EEN KLEERMAKERSGEUR: TE HOOI EN TE GRAS
Jaar van lancering: 2010
Laatst aangepast: 11/11/10
Neus: Bertrand Duchaufour
Dat Groot Brittanië ‘best wel’ een rijke parfumgeschiedenis heeft, blijkt uit een aantal huizen opgericht in de 19de eeuw die tot aan de dag vandaag hun deuren hebben weten open te houden. Floris (anno 1730), Crown Perfumery (anno 1872 in 2001 overgenomen door Clive Christian) en Czech & Speake (anno 1979, maar omringd met een ouderwetse allure) zijn daar trots op. Gelijk hebben ze. Betreed je hun winkels, dan stap je het Victoriaanse tijdperk binnen. Alles wat maar zweemt naar moderniteit, is ‘slim’ verborgen achter een nostalgisch decor van houten lambriseringen en gedempt licht. Alles ademt handmade, made with love, made from nature: Charles Dickens meets Harry Potter.
Zo ook Penhaligon’s (perfumers est 1870). Opgericht door William Henry – inderdaad – Penhaligon. De eerste geur Hammam Bouquet (1872) geldt als een klassieker gevolgd door talloze degelijke geuren (Bluebell 1978 en Quercus 1996), waarvan een aantal in 2009 onder de naam Penhaligon’s Anthology (in aangepaste vorm) werden hergelanceerd. Waaronder Jubilee Bouquet (1977) ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van koningin Elizabeth II. Verscheen in 2010 samen met Zizonia en Sartorial. Laatste is de beschaafheid zelve. Klassiek, volwassen mannelijk, mooi, elegant, ‘zeker’ en als je lang genoeg doorruikt zul je misschien ook zeggen ‘veilig, saai’. En dat zullen de ‘perfumers est 1870’ zeker als een compliment opvatten.
Alleen, wat de geur wil oproepen, ervaar ik niet echt: het interieur van een ouderwets kleermakersadres. In het bijzonder die van het in Londen gevestigde Norton & Sons Bespoke Tailor Savile Row nummer 16. Ik ruik geen ‘stof’, geen hout, geen ‘rust’, geen papier (van de patronen), geen krijt/kalk (waarmee de patronen op het stof uitgetekend worden). Sartorial doet me eerder denken aan een weiland (ergens op het Engelse platteland) dat net is gemaaid – met de hand vanzelfsprekend – en waar het verse gras door de zon langzaam verandert in hooi: een lichte groene geur die droog, warm en zonnig is. Ofwel: coumarine. De geur is voor mij eerder eigen aan de klassieke – Engelse – barbershop. Om aan te tonen, dat hoewel degelijk en klassiek, het parfumhuis de codes van nu snapt, nodigde het een aantal hippe mensen uit die Sartorial in een heel up to date, beetje Monty Python-achtige ambiance presenteren…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Sartorial bevat heel veel ingrediënten. In order of appearance: aldehyden, ozon, ‘metaal’, viooltjesgroen, neroli, kardamon, zwarte peper, gember, bijenwas, cyclaam, lindebloesem, lavendel, leer, ‘gurgum’-hout, patchoeli, mirre, cederhout, tonkaboon, eikenmos, witte musk, ‘oud’ hout, vanille en amber.
Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik ze niet allemaal kan detecteren. Wel de frisse aldehyden-ozon-opening in combinatie met lavendel die met alle overige kruiden samenvloeien in een, in ieder geval, neo-klassieke varengeur die – het moet gezegd – met zijn lichtsensueel en sterk houtaccent in de basis mooi en evenwichtig tot rust komt. Klassieke geur voor klassiek ingestelde mannen.
RUIK & VERGELIJK
Vaker geroken, maar ik kan Satorial niet direct vergelijken met andere geuren. Misschien later… In ieder geval: de eerste moderne varengeur is:
Paco Rabanne Pour Homme (1973)
