Lang geleden dat ik zó enthousiast was over een geur, terwijl die niet tot mijn favoriete familie hoort: de gourmand. Delizia Oscura van Calaj. Gelanceerd in 2023. Het was een van de geuren die www.parfumaria.com voor me had klaargezet tijdens een parfumborrel waarop ik een vriend had getrakteerd. Over het merk had Maria me al de oren van het hoofd gepraat. Dit was nou eens een iemand die schijt aan alles had, niet nadacht over trends, modes en consumentengevlei. Zijn eigen smaak, zijn leidraad. Kom daar nog maar eens om!
Zo hoor ik het graag, ware het niet dat zoiets al behoorlijk marketing klinkt. Nu weet ik weer wat me toch tegenhield toen ik voor het eerst van Calaj hoorde: de namen – inmiddels meer dan twintig – van sommige van zijn geuren: Carmen, Gym Rat, Panther Fangs. Zwevend tussen cliché en camp. Kennen we nu wel. Voor ik het vergeet: Flavius Calaj komt uit Roemenië en gezien de naam van een van zijn geuren al Transilvsania heet, zal het me niet verbazen dat Dracula binnenkort aan de beurt komt, gevolgd door Garlic Fangs (kan interessante geuren opleveren wanneer je je als neus erin verdiept).
Teleurstelling bij nader onderzoek: ik dacht – achternaam in het Roemeens betekent volgens GoogleTranslate verstikking – dat Calaj ook de neus was. Maar nee hoor, weer iemand – ook wel creatieve kracht genoemd – die backers van zijn parfumdroom weet te overtuigen en die neuzen nodig heeft om die te realiseren.
Zijn filosofie in een notendop: het omarmen van de schoonheid van de menselijke ziel, kunst en creativiteit, aan hen die de moed hebben om te creëren en iets moois te brengen in deze grijze wereld. Inderdaad gaapgaap.
Flavius Calaj
Neemt niet weg dat Delizia Oscura een verpletterende indruk maakt. Wel een nadeel: door het overheersen van koffie en chocolade, ontgaan je de andere versierders – eigen aan gourmandgeuren. Want de gebrande koffie lijkt versgemalen, de chocolade is in feite een poederregen van stoffige cacao waarin de bloemen – ylang-ylang, viooltje en lelietje-van-dalen die de geur lucht geven – lijken te verdrinken.
Ga je naar zijn site, dan neemt de teleurstelling toe. Alle ‘weetjes’ van de klassieke parfumerie passeren de revue. Zoals: ambachtelijk, limited editions, samenwerking met wereldberoemde parfumeurs, op de meest artistieke wijze gepersonaliseerd, handgemaakt, lokaal, de beste ingrediënten. Inderdaad gaapgaap.
Dat dan weer wel: de andere gourmandnoten – hazelnoot, ‘melk’, karamel, vanille – versterken het patisserie-gevoel. Maar zonder ‘Margriet-tuttig’ en ‘Libelle-lekker’ te worden. Ik ben wel heel benieuwd naar de musk die hier aangenaam opdringerig is. Kan ik dit geval alleen maar een hele ‘vieze’ zijn. Want, raar maar waar: ik kreeg af en toe een poppers-gevoel door de scherpe, bijna elektriserende, ‘rioolachtige’ en ‘achterbuurt’ ondertoon.
Een soort samenballen van donkere diep-animale musksoorten. Fascinerend. Verwarrend. Ik weet alleen niet of de geur is samengesteld door Miguel Matos, door Sophie Behaghel of door Camile Chemardin – de favorieten van Flavius Calaj. Geeft niet, al was het alleen maar om het feit dat de diep-donkere basis van Delizia Oscura 24 uur na sprayen op mijn linkermouw nog aangenaam aanwezig was.
Een freelance collega-vriend (specialiteit beauty voor mannen) ‘klaagde’ eens bij mij over zijn beperkte onderwerpkeuze: ondanks het overstelpende geuraanbod kwam het er vaak op neer dat hij alleen maar beproefde recepten mocht opsommen in zijn ‘stukjes’.
Dat betekende dus heel vaak voor mannen: houtgeuren, dus vetiver. Vond ik ook jammer, want naast de hoeveelheid shit – al van het verschijnsel shitification gehoord? – verschijnt er nog steeds veel moois, veel heftigs en veel ‘verschrikkelijks’ (in de goede zin van het woord).
Maar toch moet ik ‘bekennen’: ik kom na omzwervingen regelmatig terug bij vetiver. Nu gebeurt er op dat gebied nu niet veel spannends. Dacht ik. Tot ik weer eens bij www.parfumaria.com kwam (had een vriend getrakteerd op een afspraak). Zoals gewoonlijk bij haar: eerst overvallen door een depressief gemoed door het ‘intimiderende’ aanbod, werd ik allengs enthousiast. Mijn voornemen om ‘lekker veilig’ Bandit te kopen, toch een van mijn all time favorites, lonkte naar mij na een paar door Maria voorgestelde geuren (kom ik op terug) Parfum d’Empire. Ze had me dus niet verteld dat de neus achter dit merk Marc-Antoine Corticchiato zich al in 2022 over deze edele wortel had gebogen.
Ik doe de dop van de fles, spray Vétiver Bourbon op mijn linkerpols en… godverdomme, wat een geweldige opening: aarde, ruw, vochtig mos, donker, rokerig, puur, natuur en ‘ongemanierd’. Vetiver in al zijn diverse aardse kracht. Ik sluit me bij de maker aan: ‘Vetiver hier omarmt zijn inherente robuustheid. En sterker nog: zijn mannelijkheid. Hoewel al decennialang een vaste waarde in herengeuren, betreft het meestal een beleefde, verfijnde en ingetogen vorm. Vétiver Bourbon bevrijdt de vetiver van zijn al te beschaafde manieren om zijn oorspronkelijke elegantie te herstellen. Een ingrediënt dat in zijn ruwe staat een geur op zich is, uniek en contrastrijk’.
Klopt als een bus. Want wordt bij veel vetivergeuren de frisse kant ervan benadrukt door het te begeleiden met veel frisse noten, Corticchiato lijkt het met aarde en al uit de grond te hebben getrokken. Niks geen beschaafd getut. Eerst even de muskachtige noot van engelwortel (hier kruidig licht honingachtig), die wordt gesmoord door Bourbon en Haïtiaans vetiver die samen een aards, donkergroen spoor trekken.
Prachtig versterkt door de iris die als het ware de ‘aards-vochtige’ ondertoon versterkt: stoer en elegant tegelijkertijd. Ook goed waarneembaar: kruidnagel. Geeft een zwoel-droge toets. Strak en beheerst. Ambrette (hier dierlijk, zoet, leer- en likeur-achtig) maakt de geur wat losser en sensueler, maar stelt zich niet aan, door de milde dosering. Hier wil ik wel een bodysplash op water-oliebasis (had ik ooit van Guerlains Vetiver) van. Of twee. Of drie.
Hiermee eindigde ik mijn laatste post: ‘Hoe mainstream zich nu in deze ‘best wel’ verwarrende tijden verhoudt tot niche, hoe ze elkaar wel of niet beïnvloeden, lees je in een volgende post’.
Hier een poging. Ervan uitgaande dat de niet afhoudende stroom aan nieuwkomers feitelijk niets meer dan oude wijn in nieuwe zakken is – ondanks hun beloften – blijft het voor de gemiddelde consument en zelfs voor Geurengoeroe nauwelijks te bevatten. Waarvan mijn recente bezoek aan de site van Pitti-parfumbeurs (vond drie weken geleden plaats) getuigt. Ik was benieuwd naar de exposanten. Zoals de Duitsers zeggen: Qual der Wahl, ofwel, ‘keuzekwaal’. Ofwel, mag het ietsje minder?
Van de 100 nogwat merken, kende ik alleen ‘maar’ (dit zegt natuurlijk meer over mij): Aether Parfums, The Different Company, Frapin, Hiram Green, Obvious, Molinard Parfums, Les Bains Guerbois, Floris, Comptoir Sud Pacifique, Caron, Teo Cabanel, Lorenzo Villoressi, Maison Incens, Rook, Jovoy, Eau d’Italie, Tauer, Olfactive Studio, Miller et Bertaux, Santi Burgas, Aedes de Venustas, Jacques Fath, Hunq, Pierre Guillaume, Ella K, Miller Harris, L. T. Piver, Farmacia SS Annunziata dal 1561 en Atelier des Ors.
Ook bij de overige participanten constateer ik al scrollende: in al hun verschillende creativiteit toch meestal ‘van hetzelfde laken een pak’. Dit is niet vanuit een negatief perspectief genoteerd; ik heb feitelijk bewondering voor mensen die het proberen met een nieuw parfumhuis. Terwijl ik tegelijkertijd denk: ‘Moet dit nu?’ De wereld gaat aan vlijt ten onder. En er zitten weinig merken bij waarvan je kunt zeggen: ‘Écht een andere kijk op het metier’. Gevaar daarvan is wel dat een dergelijk merk het moeilijk zal krijgen, want de gemiddelde consument, ook de niche, koopt wat het al kent, koopt wat in de algemene smaakbeleving als lekker wordt ervaren.
Dat bewijzen de Nederlandse standhouders op de Pitti: Atelier Vesper, Blndr Grphy, Hunq en MMoire. Ik lees over Vesper: ‘We vertalen herinneringen, emoties en ervaringen in onze geuren. We hebben de ambitie om de markt positief te verstoren door betekenisvoller, inspirerender en waardevoller te zijn in het leven van mensen’. Eerder gehoord?
Dan de eerste woorden van Blndr Grphy op hun site: ‘Overstijgt de traditionele parfumerie door geur, visie en herinneringen te combineren en geuren te transformeren tot levende, ademende kunstwerken. Elk parfum is een ambachtelijke mix van emoties, plaatsen en connecties, geïnspireerd door cocktails die de essentie van unieke ervaringen en momenten vastleggen’. Eerder gehoord? Grappig in dit geval: de vermelding van ambachtelijk.
Ligt het aan mij, maar Hunq heeft een behoorlijk gay-gehalte. Of ben ik nu ouderwets? Of doet het merk aan ‘queerbaiting’? Wil zeggen: de marketingtechniek waarbij wordt gehint op relaties van hetzelfde geslacht of andere vormen van LGBTQ+-representatie, maar dit niet uitbeelden (geldt dit ook voor Atelier Vesper? – zie foto). Echt geur-geil word ik er niet van want: kennen we nu wel de verheerlijking van het mannelijke lichaam in beeldtaal van geuren. MMoire heb ik al besproken in mijn post Gaap & Gaap.
Zou er iemand van LVMH hebben rondgelopen op de beurs om nieuw parfumpotentieel te spotten? Iets wat natuurlijk de uiteindelijke droom van veel starters is, al zullen ze dat nooit hardop zeggen. Is het niet LVMH dan wel een van de andere giganten. Ze doen het af en toe wel maar alleen dan wanneer het merk een veelbelovende groeipotentie heeft en het zonder support van een geurgigant ook wel gered zou hebben, zij het minder snel.
Queerbaiting by Hunq?
Let wel: LVMH (lees: oprichter Bernard Arnault) is, contrary to popular belief en zoals al eerder vermeld, erg conservatief in zijn aankoopbeleid, ook op parfumgebied. Zijn meest recente aankopen: Maison Francis Kurkdjian (die nu ook de Diorparfums erbij doet) en Officine Universelle Buly (een soort ‘après la lettre’ Santa Maria Novella).
Ooit verraste Arnault de couturewereld door Christian Lacroix’ huis in 1987 te backen, juist in een periode toen haute couture met uitsterven werd bedreigd. Maar directe winst was in geen velden of wegen te bekennen. Het beproefde antwoord bij korte termijnpolitiek: een (snel in elkaar geflanst) parfum. C’est la Vie, gelanceerd in 1990, flopperdeflopte en lag in no time bij de Etos als afdankertje omdat Madame Tout le Monde (in Nederland ook wel bekend als Jannie met de Pet) nog nooit van hem had gehoord. Kortom, Lacroix werd door LVMH verkocht (verliezen waren opgelopen boven veertig miljoen). En meneer Lacroix himself doet sindsdien allerlei vage opdrachten en wist Avon (!) te verleiden geuren onder zijn naam op de markt te zetten.
Als ik Arnaults adviseur was, zou ik hem twee voorstellen doen. Uit de Pitti-participanten die ik ken zou ik Pierre Guillaume kiezen. Gaat als ‘levende’ parfumeur – hij is geen gereanimeerd vintage parfumhuis – al een tijdje mee en maakt in ieder geval uitdagender geuren dan Francis Kurkdjian. Daarnaast (klasssiek-veiliger wordt het niet): Jacques Fath.
Dat begrijpt Arnault. Want Fath was ooit een, zoals dat heet, legendarisch couturehuis met dito geuren (ik bezat een vintage Canasta, en natuurlijk het parfum omringd met zoveel mysterie: Iris Gris). Na een tournee langs diverse eigenaren is www.panouge.com nu de licentiehouder, en de nieuwe geuren schijnen het redelijk te doen.
Alleen kan de presentatie prestigieuzer (ik heb Lilas Exquis besproken). Als Arnault echt slim is heropent hij Jacques Fath ook als couturehuis onder auspiciën van LVMH naturellement. As we speak, LVMH is nu aan het oefenen met Jean Patou. Eveneens een legendarisch couturehuis met dito geuren.
Wat zal het uiteindelijke creatieve resultaat zijn? Ik denk inwisselbare couture- en parfumchic die je inmiddels op elk legendarisch wakker gekust couturehuis kunt plakken. Want dat is de modus operandi van LVMH: aangekochte celebrities, mode- en couturemerken in een luxeblender stoppen, met als uitkomst: niet helemaal hetzelfde, niet helemaal anders, maar perfect passend wat op een bepaald moment als chic en modieus wordt gezien (hoewel dat bij Rihanna’s fashion brand Fenty niet helemaal is gelukt).
Zo kun je de parfumadvertenties van Dior zo een, twee, drie ook op die van Fath en Patou plakken. En Arnault weet dat zijn powerhouse Dior – waarmee het voor hem allemaal begon en hem multi-miljardair maakte – als merk niet het eeuwige leven heeft, en zo maar uit de gratie kan raken. Bernard Arnault en zijn kinderen (opvolgers) reageerden in ieder geval niet zichtbaar enthousiast op de eerste show van de net aangestelde Jonathan Anderson (voormalig ontwerper voor Loewe, ook onderdeel van LVMH).
Van links naar rechts: vrouw (ex-model) van zoon Arnault, Arnault, Brigitte Macron, dochter Arnault, Johnny Depptijdens Jonathan Andersons Diorpremière
En dat Parfums Dior op marketinggebied alleen nog maar kan grossieren in clichés, bewijzen de nieuwe commercials. Voor de man: stoer, mannelijk, ruig, ontheemde omgeving. Voor de vrouw, of zullen schrijven, voor het vrouwtje kinderdachtige, uitgekouwde Parijs-romantiek. Zie Johnny Depp – waarschijnlijk verplicht present bij de Andersons prêt-a-porterpremière – voor de nieuwe Sauvage Elixir-reclame.
Op de eerste plaats, hij bewijst dat veel celebs een parodie van zichzelf worden. My God, wat een treurnis. Doodserieus zonder een greintje zelfspot. In een desolaat Amerikaans decor – ik hoef de ‘making of’ niet te zien en het prijskaartje idem – zegt hij met een met liters alcohol doorwrochte stem dat ‘in the wild everything is in front of you’. Come again? And what’s behind? Vervolgens zoekt een puma (?) of een soort van wilde kat (lynx?) rust aan zijn voet – de woestheid getemd? Blablabla.
Nog meer blablabla presenteert tuthola Nathalie Portman met ‘haar’ nieuwe Miss Dior Essence. In een wervelend decor – lachend door een straat, duikend in het water, bibliotheekbezoekend, lekker rennend en vooral veel achteromkijkend over trappen en op het strand, want achtervolgt door een lover – word je geleid naar een dak (in Parijs natuurlijk) waar ze verliefd in de camera kijkt en aan de kijker vraagt ‘And you? What would you do for love?’
Mijn advies als je wilt dat je relatie niet aan een couture zijden draad komt te hangen: koop deze middelmaat niet. Misschien, als het echt niet anders kan, een geur uit La Collection, maar voor hetzelfde geld koop je een mooiere, lekkere en meer verfijnde geur bij een nichemerk. Happy hunting!
Aangezien ik niet meer opsta en naar bed ga met parfum (nooit echt gedaan trouwens), www ik tegenwoordig altijd even of een merk nog wel in leven is. Vive Parfum Satori! Mooi, kan ik nog twee geuren van haar bespreken (zie voor introductie Hana Hiraku): Wasanbon (2013) en Iris Homme (2010). Moet gezegd ten eerste: de oprichtster verdient de eerste prijs in de categorie Kleinste Proefje. Ik heb grote handen, I know, maar in deze xxs monstertjes – lees: lullige – zit misschien 1ml. Moet gezegd ten tweede: www voert je als niet-Japanner niet direct – zoekwoorden Parfum Satori – naar de meest voor de hand liggende site. Ik word verwezen naar waar de voertaal Japans is. Na wat zoeken, kom ik bij een niet zo uitbundige en verzorgde Engelstalige site.
Moet gezegd ten derde: ruikende aan Wasanbon en Iris Homme stel ik vast dat Satori Osawa minder authentiek Japans is dan gedacht. De subtiliteit die ze olfactorisch toepast wijkt niet veel af van de Europese niche-cultuur en haar filosofie/story telling zou geen enkel Frans parfumhuis misstaan. Zoals: ‘Geur heeft de kracht herinneringen vast te houden en te wekken’. Ze hoopt daarnaast dat haar creaties ‘het ritme van het leven van de gebruiker zal aanpassen, een moment van vrede zal brengen en een aanwijzing zal zijn bemoedigd te worden’.
De teller bij Satori Osawa staat nu op 20. Iris Homme (2010) springt eruit qua naam: zo duidelijk Europees/Frans, ofwel internationaal direct te begrijpen. Staat in schril contrast met haar ‘mysterieuze’ Japanse namen. Het daarentegen al te duidelijke Musk Blue (2007) en Black Peony (2008) laat niets aan de verbeelding over. Vreemd deze mixmatch.
Iris Homme omschrijft ze als een ‘intelligente en elegante geur voor mannen die niet veel nodig hebben, die gewoon zorgvuldig geselecteerde, kwalitatief hoogwaardige spullen dicht bij zich willen hebben’. Nou, ik zeg: ‘Klopt’. Als je het gelooft. Voor hetzelfde geld: Iris Homme is très toegankelijk – de opening van citroen, kardemom en oranjebloesem leidt niet echt af, vervlogen eer je er erg in hebt (het knisperende viooltjesblad houdt iets langer aan).
Je ontmoet de poederige iris namelijk direct, maar niet zoals we hem kennen; maar stoer gemaakt, ingepakt door een stevige amber-musk-combinatie (met op de achtergrond een ‘bloemig verlangen’ van jasmijn). Als je de tijd neemt, bespeur je op het einde een soort van wierookwarmte, maar dat kan ook de som der delen zijn. Met andere woorden: best wel klassiek, best wel ‘Vaderdagachtig’. Ik heb op de een of andere manier associaties met Prada-geuren voor mannen: gemene deler met een vleugje chic.
Wasanbon is van een andere orde. Komt wellicht door de inspiratie: een fijnkorrelige suiker traditioneel gemaakt in Shikoku. Bekend om zijn delicate zoetheid voornamelijk gebruikt in zoetigheden (wagashi). ‘Bedekt met een sprankelende, fijne glans, smelt het zachtjes in je mond als lichte sneeuw’.
De naam zou afkomstig zijn van de Japanse woorden ‘Japans’, ‘drie’ en ‘schalen’, verwijzend naar het proces waarbij de suiker drie dagen lang op schalen wordt gekneed. Nu komt er een woordspeling inhakend op de Europese markt, want het draagt ook de betekenis van ‘Wa sent bon’, ofwel ‘de aangename geur van Japan’.
De eerste impressie bij mij: lijm, plastic, gelig. Alsof Rei Kawakubo van Comme des Garçons over de schouder heeft zitten meekijken. Vreemd, wierdo. Maar dan een en al vertrouwheid, een en al lieflijkheid, een en al gourmand. Heel mooi de honingachtige mimosa (die extra zoet en suikerachtig aanvoelt) in combinatie met lelietje-van-dalen.
Amandel garandeert het vertrouwde, het sentimentele in de geur die zalig-rustig neerdaalt op bedje van vanille en poederige iris (die garandeert dat het niet te zoet wordt en dus de gemiddelde ‘kermis-gourmandgeur’ ontstijgt). Mooi en fijn, dat je ondanks deze sentimentaliteit een zekere verankering ruikt in de hoedanigheid van guaiac. Ook wel bekend als verawood en palo santo met zijn ‘(wie)rokerige’, tabakachtige noten. Ruik je goed. Chic.
Aangezien ik niet meer opsta en naar bed ga met parfum (nooit echt gedaan trouwens), www ik tegenwoordig altijd even of een merk nog wel in leven is. Vive Parfum Satori! Mooi, kan ik nog twee geuren van haar bespreken (zie voor introductie Hana Hiraku): Wasanbon (2013) en Iris Homme (2010). Moet gezegd ten eerste: de oprichtster verdient de eerste prijs in de categorie Kleinste Proefje. Ik heb grote handen, I know, maar in deze xxs monstertjes – lees: lullige – zit misschien 1ml. Moet gezegd ten tweede: www voert je als niet-Japanner niet direct – zoekwoorden Parfum Satori – naar de meest voor de hand liggende site. Ik word verwezen naar waar de voertaal Japans is.
Na wat zoeken, kom ik bij een niet zo uitbundige en verzorgde Engelstalige site. Moet gezegd ten derde: ruikende aan Wasanbon en Iris Homme stel ik vast dat Satori Osawa minder authentiek Japans is dan gedacht. De subtiliteit die ze olfactorisch toepast wijkt niet veel af van de Europese niche-cultuur en haar filosofie/story telling zou geen enkel Frans parfumhuis misstaan. Zoals: ‘Geur heeft de kracht herinneringen vast te houden en te wekken’. Ze hoopt daarnaast dat haar creaties ‘het ritme van het leven van de gebruiker zal aanpassen, een moment van vrede zal brengen en een aanwijzing zal zijn bemoedigd te worden’.
De teller bij Satori Osawa staat nu op 20. Iris Homme (2010) springt eruit qua naam: zo duidelijk Europees/Frans, ofwel internationaal direct te begrijpen. Staat in schril contrast met haar ‘mysterieuze’ Japanse namen. Het daarentegen al te duidelijke Musk Blue (2007) en Black Peony (2008) laat niets aan de verbeelding over. Vreemd deze mixmatch.
Iris Homme omschrijft ze als een ‘intelligente en elegante geur voor mannen die niet veel nodig hebben, die gewoon zorgvuldig geselecteerde, kwalitatief hoogwaardige spullen dicht bij zich willen hebben’. Nou, ik zeg: ‘Klopt’. Als je het gelooft. Voor hetzelfde geld: Iris Homme is très toegankelijk – de opening van citroen, kardemom en oranjebloesem leidt niet echt af, vervlogen eer je er erg in hebt (het knisperende viooltjesblad houdt iets langer aan).
Je ontmoet de poederige iris namelijk direct, maar niet zoals we hem kennen; maar stoer gemaakt, ingepakt door een stevige amber-musk-combinatie (met op de achtergrond een ‘bloemig verlangen’ van jasmijn). Als je de tijd neemt, bespeur je op het einde een soort van wierookwarmte, maar dat kan ook de som der delen zijn. Met andere woorden: best wel klassiek, best wel ‘Vaderdagachtig’. Ik heb op de een of andere manier associaties met Prada-geuren voor mannen: gemene deler met een vleugje chic.
Wasanbon is van een andere orde. Komt wellicht door de inspiratie: een fijnkorrelige suiker traditioneel gemaakt in Shikoku. Bekend om zijn delicate zoetheid voornamelijk gebruikt in zoetigheden (wagashi). ‘Bedekt met een sprankelende, fijne glans, smelt het zachtjes in je mond als lichte sneeuw’.
De naam zou afkomstig zijn van de Japanse woorden ‘Japans’, ‘drie’ en ‘schalen’, verwijzend naar het proces waarbij de suiker drie dagen lang op schalen wordt gekneed. Nu komt er een woordspeling inhakend op de Europese markt, want het draagt ook de betekenis van ‘Wa sent bon’, ofwel ‘de aangename geur van Japan’.
De eerste impressie bij mij: lijm, plastic, gelig. Alsof Rei Kawakubo van Comme des Garçons over de schouder heeft zitten meekijken. Vreemd, wierdo. Maar dan een en al vertrouwheid, een en al lieflijkheid, een en al gourmand. Heel mooi de honingachtige mimosa (die extra zoet en suikerachtig aanvoelt) in combinatie met lelietje-van-dalen.
Amandel garandeert het vertrouwde, het sentimentele in de geur die zalig-rustig neerdaalt op bedje van vanille en poederige iris (die garandeert dat het niet te zoet wordt en dus de gemiddelde ‘kermis-gourmandgeur’ ontstijgt). Mooi en fijn, dat je ondanks deze sentimentaliteit een zekere verankering ruikt in de hoedanigheid van guaiac. Ook wel bekend als verawood en palo santo met zijn ‘(wie)rokerige’, tabakachtige noten. Ruik je goed. Chic.
Op welk parfumhuis zijn deze kwalificaties van toepassing?
1: de kwaliteit van ingrediënten: het nog niet genoemde huis gebruikt hoogwaardige, vaak natuurlijke ingrediënten. Dit zorgt voor een rijkere geurbeleving en langere houdbaarheid op de huid.
2: artistieke creaties: elk parfum is zorgvuldig samengesteld met een duidelijk verhaal of inspiratiebron, vaak gebaseerd op de Parijse levensstijl, kunst of emoties. Dit geeft elk parfum karakter en diepgang.
3: unieke geurcomposities: het nog anonieme huis combineert klassieke parfumerie met een moderne twist. De geuren zijn vaak origineel en onderscheiden zich van mainstreamparfums, wat ze aantrekkelijk maakt voor niche-liefhebbers.
4: langdurige sillage: de parfums blijven lang ruikbaar hebben vaak een goede projectie; anderen kunnen de geur ook goed waarnemen zonder overheersend te worden.
5: esthetische presentatie: de flacons zijn strak, stijlvol en minimalistisch – iets wat past bij de luxe niche-ervaring.
David B(ene)D(e)K
Het betreft niet … (vul maar in), maar BDK. Echt waar? Yep. Het had natuurlijk ieder ander relatief nieuw parfumhuis kunnen zijn. Maar ik heb ChatGPT de boel dit keer laten uitzoeken. Geen zin. Waar ik nu volgens mij het meest voor moet vrezen, is dat lezers – gaan – denken, dat Geurengoeroe de tekst zelf heeft geschreven. Nog erger: het heel erg goed vinden. Als ik dan op deze manier zou doorgaan, en likes zou blijven krijgen, dan is mijn lot bezegeld.
In de zin van: monotonie en clichés krijgen de bovenhand (want direct begrepen), ‘dure’ en ‘chique’ woorden worden verward met intelligent en creatief taalgebruik. Ik kan de deur sluiten. Terzijde: ik kreeg onlangs een opmerking waarom ik ‘zo moeilijk’ schreef? Nou daarom.
Voorspelbaarheid dreigt een must te worden, anders begrijpen de lezers het wellicht niet meer. Iets wat in de beautybranche sowieso al decennia schering en inslag is: die heeft voor zichzelf – zonder het te weten – al een AI gecreëerd door trouw decennialang persberichten – het liefst letterlijk – te copy en te pasten.
Moet gezegd: de volgende vraag die ik stelde, scheelde mij veel ‘eigenlijk-geen-zin-in-zal -wel’-zoekwerk: wie is de man achter BDK Parfums? Wat ChatGPT mij antwoordt, heb ik ingedikt (lees: standaardclichés weggelaten). Here we go: de man achter BDK Parfums is David Benedek, geboren in Parijs in 1989. Hij groeide op in een familie diepgeworteld in de parfumeriewereld. Zijn grootouders, afkomstig uit Transsylvanië, waren in de jaren 1950 pioniers in de distributie Worth en Dior in Parijs. Ze openden hun eerste parfumerie nabij het Palais-Royal in 1959.
Hoewel David aanvankelijk economie studeerde en ervaring opdeed in Beijing en New York, keerde hij terug naar Parijs in 2012 om aan het Institut Français de la Mode de specialisatie parfumerie & cosmetica te volgen. Gevolgd door studies bij Givaudan en Cinquième Sens. 2016: oprichting BDK Parfums eveneens gevestigd aan het Palais-Royal’. Terzijde: in de parfumerie van zijn familie?
Het beauty brabbel-brabbel-idioom dat volgt, verdraag ik niet meer: ‘het merk staat bekend om zijn unieke geurcreaties die verhalen en emoties tot leven brengen. David beschouwt BDK Parfums als een moderne olfactorische bibliotheek, waarbij elke creatie verhalen bevat die de grenzen van interpretatie en verbeelding opzoeken’.
Het gaat maar door: ‘Benedek’s benadering van parfumerie is diep persoonlijk en artistiek. Hij beschouwt parfum als een onzichtbaar kledingstuk dat emoties en herinneringen oproept. Zijn creaties zijn geïnspireerd door de veelzijdigheid van Parijs en de rijke geschiedenis van zijn familie in de parfumeriewereld’. Terzijde: ‘Oh la la, la grande vie à Paris!’
De door mij niet gevraagde uitsmijter aan ChatGPT, meldt: ‘vandaag de dag wordt BDK Parfums wereldwijd erkend en is verkrijgbaar in meer dan 30 landen, verspreid over zo’n 200 exclusieve winkels. De meest recente geur van BDK Parfums is Impadia, uitgebracht in 2025. Deze uniseksgeur is een verfijnde combinatie van citrus, florale en houtachtige noten, geïnspireerd op de levendige Parijse tuinen. Italiaanse mandarijn, bergamot en peer openen de geur, gevolgd door een hart van roos- en oranjebloesemabsolu. De basis bestaat uit akigala, vanille-absolu en sandelhout, wat zorgt voor een warme en sensuele afronding.’
Dit kan er ook nog wel bij volgens ChatGPT: ‘een andere recente lancering is Rouge Smoking Extrait, uit 2024. Deze geur is een intensere en sensuelere versie van de originele Rouge Smoking. Met een concentratie van 30 procent combineert het de zoetheid van Napoleon-kers met de rijkdom van zwarte vanille, tonkaboon en witte musk, wat resulteert in een fluweelzachte en verslavende geurbeleving. Beide geuren illustreren de voortdurende innovatie en creativiteit van BDK Parfums in het creëren van unieke en boeiende geurcomposities’. Terzijde: tja.
IN 2007 VERNIEUWEND, NU COURANT DOOR UBER-NICHEAANBOD
Ik schaam me bijna dat ik deze geur niet eerder een blik waardig heb gegund – het proefje dan. Moet te maken hebben gehad met een tijdelijk geurgeheugen-verlies in combinatie met ‘geurmoe’. Terwijl leer en iris tot mijn favoriete (tegenwoordig zeg je fetish) ingrediënten behoren.
Terzijde: ik ga eens een top tien samenstellen van mijn fetish ingrediënten. Die zal waarschijnlijk constant transformeren, gezien smaak en voorkeur bij mij niet in marmer is gebeiteld. Zo vind ik de laatste tijd lavendel weer mooi en interessant; een tijd lang kon ik dit Provence-cliché wel door de wc spoelen. Altijd present in hoogste regionen zal galbanum zijn: de echte dan, niet de synthetisch versie (erg mat en tam zonder sprankeling).
Cuir D’iris 14.1 dus. Toont goed de verfijning aan die de klassieke parfumerie de laatste dertig jaar heeft ondergaan. Hiervoor verantwoordelijk natuurlijk de eerste lichting van nichemerken die de klassieke parfumerie naar een hoger niveau hebben getild – waaronder Pierre Guillaume. Een leergeur werd in dit umfeld lange tijd geassocieerd met stoer, mannelijk en overrompelend. Of als een gedurfd statement wanneer gedragen door een vrouw. Gedenk in deze de klassieker Knize Ten (1924) en de vintagegeur Cuir de Russie (óók 1924) van Chanel. Als je moeite en tijd neemt voor deze krachtpatsers, dan ruik je achter deze stoerheid ook subtiel-bloemig raffinement.
Pierre Guillaume zegt over Cuir D’iris 14.1 (klinkt nogal statig, vaak eigen aan het Frans, dat opgeblazene – de overdrijving een poëtische schijn geven): ‘Een oud en voornaam leer, gepoederd met weelderige oude zwarte iris met tonen van druiven en pure chocolade. Dit ‘irispoeder’ met leer opstijgend in een amberkleurige en kruidige sluierdamp, is sinds de lancering in 2007 een klassieker in de leerfamilie en toont tevens de unieke savoir-faire van Maison Pierre Guillaume Paris’.
Eerst dit: ik geloof zelf niet dat de kleur van de iris een andere geurnuance oplevert, dit ‘praatje’ is volgens mij onderdeel van de mystificatie van het vak en storytelling. Met andere woorden: zwarte iris ruikt niet anders dan de witte of blauwe, of alle andere kleurvariëteiten die je nu hebt. Ik zeg het nog maar een keer: de gefermenteerde en gedroogde wortel is verantwoordelijk voor de poederige noot, die afhankelijk van de omringende bloemen en harsen zowel intens koel als ‘zwoel boudoir’ kan ruiken.
Dan dat: is dit nu ‘wishful smelling’ dat ik in eerste instantie meer druif en chocolade ruik dan de hoofdrolspelers? Hoe krijgt Guillaume het voor elkaar om je zo duidelijk druif te laten ruiken die voor mijn gevoel de hele geur lang op de achtergrond schittert? Een zachte citrusnoot met wat nog meer… raadselachtig die fris-gele zonnige noot gelardeerd met groene accenten.
Nu heb ik het niet meer zo op gourmand en boudoir, daarom moet je Cuir D’iris 14.1 eigenlijk nu met terugwerkende kracht ervaren. Alsof het 2007 is. Toen was de geur echt vernieuwend, juist door leer en iris (deze combi was toen onbekend). Alsof het leer door het irispoeder suède-achtig wordt, en door de gourmandnoot soepel: warme chocolade en houtachtige accenten. Zeg maar een zoete patchoeli-feel; vergeet niet dat Angel van Mugler (1992) ook op basis van patchoeli en chocolade is.
Interessant: hetzelfde jaar verscheen in de L’Art et La Matière-serie van Guerlain Iris Ganache. In deze geur wordt ook gezocht om gourmand (in dit geval witte chocolade en kaneel) met iris en hout te linken. Hoewel hierin leer/suède ontbreekt geeft de som der delen – iris, patchoeli, cederhout, vanille, amber, witte musk – voor mij enigszins hetzelfde gevoel.
En terwijl ik dit allemaal opschrijf, ruik ik nu nog een keer – het was een gul proefje – aan Cuir D’iris 14.1, en weer slingert weer de verrassende druif met smeltende chocolade door mijn neus. Het leer en de iris glorieert minder heftig dan de naam doet vermoeden. Had voor mij wat indringender mogen zijn.
Kan me niet herinneren dat ik deze geur eerder onder ogen heb gehad, maar kwam hem bij toeval tegen – op zoek naar een ander – proefje. Bij het bekijken van Parfums Quartana’s site vraag ik me inmiddels wel af: ben ik te oud en te wijs voor dit soort storytelling of is het narratief gewoon passé? Een serie ‘les potions fatales’ noemen, zet mijn gaapspieren direct in werking (twintig jaar geleden waarschijnlijk iets langzamer).
Want: hoezo cliché? Niet alleen in naam, maar eveneens in gedachte: het negental ‘fatale drankjes’ verkent aldus de oprichter ‘de verraderlijke schoonheid en intrigerende overlevering van ’s werelds giftigste bloemen. Verleidelijk en gevaarlijk, zijn ze door de geschiedenis heen voor duistere doeleinden gebruikt. Geef toe aan hun charmes, geef toe aan een geurige femme of homme fatale. Verleidelijk aan de buitenkant, maar uiteindelijk duister, sinister en dodelijk’.
Dat zijn dus volgens Parfums Quartana respectievelijk lelietje-van-dalen, alruin (mandrake), digitalis, wolfskers (belladonna), rode zijdeplant (bloodflower), wolfswortel of monnikskap (wolfbane), dolle kervel (hemlock), papaver (poppy) en datura. Ik heb ze allemaal wel eens voorbij zien komen, heb ze allemaal wel eens beschreven – in naam en in geur.
Maar vergeet niet: het zijn het sap, de fijngewreven bessen, bladeren of wortels die de gevaarlijke stoffen bevatten met ieder zo hun eigen merkwaardige bijwerking (koeien lijken dronken na het eten van dolle kervel – ik gun ze deze afwisseling). Het is dus níet de geur; de meeste van deze giftige planten verspreiden sowieso geen of nauwelijks waarneembaar aroma. Dus wat krijg je? Negen fantasiegeuren die met een andere naam ook dezelfde olfactorische uitwerking zouden hebben gehad. Je vindt ze lekker, aangenaam, fascinerend, draagbaar of niet.
Afgaande op site, kun je niet anders concluderen dat Parfums Quartana succesvol is, want overladen met prijzen en dus serieus genomen door de branche. De oprichter dwingt sowieso respect af door zijn nederigheid: ‘Na Six Scents, richtte ik in 2014 Parfums Quartana op voor het creëren van verbluffend unieke, meesterlijk gemengde conceptuele parfums van ’s werelds beste essentiële oliën en moleculen. Onze ethiek: eenvoudig en stevig. De parfumeur en ik brengen pas een geur uit wanneer die niet meer verder voor verbetering vatbaar is, of dat nu maanden of jaren duurt. Deze compromisloze toewijding aan uitmuntendheid heeft ons twee van prestigieuze awards opgeleverd: The Fragrance Foundation’s Perfume Extraordinaire (2017) voor Poppy Soma en de Art & Olfaction Independent Category Award voor Space-Age (2023)’.
Alruin in het wild
Jammer dan, en dus niet echt serieus te nemen (als grap vast niet bedoeld, gezien de ernst van de site) wanneer je op de ingrediëntenlijst van Mandrake onder meer een alruinbloem- én dodelijk verslavingsakkoord leest. Dat kan dus van alles zijn, of niets gezien deze twee akkoorden ‘stom’, reukloos zijn. En je weet dus niet wat deze twee toevoegen aan de verwerkte appel, berkenblad en -wortel, bergamot, patchoeli, rabarber, kardemom, suède, leer, vanille en sandelhout.
Neemt niet weg dat Mandrake fascinerend is. Ik noem het wel eens lekker scheel, wil zeggen de ingedriënten leveren een geur op die enigszins afwijkt van de norm. Niets hemelsbestormend, maar waarvan de doorsnee-ruiker toch even van opkijkt lijkt me. Scheel is hier volgens mij de combi van berkenblad en -wortel (zacht, zalvend, fris), appel (fris, zoet), rabarber (fris, zuur) en kardemom (fris groen). Ik wist niet dat berkenwortel iets olfactiefs oplevert, het zij zo.
Het geeft in ieder geval en groen-zurige opening die knispert en waar de zon overheen heeft geschenen. De overgang naar de basis is lekker langzaam en transformeert Mandrake tot een klassieke, ik zou bijna zeggen mannelijke houtgeur (een strakke patchoeli) met verzachtende ondertoon van suède, leer en sandelhout. Stoer-chique zonder testosteron-effect dankzij het achterwege blijven van welke synthetische variant op ambergrijs dan ook.
In mijn achterhoofd ruik ik Mandragore(2004) van Annick Goutal. De Franse naam voor alruin. Die is voor mij – om maar een parfumcliché te gebruiken – mysterieuzer. Zonet ‘ter controle’ weer even geroken. Anders fris, anders luchtig, anders zoet – wrang, bitterzoet. Zonder grote woorden, zonder imponeren in alle bescheidenheid gelanceerd, maar vanzelfsprekend. Een prachtig parfum. Kan de maker van Mandrake, Joseph Quartana, nog wat van leren.
‘ALTERNATIEF’ BROEÏRIG PARFUM LAAT JE OUDH NIEUW BELEVEN
Zwart gat
Ik bestelde met enig argwaan een proefje bij Guerlain. Want: het huis maakt zoveel geuren – ook in de L’Art et La Matière-serie – dat het steeds moeilijker wordt om ze op hun artistieke en creatieve merites te beoordelen. Daarnaast de naam: hopelijk geen link met de cosmetica, zoals Guerlain het eerder deed met een van de mooiste seventies chypres: Parure werd naam van een maquillage-lijn.
Dan de laatste horde: oudh. Ik vond het ‘altijd’ een soort van chic van Guerlain dat het zich verre hield van het adelaarshout, het niet in zijn geurpalet opnam (behalve ooit als een olie als ik me niet vergis). Als je je dan ‘alsnog’ in de kilometerslange oudh-rij aansluit, zorg dan wel voor wat ‘fracas’, opschudding en olfactief gejongleer. Nou, Thierry Wasser, doet het met Oud Khôl. Parfum als abstractie, parfum als kunst.
Dit is wat je wil, wat ik wil ruiken: een onbestemde, een donker-ijl-ijzige minerale en rokerige (een flitsvlam van een lucifer die je aansteekt) opening die alle kanten opgaat. Wat ruik ik eigenlijk? Niets en alles! Je kunt je vinger er niet direct opleggen. Het is een soort van ‘historische’ opening: zo moet in de jaren twintig de eerste kennismaking met N° 5 zijn geweest: de vernieuwende magie van aldehyden die als een schitterende vuurpijl in de nacht zijn frisse fonkelingen prijsgeeft.
Alleen hier geen vuurwerk. Eerder een groenachtige sfeer in een kale ruimte met museale proporties waarin geuratomen aan het googelen zijn. Vervolgens ontwaar je meer: de groene noten worden mosachtiger krijgen een chypre-achtige constructie op basis van oudh. En dan: een schuring met leer met een animaal randje. Geeft warmte zonder dat de geur te zwaar wordt; het ijle, het ongrijpbare blijft gewaarborgd.
Ik weet niet hoe houtskool echt ruikt, heb het natuurlijk wel eens in mijn handen gehad en ik weet ook dat de geur die tijdens de productie ervan vrijkomt wordt gebruikt voor het bbq-effect in sauzen. Het sterk-rokerige oudh-effect wordt in Oud Khôl in ieder geval getemperd door een subtiele praline-noot gelukkig zonder te karamelliserend effect. En dan heel langzaam, bijna ongemerkt bespeur je een bijna zichzelf verontschuldigende bloemennoot als een lichte streling.
Als je al ruikende, je je toch niets bij dit meesterwerk kunt voorstellen, luister dan naar Thierry Wasser: ‘Als het een kleur was, zou dit de gitzwarte kleur voorstellen waar Anish Kapoor zo om bekendstaat, zwart pigment tot een absolute waarde verheven’. Als dat eenmaal in je hoofd zit, gaat het er niet meer uit. Zelfs Yves Klein-blauw – ook zo geliefd in artistieke parfumkringen laten mijn hersenen niet toe. Het donkerste groen denkbaar dan? Ook niet.
Ik heb ook literaire associaties: het mystieke L’Oeuvre au Noir van Marguerite Yourcenar. Maar ik moet vooral denken een kosmisch zwart gat, de plek in het heelal waar alle krachten samenkomen van ineengestorte zware sterren aan het einde van hun ‘levensloop’; een gewichtsloze en geluidsloze ruimte, waar alles niets is en niets alles.
Het ‘Khôl-zwart’ van Anish Kapoor
Mensen met weinig parfumervaring en geur alleen zien als ‘iets lekkers’ (en romantisch en verleidingsmiddel) zullen misschien bij het ruiken denken ‘Is dit nu alles? Wanneer gebeurt er nu wat?’ Hun wacht nog een mooie olfactieve reis waar Oud Khôl het begin en het eindpunt kan zijn.
Ook wel jammer: omdat we al een paar decennia in de fast forward fragrances-modus zitten, is de kans groot dat Oud Khôl aan de aandacht ontsnapt bij het grote publiek doordat die zich nog te veel door onzingeuren laat verleiden. Met andere woorden: had Oud Khôl de gelijke behandeling als Mon Guerlain gekregen, met alle marketingtoeters en -bellen incluis, dan hadden meer mensen met dit wonderbaarlijke werk kennis kunnen maken en gezegd: ‘Intrigerend, ik neem hem.’
Met nog andere woorden: had in Mon Guerlain Oud Khôl gezeten, dan was het misschien wel een groter succes geworden. En nog even over Guerlains alsmaar doordraaiende geurcarousel: moet ik nu ook aan de Oud Nude en Cherry Oud? Tegelijkertijd met Oud Khôl verschenen. Interessante ingrediëntenopgaaf zo op papier, maar voor mij iets te rood-fruitig gourmand.
OUDH ONTMOET LELIETJE-VAN-DALEN, TOCH MAAR NIET HELAAS
KLASSIEK-BRAAF RECEPT
‘OUDH ALEXANDRIË’
Namen vernoemd naar geliefde steden of straten was in het begin leuk en origineel in de parfumbusiness. Maar nu: als we niet oppassen is over een tijdje elke (hoofd)stad, dorp, gehucht, buurtschap en zijstraat olfactorisch in kaart gebracht: Mar-a-Lago the perfume that blends trad toxic masculinity with trad wife elegance.
Om een parfum een chique cachet te geven en interessant te maken, kun je natuurlijk de geschiedenis induiken op zoek naar legendarische en roemruchte steden. Zijn er plenty. Maar is het werkelijk mogelijk het verleden op te roepen, en wat wil je oproepen? Hoe vertaal je dat in geur? Xerjoff was zo onder de indruk van Alexandrië (in 331 v Chr. gesticht door Alexander de Grote) dat ze er meerdere geuren naar hebben genoemd. Alexandria ging er niet aan vooraf, maar Alexandria II (uit 2012) werd gevolgd door Alexandria III.
Alexandria II valt in de categorie Oud Stars. Wat er nu zo bijzonder was aan het oude Alexandrië volgens Xerjoff wordt me niet duidelijk, het beeld dat opgeroepen moet worden wel: ‘Als een verwezenlijkte parfumdroom. Wierook die brandt in het donker zoals ogen vol passie. Een liefdesbrief zolang dat hij een hele bibliotheek kan vullen. De intimiteit van een bloeiende roos, de ontbrekende helft van de appel, de zachte kracht van de ceder, de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Het is een rivier van passie die stroomt in het midden van een stad. Cambodjaanse oud bereikt de neus zoals een koningin het hof betreedt; aangekondigd door het luiden van de gong, haar spoor kostbaarder dan goud’.
Nu weet ik weer waarom ik niet zoveel met het merk heb: de clichés die over je heen worden gestort. Slechts twee voorbeelden: de ellenlange liefdesbrief. Dan de quasi-dichterlijke, mallotige verwoorde aannames: de dodelijke verleiding van het lelietje-van-dalen. Come again? Dan de afsluiting van deze ode: ‘Welkom in Alexandrië: de mooiste belegering in de geschiedenis’. Tuttuttut… zal wel.
Moet gezegd: hoewel ik behoorlijk oudh-moe ben, verrast Alexandria II in eerste instantie door een niet vaak gemaakte combi: oudh en lelietje-van-dalen. Het tedere bloemke symboliseert voor mij geen dodelijke verleiding (bij niemand volgens mij), eerder een fris, pril, groen-knisperend voorjaarsgevoel.
En dat is nu het leuke: je ruikt dat op aangename wijze. Tenminste als je moeite neemt om niet alleen maar oudh te willen ruiken – dat willen zoveel mensen zo graag en zo snel. Want neem je wel die moeite dan ruik je ook de appel-kaneelcombi goed in de opening (ook aanwezig rozenhout en lavendel; ik niet echt). Het lelietje-van-dalen springt er in het hart uit: luchtig en vrolijk – zin in de lente. De roos ondersteunt hem, versterkt het bloemige effect.
Dit alles gaat lekker langzaam, lekker langzaam onder in de basis: een beproefde mix van oosterse versierders: ceder- en sandelhout, musk, amber en vanille. Je kent het wel. En natuurlijk oudh. Uit Laos in dit geval. Je zou het bijna vergeten, de oudh, want die verdwijnt snel achter de andere aroma’s. Resultaat: gewoon een hele klassiek-brave oriëntaalse geur op hout-oudhbasis – waar je elke naam van een historische stad op kunt plakken. En waar Xerjoff iets royaler (gezien de prijs) met de oudh hadden mogen omspringen.
Nog een nadeel: het lelietje-van-dalen redt het helaas niet tot de basis. Had me wel spannend geleken: oudh en lelietje-van-dalen kaal naast elkaar gezet. Wat je dan had gekregen? Frisse zwoelheid, zwoele frisheid?
Grappig, zie ik net: als je 50 maal de beste keus bestelt bij http://www.parfumerie.nl moet je € 450,00 betalen voor 100 ml. Kost als hele 100mlfles € 545,00. Scheelt toch, maar zou de online winkel akkoord gaan met een dergelijke bestelling?