Ik heb het vermoeden dat Miller et Bertaux vaak naar India afreizen om inspiratie op te doen. Ze zijn natuurlijk niet de enige ontwerpers. Heel wat creatievelingen en gewone boeren, burgers en buitenlui zoeken vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ‘de grootste democratie ter wereld’ op om zich te bezinnen op hun verstarde westerse denkpatronen. Bevrijd en blij komen ze terug (soms bleven ze steken in een commune) om hun vernieuwde inzichten te delen.
Alleen, deze verrijking verwerken in geuren dat deden weinig tot nu toe. Je laten inspireren voor een geur door India is wat anders dan daadwerkelijk de geuren van het land verwerken. Nou, bij Shanti Shanti doet het dus niet alleen qua naam, ook qua inhoud. En dat wordt met veel licht en ‘verlichting’ gedaan.
Shanti is afkomstig uit het Sanskriet (uit het heilige boek Atharva-Veda) en betekent rust, innerlijke vrede en ‘ik groet het licht in jou’. Twee keer uitgesproken, twee keer meer kans om deze gewenst gemoedstoestand te bereiken?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Lang geleden, voordat ik zelf naar vertrok, kreeg ik van een vriendin die ook naar India was gegaan ‘om zichzelf te vinden’ bij terugkomst een sierlijk houten kokertje met daarin een rozenattar. En die lijkt ‘als twee druppels’ op Shanti Shanti, een aangename geur omdat de roos (in dit geval de Bulgaarse variëteit) niet te overweldigend wordt.
En dat komt door de combinatie in de basis met melkig sandelhout – een geliefde parfumcombinatie in ‘simpele’, lokale Indiase geuren. Verder aan ‘typische’ Indiase ingrediënten: kardemon (neem je lichtjes waar – op de foto) en patchoeli (idem).
Voor de zachte noot staat de iris garant en voor het licht ‘opheffende’ effect, roze peperkorrel. Mooi, elegante en serene roosgeur met hoog rustgevend gehalte.
RUIK & VERGELIJK
Weet het even niet. Dit is zo’n geur die door zijn ongeveinsde, maar klassieke uitstraling een beetje uit de gratie is geraakt. Parfums Montale heeft er ook een paar in de aanbieding, maar die zijn weer zo overweldigend wat de roos betreft. Daarom de eerste geur die ik van Miller et Bertaux heb beschreven.
De herkomst van deze humoristische/cynische naam is niet van Andy Warhol zelf, maar genoemd naar een artikel in het magazine Glamour waarvoor Warhol een van zijn eerst betaalde illustraties maakte in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Pas in de jaren tachtig – toen het grote, brutale en vaak scrupuleuze zaken doen verheerlijkt werd; denk Donald Trump, de film Wallstreert en de tv-serie Dynasty – zou de kunstenaar zelf ervaren wat het is om succesvol te zijn in New York en de rest van de wereld.
Voor hem werd het dollarteken het ultieme symbool succes, aanzien en van ‘onze’ constante jacht op het grote geld. En dus begon Warhol ze aan de lopende band te ‘drukken’ op canvas en papier. Je ziet de Warhol-dollars nu ook terug op de flacons van Success is a Job in New York als ‘hommage aan de jaren tachtig-idealen van succes en het grote geld’, aldus Laurice Rahmé oprichtster van N°9 New York (meer weten zie: Bleeckerstreet). Ze besloot tot deze naam omdat volgens haar geld het enige ding is waar het iedereen altijd aan ontbreekt over de hele wereld. En nu met de crisis helemaal. Neem daarbij het tekort aan banen: ‘Op deze manier geven we iedereen het’.
Is dat niet cynisch in deze economische verwarrende tijden? Rahmé: ‘Andy Warhol was erg beroemd en werd erg gewaardeerd om zijn unieke gevoel voor humor. Ik geloof we juist op dit moment mensen moeten helpen om ze te laten lachen, en waarom niet grappig zijn tijdens moeilijke tijden’. Belangrijk is het volgens Rahmé dat Success is a Job in New York ons herinnert aan overvloed en gemak tegelijkertijd, en herinneringen terugbrengt van die goede oude tijd. Tja.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
En wat doe je dan als neus? Je stelt een geur samen op basis van het gourmandprincipe. Warm, ‘eetbaar’ en comfortabel als een doos fijne bonbons, fluwelen hoofdkussens, een kasjmier sweaters of grandes foulards. Nou dat is Success is a Job in New York. Sterker: het is een pittige maar supersensuele en superzachte caramelsensatie – right in the face – waarachter zich bloemen en groene noten verbergen.
Nadeel van gourmandgeuren is vaak dat ze, onbedoeld, veel maskeren. Niet makkelijk om vooral het bloemenhart (jasmijn, tuberoos, roos) goed te nemen. Moet je even de tijd voor nemen. Je wordt als het ware bij opening direct naar de basis van pruim, patchoeli, amber en heel veel vanille (foto) getrokken. Dat is aangenaam. Vooral bij grauw weer. Open haard aan, kaarsje aan, glaasje port binnen handbereik, kasjmierdeken om en Success is a Job in New York.
Eenmaal op langer de huid dan ontdek je dat de zoetheid van de vanille meer gelaagd is, wordt getemperd door een aangename kruidigheid van peper, koriander en kardemon. En ontdek je ook de lichte mandarijnnoot die door de geur dwarrelt. Het opgevoerde bergamot ontgaat me. Zit Success is a Job in New York nog langer op de huid, dan komen de bloemen sierlijk uit de caramel tevoorschijn.
RUIK & VERGELIJK
Voor mij is Success is a Job in New York een neo-chypre door zijn nadruk op vanille en patchoeli in de basis ‘verwarmd’ door amber.
Parfumerie Générale 05 L’Eau de Circé (2004)
Serge Lutens Chypre Rouge (2007)
Guerlain – Les Elixirs Charnels – Chypre Fatal (2008)
Lancôme Hypnôse Senses (2009)
Guerlain – Un Parfum, Une Ville – Paris-New York (2009)
‘Hij is new wave, maar dan op de old school-manier’. Zegt Joop! over het gebruikersprofiel van de Splash-man. Ik weet niet precies wat ik me hier bij moet voorstellen. Ik denk bij new wave aan de muziekstroming begin jaren tachtig (van de vorige eeuw) met de bijpassende kledingcodes: zwartwit en geïnspireerd op de rock & roll van de jaren vijftig. Denk The Specials… ‘one step beyond’. Misschien is het de uitdagende manier van deze ‘sexy, urban enthousiasteling die aangenaam brutaal, gedurfd een uitdagende attitude laat zien’. Het geeft hem in ieder geval volgens Joop! een voorsprong. Verleidelijk is hij zeker, en deze door velen jonge mannen gewilde uitstraling wordt nog eens versterkt als hij Splash op zich splasht: een sensuele adrenaline, een uitbarsting aan energie en frisheid komt dan vrij.
Dat maakt hem volgens Joop! ‘zelfverzekerd en roekeloos… hij vraagt zich constant af hoe ver hij kan gaan’. En dat wordt uitgebeeld in het verhaal bij Splash: het is extreem heet de stad, dus gaat de Splash-man op zoek naar verkoeling. In een hotel. Vrouwen kijken hem na omdat hij dat overdonderende iets in zijn tred heeft. Maar geen airco in het hotel. Ook geen stromend water in de douche, maar goed dat er Splash is.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Leuk omschreven: Splash is zo ‘fris en krachtig als een golfbreker op een snikhete zomerdag’. Technisch omschreven: ‘verbazingwekkend gestructureerd, energiek en contrasterend geurenpalet dat al pulserend de ruwe emoties versterkt’. Opvallend: de lichtgroene toets van de geur die lijkt te borrelen en te bruisen als zuurstofbellen (pakkend verbeeldt door de flacon). Opgeroepen eerst door wild ‘cassowary’-fruit (dat voornamelijk wordt gegeten door de vogel met dezelfde naam). Hoe dat ruikt, is mij onbekend… ik ga uit van groen. Maar dat kan ook de ‘krokante mix van groene koriander’ zijn.
Fris-groen, groen-fris is Splash zeker. Met name in het hart door calypsone – een synthetisch ingrediënt dat de geur van lelietje-van-dalen en meloen ondergedompeld in een ozonbad combineert. Nog meer fris-groen genot. Nog groener wordt het met kardemon. Dit alles wordt afgerond met cederhout en cistus labdanum. De eerste geeft Splash zijn mannelijke touch, de tweede garandeert een lichte dosis sensualiteit.
RUIK & VERGELIJK
We gaan terug in de tijd. We gaan terug naar de eerste geur van Wolfgang Joop!
Of ze echt bestaan heeft, daar zijn historici het nog steeds niet over eens: de koningin van Sheba. Over haar wordt geschreven in de Hebreeuwse bijbel, het Nieuwe Testament en de Koran. In het laatste heilige boek wordt ze Balkiss (of Balqis) genoemd. Eén historicus – Titus Flavius Josephus – weet haar bijna exacte geboortedatum: 5 januari 1000 v. Chr. Ze regeerde over Arabia Felix (het huidige Yemen) en zou eens met groot gevolg en met karrenvrachten vol geschenken naar koning Salomon van Israël zijn gereis om te luisteren naar zijn wijze woorden. De ene historicus zegt dat ze geliefden werden, anderen bestrijden het. Kortom, ze blijft in mysteriën gehuld, en dat verklaart waarom haar naam ook nu nog tot te verbeelding spreekt. En als je de naar haar vernoemde ouverture hoort van Georg Friedrich Handel, dan denk je bijna dat ze zowaar voorbij komt in haar grootse staatsie….
Want noem haar en het grote sprookjesboek opent zich vanzelf, ook in de wereld van geuren: ‘Er was eens een neus – Céline Ellena – die een chypre wou maken, alleen was ze een beetje ontrouw. Ze besloot namelijk om de traditionele eikenmosnoot in de basis – ook wel bekend als evernyl – te vervangen door het groen van viooltjesblad. Zouden de klanten het geloven en met Sublime Balkiss weglopen? Nou geurengoeroe wel, al was het alleen maar omdat Sublime Balkiss een zeer goed geslaagde exercitie is, want…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
… direct bij aanbrengen krijg je al een all over-impressie van een oude chypre (heel knap gedaan) om vervolgens een glimp op te vangen van de donkere en aardse patchoeli- en groen viooltjesblad-basis. En dan, heel merkwaardig, word je in Sublime Balkiss ondergedompeld in een bad van braam, zwarte (cassis) en blauwe bes. Zelfs paarse bes, maar die bestaan volgens mij niet. Jezus, wat lekker. Nog nooit zo rijk, nog nooit zo overvloedig bes geroken. Zoet, donker, beetje likeurachtig – crème de cassis.
En dit gaat heel mooi samen met de zoete centifoliaroos (rosa damascena). De bloemige frisheid van de sering neem ik lichtjes waar, maar die wordt – eerst – een beetje overschaduwd door de roos en later door de aardse noten van de basis, maar kun je na verloop van tijd toch duidelijk onderscheiden.
Céline zegt voor Sublime Balkiss twee soorten patchoeli te hebben gebruikt. De klassieke soort en een nieuw ‘uitgepuurde’ versie die een lichte cacoanoot zou hebben. En dat verklaart wellicht de zoetheid – ook in de afronding – die een beetje aan vanille doet denken.
Je ruikt allerlei herinneringen aan geuren: een beetje Angel van Mugler (1992) wat betreft de ‘cacoa-patchoeli’, een beetje Midnight Poison van Dior (2007) wat betreft de roos en patchoeli. Zelfs een beetje de geur waar voor het eerst de zwarte bes in zulke grote hoeveelheden werd gestopt: Hermès Amazone Eau de Fraîcheur (1996). Toch staat Sulbime Balkiss eigenzinnig op zichzelf. Volgens mij een nieuwe klassieker in wording.
RUIK & VERGELIJK
Dat Céline Ellena ‘stiekem’ geen eikenmos wou gebruiken voor een chypre, heeft te maken met het feit dat eikenmos nauwelijks nog gebruikt mag worden in geuren, vanwege kans op huidirritatie (1ml op de 100ml). En ze is niet de enige. Steeds meer huizen richten zich op de nieuwe chypre – ook wel roze/neo chypre genoemd – waarin de het eikenmos wordt vervangen door patchoeli, iris, vanille en harsen. Zoals recent:
Weer zo’n merk dat ik al lang geleden had moeten behandelen. Maar het kwam er niet van. Hoewel ik ooit twee flacons kreeg toegestuurd die verloren zijn gegaan. De reden: de presentatie. Een beetje pover in vergelijk met de ‘rest’ die de twee mensen – Marina Sersale en Sebastián Alvarez Murena – achter het label ook doen: runnen van het vijfsterrenhotel Le Sirenuse in Positano op Amalfi in de Middellandse Zee. Had ik daar doorheen kunnen kijken, dan had ik al langer kunnen genieten van geuren die worden gewaardeerd om hun eigenzinnige niche-verfijning.
De twee mensen: Sebastián Alvarez is Argentijn. Op zijn visitekaartje staat journalist en entrepeneur. Dat laatste doet hij onder andere met Marina Sersale (voormalig filmmaker en -producent) voor Le Sirenuse. Zij is dochter van een van de vier adelijke Sersale-broers die in 1951 besloten hun 18de eeuws familiepaleis te veranderen in een hotel, dat nu geldt als ‘de essentie van Italiaanse stijl’. Om het vijftigjarig bestaan hiervan te vieren, werd te midden van alle feestelijkheden een geur onthuld: Eau d’Italie. Een enorm succes, dus werd naam van de geur, naam van een nieuw parfumhuis.
Sienne l’Hiver is een romantisch. Wil zeggen: het wil beelden oproepen van van Siena, de ‘historische’ stad in Toscane met zijn rijke verleden, tijdens de winter. Je ruikt geen citrus, cipres vermengd met bloemen. Het lijkt een geur ‘achter gesloten deuren’. Het leven op straat is tot stilstand gekomen. En besluit je dan een wandeling te maken door de verlaten straten, dan ruik je – als het goed is – een melange van zachte, aardse en zelfs een beetje muffe (gunstig in dit geval) noten lichtjes verwarmd door de winterzon. Verdiep je je meer in Sienne l’Hiver, dan merk je dat je een nieuwe, niet vaak geroken sensatie opsnuift die ik niet anders kan omschrijven dan ‘hartig gourmand’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Misschien denk je: ‘Wat is hier zo bijzonders aan?’ De reden: Sienne l’Hiver is onbestemd en ‘onduidelijk’ omdat het geen gebruik maakt van duidelijke herkenbare en bekende ingrediënten en niet wil opvallen met goedkope knaleffecten. Het geheim van Sienne l’Hiver volgens mij: de combinatie van iris (stroef-zacht, poederig) en wierook (rokerig en melkachtig) ‘zacht gemaakt’ door witte truffel (foto). De neus gebruikt voor laatste dimethylsulfide, ofwel een chemische verbinding van maïs, kool, rode biet en zeedieren en -planten. Het effect: een ‘ongename’ geur die ruikt naar gekookte kool (heb ik nooit vies gevonden) en soms gebruikt als smaakmaker in de voedselindustrie.
Interessant: iris en wierook bedekken deze ‘koolgeur’ waardoor een aardse geur overblijft die je associeert met paddenstoel en truffel. Die een sensueel-warme en romige ondertoon krijgt door witte musk, cistus labdanum, hooi (ofwel coumarine) en guaiac (hout ruikend naar roos en viooltje).
De fris-groene opening met geranium, ‘varen’ en viooltje in de opening verdwijnt snel. Laatste bloemeke komt trouwens wel terug als Sienne l’Hiver langer op de huid zit, mede dankzij guaiac. Merkwaardig: volgens de ‘gevaarlijke’ en invloedrijke perfume critic Chandler Burr van The New York Times zit in Sienne l’Hiver ook mimosa en natuurlijk civet. De eerste zou volgens hem verantwoordelijk zijn voor het ‘oily green-and-black-olive aroma’, de tweede voor ‘right touch of the sweaty armpits of the merchants and traces of leather from the guards’ saddles and the sweat in their horses’.
Mimosa ruik ik niet echt, wel een heel licht-bloemige noot. Civet idem. Of in zulke kleine hoeveelheden en getemperd door de overige ingrediënten, zodat het waarlijk animale effect verloren gaat. Het is volgens mij het ‘officieel’ opgevoerde cistus labdanum. De hars van het zonneroosje met haar ambergris-achtig parfum. Eén ding is zeker: als ik zoveel woorden nodig heb om een geur te beschrijven, dan kun je er vanuit gaan dat we met een belangrijke te maken hebben. Sienne l’Hiver valt voor mij in de categorie Klassiekers van de Toekomst.
RUIK & VERGELIJK
Ik heb al eerder een paddenstoel-truffel-ervaring gehad in een geur. Ook van Italiaanse makelij:
Haar geur onthult haar sensualiteit. Haar geur onthult haar vrouwelijkheid. Haar geur onthult haar aantrekkingskracht. Haar geur onthult haar elegantie. En die is mysterieus en verleidelijk. Dat laatste is het nieuwe facet dat de Jil-vrouw vanaf nu onthult en waarmee ze haar extraverte (en dus sensuele) kant toont. Hoe kun je de draagster van Sensual Jil het beste typeren?
Dit zegt het persbericht: ‘Hoewel ze volop van het leven geniet behoudt ze ook hier haar mysterieuze uitstraling’. Geurengoeroe zegt: ‘Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten’. Maar dit terzijde. Sensual Jil wordt gelijk Jil belichaamd door Julia Restoin Roitfeld – dochter van de hoofdredactrice van de Franse Vogue (Carine Roitfeld) en nu een van de meest geliefde modellen wat sensuele uitstraling betreft. Mooi en aangenaam als je naar haar kijkt: ‘De kleding die ze draagt benadrukt de natuurlijke schoonheid van haar vrouwelijke lichaam – onmiskenbaar maar met respect’. Terzijde: ik kan het woord respect in combinatie met glamour, mode en lifestyle niet meer horen…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sensual Jil is ‘gecomponeerd rond de moderne identiteit van de orginele Jil’. Het grootste verschil: minder ‘helder-bloemig’, minder fris in de opening door de zachte verfijning die Olivier Polge met de ingrediënten gebruikt om tot deze Jil Sander-sensualiteit te komen. De neus hanteert ook hier weer zijn less is more-benadering van geuren. Eerst de zoetsappige noot van braam. Opvallend: hierdoor heen ruik je de houtnoot van Sensual Jil in de basis direct op de achtergrond. Het hart wordt verrijkt met een gulle dosis van het superzachte, superlieflijke naar vanille neigende heliotroop. Eveneens een gulle dosis hout-aards patchoeli in de basis. Met andere woorden: een mooie ontmoeting tussen zoetbloemig en ‘zachthoutig’.
Modellen: Brenda Costa, Shalom Harlow, Gabrielle Lazure, Fernanda Tavares, Natalia Vodianova, Heather Stewart White en de Nederlandse Linda (weet haar achternaam niet meer ze staat op de foto onderaan)
Artistic direction: diverse groten
Oeps! Denk je dat je een van de meest legendarische parfums al lang geleden hebt beschreven. Niet dus! Bij deze. In de parfumwereld worden kreten als romantisch, zwoel en sprookjesachtig veelvuldig gebruikt om parfums – maakt niet uit welke – aan te prijzen. Het zijn inmiddels zulke uitgeholde begrippen geworden die nog maar weinig mensen echt serieus nemen. Dat is jammer voor parfums op wie deze omschrijvingen wel van toepassing zijn. Shalimar van Guerlain bijvoorbeeld, een van de grootste oriëntaalse parfums van de vorige eeuw.
Shalimar betekent in het Sanskriet ‘tempel der liefde’ en is tevens naam voor de sprookjesachtige tuinen die Sjah Djahan, groot mongul van India (1627-1657), uit liefde voor zijn favoriete vrouw Muntaz Mahal naar haar dood liet aanleggen. Shalimar was een stukje hemel op aarde waar Muntaz Mahal en Sjah Djehan elkaar te midden van zeldzame bloemen, fonteinen en marmeren terrassen na de dood weer samen ontmoetten… wat liefde al niet teweeg kan brengen. Dit romantische gegeven inspireerde Jacques Guerlain tot het gelijknamige parfum dat hij in 1925 voltooide. Shalimar, een geurige ode op de liefde, is de geschiedenis ingegaan als hét klassieke voorbeeld van een oosterse geur. Veel populaire parfums zijn Shalimar dan ook schatplichtig.
Shalimar was voor de officiële introductie al un succès fou. Toen Raymond Guerlain en zijn vrouw met de oceaanstomer Le Normandie naar de Verenigde Staten reisden, waren Amerikaanse passagiers zeer enthousiast over de geur die mevrouw Guerlain op had. Zo enthousiast zelfs, dat het gerucht de ronde deed dat er in Parijs in nieuw parfumhuis was geopend: Shalimar.
Wat zeker aan de wereldwijde faam heeft bijgedragen is de schitterende flacon. Zo worden ze tegenwoordig nog maar zelden gemaakt: vrouwelijk en verfijnd. Ook dit zijn cliché’s, maar in de ware zin van hun betekenis zeker van toepassing op het best verkochte parfum – dat sinds 2002 in een nieuwe flacon is gegoten – van Guerlain. Onlangs werd Jade – dochter van Mike – Jagger gevraagd (model, sieraadontwerpster, party-organiser, interieurstyliste) om haar visie op de beroemde flacon te geven. En die komt gelukkig heel dicht in de buurt van het origineel.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Simpel in opbouw, maar zoals het een goed parfum betaamt, geeft Shalimar zich langzaam prijs. De geur opent met bergamot – fris en bloemig tegelijkertijd. Vervolgens zijn het roos en jasmijn beneveld met iris-akkoorden, die voor een poederachtige verfijning zorgen. Pas in de basis openbaart Shalimar, dankzij tonkaboon, opoponax, vanille en Guerlinade – de geheime formule die van een parfum een echt Guerlainparfum maakt – zijn zwoel en oriëntaals karakter. En hoe mee ik aan het parfumextract ruik, des te meer het me opvalt hoe belangrijk opoponax voor de geur is. Maakt Shalimar donker en duister, en om nog maar een cliché in de strijd te gooien: mysterieus. Guerlain vindt het trouwens jammer dat een nieuwe generatie moeite heeft met uitgesproken geuren zoals Shalimar. Om die toch kennis te laten maken, bedacht het parfumhuis met Shalimar Eau Légère Parfumée in 2004 een ‘valstrik’ in de vorm van een lichtere versie.
En die is ‘niet helemaal hetzelfde, niet helemaal anders’. Het jaar daarvoor was er ook al een lichte variatie: Eau de Shalimar samengesteld door Mathilde Laurent. De ‘verlichting’ onderga je direct al in de opening. Aan bergamot werd groene citroen en sinaasappel toegevoegd die lang hun frisheid verspreiden zonder het karakter van Shalimar te maskeren. Want door al deze zomerse frisheid heen, ruik je toch duidelijk de essentie van Shalimar.
Nieuw in 2010: Shalimar Ode à la Vanille samengesteld door Thierry Wasser. Is met gemengde gevoelens ontvangen. Sommige fans menen dat deze versie – gelukkig – dichter bij de oorspronkelijke versie uit 1925 ligt. Sommige teleurgestelde fans zien het als een pure vanillebom. Ik weet het niet. Zweef er tussen. Het heeft – gelukkig! – niet een gourmandnoot, zoals in Spiritueuse Double Vanilleuit 2007. De vanille is in Shalimar Ode à la Vanille voller, rijker en ‘droger’, wat de geur chiquer en statiger maakt voor mij. Alleen: als een geur af is, dan is een geur af. Moet je niet allerlei variaties gaan lanceren die als verrijkingen worden gepresenteerd. Misschien ga je hierdoor twijfelen aan de originele receptuur. En leuk aan onderstaande clip is dat Guerlain zich met Shalimar niet altijd zo serieus heeft gedragen als de laatste jaren.
Een andere manier om op een jongere manier Shalimar te ontdekken, verscheen in 2011: Shalimar Parfum Initial. Voor wie dit nog te heavy, te zwaar, te zwaar is, verscheen in 2012 Shalimar Parfum Initial L’Eau. Nog teveel van het goede? Dan ben je gewoon geen fan van oosterse geuren.
RUIK & VERGELIJK
Ben je gek op oosterse geuren, maar onbekend met Shalimar? Maak deze ‘fout’ snel goed. Met Shalimar weet je hoe een oosters parfum moet ruiken. Ontdek hieronder andere oosterse getinte parfums.
Neus: Isabelle Doyen en Camille Goutal (foto onderaan)
Weer zo’n prachtparfum waaraan ik al vaak heb geroken, maar vergeten ben te beschrijven: Songes. De reden? Wellicht doordat Lalique een jaar daarvoor je met een parfum slechts één droom liet hebben: Songe. Songes is Frans voor dromen. Rêves ook. Maar eerste klinkt net iets chiquer, verfijnder, meer ‘intellectueel’ en past dus perfect bij Annick Goutal. Stel je er dit bij voor aldus het parfumhuis: ‘Een romantisch gedicht, van de schoonheid van een met goud getooide dop met halve maan tot aan het parfum zelf dat dromen, reizen en sensualiteit oproept’.
Klopt allemaal. In feite is ‘dromen’ en parfum een niet te overtreffen ijzersterke combinatie. Ze vormen een Siamese tweeling: de een kan niet zonder de ander en laten je samen – oh heerlijk cliché – reizen naar oorden te verfijnd en te fragiel voor de realiteit. In geval van Songes een reis naar een soort van sensualiteit die je alleen ervaart op de eilanden in de Stille Oceaan. Komt door frangipane. Ook wel bekend als plumeria. Komt door tiaré. Ook wel bekend als de gardenia van Tahiti. Beide verspreiden een zoet-bedwelmende geur die in elkaars gezelschap een nóg meer bedwelmend parfum verspreiden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
‘Terugruikende’ kun je één ding stellen: Songes is een parfum dat trendsettend blijkt te zijn geweest. Volgens mijn werd voor het eerst in de parfumwereld frangipane en tiaré (foto) zo manifest met elkaar verweven. En toch is het eindresultaat niet té zoet-overweldigend (ondanks de vanille-injectie in de basis).
Komt door de toevoeging van a: gardenia (een verzachtende omstandigheid), b: een gulle dosis ‘frisse’ jasmijn en c: ylang-ylang dat het bloemige idee van de jasmijn versterkt (en de zoetheid van frangipane en tiaré ietwat tempert).
Laten we vooral de prachtige basis van Songes niet vergeten die door harsen (etherisch wierook, hout-rokerig copahu, zoet-balsemachtig styrax), amber en houtsoorten (vetiver en sandelhout) voor een ‘droge’ warmte zorgt die beklijft en mooi contrasteert met de tropische bloemencocktail.
RUIK & VERGELIJK
Parfum + maan = dromen. Maan + parfum = dromen. Kun je ook met:
Dat Groot Brittanië ‘best wel’ een rijke parfumgeschiedenis heeft, blijkt uit een aantal huizen opgericht in de 19de eeuw die tot aan de dag vandaag hun deuren hebben weten open te houden. Floris (anno 1730), Crown Perfumery (anno 1872 in 2001 overgenomen door Clive Christian) en Czech & Speake (anno 1979, maar omringd met een ouderwetse allure) zijn daar trots op. Gelijk hebben ze. Betreed je hun winkels, dan stap je het Victoriaanse tijdperk binnen. Alles wat maar zweemt naar moderniteit, is ‘slim’ verborgen achter een nostalgisch decor van houten lambriseringen en gedempt licht. Alles ademt handmade, made with love, made from nature: Charles Dickens meets Harry Potter.
Zo ook Penhaligon’s (perfumers est 1870). Opgericht door William Henry – inderdaad – Penhaligon. De eerste geur Hammam Bouquet (1872) geldt als een klassieker gevolgd door talloze degelijke geuren (Bluebell 1978 en Quercus 1996), waarvan een aantal in 2009 onder de naam Penhaligon’s Anthology (in aangepaste vorm) werden hergelanceerd. Waaronder Jubilee Bouquet (1977) ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van koningin Elizabeth II. Verscheen in 2010 samen met Zizonia en Sartorial. Laatste is de beschaafheid zelve. Klassiek, volwassen mannelijk, mooi, elegant, ‘zeker’ en als je lang genoeg doorruikt zul je misschien ook zeggen ‘veilig, saai’. En dat zullen de ‘perfumers est 1870’ zeker als een compliment opvatten.
Alleen, wat de geur wil oproepen, ervaar ik niet echt: het interieur van een ouderwets kleermakersadres. In het bijzonder die van het in Londen gevestigde Norton & Sons Bespoke Tailor Savile Row nummer 16. Ik ruik geen ‘stof’, geen hout, geen ‘rust’, geen papier (van de patronen), geen krijt/kalk (waarmee de patronen op het stof uitgetekend worden). Sartorial doet me eerder denken aan een weiland (ergens op het Engelse platteland) dat net is gemaaid – met de hand vanzelfsprekend – en waar het verse gras door de zon langzaam verandert in hooi: een lichte groene geur die droog, warm en zonnig is. Ofwel: coumarine. De geur is voor mij eerder eigen aan de klassieke – Engelse – barbershop. Om aan te tonen, dat hoewel degelijk en klassiek, het parfumhuis de codes van nu snapt, nodigde het een aantal hippe mensen uit die Sartorial in een heel up to date, beetje Monty Python-achtige ambiance presenteren…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sartorial bevat heel veel ingrediënten. In order of appearance: aldehyden, ozon, ‘metaal’, viooltjesgroen, neroli, kardamon, zwarte peper, gember, bijenwas, cyclaam, lindebloesem, lavendel, leer, ‘gurgum’-hout, patchoeli, mirre, cederhout, tonkaboon, eikenmos, witte musk, ‘oud’ hout, vanille en amber.
Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik ze niet allemaal kan detecteren. Wel de frisse aldehyden-ozon-opening in combinatie met lavendel die met alle overige kruiden samenvloeien in een, in ieder geval, neo-klassieke varengeur die – het moet gezegd – met zijn lichtsensueel en sterk houtaccent in de basis mooi en evenwichtig tot rust komt. Klassieke geur voor klassiek ingestelde mannen.
RUIK & VERGELIJK
Vaker geroken, maar ik kan Satorial niet direct vergelijken met andere geuren. Misschien later… In ieder geval: de eerste moderne varengeur is:
Artistic direction: Doug Lloyd (Lloyd and Co) ism Aerin Lauder
Fotografie: Craig McDean
Wil wat zeggen: Sensuous (2009) heb ik nog steeds in mijn verzameling, categorie masstige. Ik ruik er af en toe aan wanneer ik bezig ben met een geur te beschrijven waarin ‘bloemen verdrinken in amber en verbranden door hout’. Is byzonder goed gelukt. Ruiken aan Sensuous blijft een intense ervaring. En nu kan het nog intenser vindt Estée Lauder, dus verschijnt Sensuous Noir. Klinkt heel wat chiquer en ‘europeaner’ dan Sensuous Black. Het is ‘een nieuwe, rijkere en meer intense expressie van sensualiteit zoals – nu volgt een cliché van het zuiverste parfum – de zachte, verleidelijke en mysterieuze rondingen van een vrouwelijk silhouet’.
Karyn Khoury, hoofd parfumontwikkeling bij Estée Lauder, voegt er aan toe dat ‘sensualiteit als ervaring en emotie een breed spectrum van expressie heeft. Er zijn stemmingen, facetten en tinten van sensualiteit. Van de meer lumineuze (zoals Sensuous) tot de diepere, donkerdere en meer mysterieuze expressie. Dit laatste inspireerde ons tot Sensuous Noir’.
Deze intensivering wordt gesymboliseerd door een zwart zijden overhemd, dit keer alleen gedragen door Carolyn Murphy. Het idee: ‘Een andere dimensie van de moderne Estée Lauder-vrouw. Sterk, vol zelfvertrouwen, verleidelijk en intrigerend vrouwelijk’. Het effect aldus Estée Lauder: ‘Elegant en tegelijk mysterieus’. Wel jammer dat ze bij Lauder wéér de gelegenheid niet hebben aangegrepen om te kiezen voor een zwart model, desnoods een hispanic beauty. Donkere sensualiteit is een expressie die niet alleen blanke vrouwen kunnen ondergaan.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Opvallend: bij de eerste spray denk ik een lichte, frisse bergamottoets te ontwaren. Maar dat is verbeelding, want met Sensuous Noir ‘kom je direct in het hart van de originele hout-signatuur terecht die de meest uitdagende en vrouwelijke kant onthult’. De bloemen ruiken nog meer overvloedig en voluptueus. Dit keer de ‘exotische paarse roos’ – vertel me schoon bloemken, waar ik u kan plukken want je wordt door Estée Lauder geprezen om je verleidelijke schoonheid en volmaakte geur?
Deze paarse schoonheid wordt vermengd met niet nader omschreven ‘roosextracten’. Met andere woorden: een zoete bloemigheid die pikant wordt gemaakt door lelie. Het effect: ‘Een aura van een weelderige tuin in het donker’. Jasmijn zorgt voor de intens-bloemige voltooiing, ‘een rush van zwarte peper’ geeft dit boeket een gekruide noot.
Fijn en waar: deze bloemen ruik je goed ondanks dat ze hierna ‘kopje onder’ gaan in de houtnoten die via de melted wood nature print-techniek ontdaan is van zijn masculiene toets, maar versterkt en verdiept door een ‘patchouli-prisma’. En dit zachte hout gaat weer ‘kopje onder’ in warm ambernoten opgeroepen door vanille, benzoë en honing die een moderne draai krijgt door een opvallende en goed traceerbare gourmandnoot: ‘crème noir’.
Sensuous Noir wordt hierdoor bijna ‘tast- en proefbaar’. Niet als bonbon, niet als snoepje. Het is eerder iets abstracts, een all over-sensatie van bloemen gesmolten in amber en ‘zoet geroosterd’ hout. Lekker, om van te smullen dus.
RUIK & VERGELIJK
Sensuous Noir kan volgens mij zo ondergebracht worden in de niche-categorie, de sector die bijna het patent lijkt te hebben op amber-inspired fragrances.