GEURENGOEROE

P.O.P: POPE OF PERFUMES

  • Home

GLYFOSAAT RUIKT LEKKER?

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 25, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, EDUCATIE, ENTERTAINMENT, MASSNICHE, MASSTIGE, Uncategorized. Een reactie plaatsen

TOM FORD IS OVERAL

#VERWENDEKUTKINDEREN

SLECHT WINKELADVIES

COSTA AZZURA TOM FORD

Het is not done om als eerlijke natuur- en landbouwliefhebber te constateren: glyfosaat ruikt best lekker. Toch zeg ik het. Natuurlijk moet je ook ‘geen gezicht’ zeggen die kale landbouwakkers aanschouwend – bezaaid met wortelrestanten van maïs en andere niet voor de menselijke consumptie gebruikte groenten – bij ons om de hoek die, as we speak, door glyfosaat nu verkleuren.

Maar als je in alles schoonheid kunt zien (kan ik), dan zeg je met optimistische BinnensteBuiten-verwondering: ‘Prachtig dat Van Goghgeel (links op de sfeervideo), hoe sfeervol dat Rembrandt-roestbruin’ (rechts op de feel good-video). En dan die geur dus: heeft iets. Terpentijn-achtige scherpte, met vleugjes ozon, beetje stro-achtig en onbestemde zoete noten. Bottel het, label het met Comme des Garçons, et voilà: ‘Un nouveau parfum disruptif est né’.

Ik weet niet of Tom Ford het aandurft zijn stempel op iets dergelijks te zetten, maar als hij het Fucking Fabulous Part II zou noemen: zeg nooit, nooit. Want bijna alles wat Ford nu in geuren omzet, wordt succesvol. En opvallender: hij bedient niet alleen meer de verfijnde niche-consument (die haalt inmiddels zijn neus voor hem op). Tom Ford is er voor iedereen. Voorbeeld 1: onze schoorsteenveger gebruikt Oud Wood. Hij vroeg mij onlangs waarom het zo duur is. Ik antwoordde: ‘Omdat u het wil’. Hij keek me vol verwondering aan.

Zelfde ervaring met een ‘aangetrouwde’ neef: ‘Erik raad eens welke geur ik draag?’ Nou, de harde houttonen van Oud Wood kondigden zich aan voor hij binnen was. ‘Duur hè!’ Zei het trots. Maar toch ook hier: ‘Waarom Erik?’ Hetzelfde antwoord. Een zoon (16) van een vriendin van me kreeg Vanille Tobacco voor zijn verjaardag omdat al zijn vriendjes ook Tom Ford hebben. De moeder: ‘Maar de geur is dan ook erg lekker.’ Volgens haar is – op mijn navraag – Neroli Portefino onder zijn klasgenoten het populairst, maar let wel: al die Tom Fords zijn er voor speciale gelegenheden (inclusief 1 Million van Paco Rabanne). Voor daags is er Acqua di Giò. Ze eindigt haar Signalbericht met #verwendekutkinderen.

En dan nog even Tom Ford op de winkelvloer: een vriend van me kocht een nieuwe flacon (zijn derde) van Lalique’s Encre Noire – een van de beste donkere vetivers die ik ken (en goedkoopste). Even tussendoor: hoe ooit een sportversie van deze geur verscheen… Doet onrecht aan het concept, weer een treffend voorbeeld van domme marketing. Maar het ‘probleem’ nu: de geur is wederom goed. Encre Noire Sport heeft niets fladderdeflats citrus-sportiefs (behalve een sprits in de opening). Het is gewoon een light-versie die een beetje doet denken aan de slechte, geflopte 1999 Vetiver-versie van Guerlain (indertijd serieus gepresenteerd als de nieuwe update-versie van de klassieker uit 1959).

In ieder geval, die vriend kreeg van de ‘beauty-assistant’ twee proefjes mee. Hij werd toen hij verslag deed weer kwaad. ‘Koop je een donkere geur, vertel je over je voorkeuren, krijg je Guilty pour Homme van Gucci en Costa Azzura van Tom Ford mee… dan heb je toch niet geluisterd, en zo maar wat gedachteloos uit de lade gepakt. Kun je het net zo goed online kopen.’ Guilty deed hem denken aan de wc-verfrisser die bij hem op het toilet staat (een Hugo Boss) en Tom Ford gaf hij aan mij ter beoordeling. Want hij heeft niets met citrusgeuren. Ik wel.

Met Costa Azzura is niets mis. De sfeer: een en al cliché. De geur zelf: mooie heldere zonnige noten, gelardeerd met aromatisch groen en warme houtachtige ondertonen – geen witte musk-frisheid. Het persbericht: ‘Een zeebriesje mengt zoute lucht met de geur van duinen – een knapperige melange van cipres, eik en aromatische kruiden. Als zonlicht op een natte huid fleurt citrus de dennenappels en -naalden van de geur op. De amberkleurige facetten van cistus-absoluut maken de Costa Azzurra-ervaring compleet’. Ford zelf aan het woord: ‘Ik heb altijd van geuren gehouden met een transportieve kwaliteit’. Transportief… dat klinkt chic. ‘Costa Azzurra vangt de ontspannen en sexy sfeer van de  Middellandse Zee – voor mij voelt het als de ultieme ontsnapping’.

Alleen is Costa Azzura voor mij geen niche, eerder massniche of anders masstige. Dit recept is al zó vaak gebruikt voor de middelste regionen van de parfumerie. De ene keer wat droger, de andere keer wat frisser, de andere keer wat groener en ga zo maar door (check double check: ik heb zelf voor mijn minimerk Re-Arrange een drieliterflacon met eaux de cologne die ik bijvul als de verkoop goed gaat met nieuwe versies die ik krijg/koop – het effect van deze transformatieve / transportieve Re-Cologne is navenant). 

De ingrediënten van Costa Azzura mogen dan misschien duurder en exclusiever zijn dan het middensegment – selderijzaad, zeewier, mirte, mastiek, eik, olijfboom, oudh, wierook, ambrette – de uitkomst ontstijgt door de andere aroma’s – citroen, kardemom, lavendel, drijfhout, vetiver, vanille – het middensegment niet. 

De echte niche-kenner zou met Costa Azzura geen genoegen – moeten – nemen. De prijs staat niet in verhouding tot de kwaliteit. Lange niet. Maar dat geldt inmiddels voor zoveel nichegeuren. De beginnende Tom Ford-fans zullen het hoogstwaarschijnlijk blind kopen. Tom Ford heeft een andere aantrekkingskracht: Tom Ford is vet duur, voor een nieuwe generatie vaak de enige aanleiding tot koop. En pa lijkt hierdoor een beetje zieliger, met wéér een fles van Sauvage – let’s go crazy Sauvage Elixir – die hij voor Vaderdag kreeg.

Ik vraag me af hoe ik toen was. Geuren bestonden, toen opa in zijn adolescente jaren was, gewoon niet op het schoolplein, ook niet op de werkvloer. Ik kreeg Antaeus van Chanel toen ik achttien was, de eerste indruk en daarna algemene ontvangst was bij mij verpletterend! Wat een volle geur, zo gelaagd, zo geraffineerd. Brutaal en toch chic. Eén van de redenen om me serieus in geuren te verdiepen. 

GEUR IN JE MOERSTAAL

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 23, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, TRENDS TOEGELICHT. Een reactie plaatsen

HEMA IN EEN POËTISCHE PARFUMSTEMMING

EN: EAU DE CAMION POUBELLE (‘DE BOLDOOTKAR’)

Geen zin in een linguïstieke overweging? Scroll twee alinea’s naar beneden. 

Het leidmotief van Boekenweek 2025 (en 1977): ‘in je moerstaal’. Dat is dus, als ik het goed heb begrepen, ‘de taal die je spreekt, waar je mee opgegroeid bent of de taal waar je je het meest thuis bij voelt. Een taal die je alleen thuis of bij je familie spreekt of een zelfverzonnen taal. De geheimtaal die je samen met je zus bedacht hebt of een taal van ver weg die je graag eens zou spreken of eentje die nog niet bestaat’. Lekker bezig zeg ik. Alle remmen los zeg ik.

Met terugwerkende kracht kun je je door dit boekenweekthema alsnog geslachtofferd voelen omdat je toen je klein was bijvoorbeeld thuis geen dialect mocht spreken (zoals bij ons). In het Algemeen Beschaafd Nederlands werd er ‘in den beginne’ nog gebeden ‘bie ons tuus’ voor het avondmaal. Maar als ik kwaad werd en ruzie kreeg met pa en/of ma, ik met Twentse tongval – vader was een Fries, moeder een Gelderlander – mijn frustraties uitschreeuwde: ‘Ik goa nie meer noar de kerk!’

Geuren in je moerstaal daar moeten we nog aan wennen. Een naam van een parfum in het Frans (denk Guerlain) geeft direct allure, in het Engels (denk Calvin Klein) geeft een vanzelfsprekende internationale feel. Maar die doen nu in ‘de nasleep van’ woke toch behoorlijk old school aan (even tussendoor: ben benieuwd of Donald Trump ook de omschrijving ‘beyond gender’ (‘woke’-aanduiding voor geuren voor haar en hem) gaat verbieden. 

Nederlands in dit geval, doet nog steeds vreemd aan: kaal en onpoëtisch. Baruti is een van de weinige nichemerken die het heeft gedaan met Onder de Linde. Ik weet niet meer of zijn limited edition geur geïnspireerd op Vermeers beroemdste schilderij Melkmeisje of Milkmaid heette. Hij heeft ook een geur met Duitse naam: Berlin in Winter. Hiermee loopt Burati in lijn met het nieuw leven ingeblazen J. F. Schwarzlose uit Berlijn. Viele Namen sind deutsch, einige davon werden auch auf Englisch verstanden wie Rausch und Zeitgeist. 

Parfumnamen in het Nederlands zijn ‘er altijd al geweest’, maar mikten nooit op het grote publiek. Mijn buurtkapper aan de Ferdinand Bolstraat rondde, toen ik er jaren tachtig, jaren negentig kwam, het knipritueel af met een haartonic genaamd Prettige Reis of Goede Vaart of zoiets. Ik herinner me een ronde halfliterflacon met een smaakvolle illustratie van twee personen die aan een waterkant zwaaien naar een bootje (eenvoudig van omvang; geen ‘Billionair Fair’-editie). Heb geen bewijs, het stamt uit de pre-smartphoneperiode. 

Maar er is verandering op til. Ik doe het zelf af en toe met mijn mini upcycle parfummerk Re-Arrange. Eén van mijn melanges heet Oud Amsterdam (melange van diverse oudh-geuren) die knipoogt naar die mallotig-sentimentele kaas Old Amsterdam. En ik liep van de week de Hema binnen – dat sinds een paar jaren om de haverklap nieuwe geurconcepten presenteert – en werd wat ‘ik hou van Hollands / in je moerstaal’ betreft op mijn wenken bediend. Drie geurlijnen – onder meer geurkaars, bodybutter, bodyscrub, bodylotion, handcrème – waar in het Nederlands parallel loopt met ‘la plus belle langue’. En, zoals dat heet: voor de prijs hoef je het niet te laten.

Zoals:

even het bos in                              fraîcheur de sous-bois

in de frisse lucht                           se ressourcer 

je hoofd                                          dans l’air frais 

helemaal leeg                                de la forêt

Ruikt naar: ‘bosrijk, met tonen van dennennaalden en cederhout’

Of:

tussen de bloemen                                   parmi les fleurs

in een fleurig                                             s’emerveiller

bloemenveld                                             dans un champ 

even opladen                                            de fleurs odorantes

Ruikt naar: ‘tonen van oranjebloesem en jasmijn’

Of: 

een hele dag strand                                  une journée à la plage 

met je tenen                                             se détendre

in het zand                                     les pieds

alles loslaten                                             dans le sable

Ruikt naar: ‘zwoel met tonen van peer en amandel’

Je kunt natuurlijk gaan kissebissen over de vertaling. Even het bos in wordt vrij vertaald met fraîcheur de sous-bois dat letterlijk eigenlijk ‘frisheid van kreupelhout’ is; se ressourcer letterlijk herbronnen. Maakt niet uit, want het idee overtuigt, is origineel en toont maar weer eens aan dat je als Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam ook geuren met een niche-toets kunt produceren. Ik bedoel: dit is echt iets voor Hermès. Want om de indruk te maskeren dat het luxemerk feitelijk ook een massaproducent is, kan het wellicht een keer geuren in verschillende talen in een limited edition aanbieden. Ik bedoel maar: een tuin in hartje Amsterdam, un jardin au cœur d’Amsterdam. 

Iets anders. Taboe: de fascinatie die we voor stank hebben, maar het niet hardop durven te uiten. Als de gelegenheid zich voordoet, dan pakt de pers altijd breed uit met vette koppen bij ‘stankgerelateerde’ onderwerpen. Ik hou een lijst bij, wanneer er poep in een kop wordt vermeld; groeit de laatste tijd gestaag. En omdat we er uit ‘schaamte’ er lachering over doen, brengt ironie altijd uitkomst. Zo heette in die goed oude tijd de strontkar (die in de pre-rioleringsperiode menselijk uitwerpselen – ook zo’n lekker woord – op geregelde tijden kwam ophalen) de Boldootkar. Een verwijzing naar het gelijknamige én beroemdste (van oorsprong Amsterdamse) parfumhuis dat Nederland heeft voorgebracht. 

Van deze ‘geurhinder’ – vaak in ambtelijke stukken een eufemistische omschrijving voor stankoverlast – hebben we nu gelukkig geen last meer. Wat tegenwoordig nog wel de neuzen doet optrekken zijn vuilniswagens. De Volkskrant boog zich in een nieuwe wetenschapsrubriek – Altijd al willlen weten – over de lezersvraag waarom alle vuilniswagens hetzelfde ruiken. Wat een vraag en ik zou eerder zeggen stinken. Ik mag het dan fascinerend vinden wanneer bij parfums ‘mmmm lekker’ overgaat in ‘gadverdamme’ en andersom, de stank van vuilniswagens heeft mij nog nooit in vervoering gebracht. 

Eindconclusie van de Volkskrant: ‘de studie van het RIVM betrof als gezegd composteerbedrijven, en je kunt één opsomming op één pagina in een rapport van 73 kantjes niet veralgemeniseren naar alle vuilniswagens in de wereld. Maar een mengsel van rotte kool, een vleug knoflook, bijtende azijnlucht en een soort dikke grondtoon van zoete alcohol komt aardig in de richting van wat we hier toch maar samenvatten als ‘vuilniswagengeur’. En dat klinkt in Frans toch weer aangenamer, plus agréable: Eau de Camion Poubelle.

KYLIE JENNER COSMIC 2.O 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op maart 15, 2025
Geplaatst in: CELEB FRAGRANCES, ENTERTAINMENET, GEURENALFABET C. Een reactie plaatsen

IS DIT EEN GEUR?

V/S 

‘WIE RUIKT HIER ZO LEKKER?’

Pas op! Lange intro. Ik heb dus een soort van artistieke achtergrond met ooit een voorliefde voor haute couture en beeldhouwen. En dan specifiek de techniek. Hoewel mijn echte interesse zich inmiddels onder het NAP bevindt, kom ik er toch af en toe toch nog mee in aanraking. Ongewild weliswaar. Who to blame? Tiktok.

Heb daar mijn eigen plek en daardoor een paar keer wat namen opgezocht – ‘wat doen die merken dezer dagen zoal?’ Sindsdien stuurt het algoritme me in een fuik waar ik maar niet uitkom. Allemaal fashion, lifestyle, stuitende overspending wannabe’s en celebs. Soms een verdwaald beeldhouwwerk. Na vijf minuten scrollen word ik overvallen door treurnis. 

‘Mijn’ algoritme wekt de indruk dat er niets anders op de wereld bestaat dan aan zichzelf verslaafde celebs die elkaar doodconcurreren met hun steeds bizar wordende outfits – gesponsord door alle grote namen. Het is nu bijna onmogelijk serieus naar haute couture te kijken omdat het zicht daarop nu wordt verstoord door celebs die met pomp & circusstance hun entrée maken en de aan hun smartphones vastgeplakte overige genodigden.

Maar hun acte de presence beperkt zich niet tot de shows van Balenciaga, Balmain, Schiaparelli, Dior en noem ze maar op. Celebs zijn ook niet weg te slaan op filmpremières, galerie-openingen en museumexposities. Het zijn weer dezelfde celebs die – wel of niet tegen betaling, wel of niet gratis gekleed door the BF (Big Fashion) – alle (media)aandacht opeisen waardoor je je afvraagt of het te promoten product – film, kunstenaar, kleding, kunstwerk – de aandacht krijgt die het verdient. 

Behalve dan natuurlijk als ze een eigen product lanceren. Enter Kylie Jenner. Door Wikipedia omschreven als ‘media personality, socialite and businesswoman (jongste miljardair ooit alhoewel dat wordt betwist) en in de top drie met de meeste volgers op de socials. Zij levert meer likes op dan de haute couture die ze draagt. Ze is onderdeel van de Kardashian-clan. Hoe dat precies zit? Interesseert me niet.

Jenners eerste geur Cosmic

Een vriendin van me, meer dan de helft van haar leven in Amerika woonachtig, lichtte me een keer het verschijnsel van The Kardashians & close friends toe, op mijn opmerking dat ze (me) niets te zeggen hebben: ‘Maar Erik, dat is juist het fijne dat ze niets zeggen. En volgens kunnen ze ook helemaal niet praten. Hoeven ze niet. Hebben ze ook niet geleerd. Ze kunnen zichzelf alleen maar presenteren, face jobs ondergaan, bewonderd worden, ondeugend geil lachen, en vooral ‘likes’ krijgen van bakvissen en frustro housewives die ook dromen van de clichés en sprookjes die ze ingepeperd krijgen door de media: heel mooi zijn, dus topmodel en daardoor als vanzelfsprekend influencer en zakenvrouw worden. Allemaal kwaliteiten waar je niet veel voor hoeft te doen als je eenmaal enorm vermogend bent.’ 

Ze ging nog even met haar tirade door. Ik moest ondertussen denken aan de geuren van Kim Kardashian die een tijdje geleden in de ramsj (€ 5,00 per stuk volgens mij) lagen bij mijn favoriete uitdragerij/koopjesparadijs Gideon Italiaander. Eén heette Fleur Fatale volgens mij. Bang voor een acute attack van vage bloemen, vaag hout en witte musk de tester onaangeroerd gelaten.

Maar ik werd wel soort van kwaad. Waarom was die geur al zo fuckerdefuck goedkoop vóór de degradatie naar restpartijen? Dat je in het begin van je roem (en dus geld verdienen) afhankelijk bent van de onderste regionen van het koperspubliek (in dit geval Ingrid van Henk, of Henk die het Ingrid schenkt), snap ik. Maar als je roem ‘voorgoed’ gevestigd is, waarom dan niet inzetten op kwaliteit in plaats van op politiek correct ondergoed? En dat wil dan niet zeggen dat je door paparazzi wordt gespot met vijf, in grootte oplopende Hermès-tassen. 

Wat een lange intro om tot mijn punt te komen: Kylie Jenner neemt zichzelf serieuzer in dit opzicht: ze vraagt voor haar geuren normale prijzen – wil zeggen: ze zit ruim boven de prijs die celebs – herinnert u zich Kylie Minogue, Madonna, Rihanna, Cindy Crawford, Lady Gaga, Kate Moss, Jennifer Lopez, Hale Berry, Shakira, Jennifer Aniston, Celine Dion nog? – gemiddeld vroegen. Ongeschreven regel tot voor kort: midprice. 

In zeker opzicht krijg je met Cosmic 2.0 (haar tweede geur) voor een celeb-parfum waar voor je geld. Er is veel aandacht besteed aan de flacon (ligt ergonomisch lekker in de hand). Iets wat veel van de concurrentie nalaat te doen; vaak niet meer dan een ‘klassieke’ standaardflacon met onderscheidende dop (zoals Lady Gaga’s Fame) als aandachtstrekker.

Het persbericht heeft het over een ‘buitenaardse’ floriental die de drager hemels omhult: ‘peer-akkoord en roze peper roepen de frisheid van een nieuwe dag op. Hartnoten ontvouwen een verslavend vanilleorchidee-akkoord. Samen met lavendel krijgt Cosmic 2.0 hierdoor een zachte, schone, bloemige verfijning – denk aan het eerste licht dat door de horizon breekt. De sensualiteit en warmte van amber in de basis zorgen voor een betoverend aura dat lang op de huid blijft hangen nadat de dageraad is aangebroken’.

Ík heb het over een geur die me niets doet. Het lijkt wel of Cosmic 2.0 aan geurgeheugenverlies lijdt. Wil zeggen: het is allemaal zo magertjes, zo iel, zo bekaaid. Alsof Kylie, alsof marketing, alsof finance bang is om de draagster het gevoel te geven dat ze echt een echte geur draagt (terwijl ‘smellmaxxing’ – de olfactorische vorm van narcisme – een nieuwe trend in Amerika is). Ik bedoel, de compositie kun je bijna geen geur noemen, zo easy peasy is de samenstelling, zo mager de afzonderlijke ingrediënten. Er is een aanzet en daar blijft het bij voor mij.

En nog iets anders: er is niets extra-terrestrials aan de geur. Waarom anno 2.0 zo aan ‘aardse’ ingrediënten blijven kleven, wanneer je ook out of space geurervaringen kunt oproepen die toch vertrouwd aandoen? Er is tegenwoordig zoveel mogelijk wat ingrediënten betreft. Doet me denken aan een geflopte Davidoff-geur. Echo (2003) met die vreemde mix van aquatisch-kruidige noten, zuurstof, ‘metaal’, aldehyden and suede. Het kan wel.   

Maar ik ben natuurlijk geen maatstaf en val behoorlijk buiten de doelgroep. Dat viel me op toen ik Cosmic 2.0 meenam als presentje voor mijn tweelingzus in Het Thomashuis te Venhuizen. Iedereen, maar dan ook iedereen vond de geur lekker. Mijn zus, haar verzorgers, haar medebewoners. Zelfs de kok die even later binnenkwam, zei: ‘Wie ruikt hier zo lekker?’

Lijkt K Kardashian wel

ENTEREN! PARFUMPIRATERIJ 

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 31, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, ENTERTAINMENT, ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?. Getagd: geen-categorie, GEUR, PARFUM, reizen, review. Een reactie plaatsen

EEN NIEUWE GEURGEWOONTE

KOOP DIRECT HET ORIGINEEL; BESPAART TIJD DUS GELD

Ik had een paar jaar geleden wat betalende klanten die ik adviseerde over geuren. Kwam erop neer dat ik voorstellen gaf wat betreft hun formules in ontwikkeling: beetje meer van dit, beetje minder van dat. Het waren veelal jonge entrepreneurs die, als je ze dieper in hun ziel keek, dollartekens in hun ogen kregen. Mee gestopt toen ik erachter kwam dat ze ‘uiteindelijk’ kopieën wilden van succesnummers in de parfumerie. WTF! Teleurgesteld? Nee, want origineel zijn de meeste beginners – en ook arrivés – niet bepaald; ze doen exact wat de prestigemerken sinds jaar en dag als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen: copycatten. 

Zodra er een weer nieuw parfum van een concurrerend luxeconglomeraat in de schappen ligt, koopt een producent een flesje – ‘Is het voor een cadeautje?’ – en laat die analyseren in zijn laboratoria. In no time heeft hij de lijst van gebruikte ingrediënten. Blijkt de aankoop ‘un succès fou’ (dus ‘het cadeautje’ doet het mondiaal niet verkeerd), wordt een ​​vergelijkbare – maar nèt niet-identieke kloon geprepareerd. Het door de marketingpiepeltjes – ‘Doe maar iets met een verboden liefde en die andere iets met een oude bibliotheek’ – goedgekeurde eindresultaat kan dan in licentie worden gegeven aan een merk dat vaak onder de paraplu van hetzelfde luxeconglomeraat valt, hopende op dito succes. 

Klonen is niets nieuws: Tosca (1921) van Muelhens werd beschouwd als de huishoudsterversie Chanel N° 5 (1921). Het beroemdste nummer werd vaker geïmiteerd, niet alleen in naam maar nog vaker in geur. Legendarisch voorbeeld: Arpège (1927) van Lanvin. Coco Chanels reactie hierop: ‘Gekopieerd worden is de mooiste vorm van vlijerij’.

Yves Saint Laurents Rive Gauche (1971) leek verdacht veel op Rabanne’s Calandre (1969) – grappig: gemaakt door dezelfde neus. Iets verderop: in 1980 klaagde Edmond Roudnitska dat parfums ‘schandalig en meerdere malen worden gekopieerd zodra ze op de markt komen’. Een van de redenen waarom het op steeds grotere schaal gebeurde: in 1975 oordeelde het Franse Hof van Cassatie (het hoogste rechtscollege) dat parfum, in tegenstelling tot muziek of literatuur, niet het werk is van een menselijke geest en dus niet onder het auteursrecht valt. Het gevolg: welkom in de wereld van vrije handel en jatterij: ‘Dit is onze Opium, dit is onze L’Eau d’Issey, dit is onze Pleasures’. Een tijdje ook wel een ‘me too’-er genoemd in vakkringen.

Ondertussen werden op parfumscholen leerlingen braaf getraind om klassieke parfums te recreëren. Vergelijkbaar met kunstacademiestudenten die je nog sporadisch in musea oude meesters ziet kopiëren om zodoende ‘het geheim van de meester’ te ontdekken. Maar toen GCMS (Gas chromatography–mass spectrometry) verscheen, dat een parfum kan opsplitsen in geurmoleculen en aangeven in een grafiek, was ontcijferen kinderspel; zo kon de sleutel van een formule in elk flesje worden gevonden. Het opsluiten in een kluis van je composities, zoals Jacques Guerlain begin van de twintigste eeuw deed, had geen zin meer. 

Deze kopiedrift had/heeft ook een nadeel: de prikkel nieuwe en originele werken te creëren neemt af. Interessant in dit opzicht: veel geuren van Tom Ford lijken heredities van bij het grote publiek niet bekende niche avant la lettre geuren. Bij Gucci had hij er al last van. Op weg naar de lancering van Gucci’s Envy for Men (1999) vroeg de importeur aan mij: ‘Hoe denk je dat die zal ruiken?’ Ik antwoord: ‘Als hij slim is, heeft hij zich laten inspireren door Jicky van Guerlain. Zij verbaasd: ‘Hoe weet jíj dat?’ Ik: ‘Tja… inlevingsvermogen’.

Neem je nog de moeite iets grensverleggend te maken dan staat de concurrentie direct klaar met een door GCMS geduide versie. M7 van Yves Saint Laurent bijvoorbeeld was het tijdens de lancering. Bedacht door dezelfde Ford die weliswaar op zijn beurt het idee had afgekeken van oudhparfums uit Arabië, denk Montale. 

Deze parfumpiraterij vindt niet alleen tussen de luxehuizen plaats, ook merken zelf – Armani, Gucci, Guerlain, Givenchy noem maar op – blijven aan de lopende band variaties op eigen succesnummers maken – en deze kopieën van kopieën van kopieën durven ze soms ook nog limited editions te noemen.

Dus de geur met de meeste hitpotentie is nu een kloon van een topper waaraan je je eigen toeters en bellen toevoegt die twee doelen dient. Ten eerste: het dient als vijgenblad om het plagiaat te verbergen. Ten tweede: het geeft de koper een reden jouw versie van dezelfde basisformule te kopen in plaats van het origineel omdat je nieuw in de parfumerie bent. 

De prijs speelt natuurlijk ook een rol en de naam die de originele versie na-aapt. Koop je the real stuff of een dupe (die je toch echt vaak van de echte kunt onderscheiden) van Baccarat Rouge 540 uit 2015 van Maison Francis Kurkdjian? Deze geur is een treffend voorbeeld dat het echt de spuigaten uitloopt wat bootlegs betreft.

Google je ‘dupes Baccarat Rouge 540’ dan volgen er tientallen namaakgeurensites – instapprijs van een GCMS-parfumplagiaatapparaat is $ 30,000 – die je voorstellen doen. Waar ze het allemaal over eens om zijn: Cloud van Ariana Grande (2018) die is goed. Monte Carlo van Noted Aromas schijnt ook niet verkeerd te zijn. Maar als kopiëren fout is, is Cloud dan minder erg dan Monte Carlo? Neem in je oordeel mee dat Noted Aromas het jatwerk ruiterlijk erkent, Grande niet. 

Niet vergeten: de klones die Zara en Lidl de wereld braaf instuurt. Je hebt nu een dagtaak aan om alle neppers met de echters te vergelijken. Je struikelt op Youtube over kanalen van die zich erin verdiepen. Mijn advies: koop direct het origineel – tijd is geld. 

Het gevolg van dit alles: de creativiteit wordt niet meer uitgedaagd – zie mijn artikel Overwegingen. Naast lef zijn ideeën noodzakelijk en die zijn moeilijk te vinden, iets wat blijkt uit het enorme hoeveelheid parfums dat in de aanbiedingenbak verdwijnt.

Ook de kwaliteit neemt ‘zienderogen’ af (dito). Geen nieuws natuurlijk voor wie voor vintageparfums kent; moderne parfums lijken hiermee vergeleken vaak deodorantversies. De jus zelf vormt een steeds kleiner onderdeel van het budget, nu gemiddeld 1 dollar op een budget van 100. De resterende miljoenen geeft de luxebranche uit liever uit aan promotie: neem de mallotige commercial van Miss Dior. Natalie Portman vraagt de kijker: ‘What would you do for love?’ ‘Bemoei je met je eigen zaken, moppie!’

De parfumindustrie is verslaafd aan celebs. Als ik nu de nieuwe uit de duim gezogen, marketing-storytelling van Lancôme’s Trésor hoor word ik bijna kwaad – ‘moven bitch’ verzin eens wat anders! Jeetje wat origineel: Penolope Cruz haalt – blablaba – jeugdherinneringen op aan de geur uit haar jeugd en bejubelt ondertussen in een andere reclame ook de voordelen van vliegtuigmaatschappij Emirates.

En dat terwijl er bijna niemand meer interesse heeft in dit soort storytelling, iets wat bij de grote spelers maar niet schijnt door te dringen. Het levert natuurlijk veel likes op, maar of het de verkoop daadwerkelijk omhoogstuwt blijft de vraag gezien bijna ieder ‘zichzelf respecterend’ merk om het seizoen wel een aankomend of gearriveerde ster inhuurt voor de promotie. Kate Moss is net 50 geworden, welk parfum is er dit jaar ook 50 jaar jong…

Moraal van het verhaal: het idee is niet om een ​​goede geur te maken, het idee is om goed geld te verdienen. Ook al doe je het zo bescheiden mogelijk – de indruk die nieuwe nichehuizen graag willen wekken – je hebt toch echt een goede backer nodig die gelooft in je tienjarenplan en alleen met je in zee gaat als je een variatie op een parfumhuis levert. En die vind je nog steeds gezien de potentie die het financieel heeft. 

Daarom respect voor de makers die geuren maken uit ware bezieling – de indie-parfumeurs over het algemeen. Zolang ze het meest geërodeerde begrip in lifestylekringen – passie – maar niet in hun promotiepraatjes hanteren.

Bij deze, zich ook maar alsmaar uitbreidende, groep lijkt geld slechts bijzaak, maar ondertussen zij zullen ook moeten onderkennen dat bezieling geen garantie is voor originaliteit en creativiteit: mallotige storytelling gaat ook een keer vervelen.

Daarnaast zijn ze over het algemeen afhankelijk van dezelfde ingrediënten. Voor je het weet ga je als klant – helemaal doorgedraaid van alles – weer op safe en koop je in plaats van de indie-geur, L’ambre trouvé dans une Poubelle, toch maar L’Eau Ambre Extrême van L’Artisan Parfumeur.

Het grootste compliment dat je nu kunt krijgen als parfumhuis is natuurlijk dat je níet wordt gekopieerd. Kan liggen aan het feit dat niemand je kent, of wilt leren kennen of je geuren niet begrepen worden of gewoon niet goed genoeg – Tiktokwaardig – zijn. 

MIGLOT FRAGRANCE LAB

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 17, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, MASSNICHE, MASSTIGE. Getagd: algemeen, geen-categorie, GEUR, PARFUM, verhalen. Een reactie plaatsen

DE MENSELIJKE FACTOR IN GEUR

VEILIGE, COMFORTABELE CHIC

Testing, testing, testing

Het zal de komende tijd, gezien de geplande bezuinigingen op het onderwijs en cultuur, niet gebeuren. Maar zou toch leuk zijn: wekelijkse les in parfum voor het voortgezet/secundair onderwijs. Niet facultatief, maar verplicht, net zoals filosofie dat eigenlijk zou moeten zijn. Dit is geen toppunt van decadentie, want net zoals wijsbegeerte leer je je zelf – als het goed is – beter kennen door parfum. Introspectie. Handig voor later. Je wordt er in ieder geval een plezieriger mens door als je ‘ervoor openstaat’. 

Ik heb hiervoor een bewijs dat ik regelmatig opvoer: een zwager oprecht geïnteresseerd in geuren (hij was een van weinigen die door mijn geschonken geuren vaak teruggaf en kon uitleggen waarom hij ze niet lekker vond). Met Gucci Pour Homme zaten we eindelijk in de goede richting; we kwamen erachter dat hij van leergeuren hield. Hij draagt nu onder meer Knize Ten, Cuir de Russie en Oud Leather. Sindsdien is hij een gelukkiger mens. ‘Ik doe het ’s ochtends op; ik voel me prettig. Als iedereen dat zou doen, dan zou de wereldvrede een stukje dichterbij zijn’. Een leuke gedachte. 

Ik wil maar zeggen: bij echte interesse, verdiep in je in geuren net zoals je dat ook met je favoriete hobby doet. Onderzoek, afvragen, verzamelen – je wordt een gelukkiger mens. Zolang het nog niet klassikaal verplicht wordt gegeven, volg dan een ‘masterclass’ bij een parfumeur. Kristof Lefebre – opgeleid aan de ISIPCA is volgens mij een geschikte docent. Hij is de man achter het parfumhuis Miglot (anno 2020) – een ‘verfransing’ van ‘my glow’. Want dat is de bedoeling: dat je door zijn geuren gaat glimlachen (iets wat volgens mij de meeste geuren doen, mits je ze aangenaam vindt).

De oprichter

Ik kreeg via via een perspakketje van hem en heb me er onlangs in verdiept. Ondanks de soms clichébenadering van zijn metier – ‘onze maisons zijn plekken om te ‘landen’, om de hectiek van de stad en de beslommeringen van alledag even te vergeten en je door je neus en je hart te laten leiden’ – vielen me twee dingen op. 

Ten eerste: hij is opgeleid als apotheker. Nu wil het toeval dat ik me in de geschiedenis van de apotheker als parfumeur aan het verdiepen ben. Ik lees bijvoorbeeld op www.musee.info dat ‘de basisprincipes van de kunsten afhankelijk zijn van de farmacie, zoals de kunst van het banketbakken en die van geurwaters en tafellikeuren’, aldus Antoine Baumé in Elementen van de Farmacie (1795).

Ten tweede: Lefebre’s benadering. Volgens hem wordt één op twee parfums in België niet gedragen (Miglot is een Belgisch parfumhuis met vestigingen in Gent en Antwerpen). In Nederland zal het niet veel anders zijn. Hoe komt dat? Ik denk onder andere: geuren worden nog te veel als cadeau-artikel gezien (ben ik geen voorstander van mits je hem/haar begeleid tijdens de zoektocht) zonder met de voorkeuren van de ontvanger rekening te houden. De reden volgens Lefebre: ‘Bij veel parfumhuizen is de reden van bestaan onduidelijk. Waarom maken ze parfum? Wat is hun drijfveer? Ze hebben afstandelijke logo’s, het kloppende hart zijn geldmachines (een bestaansreden volgens mij). Emoties hebben plaatsgemaakt voor lege marketingverhalen’.

Miglot doet het anders. Dus: geen afstand creëren tussen maker en drager van het parfum. Het ingrediënt: menselijkheid. Maison Miglot is een ‘plek waar Kristof met zijn team klanten persoonlijk en in huiselijke sfeer ontvangt voor een boeiende geurreis’. Lefebre ligt toe: ‘Bij het kiezen is empathie even belangrijk als vakmanschap. Klanten bieden we als het ware een wit canvas aan. En alles begint bij luisteren. Ik begrijp dat een parfum kiezen moeilijk is. Samen gaan we op zoek naar wat de klant raakt. In alle openheid en zonder hokjesdenken. We zijn nieuwsgierig en geven oprecht om hoe iemand zich voelt bij het dragen van een parfum’. 

Miglot-winkel

Origineel: om de klant nog dichter bij het vak van parfumeur te brengen, heeft Lefebre een Insiders-programma: tweemaal per jaar worden vijf personen geselecteerd, die gedurende vijf maanden aan vijf projecten binnen Miglot werken – een soort ‘open keuken’ – om het merk beter te leren kennen. Van nicheparfumkenners tot studenten; elke deelnemer is betrokken en geeft input wat betreft nieuwe formules tot feedback rond de verpakking.

Nu naar de geuren: in het kennismakingspakketje zitten 17 samples begeleid met kaartjes met ingrediëntenvermelding en op de voorkant een ‘sturende’ stemmingsfoto, katoenen proeflapjes (om de geuren op te spuiten) en categorie (green woody, fougère spicy, floral natural, floral musc, aquatic floral woody, balsamic woody enz. enz).  

Het is niet onmogelijk, maar ik ga alle 17 niet per stuk behandelen. Ik pak er lukraak wat voor een algemene indruk. Formula 07 Floral. Een allerlieflijke bloemengeur. De citrus-intro is ingehouden, de iris, jasmijn, lelietje-van-dalen gaan gelijk op en de afronding is zacht-zalvend richting oosters door amber, cederhout, tonkaboon. Formula 08 Green Woody springt er direct uit en tintelt: je ruikt de komkommer goed die wiegend door citrusnoten mooi samengaat met de groene thee in het hart. Als je heel goed ruikt neemt je de galbnum waar. Koriander zorgt voor een kruidig randje zonder dat dat echt invloed heeft op het cederhout in de basis – strak-zonnig; een mooie bodem voor het groene geheel.  

In het begeleidend boekwerk wordt iets dieper op elke geur ingegaan. Storytelling heet dat dan. Cliché ja of nee?Formula 28 Spicy Woody: ‘hiermee toon je je sterkste kant dankzij de kracht van peper en karaktervolle houtsoorten’. Meer voor mij. Een mooi-droge kruidige donkerte direct in de opening: inderdaad een flinke shot zwarte peper besprenkeld met kruidnagel. Snel dringt het hout zich op: oudh, kasjmier en cederhout sensueel gemaakt door labdanum, musk en tonkaboon.

Tien uur later, ik ruik nog een vaag-aangename nasleep van bovengenoemde geuren. Geen cleane finish gelukkig. Nog drie te gaan. Formula 16 Floral Musk. In alle opzichten elegant en sereen – zoals de groen-bloemige geranium zich door de heldere witte bloemennoot vlecht. Mooi zoet ondertoontje. Misschien is hier de lotus voor verantwoordelijk – meestal een synthetisch component met een aquatisch-zoete toon. Beetje verstilde Japan tuin, bepoederde geisha-impressie. Lefebre ziet het zo: ‘Een parfum dat de wereld van ballet oproept, vol gedrevenheid en elegantie met een vleugje poeder’.

Next: Formula 03 Balsamic Woody. Intrigerende opening van kruidige en ‘actuele’ frisheid: bergamot, kamille, gember en salie. Zomerse impressie, wandeling door een weide vrij van pesticiden waar kruiden en bloemen vrij spel hebben. Vooral de kamille springt eruit. Mooi om te ruiken hoe de iris dit alles in zich opzuigt en en daarna de oriëntaalse noten hun spel laten spelen terwijl de kruidigheid naresoneert.

De laatste: ik stop mijn hand in het door Miglot geleverde zakje en haal er – dat is toevallig – het hoogste nummer uit de collectie eruit: Formula 65 Citrus Floral Woody. Valt tegen in de zin dat ik dacht dat alles van Miglot erin samenkomt. Ook afgaande op de ingrediënten die hier in een soort niets verdwijnen. Het effect: een monotoon eindeffect die richting ambiancegeur gaat. 

Dat is geen leuke afsluiting. Nog een dan. En het is… Formula 32 Woody Fruity Floral. That’s better. Sprankelende opening met direct een exotische twist. Tropisch fruit (ik meen ‘iets’ van passiefruit en vijg te bespeuren) versterkt door Europees fruit: nectarine en perzik die garant voor een zoet voluptueus maar zijdezacht effect. Heerlijk die bloemencombi van frisse fresia en zoete roos. Harmoniëren elegant met de ‘tropicana’. De basis: stoer-zwoel zou ik willen zeggen. Contrasterende noten gaan goed samen in deze fruitige chypre: eikenmos, leder, patchoeli ‘versus’ amber, musk, sandel- en cederhout. 

Kristof Lefebre omschrijft zijn assortiment als affordable luxury. Ik denk ook: veilige chic, want de geuren zijn niet spectaculair, hebben geen pats-boem-effect en schrikken niet af. Eerder intiem en comfortabel. Toch mis ik er een die uitspringt – misschien zit die wel in nummers die ik niet heb besproken. Een meer uitdagende geur als statement dat je met een leuk verhaal naar de andere geuren leidt in het assortiment. Misschien kunnen nieuwe deelnemers aan het Insidersprogramma met wat extremere voorstellen komen. Niet tegenstaande: ik vind het knap dat iemand het in deze overvolle, door marketing verpeste markt toch nog een plek, een niche weet te creëren die mensen aanspreekt. Lefebre als rustpunt voor mensen nieuwsgierig en leergierig naar geuren en die niet willen afgaan op de cliché-glamour, cliché-verleiding en cliché-aanstellerigheid waarmee parfum meestal is omringd.

OUD KHÔL GUERLAIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 10, 2025
Geplaatst in: GEURENALFABET O, KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST, MOET JE ECHT RUIKEN, NICHE. Een reactie plaatsen

OLFACTIEF JONGLEREN

MEESTERWERK! KLASSE! ZO HOORT HET!

‘ALTERNATIEF’ BROEÏRIG PARFUM LAAT JE OUDH NIEUW BELEVEN

Zwart gat

Ik bestelde met enig argwaan een proefje bij Guerlain. Want: het huis maakt zoveel geuren – ook in de L’Art et La Matière-serie – dat het steeds moeilijker wordt om ze op hun artistieke en creatieve merites te beoordelen. Daarnaast de naam: hopelijk geen link met de cosmetica, zoals Guerlain het eerder deed met een van de mooiste seventies chypres: Parure werd naam van een maquillage-lijn.

Dan de laatste horde: oudh. Ik vond het ‘altijd’ een soort van chic van Guerlain dat het zich verre hield van het adelaarshout, het niet in zijn geurpalet opnam (behalve ooit als een olie als ik me niet vergis). Als je je dan ‘alsnog’ in de kilometerslange oudh-rij aansluit, zorg dan wel voor wat ‘fracas’, opschudding en olfactief gejongleer. Nou, Thierry Wasser, doet het met Oud Khôl. Parfum als abstractie, parfum als kunst. 

Dit is wat je wil, wat ik wil ruiken: een onbestemde, een donker-ijl-ijzige minerale en rokerige (een flitsvlam van een lucifer die je aansteekt) opening die alle kanten opgaat. Wat ruik ik eigenlijk? Niets en alles! Je kunt je vinger er niet direct opleggen. Het is een soort van ‘historische’ opening: zo moet in de jaren twintig de eerste kennismaking met N° 5 zijn geweest: de vernieuwende magie van aldehyden die als een schitterende vuurpijl in de nacht zijn frisse fonkelingen prijsgeeft.

Alleen hier geen vuurwerk. Eerder een groenachtige sfeer in een kale ruimte met museale proporties waarin geuratomen aan het googelen zijn. Vervolgens ontwaar je meer: de groene noten worden mosachtiger krijgen een chypre-achtige constructie op basis van oudh. En dan: een schuring met leer met een animaal randje. Geeft warmte zonder dat de geur te zwaar wordt; het ijle, het ongrijpbare blijft gewaarborgd. 

Ik weet niet hoe houtskool echt ruikt, heb het natuurlijk wel eens in mijn handen gehad en ik weet ook dat de geur die tijdens de productie ervan vrijkomt wordt gebruikt voor het bbq-effect in sauzen. Het sterk-rokerige oudh-effect wordt in Oud Khôl in ieder geval getemperd door een subtiele praline-noot gelukkig zonder te karamelliserend effect. En dan heel langzaam, bijna ongemerkt bespeur je een bijna zichzelf verontschuldigende bloemennoot als een lichte streling. 

Als je al ruikende, je je toch niets bij dit meesterwerk kunt voorstellen, luister dan naar Thierry Wasser: ‘Als het een kleur was, zou dit de gitzwarte kleur voorstellen waar Anish Kapoor zo om bekendstaat, zwart pigment tot een absolute waarde verheven’. Als dat eenmaal in je hoofd zit, gaat het er niet meer uit. Zelfs Yves Klein-blauw – ook zo geliefd in artistieke parfumkringen laten mijn hersenen niet toe. Het donkerste groen denkbaar dan? Ook niet.

Ik heb ook literaire associaties: het mystieke L’Oeuvre au Noir van Marguerite Yourcenar. Maar ik moet vooral denken een kosmisch zwart gat, de plek in het heelal waar alle krachten samenkomen van ineengestorte zware sterren aan het einde van hun ‘levensloop’; een gewichtsloze en geluidsloze ruimte, waar alles niets is en niets alles. 

Het ‘Khôl-zwart’ van Anish Kapoor

Mensen met weinig parfumervaring en geur alleen zien als ‘iets lekkers’ (en romantisch en verleidingsmiddel) zullen misschien bij het ruiken denken ‘Is dit nu alles? Wanneer gebeurt er nu wat?’ Hun wacht nog een mooie olfactieve reis waar Oud Khôl het begin en het eindpunt kan zijn. 

Ook wel jammer: omdat we al een paar decennia in de fast forward fragrances-modus zitten, is de kans groot dat Oud Khôl aan de aandacht ontsnapt bij het grote publiek doordat die zich nog te veel door onzingeuren laat verleiden. Met andere woorden: had Oud Khôl de gelijke behandeling als Mon Guerlain gekregen, met alle marketingtoeters en -bellen incluis, dan hadden meer mensen met dit wonderbaarlijke werk kennis kunnen maken en gezegd: ‘Intrigerend, ik neem hem.’

Met nog andere woorden: had in Mon Guerlain Oud Khôl gezeten, dan was het misschien wel een groter succes geworden. En nog even over Guerlains alsmaar doordraaiende geurcarousel: moet ik nu ook aan de Oud Nude en Cherry Oud? Tegelijkertijd met Oud Khôl verschenen. Interessante ingrediëntenopgaaf zo op papier, maar voor mij iets te rood-fruitig gourmand. 

OVERWEGINGEN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op januari 9, 2025
Geplaatst in: ACHTERGROND, ENTERTAINMENT. Getagd: geen-categorie, GEUREN, herfst, PARFUM, seizoenen. Een reactie plaatsen

OVER DEVALUTIE VAN KWALITEIT

EN: NIEUWE KLANT BETAALT GRAAG EXTRA VOOR MEER MIDDELMATIGHEID

Grenzenloos geurplezier bij Parfumerie Die Grenze

Ik ben omringd door geuren. Sinds de poliepen in mijn neus noemenswaardig zijn geslonken, ruik ik voor twee. Elke dag weer. Een genot. Wat was het een gemis. Alleen lijkt het erop dat mijn olfactieve aandacht meer aan het verschuiven is richting culinair. Onlangs pruttelden geraspte citroenschillen (voor marmelade) en ‘home grown’ tamme kastanjes (voor kastanje-jam) in de pan. Deze twee smaken gebruikte ik als laagjes voor mijn basis vegancake (ik leef samen met een veganist; on s’adapte) voor Oudjaar.

Er kwamen nog twee laagjes bij. Eén met zelfgemaakte ’home grown’ zoete vijgenpickle (op basis van jalapeño-peper) en een met door onze Oekraïnse alleshulp gemaakte pompoenjam (‘home grown’ as well) met sinaasappel. Hij smaakte voortreffelijk volgens de gasten, maar ik dacht bij deze zoet-gepeperde fruitexplosie: kan altijd nog een dekkende laag cranberry’s bij (vergeten te koken tijdens de Kerst).   

Marmelade, zoete kastanje, vijg, peper, pompoen, sinaasappel en cranberry ondersteund door een klodder met vanille geïnjecteerde musk en je krijgt, voor je het weet, een verdomde originele kijk op een geurende gourmand – werktitel, laten we gek doen: Grandma’s Failed Christmas Pudding. Kan ‘zomaar’ een parfumprijs kan winnen van een blog, een krant, vereniging, influencer of een door onbekende krachten aangestuurde kunstmatige intelligentie. 

Laten we wel wezen: de wereld is in de war, de commercie is in de war, de luxe-industrie is in de war en de parfumindustrie is dat al veel langer. En net zoals bij zoveel menselijke activiteiten, keert ook deze in een verontrustende staat van ontkenning. Zou het komen doordat parfum ‘door de jaren heen’ een boodschap van positivisme, vreugde, blijdschap en (niet te vergeten) liefde heeft verkondigd, dat het daardoor geen rekening hoeft te houden, rekenschap hoeft af te leggen met klimaatverandering, voetafdrukken en ander door de mensheid veroorzaakt onheil… ‘Nee hè, pakken ze dit nu ook al van ons af!’ En: het is zo handig als Moeder- en Vaderdagscadeau!

Beyoncé Cé Lumière

Fascinerend: veel parfumbrands manifesteren zich als wereldverbeteraars en do-gooders die louter plezier brengen in dit aardse tranendal terwijl ze – klein of groot – toch onderdeel zijn van de mondiale marketingmachine met slechts een doel in het vizier: omzet. Niet erg. Het drijft de mens. Alleen: waarom verdrinken we in me too-ers (hoeveel nieuwe visies op een fruitgeur kan men verwerken) en worden deze als revolutionaire visies gepresenteerd. Er wordt zoveel (online) onzin verteld – onder het mom van storytelling – louter om de verkoop. 

Neem deze: www.parfumerie.nl vertelt dat Blonde Amber (2022) van Clive Christian (onderdeel van de Noble Collection afdeling XXL Art Deco) maar liefst 219 zeldzame ingrediënten bevat. We gaan het rijtje af: rum, wierook, bittere sinaasappel, kardemom, roze peper, gember, bergamot, grapefruit, gedroogd fruit, witte tabak, sandelhout, tuberoos, saffraan, osmanthus, iris, jasmijn, tonkaboon, mirre, vanille, labdanum, patchoeli, ceder, musk en vetiver. En dan moeten de 219 zeldzame ingrediënten nog blijkbaar komen…

www.parfumerie.nl neemt deze toegestuurde facts & figures (allemaal in het Engels tegenwoordig; ook niet erg) voor lief en denkt dat het allemaal wel goed zal zijn; het komt per slotte van rekening van een chic merk. Verbeteren en/of becommentariëren helpt niet (meer). Er wordt zelden gereageerd door potentiële klanten of de verkopende partij negeert het of lacht het uit onwetendheid weg: ‘Die maar doen dan?’

Dieptepunt vorig jaar in deze was voor mij het duidelijk door AI geschreven persbericht van Diors j’adore waarin Rihanna als ambassadrice werd gepresenteerd. De keuze voor haar is ‘bedenkelijk’ – zij draagt niets van de ‘waarden’ van het couturehuis uit tijdens de promoclip: slecht lopend door ik neem aan de Spiegelzaal van Versailles gekleed in gouden feestwinkel-couture. Waarom? Alle merken zijn druk ik de weer om de afro Americans olfactorisch in hun tuintje te harken. Helemaal nu Beyoncé die, na de bagger die bij Coty onder haam naam verscheen, een serieuze parfumcomeback wil maken. Best wel met een moeilijke naam Cé Lumière. Echt wel: ‘gemaakt in Frankrijk omhuld door kunst, en vervaardigd en ontworpen door de zangeres’ herself in een art deco geïnspireerde flacon. Gelukkig pittig geprijsd: 50ml 160,00 dollar. Gôh, wat origineel er is inmiddels ook een donkere versie: Cé Noir. Geurengoeroe waar maak je je druk om? Het is maar een lekker luchie. 

J’adore Rihanna

Iets anders: ik las onlangs een artikel in The New York Times dat beschreef dat de luxsector zijn reputatie niet meer waarmaakt (inclusief Dior). Kort door de bocht: verhoogde prijzen (tassen van Chanel bijna verdubbeld) tegenoven verlaagde kwaliteitsnormen (grappige bijwerking: fake is bijna niet meer te onderscheiden van echt) met het gevolg dat tassen en andere lederwaren, en dry only clean-kleren steeds vaker gerepareerd moeten. Alleen: eigenaren van ‘gouden scharen’ en ‘hakkenbars’ vinden vaak geen opvolgers: dus wat doe je dan? Ik kan het beamen: afgelopen zomer wou ik mijn veel gedragen Gucci’s (loafers 30 jaar geleden – ‘toen kwaliteit nog vanzelfsprekend was’ – gekocht in de opruiming in de PC Hooftstraat) voor de tweede keer in hun bestaan laten verzolen. Goddomme, blijkt mijn vaste adres in de Jordaan zijn deuren te hebben gesloten. Geen opvolger in de familie, geen vervanging gevonden.  

Terug naar de ‘normvervaging’. Die vindt ook al lang in de parfumsector plaats. Ik werd me er van de week weer van bewust. Ik was in Coevorden in Die Grenze – winkelketen gespecialiseerd in ‘over de datum’-producten. Daar eindigen ook geuren die zelfs op onderste plank bij Etos en D.A. geen indruk meer maken. Zoals de zoveelste remake van Grès’ Cabochard: 100 ml € 7,95. Tester weliswaar maar toch. Ik rook eraan en het leek wel een deodorantversie.

Dat viel me des te meer op omdat ik een tijdje geleden ook een vintage parfumextract van dezelfde geur op de kop had getikt: een donkere chypre-bom die onder je neus explodeert. Niets proefpanels, marketingplanning, puur inspiratie, puur parfum. Maar terwijl de ‘deodorantversie’ op mijn polsen zijn werk bleef doen op weg naar huis, viel me iets anders op: zelfs deze verwaterde versie – voor mijn gevoel een mix van vage patchoeli, vage amber en vage musk – zou nu ook als niche kunnen worden verkocht.

Want: een ‘nieuwe’ generatie gebruikers herkent de essentie van een goed parfum niet meer en neemt door marketing en slimme pr-campagnes alles voor waar aan. Het maakt ook niet uit. Is het duur is, dan is het lekker. Na het horloge is het bij veel mannen een show off-accessoire geworden. En de producenten voelen dat aan: de prijzen in de (niche)parfumerie zijn stijgende. Een goed voorbeeld Parfums De Marly. Opgericht in 2009. Doet minder moeilijk en elitair dan Amouage, maar het zijn duidelijk presente geuren. Inmiddels meer dan 40. De meest recente: Perseus uit 2024: € 200.00 (75ml), € 265.00 (125ml). 

Ingrediëntengraadmeter

Een van de excuses, behalve winstoogmerk: de alsmaar duurder wordende ingrediënten en grondstoffen. Geloof jij het? Ik heb alleen nog nergens gelezen dat door de verandering van het klimaat door wateroverlast of droogte, de oogst van populaire ingrediënten dramatisch is afgenomen (plus het feit dat 80 procent synthetisch wordt vervaardigd). Ik volg wat kleine parfumproducenten in India, en die hoor ik nooit klagen over misoogsten en meer parfumpech onderweg. Wat wel interessant is: veel parfums die nu worden gemaakt (ook niche) bestaan uit ingrediënten die eigenlijk het minst duur zijn en dat er – ook bij niche – minder wordt geëxperimenteerd. Dat blijkt uit een onderzoek (zie grafiek) van Fitz Chao Li (data en fragrance nerd op LinkedIn) over de populariteit van ingrediënten door de jaren heen. De parfumblogger – a hundred million bottles – trekt hier uit de conclusie dat ‘we leven in het tijdperk van de flanker, waarin herhalingen van beproefde formules de voorkeur krijgen boven nieuwe ideeën’. Onder andere namen schijnen er al 37 versions van La vie est belle in omloop te zijn. De dupes – mijn favo fragrances nu – niet eens meegerekend.

Ik sluit me hierbij aan. Alleen, niet zeuren, zo werkt de huidige markt nu eenmaal. Ik wil alleen aan toevoegen dat we ons zo langzamerhand moeten gaan realiseren dat de creativiteit aan het einde van zijn latijn is, want het aantal ingrediënten en de daarmee gemaakte combinaties niet oneindig. Elk parfum is een variatie op een thema, dat afhankelijk van een onverwachte combinatie op het juiste moment – ‘het hing in de lucht’ – een gevoelige snaar weet te raken (meestal niet). Eerst bij een kleine groep, dan langzaam doorsijpelend naar de massa.

Veel wordt er verwacht van AI, maar ik denk dat die ons wat creativiteit betreft niet echt kan helpen. Die mag dan sneller zijn in zijn voorstellen voor nieuwe geuren, maar loopt uiteindelijk tegen toch dezelfde grenzen op. Dat blijkt wel uit de kunst die AI tot nu toe heeft gegenereerd: more of the same. 

Grès

TWEET, TWEET, TWEET… IK BEN HET CHYPREVOGELTJE DEEL 1

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 19, 2024
Geplaatst in: ACHTERGROND, ENTERTAINMENT. Getagd: design, geen-categorie, geschiedenis, PARFUM, reizen. Een reactie plaatsen

GEURDIFFUSER AVANT LA LETTRE

Chyprevogeltje op basis van schetsen van Leonardo da Vinci

Stel je stapt Het Louvre in Parijs binnen om gebruiksvoorwerpen uit de Renaissance te bekijken. Je verbaast je over het vakmanschap, de inventiviteit, de juiste verhouding, de perfect kleurstelling, de ‘toch wel’ overdaad en meer van dit soort kwaliteiten. Wat ik me de laatste tijd vaker afvraag: waren er – toen deze artefacts werden gemaakt en gebruikt – ook mensen zoals nu uit het alternatief-progressief vooruitstrevende circuit, die niet onder de indruk waren en het allemaal te veel blingbling, overdreven en nouveau riche vonden?  

Want wat wel eens wordt vergeten: ‘oude spullen’ waardig genoeg om toe te voegen aan museumcollecties, hoeven per se niet alleen bewonderd te worden. Hoewel dat door de imposante presentatie (less is more kan ook intimiderend werken) bijna onmogelijk. Wat we nu mooi, grensverleggend ‘voor die tijd’ of van deze tijd vinden, kan over honderd jaar liggen te verstoffen in museumkelders. 

Deze overwegingen heb ik bij het zien van het ‘Chypre-vogeltje’. Waren er toen mensen die het maar opzichtige kitsch en uitermate decadent vonden? Anno 2024 denk ik: wat een vakmanschap, inventiviteit, wat een plezier en genot. Bij de eerste aanblik daalde terstond over mij een (geparfumeerde) wolk neder vol van gelukzalige tevredenheid.

Schets van Leonardo da Vinci

Maar dit bungelde ook tegelijkertijd door mijn gedachten: ondanks oorlogen, natuurrampen, akelige ziekten en ander trammelant, bestaat bij de mens de behoefte het dagelijkse te ontstijgen, zich te omringen met dingen die het leven veraangenamen, de fantasie prikkelen en je een blik gunnen op een ‘betere wereld’, een soort van paradijs binnen handbereik. 

Dit escapismegevoel valt lately steeds vaker neer op mijn gemoed, met name nu als je ziet hoe stuitende rijkdom zich schaamteloos manifesteert. Tiktok geeft, als je ernaar zoekt, een hallucinante tip van deze met diamanten en parels hand bestikte sluier. 

Het Chypre-vogeltje heeft geen link met de gelijknamige parfumformule. Het is, een assemblage van gegoten, geparfumeerde harsen in de vorm van een vogel die werd verbrand in een vaak rijk uitgevoerde vogelkooi die diende als ‘wierookvat’. Deze gekooide vogel symboliseert de deugden van de liefde en met het vermogen zieken te genezen met zijn blik. 

De vogel op de begeleidende foto’s is ontworpen door – nu volgt een cliché; in dit geval wel passend gezien de naam van de maker – niemand minder dan Leonardo da Vinci waarvan de originele schetsen zich bevinden in de Codex Atlanticus. De bolvormige kooi kon in het interieur worden geplaatst, maar afhankelijk van de grootte, ook aan een ceintuur worden bevestigd.

De Vinci is trouwens niet uitvinder van deze geurdiffuser avant la lettre – het duikt eind Middeleeuwen begin Renaissance voor het eerst op. De oorsprong van de naam met betrekking tot parfum gaat nog verder terug: in de 14e eeuw werd de naam Chypre voor het eerst aan een parfum gegeven, bestaande labdanum, storax, en kalmoes vermengd met tragacanth (gedroogde gom, denk: mastiek) en daarna gegoten in de vorm van een vogel. 

Waarom ontwierp Da Vinci het Chyprevogeltje? Nu betreden we het gebied van wishful thinking. Afgaande op de tentoonstelling ‘Léonard de Vinci et les parfums à la Renaissance’ – dit jaar te zien in Chateau du Clos Lucé (voormalige koninklijke zomerresidentie in de Loirestreek) waar deze l’uomo universalis van 1516 tot aan zijn dood in 1519 op uitnodiging van Francois I verbleef, was zijn moeder de reden.

Hij wou hiermee de wereld die zij als jonge vrouw had moeten verlaten, weer oproepen. Zit namelijk zo: oorspronkelijk afkomstig uit Circassia (regio ten westen van de Zwarte Zee), werd Caterina (voornaam moeder) ontvoerd en vervolgens als slaaf verkocht in Constantinopel. Ze kwam in Venetië en uiteindelijk Florence terecht, waar ze als vrijgelaten slaaf Leonardo’s vader ontmoette.

Rondom deze gedwongen reis werd een hele tentoonstelling opgetuigd. Verschillende thematische zalen tonen de handelscontacten tussen Constantinopel en met wat nu Italië heet…. Ik heb het niet bezocht, maar ik lees op de site: ‘Een multi-sensorische, reuk- en meeslepende reis naar de wereld van parfums en de historische reis van twee elkaar kruisende lotsbestemmingen, die van Leonardo da Vinci en zijn moeder. De tentoonstelling onderzoekt Leonardo’s interesse in parfums en het culturele erfgoed van Caterina’. Ik bespeur wat vleugjes woke versterkt door ‘in het eerste deel van de expo volg je de route van oosterse parfums van Constantinopel naar Venetië en Genua – identiek aan die van slaven’.

Dit wist ik niet: Leonardo da Vinci had een grote belangstelling voor geuren en parfums. Uit zijn geschriften blijkt de fascinatie voor ‘de wetenschap achter de reuk’ en zijn idee een ​​wetenschap te ontwikkelen gelijkwaardig aan die van het zicht of het gehoor. Hij noteert recepten op basis van enfleurage, maceratie en destillatie. Voor een nader niet toegelicht ‘innovatief reukapparaat’ had hij verschillende composities: ‘Leg schilloze amandel tussen bloemens van oranjebloesem, jasmijn, liguster of andere geurige bloemen’. Of: ‘Verwijder de schil die de sinaasappel bedekt, destilleer het in een ketel totdat kan worden gezegd dat het extract perfect is’. 

Veel van de voor de chyprevogeltjes noodzakelijke ‘klassieke’ ingrediënten – civet, ambergrijs, musk, wierook, mirre, hysop en specerijen (kaneel, peper, nootmuskaat) – vonden in de dogestad hun bestemming als laatste aanlegplaats van de Zijderoute. Maar ook de zogenaamde ‘Cypriotische poeders’ werden geïmporteerd: korstmossen voorkomend op bepaalde bomen als eiken, ceder en spar. Die poeders werden ook gestopt in geurzakjes om linnengoed, kleding, accessoires (handschoenen) in kisten opgeslagen te parfumeren. Zelfs paarden werden er mee besproeid wanneer hun (vanzelfsprekend rijke) eigenaren (vaak eveneens besproeid met) op bezoek gingen bij al even rijke zakenrelaties en familie.

En toen dacht ik: ‘Mooi, het verhaal zit erop’. Maar wat verder rechercherend, ging er nog een andere wereld voor me open – tweet, tweet, tweet. Cliffhanger: het Chyprevogeltje heeft zijn oorsprong in… Cyprus. Wordt vervolgd. 

Vogeltje als heupaccessoire

ALEXANDRIA II XERJOFF

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op december 7, 2024
Geplaatst in: GEURENALFABET A, MASSNICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

OUDH ONTMOET LELIETJE-VAN-DALEN, TOCH MAAR NIET HELAAS

KLASSIEK-BRAAF RECEPT

‘OUDH ALEXANDRIË’

Namen vernoemd naar geliefde steden of straten was in het begin leuk en origineel in de parfumbusiness. Maar nu: als we niet oppassen is over een tijdje elke (hoofd)stad, dorp, gehucht, buurtschap en zijstraat olfactorisch in kaart gebracht: Mar-a-Lago the perfume that blends trad toxic masculinity with trad wife elegance. 

Om een parfum een chique cachet te geven en interessant te maken, kun je natuurlijk de geschiedenis induiken op zoek naar legendarische en roemruchte steden. Zijn er plenty. Maar is het werkelijk mogelijk het verleden op te roepen, en wat wil je oproepen? Hoe vertaal je dat in geur? Xerjoff was zo onder de indruk van Alexandrië (in 331 v Chr. gesticht door Alexander de Grote) dat ze er meerdere geuren naar hebben genoemd. Alexandria ging er niet aan vooraf, maar Alexandria II (uit 2012) werd gevolgd door Alexandria III. 

Alexandria II valt in de categorie Oud Stars. Wat er nu zo bijzonder was aan het oude Alexandrië volgens Xerjoff wordt me niet duidelijk, het beeld dat opgeroepen moet worden wel: ‘Als een verwezenlijkte parfumdroom. Wierook die brandt in het donker zoals ogen vol passie. Een liefdesbrief zolang dat hij een hele bibliotheek kan vullen. De intimiteit van een bloeiende roos, de ontbrekende helft van de appel, de zachte kracht van de ceder, de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Het is een rivier van passie die stroomt in het midden van een stad. Cambodjaanse oud bereikt de neus zoals een koningin het hof betreedt; aangekondigd door het luiden van de gong, haar spoor kostbaarder dan goud’.

Nu weet ik weer waarom ik niet zoveel met het merk heb: de clichés die over je heen worden gestort. Slechts twee voorbeelden: de ellenlange liefdesbrief. Dan de quasi-dichterlijke, mallotige verwoorde aannames: de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Come again? Dan de afsluiting van deze ode: ‘Welkom in Alexandrië: de mooiste belegering in de geschiedenis’. Tuttuttut… zal wel.

Moet gezegd: hoewel ik behoorlijk oudh-moe ben, verrast Alexandria II in eerste instantie door een niet vaak gemaakte combi: oudh en lelietje-van-dalen. Het tedere bloemke symboliseert voor mij geen dodelijke verleiding (bij niemand volgens mij), eerder een fris, pril, groen-knisperend voorjaarsgevoel.

En dat is nu het leuke: je ruikt dat op aangename wijze. Tenminste als je moeite neemt om niet alleen maar oudh te willen ruiken – dat willen zoveel mensen zo graag en zo snel. Want neem je wel die moeite dan ruik je ook de appel-kaneelcombi goed in de opening (ook aanwezig rozenhout en lavendel; ik niet echt). Het lelietje-van-dalen springt er in het hart uit: luchtig en vrolijk – zin in de lente. De roos ondersteunt hem, versterkt het bloemige effect. 

Dit alles gaat lekker langzaam, lekker langzaam onder in de basis: een beproefde mix van oosterse versierders: ceder- en sandelhout, musk, amber en vanille. Je kent het wel. En natuurlijk oudh. Uit Laos in dit geval. Je zou het bijna vergeten, de oudh, want die verdwijnt snel achter de andere aroma’s. Resultaat: gewoon een hele klassiek-brave oriëntaalse geur op hout-oudhbasis – waar je elke naam van een historische stad op kunt plakken. En waar Xerjoff iets royaler (gezien de prijs) met de oudh hadden mogen omspringen. 

Nog een nadeel: het lelietje-van-dalen redt het helaas niet tot de basis. Had me wel spannend geleken: oudh en lelietje-van-dalen kaal naast elkaar gezet. Wat je dan had gekregen? Frisse zwoelheid, zwoele frisheid? 

Grappig, zie ik net: als je 50 maal de beste keus bestelt bij http://www.parfumerie.nl moet je € 450,00 betalen voor 100 ml. Kost als hele 100mlfles € 545,00. Scheelt toch, maar zou de online winkel akkoord gaan met een dergelijke bestelling?

ZEITGEIST & RAUSCH J.F. SCHWARZLOSE BERLIN

Geplaatst door Erik Maarten Jeroen Zwaga op november 26, 2024
Geplaatst in: GEURENALFABET R, GEURENALFABET Z, NEO NICHE, NICHE. Een reactie plaatsen

PRÊT-À-PORTER NICHE

AANGENAAM EN DUIDELIJK

Zeitgeist-sfeer

Misschien een vreemde associatie. Ik ben een groot van The X Files: surrealistische en bovennatuurlijke verhalen op intelligente en esthetische wijze aantrekkelijk uitgelegd. De titels van de afleveringen waren vaak verrassend, want vaak niet Engels – wat de mystiek en de vervreemding vergrootte. Vier waren Duits: en die verwoorden perfecte het unheimische gevoel van de inhoud: Unruhe, Sein und Zeit, Herrenvolk, Die Hand die Verletzt – heerlijk.

Dat zelfde gevoel ervaar ik ook, zij het minder sterk, bij sommige namen van J.F. Schwarzlose – zouden ook titels van The X Files kunnen zijn: Zeitgeist (2012) en Rausch bijvoorbeeld. Beide uit 2012 alweer (hebben die zolang in mijn  monstervoorraad gelegen?).  

Leuke geuren in de zin van très toegankelijk, très draagbaar maar toch duidelijk anders dan de mainstream middelmaat uit de ketenparfumerie. Dat komt op het conto van de ingrediënten, die zijn net was anders zijn ‘dan je gewend bent’, of ‘nieuw’. 

Onderga je goed in Zeitgeist. Het verhaal: ‘De frisse geur belichaamt de moderne kant van het verenigde Berlijn dat tegenstellingen samenbrengt. Denk de nieuwe architectuur van het voormalige grensgebied (zoals Potsdamer Platz), denk de bossen en parken’. J.F. Schwarzlose spreekt niet van top, hart en basis, maar classificeert in stemmingen. In Zeitgeist zijn dat dus respectievelijk ‘sexiness’, ‘variabiliteit’ en ‘avant garde’. Met een interessante uitkomst die ik typeer als aquatisch amber. 

‘Sexiness’ is warm door ‘extreem amber’ met daaronder een koele stroom van calone en algenabsoluut. Het effect geen koel helder fris water, maar een frisgroene sensatie dat naar de ‘variabiliteit’ doorstroomt – inspiratie: de uitgestrekte wateroppervlakten van de Wannsee en Müggelsee. Waar het zich mengt met een ‘moscomplex’ (wat het groene effect versterkt) en ‘huideigen’ musks. Met een synthetisch en toch weer niet synthetisch effect. Zit er tussenin : poederig, warm met een cleane finish zonder wasmiddel-effect. 

Dit gaat soepel over in – ‘avant garde’ – een donkere, warme noot opgeroepen met ‘leatherwood’. Slimme naam, want met wat fantasie ruik je leer en hout. En toch blijft de lichte toets bewaard. Dat snap ik dan weer niet, vooral het laatste woord: ‘Leatherwood staat voor puristisch en modern vanwege de symbiose van veranderlijkheid en duurzaamheid’. 

Rausch Stimmung

Maakt niet uit, goede geur. Voor hem, voor haar, maar ik denk – een vooroordeel onderweg naar u – dat Zeitgeist eerder de eerste zal bekoren. Want vrouwen hebben over het algemeen moeite met duidelijke houtgeuren, maar dan weer niet met oudh – voor velen het meest intense hout dat je je maar kunt voorstellen. 

En dat ruik je in Rausch: J.F. Schwarzlose Berlins eerste geur niet gebaseerd op een oude, ooit gebruikte naam als ik het goed heb begrepen. Ik ben er nooit geweest, maar ken uit tweede hand wel de wilde verhalen: de Berlijnse club Berghain waarin dingen gebeuren die het daglicht niet kan velen. 

Dezelfde neus van Zeitgeist, Véronique Nyberg, dook er ook in onder ter inspiratie. De uitkomst: een donkere geur cirkelend rondom een elegante variatie op oudh. Al vaker gedaan, maar het blijft fascinerend: peper in de opening. Geeft aan deze oudh een mooi ijl effect. Het zou zo maar kunnen zijn dat er geen enkele druppel gecertificeerde oudh in Raus voorkomt, want met een goede kwaliteit  cypriol, sandelhout en patchoeli kom je aardig in de buurt van een milde oudh-sensatie. 

Deze oudh wordt in toom gehouden, getemd door vanille en amber. Aangenaam, maar voor een ‘werkelijk bedwelmend resultaat’ (aldus Schwarloze) ontbreekt er voor mijn gevoel iets: zweet. En dat kun je zo makkelijk oproepen met komijn of met old fashioned dierlijke ingrediënten (in de synthetische variant weliswaar) als bevergeil en civet. 

Dan kom je werkelijk in Rausch-achtige sferen, iets wat Tom Ford voorstelde met zijn Engelse variant Rush – met name de For Men-versie uit 2000. De naam schijnt geïnspireerd te zijn op de klassieker onder de poppers die veel in het nachtcircuit wordt gesnuifd terwijl je je in het zweet danst. Nou dan weet je… 

Berichtennavigatie

← Oudere inzendingen
Nieuwere berichten →
  • Meest recente berichten

    • THE PENSIONER PERFUME SOCIETY 1
    • NIEUWE OPIUMOORLOG?
    • MONDAY MICHELLE VISAGE
    • FRICTION OUD FCUK
    • TIKTOK, TIKTOK, TIKTOK
    • UN JARDIN À CYTHÈRE HERMÈS 
    • PARADIGME PRADA
    • PUR DÉSIR DE LILAS YVES ROCHER 
    • ALAIN DELON CLASSIC
    • VERBORGEN NICHE
  • Archief

  • Categorieën

    • AANBIEDINGENBAK
    • ACHTERGROND
    • CELEB FRAGRANCES
    • ECO
    • EDUCATIE
    • ENTERTAINMENET
    • ENTERTAINMENT
    • GEUR IN DE MEDIA
    • GEURENALFABET A
    • GEURENALFABET B
    • GEURENALFABET C
    • GEURENALFABET CIJFERS
    • GEURENALFABET D
    • GEURENALFABET E
    • GEURENALFABET F
    • GEURENALFABET G
    • GEURENALFABET H
    • GEURENALFABET I
    • GEURENALFABET J
    • GEURENALFABET K
    • GEURENALFABET L
    • GEURENALFABET M
    • GEURENALFABET N
    • GEURENALFABET O
    • GEURENALFABET P
    • GEURENALFABET Q
    • GEURENALFABET R
    • GEURENALFABET S
    • GEURENALFABET T
    • GEURENALFABET U
    • GEURENALFABET V
    • GEURENALFABET W
    • GEURENALFABET X
    • GEURENALFABET Y
    • GEURENALFABET Z
    • IL GIARDINO PROFUMATO
    • IN MEMORIAN
    • INTERESSANTE EN TIJDLOZE COLUMNS VAN ERIK ZWAGA 2005
    • KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • KLASSIEKERS IN DE AANBIEDINGENBAK
    • KLASSIEKERS OPNIEUW GEROKEN
    • KLASSIEKERS VAN DE TOEKOMST
    • LIMITED EDITION
    • MASSNICHE
    • MASSTIGE
    • MOET JE ECHT RUIKEN
    • NEO NICHE
    • NICHE
    • NICHE IN DE PARFUMERIEKETEN
    • NIEUW! NIEUW! NIEUW!
    • NIEUWE KLASSIEKERS DIE JE GEROKEN MOET HEBBEN
    • NOSE JOB: PERFUMERS THAT MATTER(ED)
    • OPVALLEND PARFUMNIEUWS
    • OUDE FILMS MET PARFUMINFO
    • PARFUM = PARFUN
    • PARFUM IN DE MEDIA
    • PIEDESTAL POUR DES PARFUMS
    • PORTET
    • PORTRET
    • TAX FREE
    • TRENDANALYSE
    • TRENDS TOEGELICHT
    • Uncategorized
    • VINTAGE
    • WAT RUIK IK EIGENLIJK?
    • ZOU VERBODEN MOETEN WORDEN OF NIET?
  • Meta

    • Account maken
    • Inloggen
    • Berichten feed
    • Reacties feed
    • WordPress.com
Blog op WordPress.com.
GEURENGOEROE
Blog op WordPress.com.
  • Abonneren Geabonneerd
    • GEURENGOEROE
    • Voeg je bij 125 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • GEURENGOEROE
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....