LIEFDE VOOR EEN DOCHTER
Jaar van lancering: 1927
Laatst bijgewerkt: 07/07/12
Jaar van lancering: 1927, 1997
Neus: André Fraysse
Model: diverse onbekende schonen
Flaconontwerp: Albert Armand Rateau, Paul Iribe
Wat of wie is Lanvin eigenlijk? Achternaam van de op 1 januari 1867 in Parijs geboren Jeanne die tussen het interbellum met Coco Chanel, Lucien Lelong, Jean Patou, Elsa Schiaparelli en Madame Vionnet tot de belangrijkste couturiers behoorde. Nadat ze zich van naaistertje opwerkt tot hoedenontwerpster, besluit ze op aandringen van vrienden ook ‘iets met’ kleding te doen, gecharmeerd als die zijn van de ensembles die ze voor haar enige dochter Marie-Blanche (ook wel Marguerite genoemd) ontwerpt.
Ze opent haar couturedeuren in 1910 aan de faubourg St. Honoré 22 (naast Hermès). Lanvin valt op omdat ze niet echt met de trends meedoet. Hoewel duidelijk beïnvloed door art deco en het comfortabele minimalisme van Chanel, geeft ze er door haar feilloos gevoel voor verhouding, virtuoze coupe, borduursels en naturelle kleurgebruik een persoonlijke draai aan.
Denk je bij Chanel aan zwart, bij Lanvin is het vergeet-me-nietje-blauw, dat Jeanne tijdens een Italiaanse vakantie ziet op fresco’s van Fra Angelico – nu de kleur van het huis. De zaken gaan voorspoedig: ze koopt het pand tegenover haar salon en opent er een winkel voor mannenmaatkostuums die de vergelijking kan doorstaan met de Londense kleermakers. Hierna volgen (lang voor Calvin Klein en Ralph Lauren) een home decoration-lijn, een sportcollectie, bont, lingerie en in 1923 een ‘tak’ waar Jeanne het beroemdst mee wordt: parfum. En dat was slim.
Dat had Coco Chanel twee jaar daarvoor met Nº 5 duidelijk gemaakt. Werden tot die tijd parfums geleverd door honderden Parijse parfumhuizen, Chanel wist dat een couturenaam geplakt op een parfum internationaal veel meer mensen zou aanspreken. Ze kreeg gelijk. Sterker, het parfum zou van relatiegeschenk geleidelijk uitgroeien tot het financiële fundament van de couturehuizen. In 1923 debuteert Jeanne Lanvin met Niv Nal en Irise. Gevolgd door vele andere, waaronder Mon Péché uit 1925, dat (met name in Amerika) een enorm succes wordt wanneer Jeanne Lanvin het vertaalt in My Sin. In 1927 schrijft Lanvin parfumgeschiedenis met Arpège. De naam betekent samenklang en is geïnspireerd op de toonladders die haar dochter altijd speelde op de piano en is tegelijkertijd het cadeau voor haar 30ste verjaardag.
De flacon is typisch art deco: de beroemde zwarte bol van Sèvresporcelein werd ontworpen door haar ‘huisstylist’ Albert Armand Rateau en versierd met een tekening in goud van Paul Iribe waarop Jeanne haar dochter kledend voor het bal staat afgebeeld. Arpège is tot ver in de jaren zeventig populair. En in Frankrijk in bijna elke parfumerie tot in de jaren tachtig te koop. Begin jaren negentig wordt gestopt met de productie. In 1997, 70 jaar na de lancering, acht L’Oréal (toenmalige eigenaar) de tijd rijp voor een herlancering. En die kun je geslaagd noemen, want het moment was gunstig. De begrippen moesten nog toegepast worden in de parfumwereld, maar Arpège kun je beschouwen als een van de eerste retro- en vintagegeuren. Het had trouwens jaren een prachtige slogan: Promise her anything, but give her…
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Het byzondere aan de relaunch van Arpège: je kunt er authentiek van genieten. Veel beroemde parfums worden ‘aangepast aan de eisen van de tijd’, Arpège wil hier niks van weten. Presentatie en geur zijn onveranderd. Niet iedereen gelooft dat trouwens. Door kenners wordt Arpège gezien als een bijzonder geslaagde interpretatie van N° 5, maar dan iets kruidiger en amberachtiger. Dus een bloemengeur op basis van aldehyden, een synthetisch ingrediënt dat bloemen een enorm krachtige (sommige zeggen ‘vettige’ ) opwaardering geeft.
De eerste samenklang: aldehyden vermengd met bergamot en neroli. Het hart van de geur: ylang-ylang, roos, iris, jasmijn, tuberoos, sering, lelietje-van-dalen en jasmijn. Mooi en heel bloemig, maar ook een beetje ‘saai’. Daarom voor de extra harmonie (of dissonantie eerder) wat koriander, geranium en kruidnagel. De afronding is sterk (patchoeli), vol (vanille) en strak (vetiver, sandelhout, styrax).
RUIK & VERGELIJK
Eens regeerden ze de wereld, nu zijn ze door de ‘geurengekte’ van de laatste twee decennia veroordeeld tot een schaduwbestaan (N°5 en L’Air du Temps uitgezonderd): klassiekers van de couturehuizen. Toch is het echt genieten met deze geuren in deze verwarrende tijden. In vintage of in geadapteerde versie.
Sterker, ze brengen je vaak terug naar de essentie van parfum (ondanks de veranderde formules), want nog niet bezwangerd met jolijtige, lekker gekke en andere hippe smaakmakers waarvan je je af en toe afvraagt wat nu exact de verrijking ervan is.
Chanel N°5 (1921)
Worth Je Reviens (1931)
Patou Joy (1935)
Schiaparelli Shocking (1937)
Rochas Femme (1945)
Robert Piguet Bandit (1944)
Nina Ricci L’Air du Temps (1948)
Dior Miss Dior (1948)

