GEEN ‘ABSOLUTE’ COLOGNES, MAAR STERKE GEUREN
Jaar van lancering: 2013
Laatst aangepast: 25/10/13
Neus: Jérome Epinette
Concept & realisatie: Christophe Cervasel, Sylvie Ganter (zie foto onder)
Zegt het persbericht: ‘Atelier Cologne introduceerde enkele jaren geleden een nieuwe categorie in de parfumwereld: cologne absolue’. Dat was dus in 2010. ‘Een ode aan de traditionele eau de cologne, maar dan in hogere concentratie waardoor de geur niet snel vervliegt zoals het oorspronkelijke Keulse water’. Laat Tom Ford dit niet horen. Hij lanceerde in 2007 als onderdeel van zijn Private Blend Neroli Portofino: een klassieke citruscologne met de sterkte van een eau de parfum.
Maakt het wat uit? Ach, een datumfetisjist die er op let – maar toch. Hoe ik over Atelier Cologne denk, zie mijn andere recensies van dit nichemerk. Wat opvalt: hoe meer absolute colognes het nichehuis produceert, hoe verder die verwijderd raken van het basisprincipe van een eau de cologne: instantfrisheid. Ruik je goed in de nieuwe collectie die Christophe Cervasel en Sylvie Ganter nu presenteren: Collection Métal bestaande uit Silver Iris en Gold Leather. Beide zijn ‘een ode aan de stralende schoonheid van de elementen, aan vakmanschap en karakter. Uniek en nog niet eerder toegepast in de branche, is de buitenkant van deze collectie: de flacons hebben een superdeluxe behandeling ondergaan met de edelmetalen zilver en goud’.
Dat is mooi en ze schitteren je subtiel tegemoet, maar het gaat natuurlijk om de inhoud. En die is niet verkeerd, om niet te zeggen prachtig. Met dien verstande dat de iris de laatste jaren al heel vaak hoofdonderwerp in parfums zijn geweest. Voor leer geldt dat niet: is en blijft een niche-ingrediënt en daardoor enigszins in beperkte hoeveelheden verkrijgbaar.
De twee geuren worden behoorlijk cliché voorgesteld (door geurengoeroe voorzien van enkele kanttekeningen tussen haakjes geplaatst). Zij is zilver, ‘een vrouw met zo’n intimiderende schoonheid en sprankelende energie dat iedereen in haar omgeving haar adoreerde. Maar niemand wist wat zij heeft meegemaakt (ach gut). Haar onstuimige karakter, ze was stoer, sterker dan metaal en keek niet terug (niet zo slim). Tot ze hem ontmoette. Voor het eerst in haar leven kon ze ademhalen (fijn meid). Misschien is dit wel de absolu-man.
En die is goud: ‘Met zoveel macht en charisma. Kon alles krijgen wat hij wilde (wie verkeert niet graag in die luxepositie). Desondanks kon hij het enige dat hij echt wilde niet krijgen (ach gut). Voor het eerst in zijn leven had hij de absolu-vrouw gevonden en dit maakte hem een beter mens (fijn vent). Hij zou haar nooit laten gaan. Alles behalve haar verliezen. Hij zou al het goud in de wereld geven om bij haar te kunnen zijn’. Hoe dat olfactorisch werkt: laat Silver Iris en Gold Leather fuseren.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Heel even, een fractie, het idee van een sorbet, van een siroop uitgegleden over ijs. Hiervoor werd Italiaans mandarijn (die spettert je tegemoet) en zwarte bes (uit de Bourgogne… en ik altijd maar denken, doe het nog steeds, dat de geur van zwarte bes niet geëxtraheerd kan worden uit de vrucht…) gebruikt.
En dan kom wonderlijk snel de iris (uit de Toscane – zie tekening) om de hoek kijken. Die schittert eerst, zoals je wil, als zilver. Opvallend: deze iris is niet stroef, ruig en ‘ongemanierd’ zoals in de trendsetter op dit gebied – Iris Silver Mist van Serge Lutens – iets waar je gezien de naam sowieso direct aan moet denken. Ook niet zonnig fris en poederig (nog zo’n eigenschap van de iris) zoals de eau de toilette-versie van Prada’s Infusion d’Iris (2010) bijvoorbeeld.
Zweeft tussenbeide door het ‘groene randje’ – opgeroepen met viooltjesblad uit Grasse en roze peper (helemaal afkomstig uit China). En een heel klein beetje door mimosa uit Grasse. En dan… gebeurt er iets vreemds en verrassends, de iris wordt sensueel, wordt bijna oriëntaals, gaat onder in een bad van patchoeli (uit Indonesië), ‘witte’ amber en tonkaboon (uit Brazilië).
Doet daardoor weer een beetje denken – schrik niet, duurt maar heel even – aan Shalimar (1925) van Guerlain, waarin de iris (ook) een schakel vormt tussen de opening en de basis. De naam Silver Iris – bij de opening zo van toepasselijk – werkt nu minder voor mij. Ik moet eerder aan de warmte en gloed van brons denken. Nee, geen goud, daarvoor is de oosterse melange te bescheiden. Maar dat neemt niet weg dat het een prachtige, voluptueuze iris is.
Dat geldt in mindere mate van pure leergeuren. Maar die zijn met een ‘inhaalslag’ bezig. Mijn eerste reactie tijdens de opening van Gold Leather: ‘Wie heeft er zeepsop in mijn pruimensap gedaan’. Want ondanks de opening van bittere sinaasappel (uit Sevilla), saffraan (uit India), ruik ik direct de volle overrijpe pruim (foto) in overdrive uit het hart.
Die lijkt dronken gemaakt door rum (uit Jamaica). Daarna komt er een ‘tabakachtige’ stemming naar boven met een subtiele oud-onderlaag, waardoor ik eerlijk gezegd de davana (uit India) en eucalyptus (uit Californië) niet echt waarneem. Of het moet de licht etherische groene noot zijn die af en toe door het geheel dwarrelt. Oud is in dit geval een melange van guaiachout (uit India) met zijn rookachtige nuances en droog en strak cederhout (uit Texas) die elegant wordt omlijst door een leernoot die niet te prominent is, maar ook niet suède wordt en toch lichte zeepachtige toets heeft.
Het geheim van en het originele aan Gold Leather is de ‘soepele’ pruimenlikeursensatie. Alsof de pruimen gemaakt zijn van leer.
RUIK & VERGELIJK
Zoals gezegd voor iris:
Serge Lutens Iris Silver Mist (1992)
Prada Infusion d’Iris Eau de Toilette (2010)
Maar ook door de zoete toets:
Chanel – Les Exclusifs – 28 La Pausa (2007)
Voor Gold Leather wordt het iets moeilijker, gezien de pruimennoot. Maar om te ruiken, hoe deze geur zich onderscheidt van de klassieke leergeur:
Knize Knize Ten (1924)

