EEN ZWARTE GEUR VOOR HAAR EN HEM
Jaar van lancering: 1998
Laatst bijgewerkt: 15/04/09
Neus: Annick Menardo
Het begon in 1976 met van Cleef & Arpels. Met de toepasselijke naam First, presenteerde het Franse juweliershuis het eerste juweliersparfum. Aangespoord door dit succes lieten Cartier, Boucheron en Chopard ook snel van zich ruiken. Uit Amerika kwam Tiffany. Dat was het wel zo’n beetje met de juweliers, dacht ik.
Tot 1992. Toen klopte er een nieuwkomer op de deur van parfumerie: de Italiaanse juwelier Bvlgari. Of het met Eau de Cologne au Thé Vert binnen mocht komen? Inmiddels is de naam niet meer weg te denken, zoals dat heet, en lanceert het tweejaarlijks een nieuwe, het moet gezegd, altijd stijlvolle creatie.
In 1998 was het Black, na Eau de Cologne au Thé Vert en zijn intensere variatie uit 1996 het derde androgene water van Bvlgari. Met Black blijft de juwelier zijn eigen opgestelde parfumwetten (van toen) trouw. Net zoals de voorgangers kent Black thee als hoofdingrediënt en wordt het op de markt gezet als een potentiële klassieker, die over twintig nog te koop moet zijn. Wel is Bvlgari afgeweken van zijn standaardflacon. Bvlgari heeft Black welbewust in een andere vorm gegoten, omdat het met de geur een ander gevoel wil oproepen en een nieuwe doelgroep wil aanspreken.
Dit keer – wat toevallig – jongeren die zich thuisvoelen in de 24/7-economie van de metropool. Jongeren die tussen de wolkenkrabbers en het drukke verkeer kunnen onthaasten in een a city that never sleeps. New-York, Tokio, Hong Kong, Parijs, Londen en Rotterdam waar de grootse Nederlandse introductie plaatsvond onder auspiciën van de ‘zwarte schilderes’ Ans Markus. De flacon is, net zoals de architectuur van de metropool, ontdaan van overdadige details. Wat resteert is een kloeke, moderne flacon, gemaakt van rubber, metaal en glas. Ook de open en sluit-dop is origineel. Lees hiervoor alleen wel de instructies.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
In een metropool zie je nauwelijks bloemen. In Black ruik je die dus ook niet. Wel het sterke lapsang souchong (foto), de theesoort die erg rokerig ruikt gecombineerd met rubber (olfactorisch is dat een soort leernoot) en rozijn. Voor een androgyn water verrassend, omdat ‘voor-haar-en-hem’-geuren meestal ‘kiezen’ voor een fris citrusboeket. De afronding garandeert dat Black zich ontwikkelt tot een zachte en sensuele beleving. Hiervoor selecteerde de neus rozen-, sandel- en cederhout.
En: eikenmos, vanille, amber en musk. De thee- en rubbernoot blijf je gelukkig goed en lang ruiken, waardoor een droge, gerookte all over-impressie onstaat.
RUIK & VERGELIJK
Inmiddels zijn er veel ‘androgyners’ bijgekomen die niet fris ruiken. Vooral de nichesector heeft de smaak goed te pakken. Onmogelijk ze allemaal ter ruik en ter vergelijk aan te bieden. Onderstaande geuren zijn de opvallendste die ongeveer tegelijkertijd met Black verschenen.
Serge Lutens Muscs Koublaï Khän (1998)
L’Artisan Parfumeur Dzing! (1999)
Frédéric Malle Musc Ravageur (2000)

