EEN ECHTE MAN
Jaar van lancering: 2006
Laatst aangepast: 22/01/11
Neus: Antoine Lie
Art director: Etienne de Swardt
Illustraties: Ich & Kar
Flaconontwerp: Etienne de Swardt
Ik had er eerder over moeten schrijven, maar het lukte me niet. Tijdsgebrek veroorzaakt door te veel andere geuren… Nu dus wel. Alors… Etat Libre Orange… Als er één branche is waar de presentatie in eerste instantie zwaarder weegt dan de inhoud, dan is het parfumbranche. Verleid je de ogen, dan verleid je de geest; het eerste contact is gemaakt dat wellicht aanzet tot nadere kennismaking. Je moet als nieuw merk dus verdomd goed opvallen en je onderscheiden, wil je geroken worden. De meeste recente geopende huizen voldoen trouw aan de ongeschreven wetten in parfumland: understated, less is more en niet te veel poespas. Staat voor chic. Doe er wat filosofische traktaten bij en je hebt de veeleisende klant op zoek naar ‘nieuwe luxe’ en ‘nieuwe beleving’ ingepakt.
In dit plaatje pas geen humor. Daar denkt Etienne de Swardt anders over. Hij benadert parfum met een vette knipoog. Nieuw is dat niet voor hem: hij is ook het brein achter parfumhuis met een geplande lange termijnstrategie Oh My Dog! (2004) dat echter samen met zijn filiaal Oh my Cat! (2005) heel snel zijn deuren moest sluiten. Geparfumeerde huisdieren… toch iets te decadent, te ‘Marie Antoinetterig’ voor de gemiddelde consument.
Zijn Etat Libre Orange (genoemd naar de streek in Zuid-Afrika waar hij vandaan komt) presenteert zich als een huis dat de parfumerie van een aantal ingeslopen en zelden ter discussie gestelde ‘maniertjes’ wil bevrijden. Zijn filosofie verklaart hij met een ‘onafhankelijksheidsverklaring’ opgebouwd uit acht artikelen die te lang zijn om allemaal te noemen, maar komt er in het kort op neer dat ‘zijn’ neuzen geprikkeld worden hun fantasie en hun verbeelding de vrije loop te laten. Het resultaat: ‘Een collectie onorthodoxe geuren niet bestemd voor de massa, maar voor het individu dat parfum als verleidingswapen wil herontdekken’. Merk je direct aan de namen. Niet alleen gewaagd (Putain de Palaces, Don’t get me wrong I don’t swallow) maar ook origineel (Jasmin & Cigarettes, Vierges & Toreros).
Geldt tevens voor de invulling door de neuzen. Je wordt getrakteerd op zeer eigenzinnige en eigenaardige geuren die je geholpen door de naam en vormgeving ‘anders’ van parfum laat genieten. Alleen hoe lollig, grappig en geil kun je zijn in de wereld? Staan een (te) expliciet benoemen van de vermeende erotische en geile uitwerking van geuren een puur olfactief genieten en fantaseren niet in de weg? Als je niet oppast wordt het een trucje, voorspelbaar en glij je uit.
Iets wat Etat Libre Orange, wat mij betreft, met twee recente creaties is overkomen: Tom of Finland (2008) en Fat Electrician (2009). Te nichterig, te weinig tongue in cheek en te veel ‘kijk ons toch eens alles aan de laars lappen’. Je suis een Homme is daarbij vergeleken een toonbeeld van een klassiek Frans mannenparfum. Hoewel gewapend met een ‘is that a gun or a dick, and are you just glad to see me’-illustratie, ademt de geur een en al verfijning en raffinement. Groen, ‘ruw’ en houtig.
En toch anders – zie Ruik & Vergelijk. Het is een herinterpretatie van de cologne die Napoleon – bekend om zijn cologneverslaving – graag droeg. Klopt niet helemaal, want daarvoor is de geur te zwaar en uitgesproken. Stel je er Napoleon bij voor in galop de geur opsnuivend van mossige, beetje verrotte bladeren en het zweet van het paard dat hem naar de overwinning brengt… Volgens Etienne de Swardt is Je suis un Homme gemaakt voor mannen die zich doen gelden en voor vrouwen die hun mannelijke kant erkennen. Beide klaar om het offensief te starten zonder angst de rollen om te draaien. Ruikend aan de geur, zeg ik: ‘Valt wat voor te zeggen’. Alleen ik word zelf een beetje moe van dat gedoe van de man op zoek naar zijn vrouwelijke kant en vice versa.
WAT RUIK IK EIGENLIJK?
Mooi aan Je suis un Homme: de eenvoud in opbouw. Door de citrus en bergamot (heel zuiver en puur natuur) heen in de opening ruik je direct al de basis van hout- en bosachtig patchoeli ondergedompeld in een zwoele en warme cognacnoot (opgeroepen door een vanille- en ambermix plus wat harsen, althans ik vermoed cistus labdanum) gecombineerd met een strakke leerpatch – opgeroepen door berkenteer – en Corsicaans kreupelhout. Laatste werd vroeger veel in mannengeuren gebruikt, maar is geleidelijk door neuzen vergeten. Het geeft volgens mij de geur zijn droog-stroeve ‘afdronk’.
RUIK & VERGELIJK
Ja ze bestonden, bestaan en worden nog steeds gemaakt: klassieke mannengeuren die het niet moeten hebben van ‘debiele’ en grensverleggende ingrediënten, maar op aangename wijze de beproefde citrus-kruid-mos-hout-combinatie laten tintelen.
Rochas Moustache (1949)
Dior Eau Fraîche (1953)
Givenchy Gentleman (1974)
Annick Goutal Eau de Monsieur (1981)
Parfum d’Empire Iskander (2006)
