EEN ONZICHTBARE TALISMAN
Jaar van lancering: 2011
Laatst bijgewerkt: Valentijnsdag 2012
Neus: Olivier Durbano (foto onder)
Er zijn niet veel mensen die hun hart durven te volgen wat werk betreft. De meeste kiezen voor vastigheid en blijven zitten waar ze zitten – zeker in tijden van malaise. Olivier Durnbano dus niet. Hij was eerst architect, toen designer (specialisatie interieur), werd in 2000 juwelier (eerst in Lyon, later in Parijs) en sinds 2005 is hij ook actief als neus.
Ik heb hem een beetje links laten liggen, of beter gezegd over het hoofd gezien: door de toch wel erg saaie standaardverpakking, verwarde ik Durbano met Biehl’s. Kan dat niet wat creatiever, meer niche?
Zijn geuren hebben een directe link met zijn sieraden; die zijn nogal puur, oer, ‘primitief’, quasi ruw gevormd en gemaakt van geslepen halfedelstenen. Hij noemt ze Bijoux de Pierres Poèmes. Hij beschouwt ze als moderne talismannen die drager bescherming biedt tegen potentieel onheil. Zijn collectie geuren noemt Durbano Parfum de Pierre Poèmes. Zijn er inmiddels zeven. Elk jaar een nieuwe: Rock Crystal (2005), Amethyst (2006), Black Tourmaline (2007), Jade (2008), Turquoise (2009), Rose Quartz (2010) en Citrine (2011).
Zijn zeer fel gekleurde geuren zijn in feite vloeibare, onzichtbare talismannen. Want geïnspireerd op dezelfde halfedelstenen van zijn sieraden die allemaal een (veronderstelde) werking hebben op de psyche van de drager. Sterker, Durbano gelooft in de ‘vibrerende’ kracht van kleur, geur en chakra-energie. Het fijne aan citrine: is de enige steen die geen reiniging behoeft en hierdoor als het ware negatieve energie absorbeert en nog fijner zelfvertrouwen- en intelligentiebevorderend vermogen heeft. Helemaal fijn als je er in gelooft.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Leuk gedaan. Ik bedoel dat niet denigrerend, wél hoe Durbano ambieert de kleur van citrine te vertalen in gele en gelige ingrediënten. Maar is het nu een kruidige citrusgeur of een citrusachtige houtgeur?
Geel in de opening: Siciliaanse citroen en gember (ruik je heel goed) gaan goed samen met ‘wilde’ sinaasappel en roze peper. Een frisse en bijna letterlijke prikkeling die overgaat in een ‘zoet-houtig’ hart van rozenhout en lignum vitae.
En niet linguum vitea zoals vele parfumsites vermelden (en niet uitleggen wat het is omdat ze het voor zoete koek slikken). Is dus guaiac, het hout dat net zoals rozenhout een sterk roosnoot heeft, maar iets meer rokerig. Wortelzaad moet het houtachtige accent versterken. Alleen, de gele bloemige noot in het hart – mimosa (foto) – ruik ik in geen velden of wegen. Wel de intense basis die Citrine een zekere, ‘onaffe’ ruwheid geeft die past bij het imago van Olivier Durbano: mirre, wierook, ambergris, bijenwas (geel) en musk. Kort door de bocht: Citrine is citrus, ‘roos’, hout en wierook. Maar begrijp me niet verkeerd, want…
RUIK & VERGELIJK
… de geur koppelt heel ruw-elegant citrusfrisheid aan wierook. Zoals ook:
Etro Messe de Minuit (2000)

