Lancaster heeft iets met water. Lancaster heeft iets met geuren. Lancaster heeft iets met de zon. Lancaster heeft iets met de Mediterranee – het hoofdkantoor zetelt in Monaco. Lancaster combineert graag deze vier voorliefdes. In 1994 resulteerde dat in Eau de Lancaster, drie jaar later gevolgd door Sunwater. En nu Aquazur. Wanneer je tijdens de zomer in Zuid-Frankrijk aan het strand ligt dan zie je vaak het azuurblauw van de zee bijna onzichtbaar opgaan in het azuurblauw van de lucht – en andersom. Aquazur: waar de elementen elkaar ontmoeten en samensmelten – en andersom. Aquazur: waar lucht verandert in water – en andersom.
Aquazur verbeeldt het prettige gevoel van wegdompelen in een strandstoel aan de Middellandse Zee en af toe gewekt worden door strandgeluiden: de golfslag van de zee, spelende kinderen. Kortom, een moment tussen droom en realiteit ondergedompeld in zonlicht, sereniteit en kalmte. Met daarboven een heldere, wolkenloze hemel met de lichte trilling van een verfrissende bries.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Aquazur is een geur waarin hemel en zee elkaar ontmoeten. Francis Kurkdjian componeerde een geur waarin hij lucht verandert in water. Denk aan een energieboost van citrusvruchten, gecombineerd met verbena uit de Provence en Siciliaans bergamot, die een frisse wind laten waaien over de het Zuid-Europese, dus warme hart van de geur: jasmijn, iris, centefoliaroos, citroenbloesem en zonnebloem.
RUIK & VERGELIJK
Het is opvallend dat nog maar weinig parfum- en cosmeticahuizen (en neuzen) zich hebben laten inspireren door de soms onwaarschijnlijk mooie kleuren en vaak zeer aangename geuren van de Middellandse Zee. Ruik hoe onderstaande merken de Mediterrane zon en zee wel in een flacon hebben gevangen.
Acqua di Parma heeft de Blu Mediterraneo-reeks waarin elke keer de geur van een eiland in de Middellandse Zee centraal staat. En vergeet niet eigenlijk de eerste geur waarin de mediterrane zon straalt:
Het gebeurt niet vaak dat een parfumhuis vijf geuren tegelijkertijd lanceert. In ieder geval in 1999. Guerlain deed met het Aqua Allegoria-kwintet. Pamplune, Lavande Velours, Rosa Magnifica, Ylang & Vanille en Herba Fresca. Hiermee toont een van de oudste Franse parfumhuizen dat het de laatste smaaktrends perfect aanvoelt. Aqua Allegoria sluit naadloos aan bij de terug naar de natuur-ontwikkeling, naar de eco-trend die je de laatste paar jaar in de parfumerie kunt ervaren.
Dus Steeds leggen steeds meer merken en parfumeurs zich toe op het ontwikkelen van geuren gebaseerd op puur natuur-ingrediënten die niet alleen lekker ruiken maar ook een (verondersteld) positief effect op het gemoed (kunnen) bewerkstelligen.
Geuren die in het de Aqua Allegoria-reeks niet zo goed doen bij de consument (eigenlijk best wel veel afgaand op de homesite van Guerlain) worden in de loop van de tijd vervangen door nieuwkomers. Herba Fresca en Pamplune zijn van de eerste vijf nog steeds te koop. Heel toevallig net die twee die het meest overtuigend qua inhoud en uitstraling de terug naar natuur-gedachte vertegenwoordigen, én zowel door vrouwen als mannen gebruikt worden.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Wanneer je Herba Fresca voor de eerste keer ruikt, moet je denken aan groen, groen en nog eens groen: groen gras, groen gebladerte, groene thee en groene munt. De geur van groen de hele dag door: fris, bedauwd in de ochtend, rustig doorgroeien naar de middag, dan de zeis er over om: de geurmoleculen barsten, en alles wordt nog groener en natter. Herba Fresca doet Jean-Paul Guerlain zelf denken aan zijn tuin even buiten Parijs waar alle planten groeien waar hij gek op is, en waar hij iedere dag naar toegaat.
Om geuren op te snuiven en – dus – inspiratie op te doen. Het effect van Herba Fresca: verkwikkend en anti-stress. Opent met vers gemaaid gras (man op foto is niet Jean-Paul Guerlain) gecombineerd met een frisse citrusnoot. Met een heel sterk dauw-effect. In het groene hart ruik je groene thee en kruizemunt. Verkwikkend en dorstlessend. Opvallend en origineel is de basis: hierin ruik je slechts het lelietje-van-dalen, het frisse voorjaarsbloempje dat je normaliter alleen in een hart ruikt of als solifleur-parfum.
Het schijnt dat Thierry Wasser de geur heeft aangepast, verfijnd. Heb het resultaat nog niet geroken. Hoop alleen dat het resultaat niet te verfijnd is – past niet echt bij het idee van Herba Fresca.
RUIK & VERGELIJK
Groen staat in de parfumerie voor fris en voorjaar. Opvallend is dat elke decennium zo zijn eigen interpretatie aan groen geeft. Hieronder een aantal beroemde, inmiddels klassieke groene geuren.
Balmain Vent Vert (1945)
Lancôme Ô (1969)
Sisley Eau de Campagne (1975)
Annick Goutal Folavril (1981)
Grès Cabotine (1989)
Bvlgari Eau de Cologne au Thé Vert (1992)
‘Mijn parfums zijn noch traditioneel, noch revolutionair. Ze zijn heel persoonlijk. Ze zeggen iets over mij’. Wie durft zoiets nog te beweren in een tijd waarin marketing en geavanceerde technologie in laboratoria de inhoud van de meeste parfums bepalen, en ‘de naam achter een parfum’ ondergeschikt lijkt aan het label waaronder een geur verkocht wordt
Serge Lutens (inmiddels voormalig) artdirector van Shiseido, het Japanse cosmeticabedrijf waarvoor hij sinds 1990 exclusieve geuren creëert, durft het. De eerste vijf geuren, die hij buiten zijn parfumerie op Place Royal in Parijs presenteert, zijn één van de mooiste introducties van 2000. Waarom? Heel eenvoudig. Als je ze ruikt, kun je alleen maar denken: ‘zo moeten ooit, heel lang geleden, parfums geroken hebben’.
En dan de namen! Zoals Arabie; het blaast op dichterlijke toon een bijna uit de gratie geraakt parfumcliché nieuw leven in: die van de vertellingen uit duizend-en-één-nacht. Lutens kan dit doen omdat de inhoud ook zwaar oosters ruikt. Naam klopt met de inhoud.
Voor de ontwikkeling van ging Lutens op zoek naar de wortels van het Europese parfum. Waar hij vond die? Tijdens zijn fieldwork in Egypte, Jordanië en Tunesië waar de door het Westen vergeten Arabische parfumcultuur nog springlevend is. Daar ontdekte hij op markten en door met mensen te praten, de geheimen. En daar zijn we als westerlingen met een bovengemiddelde interesse in parfums hem bijzonder dankbaar voor.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Arabie kenmerkt zich door de volle kruidige accenten. Toch blijft deze donkere en sensuele geur helder en ‘droog‘ van toon. Mooie contrasterende smaken. Sandelhout (romig-warm), het ooit door de drie wijzen aan kindeke Jezus geschonken mirre (droog-kruidig-etherisch), benzoïne (muskachtig) en tonkaboon (zoet). Voor de extra oosterse dimensie voegde Lutens nog laurier (kruidig-groen), vijg (fruitig-zoet) en dadel (zoet-zwoel, foto) toe. Kan het Arabischer?
RUIK & VERGELIJK
Er zijn veel oosterse geuren met een accent op het zoete (met name door vanille en tonkaboon) en amberachtige effect (met name door natuurlijke harsen). Ruik aan Shalimar van Guerlain (1925), ruik aan Opium van Yves Saint Laurent (1977). Oosterse geuren met een pikante en prikkelende kruiden zijn schaarser. Dus hebben we ook niet zoveel vergelijkingsmateriaal. Hier drie ‘oudjes’. Nog steeds te koop.
Volgens Chanel is wit ‘het oneindige, het absolute, zuiverheid, authentieke luxe, uiterste eenvoud en essentieel voor de geschiedenis van het huis’. Daarnaast drukt wit de allure en puurheid van stijl uit. Een uitgangspunt voor een geur die een ‘design of the senses’ is. En dit kun je allemaal in de flacon zien als je heel goed kijkt: een combinatie van het koude wit van sneeuw en ijs met het warme brons van de zon. Twee pure belevingen.
Om deze puurheid te ‘materialiseren’ presenteert Chanel Allure Homme Edition Blanche te midden van twee kunstwerken – hoe chic! Juin (1978) van André Marfaing (1925-1987) en Plie et replies van regisseur, schrijver en fotograaf Alain Fleischer (Parijs 1944) uit 1996. Wat zie je? Een ‘ingetogenheid en expressie van zuivere smaak en stijl’, die alleen wordt begrepen door de man die een liefhebber is van kunst, mooie voorwerpen en fraaie mechanismen. Driven by design dus, aldus de slogan. Het komt allemaal samen in deze witte editie van Allure Homme (1998). Wie voelt zich aangesproken?
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Jacques Polge heeft voor deze editie de olfactorische diamant van Allure Homme opnieuw geslepen op basis van vier facetten. Het effect: oosterse allure die resoneert met de frisheid van citrusvruchten. Het eerste facet: Siciliaanse citroen en Calabrisch bergamot. Door de meest vluchtige noten eruit te verwijderen, wint deze frisheid aan intensiteit en dynamiek. Het tweede facet: de ‘verwarmer’ van het eerste facet. Denk aan romig en zacht sandelhout verwarmd door tonkaboon en witte musk. Het derde facet: mannelijkheid. Dat roept Polge op met cederhout. Het vierde facet: garandeert kracht en levendigheid – Chanel spreekt zelfs van een explosieve basis – met behulp van roze en witte peper uit Madagascar.
De vier facetten samen: uiterst elegant én een beetje monotoon als je hem vergelijkt met Sycomore (2008). De nieuwe (mannen)geur die Polge aan de Les Exclusifs-lijn heeft toegevoegd.
RUIK & VERGELIJK
Er zijn weinig geuren waarin de nadruk zo op sandel- en cederhout wordt gelegd. We hebben twee ontdekt waarin dat ook gebeurt. Een daarvan – de laatste – werd gecreëerd door de man die nu de rechterhand van Jacques Polge is: Christopher Sheldrake.
Als je het eerste parfum van Anna Sui bekijkt dan denk je wellicht ‘jaar van lancering 1899 in plaats van 1999’. Want de flacon is helemaal ontworpen naar de wetten van de art nouveau-beweging die de kunstwereld rond 1900 in zijn greep had. Het zegt iets over de New Yorkse die bekendheid heeft gekregen als dé hippie de luxe-designer: Anna Sui.
Haar in haar eigen woorden ‘retro-ethnic, functional, casual clothing’ kleding is elk geval reuze populair bij supermodellen die haar ontdekten toen Sui nog als styliste voor modefotograaf Steven Meisel werkte. Haar naam dook in modekringen opeens zo vaak op, dat Karl Lagerfeld – zoals Sui trots rondvertelt – uitriep: ‘Who the fuck is Anna?’
Inmiddels wordt ze met haar hippie de luxe- en vlooienmarktnostalgie-look gerekend tot de internationale subtop. Zelf verklaart de ontwerpster haar succes als volgt: ‘Je moet global denken. Alles is al eens gedaan, maar het gaat er nu om hoe je de verschillende stijlen en culturele invloeden herdefinieert’. Een andere reden is voor haar succes is volgens haar dat ze als een van de weinigen humor in haar ontwerpen stopt.
En dat zie je ook in haar eerste geur Anna Sui: in de advertentie zien we een model gekleed in een romantische paarse jurk die, als je beter kijkt, over twee hoorntjes in haar haar blijkt te beschikken en stoere legerboots perfect vindt passen bij haar outfit. Je denkt: ‘die is prettig gestoord’.
Dat is nou precies de bedoeling, want Anna Sui – zelf ook prettig gestoord – maakt kleding en geuren, zoals ze zegt,‘'voor prettig gestoorde mensen die anders tegen het leven aankijken’.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Anna Sui is een bloemengeur met fruitaccenten op een bedje van hout. In de opening worden framboos en abrikoos vermengd die de bloemen in het hart – wilde jasmijn, ‘waterbloemen’ en Bulgaarse roos – een fruitige ondertoon geven.
De basis is zacht en sensueel door het gebruik van sandel- en cederhout met een vleugje tonkaboon.
RUIK & VERGELIJK
Prettig gestoord is Anna Sui inderdaad! Dat is leuk. Zeker voor de parfumwereld die zich maar al te vaak verliest in gewichtdoenerij, dramatiek en verheven gedachten.
En toch bespeur je bij haar geuren ook een aangename vorm van melancholie… ze kijkt niet voor niets zo graag terug. Zou de werkelijkheid ‘anno nu’ te verpletterend voor haar zijn? In ieder geval: leve haar vlucht in de lucht!
Anna Sui Sui Love (2002) Anna Sui Dolly Girl Bonjour L'Amour (2007) Anna Sui Night of Fancy (2008)
Gedurfd: een mannengeur te vernoemen naar een ‘eigenschap’ die meestal in combinatie met parfums en vrouwen wordt geassocieerd: liefde. Cacharel durft het! Het doel: met Amor pour Homme moeten gevoelens veroverd worden. En wel dappere en spontane veroveringen door de sterk-tedere en creatieve mannen voor wie liefde een onuitputtelijke bron is van energie, kracht en zelfoverwinning. Doe maar drie flessen!
Met andere woorden: deze geur is gemaakt voor de hedendaagse romanticus. De Amor-man grijpt iedere kans om zijn liefde te betuigen voor de vrouw die hij liefheeft. Hij gaat niets uit de weg. Sterker, deze hartstochtelijke man, die geen macho en patser wil zijn, zoekt constant naar nieuwe ‘aandachtsvelden’. Hij bouwt zijn wereld op via ontmoetingen en ‘gedeelde momenten van geluk’. Kortom, deze moderne Amor en Cupido ineen is een toegewijd man.
En enthousiast en vurig – zijn credo luidt niet voor niets ‘liefde boven alles’. Om het moderne en eigenzinnige karakter van Amor pour Homme te versterken, is het logo geïnspireerd op straatgraffiti: ‘direct en instinctief als een met verfbussen gespoten spontane liefdesverklaring’. Inmiddels verschenen diverse variaties, waaronder: Amor pour Homme Sunshine (2007) en Amor Pour Homme Tentation (2008)
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Amor pour Homme ruikt vanzelfsprekend romantisch. Het hart is gevuld met het symbool van de liefde: de roos, maar dan mannelijk dus pittig en gekruid. Maar voordat de mannelijke romantiek opbloeit, brengt eerst ‘een flits van citrus gedrengd in thee’ de juiste prikkels teweeg. Ook de nasleep blijft mannelijk door de stoere mix van vetiver en palissander, sensueel gemaakt door tonkaboon (foto) en benzoïne.
RUIK & VERGELIJK
Cacharel claimt met Amour pour Homme de eerste herengeur met rozen in het hart te hebben ontwikkeld. Niet dus. Het duidelijkst voorbeeld:
Er werd jaren en jaren naar uitgekeken – net zoals velen verlangen naar een vorm van buitenaardse intelligentie – en heeft eindelijk de aarde bereikt: het nieuwe parfum van Thierry Mugler. Het kreeg vanzelfsprekend een opvallende naam mee: Alien. Gewaagd, want de meesten zullen bij het horen van de naam denken aan de gelijknamige film en misschien ook wel aan die andere populaire filmreeks: Star Wars. Thierry Mugler interpreteert de naam, letterlijk vertaald een vreemdeling behorend tot een vreemd land of natie, vanzelfsprekend anders.
Hoewel de uiterlijke vorm het tegendeel bewijst, zijn de overeenkomsten tussen zijn eerste geur voor de vrouw (succès fou Angel uit 1992) en Alien groter dan je in de eerste instantie denkt.
Beide beginnen met een a. Ten tweede: de personificatie van zowel Angel als Alien is een buitenaards wezen. Staat Angel voor aards symbool van schittering en succes, met Alien komt onder the slogan ‘and then there was light’ een buitenaardse wijsheid en verfijning in de vorm van een tovenares naar ons toe – een meer chique en meer afstandelijke vertegenwoordigster dan Cacharels Noa uit 1998.
Alien, ‘afkomstig uit de oertijd én de verre toekomst’, opent voor ons deuren waarachter nieuwe sensaties en ervaringen liggen. Want waar Alien zich ook manifesteert, wordt de atmosfeer geladen met weldaad, vrede en kracht. Om het buitenaardse gevoel te versterken is de naam in spiegelschrift geschreven omdat Alien als het ware geen woorden nodig heeft, maar telepatisch met de mensheid in contact staat.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
In een ametheist gekleurde flacon, ‘zwevend’ tussen een heilige steen, een scarabee en een masker, schuilt een elixer omschreven als de revelatie van drie ingrediënten. Revelatie 1: amber. En wel een ‘ambre solaire’. Dat wil zeggen: wit amber zonder scherpe marine- en zeenoten. Schenkt Alien warmte, sensualiteit en zachtheid. Revelatie 2: hout. In dit geval het als ‘warm als hout’ en ‘zacht als kasjmier’ omschreven cashemeran. Schenkt de geur kracht maar ook zachtheid. Revelatie 3: bloemen. In dit geval de fijnste jasmijnsoort die er bestaat: sambacjasmijn met zijn volbloemige toets.
Die symboliseert volgens Mugler absolute vrouwelijkheid. Schenkt de geur een bloemige en zonnige verfijning. Zo ontstaat een mysterieus parfum dat ‘onze wensen, genot en hoop zal beïnvloeden’. Het is letterlijk ook een vreemd parfum: hoewel je de drie revelaties goed kunt onderscheiden vind ik dat ze niet zo in harmonie zijn. Alien heeft iets ‘harsh’, scherps. Ik mis de bloemige, zwoelige en intense verfijning van sambacjasmijn. Let op : sinds 2007 verschijnen er ook zomerse versies van Alien die allemaal zijn besproken op deze blog. En: net zoals Angel, bevindt zich in de betere parfumerie een bron waarmee je je lege refill-flacon weer kunt laten bijvullen – tegen betaling uiteraard.
RUIK & VERGELIJK
Amber – in de vorm van harsen – is ontdekt als nieuwe smaakmaker in parfums. Denk hierbij niet aan een de ‘ouderwetse’ donkere versies, maar aan een moderne interpretatie die als het ware een transparante, niet verstikkende warmte en diepte aan een geur geeft. Amber op deze manier geïnterpreteerd kun je ook ruiken in:
WANNEER EEN EXOTISCHE ‘ZONNEBLOEM’ EEN WESTERSE ‘ZONNEBLOEM’ ONTMOET
Jaar van lancering: 2009
Laatst bijgewerkt: 21/04/09
Neus: onbekend
Er bloeit al eeuwen een bloem in verre exotische oorden die pas sinds twintig jaar ‘ontdekt’ is door parfumeurs: de tiaré. Er bloeit al eeuwenlang in Zuid Europa een bloem die al langer door parfumeurs is ontdekt: mimosa. Nog nooit waren deze naar zon en zomer ruikende bloemen verenigd, Guerlain doet het nu met Tiaré-Mimosa en zegt over fusie: ‘Een odyssee van geuren die de zintuigen langzaam meevoert naar andere luchtstreken’.
De tiaré is volgens Guerlain ‘een embleem van een ver paradijs waar zachtmoedigheid een levenskunst is’. De mimosa is volgens Guerlain ‘duizenden miniatuurzonnetjes die ontluiken in de eerste dagen van de lente en de velden bezaaien met hun kostbare goudpoeder’. Het is al zijn eenvoud een zon-zalige ontmoeting geworden, die zomaar zou kunnen uitgroeien tot een ster in de Aqua Allegoria-serie.
Want wat Guerlain belooft krijg je: ‘Een zachte koesterende warmte’. Een echte security blanket-geur, een redelijke nieuwe omschrijving van geuren die een warm-behaaglijke en vertrouwd gevoel oproepen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Prettig die opening: citrusvruchten in prikkelende concorde met roze peperbes. Die snel ruimte maakt voor het hart, de zon van de geur: een tiaré-mimosaverbond in al zijn eenvoud.
Zoals gezegd, wat je krijgt is wat je ruikt: Tiaré-Mimosa… een mix van exotisch-zwoel en ‘westerse’ zonnige bloemennoten elegant in de basis vastgehouden door vanille en (heel merkwaardig) vetiver. Die als zodanig moeilijk te herkennen is.
RUIK & VERGELIJK
Tiaré, daar is ze weer, staat ook bekend als de gardenia van Tahati en wordt door de oorspronkelijke bevolking van dit eiland – de Monoï – al eeuwen verwerkt in guirlandes die worden geschonken aan gasten en gebruikt tijdens ceremoniën. De bloesems verspreiden een sensuele, overweldigende geur, vandaar de bijnaam. Ze spelen ook een belangrijke rol in:
Wat of wie is Lanvin eigenlijk? Achternaam van de op 1 januari 1867 in Parijs geboren Jeanne die tussen het interbellum met Coco Chanel, Lucien Lelong, Jean Patou, Elsa Schiaparelli en Madame Vionnet tot de belangrijkste couturiers behoorde. Nadat ze zich van naaistertje opwerkt tot hoedenontwerpster, besluit ze op aandringen van vrienden ook ‘iets met’ kleding te doen, gecharmeerd als die zijn van de ensembles die ze voor haar enige dochter Marie-Blanche (ook wel Marguerite genoemd) ontwerpt.
Ze opent haar couturedeuren in 1910 aan de faubourg St. Honoré 22 (naast Hermès). Lanvin valt op omdat ze niet echt met de trends meedoet. Hoewel duidelijk beïnvloed door art deco en het comfortabele minimalisme van Chanel, geeft ze er door haar feilloos gevoel voor verhouding, virtuoze coupe, borduursels en naturelle kleurgebruik een persoonlijke draai aan.
Denk je bij Chanel aan zwart, bij Lanvin is het vergeet-me-nietje-blauw, dat Jeanne tijdens een Italiaanse vakantie ziet op fresco’s van Fra Angelico – nu de kleur van het huis. De zaken gaan voorspoedig: ze koopt het pand tegenover haar salon en opent er een winkel voor mannenmaatkostuums die de vergelijking kan doorstaan met de Londense kleermakers. Hierna volgen (lang voor Calvin Klein en Ralph Lauren) een home decoration-lijn, een sportcollectie, bont, lingerie en in 1923 een ‘tak’ waar Jeanne het beroemdst mee wordt: parfum. En dat was slim.
Dat had Coco Chanel twee jaar daarvoor met Nº 5 duidelijk gemaakt. Werden tot die tijd parfums geleverd door honderden Parijse parfumhuizen, Chanel wist dat een couturenaam geplakt op een parfum internationaal veel meer mensen zou aanspreken. Ze kreeg gelijk. Sterker, het parfum zou van relatiegeschenk geleidelijk uitgroeien tot het financiële fundament van de couturehuizen. In 1923 debuteert Jeanne Lanvin met Niv Nal en Irise. Gevolgd door vele andere, waaronder Mon Péché uit 1925, dat (met name in Amerika) een enorm succes wordt wanneer Jeanne Lanvin het vertaalt in My Sin. In 1927 schrijft Lanvin parfumgeschiedenis met Arpège. De naam betekent samenklang en is geïnspireerd op de toonladders die haar dochter altijd speelde op de piano en is tegelijkertijd het cadeau voor haar 30ste verjaardag.
De flacon is typisch art deco: de beroemde zwarte bol van Sèvresporcelein werd ontworpen door haar ‘huisstylist’ Albert Armand Rateau en versierd met een tekening in goud van Paul Iribe waarop Jeanne haar dochter kledend voor het bal staat afgebeeld. Arpège is tot ver in de jaren zeventig populair. En in Frankrijk in bijna elke parfumerie tot in de jaren tachtig te koop. Begin jaren negentig wordt gestopt met de productie. In 1997, 70 jaar na de lancering, acht L’Oréal (toenmalige eigenaar) de tijd rijp voor een herlancering. En die kun je geslaagd noemen, want het moment was gunstig. De begrippen moesten nog toegepast worden in de parfumwereld, maar Arpège kun je beschouwen als een van de eerste retro- en vintagegeuren. Het had trouwens jaren een prachtige slogan: Promise her anything, but give her…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het byzondere aan de relaunch van Arpège: je kunt er authentiek van genieten. Veel beroemde parfums worden ‘aangepast aan de eisen van de tijd’, Arpège wil hier niks van weten. Presentatie en geur zijn onveranderd. Niet iedereen gelooft dat trouwens. Door kenners wordt Arpège gezien als een bijzonder geslaagde interpretatie van N° 5, maar dan iets kruidiger en amberachtiger. Dus een bloemengeur op basis van aldehyden, een synthetisch ingrediënt dat bloemen een enorm krachtige (sommige zeggen ‘vettige’ ) opwaardering geeft.
De eerste samenklang: aldehyden vermengd met bergamot en neroli. Het hart van de geur: ylang-ylang, roos, iris, jasmijn, tuberoos, sering, lelietje-van-dalen en jasmijn. Mooi en heel bloemig, maar ook een beetje ‘saai’. Daarom voor de extra harmonie (of dissonantie eerder) wat koriander, geranium en kruidnagel. De afronding is sterk (patchoeli), vol (vanille) en strak (vetiver, sandelhout, styrax).
RUIK & VERGELIJK
Eens regeerden ze de wereld, nu zijn ze door de ‘geurengekte’ van de laatste twee decennia veroordeeld tot een schaduwbestaan (N°5 en L’Air du Temps uitgezonderd): klassiekers van de couturehuizen. Toch is het echt genieten met deze geuren in deze verwarrende tijden. In vintage of in geadapteerde versie.
Sterker, ze brengen je vaak terug naar de essentie van parfum (ondanks de veranderde formules), want nog niet bezwangerd met jolijtige, lekker gekke en andere hippe smaakmakers waarvan je je af en toe afvraagt wat nu exact de verrijking ervan is.
Neus: Carlos Benaim, Olivier Polge, Dominique Ropion
Model: Mini Anden, Enrique Palacios
In de loop van een carrière komt een modeontwerper er achter dat één flacon uit zijn parfumlijn eigenlijk het beste in lijn ligt met zijn visie. Het gevolg: hij wordt gepromoveerd tot standaardflacon. Voor Giorgio Armani is dat de flacon die hij in 2000 voor Mania ontwierp. In 2004 vulde hij deze met Armani Mania en nu is het de beurt aan Armani Code, een geur met een raadselachtige naam die een cryptische boodschap bevat. Aldus de Italiaanse ontwerper. Hier gaan we: ‘Armani Code is een inwijdingsparfum voor de vrouw die toegang verleent tot de wereld van Giorgio Armani’. Hoe die codes werken, zie je in de visual. In het kort: man (Enrique Palacios) speelt de rol van de verleider, de vrouw (Mini Anden) die van femme fatale. Zo eigen voor de glamourwereld van Hollywoodfilms waarop de ‘codes’ van Armani Code zijn geïnspireerd.
Daarnaast symboliseert de geur volmaakte vrouwelijkheid, tijdloze charme en is het een ode aan vrouwen en hun magnetische krachten. ‘Want vrouwen’, zo zegt Armani, ‘leren zichzelf langzaam maar zeker kennen en hebben gevoel voor het opwindende en verwarrende liefdesavontuur. Ze spelen dit spel heimelijk en openlijk, maar zorgen ervoor dat er ruimte overblijft voor fantasie’. Zou hij dit echt gezegd hebben… Kanttekening: Armani Code is wat geur betreft minder ‘femme fatalerig’ dan je zou denken. Het is geen zware, meeslepende geur. Eerder een zeer prettige in al zijn ‘oranjebloesemmildheid’ met zoete nasleep. Eerder een geur voor overdag, dan voor de nacht. Tenminste als je zo parfums wilt indelen.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
De saffierblauwe en zwart ‘gelakte’ flacon met sierlijk kantwerk van oranjebloesem reflecteert perfect de inhoud. Want de geur opent met oranjebloesem… ‘een schitterend Mediterraans begin’ gecombineerd met de vrolijke sprankeling van sinaasappelschil. Vervolgens ruik je een gembernoot die opvallend mooi samengaat met oranjebloesem. Ook het hart is ook vol van oranjebloesem maar nu vermengd met sambacjasmijn – de fijnste in zijn soort.
De ‘geurfinale’: nóg meer oranjebloesem ‘zacht en verslavend’ gemaakt door vanille en honing (foto) aangevuld met musk en hout. Inmiddels is Armani Code ook verkrijgbaar als eau de toilette (2007). Voor het lichtere effect werd de geur ‘aangelengd’ met petitgrain en geaccentueerd door cyclaam, jasmijn en lelietje-van-dalen.
Armani Code Elixir verscheen in 2008. De geur gaat nu de diepte in doordat de houtachtige basis is verweven met tonkaboon, vanille en viooltje. Sandelhout geeft de totaalcompositie extra warmte. En in 2009 ziet de eerste Armani Summer Code het licht. In 2010 de tweede. In 2011 de derde.
RUIK & VERGELIJK
Oranjebloesem is een van de klassieke parfumingrediënten die sinds 2000 is herontdekt door parfumeurs als solifleur. Dat wil zeggen: niet alleen meer gebruikt voor de opening van een geur, maar ook voor het hart en de afronding. En dan valt pas op hoe eerst fris, vervolgens hoe bloemrijk en tenslotte hoe zwoel dit tedere bloesemtje kan zijn. Ontdek het brede geurscala van deze voorjaarsbode ook in: