NIEUWE VERFIJNING
VERTOEVEN IN EEN PARFUMLABYRINT
Jaar van lancering: 2012
Laatst aangepast: 06/12/12
Neus: Spyros Drosopoulos
Concept & realisatie: Spyros Drosopoulos (zie foto)
Ik heb niet vaak dat ik zo lang vol verwondering moet nadenken over nieuwe geuren. Ik heb het met een nieuw Nederlands (!) parfumhuis dat werd opgezet door de wel erg on-Hollandse klinkende naam: Spyros Drosopoulos. Hoe dat precies zit, ga ik binnenkort maar eens aan hem vragen.
In ieder geval, in zijn verantwoording lees je als het ware de – vanzelfsprekende – ‘nieuwe wetten’ waaraan een niche parfummerk moet voldoen: ‘Everything you smell and see is designed and produced in our own workspace. We make scents that breathe quality, individuality and endow you, the wearer, with a magnetic attraction. We hope you enjoy the result’.
Dat laatste doe ik zeker. En heel veel. In mijn kennismakingspakketje zaten drie van de vier geuren die Drosopoulos lanceerde dit jaar. Niet untiteld 1, wel untiteld 2, Tindrer en Indigo. Ik ben met de laatste begonnen omdat a: ik werd getriggerd door de combinatie van mastiek en hyacint, b: de naam en (in mindere mate) c: het verhaal. Want zijn parfums ‘are created to tell stories. This means that they constantly evolve from the moment you apply them, until they disappear (more than eight hours later). The perfumes need skin to reveal their secrets. So, please try them on and allow them to develop to see if you like them’. Verder wordt vermeld dat ‘one or two sprays is enough’ en ‘do not be surprised if they smell (slightly) different on different people’ en dat ‘the perfumes are meant for women and men; decide for your self if they suit you’.
Dus a: hyacint is een vergeten bloem in de parfumerie. Prachtig om te ruiken hoe Drosopoulos de sensuele kant ervan benadrukt; een sensualiteit die anders en niet cliché is door het te mengen met mastiek. Dus b: de naam. Indigo. De oorsprong vind ik erg interessant (zie voor de geschiedenis onder aan) en vraag me af of de naam klopt met de compositie (zie wat ruik ik eigenlijk?). Dus c: het verhaal. ‘Picture yourself in a top-floor maisonette in the centre of a metropolis. It is late summer; the weather is hot, but inside the air is almost chilly. It’s noontime. The sun is flooding in through the windows reaching floor to ceiling and its heat can be felt. You are all alone, calm, hyper-focused, in solitude, aware of yet detached from the hectic city life below. There is quiet minimal music playing in the background. The sun moves and the afternoon sets in. You walk to the windows and open them. As the warm, dry air hits your face the desire arises to interact with the buzz and be part of it. You realize it is Friday. Suddenly, your phone rings’.
Wie is er aan de andere kant van de lijn? Geurengoeroe in dit geval om Drosopoulos te feliciteren met zijn exercitie. Indigo heeft iets raadselachtigs. Heeft voor mij een ‘soort van’ spleen: het wil iets vertellen en tegelijkertijd meer suggereren. Het vangt mooi dat languissante en tevreden gevoel dat je kunt hebben als je in je city-appartement geluiden hoort, flarden van geuren opvangt. De zon schijnt, je bent tevreden. Verder is Indigo anno nu: een nieuwe, beschaafde sensualiteit die niet wordt opgeroepen met vanille en andere zoetmakers, maar met groene harsen en groenachtige nuances. Denk aan Parfumerie Générale’s 24 Papyrus de Ciane (2009), (untitled) uit 2010 van Maison Martin Margiela, Nimfeo Mio van Annick Goutal (idem), Abaci’s Abaci (2011) en Creature van Kerosine (2012). Maar, just for the sake of the name, ik krijg geen indigo-gevoel…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Wat direct opvalt: de hoge concentratie aan natuurlijke ingrediënten. En: je wordt ‘alternatief’ verleid: niet de beproefde driestaps-raket die je bij een gemiddelde geur ruikt, maar een ‘coming, going and flowing’ van olfactieve sensaties.
En voor mij is Indigo geen lazy and hazy afternoon in de grootstad, maar een blind vertoeven in een groen labyrint: je vindt de uitgang afgaande op de geuren, alleen kan de weg er naar toe voor iedereen verschillend verlopen. Voor mij de eerste indruk: kreupelhout en chat de pis… minty, groen, aards, vegetaal, sweet, harsig en kruidig. Ofwel, een elegante melange van mastiek, engelwortel en ambrette over elkaar buitelend in een open plek in het bos – het loo heette dat vroeger – waar de hyacint groeit.
En die is koppig, ‘slijmerig’ zoet, vol, sensueel, animaal. Ze nodigt roos uit voor een wandeling. Dan beland je op een punt dat je je gaat afvragen of ik hier een toets van oud ruik… of is dit de som der delen in Indigo, of is het de wierook? En deze roos is een ‘volhoudertje’, ook als het houtspoor – het cederhout dient zich aan als een zonnestraal – de weg wijst, blijf je haar ruiken. En hier tussendoor weer een animale noot, anders dan chat de pis.
Is het nu de zoete musky-ness van zowel engelwortel als ambrette? Wonderlijk. En die melkachtige noot? Is dat nu sandelhout ondergedompeld in een helder amberbad? Nog wonderlijker: ik kan dezelfde weg in het labyrint teruglopen, want als de geur langer op de huid lijkt het alsof de ingrediënten zich in omgekeerde richting aanbieden.
RUIK & VERGELIJK
Wil je mastiek in overvloed ruiken, probeer dan onderstaande geur. Niche in de parfumerieketen.
Sisley Eau d’Ikar (2010)
Hoe een hyacint anders sensueel ruikt? In vergelijk met Indigo is onderstaand parfum – logisch – een full blown glamour-hyacint:
Tom Ford – Jardin Noir Private Collection – Ombre de Hyacinth (2012)
Misschien als je het volgende leest, ga je de Indigo misschien nog meer waarderen:
De productie van indigoverf is gecompliceerd: het blad van de plant (indigofera) wordt op hoge temperatuur geweekt in water, zodat die gaan fermenteren. Bij dit gistingsproces komt een gele vloeistof vrij die in contact met zuurstof (oxidatie) verandert in blauw. Het bezinksel wordt gezuiverd, gedroogd (in koeken) en gesneden tot blokjes die tot poeder worden vermalen. Weer een ‘probleem’: dit poeder lost niet in water op. Wat nu? De zuurstof moet via een nieuw gistingsproces aan het poeder onttrokken worden.
Om te zorgen dat het indigo zich hecht aan het textiel, wordt een loog (soda, potas; zelfs urine) in de verfkuipen gestopt. Als de stof uit het bad wordt gehaald, is het wederom geel maar tijdens het drogen doet het oxidatieproces weer zijn werk. Eerst kleurt de textiel groen, maar geleidelijk krijgt het zijn steeds diepere onoplosbare kleur blauw. ‘Vroeger’ werd met verven op zaterdag begonnen en liet men het tot maandag intrekken om daarna de stof te drogen. Hierdoor hadden de ververs ‘verplicht’ vrij. Het schijnt dat hier de uitdrukking ‘blauwe maandag’ vandaan komt.


Tja, na deze beschrijving zal ik Tanja Deurloo maar weer eens mailen en proefjes bestellen. Ik was laatst bij haar in de Perfume Lounge, ik heb de flessen zien staan maar er eigenlijk geen aandacht aan besteed! Stom, dus. Wederom dank voor je mooie verhaal. Wanneer ga je een boek schrijven?
Ik ben fan.
Mary en Erik, helemaal eens. Spyros’ geuren zijn ABSOLUUT origineel en hoogwaardig. Trots dat we Magnetic Scent in NL mochten introduceren. We werken erg graag met ‘onze Nederlandse’ parfumeur!! http://shop.perfumelounge.nl/parfums/magnetic-scent/p-1/
Supermooie geur vind ik Indigo en erg bijzonder. Met niets te vergelijken en gelukkig een nichemerk dat ook echte nichegeuren maakt. Spyros Drosopoulos daar gaan we nog wat mee meemaken hoop ik. Mooi beschreven Erik! Ook hoop ik dat dit prachtige merk door meer nicheparfumerieën verkocht zal gaan worden want een merk breder op de markt zetten zorgt voor betere herkenbaarheid en vaak betere verkoop voor iedereen. Nu ook bij http://www.parfumaria.com en net als Tanja ben ik erg trots en vind ik het een grote eer om deze parfums te verkopen.