Lang geleden dat ik zó enthousiast was over een geur, terwijl die niet tot mijn favoriete familie hoort: de gourmand. Delizia Oscura van Calaj. Gelanceerd in 2023. Het was een van de geuren die www.parfumaria.com voor me had klaargezet tijdens een parfumborrel waarop ik een vriend had getrakteerd. Over het merk had Maria me al de oren van het hoofd gepraat. Dit was nou eens een iemand die schijt aan alles had, niet nadacht over trends, modes en consumentengevlei. Zijn eigen smaak, zijn leidraad. Kom daar nog maar eens om!
Zo hoor ik het graag, ware het niet dat zoiets al behoorlijk marketing klinkt. Nu weet ik weer wat me toch tegenhield toen ik voor het eerst van Calaj hoorde: de namen – inmiddels meer dan twintig – van sommige van zijn geuren: Carmen, Gym Rat, Panther Fangs. Zwevend tussen cliché en camp. Kennen we nu wel. Voor ik het vergeet: Flavius Calaj komt uit Roemenië en gezien de naam van een van zijn geuren al Transilvsania heet, zal het me niet verbazen dat Dracula binnenkort aan de beurt komt, gevolgd door Garlic Fangs (kan interessante geuren opleveren wanneer je je als neus erin verdiept).
Teleurstelling bij nader onderzoek: ik dacht – achternaam in het Roemeens betekent volgens GoogleTranslate verstikking – dat Calaj ook de neus was. Maar nee hoor, weer iemand – ook wel creatieve kracht genoemd – die backers van zijn parfumdroom weet te overtuigen en die neuzen nodig heeft om die te realiseren.
Zijn filosofie in een notendop: het omarmen van de schoonheid van de menselijke ziel, kunst en creativiteit, aan hen die de moed hebben om te creëren en iets moois te brengen in deze grijze wereld. Inderdaad gaapgaap.
Flavius Calaj
Neemt niet weg dat Delizia Oscura een verpletterende indruk maakt. Wel een nadeel: door het overheersen van koffie en chocolade, ontgaan je de andere versierders – eigen aan gourmandgeuren. Want de gebrande koffie lijkt versgemalen, de chocolade is in feite een poederregen van stoffige cacao waarin de bloemen – ylang-ylang, viooltje en lelietje-van-dalen die de geur lucht geven – lijken te verdrinken.
Ga je naar zijn site, dan neemt de teleurstelling toe. Alle ‘weetjes’ van de klassieke parfumerie passeren de revue. Zoals: ambachtelijk, limited editions, samenwerking met wereldberoemde parfumeurs, op de meest artistieke wijze gepersonaliseerd, handgemaakt, lokaal, de beste ingrediënten. Inderdaad gaapgaap.
Dat dan weer wel: de andere gourmandnoten – hazelnoot, ‘melk’, karamel, vanille – versterken het patisserie-gevoel. Maar zonder ‘Margriet-tuttig’ en ‘Libelle-lekker’ te worden. Ik ben wel heel benieuwd naar de musk die hier aangenaam opdringerig is. Kan ik dit geval alleen maar een hele ‘vieze’ zijn. Want, raar maar waar: ik kreeg af en toe een poppers-gevoel door de scherpe, bijna elektriserende, ‘rioolachtige’ en ‘achterbuurt’ ondertoon.
Een soort samenballen van donkere diep-animale musksoorten. Fascinerend. Verwarrend. Ik weet alleen niet of de geur is samengesteld door Miguel Matos, door Sophie Behaghel of door Camile Chemardin – de favorieten van Flavius Calaj. Geeft niet, al was het alleen maar om het feit dat de diep-donkere basis van Delizia Oscura 24 uur na sprayen op mijn linkermouw nog aangenaam aanwezig was.
Nog steeds een vreemd verhaal: Opium van Yves Saint Laurent uit 1977 zou in 2009 van samenstelling zijn veranderd doordat van een aantal ingrediënten het gebruik werd beperkt of verboden vanwege vergrote kans op gezondheidsklachten – denk huidirritaties. Geldt niet alleen voor Opium – in de loop der jaren heeft de Europese Unie veel natuurlijke ingrediënten verplicht laten vervangen door hypoallergene synthetische geurstoffen.
Elk groot parfummerk heeft er mee te maken. De meesten vermelden dit niet (een vriendin van me huilde bijna toen bleek dat Coco (1984) was verkracht, zoals zij het omschreef). Guerlain had zelfs een tijd lang een parfumeur speciaal aangesteld die klassiekers moest aanpassen vanwege het verbod op teveel eikenmos.
Grappig in dit geval: ik hoorde ooit bij Parfumerie Vendôme in Welvegem (België) – met een directe lijn naar Guerlain Parijs – dat als je echt de originele formule van Mitsouko (1919) wou hebben, en bent bereid was ervoor te betalen, dat dan iets te regelen viel. The power of money, the power of addiction, the power of recognition of quality, the power of snobbery – love it!
Tegelijkertijd ging er de mare dat de aanpassingen puur economisch ingegeven waren – de ingrediënten waren gewoon te duur geworden (in 2005 was de originele formule van Opium trouwens al aangepast omdat Mysore-sandelhout niet meer leverbaar was; inmiddels weer). Opvallend was wel dat de verandering van ‘Le Parfum de Scandale’ juist gebeurde een jaar nadat L’Oréal de rechten van Yves Saint Laurent-parfums had gekocht.
Twee dingen. Een: dat huidallergieën afnemen door beperking van natuurlijke grondstoffen is questionable, en dat geldt eveneens voor synthetische afvalstoffen die in het milieu verdwijnen en apart of als cocktail hun vernietigende uitwerking op ons gestel hebben.
Misschien denk ik te simpel in dit geval: spray geur op je kleding niet op je lichaam. De huid tussen mijn linkerduim en wijsvinger, waar ik al decennia geuren op test, verschilt nog steeds ‘qua kleur en samenstelling’ niet met de rest van mijn lichaam. Wat er onderhuids plaatsvindt is onduidelijk; misschien ontwikkelt zich er al een kanker. So be it. De vrienden, kennissen, buren en ‘van-horen-zeggen’-mensen die hier inmiddels aan zijn overleden – en niet bekend stonden om excessief parfumgebruik – is schrikbarend.
Twee: het vervangen met synthetische vervangers was volgens mij tevens aanleiding formules helemaal door de mangel te halen, en daardoor dus nóg goedkoper in productie werden. Jammer maar helaas: de uiteindelijke consumentenprijs ging niet mee in deze strategie. Sterker, de prijsstijging van de laatste jaren is sort of schrikbarend. Ik kan me herinneren dat de eerste Etro-geuren rond 89,00 euro waren. Inmiddels geldt voor dezelfde, inmiddels ook aangepaste versies: vanaf 130,00 euro. Nu is vaak het ‘excuus’: de alsmaar stijgende grondstofprijzen én nog erger: de steeds vaker plaatsvindende rebranding, restyling en upgrading van een merk (waar de gemiddelde consument niet echt om vraagt).
Iets anders: dat een parfum te duur kan zijn, is natuurlijk een absurde aanname. Wie bepaalt dat, wat zijn de uitgangspunten? Ik geloof wanneer je dit als merk duidelijk communiceert, consumenten er geen moeite mee hebben. Helemaal anno nu: geld speelt bij een steeds groter wordende groep absoluut geen rol. Sterker, het is voorwaarde geworden voor de aanschaf van een geur hoor ik in weldoorgeruikte kringen. Waardoor je je nu vaker kunt afvragen of parfum wordt gekocht om de prijs & naam in plaats van de inhoud.
Waarom al dit geurgezeur? Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat ‘de wereld zich overgaf aan’ Opium – een vaak gebruikte slogan. Over de geschiedenis, de herinneringen en wat het voor de parfumwereld betekende, daaraan kun je een parfumpodcast wijden. Aan de verandering en de teleurstelling daarover trouwens ook (neem alleen de reactie van Estée Lauder).
In ieder geval, ik denk een crowdfund-actie te starten en/of petitie aan L’Oréal aan te bieden voor een (eenmalige) originele versie vanwege dit jubileum. De onlangs gekochte vintage halfgevulde eau de toilette-versie op Marktplaats doet me sterken in dit voornemen.
Niet om mezelf op de schouders te kloppen, maar in mijn serie die ik ooit voor Skins maakte zat een upcycle-versie van Opium genaamd (PS)Perfume State als knipoog naar toen op zijn hoogtepunt zijnde IS (Islamic State). Één koper vond dat die beter was dan het origineel. Trots, maar te veel eer.
Wat te doen tot die tijd? Een bestelling doen op www.fragrancerevival.com? Opgericht in 2008 opgericht onder de naam Scentmatchers – een familiebedrijf dat inmiddels meer dan 210.000 flessen (!) ‘uitgefaseerde’ parfums verkocht. Teaser: ‘Onze ervaring stelt ons in staat elk parfum te proberen; sommige van onze grootste successen werden als onmogelijk beschouwd’. Klinkt veelbelovend, maar toch. Ondanks dat de prijsverlaging van 119 naar 98 dollar (100ml), durf ik het niet. Geloof ik het ook niet, gezien het bedrijf bijna alle verdwenen geur zogenaamd weet te hercreëren. Ik wacht eerst af wat mijn geplande acties gaan opleveren ;->
Nog even: de sensatie van vintage Opium. Je ruikt nog zo goed, nog zo mooi de klassieke rolverdeling in geuren, de verschillende lagen. Hoe meer je je erin verdiept (vaak gedaan) hoe meer je de verschillende noten eruit haalt en hoe mooi ze op elkaar reageren en met elkaar jongleren. En als de basis naar verdwijnen neigt, dan ruik je het wonder, het wonder van parfum in het algemeen. Dat zoveel ingrediënten harmonieus weten te versmelten en zoiets onvoorstelbaars en ongrijpbaars weten op te roepen – een bevestiging dat ‘echte’ parfumcreatie een kunstvorm an sich is.
Van de taltijke, eenmalige variaties verschenen op Opium, is me Fraîcheur d’Orient uit 1998 (toen de parfumindustrie op velerlei gebied aan het doordraaien was) bijgebleven: een zonnig thema toegevoegd zonder dat de sensuele warmte werd opgeofferd. In gedachten zie ik een door de zon goudgerande oase waar de Shamal golven in de zandvlakte tekent. En moet denken aan David Bowie’s The Secret lift of Arabia – wat parfum al niet vermag.
Er zijn mensen die de 2009-versie (bijna) even geweldig vinden als het origineel. Tja. Ik zeg dan: ‘Wat je niet (echt) hebt gekend, mis je ook niet (echt)’. Geldt tegenwoordig voor zoveel. Ik noem slechts één: ‘vroeger’ roken lente- en zomerweiden anders dan nu – heb je het gehoord Caroline van der Plas met je nog maar drie zetels, maar toch? Opgegroeid in de landelijke omgeving van Enschede, gevolgd door een leven in Amsterdam en Brussel, woon ik sinds tien jaar op het Drentse platteland, dus weet ik waarover ik het heb.
Een van mijn vreemdste ontdekkingen van de laatste tijd: de couturelijn ‘in geuren’ van Daniël Hechter – gelanceerd tussen 2013 en 2018. Wie of wat was hij ook alweer? Een bedachte naam of een real life person? Het laatste. Hij was ooit invloedrijk, want met zijn sportieve casual wear geldt hij – inmiddels 87 – in de jaren zestig als de uitvinder (nee, niet Pierre Cardin, nee, niet Yves Saint Laurent) van de prêt-â-porter uiteindelijk bij hem uitmondend in oerdegelijke, slaapverwekkende confectie in de jaren zeventig, tachtig, negentig en ga zo maar door. You want proof. Zie: www.hechter.com.
Terzijde: hij was eveneens president van Paris Saint-Germain (1974-1978) waarvoor hij eveneens het beroemde thuisshirt ontwierp.
In parfumkringen kan hij zich op een ander wapenfeit roemen: leverancier van, volgens mij de eerste, chique designer ‘Vaderdagsgeur’ voor een spotprijs: Caractère. Gelanceerd in een tijd – 1989 – toen de ‘verluxing’ van parfum nog in de kinderschoenen stond. In ieder geval bij producent L’Oréal. Sloeg in als een bom. Drie jaar later deed L’Oréal het dunnetjes over, maar dan voor vrouwen met Maroussia (gemaakt door de Nederlandse neus Martin Gras die ook verantwoordelijk was voor Vivienne Westwoods Boudoir) van die ‘vage’ couturier uit Rusland: Slava Zaitsev.
Maar hoe kom ik anno nu bij Hechter terecht? Zal wel te maken hebben met mijn groeiende weerstand tegen de overproductie van geuren in alle denkbare categorieën (met name niche). Deze frustratie voert me de laatste tijd naar ‘dump’-verkoopsites waar eens met veel bombast geïntroduceerde geuren, uit de gratie geraakte ‘dromen in flacon’, creaties die niet aan de verwachtingen konden voldoen of geuren gewoon zonder al te veel verwachtingen gelanceerd (ofwel, de we-zien-wel-categorie) spotgoedkoop worden aangeboden.
Enter de couture-lijn van Daniel Hechter. Ik kon mijn ogen eerst niet geloven, moest lachen. Helemaal toen ik de ramsjprijzen op www.parfumcenter.nl zag. Met name Cuir Sensuel (niet te verwarren met de gelijknamige geur van The Merchant of Venice) trok mijn aandacht gezien leer mijn favoriete tak aan de parfumboom is: 100 ml van € 19,95 voor € 14,95. Gemaakt voor niemand minder dan Francis Kurkdjian. In dezelfde lijn: Indigo Blue (neus: Bruno Jovanovic), Sport (een duo-performance van niet de minsten: Mark Buxton en Olivier Cresp), Black (heb je hem weer: Francis Kurkdjian nu in samenwerking met Jérôme di Marino) en Cotton Chic (leuke, slimme naam by the way en bedacht door, heb je’m nog één keer, Francis Kurkdjian).
De eerste drie besteld plus 30 ml Green Tea Scent van Elizabeth Arden (alsof de duvel ermee speelt, want ook made by Francis Kurkdjian) ook voor een weggeefprijs, plus wat afgeprijsde douchegels.
Vreemd alleen is dat ik geen info van de ‘officiële’ presentatie kan vinden. Niet in woord, niet in beeld. Misschien viel het samen met de Hechter Premium Line die – aldus www.worthpoint.com – ‘haute couture met bijpassende prijskaartjes aanbood’.
Wat geeft het. Wel misschien hoe je deze couturelijn moet classificeren. Niche, net-echt-niche, net-niet-niche, instapniche, maakt-niet-uit-niche? Hoe het ook zij: de geuren zijn goed, zeker met de prijs in gedachten, en daarvoor zijn nog steeds heel veel Nederlanders te porren. Ben trouwens wel benieuwd wat de prijzen waren bij de lancering óf ze dat direct tegen deze bodemprijs werden aangeboden (de we-zien-wel-categorie dus).
Grappig, of hoe je het ook wel noemen, de dop van de couture-lijn zat ook al op de geur XXL (1997). En die vond ik toen eigenlijk niet passen. Te chic voor mijn gevoel met zijn Brancusi-achtige vorm. Op de Couture-lijn past hij beter.
Nu de geuren. Cuir Sensuel. Een eau de toilette. Elegant en robuust tegelijkertijd. Niet echt heavy leer, meer – inderdaad zoals de naam het al zegt – sensueel leer. Zéér klassiek in opbouw: dus bergamot in de opening vermengd met citroen, sinaasappel en petitgrain. Lekker dat vleugje lavendel erbij. Vervolgens komt het leer, op de achtergrond sterk begeleid door patchoeli, voorzichtig op gang. Hat gaat vervolgens niet roken en ronken. Ik vermoed ook cistus labdanum in de basis maar die wordt niet vermeld.
Indigo Blue (eau de parfum) lijkt wel een klassieke Kenzo-mannengeur. Eerste indruk: een aquatische en spetterende golf op fougère-basis waarin citroen, munt, bloemen en kruiden aan het jongleren zijn. Gevoel: groenig-blauw, algachtig, onder water. Niet makkelijk om de bloemen er specifiek uit te plukken, zal wel weer zo’n totale bloemenformule zijn geleverd door de ingrediëntenproducent.
Geldt idem voor de kruiden (ik meen een vleug van rozemarijn te bespeuren). Geeft een fris na-douche-effect zonder dat de cleane witte musk het wint van het warme hout. De geur doet op een bepaalde manier vintage aan, want sterk leunend sterk op de aquagolf uit de jaren negentig onder aanvoering van Davidoffs Cool Water (1988) die onlangs ook met een indigo-variant (2025) werd uitgebreid.
Sport (eau de parfum) is volgens mij een oude formule uit 1999 gepromoveerd tot ‘couture-geur’. Heeft in ieder geval, iets wat je niet zou verwachten, meer diepgang dan Indigo Blue. En is eigenlijk geen sportgeur voor mijn gevoel. Komt door a: een opvallende lactone-noot die de geur een sluier van zachtheid geeft en b: het bredere van palet aan ingrediënten. Meer extra’s in alle lagen. Dus in de verplichte opening van citroen, bergamot en munt, ruik je ook de kamferachtige, licht zoet-groenige noot van alsem. In het hart geeft een specerijeninjectie van kruidnagel en peper de bekende bloemencombi jasmijn en roos een pittige opwaardering die in basis naast sandelhout en patchoeli extra accenten krijgt door leer, eikenmos, patchouli en vetiver. Maar alles in bescheiden verhoudingen. Geen niche, maar wel verrassend.
Ik ben zelf uitgekeken op dit soort geuren, maar de gemiddelde ‘Vaderdagman’ zal het weten te waarderen, vooral ook omdat de geur Sport heet en dat geeft het iets casuals, maakt het minder ‘arrogant’ dan bijvoorbeeld een oudh-elixer. In de Couture-collectie verder nog Jeans Brut (inderdaad door Francis Kurkdjian) en Velours Intense (neus onbekend), maar ik vermoed…
Delphine en Alexandre Arnault met vader (fluisterend tegen zoon) bij de inauguratie president Trump
Soms vallen dingen decennia later op zijn plaats. Zoals deze – voorafgegaan door wat privé-opschepperij: Geurengoeroe heeft onder zijn ware naam – Erik Zwaga – in 1998 Bernard Arnault voor het eerst aan het Nederlandse volk gepresenteerd met een portret van hem in HP/De Tijd. Titel: Wolf in Kasjmier.
Uit mijn research, kan ik me nog herinneren, bleek dat monsieur Arnault toen al behoorlijk rechts van het politieke midden stond. Dus toen François Mitterand in 1981 president werd, besloot Arnault te emigreren naar de Verenigde Staten omdat hij daar als beginnend zakenman niet gedwarsboomd zou worden door allerlei veronderstelde antikapitalistische maatregelen geïnitieerd door de nieuwe socialistische regering in Frankrijk.
Een taxichauffeur in New York deed hem van mening veranderen – zo gaat het verhaal. Op Arnaults vraag: ‘Waar denk je aan bij Frankrijk?’, antwoordde die: ‘Dior!’ Als zo’n eenvoudige man deze naam – nog – kent, dat betekent dat het nog potentie heeft. Dacht Arnault. De rest is geschiedenis: Arnault is inmiddels algemeen directeur van LVMH, een jaarlijks te veel miljarden omzettend conglomeraat van luxebedrijven waaronder Dior. Terzijde: is Dior nog wel een luxemerk te noemen ondanks zijn haute couture, maar dat is een ander onderwerp.
Nu door naar de inauguratie van Donald Trump in 2025. Wie was een van de genodigden? Yep, Bernard Arnault, die en passant de Europese staats- en regeringsleiders opriep – nadat Trump zijn protectionistisch tariefoffensief was begonnen – de handelsspanningen met de Verenigde Staten op een ‘vriendschappelijke’ manier op te lossen. Niet zo vreemd dit verzoek: LVMH genereert 25 procent van zijn omzet in de Verenigde Staten en die zit behoorlijk in een neerwaartse spiraal, ondanks de overname van de juwelier Tiffany’s uit New York.
Lang verhaal kort: Arnault is al sinds de eerste ambtstermijn van Trump very intensief rubbing shoulders met hem – dochterlief Ivanka bedankte op haar socials Dior voor haar nieuwgemaakte fifties vintage haute couture deux pièces voor pappa’s tweede inauguratie-feestje. En monsieur Arnault blijft er alles aan doen om maar niet in ongenade te vallen. Zoals, een klein detail, maar toch: tijdens de renovatie van Louis Vuittons flagshipstore in New York huurde het een pand van de Trump Organization aan de overkant van 57th Street voor de tijdelijke winkel.
Daarnaast belooft Arnault flink te investeren in de Verenigde Staten. Dit weer tot ongenoegen van de Franse president Macron, dit sinds de tweede verkiezing van Trump tot president heeft opgeroepen tot een stop op Amerikaanse investeringen door Franse en Europese bedrijven.
Waarom schrijf ik dit allemaal? Om een kwestie voor te leggen. Kan een parfum kopen een politieke of principiële keuze worden? Ik ga ervan uit – excusez volgend arrogante vermoeden – dat de meeste consumenten hier niet bij stilstaan (hoeven dat natuurlijk ook niet). Ik bedoel: ben je niet bepaald gecharmeerd van wat Tariff Trump allemaal al zo doet, dan kun je bijvoorbeeld stoppen – als symbool – met het kopen van producten – in ‘ons’ geval – parfums van Amerikaanse makelij.
Bijvoorbeeld de merken die onder The Estée Lauder Companies vallen. Inmiddels meer dan je denkt: naast haar ‘eigen’ geuren ook Aerin (supertut-hola geuren van Estée’s kleindochter), Aramis (nieuwste geur, over creatieve armoede gesproken, Intuition, was dat ooit ook niet een geur van…?), By Kilian, Tom Ford, Le Labo, Frédéric Malle, en Jo Malone. Nieuwste acquisitie: Balmain Parfums.
In plaats van America Fragrance First, ‘dan maar’ overstappen op geuren van Europese snit? Men neme die van Kenzo, Guerlain, Dior, Francis Kurkdjian, Givenchy, Bulgari, Celine, Officine Universelle Buly, Fresh, Marc Jacobs, Loewe en Acqua di Parma. Maar die vallen allemaal nou nèt weer onder LVMH, dus Bernard Arnault. Als SuperTrumper geraak je in ieder geval niet in gewetensnood: keuze te over.
Wat ik me ondertussen wel afvraag: wat vinden de LVMH-labels met al die hippe, ‘inclusieve’ en ‘woke’ ontwerpers aan het hoofd zelf van deze hielenlikkerij, het belangen behartigen van hun baas der bazen? Men neme ‘celeb designer’ Pharell Williams voor Louis Vuitton. Heeft die een zwijgplicht, mag die geen politieke statements – meer – maken of interesseert het deze Afro American allemaal niet?
Iets anders: als je alleen de parfummerken van LVMH en The Estée Lauder Companies optelt, dan heb je al een groot deel van de cake te pakken. Neem daarbij L’Oréal – heeft u even: Aesop, Giorgio Armani, Azzaro, Cacharel, Diesel, Kiehl’s, Lancôme, Ralph Lauren, Yves Saint Laurent, Maison Margiela, MiuMiu, Mugler, Prada, Valentino, Viktor & Rolf plus Atelier Cologne.
Neem daarbij Puig met kassakrakers als Gaultier en Rabanne. Met klassiekers als Nina Ricci, Carolina Herrera (wat een baggergeuren lanceren die as we write), Alfredo Dominguez. Met nieuwkomers Dries van Noten en Christian Louboutin. Met nichers als L’Artisan Parfumeur en Byredo.
Neem daarbij Coty. Neem gerust de tijd, ik noem alleen de high end-merken: Burberry, Calvin Klein, Chloé, Dolce & Gabbana, Gucci, Hugo Boss, Lacoste, Marc Jacobs, Tiffany & Co. Opvallend: inmiddels verdwenen uit deze portfolio: Alexander McQueen, Stella McCartney, Bottega Veneta – waar zijn die gebleven?
Nog een kleintje, maar toch: EuroItalia. Produceert de geuren van Cavalli, Dsquared, Michael Kors, Missoni, Moschino, Elie Saab, Trussardi, Versace en – grappig! – Atkinsons.
Bijna vergeten Interparfums. Denk aan Boucheron, Ferragamo, Guess, Jimmy Choo, Donna Karan, Lagerfeld, Lacoste, Lanvin, MCM, Montblanc, Rochas, Van Cleef & Arpels en Oscar de la Rente.
Helemaal vergeten: Shiseido en zijn ‘subsidaries’ Issey Miyake, Narciso Rodriguez, Serge Lutens, Tory Burch en Zadig & Voltaire. En daarnaast nog zoveel kleinere producenten van mainstreamparfums over het hoofd gezien.
Maar bij elkaar opgeteld, kun je stellen dat deze Big Five, Six, Seven of Eight, The Big Perf vormen. En Chanel natuurlijk! In hun wereld zijn ze even machtig als The Big Tech. Mocht je je wel eens vragen waarom het aanbod in de ketenparfumerie zo monotoon en slaapverwekkend voorspelbaar is en weinig aandacht heeft voor nieuwkomers? En als het nieuwkomers zijn, dan voornamelijk geleverd door merken onderdeel van de Big Perf?
‘Maar Geurengoeroe, naast deze ‘hofleveranciers’ van de (inter)nationale parfumketens, heb je toch ook al sinds, pak’m beet, midden jaren negentig nichegeuren? En die hebben inmiddels toch een groot deel van de koek te pakken?’
Even wat cijfers – als je AI moet geloven: ‘Hoewel de specifieke marktomvang per rapport en tijdsbestek varieert, werd de wereldwijde nichemarkt in 2025 geschat op ongeveer 2,74 miljard dollar en zal naar verwachting in 2034 5,73 miljard dollar bereiken met een jaarlijks groeipercentage van 8,54 procent. Dat is dus nog steeds peanuts – AI wederom dank u wel – vergeleken met de globale markt van mainstreamparfums: in 2024 bij benadering 50,46 miljard dollar.
Maar hoe mainstream zich nu in deze ‘best wel’ verwarrende tijden verhoudt tot niche, hoe ze elkaar wel of niet beïnvloeden, lees je in een volgende post.
Het is not done om als eerlijke natuur- en landbouwliefhebber te constateren: glyfosaat ruikt best lekker. Toch zeg ik het. Natuurlijk moet je ook ‘geen gezicht’ zeggen die kale landbouwakkers aanschouwend – bezaaid met wortelrestanten van maïs en andere niet voor de menselijke consumptie gebruikte groenten – bij ons om de hoek die, as we speak, door glyfosaat nu verkleuren.
Maar als je in alles schoonheid kunt zien (kan ik), dan zeg je met optimistische BinnensteBuiten-verwondering: ‘Prachtig dat Van Goghgeel (links op de sfeervideo), hoe sfeervol dat Rembrandt-roestbruin’ (rechts op de feel good-video). En dan die geur dus: heeft iets. Terpentijn-achtige scherpte, met vleugjes ozon, beetje stro-achtig en onbestemde zoete noten. Bottel het, label het met Comme des Garçons, et voilà: ‘Un nouveau parfum disruptif est né’.
Ik weet niet of Tom Ford het aandurft zijn stempel op iets dergelijks te zetten, maar als hij het Fucking Fabulous Part II zou noemen: zeg nooit, nooit. Want bijna alles wat Ford nu in geuren omzet, wordt succesvol. En opvallender: hij bedient niet alleen meer de verfijnde niche-consument (die haalt inmiddels zijn neus voor hem op). Tom Ford is er voor iedereen. Voorbeeld 1: onze schoorsteenveger gebruikt Oud Wood. Hij vroeg mij onlangs waarom het zo duur is. Ik antwoordde: ‘Omdat u het wil’. Hij keek me vol verwondering aan.
Zelfde ervaring met een ‘aangetrouwde’ neef: ‘Erik raad eens welke geur ik draag?’ Nou, de harde houttonen van Oud Wood kondigden zich aan voor hij binnen was. ‘Duur hè!’ Zei het trots. Maar toch ook hier: ‘Waarom Erik?’ Hetzelfde antwoord. Een zoon (16) van een vriendin van me kreeg Vanille Tobacco voor zijn verjaardag omdat al zijn vriendjes ook Tom Ford hebben. De moeder: ‘Maar de geur is dan ook erg lekker.’ Volgens haar is – op mijn navraag – Neroli Portefino onder zijn klasgenoten het populairst, maar let wel: al die Tom Fords zijn er voor speciale gelegenheden (inclusief 1 Million van Paco Rabanne). Voor daags is er Acqua di Giò. Ze eindigt haar Signalbericht met #verwendekutkinderen.
En dan nog even Tom Ford op de winkelvloer: een vriend van me kocht een nieuwe flacon (zijn derde) van Lalique’s Encre Noire – een van de beste donkere vetivers die ik ken (en goedkoopste). Even tussendoor: hoe ooit een sportversie van deze geur verscheen… Doet onrecht aan het concept, weer een treffend voorbeeld van domme marketing. Maar het ‘probleem’ nu: de geur is wederom goed. Encre Noire Sport heeft niets fladderdeflats citrus-sportiefs (behalve een sprits in de opening). Het is gewoon een light-versie die een beetje doet denken aan de slechte, geflopte 1999 Vetiver-versie van Guerlain (indertijd serieus gepresenteerd als de nieuwe update-versie van de klassieker uit 1959).
In ieder geval, die vriend kreeg van de ‘beauty-assistant’ twee proefjes mee. Hij werd toen hij verslag deed weer kwaad. ‘Koop je een donkere geur, vertel je over je voorkeuren, krijg je Guilty pour Homme van Gucci en Costa Azzura van Tom Ford mee… dan heb je toch niet geluisterd, en zo maar wat gedachteloos uit de lade gepakt. Kun je het net zo goed online kopen.’ Guilty deed hem denken aan de wc-verfrisser die bij hem op het toilet staat (een Hugo Boss) en Tom Ford gaf hij aan mij ter beoordeling. Want hij heeft niets met citrusgeuren. Ik wel.
Met Costa Azzura is niets mis. De sfeer: een en al cliché. De geur zelf: mooie heldere zonnige noten, gelardeerd met aromatisch groen en warme houtachtige ondertonen – geen witte musk-frisheid. Het persbericht: ‘Een zeebriesje mengt zoute lucht met de geur van duinen – een knapperige melange van cipres, eik en aromatische kruiden. Als zonlicht op een natte huid fleurt citrus de dennenappels en -naalden van de geur op. De amberkleurige facetten van cistus-absoluut maken de Costa Azzurra-ervaring compleet’. Ford zelf aan het woord: ‘Ik heb altijd van geuren gehouden met een transportieve kwaliteit’. Transportief… dat klinkt chic. ‘Costa Azzurra vangt de ontspannen en sexy sfeer van de Middellandse Zee – voor mij voelt het als de ultieme ontsnapping’.
Alleen is Costa Azzura voor mij geen niche, eerder massniche of anders masstige. Dit recept is al zó vaak gebruikt voor de middelste regionen van de parfumerie. De ene keer wat droger, de andere keer wat frisser, de andere keer wat groener en ga zo maar door (check double check: ik heb zelf voor mijn minimerk Re-Arrange een drieliterflacon met eaux de cologne die ik bijvul als de verkoop goed gaat met nieuwe versies die ik krijg/koop – het effect van deze transformatieve / transportieve Re-Cologne is navenant).
De ingrediënten van Costa Azzura mogen dan misschien duurder en exclusiever zijn dan het middensegment – selderijzaad, zeewier, mirte, mastiek, eik, olijfboom, oudh, wierook, ambrette – de uitkomst ontstijgt door de andere aroma’s – citroen, kardemom, lavendel, drijfhout, vetiver, vanille – het middensegment niet.
De echte niche-kenner zou met Costa Azzura geen genoegen – moeten – nemen. De prijs staat niet in verhouding tot de kwaliteit. Lange niet. Maar dat geldt inmiddels voor zoveel nichegeuren. De beginnende Tom Ford-fans zullen het hoogstwaarschijnlijk blind kopen. Tom Ford heeft een andere aantrekkingskracht: Tom Ford is vet duur, voor een nieuwe generatie vaak de enige aanleiding tot koop. En pa lijkt hierdoor een beetje zieliger, met wéér een fles van Sauvage – let’s go crazy SauvageElixir – die hij voor Vaderdag kreeg.
Ik vraag me af hoe ik toen was. Geuren bestonden, toen opa in zijn adolescente jaren was, gewoon niet op het schoolplein, ook niet op de werkvloer. Ik kreeg Antaeus van Chanel toen ik achttien was, de eerste indruk en daarna algemene ontvangst was bij mij verpletterend! Wat een volle geur, zo gelaagd, zo geraffineerd. Brutaal en toch chic. Eén van de redenen om me serieus in geuren te verdiepen.
Mijn privécollectie, 11 stuks waarvan sommige dubbel
Mona di Orio stopt. Voor altijd. I heard it through the grapevine, en zie het gisteren met een bericht op Facebook van Jeroen oude Sogtoen bevestigd. Eén van haar meest vurige aanhangers – Maria van Geuren – zei me onlangs telefonisch bij het horen van het vermoeden: ‘Dat mag niet, Erik. Wat kunnen we hiertegen doen. Moeten we niet naar de rechter stappen?’ Overdreven misschien, maar haar ongeveinsde verontwaardiging zeg iets over de indruk die Mona di Orio heeft gemaakt als parfumeur.
En als persoonlijkheid. Ook op mij. Ze is een van de weinige, zo niet de enige voor zover ik weet (correct me if I’m wrong), die als kunstenaar naar haar metier keek. Volstrekt eigen, eigenzinnig, eigengereid en volledig clichévrij. Voorwaarden voor uitmuntendheid, maar ook voor argwaan. Gestuurd door haar eigen kompas creëerde ze indrukwekkende composities.
Ik rook onlangs weer aan Oiro – zelden zo’n mooie, andere jasmijn geroken. En dat geldt voor meeste van haar creaties: het is tóch mogelijk een klassiek ingrediënt anders te laten schijnen. Haar Oudh met die wonderbaarlijke vermenging met osmanthus – de meest intrigerende oudh ever (had ik maar een extra flacon gekocht). Kon ze ook: een parfumfamilie anders laten schitteren: Nuit Noire. Chamarré – heb je ooit lavendel zo mooi in een opening geroken? Amyitus – wonder boven wonderlijk groen.
Na haar overlijden, ging het huis door, maar het ware Mona-dna, het zuivere Di Orio-gevoel ontbrak voor mijn gevoel. Kan ook niet. Daarvoor was Mona te eigen, niet inwisselbaar. Het was voor Fredrik Dalman een onmogelijke taak. Daarnaast: het huis koos door de restyling naar mijn idee iets te veel voor glamour (zij het beschaafd), uiterlijk vertoon en storytelling.
Wat me altijd verwonderd heeft: dat consumenten zo’n moeite hadden met ‘vintage Mona’ – haar eerste vijf geuren dus. Mensen willen, verwachten eigenzinnigheid, maar dan moet het wel lijken op iets wat ze al kennen, more of the same. Laat je blik dwalen door een nicheparfumerie: voorspelbaarheid en ‘copycatisme’ troef. Mona antwoordde ‘hierop’ met Les Nombres d’Or – is het nog niet goed! Ik laat mensen die van vetiver houden, haar Vétyver wel eens ruiken – je ziet de verbazing en het ongeloof: ‘Zo kan het dus ook!’
Stel dat Nuit Noire in 2004 door Estée Lauder was gelanceerd, of 20 jaar later door Tom Ford? Was het dan wel een groot succes geworden? Ik schrijf dit omdat ‘tegenwoordig’ nog meer mensen – mede door social media – niet een geur kopen die ze lekker vinden, maar puur om de naam (een neef van mij gebruikt Tom Fords Oud Wood (2007) niet omdat hij’m echt lekker vindt maar omdat a: omdat het Tom Ford, b: die duur is en c: ‘al zijn vrienden’ hem ook dragen). Onderschat niet deze onbewuste invloed van groepsdruk en ook niet de ‘adviezen’ van ‘professionele’ infosites (Fragrantica, Osmoz) of influencers (ook wel bekend als online gesponsorde reclameborden).
Wat ik nog steeds absurd vind: dat geen van de grote jongens uit de branche (LVMH, L’Oréal, Coty, The Kering Group), die artisticiteit en creativiteit zo hoog in het vaandel hebben staan, nooit in haar hebben geïnvesteerd. Zoals elke industrietak dat bijna vanzelfsprekend doet wanneer het uitzonderlijk talent herkent. Opvallend: Shiseido heeft het in dit geval wel aangedurfd met Serge Lutens – een van Mona’s grote voorbeelden – in zee te gaan en zijn introductie en groot maken zéér serieus genomen.
Had je Mona di Orio vanaf het begin als kunst gepresenteerd dan had ze met gemak aanspraak kunnen maken op overheids -en privéfondsen. Want veel wat nu in musea als nieuw en dus in eerste instantie als onbegrijpelijk wordt opgevat (en meestal gesponsord is) vindt in de nabije toekomst vaak pas weerklank, wordt later ‘pas’ begrepen.
Was ze haar tijd vooruit, is er sprake van een remmende voorsprong? Haar visie is in ieder geval zoveel interessanter dan al die kunstprojecten waarin parfum in een museale setting gepresenteerd wordt. Dan gaat het meestal over stank, bederf, identiteit en meer cliché-insteken die in moderne kunstkringen als geweldig disruptief dus grensverleggend gelden, maar waaraan je geen plezier en positieve verbazing aan ontleent.
Is er een parfumeur (eerlijkheid gebied: zit er nu minder bovenop, aanschouw parfum meer vanaf de zijlijn) die op gelijke voet staat met Mona? Simpel uitgelegd: krijgt Mona di Orio van mij op een schaal van 1 tot 10, een 10 dan krijgt Francis Kurkdjian een 7,5. Miguel Matos een 8 (hij kan nog groeien). Hilde Soliani vind ik ook nog steeds erg fascinerend (de New York Times has onlangs een groot interview), maar haar presentatie ziet er echt niet uit. Verder moeilijk. Ik sta open voor suggesties.
Ik vraag me wel eens af: ben ik niet te enthousiast, heb ik een blinde vlek voor haar ontwikkeld? Is het dat ik haar persoonlijk kende? Mona is bezig geweest om voor mij een parfum op maat te maken. Ik wou een schreeuwende leergeur in overdrive – ze begreep de woordspelingen direct bij de namen die ik in gedachten had: Cuirasse en Cuirrelant. Er volgden drie proeven. Bij de laatste keer gaf ze met het recept (zonder de hoeveelheid per ingrediënt) om mij duidelijk te maken wat er allemaal achter een geur stak. Tjonge, tjonge, wat rook het veelbelovend. Heel erg helaas is het er niet meer van gekomen. Ik bewaar het ‘manuscript’ bijna als een relikwie.
Ter afsluiting, fantaseer ik wat ‘ins Blaue hinein’: het bestaat nog niet een ‘parfumveiling’, maar stel dat haar formules ooit – ‘door toeval gevonden op een zolder bij een inboedel’ – op een veiling zouden worden aangeboden. Hoeveel zouden ze opleveren? Ik wist het wel. Over 80 jaar bijvoorbeeld, zou ik – indien legaal mogelijk en indien nog levend – het huis heropenen. De gelegenheid? Dan is het 100 jaar geleden dat Maison Mona di Orio werd geopend. Het is nooit te laat om in de (nabije) toekomst de wereld kennis te laten maken met een vergeten kunstenaar, een vergeten geurgenie.
En nu? Antoinette Beumer van Netflix Benelux contacteren? Wat ze vindt van een documentaire/biopic over het leven van Mona di Orio. Haar leven heeft alle ingrediënten in zich om er een streaming succes van te maken. Wie gaat haar spelen? Wat mij betreft: the one I love to hate. Lady Gaga. Kijk maar eens goed.
Zou ik nog wel een keer willen zien: de eerste collecties van State of the Art (anno 1987) en wat voor een breisels en andere confectie uit de decennia daarvoor – vanuit het Twentse Lichtenvoorde – het aan de man bracht. Zou zo maar de inspiratiebron kunnen zijn voor een vintagecollectie, want 1987 geldt inmiddels ook als vintage. Excuses: een lezer wees mij op het feit dat Lichtenvoorde niet in Twente ligt, maar in de Achterhoek. Ik had het kunnen weten: geboren als Tukker, kwam ik er wel eens.
Het persbericht vermeldt dat State of the Art naast overhemden, denim, blazers, bermuda’s, jassen en overshirts ook accessoires aanbiedt: tassen van hoogwaardig leer, riemen, mutsen en sjaals. En: ‘Om het totaalplaatje volledig te maken ontbrak er een onzichtbaar kledingstuk: ons eigen parfum’.
Even in een breder verband verplaatst: State of the Art, hoort in dezelfde rij als het van eveneens Nederlandse oorsprong McGregor (ik had een ooit geruiten blouse van ze die nu als vintage zou gelden), Gaastra (nu alleen nog actief in schoenen) en Van Gils (inmiddels een soort van begrip in het middensegment wat geuren betreft).
Goed idee: niet een van de usual suspects van de grote geurproducenten werd gevraagd voor de geur, maar een onafhankelijk nicheparfumeur: Kristof Lefebre van het indi-label Miglot uit Gent, België. Ik lees op Fragrantica dat hij in 2021 werd bekroond met de Best Made in Belgium Award tijdens de Belgian Beauty Awards – dat lijkt me gezien het aantal ‘officiële’ neuzen van Belgisch origine niet moeilijk ;-> Anyway, ik heb nog steeds een onuitgepakt kennismakingspakketje van Miglot liggen, waar ik me weldra in ga verdiepen.
Ik hoop dan wel dat die origineler ruikt dan State of the Art. Vooropgesteld: het is geen slechte geur, maar wel braaf, conventioneel en erg binnen de lijntjes. Afgaande op de uitstraling van State had ik iets meer hip & happening verwacht.
Dat van ‘geen slechte geur’ komt op conto van de houdbaarheid – er wordt melding gemaakt van een concentratie van 18 procent, maar het lijken er meer – en de kwaliteit van de ingrediënten is ook op een goed niveau.
‘Eindelijk’ weer eens een mannengeur – zit qua prijs op http://www.beslist.nl ongeveer op gelijk niveau met Blue de Chanel – waarin je patchoeli ruikt zoals het hoort: donker, vochtig, zoet-mossig zonder synthetische nagalm. Geldt ook voor de stroef-groene salie en droge peper; de warm-houtige patchoeli neemt de kruiden goed op met een krachtig-stoer effect tot gevolg. Ook weer leuk, bij goed door ruiken kun je alle smaakmakers goed onderscheiden. Geldt zeker voor de opening van sinaasappel en kardemom.
Maar dan de slogan: ‘De geur van avontuur en passie’. Hoe oudbakken wil je het hebben? Had de marketing niet iets originelers kunnen bedenken? En een geur als roadtrip? Gaap-gaap. Dat moest waarschijnlijk van de opdrachtgevers omdat ‘the journey is the destination’ een rode draad vormt in de campagnes van State of the Art: op pad in een Classic Porsche om de meest indrukwekkende natuur te ontdekken. Kwestie van kijken: bij een klassieke Porsche denk ik aan leer: stuur, bekleding, autohandschoenen. Met andere woorden: een leernoot had de geur extra kunnen sieren. Misschien iets voor een limited edition.
Wil je de link met Porsche beter begrijpen, dan moet je op www.quotenet.nl zoeken naar State of the Art. Daar vind je een in memoriam van de oprichter Albert Westerman (en hoe de zoon het bedrijf toekomstbestendig maakte). Deze zoon geeft wel een grappige omschrijving van de doelgroep van State of the Art: ‘Gericht op mannen met twee keer modaal, Audi voor de deur’.
NIET VOOR DE YSL-MODEFOLLOWER – DIE DRAAGT ‘LE VESTIAIRE’
Er mag dan veel geklaagd én gepositivoot worden over kunstmatige intelligentie, voor veel pr-medewerkers in de beautybranche lijkt me het een zegen. Hoef je je zelf als parfumpromotor niet meer te verantwoorden waarom er – wéér – een nieuwe geur van ‘je’ merk is die je – wéér – tijdens een lunch wilt presenteren waarbij – wéér – de ingrediënten van de nieuwe creatie inspiratiebron vormen voor de chef-kok. Laat je toch lekker ChatOpenAI doen!
Vraag aan deze door databases en algoritmes aangedreven slimmerd: presenteer aan de pers de nieuwe geur voor mannen van Yves Saint Laurent. ChatOpenAI antwoordt: Bedankt dat je vandaag bij ons bent gekomen voor deze opwindende en exclusieve onthulling van de nieuwste geur van Yves Saint Laurent, een iconische naam die synoniem staat voor luxe, elegantie en innovatie in de wereld van mode en beauty. Vandaag stellen we u graag het nieuwste olfactorische meesterwerk voor: de herengeur Yves Saint Laurent.
En toen: Yves Saint Laurent heeft altijd vooropgelopen bij het creëren van uitzonderlijke geuren die de essentie van moderne mannelijkheid vastleggen, en deze nieuwe creatie is daarop geen uitzondering. Deze geur is met de grootst mogelijke precisie en passie vervaardigd door onze meester parfumeurs en belichaamt de geest van verfijning en allure die synoniem is met het merk YSL.
Bij de les blijven: Zoals je kunt zien, is de fles zelf een kunstwerk. Het strakke, minimalistische ontwerp weerspiegelt de tijdloze elegantie waar YSL bekend om staat. De fles is versierd met het iconische Yves Saint Laurent-logo, een symbool van luxe en verfijning.
Concluderend: De herengeur Yves Saint Laurent is ontworpen voor de moderne man die de fijnere dingen in het leven waardeert. Hij is zelfverzekerd, verfijnd en moeiteloos stijlvol. Of hij nu een maatpak of casual kleding draagt, deze geur is zijn perfecte accessoire, versterkt zijn charme en laat een blijvende indruk achter, waar hij ook gaat.
Enzovoort, enzovoort. Wat kan Geurengoeroe nog toevoegen? Nou, dat de geur nu heel veel te zien is op televisie (met vele andere terwijl Moederdag- en Vaderdag nog niet in de lucht hangen). Maar daarnaast: reflecteert de naam bevestigend de hedonistische egocentrische selfie-cultuur waaronder de samenleving onder gebukt schijnt te gaan as we speak? Belangrijker: Yves Saint Laurent weet dat hij MYSLF zo precies/voorzichtig mogelijk met zijn mannenmode moet verenigen.
Kort door de bocht: de getatoeëerde stoere rock & roll, living down the fast lane man – door Yves Saint Laurent verbeeldt met Lanny Kravitz voor zijn eennalaatste geur Y (2017) – is hopeloos passé. Ja, jullie getrainde work out-mannen die baarden dragen, van top tot teen ge-inktprikt zijn met tattoos, op stijgerhoutkrukken bier drinken en misschien overwegen een eigen whiskymerk te brouwen, ja hipsters jullie, jullie zijn in Saint Laurents beleving hopeloos ouderwets.
Sinds een paar jaar flaneren over zijn catwalk modellen waarvan je bij sommige kunt afvragen of het wel ‘echte’ mannen zijn. Zou zo maar een vrouw of trans tussen kunnen zitten. Wat zeg je me nu? Nou, laat ik het gewoon ouderwets androgyn noemen. Ze komen deze winter in een kuitlang zwart silhouet, met af en toe witte accenten en half ontblote, graatmagere, afgetrainde bovenlijven verborgen door transparante blouse met sjaalkraag hooggehakt voorbijgelopen. Personen die deze kleren in het echt dragen en willen veroorloven, horen in de categorie ‘lifestyle’, ‘artist’, en ‘super rich’.
Het laatste waar je aan moet denken is gemiddeld, burgerlijk, doorsnee. Laten dat nu juist de kwalificaties zijn die matchen met de man die een Yves Saint Laurent bij de parfumerie koopt of krijgt van voor zijn verjaardag of andere feestdag. Dan kies je natuurlijk niet een ‘extreem’ model uit zijn recente shows als ambassadeur (die tussen ons gesproken gezwegen, nevernooitniet MYSLF gaat dragen, wél een geur uit zijn Vestiaire-collectie).
Dat is net iets te veel van het goede, te veel van het nieuwe. Weten ze bij Saint Laurent Parfums ook, dus hebben de marketeers gekozen voor een ‘gewoon’ model dat ze volgens de huidige Saint Laurent-moderichtlijnen ook in het zwart of het wit kleden. Maar dan héél basic – T-shirt, singlet, overhemd, broek, kostuum.
Zou ook een Hugo Boss-model kunnen zijn voor een nieuwe Hugo-geur. Vooral als die uit het beeld van de commercial loopt – zo gewoon, zou zo maar je buurjongen kunnen zijn, maar dan wel een heel leuke, hele knappe. Schrikt in ieder geval niet af. En de goed gevonden, erg actuele ‘social media’-naam geeft de koper een ‘ik-ben-op-de-hoogte-hoor’-gevoel.
Dan de geur. Tja, www.watzalikzeggen.nl? Een rondom oranjebloesem gecomponeerde geur op intense houtbasis. Ik ga er niet voor naar de winkel – de naam was reden van mijn nieuwsgierigheid. Maar ik durf er gif op in te nemen: de geur zal in the end gezellig clean eindigen en niet, zoals ik het liever had gezien, als een Vestiaire-geur.
Oranjebloesem op hout kan lekker zinderen. Met name als je de indolen in de oranjebloesem er niet uit zeeft. Dan gaat de geur broeien, richting zweten. Feux d’Orange (2008) van L’Occitane gaat in mijn herinnering wat dat betreft een beetje in die richting. Guerlain had ook een geflopte Aqua Allegoria – Néroli nog wat; rond 20004 volgens mij en ooit onderdeel van een Les Quatre Saisons-editie, maar kan’m niet meer terugvinden in mijn database terwijl ik de geur heb gehad – die lekker zwoel en warm was. Ik heb nog nooit echt een zweterige oranjebloesem doordrenkt met patchoeli geroken – misschien over het hoofd gezien. Vindt het wel iets voor Cartier voor zijn Les Heures de Parfum-collectie.
Correctie: het gewoon ogende model blijkt Austin Robert te zijn. Hij speelde Elvis Presley in de biopic Elvis, waarvoor hij naast een Golden Globe en BAFTA, genomineerd werd voor de Academy Award voor Best Actor. Ook lekker: Time Magazine noemde hem een van ’s werelds 100 meest invloedrijke mensen dit jaar. Niet verkeerd: hij gaat met Kaia Gerber, model én onderdeel van de social media en influencers-royalty. Dan ben je natuurlijk dubbel invloedrijk.
Dit is volgens mij de eerste keer dat ik een geur van de Hema bespreek. Hoe kan dat nou? Zit zo: ik bezocht bij tijd en wijle in pre-coronadagen het geurenhoekje van de Hema wel eens. Oink! Oink! Oink! Als er een merk is, dat de fff-beweging (fast forward fragrance) ten volle tot uitvoering brengt, dan is het wel… echt Hema.
De afgelopen jaren was het en va et vient van concepten en ideeën, die me deden afvragen zijn dit nu allemaal voorbeelden van ‘werk-in-uitvoering’-projecten waaraan nog geschaafd moet worden? De overeenkomst: meisje-meisje-lijnen allemaal even blij. Logisch, parfum moet wel parfun blijven.
Mijn bezwaar: de inhoud heeft zo weinig vandoen met ‘echte’ geuren – teenagers krijgen zo een verkeerde voorstelling van hoe die ‘eigenlijk’ zouden moeten ruiken. Hema is hierin niet de enige – heel veel merken van top tot bodem doen mee aan deze verblurring en het spelen met ‘branchevreemde’ ingrediënten.
De meest recente lancering kiest voor een andere weg: jasmin orange blossom (hip geschreven in undercast ter onderstreping van het informele en pure karakter) haakt meer in op het klassieke thema. Waarvan getuigt: de less-is-more-verpakking (à la, pak hem beet, Jo Malone) en de flacon (heeft bijna elk merk wel eens gebruikt).
Maar dan de dop: Giorgio Armani dank je wel. Maar dan de inhoud: klassieker dan klassiek en in dit geval leeftijdsloos of volwassen als je in deze categorieën gelooft. Zonder laatdunkend te willen zijn: de 30/35-plus abonnées van Libelle en Margriet (wat voor een tuthola-bladen heb je nog meer?) zullen de geur zeker op prijs (weten te) stellen.
komt wel heel snel opdraven
De naam jasmin orange blossom is wel een ‘instinkertje’ (sorry voor dit vreselijke woord; kon niet anders). Ik ruik niet echt jasmijn en oranjebloesem. Wél de zwarte bes en in mindere mater de tangerine (de mandarijnvariant oorspronkelijk gekweekt in Marokko met Tanger als de haven van waaruit ze werden geëxporteerd) in de opening.
Het bloemenduo uit zich namelijk te glad, te vlak. Ik mis van oranjebloesem de frisse kickstart en van jasmijn het volbloemige overlopend in sensueel. Dat sensuele is er wel, maar dat komt eerder op conto van vanille die net als de ambernoot, te snel om de hoek komt kijken waardoor het duo niet kans krijgt op te bloeien. Het is een top-bottom-geur waarin het hart nauwelijks klopt.
In een vlaag, bij de allereerste kennismaking in de winkel (Coevorden), moest ik denken aan L’Occitane maar dat blijkt na doorruiken toch te veel eer. Het is wat dat betreft Echt Hema! – een recente reclameslogan. Echt Hema is voor mij een soort van kwaliteit voor weinig geld, waar de glans en nieuwheid na gebruik snel vanaf gaat. Heb ik geen moeite mee; heb met de geur ook een slimfit wit T-shirt gekocht, katoengaren (met 50 procent korting) en geinige ijsvullers voor de vrieskist.
Shit, zie net op de foto die ik had genomen dat jasmin orange blossom in een naamloze serie valt; er is ook amber cedarwoord (zal wel) en orris rose. Laatste klinkt nieuwsgierigmakend in de zin van: lopen we binnenkort even om?
Ik dacht dat de parfumindustrie echt driedubbel maal vier plus een miljoen genoeg had van celeb-fragrances. Maar dan komt er een lekker gekke jonge zangeres met vreselijke persoonlijke privé-issues (vrij vertaald: opgroeien) om de hoek kijken waar haar miljoenen fans zich denken mee te kunnen/moeten identificeren. Gisteren hadden deze fans zelfs in Amsterdam de kans al voor haar optreden flauw te vallen vanwege de ondraaglijke hitte.
Dus succesvol, dus kassa, dus – ja hoor – producenten staan in de rij om haar een fantastic fragrance fancy aan te bieden. Let wel, hier spreekt een ouwe lul die zich toch nog niet aan de indruk kan onttrekken dat het concept nogal liefdeloos en hapsnap in elkaar is geflanst.
Eerste associatie: dat mallotige merk Les Beaux Arts waar – letterlijk – de buitenkant belangrijker was dan de inhoud. Resulterend in over de flacon ‘uitgelekte’ lichamen die je een esthetisch, artistiekerig idee van een kunstparfum moesten geven. Ik heb nog eens goed gekeken: de vergelijking gaat eigenlijk niet op. Maar iets klopt.
De flacon dus: alsof de guillotine in ere is hersteld. Waar staat zo’n doorgesneden hoofd voor? Ik wil niet weten wat de pr-marketingmachine hiervoor allemaal voor bedacht heeft. Dualiteit, gespletenheid, het afgesneden voelen – zal toch wel niet?
Trouwens, ik wil de geur niet eens ruiken. Heb mijn grenzen. Ja hoor, the usual suspects. Ja hoor, zoals gewoonlijk staat alles mooi op papier. Gesuikerd rood fruit (voor vrolijke adolescenten) in de opening met mandarijn. Het hart: hoe eerder we bij een gourmand-drydown zijn des te beter. Dus roos, aan de kant, moven, opschieten, hurry hurry, vanille, cacao, tonkaboon, musk en meer blur- bevorderende zwoelmakers nemen de boel over. Volgens mij is de afronding synthetisch-wise killing, moet haast wel voor dat geld. Blijkt deze première toch too heavy, too sensual (kan me niet indenken, maar toch) een ‘eau fleuri’-variatie is snel in the making.
Ik had uit ‘het nieuws’ begrepen dat Billie nogal eigenzinnig en onafhankelijk was. Blijkt niet uit deze snel neergezette geur. Mocht Ellish toch niet aanslaan, misschien kan ze dan haar naam verbinden aan producten die haar ‘demons & enemies’ (leuke naam voor tweede geur) kunnen weghouden, onderdrukken en wat zo niet al. En bij Action is altijd ruimte op de plank. Daar zag ik ooit Fame (is dat al weer tien jaar geleden?) van Lady Gaga staan voor zes euro nog wat – plus gratis Lady Gaga-zonnebril! Zelfs daar hadden haar ‘little monsters’ geen zin in.