het interieur van de prachtige Parijse theaters’. Maar ook: ‘De levendigheid van straten die op een feestelijke avond in vuur en vlam staan bruisend van muziek en vrijheid’.

Vraag aan Delphine Jelk: Patchouli Paris in kleur? ‘De rode gloed  van de artistieke bruisende Parijse nachten’. Ik denk dan direct Moulin Rouge. 

Vooropgesteld: Patchouli Paris houdt bijzonder lang aan. Eigen aan patchoeli trouwens. Uren kun je warm nagenieten (als je je neus naar de plek van aanbrengen brengt), zonder dat de geur eindigt in een kale, cleane finish (kenmerkend voor zoveel geuren, ook in de nichesector). 

De opening: een vreemde, onbestemde koelheid met bloemachtige facetten – we houden het op de aldehyden die tegelijkertijd ook iets glanzends oproepen waarmee de patchoeli zijn opwachting maakt. En dan krijg je patchoeli, patchoeli, patchoeli zoals de meeste mensen patchoeli kennen, zonder dat de geur ervan zich echt door ontwikkelt. Warm, licht sensueel, aangenaam. Ik geloof dat de iris voor een zekere stroefheid, ‘stoffigheid’ en droogte zorgt – samen goed voor de elegante houtnoot. 

Want dat is Patchouli Paris: elegant. Deze patchoeli ruikt geconfectioneerd, letterlijk geraffineerd, bewerkt (in de zin van ontdaan van zijn ruwe en herfstachtige kant) en daardoor consumentvriendelijker. Dat wordt nog eens versterkt door de afronding: een warm-sensuele melange van vanille, ambergris en musk. Present, maar niet overheersend wel ‘in dienst van’ de patchoeli. 

En dat terwijl voor de ware patchoeli passionato, juíst in het nichedepartement, een variatie alle kanten op moet geuren én meuren. Mijn all time favorite blijft die van Reminiscence. Zal voor een gedeelte met sentiment te maken hebben.

Iets anders: jammer dat Guerlain na de zoveelste restyling van L’Art et La Matière besloten heeft over te stappen van 50ml naar 100ml. En de prijs van € 140,00 – betaalde ik ooit per flacon uit de serie – naar € 325,00. Armani Privé deed hetzelfde. Jammer, het weerhoudt wellicht potentieel geïnteresseerden; die nemen vaak hun toevlucht tot decants. Chanel daarentegen bracht, na eerst alleen 200ml-flacons te hebben geleverd met Les Exclusifs, ook een 75ml op de markt. Zo kan het ook. 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • L’HOMME DE COEUR DIVINE 
    • MARIA CALLAS THE MERCHANT OF VENICE
    • OVER EEN ONTVOERDE KANARIE
    • LEEFTIJDSDISCRIMINATIE VERPLICHT?
    • NILA DOUCE ORENS
    • GEURVERSTERKERS BY SKINS 
    • DARK VINYL MUSK BOHOBOCO
    • GIFTIGE GEUREN
    • MON VETIVER ESSENTIAL PERFUMES
    • LA ROSE DE ROSINE LES PARFUMS DE ROSINE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 126 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....